CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Toelichting bp Gagel 1 en 12 Wanssum

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Gagel 1 en 12 in Wanssum.15.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor de landschappelijke inpassing van de Gagel 1 en 12 zijn in 2017 plannen gemaakt en inmiddels ook uitgevoerd door initiatiefnemer, zoals in paragraaf 3.3 aan de orde is geweest. Gelet op het feit dat initiatiefnemer met zijn project zorgt voor een substantiële toename van dynamiek in Wanssum en directe omgeving, uitvoering geeft aan speerpunten van de gemeente Venray (denk aan het Toeristisch Opstappunt) en daarmee een impuls geeft aan de leefbaarheid van Wanssum, heeft de gemeente in 2017 besloten tot een bijdrage 'op maat' , welke neergelegd is in een anterieure overeenkomst. Als gevolg van het verplaatsen van de mogelijkheden voor de groepsaccommodatie van de Gagel 1 naar de Gagel 12 (en hierdoor het wegbestemmen van de recreatieve bestemming aan de Gagel 1, waarbij een bebouwde oppervlakte van 400 m2 ten behoeve van de groepsaccommodatie was toegestaan) is dit een wijziging welke 'neutraal' beschouwd kan worden in de toepassing van de Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling. De groepsaccommodatie aan de Gagel 12 zal binnen het op basis van de bestemming Bedrijf-3 geldende maximale bebouwingspercentage van 55% gerealiseerd kunnen worden. Kortom, aan de Gagel 1 een afname van bebouwingsmogelijkheden en aan de Gagel 12 géén toename van bebouwingsmogelijkheden.

4.3.4

Speelruimteplan 2017-2026'Spelen en bewegen in Venray'

In april 2017 is het uitvoeringsprogramma Speelruimteplan 2017-2026, 'Spelen en bewegen in Venray' door de gemeenteraad van Venray vastgesteld. Het speelruimteplan gaat over het spelen in de openbare ruimte (het buiten spelen). Spelen is een belangrijke manier om de wereld te ontdekken en spel en sport zijn onderdeel van een gezonde levensstijl voor kinderen en volwassenen. Kinderen leren spelenderwijs de wereld kennen. Klimmen, rennen, bouwen, verstoppen, praten, fantaseren zijn allemaal dingen die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Als ze daarmee ook in beweging komen in de buitenlucht levert dit een goede basis voor fysieke en mentale gezondheid in het verdere leven. De doelstelling voor het spelen in Venray in de vorm van dit speelruimteplan is daarmee: 'Het voorzien in een aantrekkelijke en toegankelijke speelbare openbare ruimte, waarbij wordt aangesloten op de wensen van gebruikers en deze worden gestimuleerd in beweging, sport en spel waarmee positieve effecten op de fysieke en mentale gezondheid worden behaald tegen een voor de gemeente betaalbare prijs.' Beweging vindt plaats in de openbare ruimte, met daarin formele en informele speelruimte. Er zijn diverse ingerichte formele speelplekken (de speellocaties) aanwezig. Daarnaast is er informele speelruimte die bestaat uit het trottoir, de woonstraat en groene gebieden in de woonomgeving.

Deze informele speelruimte is een belangrijke factor in het aanbieden van speelruimte voor de kinderen. Immers, een goed ingerichte openbare ruimte biedt al veel | bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 3 6

prikkels en mogelijkheden om te kunnen spelen, zonder dat daar grote kostbare speeltoestellen voor nodig zijn. De formele plekken bestaan uit grote en kleine voorzieningen met toestellen en open ruimte om te sporten. Het aantal kinderen in de jongste leeftijdscategorie (0-5 jaar)daalt en dit zet zich de komende jaren door naar de hogere leeftijdscategorieën. Door nieuwe uitgangspunten te formuleren en toetsnormen vast te stellen is het mogelijk om voldoende aanbod van speelruimte te realiseren tegen lagere jaarlijkse kosten. Door concentratie op grotere centrale plekken kunnen in de hele buurt meer speelfuncties en uitdagingen worden aangeboden. Daarnaast wordt ontmoeting gestimuleerd met positieve effecten voor de ontwikkeling van kinderen en sociale cohesie in de buurt. Sommige blokspeelplekken (de kleine plekjes) kunnen worden omgevormd naar informele plekken met onderhoudsarme speelprikkels die de fantasie prikkelen.

De beste speelplek die lichaam en geest stimuteert, blijft nog altijd de natuur. Door de combinatie te leggen met trimbaan, ATB- en wandelroutes door het bos en kanoroutes over de Molenbeek wordt een perfecte speelaanleiding gegeven voor jong en oud, waarbij spelen gelezen moet worden als 'recreëren'. Deze vorm van dagrecreatie kan ook als 'heisessie' of workshop worden aangeboden waardoor het voor bezoekers die van verder weg komen wenselijk kan zijn dat er een bijpassende overnachtingsmogelijkheid is.

