10 Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
erl Buro Ma L a n
d s c
h a p
,
l o E c o
g i e
&
ant
t e R u i m
l i j k e
O rd
e n i n
g
B M- R APPOR T 2021
Oostrum Geysterseweg Ecologische quickscan J. va n Suijle kom, 12 ma a rt 2021
Inhoud Blz 1
Inleiding
3
1.1
Algemeen
3
1.2
Methode / doel
3
1.3
Beschrijving van het plangebied en de ingrepen
3
2
Wet- en regelgeving
4
2.1
Wet natuurbescherming
4
3
Bronnenonderzoek
7
3.1
Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
7
3.2
Gebiedsbescherming
8
4
Resultaten van het veldonderzoek
8
4.1
Algemeen
8
4.2
Beschermde soorten: resultaten en verwachting
8
5
Conclusie en advies
12
Conclusie
12
Advies
12
Literatuur
13
I m p re ss i e v a n h e t plangebied F oto ’s : B u ro M a e r l a n t 24-02-2021.
Oostrum Geysterseweg Ecologische quickscan
2
1 Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van Hoex Onroerende Zaken heeft Buro Maerlant een ecologische quickscan uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ingrepen in het plangebied Geysterseweg te Oostrum. Het veldbezoek werd uitgevoerd op 10 - en 24 februari 2021. Men is voornemens op vier deellocaties woningen te realiseren. Voor onderhavig rapport zijn deze genummerd (nrs. 1 t/m 4). Met ‘het plangebied’ worden alle deellocaties gezamenlijk bedoeld. Waar nodig worden de afzonderlijke deellocties behandeld.
1.2 Methode / doel De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek en een bronnenonderzoek.Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van diersporen zoals uitwerpselen, krab- en graafsporen, en is de vegetatie bekeken. Tevens zijn waarnemingen van aanwezige diersoorten gedaan. Op basis van expert-
judgement is een inschatting gemaakt van het mogelijke voorkomen van beschermde soorten. Dit is afgewogen tegen de toekomstige ontwikkelingen. Doel van het onderzoek is een goed onderbouwde inschatting te geven, zodat kan worden gehandeld conform de Wet natuurbescherming.
1.3 Beschrijving van het plangebied en de ingrepen Het plangebied Geysterseweg (vanaf nu ‘het plangebied’) bestaat uit 4 deellocaties gelegen de Geysterseweg en de Van Broekhuizenstraat te Oostrum (figuur 1). Men is voornemens 10 woningen te realiseren. Op de locatie van een langgevelboerderij wordt op dezelfde plek een nieuwe woonboerderij gerealiseerd, waarbij de bestaande bebouwing wordt gesloopt. Het totaalplan voorziet in de aanleg van nieuwe natuur en kwaliteitsverbetering van het landschap. Fi guur 1 Gl obal e begrenz i ng v an het pl angebi ed (rood).. B ron l ucht f ot o: Googl e.
Oostrum Geysterseweg Ecologische quickscan
3
Wet- en regelgeving 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd. Bevoegdheden inzake ontheffingen en vrijstellingen komen met deze wet te liggen bij de provincie. In sommige situaties is het Rijk bevoegd gezag. Soortbescherming: drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent inzake soortbescherming drie aparte beschermingsregimes: voor soorten van de Vogelrichtlijn, van de Habitatrichtlijn inclusief het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en voor andere nationaal beschermde soorten. Per beschermingsregime gelden aparte verbodsbepalingen en bijbehorende vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden (zie onderstaande tabel).
Tab el 1 Ver bod sb e p a l i n g e n We t n atuu r b e s c h e r m i n g . B ron: b ro c h u re so o r t b e s cher m i n g b i j r u i m t e l i j k e ingrepe n , M i n i s t e r i e v a n E con om i sc h e Z a k e n .
