CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Bijlage 5.1.5 Quickscan flora & fauna (

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Lollebeekweg 30a, Castenray.4.032 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan natuurwetgeving Lollebeekweg 30a te Castenray

In opdracht van: Bureau leefomgeving 15 oktober 2024 E.M.H. Smeets BSc en ir. J.P.M. Hovens

Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray Opdrachtgever: Opstellers/controle: Veldwerk:

Bureau leefomgeving E.M.H. Smeets BSc / ir. J.P.M. Hovens E.M.H. Smeets BSc en P.J.C.A. Op het Veld

Faunaconsult B.V. werkt volgens de protocollen in de kennisdocumenten van BIJ12. Onze onderzoeken voldoen daarmee aan de landelijk geldende normen en opdrachtgevers hebben een basis om ons aan te spreken op de kwaliteit van de door ons aangeleverde producten. Onze ecologen voldoen aan de deskundigheidseisen zoals gesteld door RVO. We hechten groot belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en geven concreet invulling aan de participatiewet.

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray

1

Inhoud 1

Inleiding........................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 3 2 Wet- en regelgeving ........................................................................................................................ 4 2.1 Inleiding................................................................................................................................... 4 2.2 Bescherming van Natura 2000-gebieden................................................................................. 4 2.3 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................... 4 2.4 Beschermde planten en dieren ................................................................................................. 5 3 Werkwijze ....................................................................................................................................... 6 3.1 Beschrijving van de werkzaamheden ...................................................................................... 6 3.2 Werkwijze ...............................................................................................................................

7 4 Aanwezige beschermde natuurwaarden .......................................................................................... 8 4.1 Beschrijving plangebied .......................................................................................................... 8 4.2 Natura 2000-gebieden ............................................................................................................. 9 4.3 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 10 4.4 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 10 5 Mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden ....................................................................... 12 5.1 Natura 2000 ........................................................................................................................... 12 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 12 5.3 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 12 6 Conclusies en aanbevelingen .........................................................................................................

14 6.1 Natura 2000 ........................................................................................................................... 14 6.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 14 6.3 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 14 Literatuur ............................................................................................................................................... 15

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray

2

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Het aan de Lollebeekweg 30a gevestigde loonbedrijf, heeft een aantal jaren geleden aan de achterzijde erfverharding en een keerwand aangebracht. Dit was voorheen agrarische grond. Verder wenst men de erfverharding nog verder uit te breiden. De ontwikkelingen hebben aanleiding gegeven voor deze quickscan natuurwetgeving. Hierin is nagegaan welke effecten de gerealiseerde ingreep had, en de voorgestane ingreep zal hebben, op beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep had/heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden.

1.2

Doel en status van dit document

Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Omgevingswet en het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de beleids- en veldinventarisaties weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op Natura 2000gebieden, de in en nabij het plangebied aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Omgevingswet. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray

3

2

Wet- en regelgeving

2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb) verving drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden; de Flora- en faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende plantenen diersoorten; de Boswet regelde de kap van bomen buiten de bebouwde kom (als bedoeld in de Boswet). Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en de Wet natuurbescherming is daarin geïntegreerd. Zo wordt in artikel 5.18 van de Omgevingswet gesteld dat er per algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels worden gesteld over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor o.a. bouwactiviteiten. In artikel 5.10 van de Omgevingswet is geregeld dat per AmvB voor bepaalde ‘flora- en fauna-activiteiten’ wordt bepaald dat Gedeputeerde Staten op de aanvraag voor een omgevingsvergunning mogen beslissen. ‘Flora- en fauna-activiteiten’ zijn de verboden die de Wet natuurbescherming (Wnb) stelde ten aanzien van Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1 Wnb); Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5 Wnb) en Overige beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb).

2.2

Bescherming van Natura 2000-gebieden

Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Het is een verzameling van Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebieden en Wetlands (die worden beschermd middels de internationale Conventie van Ramsar). De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen en die zijn geïmplementeerd in de Nederlandse regels. In artikel 2.44 van de Omgevingswet is geregeld dat de Minister voor Natuur en Stikstof dergelijke gebieden kan aanwijzen en in artikels 3.58 en 3.59 Besluit kwaliteit leefomgeving (vanaf hier: Bkl) zijn de begrenzing en instandhoudingsmaatregelen geregeld, om de vanuit de Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn gestelde doelen te halen. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan Natura 2000-gebieden. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken.

Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning wordt aangevraagd, om die vervolgens passend te beoordelen (op grond van artikel 16.53c van de Omgevingswet. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000beheerplannen, de wettelijke basis daarvoor is geregeld in artikel 10.18 van het Omgevingsbesluit (vanaf hier: Ob). Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden.

