CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

14 Archeologisch vooronderzoek

Gemeenteraad 27 juni 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Oostrum-Oost.8.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek

Rapportnummer:

V2292

Projectnummer:

V22-5056

Status en versie:

Definitief, versie 2.0

In opdracht van:

Hendriks Ontwikkeling

Rapportage:

W.J. Weerheijm, R. Schrijvers

Plaats en datum:

Amersfoort, 28 november 2022

Niets uit dit werk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, daaronder mede begrepen gehele of gedeeltelijke bewerking van het werk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Vestigia BV Vestigia BV Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort telefoon 033 277 92 00 info@vestigia.nl

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Versie 1.0

Status Concept

Datum 9 mei 2022

2.0

Definitief

28 november 2022

Documentbeheer Toelichting Eerste concept ter goedkeuring opdrachtgever/ bevoegd gezag Definitief na goedkeuring bevoegd gezag

Autorisatie J.P. Flamman J.P. Flamman

Bevoegd gezag

Projectgegevens Bestemmingsplanwijziging/omgevingsvergunning Geijsterseweg 2 Oostrum Venray Limburg Hendriks Ontwikkeling Postbus 179 5340 AD Oss Dhr. J. Ondersteijn Ca. 2,4 ha Plangebied + 500 m Nog onbekend (nieuwbouw woningen op staal tot ca. 1,2 m -mv, aanleg infrastructuur K&L, wegcunetten, infiltratiekratten) Bebouwde kom 5259447100 Bureauonderzoek Xmin / Ymin Xmax / Ymax 198793 / 393559 198951 / 393770 52B Venray Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie Drs. J.P. Flamman, sr. KNA archeoloog (44877046) mr. W.J. Weerheijm MA, sr. KNA BO archeoloog/ Prospector MA (38767204) Mr. W.J. Weerheijm MA (Senior KNA BO Archeoloog/KNA prospector, actor 38767204) Drs. R. Schrijvers (Senior KNA Prospector, actor 74734349) Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie E-depot Nederlandse Archeologie (EDNA) via DANS EASY: https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Gemeente Venray

Deskundige namens gemeente

Dhr. J. Schotte

Initiatief Toponiem / locatie Plaats Gemeente Provincie Opdrachtgever

Contactpersoon Oppervlakte plangebied Oppervlakte onderzoeksgebied Diepte grondwerkzaamheden

Huidig grondgebruik Zaakidentificatie (Archis3) Soort onderzoek RD-coördinaten van het plangebied Kaartblad (1:25.000) Uitvoerder Toetser rapport Projectleider Projectmedewerkers

Beheer en documentatie

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

2

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Inhoudsopgave Samenvatting en advies..................................................................................................................................... 5 Onderbouwing advies........................................................................................................................................ 7 1 Projectomgeving ....................................................................................................................................... 7 1.1 Afbakening plangebied en consequenties toekomstig gebruik ........................................................ 7 1.2 Onderzoeksdoel en -methode .......................................................................................................... 7 2 Beleidskader .............................................................................................................................................. 8 2.1 Wettelijk kader ................................................................................................................................. 8 2.2 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................... 8 3 Verwachtingsmodel ................................................................................................................................

10 3.1 Natuurlijk landschap ....................................................................................................................... 10 3.2 Historisch landschap ....................................................................................................................... 11 3.3 Bouwhistorische waarden .............................................................................................................. 16 3.4 Archeologische waarden ................................................................................................................ 17 3.5 Tweede Wereldoorlog .................................................................................................................... 20 3.6 Gespecificeerde archeologische verwachting ................................................................................ 20 4 Advies vervolgonderzoek ........................................................................................................................ 23 Literatuur ......................................................................................................................................................... 24 Digitale bronnen ..............................................................................................................................................

24 Lijst van afbeeldingen, bijlagen en kaarten ..................................................................................................... 25 Afbeeldingen ................................................................................................................................................... 25 Tabellen ........................................................................................................................................................... 25

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

3

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Afbeelding 1 Luchtfoto van het plangebied. Bron: PDOK.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

4

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Samenvatting en advies Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft in opdracht van Hendriks Ontwikkeling een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray (kaart 1; afbeelding 1). Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 2,4 hectare, en is momenteel grotendeels in agrarisch gebruik. Binnen het plangebied zal nieuwbouw van woningen plaatsvinden (afbeelding 2). De onderkant fundering komt op ca. 1,2 m -mv; verder zullen ingrepen plaatsvinden ten behoeve van de aanleg van infrastructuur (wegcunetten, kabels en leidingen, infiltratiekratten etc.). Gezien de aard van de ingrepen (nieuwbouw van woningen met de bijbehorende infrastructuur) zullen de geplande ingrepen naar verwachting tot in de archeologisch relevante niveaus reiken. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient daarom in kaart gebracht te worden of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. Op basis van de beschikbare landschappelijke en archeologische gegevens geldt voor het gehele plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor resten vanaf de vroege prehistorie tot aan de Late Middeleeuwen.

Mogelijk dat het plangebied in de periode tussen het Neolithicum en de Late Middeleeuwen met veen overgroeid is; in dat geval heeft het plangebied voor die periode een lage archeologische verwachting. Het plangebied heeft vanwege de ligging in het historisch bebouwingslint van Oostrum, op korte afstand van de oude kerk, een hoge archeologische verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Op basis van het beschikbare kaartmateriaal is er in ieder geval al sprake van bebouwing op de Kadasterkaart 1811-1832, wat vaak een indicatie is van een oude kern met eerdere bewoning op die locatie. Advies Voor gebieden met een hoge/zeer archeologische verwachting ten gevolge van de ligging in een historisch bebouwingslint is doorgaans een proefsleuvenonderzoek de meest aangewezen prospectiemethode. Dit geldt temeer als er ook sprake is van een conserverend esdek waaronder eventuele resten uit de periode tot aan de Late Middeleeuwen goed bewaard kunnen zijn gebleven. Een tussenstap zou kunnen zijn om eerst door middel van een verkennend booronderzoek een (paleo)landschappelijke reconstructie van het plangebied op te stellen om het verwachtingsmodel te toetsen en aan te vullen.

Het gaat dan met name om de eventuele aanwezigheid en dikte van een esdek in kaart te brengen, en om oorspronkelijk hoger gelegen delen die aantrekkelijk, en lagere en daardoor nattere delen van het plangebied die in het verleden minder aantrekkelijk waren voor bewoning te karteren. Vestigia adviseert in dat geval een grid te hanteren van ca. 30 x 40 m (ca. 8 boringen/ha), wat voor het plangebied neerkomt op ca. 19 boringen. Op basis van de bevindingen van het booronderzoek kan dan besloten worden of er nog een vervolgonderzoek door middel van een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk is, en zo ja, voor welke delen van het plangebied. Voorafgaand aan een proefsleuvenonderzoek dient altijd eerst een Programma van Eisen te worden opgesteld dat de goedkeuring behoeft van het bevoegd gezag, de gemeente Venray. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Venray, om op basis van dit rapport en het daarin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van het voortzetten of beëindigen van het onderzoeksproces. Ook nadat het archeologisch onderzoek is afgerond, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst).

Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk om voorafgaande aan de werkzaamheden een werkprotocol toevalsvondsten op te stellen. De uitvoerder van het grondwerk wordt daarmee geïnstrueerd wat te doen bij een dergelijke vondst. Het is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Venray, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

5

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

6

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Onderbouwing advies 1 1.1

Projectomgeving Afbakening plangebied en consequenties toekomstig gebruik

Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft in opdracht van Hendriks Ontwikkeling een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray (kaart 1; afbeelding 1). Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 2,4 hectare, en is momenteel grotendeels in agrarisch gebruik. Binnen het plangebied zal nieuwbouw van woningen plaatsvinden (afbeelding 2). De onderkant fundering komt op ca. 1,2 m -mv; verder zullen ingrepen plkaatsvinden ten behoeve van de aanleg van infrastructuur (wegcunetten, kabels en leidingen, infiltratiekratten etc.).

Afbeelding 2 Verkavelingsschets. Bron: Buro Waalbrug/Hendriks Ontwikkeling.

Gezien de aard van de ingrepen (nieuwbouw van woningen met de bijbehorende infrastructuur) zullen de geplande ingrepen naar verwachting tot in de archeologisch relevante niveaus reiken. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient daarom in kaart gebracht te worden of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. 1.2

Onderzoeksdoel en -methode

Doel van het archeologisch bureauonderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid. Hiertoe is een bureauonderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Vervolgens is een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), protocol 4002 Bureauonderzoek.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

7

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

2 2.1

Beleidskader Wettelijk kader

De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is uitgewerkt in de Monumentenwet 1988 en in de wijziging hierop; de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, 2007). Een deel van de Monumentenwet is per 1 juli 2016 opgegaan in de Erfgoedwet. Het overige deel zal te zijner tijd opgaan in de Omgevingswet. Tot die tijd blijven die artikelen die niet zijn overgegaan naar de Erfgoedwet van kracht zoals ze in de Monumentenwet van 1988 zijn benoemd. De Wamz vormde de implementatie van het Verdrag van Malta dat in 1992 door diverse Europese lidstaten is ondertekend. Hierin wordt gesteld dat het streven is archeologisch erfgoed in de bodem te beschermen en daarmee te behouden. Om dit te kunnen doen moet archeologisch erfgoed ingepast worden in de ruimtelijke ordening. Een ander uitgangspunt is dat indien behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is, de verstoorder onderzoek naar de archeologische waarden moet betalen. In de praktijk zijn dit de kosten voor de archeologische monumentenzorg cyclus (AMZ-cyclus). Met de invoering van de Wamz werden gemeenten verplicht om archeologiebeleid te ontwikkelen omdat artikel 38a van de Monumentenwet 1988 bepaalde dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten.

Met invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008) werd de archeologie definitief verankerd in de ruimtelijke ordening. Bepaald werd dat gemeenten na maximaal 10 jaar een bestemmingsplan moeten herzien of vernieuwen (daarbij rekening houdend met de archeologie op grond van de Monumentenwet 1988). Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) zijn burgemeester en wethouders bevoegd gezag in het kader van de omgevingsvergunning. Op grond van de Ontgrondingen-wet zijn Gedeputeerde Staten bevoegd gezag in het kader van de ontgrondingsvergunning, voor andere gronden dan bij ministeriële regeling aan te wijzen rijkswateren. Ook is de provincie op grond van de Wro bevoegd gezag wanneer sprake is van een Provinciaal Inpassingsplan (PIP). Wanneer sprake is van een Rijksinpassingsplan (RIP) is het rijk bevoegd gezag. Verder is de minister van Infrastructuur en Waterstaat bevoegd gezag ten aanzien van de bodem en oevers van rijkswateren op grond van de Waterwet. Voor werkzaamheden die een wettelijk beschermd archeologisch rijksmonument wijzigen of verstoren, is een vergunning nodig van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verleent deze vergunning namens de minister. 2.2

Gemeentelijk beleid

Het plangebied ligt op de gemeentelijke archeologische beleidskaart 2013 vrijwel geheel in zone Categorie 2: ‘Monumenten van zeer hoge waarde en monumenten die betrekking hebben op de historische kernen’. Hiervoor geldt dat ingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 50 cm -mv onderzoeksplichtig zijn. Het oostelijke deel ligt binnen zone Categorie 4 met een hoge archeologische verwachting. Hiervoor geldt dat ingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 50 cm -mv onderzoeksplichtig zijn. Het bestemmingsplan “Oostrum” (vastgesteld 22-12-2015) volgt de zonering en de vrijstellingsgrenzen van de beleidskaart. Het grootste deel van het plangebied heeft voor zone Categorie 2 op de beleidskaart een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’; de zone Categorie 4 heeft op de plankaart ‘Waarde – Archeologie 4’ gekregen. Voor beide zones zijn zoals vermeld de vrijstellingsgrenzen van de beleidskaart verwerkt in het bestemmingsplan.1

1

Ruimtelijkeplannen.nl ; NL.IMRO.0984.BP14014-va01.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

8

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Afbeelding 3 Uitsnede gemeentelijke archeologische beleidskaart (2013).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

9

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

3

Verwachtingsmodel

3.1

Natuurlijk landschap

Het plangebied bevindt zich direct aan de noordoostrand van de oude kern van Oostrum, op een hoogte van ongeveer 19,5 m boven NAP in het noordelijk deel van het plangebied, tot ongeveer 21 m boven NAP in het zuidwesten (Afbeelding 4).

Afbeelding 4 Het Plangebied in rood afgebeeld op het AHN3 50cm grid. Bron: ahn.nl

Oostrum ligt in het Zuid-Nederlandse dekzandgebied, direct ten noordwesten van de Oostrumse beek. Dit gebied kenmerkt zich door de aanwezigheid van een (maximaal 2 meter dik) dekzanddek met daaronder fluvioperiglaciale afzettingen (onder invloed van water (her)afgezet materiaal in het niet door ijs bedekte landschap).2 Het dekzand is afgezet in de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 117.000 tot 11.650 jaar geleden). In dit tijdvak was Nederland weliswaar niet bedekt onder landijs, maar was er wel sprake van een poolwoestijn. De weinige neerslag in combinatie met de lage temperaturen zorgden ervoor dat er vrijwel geen vegetatie meer aanwezig was. De wind had hierdoor vrij spel om zand te eroderen en af te zetten. Het zand dat werd afgezet wordt dekzand genoemd.3 Tijdens kortere warmere perioden werden tussen deze dekzanden vaak leemlagen gevormd. Soms werd er veen gevormd of kon bodemvorming optreden; de Laag van Usselo uit het Allerød interstadiaal (rond 9000 voor Chr.) is hiervan een duidelijk voorbeeld. Aan het begin van het Holoceen (circa 10.000 jaar geleden tot heden) werden de dekzandafzettingen geleidelijk aan vastgelegd door de opkomende vegetatie. Tijdens het Neolithicum zorgde een stijging van het grondwater in de stroomafwaartse delen van de Limburgse beken voor een stagnatie van de afvoer, waardoor plaatselijk veen kon ontstaan. Op de

2

Beide worden ondergebracht in de Formatie van Boxtel. TNO-GDN 2022.