4.3.5

Visie en actieprogramma recreatie en toerisme 2026

Op 17 maart 2020 heeft de gemeente Venray de visie en actieprogramma recreatie en toerisme 2026 vastgesteld. Hierin wordt onderkend dat de toeristisch-recreatieve sector voor de regio Noord-Limburg van groot belang is. Zo draagt toerisme en recreatie bij aan de lokale economie (door bestedingen en werkgelegenheid) en aan het behoud en/of versterking van het voorzieningenaanbod. Voor Venray draagt recreatie en toerisme ook bij aan de andere economische pijlers van de gemeente. De toeristisch-recreatieve sector is ambitieus en wil zich komende jaren verder ontwikkelen. Het is niet enkel de toeristisch-recreatieve sector zelf die dit ten goede komt. Door cross-overs biedt dit ook kansen voor andere sectoren in het buitengebied (met name de agrarische sector) en het centrumgebied (MKB horeca en detailhandel en cultuursector). Daarnaast draagt toerisme en recreatie bij aan een aantrekkelijk woon-, leef-en vestigingsklimaat, waardoor bedrijven zich eerder vestigen in Venray en personen eerder voor Venray kiezen om te wonen en werken. Gezamenlijk heeft de sectorde volgende vier ambitieis vastgesteld, waarmee zij komende jaren aan de slag wil: 1. We sluiten aan bij regionale samenwerkingsverbanden binnen Noord-Limburg maar ook met Brabant om gezamenlijk meer toeristen te trekken en bestedingen te genereren.

Binnen die samenwerking zijn we onderscheidend door ons als gemeente te focussen op twee grote kernthema's. 2. We gaan de beleving van ons mooie en diverse landschap versterken door meer en betere routes, meer gethematiseerde routes die passen bij het DNA van Venray (Liberation, schapen, psychiatrie) en de realisering van Land-art en uitzichtpunten. 3. We gaan de kwaliteit en diversiteit van ons verblijfsaanbod verder versterken. Er wordt nieuw en bijzonder kwaliteitsaanbod toegevoegd (gekoppeld aan thema's) en daarnaast hebben we voortdurende aandacht voor de vitaliteit van ons huidige aanbod. 4. We gaan ons centrum verrijken met R&T om de verblijfsduur te vergroten en gaan ons actief inzetten om een nieuwe gezinstrekker in het buitengebied binnen te halen. Daarnaast

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 3 7

willen we het huidige aanbod kwalitatief versterken en onder de aandacht brengen. Voor wat betreft het verblijfsaanbod is het belangrijk dat nieuwe initiatieven niet te groot zijn qua schaal, zorgen voor differentiatie van het aanbod, aansluiten bij de kwaliteiten van de gemeente (bijv. door vestiging in bijzondere, karakteristieke panden) en daarnaast extra vraag creëren door eigen 'content'. De kracht van de locatiekeuze voor de groepsaccommodatie (feitelijk slechts de verschuiving van de functie van Gagel 1 naar Gagel 12) zit vooral in het aangaan van verbindingen met het sportpark enerzijds en het landschap dat is gericht op extensief recreatief medegebruik (wandelen MTBroute, trimbaan, kanoroute, schietbaan, paardensport) anderzijds. Door de koppeling tussen het extensieve recreatieve medegebruik en het verblijf in de groepsaccommodatie nauwer te maken en beide vormen van recreatie binnen één bestemming te brengen, worden de functies ook onderling beter uitwisselbaar cq te combineren, zowel in de bouwmassa, als ook in de organisatorische aspecten.

Het initiatief is daarmee passend binnen de gedachtengang van de Visie en actieprogramma recreatie en toerisme 2026.

4.3.6

Bestemmingsplan

Voor het plangebied vigeert het volgende bestemmingsplan: Naam bestemmingsplan

Bestemming

Vaststelling Raad

bestemmingsplan Wanssum - bestemmingen Bedrijf - 3 en Recreatie 17 december 2019 - dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 4 en 5 en Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed - bouwvlak - functieaanduidingen 'rijwielhandel', 'groepsaccommodatie, 'bedrijfswoning'

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 3 8

Afbeelding: Uitsnede verbeelding

Binnen de bedrijfsbestemming is een groepsaccommodatie niet toegestaan en zonder bedrijfsactiviteiten is bewoning van de bedrijfswoning evenmin toegestaan. Om beide gebruiksmogelijkheden te faciliteren, is het noodzakelijk het bestemmingsplan te herzien.