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime andere
Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
soorten § 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Het is verboden in het wild
Het is verboden soorten in hun
Het is verboden soorten opzettelijk
levende vogels opzettelijk te
natuurlijke verspreidingsgebied
te doden of te vangen
doden of te vangen.
opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk
Het is verboden de voortplan-
Het is verboden de vaste voort-
nesten, rustplaatsen en eieren
tingsplaatsen of rustplaatsen
plantingsplaatsen of rustplaatsen
van vogels te vernielen of te
van dieren te beschadigen of te
van dieren opzettelijk te beschadi-
beschadigen, of nesten van
vernielen
gen of te vernielen
Art 3.1 lid 3
Art 3.5 lid 3
Niet van toepassing
Het is verboden eieren te
Het is verboden eieren van
rapen en deze onder zich te
dieren in de natuur opzettelijk te
hebben
vernielen of te rapen
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels op-
Het is verboden dieren opzette-
zettelijk te verstoren, tenzij de
lijk te verstoren
vogels weg te nemen
Niet van toepassing
verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten
Het is verboden plantensoorten in
in hun natuurlijke verspreidings-
hun natuurlijke verspreidingsgebied
gebied opzettelijk te plukken en
opzettelijk te plukken en te ver-
te verzamelen, af te snijden, te
zamelen, af te snijden, te ontworte-
ontwortelen of te vernielen
len of te vernielen
Oostrum Geysterseweg Ecologische quickscan
4
Ontheffing en vrijstelling Op basis van een ontheffing of een vrijstelling is overtreding van de verbodsbepalingen in principe mogelijk. Aangetoond dient te worden dat er sprake is van geen andere bevredigende oplossing (alternatief), er sprake is van een door de wet genoemd belang (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid) en de ingreep geen afbreuk doet aan de gunstige instandhouding van de soort. Nieuw in de wet is dat voor alle soorten de mogelijkheid wordt geboden te werken volgens een goedgekeurde gedragscode. Indien aan bovenstaand wordt voldaan geldt een vrijstelling als aantoonbaar wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. De verbodsbepalingen zijn gericht op het individu, echter wordt bij de beoordeling of kan worden afgeweken van de bepalingen gekeken naar de gunstige instandhouding van de soort. De zorgplicht blijft in de Wet natuurbescherming evenwel van toepassing, óók voor niet beschermde soorten, dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor alle planten en dieren en de leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, echter kan hierop door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Jaarronde bescherming vogels Nesten van vogels zijn doorgaans alleen beschermd tijdens het broedseizoen.
Van een beperkt aantal vogelsoorten zijn nesten ook in de niewe wet buiten het broedseizoen en dus jaarrond beschermd (zie tabel 2). Categorie
Omschrijving Jaarrond beschermde nesten
Ta b e l 2 B e sc h e r m i n g sc a tegori e ë n n e s t e n , w a a rop d e v e r b o d sb e p a l i ngen v a n a r t i k e l 3 . 1 en 3. 5 W n b v a n t o e p a s s i n g z i j n : J a a r ro n d (1 t/ m 4 ) o f t i j d e n s h e t b ro e d se i z o e n ( c a t eg o r i e 5 ).
1
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil).
2
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De fysiekke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).
3
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).
4
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Niet jaarond beschermde nesten Let op: onderbouwing en eventueel nader onderzoek echter gewenst. Indien sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden, zijn ook deze nesten beschermd.
5
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (voorbeeld: boerenzwaluw, ekster, groene specht en spreeuw.
