CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

14 Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Wusterveld

Gemeenteraad 6 juli 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Verlenen van ontwerp verklaring van geen bedenkingen Zonnepark Wusterveld21.709 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.5 Water De toelichting van een omgevingsvergunning dient, conform artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op het voor dit plan relevante waterbeleid. Vervolgens is de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie van het projectgebied beoordeeld. Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel) stroomgebied beheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende

www.eelerwoude.nl

(deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Rijksbeleid Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Met deze handelwijze is Nederland koploper en toonaangevend voorbeeld in de wereld. Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Provincie Limburg De provincie Limburg werkt nauw samen met waterschappen om haar ambities te realiseren. Hiervoor hebben de waterschappen eigen regionale waterbeheerplannen opgesteld.

De Provinciale Staten hebben de wettelijke bevoegdheid tot het instellen en opheffen van waterschappen, tot regeling van hun gebied, taken, inrichting, samenstelling van hun bestuur en tot de verder reglementering van waterschappen. De manier waarop de waterschappen hun taak uitoefenen is onderhevig aan provinciaal toezicht doordat het waterbeheerplan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft. Dus de provincie stelt de regels en de waterschappen doen verder de uitvoering van het waterbeheer. Waterbeheerplan 2016-2021 In het Waterbeheerplan beschrijft het waterschap Limburg de doelstellingen voor de periode van 2016 tot 2021 en de benodigde handelingen om te komen tot deze doelstellingen. Met het opstellen van een Waterbeheerplan voldoet het waterschap aan de wettelijke eisen van de Waterwet. Waterschap Limburg borduurt voert op de doelen uit het voorgaande vastgesteld beleid: • veilige dijken; • droge voeten; • voldoende water; • schoon water. De doelstellingen en handelingen zijn verder uitgewerkt in het Waterbeheerplan. Deze doelstellingen vinden onder andere een concretere doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap: de Keur en de Legger.

Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.

www.eelerwoude.nl

Invloed plan op de waterhuishouding Het waterschap hanteert in het gebied een infiltratie- en bergingsnorm van 100 mm/dag. Door de technische en landschappelijke inrichting van het zonnepark voldoet het park aan deze norm van het waterschap. De ondergrond heeft een diepe grondwaterstand (VI – VII) en bestaat uit lemig fijn zand wat een goede waterdoorlatend heeft. Het hoogteverschil in het projectgebied is gering. Er is enkel microreliëf aanwezig in de ondergrond. Het risico op erosie en oppervlakkige afstroming is daarmee klein c.q. afwezig. Rondom het zonnepark komt daarnaast een zone van minimaal 5 meter met nieuwe en bestaande landschapselementen. Door deze groenzone is het niet mogelijk dat er oppervlakkige afstroming van water en erosie naar de omgeving is. Hemelwater kan in bijna het gehele projectgebied infiltreren, behalve onder de 4 transformatoren, het inkoopstation en het klantstation. Ook onder de panelen kan het water infiltreren vanwege het feit dat er 2 centimeter ruimte is rondom de individuele panelen op stellages. Het water stroomt zo niet alleen aan de onderkant van de stellages maar ook tussen de individuele panelen. Het onderhoudspad naar de transformatoren bestaat uit een waterdoorlatende verharding (grasbeton) waardoor hemelwater ook hier kan infiltreren.

Door de ondergrond uit productie te nemen en de grond niet meer te roeren is het mogelijk voor de bodemstructuur om zich te herstellen. Hierdoor zal de sponswerking van de bodem vergroten waardoor infiltratie en buffering van hemelwater beter mogelijk is dan in de huidige situatie. De panelen en de constructie wordt uitgevoerd met niet-uitloogbare materialen. Er komt geen afvalwater vrij. Het plan heeft dan ook geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Er lopen geen beschermde watergangen door het projectgebied. Conclusie Het voorliggende plan heeft geen significant negatief effect op de waterhuishouding en is daarmee uitvoerbaar m.b.t. dit aspect.