4.3.7

Conclusie

Onderhavig project betreft de verschuiving van de mogelijkheid voor een groepsaccommodatie of bed & breakfast (verblijfsrecreatie) van de Gagel 1 naar de Gagel 12. Deze verschuiving heeft geen toename van bebouwing tot gevolg en kan derhalve als een neutrale ontwikkeling worden beschouwd. Het omzetten van de bedrijfswoning in een burgerwoning is eveneens vanuit planologisch oogpunt een neutrale ontwikkeling. De ontwikkelingen passen in de doelstellingen zoals verwoord in de diverse gemeentelijke beleidsdocumenten.

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 3 9

Hoofdstuk 5 Milieu-planologische aspecten 5.1

Geluidhinder

De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 Wgh).

De woonstraten in Wanssum zijn aangewezen als erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/h. Aan de Venrayseweg geldt binnen de bebouwde kom een snelheidsregime van 50 km/h-zone en waardoor deze weg een gezoneerde weg is. De geluidzone bedraagt 250 m. Het plangebied valt hier buiten. Aan de Gagel en Postbaan, voorzover gelegen in het buitengebied, geldt een snelheidsregime van 60 km/h. Ook hier bedraagt de geluidzone 250 m, waarbinnen het gehele deel van het plangebied zich bevindt. Het besluit geluidhinder (Bgh) bepaalt wat verstaan moet worden onder een "ander geluidsgevoelig gebouw" (art. 1.2 Bgh). Alle objecten die niet onder onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen of kinderdagverblijven zijn te scharen, zijn op basis van de Wet geluidhinder niet beschermd tegen geluidhinder. Hieruit vloeit voort dat ook de fietsenwinkel, magazijn, werkplaats en groepsaccommodatie niet gekwalificeerd worden als geluidgevoelig object. Als gevolg van het herbestemmen van de bedrijfswoning als burgerwoning aan de Gagel 1, is er feitelijk geen sprake van een nieuw geluidgevoelig object; betreffend pand ís een woning en blíjft een woning. Er hoeft op grond van de Wet geluidhinder ook hier geen akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai plaats te vinden.

Spoorweglawaai In de nabijheid van het plangebied is geen spoorlijn gesitueerd. De spoorlijn Venlo-Nijmegen bevindt zich op een afstand van circa 3 km ten zuidwesten van het plangebied.

5.2

Bodem- en grondwaterkwaliteit

Voordat door middel van een planologische wijziging en daaropvolgende omgevingsvergunning nieuwe functies mogelijk worden gemaakt zal er inzicht moeten zijn of de bodem- en grondwaterkwaliteit een dergelijke bebouwing en gebruik ook mogelijk maken. Op 3 juli 2017 is voor beide locaties een (als bijlage aan de planstukken toegevoegd) verkennend | bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 0

bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy BV uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is het volgende geconcludeerd: 'De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot sterk siltig, matig fijn tot matig grof zand. De bodem is verder plaatselijk zwak tot matig grindig of keienhoudend, zwak tot matig gleyhoudend en/of zwak humeus. De bodem is zintuiglijk tot maximaal 0,5 zwak baksteenhoudend, matig tot volledig asfalthoudend en/of zwak tot volledig puinhoudend. Gezien het feit dat het grondwater zich ter plaatse van de onderzoekslocatie dieper dan 5,0 m -mv bevindt en tijdens de veldwerkzaamheden binnen 4,8 m -mv ook geen grondwater is aangetroffen, heeft er conform de NEN 5740 geen grondwateronderzoek plaatsgevonden. Op de onderzoekslocatie zijn de volgende deellocaties onderzocht: Deellocatie A: Voormalige bovengrondse dieseltank (1.000 liter) Ter plaatse zijn zintuiglijk geen verontreinigingen met minerale olie aangetroffen. De bovengrond is analytisch licht verontreinigd met minerale olie. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van de deellocatie A als "plaatselijk verdacht" dient te worden beschouwd, wordt aanvaard. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er ter plaatse van deellocatie A echter géén reden voor een nader onderzoek.

Deellocatie B: Overig terrein De verdachte laag is plaatselijk licht verontreinigd met minerale olie, PCB’s en/of PAK. Echter wordt opgemerkt,dat de rapportagegrens voor de parameter PCB van MMB2 verhoogd is ten gevolge van verdunning van het monster. De toetswaarde van de som PCB in mengmonsters MMB2 is gelijk aan de sommatie van 0,7x rapportagegrens. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van de deellocatie B als "heterogeen verdacht" dient te worden beschouwd, wordt eveneens aanvaard. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er ook ter plaatse van deellocatie B géén reden voor een nader onderzoek. Asbest Op het maaiveld van de zuidelijke locatie zijn grote hoeveelheden asbestverdacht materiaal aangetroffen rondom de meest oostelijke loods. Volgens de huidige eigenaar van het terrein, welke dit een jaar geleden heeft gekocht, zijn dit stukken van asbestvrije platen welke op het dak hebben gelegen. Uit de bouwbevestiging uit 1995 blijkt eveneens, dat asbestvrije dakplaten zijn toegepast. Tijdens een hagelstorm in de zomer van 2016 zijn deze platen kapot geslagen en zijn stukken op het maaiveld terecht gekomen. Ook de kapotte platen zijn, na vervanging op het maaiveld toegepast als verharding.