2.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray

4

• • • •

gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. De provincies hebben – zoals ook al in paragraaf 2.2 aangegeven - de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Veel provincies hebben de Nationale Landschappen (sinds 2011 geen onderdeel meer van nationaal beleid) in hun provinciale beleid opgenomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan het provinciale beleid is opgenomen in hoofdstuk 5.

2.4

Beschermde planten en dieren

De Omgevingswet kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven: - Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m artikel 11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving; vanaf hier: Bal). Verder nemen de meeste provincies de onder de Wet natuurbescherming benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. - Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 11.46 t/m artikel 11.48 Bal); - Overige beschermde soorten in het wild levende soorten genoemd in bijlage IX, onder A en B bij artikel 11.54 (Bal). Onder A vallen een aantal in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers.

Onder B vallen een aantal vaatplanten. In A vallen onder meer de ‘algemene’ zoogdiersoorten die onder de Wnb bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. De Provincie Limburg heeft deze vastgelegd in ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ (Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017) en Omgevingsverordening Limburg (Provinciale Staten van Limburg, 2023). De laatste is per 1 januari 2024 ingegaan. Dit houdt in dat de meeste soorten die onder de Omgevingswet als beschermde soort zijn aangewezen, ook in de Provincie Limburg worden beschermd.

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray

5

3

Werkwijze

3.1

Beschrijving van de werkzaamheden

Het aan de Lollebeekweg 30a gevestigde loonbedrijf Hendrix Smits, heeft enkele jaren geleden haar erf over een lengte van circa 30 meter uitgebreid, door het aanbrengen van erfverharding en een keerwand. Hiervoor moet een struweelhaag verwijderd worden. Daarnaast wil men de erfverharding nog verder uitbreiden en een landschappelijke inpassing realiseren, in de vorm van bomen, struiken en water. Een schets van de voorlopige voorgestane situatie is te zien in figuur 3.1.

Figuur 3.1. Schets van de recent gerealiseerde en voorlopige voorgestane situatie. Bron: Bureau leefomgeving.

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray

6

3.2

Werkwijze

De quickscan is uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een bronnenonderzoek. Op 24 september 2024 heeft Faunaconsult B.V. het plangebied bezocht, evenals de omringende zone. Hierbij werden beschermde planten geïnventariseerd en werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied geschikte habitat biedt. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en waarnemingen van soorten: - Beschermde SoortenIndicator (BeSI); - Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (www.natura2000.nl/gebieden); - RAVON (www.ravon.nl); - FLORON (www.floron.nl); - SOVON (www.sovon.nl); - Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl); - NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl).

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray

7

4

Aanwezige beschermde natuurwaarden

4.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied (zie figuur 4.1 en de foto’s op het voorblad) bevindt zich ten zuidoosten van Castenray, buiten de bebouwde kom. De omgeving rondom het plangebied is overwegend agrarisch ingericht met akkers en enkele bedrijven. Lollebeekweg 30a bestaat uit een loonbedrijf met verschillende gebouwen en een erf. De gebouwen blijven behouden en vallen daarmee buiten het feitelijke plangebied. Tijdens het veldbezoek bleken de erfverharding en de keerwand al gerealiseerd. Volgens de eigenaar zou dit al jaren geleden zijn uitgevoerd. Op de erfverharding zijn landbouwfolie (zie figuur 4.1.1), landbouwmachines, grond, etc. opgeslagen. In het plangebied komen algemene plantensoorten voor als paardenbloem, perzikkruid, bastaardwederik, grote weegbree, laurierkers, Spaanse aak, ridderzuring, hazelaar, hanenpoot, veldkers, vogelmuur, melganzenvoet, winterpostelein, grote brandnetel, rode klaver, zachte ooievaarsbek, kaal knopkruid, bezemkruiskruid, ijzerhard en echte kamille. Verder is er een struweelhaag met soorten als Spirea, Spaanse aak, Gelderse roos en hazelaar. Tijdens het veldbezoek bleek dat een deel van de in figuur 4.1.1 getoonde houtsingel al is verwijderd.

Figuur 4.1.1 Ligging van het plangebied (rood omlijnd) met de gerealiseerde erfverharding (geel omlijnd) en de gerealiseerde keerwand (blauwe lijn). De nog aan te leggen erfverharding is groen omlijnd, de struweelhaag is hier reeds verwijderd.

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray

8

Figuur 4.1.2 Hier is recent struweelhaag verwijderd.

4.2

Natura 2000-gebieden

In tabel 4.2. is een overzicht weergegeven van de Nederlandse Natura 2000-gebieden binnen een afstand van 10 kilometer van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand van het plangebied. Figuur 4.2 laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Tabel 4.2. Overzicht van de natura 2000 gebieden binnen een afstand van 10 km van het plangebied.