Oostrum Geysterseweg Ecologische quickscan
5
Van alle categorieën vogels in hierboven genoemde tabel is het belangrijk aan- of afwezigheid van nesten / territoria aan te tonen en sprake is van een mogelijk effect. Via een omgevingscheck en eventueel nader onderzoek is dit mogelijk. Voor categorie 5 - soorten is een potentie inschatting doorgaans voldoende. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming is gebiedsbescherming op vergelijkbare wijze geregeld als de voormalige Natuurbeschermingswet 1998. Ook in de Wet natuurbescherming wet beoogt men bescherming van gebieden die nationaal en internationaal van belang zijn. Het betreft de bescherming van gebieden op Nederlands grondgebied die vanuit de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Gezamenlijk vormen deze gebieden een Europees netwerk: Natura 2000. De status van beschermde natuurmonumenten is bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet komen te vervallen. Het merendeel van de voormalig beschermde gebieden maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en zijn op deze wijze beschermd. Ingrepen en effecten In de Wet natuurbescherming is bepaald, dat handelingen of projecten die mogelijk schadelijk invloed hebben op Natura 2000-gebieden vergunningsplichtig zijn. Door middel van toetsing wordt bepaald of sprake is van effecten,en zo ja in welke mate dit is. Toetsing vindt plaats in drie fasen:
» » orientatiefase of voortoets; » » verstorings- en verslechteringstoets (bij mogelijke negatieve, maar géén significant negatieve effecten);
» » passende beoordeling (kans op significant negatieve effecten). Als uit de verstorings- en verslechteringstoets blijkt, dat sprake is van mogelijk negatieve effecten dient in een aanvullende toetsing een effectbeoordeling plaats te vinden en is een vergunning nodig. Het bevoegd gezag (de provincie en in sommige situaties het Ministerie) verleent een vergunning onder strikte voorwaarden, waarbij met voldoende mitigerende en compenserende maatregelen de instandhoudingsdoelstellingen zijn gewaarborgd.
Oostrum Geysterseweg Ecologische quickscan
6
3 Bronnenonderzoek 3.1 Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Voor het onderzoek zijn de gegevens uit de NDFF middels quickscanhulp opgevraagd. Het betreft waarnemingen van beschermde soorten krachtens de Wet natuurbescherming binnen een straal van 0 tot 5 km ten opzichte van het plangebied. Dit is exclusief algemene beschermde soorten waarvoor bij ruimtelijke ingrepen een provinciale vrijstelling geldt. De gegevens zijn in de onderstaande tabel weergegeven (tabel 4). Ta b e l 4 D a t a u i t d e N D F F. © N D F F - q u i c k scanhulp.nl 03-032020.
Naam Levendbarende hagedis Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Ransuil Sperwer Steenuil Wespendief Bever Das Eekhoorn Gewone/Grijze grootoorvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Laatvlieger Alpenwatersalamander Boomkikker Heikikker Kamsalamander Knoflookpad Poelkikker bruine eikenpage grote vos kleine ijsvogelvlinder Beekrombout Blauw guichelheil Drijvende waterweegbree Glad biggenkruid Grote leeuwenklauw Kartuizer anjer Wilde weit Boomvalk Kerkuil Ooievaar Roek Slechtvalk Bosvleermuis Damhert Franjestaart Gewone dwergvleermuis Meervleermuis Steenmarter Waterspitsmuis Watervleermuis Wolf
Groep Reptielen Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Libellen Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren
Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km
Bij de uitwerking van de resultaten van het veldonderzoek (zie hier onder) wordt een verwachting uitgesproken in hoeverre deze beschermde soorten ín het plangebied aanwezig kunnen zijn en in hoeverre effecten zijn te verwachten. Oostrum Geysterseweg Ecologische quickscan
7
3.2 Gebiedsbescherming Het plangebied is gedeeltelijk gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en is provinciaal geduid als ‘Bronsgroene landschapszone’. Het betreffen deellocaties 3 en 4. Thans bestaan deze percelen uit een paardenwei en een recentelijk verruigd agrarisch perceel. Voor deze regio bijzondere kenmerken en waarden ontbreken op beide deellocaties. Er is echter sprake van een afname aan oppervlak wat dient te worden gecompenseerd. Het plan voorziet in een sterke kwaliteitsverbetering door aanleg van nieuwe natuur (figuur 2). Er is dan ook geen sprake van aantasting van het Natuurnetwerk. Figuur 2 I m p re ss i e ( c o n c e pt) a a n t e l e g g e n g ro en zones.