4.6 Conclusie Met de voorgenomen ontwikkeling worden de aanwezige waarden niet aangetast. Het voornemen is dan ook uitvoerbaar ten aanzien van de bestaande waarden in het projectgebied.

www.eelerwoude.nl

5 Milieuaspecten 5.1 Inleiding Nieuwe initiatieven hebben te maken met milieuaspecten. Een aantal van deze milieuaspecten zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: • bodem; • geluid; • luchtkwaliteit; • lichtreflectie; • elektromagnetische straling; • externe veiligheid; • brandveiligheid; • leidingen; • bedrijven en milieuzonering; • warmteontwikkeling; • vormvrije m.e.r.-beoordeling; • Niet gesprongen explosieven; • Verkeer en parkeren.

5.2 Bodem Met betrekking tot het aspect bodem zijn de Wet bodembescherming, de Wet milieubeheer en het Besluit Bodemkwaliteit van belang. Bij de verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het zonnepark wordt gevormd door bouwwerken, waar geen personen verblijven. Daarnaast zijn er geen grootschalige bodemingrepen aan de orde en wordt er geen grond afgevoerd. De realisatie van een zonnepark brengt niet direct risico’s m.b.t. bodemvervuiling met zich mee. Het projectgebied is geen verdachte locatie m.b.t. bodemverontreinigingen. Er is geen vermoeden van de aanwezigheid van verontreinigde stoffen, door uitgevoerde activiteiten in het verleden. De grond binnen het projectgebied wordt nu gebruikt als vrij intensief gebruikte landbouwgrond. Het bodemleven zal hierdoor minimaal zijn. Na het uitvoeren van de werkzaamheden ter oprichting van het project zal de bodem verder niet worden aangetast. Overigens zijn de werkzaamheden ook gering van diepte. Realisatie van een zonnepark met kruidenrijk grasland als vaste onderbegroeiing kan op deze plek voor de komende decennia een stabiele situatie bieden waar geen chemicaliën (kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen) worden toegepast.

Dit biedt kansen voor verbetering van het bodemleven, de bodemstructuur, verbetering van het zelfreinigend vermogen en daarnaast extra habitat voor bestuivers en plaagbestrijders. Er zijn derhalve geen nadelige effecten voor de bodem te verwachten.

www.eelerwoude.nl

Gelet op voorgaande bevindingen wordt gesteld dat het aspect bodemkwaliteit geen probleem zal opleveren voor de ontwikkeling van een zonnepark. Met betrekking tot het aspect bodem wordt de voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar geacht.

5.3 Geluid Voor de beoordeling van het onderdeel geluid moet in algemene zin aan de volgende punten worden voldaan: • de normen uit de Wet geluidhinder worden in acht genomen; • bedrijven in de omgeving worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd; • op en rond het projectgebied blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder (Wgh) staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij nieuwe ruimtelijke plannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai. Artikel 76 Wgh verplicht er toe om bij ruimtelijke ontwikkelingen die betrekking hebben op gronden binnen een geluidzone terzake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Op deze locatie wordt geen geluidsgevoelige bestemming toegevoegd. Het zonnepark hoeft dan ook niet beschermd te worden tegen geluidsoverlast. Ook is er geen sprake van industrielawaai vanuit het nieuw te realiseren zonnepark. Binnen het projectgebied worden zonnepanelen geplaatst. Deze zonnepanelen produceren geen geluid.

Daarnaast worden er ook geen installaties opgenomen die een wezenlijke geluidsemissie veroorzaken waardoor nader onderzoek noodzakelijk is. De inkoopstations (onderstations), de transformatoren en de omvormers worden op ruime afstand van de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemmingen gerealiseerd. Akoestisch onderzoek reflectie geluid Wel is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd om na te gaan of vanwege de opgestelde zonnepanelen sprake kan zijn van ongewenste reflecties van geluid tegen de zonnepanelen, en vervolgens richting omwonenden van Castenray, afkomstig van het wegverkeer op de naastgelegen A73. Dit onderzoek is separaat bijgevoegd (‘Aspect reflectie geluid zonnepark’). Er bestaat in Nederland geen wetgeving of normstelling om de invloed van een zonnepark voor wat betreft het milieuaspect geluid in juridische zin te kunnen toetsen. Daarom is nagegaan bij welke bestaande wetgeving het beste kan worden aangesloten om een uitspraak te doen over het wel of niet mogelijk ontstaan van hinderlijke geluidreflecties na de komst van het zonnepark. Het meest voor de hand liggende lijkt het dan om aan te sluiten bij de normstelling voor geluid zoals deze ook wordt toegepast bij zogenaamde reconstructies van wegen.