Behalve op het maaiveld zijn ook nog enkele zakken met deze stukjes plaatmateriaal aanwezig. De opdrachtgever heeft in december 2016 een analyse laten uitvoeren op een plaatje van het betreffende materiaal, waaruit is gebleken dat het asbestvrije plaatmateriaal betreft. Aangezien een formele asbestinventarisatie ontbreekt, is de exact herkomst van dit plaatje onbekend. Daarom heeft Econsultancy ook twee verzamelmonsters (afkomstig van het maaiveld onder en nabij de overkapping van de loods) laten analyseren op asbesthoudendheid van dit materiaal. Uit de kwantitatieve analyse op asbesthoudendheid van de twee verzamelmonsters van | bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 1

asbestverdacht materiaal blijkt, dat het materiaal asbestvrij is. Het dak van Gagel 1 is wel voorzien van asbesthoudende platen, welke geheel intact zijn. Het feit dat deze platen asbesthoudend zijn, wordt ook door het eerder genoemde analyserapport van de eigenaar bevestigd. Verder is op een deel de zuidelijke locatie puingranulaat aangetroffen. Dit puingranulaat is onlangs aangebracht als fundering voor de klinkers rondom het bedrijfspand. Gezien de recente toepassing van dit puin gaat het om gecertificeerd materiaal welke voldoet aan de asbestnormen. Gezien het feit dat de grote hoeveelheid gebroken plaatmateriaal op het maaiveld asbestvrij is, wordt een verkennend onderzoek asbest in bodem vooralsnog niet noodzakelijk geacht.'

Dit bodemonderzoek is 3 jaar na dato nog helemaal actueel. Tussentijds hebben zich geen ontwikkelingen voorgedaan of zijn activiteiten uitgevoerd welke aanleiding geven om een verontreiniging van de bodem te verwachten. Een nieuw bodemonderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

5.3

Luchtkwaliteit

De regels inzake luchtkwaliteit kennen het onderscheid tussen 'kleine' en grote' projecten. Kleine projecten dragen niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in het Besluit “Niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten - die jaarlijks meer dan 3 procent van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2 bijdragen- een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. De Regeling 'Niet in betekenende mate bijdragen' bevat regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)). Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM).

Het onderhavige project (locatie Gagel 1) valt met met omzetten van een recreatieve bestemming met bedrijfswoning naar één reguliere woning bedrijfsmatige activiteiten, zonder meer onder de Regeling NIBM. Luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor dit deel van het project.

Het project aan de Gagel 12 heeft evenmin impact op de luchtkwaliteit. Immers, de toe te voegen bouwmassa past binnen de bouwregels van het vigerende bestemmingsplan; het

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 2

bedrijfsmatige gebruik eveneens. De uitbreiding van de rijwielhandelsactiviteiten op de Gagel 12 met een verblijfsrecreatieve tak (groepsaccommodatie) brengt, gerelateerd aan de identieke weg te bestemmen activiteiten aan de Gagel 1 (recht tegenover de te realiseren groepsaccommodatie), géén aanvullende verkeersintensiteit met zich mee.

Via de NIBM-rekentool was in 2017 een worst-case berekening gemaakt waaruit bleek dat bij een toename van 252 bewegingen, waarvan 10% vrachtwagenbewegingen zijn, nog altijd sprake is van 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Afbeelding: NIBM-tool 2017 voor de activiteiten

Uit het geactualiseerde rekenprogramma (2020) volgt zelfs dat de stikstofemissie bij gelijkblijvende verkeersbewegingen ruimschoots zou zijn gehalveerd, als gevolg van verbeterde technieken; ook de bijbehorende fijnstofemissie is lager.