Natura 2000- gebieden zijn op ruimere afstand aanwezig. Emissie van stikstof kán op grotere afstand een aandachtpunt zijn. Stikstofgevoelige habitats bevinden zich op een afstand van circa 1,5 kilometer ten opzichte van het plangebied. Door de vrij beperkte aard van de ingrepen wordt niet verwacht dat tijdens de aanlegfase sprake zal zijn van een depositie. Een AERIUS berekening is benodigd om deze verwachting te toetsen. Door inzet van modern licht materieel of prefab elementen kan de stikstofuitstoot sterk worden gereduceerd tijdens de aanlegfase. Negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen worden uitgesloten of naar verwachting worden voorkomen.
4 Resultaten van het veldonderzoek 4.1 Algemeen Het eerste veldonderzoek werd uitgevoerd op 10 februari 2021. Door sneeuw en vorst waren de omstandigheden verre van optimaal, zodat op 24 februari een tweede bezoek werd uitgevoerd. Dit bezoek vond plaats tijdens zeer gunstig weer: onbewolkt, vrijwel windstil bij een temperatuur van circa 18 °C. Biotopen In het plangebied waren de volgende biotopen aanwezig:
» » Weiden, deels begraasd door paarden en koeien, allen relatief soortenarm (raaigrastype) en voedselrijk; Oostrum Geysterseweg Ecologische quickscan
8
» » Recentelijk verruigd perceel met dominerend braam en lokaal opslag van jonge loofbomen. » » Boerderij opgetrokken uit baksteen (halfsteens, massief) met een pannendak. De dakpannen waren aangebracht op houten balken. De pannen (vlakke pan) sloten op een enkele kier na nauw aan en waren aan de kopse kanten van de gevels aangesmeerd met mortel. De boerderij was deels omgeven door hagen van liguster en beuk. In de omgeving waren de volgende biotopen aanwezig:
» » Genormaliseerde beek met een vergelijkbare braamruigte aan de oevers. » » Verspreide bebouwing en agrarisch gebied met weiden en akkers, verspreid aanwezige houtsingels en een genormaliseerde loop.
4.2 Beschermde soorten: resultaten en verwachting Planten In de ruimere omgeving van het plangebied zijn diverse beschermde vaatplanten waargenomen, onder meer het blauw guichelheil en de kartuizer anjer. Het betreffen allen soorten van specifieke standplaatsen. In het plangebied was sprake van uiterst voedselrijke omstandigheden. Beschermde vaatplanten zijn niet aangetroffen en worden op basis van het habitat ook niet verwacht. Op basis van het aangetroffen biotoop kan de aanwezigheid van beschermde vaatplanten binnen de werkgrenzen worden uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren In de omgeving van het plangebied zijn diverse strikter beschermde zoogdieren aangetroffen waaronder de bever, de das en de eekhoorn binnen een straal van een kilometer. In het plangebied zelf ontbraken potenties voor de meeste soorten. Sporen en of andere indicaties van de aanwezigheid van strikter beschermde zoogdieren zijn niet aangetroffen. De aanwezigheid van strikt beschermde grondgebonden zoogdieren in -of direct nabij het plangebied kan op basis van deze habitatscan redelijkerwijs worden uitgesloten. In de ruimere omgeving is de waterspitsmuis aangetroffen. Het betreft een uitterst schuwe soort van stuctuurrijk water. De voorgenomen natuurlijke aanleg van de beek kan kansen bieden voor de waterspitsmuis.