Bij een verkeerskundige reconstructie van een weg dienen de bestaande woonlocaties binnen de invloedsfeer van de reconstructie getoetst te worden aan het gestelde in de Wet geluidhinder. De definitie van een reconstructie volgens de Wet geluidhinder is als volgt: ‘één of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg, ten gevolge waarvan de geluidbelasting vanwege de weg met 2 dB of meer wordt verhoogd’. Indien er sprake is van een toename in de geluidbelasting van 2 dB is sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder en kan er sprake zijn van een ontoelaatbare toename van de geluidhinder. Indien er sprake is van een toename in de

www.eelerwoude.nl

geluidbelasting van minder dan 2 dB dan is er geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder en is er volgens de wetgever geen sprake van een ontoelaatbare toename van de geluidhinder. De systematiek gaat dus uit van een vergelijking tussen de huidige situatie en een toekomstige situatie. Het verschil hiertussen mag dan niet meer zijn dan 2 dB. Dit wordt het 2 dB criterium genoemd. Met het onderzoek zijn verschillende berekeningsscenario’s uitgevoerd, waaronder een worst case scenario (welke moet worden gezien als een overschatting). Hier is uitgegaan van een modellering als projectgebied met harde, reflecterende ondergrond, zonder objecten. In alle berekeningssituaties is de berekende mogelijke toename echter minder dan 2 dB. Het 2 dB-criterium, zoals bedoeld in de wet Geluidhinder en hier toegepast als beste beoordelingsmethodiek, wordt dus niet overschreden. Zou het hier gaan om een reconstructie aan de weg in de zin van de wet geluidhinder dan zou worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een ontoelaatbare toename van de geluidhinder. Bedrijven in de omgeving Binnen het projectgebied wordt geen nieuwe geluidgevoelige bestemming gerealiseerd. Bestaande bedrijven worden niet extra belemmerd. Woon- en leefklimaat Er worden twee inkoopstations, transformatorstations en omvormers geplaatst binnen het projectgebied.

De inkoopstations (onderstations) en de transformatorstations hebben een bronvermogen van maximaal 10 MVA. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' is dit gelijk te stellen aan de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven. Bij een bronvermogen tot maximaal 10 MVA geldt een richtafstand voor geluid van 30 meter tot geluidsgevoelige functies. Het inkoopstation, de transformatorstations en de omvormers worden op aanmerkelijk grotere afstand van de bestaande burgerwoningen gesitueerd. Met betrekking tot geluid blijft dan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig. Conclusie Op deze locatie wordt geen geluidsgevoelige bestemming toegevoegd. Het zonnepark hoeft dan ook niet beschermd te worden tegen geluidsoverlast. De realisatie van het zonnepark leidt anderzijds niet tot een ontoelaatbare toename van de geluidhinder. Met betrekking tot geluid blijft een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig voor omwonenden.

5.4 Luchtkwaliteit Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur: ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen hoeven niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Voor ontwikkelingen die niet in betekende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit.

www.eelerwoude.nl

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Op grond van de NIBM-tool is een ontwikkeling ‘in betekende mate’ bij een toename van het aantal verkeersbewegingen met ruim 800 per dag (met 5% aandeel vrachtverkeer). De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een zonnepark. De verkeersbewegingen die de ontwikkeling van een zonnepark met zich mee brengt, zijn alleen tijdens de aanlegfase merkbaar. In deze fase zal er tijdelijk sprake zijn van een grotere toename van verkeersbewegingen. Nadat de bouw van het park is afgerond daalt het aantal verkeersbewegingen weer naar de oude situatie. Zelfs tijdens de bouwperiode zal het aantal verkeersbewegingen ruimschoots onder de 800 per dag blijven. Daardoor leidt de ontwikkeling niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit én kan de ontwikkeling niet als ‘niet in betekenende mate’ worden gezien. Gelet op het voorgaande wordt gesteld dat nader onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit niet noodzakelijk is.