Luchtkwaliteit vormt derhalve ook nu geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 3

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Risicovolle inrichtingen (Bevi)

De veiligheid rond bedrijven wordt gereguleerd in de vigerende milieuvergunning (of een geldende Algemene Maatregel van Bestuur) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In het Bevi worden specifieke regels opgenomen voor specifieke risicovoIle inrichtingen. Het gaat hierbij onder meer om inrichtingen in het kader van het Besluit risico's zware ongevallen 1999, LPG-tankstations, inrichtingen waar gevaarlijke (afval)stoffen of bestrijdingsmiddelen in emballage van meer dan 10.000 kg worden opgeslagen, inrichtingen met een koel-of vriesinstallatie met meer dan 400 kg ammoniak. In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, grootschalige kantoren, hotels, winkelcentra, campings) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen dan wel bedrijfsgebouwen van derden, kleinere kantoren, hotels en winkels, sporthallen, zwembaden) niet of niet zonder meer worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10-6/jr. Het kan gaan om inrichtingen waarbij door middel van een vaste afstand wordt voldaan aan deze contour (zogenaamde “categoriale inrichtingen”) en inrichtingen waarbij deze contour individueel moet worden berekend (Quantitative Risk Assement (QRA)).

Dit is geregeld in Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Bij het nemen van een planologisch besluit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan) moet het bevoegd gezag deze contour in acht nemen voor kwetsbare objecten. Hierbij geldt de PR-contour 10-6/jr. als grenswaarde. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de contour als richtwaarde, d.w.z. in principe moet PR 10-6/jr. aangehouden worden, maar er mag gemotiveerd van worden afgeweken. Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsrisico (GR). Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. Het aantal personen dat in de omgeving van de bron verblijft bepaalt daardoor mede de hoogte van het groepsrisico. Voor het GR geldt geen harde juridische norm (zoals de PR-contour 10-6/jr. wel is) maar een zogenaamde oriënterende waarde. Het berekende groepsrisico wordt weergegeven in een curve, waarbij de kans op een ongeval wordt uitgezet tegen het aantal mensen dat daarbij omkomt. In dezelfde grafiek wordt de oriënterende waarde uitgezet. Als die wordt overschreden door een ruimtelijke ontwikkeling moet dat worden verantwoord.

Hiermee wordt in beeld gebracht of en in welke mate het bevoegd gezag het GR wel of niet aanvaardbaar vindt, al dan niet na het nemen van maatregelen.

Op onderstaande figuur is een uitsnede van de risicokaart Limburg te zien. Binnen een straal van 400 m vanaf het plangebied aan de Gagel 1 en 12 zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig.De propaantank welke nog binnen het plangebied is aangeduid, is inmiddels verwijderd. Ook de transportroute over de Venrayseweg is nog niet aangepast aan de nieuwe situatie na de noordelijke omleiding van de N270.

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 4

Figuur: risicokaart Limburg

5.4.2

Vervoer gevaarlijke stoffen

Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Daarmee wordt de opdracht aan het bevoegd gezag voor ruimtelijke besluiten nadrukkelijk vastgelegd om rekening te houden met de risico's van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. In het basisnet is de omvang voor de verschillende transportmodaliteiten vastgelegd. De dichtstbijzijnde weg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt is de (noordelijke rondweg) N270. De PR-contour 10-6/jr bedraagt hier 0 meter; het plangebied aan de Gagel ligt op ruim 500 m, waardoor het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze weg geen belemmering vormt voor onderhavig project.

5.5

Milieuzonering

Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering'.

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 5

5.5.1

Bedrijven en Milieuzonering; Staat van bedrijfsactiviteiten

De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd een Staat van bedrijfsactiviteiten die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009. In deze Staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Op grond van deze Staat kan een beleidsmatige selectie worden gemaakt van de op het plangebied toe te laten bedrijfsactiviteiten. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in deze Staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk' , 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.

5.5.2

Invloed milieuhinder op het plangebied

Het plangebied aan de Gagel 1 en 12 ligt weliswaar binnen het bestemmingsplan 'Wanssum', maar nummer 12 ligt net buiten de bebouwde kom van Wanssum. Aan de Gagel 12 vindt detailhandel in 'tweewielers' en reparatie t.b.v. particulieren plaats (excl. auto's en motorfietsen), welke onder de categorie rijwielhandel uit de Brochure is te scharen, en valt (evenals kleinschalige horeca en dagrecreatie) onder categorie 1, met een bijbehorende richtafstand van 10 m ten opzichte van een rustige woonwijk/woning in rustig buitengebied. In casu echter, is er sprake van een menging van burgerwoningen, een lichte bedrijfsbestemming, (verblijfs)recreatieve bestemming, sport en de bestemming cultuur en ontspanning. dit betekent dat uitgegaan mag worden van een dynamische omgeving waarbij één afstandsstap lager gehanteerd mag worden. De meest nabijgelegen woonbestemming ligt (als onderdeel van onderhavige bestemmingsherziening) aan de Gagel 1, zijnde recht tegenover de bedrijfsbestemming en op een afstand van 6 meter tussen beide bestemmingsvlakken, maar waarbij een afstand van ruim 20 meter tussen de beide bouwvlakken is gelegen. De nieuwe burgerwoonfunctie staat dus niet aan de bedrijfsbestemming in de weg. Ook is gekeken of de burgerwoning een belemmering vormt voor de andere functies in de omgeving. De aangrenzende recreatieve bestemming staat een kampeerterrein toe.