Vleermuizen Verblijfplaatsen In omgeving van het plangebied zijn divse soorten vleermuizen waargenomen, waaronder beide soorten grootoorvleermuizen, de laatvlieger en de gewone dwergvleermuis. Het betreffen soorten die ook in deze context kunnen worden verwacht. De laatvlieger prefereert gebouwen, zowel de gewone dwergvleermuis als de grootoorvleermuis verblijven ook soms in bomen. Bomen met voor vleermuizen geschikte holten of andere toegankelijk delen waren niet aanwezig in of nabij het plangebied. De te slopen bebouwing is beoordeeld als ongeschikt voor vleermuizen. Muren waren enkelwandig (half steens), dakpannen en golfplaten waren direct aangebracht op houten balken, zónder geschikte plekken om weg te kunnen kruipen. Door afwerking waren bij dakranden géén voor vleermuizen geschikte openingen aanwezig. Sporen van vleermuizen werden niet aangetrofOostrum Geysterseweg Ecologische quickscan
9
fen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen bebouwing kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Aanwezige woningen in de omgeving van het plangebied zijn potentieel (zeer) geschikt voor vleermuizen, mede door de aanwezigheid van voor vleermuizen toegankelijke kantpannen en een spouw. Doordat op voldoende afstand wordt gebouwd, worden geen effecten verwacht op eventueel aanwezige dieren in de omgeving (zie ook hieronder). Foerageergebied Het plangebied zelf heeft door de aanwezigheid van bomen en houtsingels nabij de randen mogelijk enige betekenis voor vleermuizen om te jagen. Een belangrijke functie wordt niet verwacht daar de deelgebieden zelf bestaan uit open veld. In de omgeving is een overmaat aan geschikter jachtgebied aanwezig zodat op voorhand geen sprake is van een essentiëlefunctie. Negatieve effecten op de foerageer- en navigeermogelijkheden van vleermuizen worden in deze context niet verwacht.
Vogels Algemene tot uiterst algemene soorten, flexibel in nestplaatskeuze (nesten categorie 5) Tijdens het veldonderzoek werden diverse vogels waargenomen, onder meer de vink, ekster, winterkoning, zanglijster en de heggenmus. In aanwezige beplantingen in het plangebied zelf of aan de randen kunnen diverse soorten broedend worden verwacht. Door met de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen worden effecten op eventueel broedende vogels eenvoudig voorkomen. Jaarrond beschermde soorten (nesten, categorie 1 t/m 4) In de nabije omgeving zijn blijkens data uit de NDFF diverse jaarrond beschermde vogels aangetroffen, onder meer enkele soorten roofvogels, uilen en soorten als de huismus, de steenuil en de kerkuil. Voor uilen was de bebouwing ontoegankelijk en ontbrak potentie. Voor de huismus was het dak door de steile hellinghoek als broedbiotoop ongeschikt. Tevens stoten de pannen vrijwel naadloos aan. Sporen werden niet aangetroffen. De huismus werd tijdens beide bezoeken prominent waargenomen nabij woningen ten oosten en zuiden van deelgebied 1. Ze waren aanwezig op en nabij de woningen met voor de huismus geschikte pannendaken. Voor het plangebied zelf werd geen interesse getoond. De aanwezigheid van nesten van de huismus of overige jaarrond beschermde broedvogels binnen de werkgrenzen kan worden uitgesloten.
De aanwezigheid van nesten van jaarrond beschermde vogels kan op basis van deze habitiatscan worden uitgesloten. Vissen Binnen de werkgrenzen ontbrak open water. Effecten op vissen zijn dan ook niet aan de orde. De meer natuurlijke aanleg van de beek kan een positief effect hebben op vissen algemeen. Amfibieën Blijkens de data uit de NDFF zijn in de omgeving van het plangebied diverse strikter beschemde amfibieën aangetroffen waaronder de boomkikker, de poelkikker, de Alpenwatersalamander en kamsalamander. Voortplantingswater ontbrak in het plangebied zelf. Als landha-
Oostrum Geysterseweg Ecologische quickscan
10
bitat hebben de weiden weinig tot niets te bieden. Het verruigde perceel is als landhabitat voor diverse soorten geschikt. De boomkikker prefereert braamstuwelen. In de omgeving blijven voldoende alternatieven aanwezig zodat geen sprake is van een essentieel habitat. De aanleg van nieuwe groenelementen op de plek waar nu weiden aanwezig zijn is gunstig voor diverse soorten amfibieën. Reptielen In de nabijheid van het plangebied is de levendbarende hagedis aangetroffen. Als biotoop is het overgrote deel van het plangebied (weiden) op voorhand ongeschikt. Het verruigde perceel is relatief vochtig en voor de levensbarende hagedis geschikte biotoop. In de omgeving blijft ruimschoots geschikte habitat aanwezig zodat geen negatieve effecten worden verwacht op de levendbarende hagedis. Het verwijderen van de ruigte dient men uit te voeren buiten de voortplantingsperiode en de winterrust: in september tot uiterlijk half oktober. Insecten In de omgeving van het plangebied zijn de bruine eikenpage, de kleine ijsvogelvlinder, de grote vos en beekrombout waargenomen. Het plangebied zelf was door het ontbreken van geschikte waarplanten en/of de afwezigheid van water als voorplantings- en voedselbiotoop ongeschikt. De aanwezigheid van beschermde insecten kan op basis van het aangetroffen habitat worden uitgesloten.