5.5 Lichtreflectie QING Sustainable heeft een tool ontwikkelt om voor omwonenden van een zonnepark te bepalen of zij mogelijk last zullen krijgen van hinderlijke schittering (lichtreflectie) vanuit een zonnepark. De tool kan aangeven hoeveel minuten, vanaf welke oriëntatie en op welk moment van het jaar er mogelijke reflectie optreedt. Hiermee kan rekening houden bij het inplannen van beplanting en de oriëntatie van de zonnemodules. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Dit onderzoek is ook uitgevoerd voor Zonnepark Wüsterveld (dit onderzoek is separaat bijgevoegd). Het onderzoeksresultaat is dat er geen directe schittering optreedt op omliggende woningen. Daarnaast wordt het zonnepark ook nog eens omsloten door landschappelijke groenelementen, die de panelen afschermen. Ook wordt gekozen voor een type paneel welke lichtschittering zoveel mogelijk beperkt. Van schittering op woningen is daarmee geen sprake. Ook van schittering op de snelweg is geen sprake, o.a. ook door de situering van deze panelen.

5.6 Elektromagnetische straling Zowel bij de omvormers als de transformatoren zullen extreem laagfrequente elektromagnetische velden (ELF) vrijkomen. Ten aanzien van elektromagnetische straling bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een voorzorgprincipe waarbij een grens wordt aangehouden van 0,4 micro Tesla (μT). Dit voorzorgsprincipe dient daarmee ook gehanteerd te worden bij de ontwikkeling van een zonnepark, door de afstand van een zonnepark tot woningen en andere gevoelige bestemmingen zodanig te laten zijn dat de magnetische veldsterkte bij de gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 μT komt. In het RIVM ‘Verkenning van extreemlaagfrequente (ELF) magnetische velden bij verschillende bronnen’ (RIVM-rapport 609300011/2009) wordt aandacht besteed aan elektromagnetische velden als gevolg van de aanwezigheid van transformatorstations. De sterkte van deze velden neemt sterk af wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Uit het onderzoek blijkt dat 0,4 μT wordt bereikt op een afstand van maximaal 7 m van onderzochte transformatorstations. Gezien de relatief grote afstand in het voorliggende plan, van zowel omvormers als de transformatoren tot de

www.eelerwoude.nl

dichtstbijzijnde woningen, mag redelijkerwijs worden aangenomen dat elektromagnetische straling geen gezondheidsrisico vormt.

5.7 Externe veiligheid Externe veiligheid richt zich op het beheersen van risico's bij onder meer productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door maatregelen kunnen de afstanden worden verkleind. Er wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde, voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. De grenswaarde mag niet worden overschreden. Voor de oriënterende waarde en richtwaarde geldt dat afwijken alleen met een dergelijke motivering is toegestaan. Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire (chemische fabriek, lpgtankstation) en de mobiele (tankwagen, gasleidingen) bronnen. Er wordt getoetst aan de volgende wet- en regelgeving: • Voor inrichtingen (bedrijven) wordt getoetst aan het besluit Externe veiligheid inrichtingen (BEVI) en de bijbehorende regeling. • Voor transportroutes over weg, water en spoor wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT). • Voor buisleidingen wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB).

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Om in beeld te brengen of er in het projectgebied of in de nabijheid daarvan risicobronnen aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er geen risicobronnen in het projectgebied aanwezig zijn (zie figuur 21).

www.eelerwoude.nl

Figuur 21: Uitsnede Risicokaart Nederland, ter hoogte van projectgebied Zonnepark Wüsterveld.