Ingeval van grote campings (met keuken) dient een richtafstand van 50 meter te worden aangehouden | bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 6

ingeval van een rustig buitengebied. In casus is er sprake van een dynamisch gebied met functiemenging en een camping welke een omvang heeft van nog geen 1,2 ha. De camping wordt al beperkt door, cq dient rekening te houden met, woningen van derden. Door de omzetting van de bedrijfswoning naar burgerwoning zal de camping niet erger beperkt worden in de bedrijfsvoering. Als gevolg van het verdwijnen van de verblijfsrecreatieve bestemming grenzend aan die camping, hoeft er ook geen vrees meer te zijn voor het ervaren van geluid afkomstig van de groepsaccommodatie, waartoe de voorwaardelijke verplichting tot het aanbrengen van een akoestische buffer was opgenomen in de planregels.

Milieuzonering staat derhalve niet aan het project in de weg.

5.6

Kabels, leidingen en straalpaden

5.6.1

Inleiding

Ruimtelijk relevante leidingen en straalpaden worden op de verbeelding en in de planregels geregeld. Leidingen met ongevaarlijke stoffen zoals hoofdwatertransportleidingen, afvalwatertransport-/rioolpersleidingen zijn in beginsel niet opgenomen in het bestemmingsplan, tenzij door de leidingbeheerder de noodzaak voor opname is aangetoond. Een vereiste voor opname in het bestemmingsplan is dat de opgave van de ligging van de leidingen op digitale wijze dient te geschieden. Dit in verband met het bepalen van de exacte ligging.

5.6.2

Gas-, olie-, brandstof- of watertransportleidingen en hoogspanningskabels

Een buisleiding die wordt gebruikt voor transport van gevaarlijke stoffen, vormt een risico voor de veiligheid. Als de leiding gaat lekken, kunnen de gevaarlijke stoffen vrijkomen en ontstaat er een kans op explosie, vergiftiging van mensen of dieren of verontreiniging van het milieu. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen zoals dit per 1 januari 2011 geldt, staan veiligheidseisen voor de exploitant en de gemeente. Exploitanten hebben een zorgplicht en moeten ervoor zorgen dat hun buisleidingen veilig zijn. Gemeenten moeten buisleidingen in hun bestemmingsplannen opnemen en bij nieuwbouw zorgen voor genoeg afstand tot de buisleidingen. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen leiding- of hoogspanningkabeltracés welke belemmerd zijn voor het project.

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 7

5.6.3

Obstakelbeheer- en radarverstoringsgebied

Het plangebied bevindt zich niet binnen een straalpad van telecomvoorzieningen. Wel ligt het plangebied in het radarverstoringsgebied dat hoort bij de radar die staat op vliegbasis Volkel. Objecten hoger dan 65 meter boven NAP binnen een straal van 28 km van het radarstation kunnen aanleiding geven tot verstoring van het radarbeeld en zijn derhalve in beginsel niet toegestaan. Op de algemene hoogtekaart van Nederland is te zien dat het plangebied is gelegen op een hoogte van maximaal 18,3 meter boven NAP; gelet op de via de planregels toegestane bouwhoogte zal het "object" niet boven 65 meter boven NAP uitkomen en vormt het geen belemmering voor de radarverbinding. Gelet op het bovenstaande mag worden gesteld dat met het onderhavige bestemmingsplan de belangen van defensie niet worden geschaad.

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 8

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1

Waterbeleid

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Venray als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Concreet betekent dit dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit het waterschap Limburg gelden daarbij de volgende uitgangspunten: 1. Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. 2. Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom. 3. Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen. 4. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren. 5. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool. 6. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen.

Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie. Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen. 7. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. 8. Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid.

6.2

Waterhuishoudkundige situatie plangebied

Waterlopen Op onderstaande afbeelding zijn de nabij het plangebied gelegen primaire watergangen weergegeven. Deze watergangen blijven ongewijzigd behouden en hier zal ook geen hemelwater op worden geloosd.

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 4 9

Afbeelding: waterlopen nabij plangebied

Onderhavige planontwikkeling ligt niet binnen de beschermingszone, noch binnen het profiel van vrije ruimte rondom de waterkering.

