CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

11a Mail 1 provincie

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Timmermannsweg 110 Ysselsteyn1.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beste Ellen, Na bestudering van het tegenrapport plaatsen wij de volgende aandachtpunten: 1. Er wordt een opmerking geplaatst dat in de rapportage van Kumac aanzuring van mest plaatsvindt en hierdoor de kengetallen niet gebruikt kunnen worden op de situatie van Arts-Swinkels. Het klopt inderdaad dat bij Arts-Swinkels geen aanzuring van de mest plaatsvindt alvorens de bewerkingstap wordt uitgevoerd. Uit beschikbare informatie blijkt namelijk dat aanzuren van mest effectief is wanneer mestscheiding in de stal waar de dieren staan plaatsvindt. Het achteraf scheiden en aanzuren van mest heeft een beperkt effect. Dit heeft ermee te maken dat verreweg het grootste deel van de ammoniakemissie optreedt in een hele korte periode nadat mest en urine met elkaar in aanraking zijn gekomen. De mest die bij Arts-Swinkels wordt verwerkt wordt bij boeren uit de omgeving opgehaald waar dit contact al heeft plaatsgevonden en het achteraf aanzuren dus nog maar zeer beperkt plaatsvindt. Het aanzuren van mest bij Kumac zal dus een zeer beperkt effect hebben op de kengetallen zoals deze gemeten zijn en wij achten deze kengetallen wel representatief. 2. Ook wordt gesteld dat bij Kumac geen hygiënisatie plaatsvindt van dikke mest en het gebruikte kengetal hierdoor niet representatief is. Zoals aangegeven in de stukken van de aanvraag vindt de hygiënisatie stap plaats met behulp van een vijzel.

Dit betreft een gesloten installatie (bij een gesloten installatie is er geen contact met omgevingslucht en dus geen emissie) waarbij middels een schroef de mest door een verwarmde buis wordt gedrukt waarbij een bepaalde tijd en verblijfstemperatuur wordt aangehouden (ook vereist vanuit geldende wet- en regelgeving). De uiteindelijk gehygiëniseerde mest bevat hierdoor nauwelijks nog leven waardoor ook nauwelijks geuremissie ontstaat. De hygiënisatie stap draagt dus ons inziens niet bij aan het kengetal zoals gehanteerd in het rapport van Kumac. 3. Met betrekking tot punt 1 en 2 en in relatie met het rapport van Kumac merken wij het volgende op. In het rapport van Kumac wordt ook de geuremissie van de opslag van de dikke fractie meegenomen in de meting. Bij het project van Arts-Swinkels vindt geen open opslag van dikke fractie plaats in de loods. Vanuit de scheidingsinstallatie wordt de ingedikte fractie direct ingevoerd in de hygiënisatie stap. Het toegepaste kengetal van Kumac ligt dus zelfs hoger dan het geval is bij Arts-Swinkels. 4. In het stuk wordt verwezen naar een tweetal rapportages die beter zouden aansluiten bij de beoogde situatie. a.

Rapport 1 betreft de firma Willems in America (L). In deze rapportage wordt in paragraaf 2.1 gesproken van een mestdrooginstallatie. In de rapportage wordt verwezen naar bijlage G waarin een schema is opgenomen. Dit schema is echter niet compleet. Hierin zijn alleen de bandpers en flotatie unit, oftewel de scheidingsstap opgenomen. Wat in dit schema ontbreekt is dat deze drooginstallatie, een droging betreft met behulp van cyclonen waarbij lucht door de te drogen mest wordt geblazen. Het droogblazen van de mest zal gepaard gaan met de nodige geuremissie. De geuremissie van deze droogstap is meegenomen bij de meting. Daar deze techniek niet bij Arts-Swinkels wordt toepast, maar een veel minder geuremitterende techniek, is het niet juist om het kengetal van dit rapport te gebruiken. Het kengetal van de rapportage van Willems ligt dus vele malen hoger dan bij de techniek zoals gebruikt in het betreffende project.

b.

Rapport 2 betreft de firma Houbraken te Bergeijk. In paragraaf 3.2 van dit rapport wordt aangegeven dat hygiënisatie plaatsvindt door het toevoegen van calciumoxide en hierdoor de benodigde temperatuur bereikt wordt. Wij willen erop wijzen dat de waarde van 258 M Oue/uur (tabel 0.1 blz. 9) waarheen verwezen wordt, de meting betreft van de complete hal lucht waarin dus ook andere processen zijn opgenomen. In paragraaf 4.7 wordt namelijk gesproken van 181 M Oue/uur.

Echter ook dit proces is niet vergelijkbaar met het proces zoals deze plaatsvindt bij Arts-Swinkels. In paragraaf 4.7 wordt aangegeven dat het kengetal gebaseerd is op metingen uitgevoerd bij een tunnelhygiënisatie van 65% varkens- en 35% vleeskuikenmest. Bij Arts-Swinkels vindt geen tunnelhygiënisatie plaats en wordt ook alleen varkensmest bewerkt. Het kengetal uit deze rapportage komt daarmee dus niet overeen met de situatie bij Arts-Swinkels. In beide rapporten zijn kengetallen gebruikt die de gehele verwerkingshallen omvatten en alle daarin plaatsvindende stappen. Vervolgens wordt van beide kengetallen een gemiddelde genomen, te weten 62,7 M Oue/ton en gereflecteerd op één losse proces stap, namelijk scheiden. Hiermee ontstaat een zeer vertekend beeld daar de emissie van een verwerkingshal gelijk gesteld wordt aan één processtap. Zoals aangegeven in voorgenoemde informatie zijn de kengetallen niet te projecteren op de aangevraagde situatie van Arts-Swinkels. Om vervolgens door te rekenen met deze getallen is niet juist en leidt tot een vertekend beeld. 5. Op pagina 3 van het document wordt verwezen naar een rapport van het bedrijf Kovemi te Asten. Gesteld wordt dat bij dit bedrijf verhit wordt door middel van een warmtevijzel.