Natura 2000 gebieden Boschhuizerbergen Deurnsche Peel & Mariapeel Maasduinen

Afstand tot plangebied (km) 6,4 7,5 9,6

Figuur 4.2. Natura 2000-gebieden (rood en blauw gearceerd) ten opzichte van het plangebied (rode stip). Bron: Natura 2000 Network Viewer.

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray

9

4.3

Natuurnetwerk Nederland

Op zo’n 200 meter ten zuiden van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit bestaat uit het beheertype N12.02 ‘Kruiden- en faunarijk grasland’ (zie figuur 4.3).

Figuur 4.3. Ligging van het plangebied (rode lijn) ten opzichte van het NNN (felgekleurde delen). Bron: Provincie Limburg.

4.4

Beschermde planten en dieren

Vogels en zoogdieren Volgens BeSI (geraadpleegd op 26-9-2024) komen de volgende beschermde vogels en zoogdieren mogelijk in/rond het plangebied voor: huismus, boombewonende vleermuizen, gebouwbewonende vleermuizen, bunzing, das, haas, konijn en ree. De erfverharding en de keerwand bleken tijdens het veldbezoek al gerealiseerd te zijn. Het gebied is volgens de eigenaar vooraf niet op het voorkomen van beschermde natuurwaarden geïnspecteerd. Het gebied was destijds in gebruik als (asperge)akkerbouwgebied. Het is daarom onmogelijk dat zich hier huismusnesten, gierzwaluwnesten en/of vleermuisverblijven hebben bevonden. In de huidige situatie zijn, vanwege het gebrek aan bebouwing, met zekerheid geen huismus- en gierzwaluwnesten en vleermuisverblijven aanwezig. In het plangebied zijn geen bomen aanwezig. De nog aan te leggen erfverharding bestaat nu nog uit akker en struweelhaag. Vogelnesten zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen, maar het is mogelijk dat in het broedseizoen algemene vogelsoorten als de merel in de opgaande vegetatie broeden. Tijdens het veldbezoek werden witte kwikstaart, kauw, vink, houtduif, huismus, graspieper, putter, spreeuw en boerenzwaluw waargenomen. Ook zijn er aan de zuidkant van de keerwand oude verlaten oeverzwaluwnesten gevonden in een zandwal.

De zandwal is nu te sterk begroeid geraakt om nog als nestlocatie voor de oeverzwaluw te kunnen dienen (zie figuur 4.4.1). Vandaar dat de oeverzwaluw niet is opgenomen in tabel 4.4.

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray 10

Figuur 4.4.1. Zandwand met oude oeverzwaluwnesten.

Dassenburchten, dassensporen, dassen-, konijnen- of bunzingholen etc. zijn in het plangebied afwezig. De das is volgens waarneming.nl de afgelopen 10 jaar ook niet in het plangebied waargenomen. Voor kleine marterachtigen biedt het plangebied onvoldoende dekking. Overige algemene zoogdieren zoals de veldmuis kunnen wel in het plangebied voorkomen. Amfibieën en andere diersoorten Volgens BeSI (geraadpleegd op 26-09-2024) komen de volgende beschermde amfibieën mogelijk in/rond het plangebied voor: alpenwatersalamander, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en levendbarende hagedis. In het plangebied bevinden zich geen wateren. Strenger beschermde amfibieënsoorten zijn daarom, niet in het plangebied te verwachten. Het is wel mogelijk dat algemene amfibieënsoorten als de gewone pad delen van/direct rond het plangebied als landhabitat gebruiken. Reptielen en andere soorten, die beschermd zijn onder de Omgevingswet, zijn wegens het aanwezige biotoop evenmin te verwachten in het plangebied. Planten Volgens BeSI kwamen er geen beschermde plantensoorten in/rond het plangebied voor. In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek ook alleen algemene, niet-beschermde planten waargenomen (zie paragraaf 4.1). Achter de huidige (en misschien nieuwe) uitbreiding gaat het bedrijf landschappelijke inpassing realiseren in de vorm van bomen, struiken en water.

Tabel 4.4 geeft de beschermde soorten weer die (mogelijk) een vaste voortplantings- of rustplaats in het plangebied hebben. Tabel 4.4. (Potentieel) in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Het beschermingsregime van de soorten in de Omgevingswet is eveneens weergegeven.