Een zonnepark is geen gevoelig object of een inrichting die formeel een veiligheidscontour kent. Wel betreft een zonnepark een inrichting dat energie in de vorm van elektriciteit opwekt en op het elektriciteitsnet levert. Om de veiligheid te waarborgen komt er een (transparant) hek rondom het zonnepark. Dit hekwerk is 2 meter hoog en staat op ruime afstand van de zonnepanelen waardoor personen niet bij de zonnepanelen kunnen. Daarnaast wordt het zonnepark niet openbaar toegankelijk. Het zonnepark kan enkel middels een afgesloten poort worden betreden ten behoeve van regulier beheer en onderhoud. Daarnaast wordt het zonnepark geaard en worden elektriciteitskabels ondergronds aangelegd. De voorgenomen ontwikkeling is uitvoerbaar op het gebied van externe veiligheid.

5.8 Brandveiligheid In het plan voor Zonnepark Wüsterveld zijn maatregelen opgenomen betreffende de brandveiligheid. Hierbij is gebruik gemaakt van de ontwerpuitgangspunten voor zonnepaneelvelden die de Veiligheidsregio Limburg-Noord hanteert. De risico-reducerende maatregelen zijn bedoeld om de kans op een incident te verlagen en de gevolgen van een incident te verkleinen. Deze maatregelen met een ruimtelijk impact zijn integraal verwerkt in dit plan (zoals in het inrichtingsplan en in de technische tekeningen): • Clustering transformatoren in verband met bereikbaarheid voor brandweer. • Realisatie grondwaterput voor bluswatervoorziening minimaal 60 m³/uur op maximaal 75 meter afstand van de systemen, zoals transformatoren en omvormers.

www.eelerwoude.nl

• • • • • •

5.9

Opstelplaats bluswagen bij bluswatervoorziening minimaal 10 x 4 meter uitvoeren in grasbeton. De opstelplaats is bestand tegen een totaalgewicht van 25 ton; 10 ton aslast en 100 kN/m² stempeldruk. Onderhoudspad gebruiken als calamiteitenroute: minimaal 4,5 meter vrije ruimte (breedte verharding minimaal 3,25). Deze is geschikt voor motorvoertuigen met een massa van minimaal 14.600 kg. 1,5 meter rondom trafo’s en klantstation uitvoeren in grasbeton zonder opgaande beplanting. Rondom stellages met zonnepanelen is minimaal 2 meter vrij van opgaande beplanting. Compartimenten (stellages) zijn kleiner dan 2.500 m². Opstellen beheerplan ondergrond om ruigte direct rond panelen te voorkomen.

Leidingen

Ten behoeve van het plan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en planologisch relevante leidingen. Er liggen geen kabels en leidingen binnen het projectgebied die beperkend zijn voor het voorliggende plan.

5.10

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Er worden twee inkoopstations (onderstations), transformatorstations en omvormers geplaatst binnen het projectgebied.

De inkoopstations, de transformatorstations en de omvormers hebben een bronvermogen van maximaal 10 MVA. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' is dit gelijk te stellen aan de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven. Bij een bronvermogen van maximaal 10 MVA geldt een richtafstand voor geluid van 30 meter tot geluidsgevoelige functies. De inkoopstations, de transformatorstations en de omvormers worden op aanmerkelijk grotere afstand van de bestaande burgerwoningen gesitueerd. Met betrekking tot geluid blijft dan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig. Het plan past daardoor binnen de geldende richtafstanden uit de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering'. Ook worden omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering beperkt.

www.eelerwoude.nl

5.11

Warmteontwikkeling

In studies (o.a. Analysis of the potential for a heat Island Effect in Large Solar Farms, Columbia University) is onderzocht of er bij zonneparken sprake is van ‘(Urban) Heat Island Effects’. Uit onderzoeken is gebleken dat er onder bepaalde condities sprake kan zijn van een hogere temperatuur direct boven zonneparken. Direct rondom zonneparken zijn eventuele temperatuurverschillen deels, danwel geheel te verwaarlozen, afhankelijk van de windrichting en eventuele neerslag. Het is dan ook niet te verwachten dat er sprake zal zijn van significante temperatuurverschillen in de omgeving van het zonnepark, door de komst van dit zonnepark. Daarbij komt dat er in dit specifieke plan is gekozen voor een opstelling, met begroeiing tussen de panelen. Ook wordt er in en om het zonnepark relatief veel beplanting toegevoegd. Dit zorgt ervoor dat afkoeling door verdamping blijft plaatsvinden. Er is op dit moment nog geen wet- en/of regelgeving omtrent ‘(Urban) Heat Island Effects’ in Nederland.