3

De Mulder et al. 2003.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

10

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

paleogeografische landschapsreconstructie van Vos/De Vries 2013 ligt het plangebied op de rand van het beekdal van de Oostrumse beek. Onbekend is of zich binnen het plangebied ook veen heeft kunnen ontwikkelen, of dat deze natte zone net buiten het plangebied valt, aan de zuidoostkant. Het laatste duidelijk aanwezige landschapsvormende proces is verstuiving. Door het afplaggen van heide, met name tijdens de Middeleeuwen, kwam het dekzand plaatselijk braak te liggen. Doordat de wind vat kreeg op het zand, ontstonden plaatselijk stuifzandopeenhopingen, die gerekend worden tot het Laagpakket van Kootwijk (Formatie van Boxtel).4 Het gebied is in het kader van de landelijke geomorfologische kartering nauwelijks in de kartering opgenomen (zie kaart 3); slechts een klein deel in het oosten is gekarteerd als ‘beekdalbodem’. Op basis van de in de directe omgeving voorkomende eenheden en het algemene maaiveldhoogteverloop is aan te nemen dat ook de verder naar het westen en noorden gekarteerde dekzandwelvingen tot binnen het plangebied voorkomen. Op de bodemkaart (kaart 4) zijn hoge zwarte enkeerdgronden gekarteerd. Dit zijn meestal oude bouwlanden (essen) die vanaf circa 1300 na Chr.

(Late Middeleeuwen) in diverse delen in Nederland zijn ontstaan door een langdurig proces van bemesting door middel van plaggen uit de zogenaamde potstal waarin het vee verbleef en waarin hun mest werd opgevangen op plaggen die uit het omringende land werden gestoken. Na verloop van tijd werden de bemeste plaggen als mest op de akkers opgebracht. Doordat heideplaggen nog zand van de ondergrond bevatten, wordt de akker in de loop der tijd verhoogd met een dik humeus cultuurdek dat varieert tussen de 0,5 en 1,50 meter. Omdat men in Zuid-Nederland het eerste met plaggenbemesting is begonnen5, zijn daar de essen over het algemeen het dikst. In de perioden voorafgaand aan plaggendekken werd ter bemesting alleen organisch materiaal gebruikt. Dit vergaat geheel en resulteert dus niet in een dik cultuurdek. De veel voorkomende karakteristieke bolle akkervorm ontstaat door het ploegen vanuit het midden met een vast raster. Daardoor valt de grond steeds naar dezelfde zijde en wordt steeds verder (en hoger) naar het midden verplaatst.6 Mogelijk zijn van een dergelijke ophoging nog resten aanwezig in het zuiden en oosten van het plangebied (zie daarvoor ook Afbeelding 4).

Voorafgaand aan de landelijke bodemkartering op schaal 1:50.000, is voor het toenmalige grondgebied van de gemeente Venray een meer gedetailleerde kartering uitgevoerd op schaal 1:25.0007, waarbij voor het plangebied een verdere onderverdeling in de bodemtypen zichtbaar is (kaart 5). De lemige bouwlandgronden binnen het gebied werden ten tijde van de kartering gekenmerkt door een humeus cultuurdek van 50 tot 70 cm dikte. De in het centrale deel van het gebied voorkomende droge oude bouwlandgronden hadden destijds een cultuurdek van 70 tot 100 cm dikte. In het noorden en net buiten de plangrens in het zuiden werden oude beekdalgronden gekarteerd: deze gronden bezaten een cultuurdek dunner dan 50 cm, waren vochtiger dan de oude bouwlandgronden en bezaten roestvlekken in het profiel. Mogelijk zijn deze onderverdelingen door de schaalwijziging niet op de landelijke kartering terechtgekomen en zijn ze nu nog in de ondergrond van het plangebied herkenbaar; het is echter ook mogelijk dat door latere bodemingrepen deze verschillende eenheden niet, of niet meer overal, als zodanig herkenbaar of aanwezig zijn binnen het plangebied.

3.2

Historisch landschap

Historisch-geografische ontwikkeling De oorsprong van de dorpskern van Oostrum gaat in elk geval terug tot de Late Middeleeuwen. De naam Oostrum wordt voor het eerst gebruikt rond 1200. Rond 1400 werd een eenbeukige kerk gebouwd ter vervanging van een 13e eeuwse voorganger of kapel. Deze kerk ligt op minder dan 75 m ten zuidwesten van het plangebied.8 Rond 1350 begon de devotie voor Onze-Lieve-Vrouw-Behoudenis der Kranken. Oostrum

4

De Mulder et al. 2003; Schokker 2003.

5

Zie o.m. Spek 2004, 965.

6

Van Doesburg et al 2007.

7

Van Nispen Tot Pannerden 1955.

8

Rijksmonument 37228.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

11

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

werd daarmee een bekend bedevaartsoord. De kerk werd pas afgebouwd met een toren in 1888. In de jaren 30 van de vorige eeuw volgde een grote aanbouw. In de kerk bevindt zich een 15 e eeuws Maria beeld. Voor de historisch-geografische gegevens is gebruik gemaakt van de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) voor de kadastrale minuut 1811-1832,9 en van de website Topotijdreis voor de topografische kaarten vanaf 1815 tot aan heden.10 Op de Kadastrale Minuut van 1811-1832 is er al sprake van bebouwing binnen het plangebied, aan de zuidwestzijde langs de Geijsterseweg en aan de noordzijde langs de Van Broekhuizenstraat (afbeelding 5). De in dit rapport niet afgebeelde Tranchot kaart uit het begin van de 19 e eeuw is wat vlekkerig, maar lijkt op de zelfde locaties bebouwing te hebben, wat overeenkomt met de topografische kaart van 1843 (afbeelding 6). In de jaren 90 van de 19e eeuw wordt de spoorlijn aangelegd ten westen van Oostrum, maar voor het plangebied is het beeld nog het zelfde (afbeelding 7). Rond de jaren 60 van de vorige eeuw verdwijnt de bebouwing langs de noordrand van het plangebied en in de uiterste zuidpunt. De bebouwing concentreert zich vanaf dat moment alleen in de zuidwest punt, bij de huisplaats van de Geijsterseweg 2 (afbeelding 8 t/m 10).