Vogels Nederlandse naam en wetenschappelijke naam Algemene in opgaande vegetatie broedende vogels Huisspitsmuis (Crocidura russula) Veldmuis (Microtus arvalis) Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo)

Internationaal beschermde soorten

Andere beschermde soorten

X X X X X

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray 11

5

Mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden

5.1

Natura 2000

Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal; bovendien ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Boschhuizerbergen’ op een afstand van circa 6,4 kilometer van het plangebied. Vanwege de afstand verwachten wij van de voorgenomen werkzaamheden geen direct effect op bovengenoemd Natura 2000-gebied. Het hierboven genoemde Natura 2000-gebied bevat tenminste één stikstofgevoelig habitattype, dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. De erfverharding en de bouw van keerwand zal leiden tot wat stikstofuitstoot. Vanwege de afstand tussen de Natura 2000-gebieden en het plangebied verwachten wij echter geen significant effect op bovengenoemd (en verder van het plangebied gelegen) Natura 2000-gebied(en).

5.2

Natuurnetwerk Nederland

Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN (‘Kruiden- en faunarijk grasland’) ligt op zo’n 200 meter ten zuiden van het plangebied. Wegens de afstand tot het plangebied hebben de voorgenomen waarschijnlijk geen negatief effect op het NNN. Omdat er geen negatieve effecten op het NNN zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.

5.3

Beschermde planten en dieren

Als gevolg van de werkzaamheden kunnen onderstaande effecten op beschermde flora en fauna optreden: - De reeds verwijderde vegetatie is mogelijk tijdens het broedseizoen van de meeste vogelsoorten verwijderd. In dat geval zijn er mogelijk nesten, eieren en (jonge) vogels vernietigd. Als de resterende opgaande vegetatie tijdens het broedseizoen wordt verwijderd, kunnen broedende vogels als de grasmus worden verstoord of gedood. Ook kan het leiden tot sterfte van eieren en jonge vogels. - Aanplant van bomen, struiken en waterpartijen zal een zeer gunstig effect hebben voor vogels en ander soorten. - Bij de werkzaamheden zijn/kunnen voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën zijn/worden aangetast. Individuen zijn/kunnen hierbij zijn/worden verwond of gedood. In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen. Tabel 5.3. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Bal. De letters in de tabel corresponderen met die van de verboden in onderstaande tekst.

Soort Algemene in vegetatie broedende vogels Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën

Beschermingsregime Omgevingswet Vogels Andere soorten

Art. 11.37 Art. 11.46 Art. 11.54 lid 1 lid 1 lid 1 a,b,d a,b

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray 12

Artikel 11.37, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Vogelrichtlijnsoorten) a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. Artikel 11.46, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Habitatrichtlijnsoorten) a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e.

het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Artikel 11.54, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen andere soorten) a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 11.54, lid 2 Bal).

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray 13

6

Conclusies en aanbevelingen

6.1

Natura 2000

De plannen zullen naar onze mening waarschijnlijk geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000gebieden hebben. Om elk risico uit te sluiten, is het echter te overwegen de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te laten bepalen. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename is te verwachten, is er een vergunning nodig op grond van artikel 5.1, lid 1a van de Omgevingswet.

6.2

Natuurnetwerk Nederland

Door de werkzaamheden gaat er geen NNN verloren. De voorgenomen plannen hebben geen negatieve effecten op het NNN. Daarom zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.

6.3

Beschermde planten en dieren

Algemene in vegetatie broedende vogels In de verwijderde vegetaties in het plangebied kwamen mogelijk bewoonde vogelnesten. Indien de vegetatie tijdens het broedseizoen is verwijderd, heeft dit mogelijk geleid tot vernietiging van vogelnesten, eieren en (jonge) vogels. Omdat vogels, hun nesten en eieren zijn beschermd is dit een mogelijke overtreding op de wet. In de gras- en opgaande vegetatie in het plangebied komen tijdens het broedseizoen mogelijk beschermde vogelnesten voor. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Omgevingswet begaan. Omdat vogels sporadisch ook buiten de periode 15 maart – 15 juli broeden, kan het verwijderen van opgaande vegetatie toch leiden tot overtreding van de Omgevingswet. Indien blijkt dat er broedende vogels aanwezig zijn, dan mogen deze niet worden verstoord. Ook mogen in gebruik zijnde nesten niet worden vernield.

Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Omgevingswet zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde andere beschermde soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten voor is verkregen (deze soorten zijn opgenomen in Bijlage X van de Omgevingsverordening Limburg; Provinciale Staten van Limburg, 2023). Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 11.27 Bal); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray 14

Literatuur • • • •

Gedeputeerde Staten van Limburg. 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad nr. 5634. Ministerie van Economische Zaken, 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. Provinciale Staten van Limburg. 2023. Omgevingsverordening Limburg. Provinciaal blad 2023, 14198. Sovon Vogelonderzoek Nederland. 2022. Oeverzwaluw Riparia riparia , Nijmegen.

Quickscan natuurwetgeving voor Lollebeekweg 30a te Castenray 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16974743/1