5.12

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Het Besluit milieueffectrapportage geeft activiteiten en gevallen aan waarin een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Ook gelden er verplichtingen als een voorgenomen project valt onder de genoemde activiteiten, maar niet onder de drempelwaarden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: • de kenmerken van het project; • de plaats van het project; • de kenmerken van de potentiële effecten. Het project maakt een functiewijziging naar een zonnepark mogelijk. De voorgenomen ontwikkeling is niet opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Het zonnepark betreft bijvoorbeeld geen landinrichtingsproject (D9).

De ontwikkeling van een zonnepark valt pas onder deze categorie als deze onderdeel uitmaakt van een groter landinrichtingsproject (het project dient een voldoende substantieel karakter te hebben). Ook valt het project niet onder categorie D22.1. Hiervan is sprake bij de oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water. Het zonnepark wekt alleen energie op. Verder is categorie D11.2 niet van toepassing, aangezien het geen stedelijk ontwikkelingsproject betreft en het zonnepark een relatief beperkt oppervlak beslaat. Voor de volledigheid verwijzen wij ook naar de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 19 september 2018 en zaaknummer 18_689, waarin bevestigd wordt dat een vergelijkbaar project niet valt binnen de categorie D van

www.eelerwoude.nl

het Besluit m.e.r. en er geen beoordeling nodig is. Deze uitspraak is op 14 augustus 2019 bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en na te zien onder het zaaknummer 2019:2770. Voor het voorgenomen plan is geen m.e.r.-beoordeling of vormvrije m.e.r. benodigd. Het zonnepark valt niet onder het Besluit milieueffectrapportage. Aangezien het plan wel kenmerken vertoont van diverse beoordelingscategorieën zoals hiervoor omschreven, getuigt het van een goede en zorgvuldige ruimtelijke ordening en belangenafweging om voornoemde beoordeling van milieueffecten te doen. Hiertoe is deze vormvrije m.e.r. beoordeling wel opgesteld en separaat bijgevoegd. De conclusie is dat het zonnepark wordt aangelegd met respect voor de bodem en door de open cultuur is hier geen schade te verwachten. De constructie wordt zodanig aangelegd dat er geen schade ontstaat en het systeem makkelijk demontabel is. De locatie is onderzocht op het gebied van aanwezige ecologische waarden. Hieruit blijkt dat het gebied geschikt is voor planontwikkeling. De locatie is niet gelegen in een Natura 2000-gebied, Natuur Netwerk Nederland-zonering of andere beschermde gebieden. Het realiseren van het zonnepark binnen het projectgebied is goed onderzocht in het kader van de onderzoeken welke deel uit maken van de voorliggende Ruimtelijke Onderbouwing.

Resumerend zullen er zowel tijdens de aanlegfase, als tijdens de gebruiksfase, als tijdens de ontmantelingsfase, geen significante negatieve effecten bestaan voor het milieu.

5.13

Niet gesprongen explosieven

Het hele grondgebied van Venray heeft in de 2e wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele ontwikkelingen of uitbreidingen in dit gebied, waar na de 2e wereldoorlog nog niet in de grond werd geroerd en er geen nadere onderzoeken hebben plaats gevonden, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving. Voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden zal dit onderzoek naar niet gesprongen explosieven dan ook worden uitgevoerd.