Volgens de BAG viewer dateert het hoofdgebouw uit 1948, met een tweetal schuren uit respectievelijk 1968 (noordelijke schuur) en 1930 (zuidelijke schuur). Historische situatie en mogelijke verstoringen Binnen het plangebied lijkt geen sprake van grootschalige verstoringen, los van het gebruik als erf rond de Geijsterseweg nr. 2. Mogelijk dat het agrarisch gebruik tot verstoring heeft geleid vanwege ploegen e.d. De beleidskaart uit 2007 bevatte een Kaartbijlage 7, “Gegevens m.b.t. bodemverstoring en uitgevoerde onderzoeken”, met o.a. de locaties van ontgrondingen, stortplaatsen etc. Binnen het plangebied zijn geen van dergelijke verstoringen binnen het plangebied aangegeven, wat overeenkomt met het kaartbeeld van de beschikbare topografische kaarten.. Op de viewer van de provincie Limburg staan ook geen ontgrondingen of de aanwezigheid van vroegere stortplaatsen e.d. aangegeven. Voor informatie omtrent bekende verstoringen zoals saneringen en dergelijke is verder nog de website van het Bodemloket geraadpleegd.11 Hier staan geen gegevens omtrent het plangebied. Verder is de digitale verstoringsbronnenkaart van de RCE geraadpleegd. 12 Binnen het plangebied is geen bijzondere informatie weergegeven.

9

http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/.

10

http://topotijdreis.nl/.

11

http://bodemloket.nl/.

12

https://archeologieinnederland.nl/verstoringsbronnenkaart.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

12

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Afbeelding 5 Uitsnede Kadasterkaart 1811-1832 minuutplan Venray, Limburg, sectie E, blad 02 (MIN11117E02). Het plangebied in paars aangegeven. Bron: RCE.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

13

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Afbeelding 6 Ligging plangebied op de topografische kaart van 1843. Bron: Topotijdreis.

Afbeelding 7 Ligging plangebied op de topografische kaart van 1899. Bron: Topotijdreis.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

14

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Afbeelding 8 Ligging plangebied op de topografische kaart van 1962. Bron: Topotijdreis.

Afbeelding 9 Ligging plangebied op de topografische kaart van 1988. Bron: Topotijdreis.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

15

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Afbeelding 10 Ligging plangebied op de topografische kaart van 2009. Bron: Topotijdreis.

3.3

Bouwhistorische waarden

Voor de inventarisatie van bouwhistorische waarden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • het rijksmonumentenregister;13 • de Erfgoedkaart Limburg;14 • de objecten uit de database van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP); 15 • de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). 16 • De lijst van gemeentelijke monumenten in Venray.17 • CultGIS-bestanden; • kaart van beschermde stads- en dorpsgezichten; • kaart van wederopbouwgebieden en –monumenten; • kaart van buitenplaatsen; • Indicatieve Kaart Militair erfgoed (IKME); • historisch kaartmateriaal (Bonnenbladen / kadastrale minuutplans 1832); • de kadastrale minuut 1811-1832; Er bevinden zich geen gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten, complexen van provinciaal cultuurhistorisch belang of MIP-objecten binnen het plangebied. Op de Erfgoedkaart van de provincie Limburg zijn binnen het plangebied geen aanvullende bouwhistorische waarden geïnventariseerd.

13

https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/.

14

https://erfgoedkaartlimburg.nl/

15

https://cultureelerfgoed.nl/node/1423.

16

https://bagviewer.kadaster.nl/.

17

https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_gemeentelijke_monumenten_in_Venray.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

16

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Op de kadastrale minuut 1811-1832 is het plangebied zoals vermeld plaatselijk reeds bebouwd; De bestaande bebouwing dateert volgens de BAG viewer uit 1930, 1948 en 1968. De bebouwing vertegenwoordigt geen vastgestelde cultuurhistorische waarde, en heeft geen monumentale status. 3.4

Archeologische waarden

Voor de archeologische gegevens omtrent het onderhavige plangebied is het Archeologisch Informatiesysteem (Archis) geraadpleegd, dat alle geregistreerde archeologische monumenten, onderzoeken, en vondstlocaties bevat. Archeologische monumenten zijn terreinen met een (hoge/zeer hoge) archeologische waarde, die ofwel fysiek (wettelijk en juridisch) beschermd worden, ofwel een planologische bescherming hebben waarbij in het bestemmingsplan voorschriften voor het gebruik zijn opgenomen. In Archis zijn vondstlocaties locaties waar archeologische vondsten zijn gedaan. Deze zijn al dan niet gekoppeld aan een archeologisch onderzoek. Het plangebied bevindt zich deels binnen een archeologisch monument (Kaart 6, tabel 1). Binnen een straal van 400 m bevindt zich nog een Rijksbeschermd archeologisch monument. AMK monumentnr Waarde 1514 Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd

Complex

Datering

Toponiem

Opmerking

Motte/kasteelheuvel

Late Middeleeuwen

Spralandweg

Mottekasteel Late Middeleeuwen.

16269 Terrein van hoge Nederzetting Late Oostrum Dorpskern archeologische Middeleeuwen/ Oostrum waarde Nieuwe tijd Tabel 1 In Archis geregistreerde monumenten binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied. Bron: RCE/Archis3.

Het plangebied ligt aan de zuidwestzijde binnen de begrenzing van een archeologisch monument; AMKterrein 16269. Het betreft de oude dorpskern van Oostrum. De toelichting vermeldt: ”De historie is terug te voeren tot minimaal 1200 toen de naam Oostrum reeds in de geschiedkundige stukken voor kwam. Rond het jaar 1400 werd een eenbeukige kerk gebouwd, ter vervanging van een 13de eeuwse voorganger.” Ca. 400 m ten oosten van het plangebied ligt het AMK-terrein 1514. Het betreft een terrein met resten van een mottekasteel uit de Late Middeleeuwen. “Het gaat om het (oorspronkelijk motte)kasteel Huis Spra(e)lant, dat in oorkonden uit 1257 en 1465 wordt genoemd. Het kasteel werd in 1450 verwoest. Het monument omvat de kasteelheuvel en de verlande, maar nog zichtbare grachten. Er is ook sprake van buiten de gracht gelegen wallen. Aan de oostzijde van het perceel stroomt de Oostrumse Beek, die in het verleden vermoedelijk de grachten voedde. De heuvel is nog ten minste 2 m hoog. Uit een boring in de top van de heuvel bleek dat zich vanaf circa 30 cm onder maaiveld duidelijke archeologische resten bevinden; de boring moest op 40 cm diepte worden gestaakt vanwege een ondoordringbare puinlaag. Enkele gutsboringen toonden aan dat de oorspronkelijk bodem van de omgrachting op ongeveer 1 meter onder huidig maaiveld ligt.