Overige soortgroepen Voor de overige door de Wet natuurbescherming strikter beschermde soortgroepen ontbreekt geschikt leefgebied in het plangebied. Effecten zijn door de aard van de ingrepen ook niet aan de orde.
Oostrum Geysterseweg Ecologische quickscan
11
5 Conclusie en advies Conclusie In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële en actuele natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden:
» » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd). » » Mogelijk deel van het leefgebied van de levendbarende hagedis. Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, relatief beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Op basis van het advies zijn de ingrepen zonder meer mogelijk. De aanleg van nieuwe natuur biedt voor veel soorten kansen. Beschermde gebieden Het plangebied ligt gedeeltelijk in het Natuurnetwerk. Er is géén sprake van aantasting van wezenlijke waarden of kenmerken. Het ruimtebeslag wordt in het plan gecompenseerd en de kwaliteit van het NNN wordt verbeterd door aanleg van nieuwe natuur. Van een negatief effect op het natuurnetwerk is dan ook geen sprake. Effecten op Natura 2000-gebieden worden niet verwacht of kunnen (inzake stikstof) naar verwachting worden voorkomen. Voor het plan is een AERIUS berekening benodigd.
Advies Broedvogels algemeen Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in of nabij het plangebied aanwezig kunnen zijn, wordt aanbevolen de werkzaamheden als het verwijderen van beplantingen, sloop en grondwerk nabij beplantingen uit te voeren buiten het broedseizoen (ná half juli en vóór half maart). Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels, wat leidt tot het definitief verlaten van een nest, is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan. Levendbarende hagedis en fauna algemeen (verruigd perceel omgeving deelgebied 4) Naast bovengenoemd aandachtpunt inzake broedvogels algemeen wordt aanbevolen ervan uit te gaan dat het verruigde perceel leefgebied is van de levendbarende hagedis en preventief ingrepen aan de ruigte (door grondwerk of maaien) uit te voeren buiten de kwetsbare periode van de levendbarende hagedis: buiten de winterrust en de voortplantingperiode (september tot uiterlijk half oktober). Tevens dient te werken in één richting zodat individuen de kans krijgen werkvakken zelfstandig te verlaten. Voor overige mogelijk aanwezige fauna is dit ook de juiste methode en periode.
Oostrum Geysterseweg Ecologische quickscan
12
Doordat voldoende potentieel leefgebied aanwezig blijft is geen nader onderzoek naar de levendbarende hagedis benodigd. Indien men bij de toekomstige totaalinrichting minder ruige natuur wenst is het aan te bevelen het definitieve plan te laten beoordelen door een ecoloog.
Literatuur Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk, en J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Diepenbeek, A. van, 1999. Veldgids Diersporen (tweede druk, 2003). KNNV Uitgeverij, Utrecht. Meijden, R. van der, 2005. Heukel’s flora van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen.
Internet » » Geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014 op ruimtelijkeplannen.nl » » Google maps » » http://www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wp-content/uploads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122016.pdf
» » www.nederlandsesoorten.nl » » http://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/flora-en-faunawet-ffw/ontheffing-vrijstelling/soortenstandaard
» » https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default.
Buro Maerlant Dorpsstraat 17 4271 AA Dussen T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl I www.BuroMaerlant.nl KvK 69667705
Oostrum Geysterseweg Ecologische quickscan
13