Infiltratie hemelwater Binnen het plangebied moet een duurzaam waterhuishoudkundig systeem aanwezig zijn om de hoeveelheid regenwater te verwerken dat gelet op het ter plaatse van de Gagel 1 en 12 aan de orde zijnd (nieuw) afvoerend verhard oppervlak van globaal 500 respectievelijk 1000 m² (bebouwing inclusief erfverhardingen en parkeergelegenheid) binnen het plangebied valt. De K-waarde (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het plangebied bedraagt volgens de kaart inzake de bodemdoorlatendheid (K-waarde) van de gemeente Venray van het waterschap 0,75 - 1,5 m/dag. De onderhavige gronden zijn derhalve geschikt voor hemelwaterinfiltratie. Bij de bepaling van de capaciteit/kwantiteit van de gekozen infiltratievoorziening wordt uitgegaan van een neerslaggebeurtenis waarbij 100 mm neerslag valt in 24 uur. De te realiseren waterbergingsruimte kan dan berekend worden door de toename van het afvoerend verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met 0,1 m.

Benodigde buffercapaciteit bedraagt: Gagel 1

Gagel 12 2

Neerslag 100 mm neerslag/m

Neerslag 100 mm neerslag/m2

Te infiltreren 500 m2 x 0,1 m = 50m3

Te infiltreren 1000 m2 x 0,1 m = 100 m3

Binnen de landschappelijke inpassing van het project zal een infiltratievoorziening worden gerealiseerd in de vorm van een vijver of verlaging in het erf (wadi) zodat de hoeveelheid regenwater kan worden verwerkt die gelet op het ter plaatse aan de orde zijnde (nieuw) afvoerend verhard oppervlak (bebouwing inclusief erfverhardingen) binnen het plangebied valt.

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 5 0

Afvoer afvalwater Afvoer van huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater dient plaats te vinden via het aanwezige rioleringssysteem.

Bouwmaterialen De gemeente Venray streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Er zal derhalve geen gebruik worden gemaakt van uitlogende bouwmaterialen.

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 5 1

Hoofdstuk 7 Juridische vormgeving 7.1

Algemeen

Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: plantoelichting planregels; verbeelding. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was , is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. De plansystematiek voldoet aan de volgende RO-standaarden 2012: Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012.

7.2

Planmethodiek

Er is, volgens de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Verder is aansluiting gezocht bij de systematieken van het voorontwerp van het bestemmingsplan Wanssum en het bestemmingsplan Buitengebied-Oost van de gemeente Venray.

7.3

Verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen in de verbeelding. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan wel op een topografische ondergrond gelegd. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi. Opgemerkt wordt nog dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen, immers de wijze van raadplegen is ook verschillend. Inhoudelijk zijn geen verschillen te vinden.

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 5 2

7.4

Planregels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels.

De Inleidende regels (hoofdstuk 1) bestaan uit begrippen en de wijze van meten, teneinde te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In de Begrippen (artikel 1) wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als gebruikte begrippen niet in deze lijst voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het dagelijks taalgebruik. In het artikel over de "Wijze van meten" (artikel 2) worden de te gebruiken meetmethodes vastgelegd.

Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. De bestemmingen vangen steeds aan met de bestemmingsbenaming. Daarna wordt in de doeleindenomschrijving weergegeven voor welke doeleinden de betreffende gronden bestemd zijn. Indien er sprake zou kunnen zijn van conflicterende belangen, is er een nadere detaillering van de doeleinden opgenomen waarin wordt vermeld welke doeleinden prevaleren. Vervolgens wordt in de bebouwingsregeling aangegeven welke bouwwerken bij recht mogen worden opgericht en welke situerings- en maatvoeringseisen hiervoor gelden. In sommige bestemmingen wordt bovendien nader ingegaan op de toegestane voorzieningen. Vervolgens is een gebruiksbepaling opgenomen waarin wordt aangegeven dat gronden en opstallen niet in strijd met de bestemming mogen worden gebruikt. Voor de duidelijkheid is in een aantal situaties aangegeven die in ieder geval in strijd met de bestemming worden geacht.

In de Algemene regels (hoofdstuk 3) zijn opgenomen de Anti-dubbeltelbepaling, de algemene bouwregels, de algemene afwijkingsregels, de algemene wijzigingsregels, de algemene procedureregels voor wijzigingen, ontheffingen en nadere eisen en de overige regels.

In de Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen.

Omdat onderhavig bestemmingsplan slechts een partiële herziening inhoudt, zijn in de regels ook slechts de gewijzigde bepalingen opgenomen.

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 5 3

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid, kostenverhaal en planschade De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. Verder zijn de gronden aan de Gagel 1 en 12 eigendom van initiatiefnemer. Tussen de gemeente Venray en de initiatiefnemer zal een planschadeverhaalsovereenkomst worden afgesloten. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Venray komt maar voor rekening van de initiatiefnemer.