Het monument is aangetast door spelende kinderen (kuilen over het hele terrein); ook de top van de heuvel is vergraven (was reeds in 2000 het geval). Door het westelijk gedeelte van het monument stroomt een beekje dat zich ter hoogte van het kasteelterrein afsplitst van de Oostrumse Beek. Op de beschikbare kaarten staat de waterloop nog aangegeven als een vrij recht stroompje. Vrij onlangs werd de loop verlegd: de beek heeft een "natuurlijk" (meanderend) verloop gekregen. Daarenboven zijn er drassige oeverzones ingericht. Voor deze ingreep is geen vergunning ingevolge de Monumentenwet afgegeven; er is dus sprake van een overtreding. In het kader van het AMR-project werd het monument op 5 augustus 2003 en op 23 maart 2004 bezocht.” Binnen een straal van 500 m rondom het plangebied zijn vijf vondstlocaties bekend, waarvan geen binnen de begrenzing van het plangebied valt (Tabel 2).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

17

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Archis3 ZaakID

Toponiem

Vondsten / sporen

2404730100 Geystersweg

Datering

X (RD)

Y (RD)

(NTV - XXX)

198982

393891

199100

394100

keramiek; aardewerk, gedraaid

NTV - NTV

leisteen; onbekend

XXX - XXX

bouwaardewerk; baksteen

XXX - XXX

2864658100

(NEOVB - NEOLB)

2879619100 Kasteel Spraeland, Spraelant

vuursteen; bijl

NEOVB - NEOLB

(geen vondstdata in Archis3)

(-)

199410

393830

(NEOVB - NEOLB)

199070

393470

199070

393470

2790501100 To Nestle vuursteen; bijl 2723700100 T O Nestle

NEOVB - NEOLB (NEOVB - NEOLB)

vuursteen; bijl

NEOVB - NEOLB

Tabel 2 In Archis geregistreerde vondstlocaties binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied. Bron: RCE/Archis3.

Ten noorden van de Geijsterseweg is een losse vondst gedaan van een vuurstenen bijl uit het Neolithicum (Zaak ID 2864658100). Bij de Geijsterseweg zijn tijdens een proefsleuvenonderzoek diverse vondsten gedaan van bewoningsresten uit de Nieuwe tijd in de vorm van aardewerk, baksteen en leisteen (Zaak ID 2404730100). Vondstlocatie 2879619100 houdt verband met het AMK-terrein met het mottekasteel Spraeland, ten oosten van het plangebied. Vondstlocatie Zaak ID 2790501100 ligt ten zuidoosten van het plangebied. De vondstlocaties 2790501100 en 272300100 zijn op de zelfde locatie geregistreerd in Archis. In beide gevallen gaat het om vuurstenen bijlen uit het Neolithicum, gevonden tijdens veldkarteringen. De locatie is waarschijnlijk globaal aangegeven. Binnen een straal van 500 meter zijn veertien onderzoeken in Archis3 geregistreerd (tabel 3). Het betreft twee bureauonderzoeken, elf booronderzoeken en een proefsleuvenonderzoek. Archis3 ZaakID

Archis2 OMG Jaar Type onderzoek

Plaats

X (RD) Y (RD)

Oostrum

199214

393291

Oostrum

Oostrum

199161

393521

22503 2007 Booronderzoek

Stationsweg

Oostrum

198200

393639

2237247100

34124 2009 Booronderzoek

Wester Thienweg Geurts

Oostrum

198160

393975

2339712100

48186 2011 Booronderzoek

Oostrum

198980

393810

2387868100

54425 2012 Booronderzoek

Oostrum

198634

393657

2404730100

56660 2013 Proefsleuven

Oostrum

198984

393891

2098049100

14288 2005 Bureauonderzoek

2105962100

15435 2004 Booronderzoek

2155761100

Toponiem

Geijstersweg

3984945100 n.v.t.

2016 Booronderzoek

Oostrum

198818

393835

4015667100 n.v.t.

2016 Bureauonderzoek

Venray

199182

392607

4578991100 n.v.t.

2017 Booronderzoek

Venray

197704

392582

4992552100 n.v.t.

2021 Booronderzoek

Oostrum

198983

393864

5119835100 n.v.t.

2021 Booronderzoek

Beesel

205487

386492

5157784100 n.v.t.

2022 Booronderzoek

Oostrum

198537

393463

5196218100 n.v.t.

2022 Booronderzoek

Oostrum

199009

393804

Tabel 3 In Archis geregistreerde onderzoeken binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied. Bron: RCE/Archis3.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

18

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Het plangebied valt binnen de begrenzing van een booronderzoek uit 2021 met Zaak ID 5119835100. In Archis is nog geen rapport of eerste bevindingen gedeponeerd. De toelichting vermeldt dat het gaat om het project Maaslijn, een lang tracé tussen Molenhoek en Roermond. •

•

Zaak ID 2387868100 is het meest dichtbijzijnde onderzoek aan de westzijde van het plangebied. Het gaat om een booronderzoek uit 2012. Het plangebied bleek diep verstoord, waarna geen vervolg is geadviseerd. Zaak ID 2105962100 ligt ten zuidoosten van het plangebied. Hier is in 2004 een booronderzoek uitgevoerd. Er is geen rapport beschikbaar maar een korte toelichting vermeldt dat binnen het plangebied “vondsten kunnen worden aangetroffen vanaf het Mesolithicum tot de NT. Binnen het plangebied is ook nog een Neolithische bijl gevonden. In het plangebied kunnen prehistorische resten gevonden worden uit de top van het dekzand (B+C-horizont). In het esdek kunnen resten worden gevonden van de ME tot NT”.

Aan de noordzijde van de Geijsterseweg zijn tussen de Geijsterseweg en de Van Broekhuizenstraat vijf onderzoeken uitgevoerd. • Zaak ID 3984945100: een booronderzoek uit 2016. Tijdens het onderzoek zijn de verwachte hoge zwarte enkeerdgronden niet aangetroffen. “De E- en B-horizonten zijn verstoord en opgenomen in de bovenliggende A-horizont. Er is sprake van een A-C profiel. Het aanwezige veenpakket in de boringen 2, 3 en 4 geeft aan dat het hele oostelijke deel van het plangebied nog lang onderdeel was van het veengebied (Oostrumse heide) en het plangebied zodoende aan de randzone lag van de in ontginning gebrachte gronden behorende tot de bewoningskern van Oostrum. De verwachtingen uit het gespecificeerde verwachtingsmodel voor de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen kunnen als gevolg hiervan naar laag worden bijgesteld. Op basis van het hierboven gelegen geroerde pakket kan worden gesteld dat ook de hoge verwachting vanaf de middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd naar laag kan worden bijgesteld. Eventuele archeologische resten, indien deze al aanwezig zijn, zullen dus hooguit ex situ worden aangetroffen. Derhalve wordt geadviseerd dat verder archeologisch onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht.” • Zaak ID 4992552100: een booronderzoek uit 2021. In Archis of het E-depot is nog geen rapport gedeponeerd. Ook zijn er geen 1e bevindingen in Archis aangemeld.