5.14

Verkeer en parkeren

In de voorgenomen ontwikkeling worden de agrarische gronden, tijdelijk, in gebruik genomen als zonnepark. Een dergelijke ontwikkeling heeft geen grote gevolgen voor het verkeer en parkeren. Het zonnepak moet voornamelijk in de aanlegfase en in de ontmantelingsfase bereikt worden en daarnaast alleen op heel beperkte schaal ten behoeve van het beheer. Het perceel is bereikbaar vanaf de relatief verkeersluwe Wusterweg, aan de westkant van het gebied. Aan deze westkant wordt op korte termijn ook een innovatieve varkensstal gerealiseerd. Het zonnepark gaat gebruik maken van dezelfde ontsluiting.

www.eelerwoude.nl

5.15

Conclusie

In dit hoofdstuk zijn alle relevante milieuaspecten beschreven. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen milieubelemmeringen met zich meebrengt.

www.eelerwoude.nl

6 Uitvoerbaarheid 6.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de uitvoerbaarheid van het te ontwikkelen plan. De ruimtelijke uitvoerbaarheid, de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid wordt beschreven.

6.2 Ruimtelijke uitvoerbaarheid In voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe het voorgenomen project past binnen het van toepassing zijnde overheidsbeleid. Geconstateerd is dat er geen omgeving- en milieukundige belemmeringen zijn. Ruimtelijk is de voorgenomen ontwikkeling daarmee uitvoerbaar.

6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omgevingsproces Het plan voor Zonnepark Wüsterveld is tot stand gekomen na een intensief proces met omwonenden en andere belanghebbenden. Er is tweemaal een periode geweest van intensief contact met de omgeving. Eerst in de initiatieffase: eind 2019 en begin 2020. En daarna na selectiefase bij de gemeente, waarin dit voorliggende plan is geselecteerd om nader uit te werken tot een vergunningaanvraag, in het voorjaar van 2021. Het separaat bijgevoegde document ‘Omgevingsdocument’ beschrijft uitgebreid welke stappen in het omgevingsproces zijn doorlopen, wat de resultaten waren en hoe de plannen (onder andere in samenspraak met de dorpsraad en BeePower)) zijn gevormd tot een lokaal passend plan.

Vooroverleg Het plan is voor vooroverleg toegezonden aan de provincie Limburg. De provincie Limburg heeft in een reactie aangegeven dat in de Ruimtelijke Onderbouwing bij de vergunning een beschrijving is opgenomen van hoe de vergunning zich verhoudt tot het vigerende provinciale beleid. Tegen de achtergrond van de voorziene vaststelling van de Omgevingsvisie Limburg en de concept-ontwerp is verzocht in de Ruimtelijke Onderbouwing bij de vergunning ook een doorkijk te geven naar de wijze waarop de vergunning binnen de nieuwe Omgevingsvisie en de (instructieregels van de) nieuwe Omgevingsverordening past. Hierbij gaat het o.a. over de nieuwste versie van de Limburgse Zonneladder, de verhouding tot de RES en dat in de vergunning voor het zonnepark een bepaling moet worden opgenomen dat het zonnepark na 25 jaar wordt verwijderd. Hierop zijn de paragrafen 3.3.3. en 3.4.1 van de voorliggende Ruimtelijke Onderbouwing aangepast en aangevuld.

www.eelerwoude.nl

Zienswijzen De ontwerp omgevingsvergunning wordt gedurende zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegd. Binnen deze termijn zijn wel/geen zienswijzen ingediend.

6.4 Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal gemeente Het bouwplan is geen aangewezen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Een exploitatieplan is dan ook niet nodig. Wel dient verhaal van planschadekosten te worden verzekerd. Hiertoe is een planschadeovereenkomst gesloten. Financiering zonnepark De ontwikkeling van het zonnepark doet LC Energy voor eigen rekening en risico. LC Energy is ontstaan uit een gelijkwaardige samenwerking tussen QING en Low Carbon. QING is één van de top 50 grootste ingenieursbureaus in Nederland, gespecialiseerd in innovatieve en duurzame projecten. Low Carbon is een Britse investeringsmaatschappij die het risicovolle ontwikkelkapitaal inbrengt. De financiering van het project zelf zal worden geleend bij een reguliere bank (bijv. Triodos, ASN, Rabobank, e.d.). Daarnaast wordt SDE++subsidie aangevraagd.

6.5 Conclusie Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat het voorgenomen plan ruimtelijk, maatschappelijk, en economisch uitvoerbaarheid is. De voorgenomen ontwikkeling kan dus worden gerealiseerd.

www.eelerwoude.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10146437/1