Deze stelling is echter maar deels correct, uit de ruimtelijke onderbouwing van het project blijkt namelijk dat er sprake is van een hygiënisatieproces in gesloten systeem van stoomvijzels en een hygiënisatietunnel. Zoals reeds eerder aangegeven vindt tunnelhygiënisatie niet plaats bij Arts-Swinkels en is dit proces niet te vergelijken. Ook in dit geval wordt het kengetal van ongereinigde afgezogen hallucht vervolgens toegepast op één losse bewerkingsstap ‘hygiëniseren’. Oftewel ook in dit geval wordt ook de geuremissie van een complete verwerkingshal toegepast op één bron bij het beoogde project. Ook hiervoor geldt dat een volslagen vertekend en overtrokken beeld ontstaat. 6. Op dezelfde pagina wordt gesproken van digestaat, dit betreft een product dat ontstaat bij vergisting. Er vindt GEEN vergisting plaats bij Arts-Swinkels maar enkel indikken en hygiëniseren van mest. Het handelt zich dus enkel om opslag van gehygiëniseerde mest. De gehygiëniseerde mest bevat nauwelijks nog leven en leidt dus ook tot nauwelijks geuremissie. Verwezen wordt naar een kengetal afkomstig uit het rapport van Houbraken, pag. 11 en dat gesteld wordt op 0,11 M Oue/m2/u. Echter uit paragraaf 4.6.1. van dit rapport blijkt dat het kengetal tot stand is gekomen op basis van gemiddelde van metingen. In tabel 4.3 is een verwijzing van gemeten bronnen opgenomen.

Hieruit blijkt dat 1 van de bronnen kippenmest betreft. Bij Arts-Swinkels is alleen sprake van varkensmest en geen kippenmest. Kijkende naar de andere 4 bronnen blijkt dat het bij 2 van deze bronnen opslag betreft van vloeibare mest en ruwe mest. Dit is niet gelijk te stellen aan gehygiëniseerde mest. Van de overgebleven 2 bronnen is sprake van bewerkte mest, dit betreft echter geen gehygiëniseerde mest en is daarmee ook niet vergelijkbaar met de situatie bij Arts-Swinkels. Oftewel alle gemeten bronnen waarop het kengetal van 0,11 M Oue/m2/u is gebaseerd komen niet overeen met de aangevraagd situatie. Het kengetal waarheen verwezen wordt geeft ook hier weer een vertekend en overtrokken beeld.

7. Vervolgens is een tabel opgesteld waarbij de bronnen; scheiden, hygiënsieren en opslag inzichtelijk zijn gemaakt. Bij de eerste twee bronnen worden vervolgens de onjuiste kengetallen gebruikt. Zoals aangegeven zijn deze kengetallen afkomstig van processen die niet vergelijkbaar zijn met die bij Arts-Swinkels. Ook zijn de kengetallen toegepast bij scheiden en hygiëniseren elk gebaseerd op een complete bewerkingshal en worden vervolgens gereflecteerd op een losse bron in deze tabel. Het totale kengetal is hiermee niet correct en overtrokken. Vervolgens wordt met dit kengetal doorgerekend en verondersteld dat de emissie een factor 110 hoger ligt. Te verklaren door het feit dat kengetallen van complete hallen (waarin ook nog een processen met hogere geuremissie dan de technieken bij Arts-Swinkels) worden toegepast en deze zwaar overtrokken zijn. Resumé: De stelling dat het kengetal van Kumac niet gebruikt mag worden omdat bij Arts-Swinkels geen aanzuring plaatsvindt, is weerlegd daar aanzuring een zeer beperkt effect heeft gezien de fase waarin de mest zich bevindt die bij Arts-Swinkels wordt bewerkt. Ook het feit dat bij kengetal van Kumac geen hygiënisatie plaatsvindt en daarom niet toegepast kan worden is weerlegd omdat de hygiënisatie techniek zoals deze bij Arts-Swinkels plaatsvindt geen geuremissie veroorzaakt.

Het kengetal van Kumac kan volgens ons wel worden toegepast daar in dit kengetal zelfs de stap van opslag van dikke mest is meegenomen een stap in het proces dat bij Arts-Swinkels wordt overgeslagen omdat de ingedikte mest direct de hygiënisatie stap in wordt gebracht. In het opgestelde stuk worden kengetallen gebruikt die afkomstig zijn van rapporten van bedrijven die hogere geuremitterende technieken toepassen dan de technieken die bij Arts-Swinkels worden ingezet. Tevens worden kengetallen toegepast op een losse bron bij Arts-Swinkels die gebaseerd zijn op een complete bewerkingshal bij de gehanteerde bedrijven. Hiermee wordt de beschouwde situatie zwaar overtrokken en is deze niet te vergelijk met die bij Arts-Swinkels. Kortom, in de aan de gemeenteraad vertrouwelijk verstuurde berekeningen wordt uitgegaan van onjuiste uitgangspunten en berekeningen. Met vriendelijke groeten, S.T.E. (Sven) Scheijen Vergunningverlener / Afdeling Vergunningen RUD Zuid-Limburg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11172864/1