• Zaak ID 5196218100: een booronderzoek uit 2022. Er is nog geen rapport maar de 1e bevindingen zijn vrij uitgebreid. “Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een AC-bodemprofiel. Op basis van de boringen blijkt dat het plangebied in een natte omgeving ligt en daarmee niet aantrekkelijk was voor bewoning. Op basis van de landschappelijke ligging (natte omstandigheden) worden er geen archeologische sporen meer verwacht in het plangebied uit de periode laat-paleolithicum vroege middeleeuwen. Om deze reden wordt de kans op het aantreffen van archeologische resten laag geacht voor deze perioden. Echter gezien de ligging van het noordelijk deel van plangebied dat tot medio 20e eeuw in een U-vormig waterlichaam lag, een mogelijk restant van een omgrachting, en daarmee direct nabij de mogelijke ligging van een moated site, blijft de hoge verwachting voor de periode volle middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd gehandhaafd. Een veldonderzoek middels boringen is geen geschikte methode voor het opsporen van dieper in gegraven heterogeen verdeelde sporen, zoals muren en funderingsresten. Om deze redenen wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek noodzakelijk geacht.

Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats.” • Zaak ID 2339712100: een booronderzoek uit 2011. Het rapport vermeldt: “Uit het verrichte onderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied grotendeels matig tot sterk verstoord is en dat onder de bestaande varkensstallen de oorspronkelijke bodem zelfs helemaal is verdwenen. Alleen binnen deelgebied 4 is de bodem nog vrijwel intact. In tegenstelling tot de verwachting zijn er geen aaneengesloten hoge zwarte enkeerdgronden (esdekken) aangetroffen. Evenmin zijn er tijdens de boorwerkzaamheden binnen alle vijf de deelgebieden archeologische indicatoren gevonden die wijzen op de aanwezigheid van archeologische resten. De resultaten van het onderzoek geven derhalve geen aanleiding om voor het plangebied archeologisch vervolgonderzoek te adviseren met uitzondering van het westelijke deel van deelgebied 1 en het

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

19

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

•

noordwestelijke deel van deelgebied 2 (zie figuur 25). Hiervoor blijft een middelhoge verwachting gelden met betrekking tot behoudenswaardige archeologische resten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd.” Op basis van deze bevindingen is een archeologische begeleiding of proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Zaak ID 2404730100: een proefsleuvenonderzoek uit 2013, als vervolg op het hiervoor genoemde booronderzoek uit 2011. Het rapport vermeldt: “Tijdens het proefsleuvenonderzoek is in het zuidwesten van het plangebied een waterput aangetroffen, die gedateerd kan worden in de late Middeleeuwen of in de Nieuwe tijd. Er zijn geen andere behoudenswaardige sporen aangetroffen. De aangetroffen vindplaats (waterput) is in overleg met het bevoegde gezag (gemeente Venray) behoudenswaardig bevonden. Er wordt na overleg met het bevoegd gezag (gemeente Venray) geadviseerd om de vindplaats in situ te behouden. Dat betekent dat het zuidoostelijke deel van het plangebied een dubbelbestemming archeologie behoudt. De rest van het plangebied (inclusief de bouwblokken) kan vrijgegeven worden wat betreft archeologie.”

Op basis van deze spaarzame vondsten en onderzoeken is er geen aanleiding om de archeologische verwachting (middelhoog tot voor alle perioden tot aan de Late Middeleeuwen, hoog voor de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd) naar boven of beneden bij te stellen. 3.5

Tweede Wereldoorlog

Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) ligt het plangebied niet binnen een gebied met een verhoogde kans op het aantreffen van ondergronds en bovengronds militair erfgoed. Het plangebied lag net buiten het operatieterrein van de grote tankslag bij Overloon en de bevrijding van Venray in oktober 1944. Wel bestaat voor het plangebied een algemene verwachting voor resten van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen. Hier zijn echter geen concrete aanwijzingen voor.18 In het verliesregister van de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 staan vier crashes geregistreerd met het toponiem Oostrum. De kans lijkt klein dat binnen het plangebied sprake is van een vliegtuigcrash/-wrak.19 Op de site met crashes van V1/V2 raketten zijn geen inslagen bekend in en rondom Oostrum. 20 GLO

Day / Night

T2385

25/26 May ‘43

T2556

22/23 Jun ‘43

T3450A T4980

Time Location

Aircraft

Unit

124 Crashed in 'Geysterense bossen' 500 m sw of the Wellington Rosmolen near Oostrum

431 Sqdn

210 Crashed 1 km nne of Oostrum Municipality Venray

Stirling

75 Sqdn

22 Feb ‘44

1340 Crashed between Oostrum and Venray

B-17

384BG/547BS

1 Jan ‘45

1015 Crashed ne of Oostrum

Fw 190

5./JG 6

Tabel 4 Vliegtuigcrashes tijdens de Tweede Wereldoorlog in de buurt van Oostrum. Bron: SGLO.

3.6

Gespecificeerde archeologische verwachting

Op basis van de beschikbare landschappelijke en archeologische gegevens geldt voor het gehele plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor resten vanaf de vroege prehistorie tot aan de Late Middeleeuwen. Mogelijk dat het plangebied in de periode tussen het Neolithicum en de Late Middeleeuwen met veen overgroeid is; in dat geval heeft het plangebied voor die periode een lage archeologische verwachting. Het plangebied heeft vanwege de ligging in het historisch bebouwingslint van Oostrum, op korte afstand van de oude kerk, een hoge archeologische verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Op basis van het beschikbare kaartmateriaal is er in ieder geval al sprake van

18

http://ikme.nl/.

19

https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/zz.php.

20

http://www.vergeltungswaffen.nl/.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

20

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

bebouwing op de Kadasterkaart 1811-1832, wat vaak een indicatie is van een oude kern met eerdere bewoning op die locatie. De gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied kan puntsgewijs als volgt worden samengevat: 1. Datering Binnen het plangebied kunnen de volgende archeologische resten worden aangetroffen: Voor het plangebied geldt een middelhoge tot archeologische verwachting op het aantreffen van resten van bewoning en menselijke activiteit uit de periode vanaf de vroege prehistorie (LaatPaleolithicum/Neolithicum/Bronstijd) tot aan de Late Middeleeuwen; een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd, in ieder geval vanaf 1811-1832. een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van resten van een agrarisch cultuurlandschap uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. 2. -

Complextype Semi-permanente nederzetting/jachtkampje (Paleolithicum/Mesolithicum) Nederzetting (Neolithicum, Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd) Agrarisch cultuurlandschap (Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd)

3. -

Omvang Tijdelijke jachtkampjes kunnen een omvang hebben van tientallen vierkante meters of groter; Huisplaats Neolithicum, Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd: ca. 50-2000 m2 Agrarisch cultuurlandschap: resten van verkavelingssloten/percelering kunnen binnen het hele plangebied worden aangetroffen.