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 5 4

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid 9.1

Omgevingsdialoog

Op 26 januari 2021 heeft initiatiefnemer omwonenden van het initiatief op de hoogte gesteld; het verslag van deze omgevingsdialoog is aan het bevoegd gezag ter hand gesteld.

9.2

Procedure

Elk nieuw bestemmingsplan ontstaat uit een initiatief. De totstandkoming begint met de beslissing dat een bestemmingsplan zal worden opgesteld. Conform artikel 3.1.1. Bro worden de provincie Limburg en Waterschap Limburg in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. Artikel 3.8 Wro regelt de procedure van het bestemmingsplan. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing. Hierbij zijn een aantal aanvullingen: 1. kennisgeving, zoals bedoeld in artikel 3:12 Awb, dient tevens te worden gepubliceerd in de Staatscourant en langs elektronische weg te worden verzonden; 2. het ontwerpbestemmingsplan dient te worden verstuurd aan het Rijk, provincie, waterschappen en aan de besturen van bij het plan een belang hebbende gemeenten; 3. kennisgeving aan de eigenaren van percelen welke de bestemming in de naaste toekomst zal worden verwezenlijkt; 4. door een ieder kunnen zienswijzen naar voren worden gebracht; 5. de gemeenteraad neemt binnen 12 weken, na de ter inzage termijn een beslissing omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Binnen twee weken wordt het besluit tot vaststelling bekend gemaakt. Indien door de Gedeputeerde Staten (GS) of de inspecteur een zienswijze is ingediend en deze niet volledig is overgenomen, dan vindt bekendmaking plaats binnen zes weken na vaststelling.

Dit geldt tevens indien de gemeenteraad wijzigingen aanbrengt in het ontwerp. In deze gevallen zend het college na vaststelling onverwijld een afschrift van het raadsbesluit aan de GS en/of de inspecteur. Indien het Rijk of de provincie gebruik wil maken van haar aanwijzingsbevoegdheid gaat deze termijn niet op. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt dan, met uitsluiting van het onderdeel waarop het aanwijzingsbesluit ziet, samen met het aanwijzingsbesluit bekend gemaakt. Het besluit treedt in werking 1 dag na afloop van de beroepstermijn.

9.3

Overleg

In het kader van het wettelijk overleg heeft overleg plaatsgevonden met de provincie Limburg en Waterschap Limburg.

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

Pagina | 5 5

9.4

Inzage ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpplan heeft voor een ieder ter inzage gelegen van 23 juli tot en met 2 september 2021. Gedurende deze periode is één zienswijze ingediend. Op 26 augustus 2021 is een zienswijze (opgenomen als bijlage 4 bij de planstukken) ontvangen van Rijkswaterstaat, inhoudende dat de begrenzing van het stroomvoerend deel van het rivierbed niet geheel correct is overgenomen uit het Barro, met het verzoek om deze aan te passen en het stroomvoerend rivierbed conform het nader overleg met Rijkswaterstaat en conform het nationaal georegister op te nemen in het vast te stellen bestemmingsplan. In het plan is, binnen de delen welke zijn aangemerkt als stroomvoerend rivierbed, landschappelijke inpassing in de vorm van het vervangen van de bestaande coniferenhaag door een beukenhaag, tuinaanleg, aanplant van hoge heesters (wintergroen) en herstel/aanplant van bosrand voorzien. Verzocht wordt om initiatiefnemer op de hoogte te stellen, dat deze activiteiten vergunningsplichtig dan wel meldingsplichtig in het kader van de Waterwet zijn. De gevraagde aanpassing van het stroomvoerend rivierbed is doorgevoerd in dit bestemmingsplan en infitiatiefnemer is op de hoogte gesteld van de vergunningplicht ingevolge de Waterwet voor activiteiten betreffende de uitvoer van de landschappelijke inpassing binnen het stroomvoerend rivierbed.

Verder zijn er geen zienswijzen ontvangen.

9.5

(Ambtshalve) wijzigingen

Ten opzichte van het ontwerp-bestemmingsplan zijn de enkele wijzigingen in het vastgestelde bestemmingsplan aangebracht. Het betreft de volgende onderdelen: Op 2 november 2021 is de gemeentelijke Omgevingsvisie vastgesteld; paragraaf 4.3 is aangepast aan het nieuwe beleid en het met de Omgevingsvisie vervallen beleid is ook in betreffende beleidsparagraaf komen te vervallen. Verder heeft er een beperkte aanpassing plaatsgevonden aan het landschappelijk inpassingsplan en wordt een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken toegestaan, waarvan de noodzaak is toegelicht in paragraaf 3.1 van de plantoelichting.

| bestemmingsplan Gagel 1 en 12 Wanssum | status: vastgesteld |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10992788/1