4. -

Diepteligging Jachtkampjes: eventuele sporen zijn ondiep, en kunnen direct vanaf het maaiveld worden aangetroffen, of op de overgang tussen een mogelijk esdek en de top van het dekzand. Nederzetting: eventuele resten uit het Neolithicum tot de Late Middeleeuwen kunnen direct vanaf het maaiveld worden aangetroffen, of op de overgang tussen een mogelijk esdek en de top van het dekzand. Resten uit deze perioden kunnen ook diepere sporen bevatten die ook bij een dikkere bouwvoor nog bewaard zijn gebleven.

5. Gaafheid, conservering De conservering van organisch materiaal is waarschijnlijk alleen redelijk tot goed in diepe sporen. 6. Locatie Archeologische resten kunnen binnen het hele plangebied worden aangetroffen. Binnen het plangebied is in ieder geval sprake van bebouwing aan het begin van de 19e eeuw aan de noord en zuid/zuidwestzijde van het plangebied. 7. -

-

8.

Uiterlijke kenmerken Jachtkampjes: sporen van haardkuilen, vuursteen concentraties. Nederzetting: voor Neolithicum een spreiding van vondstmateriaal zoals aardewerk, dierlijk bot, bewerkt vuur-/natuursteen, en sporen zoals (verkavelings)greppels, paalgaten en afvalkuilen. eventueel voor de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd aangevuld met periode specifiek keramiek (aardewerk/steengoed/porselein) en bouwmateriaal (baksteen/dakpan), metaal, glas, natuursteen. Organische materialen, zoals leer, bewerkt of constructiehout, en textiel zijn waarschijnlijk alleen in diepe sporen goed bewaard gebleven. Bebouwing Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd: sporen/vondsten als bovenstaand bij nederzetting, mogelijk aangevuld met resten van stenen kelders, vloeren, funderingen etc. Mogelijke verstoringen

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

21

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Binnen het plangebied zijn geen grootschalige verstoringen gekarteerd. 9. Bedreiging van eventueel aanwezige archeologische waarden Binnen het plangebied is sprake van nieuwbouw van woningen met bijbehorende infrastructuur (wegen, K&L etc.).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

22

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

4

Advies vervolgonderzoek

Voor gebieden met een hoge/zeer archeologische verwachting ten gevolge van de ligging in een historisch bebouwingslint is doorgaans een proefsleuvenonderzoek de meest aangewezen prospectiemethode. Dit geldt temeer als er ook sprake is van een conserverend esdek waaronder eventuele resten uit de periode tot aan de Late Middeleeuwen goed bewaard kunnen zijn gebleven. Een tussenstap zou kunnen zijn om eerst door middel van een verkennend booronderzoek een (paleo)landschappelijke reconstructie van het plangebied op te stellen om het verwachtingsmodel te toetsen en aan te vullen. Het gaat dan met name om de eventuele aanwezigheid en dikte van een esdek in kaart te brengen, en om oorspronkelijk hoger gelegen delen die aantrekkelijk, en lagere en daardoor nattere delen van het plangebied die in het verleden minder aantrekkelijk waren voor bewoning te karteren. Vestigia adviseert in dat geval een grid te hanteren van ca. 30 x 40 m (ca. 8 boringen/ha), wat voor het plangebied neerkomt op ca. 19 boringen. Op basis van de bevindingen van het booronderzoek kan dan besloten worden of er nog een vervolgonderzoek door middel van een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk is, en zo ja, voor welke delen van het plangebied. Voorafgaand aan een proefsleuvenonderzoek dient altijd eerst een Programma van Eisen te worden opgesteld dat de goedkeuring behoeft van het bevoegd gezag, de gemeente Venray.

Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Venray, om op basis van dit rapport en het daarin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van het voortzetten of beëindigen van het onderzoeksproces. Ook nadat het archeologisch onderzoek is afgerond, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk om voorafgaande aan de werkzaamheden een werkprotocol toevalsvondsten op te stellen. De uitvoerder van het grondwerk wordt daarmee geïnstrueerd wat te doen bij een dergelijke vondst. Het is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Venray, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

23

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Literatuur BAKKER, H. DE/A.W. EDELMAN-VLAM, 1976: De Nederlandse bodem in kleur, Wageningen (Stichting voor Bodemkartering). BAKKER, H. DE/J. SCHELLING, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus, Wageningen (Staring Centrum). BERENDSEN, H.J.A., 1997: Landschappelijk Nederland, Assen. BROUWER, F./M.M. VAN DER WERFF, 2012: Vergraven gronden: Inventarisatie van ‘diepe’ grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen, Wageningen (Alterra-rapport 2336). CENTRAAL COLLEGE VAN DESKUNDIGEN ARCHEOLOGIE, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Gouda: http://sikb.nl/archeologie/richtlijnen/brl-4000. DOESBURG, J. VAN/M. DE BOER/J. DEEBEN/ B.J. GROENEWOUDT/T. DE GROOT, 2007: Essen in zicht; essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid, Amersfoort (RACM). MULDER, E.F.J. DE/M.C. GELUK/I.L. RITSEMA/W.E. WESTERHOFF/TH.E. WONG, 2003: De ondergrond van Nederland, Groningen/Houten. NISPEN TOT PANNERDEN, J.E.M. VAN, 1955: De bodemgesteldheid van de gemeente Venray, Wageningen (Stichting voor Bodemkartering, rapport 414). SCHOKKER, J. , 2003: Patterns and processes in a Pleistocene fluvio-aeolian environment. Roer Valley Graben, south-eastern Netherlands, Utrecht (Nederlandse Geografische Studies 314). STIBOKA, 1968: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50000. Toelichting bij kaartblad 52 West Venlo, Wageningen (Stichting Bodemkartering).

SPEK, T., 2004: Het Drentse esdorpenlandschap, Een historisch-geografische studie, Utrecht / Wageningen. TNO-GDN, 2022: Formatie van Boxtel. In: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, TNO – Geologische Dienst Nederland. Geraadpleegd op 13-04-2022 op http://www.dinoloket.nl/stratigrafischenomenclator/formatie-van-boxtel. VOS, P. & S. DE VRIES, 2013. 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0), Utrecht. WESTERHOFF, W.E./T.E. WONG/E.F.J. DE MULDER, 2003: Opbouw van de ondergrond – Opbouw van het Neogeen en Kwartair, in: E.F.J. de Mulder/M.C. Geluk/I.L. Ritsema/W.E. Westerhoff/T.E. Wong (red.), De ondergrond van Nederland, Houten.

Digitale bronnen -

ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND: https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ ARCHEOLOGISCH INFORMATIESYSTEEM (ARCHIS): https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login BEELDBANK RIJKSDIENST VOOR HET CULTUREEL ERFGOED: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ BODEMLOKET: http://www.bodemloket.nl/ DINOLOKET: https://www.dinoloket.nl/ GEHEUGEN VAN NEDERLAND: https://www.geheugenvannederland.nl/ KADASTER, BASISREGISTRATIES ADRESSEN EN GEBOUWEN (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl/ KADASTER, TIJDREIS OVER 200 JAAR TOPOGRAFIE: http://topotijdreis.nl/ RIJKSMONUMENTENREGISTER: https://cultureelerfgoed.nl/monumentenregister RUIMTELIJKE PLANNEN: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ VERSTORINGSBRONNENKAART: https://archeologieinnederland.nl/verstoringsbronnenkaart

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

24

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Lijst van afbeeldingen, bijlagen en kaarten Afbeeldingen Afbeelding 1 Luchtfoto van het plangebied. Bron: PDOK. ................................................................................ 4 Afbeelding 2 Verkavelingsschets. Bron: Buro Waalbrug/Hendriks Ontwikkeling. ............................................ 7 Afbeelding 3 Uitsnede gemeentelijke archeologische beleidskaart (2013). ..................................................... 9 Afbeelding 4 Het Plangebied in rood afgebeeld op het AHN3 50cm grid. Bron: ahn.nl .................................. 10 Afbeelding 5 Uitsnede Kadasterkaart 1811-1832 minuutplan Venray, Limburg, sectie E, blad 02 ................. 13 Afbeelding 6 Ligging plangebied op de topografische kaart van 1843. Bron: Topotijdreis. ............................ 14 Afbeelding 7 Ligging plangebied op de topografische kaart van 1899. Bron: Topotijdreis. ............................ 14 Afbeelding 8 Ligging plangebied op de topografische kaart van 1962. Bron: Topotijdreis. ............................ 15 Afbeelding 9 Ligging plangebied op de topografische kaart van 1988. Bron: Topotijdreis. ............................ 15 Afbeelding 10 Ligging plangebied op de topografische kaart van 2009. Bron: Topotijdreis. .......................... 16

Tabellen Tabel 1 In Archis geregistreerde monumenten binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied. Bron: RCE/Archis3. .......................................................................................................................................... 17 Tabel 2 In Archis geregistreerde vondstlocaties binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied. Bron: RCE/Archis3. .......................................................................................................................................... 18 Tabel 3 In Archis geregistreerde onderzoeken binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied. Bron: RCE/Archis3. .......................................................................................................................................... 18 Tabel 4 Vliegtuigcrashes tijdens de Tweede Wereldoorlog in de buurt van Oostrum. Bron: SGLO. ............... 20 Bijlagen Bijlage 1:

Overzicht van archeologische en geologische perioden

Kaarten Kaart 1: Kaart 2: Kaart 3: Kaart 4: Kaart 5: Kaart 6:

Ligging plangebied Geologie Geomorfologie Bodem Bodem (detail) AMK en Archis3

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

25

V22-5056: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Geijsterseweg te Oostrum, gemeente Venray

Bijlage 1

Overzicht van archeologische en geologische perioden

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2292, definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2022

26

KAART 1 - LIGGING PLANGEBIED LEGENDA Plangrens

N210

Project: Rapport: Datum: Bron:

Tekenaar:

V22-5056: Geijsterseweg 2 te Oostrum, gemeente Venray V2292 April 2022 Opentopo, CC-BY 4.0 J.W. van Aalst, www.opentopo.nl

RS

KAART 2 - NATUURLIJK LANDSCHAP; GEOLOGIE LEGENDA Plangrens Geologie (Lp. = Laagpakket; Walcheren/Wormer = Formatie van Naaldwijk; Hollandveen = Formatie van Nieuwkoop) Formatie van Boxtel: Dekzand (Laagpakket v. Wierden) dikker dan 2 m

F. v. Boxtel: Dekzand dunner dan 2 m op fluvioperiglaciaal materiaal F. v. Boxtel: Dekzand dunner dan 2 m op leem (Laagpakket v. Liempde) F. v. Boxtel: fluvioperiglaciaal materiaal

F. v. Boxtel: Dekzand dunner dan 2 m op F. v. Beegden: Rivierafzettingen (grofzandig) F. v. Boxtel: Veen (Lp. v. Singraven) op fluvioperiglaciaal materiaal

Project:

V22-5056: Geijsterseweg 2 te Oostrum, gemeente Venray

Rapport: Datum: Bron:

V2292 April 2022 Top10NL, CC-BY Kadaster 2022 Westerhoff et al. 1987

Tekenaar:

RS

KAART 3 - NATUURLIJK LANDSCHAP; GEOMORFOLOGIE LEGENDA Plangrens Top10NL Bebouwing Overige topografie Water Geomorfologie Glooiing van beekdalzijde Dekzandwelvingen Landduinen met bijbehorende vlakten en laagten Laagte ontstaan door afgraving Beekdalbodem Holle weg

Project: Rapport: Datum: Bron:

Tekenaar:

V22-5056: Geijsterseweg 2 te Oostrum, gemeente Venray V2292 April 2022 Top10NL, CC-BY Kadaster 2022 Geomorfologische kaart: PDOK augustus 2017 / Maas et al. 2017 RS

KAART 4 - NATUURLIJK LANDSCHAP; BODEM LEGENDA Plangrens Top10NL Bebouwing Overige topografie Water Bodem Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Gooreerdgronden; grof zand Hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Duinvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Moerige eerdgronden met een zanddek en een moerige tussenlaag op zand Gooreerdgronden; lemig fijn zand

Project: Rapport: Datum: Bron:

Tekenaar:

V22-5056: Geijsterseweg 2 te Oostrum, gemeente Venray V2292 April 2022 Top10NL, CC-BY Kadaster 2022 Bodemkaart (BRO); PDOK 2018

RS

KAART 5 - NATUURLIJK LANDSCHAP; BODEM DETAILKARTERING (1948-1950) LEGENDA Plangrens Top10NL Bebouwing Overige topografie Water bodemeenheden Bebouwd (niet gekarteerd) Beekdalgronden (vochthoudend) Beekdalgronden (vochtig) Beekdalgronden (vochtig; leem in ondergrond) Oude Bouwlandgronden (vochthoudend; lemig) Oude Bouwlandgronden (droog; diep)

Project: Rapport: Datum: Bron:

Tekenaar:

V22-5056: Geijsterseweg 2 te Oostrum, gemeente Venray V2292 April 2022 Top10NL, CC-BY Kadaster 2022 Van Nispen Tot Pannerden 1955

RS

KAART 6 - ARCHEOLOGIE; INVENTARISATIE LEGENDA Plangrens Vondstlocaties Losse vondstlocatie Vondstlocatie gekoppeld aan onderzoek Top10NL Bebouwing Overige topografie Water AMK Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd Terrein van hoge archeologische waarde Onderzoeken Archeologisch: opgraving of proefsleuven Archeologisch: boring Archeologisch: bureauonderzoek

Project: Rapport: Datum: Bron:

Tekenaar:

V22-5056: Geijsterseweg 2 te Oostrum, gemeente Venray V2292 April 2022 Top10NL, CC-BY Kadaster 2022 Onderzoeken, Vondstlocaties RCE 2022 Monumenten, RCE 2014 RS

This text was set using the following freely available font software: Allerta

Copyright (c) 2010, Matt McInerney (http://pixelspread.com), with Reserved Font Name Allerta.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12762428/1