10 Beoordeling archeologisch rapport Leunen Zuid
Tekst van het document
Keizer Karel V Singel 8 Postbus 435 5600 AK Eindhoven Fax: 040 2594510 Website: www.milieudienst.sre.nl
Advies Archeologische Monumentenzorg 2012-nr 63
Beoordeling archeologisch rapport
Aanvrager
Naam Michel Terpelle
Gemeente/bedrijf Gemeente Venray
Datum 6-6-2012
Auteur(s)
J. Bosman
22-6-2012
Autorisatie
R. Berkvens
Samenwerkingsverband Regio Eindhoven Milieudienst Samenwerkingsverband Regio Eindhoven Milieudienst
20-6-2012
Paraaf
Beoordelingsadvies rapport IVO-O Vullingstraat Leunen, gemeente Venray
Advies Archeologische Monumentenzorg: Beoordeling van een Archeologisch Rapport
Bevoegd gezag:
Gemeente Venray Dhr. M. Terpelle Postbus 500 5800 AM Venray
Datum:
22-6-2012
Locatie:
Plangebied Vullingstraat te Leunen
Project:
Inventariserend Veldonderzoek (IVO), karterende fase (door middel van boringen); Vullingstraat Leunen. Gemeente Venray (Becker en van de Graaf bv rapport), Noordwijk, auteur T. Nales, 04-08-2009.
Van:
Samenwerkingsverband Regio Eindhoven Milieudienst Mevr. drs. Janneke Bosman Tel. 040-2594443 E-mail: J.Bosman@milieudienst.sre.nl
Inleiding Op 6 juni 2012 hebben wij van de gemeente Venray per email opdracht gekregen om het rapport Inventariserend Veldonderzoek (IVO), karterende fase (door middel van boringen); Vullingstraat Leunen. Gemeente Venray (Becker en van de Graaf bv rapport), Noordwijk, auteur T. Nales, 04-08-2009, te beoordelen. Dit rapport bevat de resultaten van een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend verkennend booronderzoek naar aanleiding van het voornemen het plangebied Vullingstraat te herontwikkelen tot woonwijk. Doel van het onderzoek was het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied, dat gebaseerd is op het eerder uitgevoerde bureauonderzoek en verkennende booronderzoek.1 Op basis van de resultaten is door de opsteller van het rapport aanbevolen het plangebied vrij te geven. Samenvatting van het plan en het rapport Onderzoekskader RO: Bestemmingsplanwijziging Grootte plangebied: circa 3 hectare Onderzoeksperiode: juni en juli 2009 (veldwerk) Opdrachtgever: Jansen De Jong Projectontwikkeling Opdrachtnemer: Becker en van de Graaf b.v. Het plangebied bevindt zich direct ten zuiden van de bebouwde kom van Leunen, gelegen in de gemeente Venray (Provincie Limburg). Het gebied is momenteel in gebruik voor de teelt van verschillende groenten, waaronder hoofdzakelijk asperges en venkel.
Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 3 ha.
1 Stiekema, M. / J. van Wijnen, 2008: archeologisch bureauonderzoek; kadastraal bekend gemeente
venray, sectie N, nummer 319 te Leunen, Econsultancy rapport nummer 08103471) en Van der Zee, R.M., 2009: Vullingstraat (ong.) Leunen (Gemeente Venray). Een inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek (ADC Archeoprojecten Rapport 1829), Amersfoort.
2 van 5
Beoordelingsadvies rapport IVO-O Vullingstraat Leunen, gemeente Venray
Op basis van de resultaten van de onderzoeken die reeds in het plangebied zijn verricht, bestond een hoge verwachting op het aantreffen van intacte archeologische waarden vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. De reden hiervoor is de ligging van het plangebied op de flank van een dekzandrug in de buurt van water, de ligging nabij de historische kernen van Leunen en Overbroek en de vondsten die in de directe omgeving van het plangebied gedaan zijn. 2 De resultaten van het vooronderzoek gaven aanleiding een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven aan te bevelen. Het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek op korte termijn werd echter niet als wenselijk gezien, aangezien dit een te grote schade (zowel financieel als fysiek) aan het bestaande grondgebruik (aspergeteelt) zal toebrengen. In overleg met het bevoegd gezag (het SRE namens de gemeente Venray) is gekozen voor een nadere inventarisatie in de vorm van een karterend booronderzoek, een veldkartering en de aanleg van een aantal “kijkgaten” ter beoordeling van het bodemprofiel. Tijdens het huidige onderzoek is de archeologische verwachting getoetst door middel van 67 karterende boringen (15 cm Edelmanboor). Er is geboord tot een diepte van maximaal 200 cm onder het maaiveld. De opgeboorde monsters zijn door middel van zeven in het veld onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren.
Hierbij is gebruik gemaakt van een zeef met een maaswijdte van 4 mm. Tijdens de veldkartering zijn de akkers belopen in banen om de 5 m. Hierbij is het aangetroffen vondstmateriaal ingetekend en verzameld. De vijf kijkgaten zijn gegraven met een schop en hadden een afmeting van circa 50 bij 50 cm en een diepte van circa 80 cm. Uit het booronderzoek kwam naar voren dat de bodemopbouw ter plaatse bestaat uit een humeus dek, dat in dikte varieert van 40 en 110 cm, met daaronder jong dekzand. In de top van het dekzand is op 70 cm beneden maaiveld een grijsgele tot grijsbeige laag met een dikte van circa 20 tot 30 cm aangetroffen. De laag lijkt in nagenoeg het hele plangebied aanwezig te zijn. In deze laag zijn aspergewortels, asperge en baksteenfragmenten aangetroffen. De onderzoeker vermoed dat deze laag is ontstaan tijdens de eerste omwoelingsfase ten behoeve van de aspergeteelt. Ook de laag erboven, het humeuze dek is niet meer intact. Dit beeld komt ook naar voren in de kijkgaten. Daarin zijn bovendien op variërende dieptes sporen van roest waargenomen. De aanwezigheid van roestvlekken op variërende diepte wijst op waterstagnatie, bijvoorbeeld boven leemlagen of vlak boven de grondwaterspiegel en relatief sterk variërende waterstanden in het plangebied. De overgang van het humeuze dek, dat de top van het bodemprofiel vormt, naar het dekzand is in alle kijkgaten scherp.
Dit beeld bevestigt het vermoeden dat het oorspronkelijke bodemprofiel in de top van het dekzand verdwenen is door omwerking van de grond. De overgangslaag is niet aangetroffen. Tijdens het onderzoek zijn, in het humeuze dek en de omgewoelde top van het dekzand, verschillende archeologische indicatoren aangetroffen. Het gaat hoofdzakelijk om aardewerk met een datering uit de Late Middeleeuwen (1075 – 1500 na Chr.) en de Nieuwe Tijd. Aangetroffen zijn fragmenten van kogelpotten en Andenne aardewerk, datering 1075-1275 na Chr., grijsbakkend aardewerk, datering 13e en 15e eeuw, roodbakkend aardewerk en steengoed, datering Nieuwe tijd. Behalve aardewerk zijn een tweetal fragmenten bewerkt vuursteen, datering Neolithicum, tefriet (mogelijk afkomstig van een maalsteen) en een mes aangetroffen Volgens de onderzoeker zijn deze vondsten niet te relateren aan een archeologische vindplaats, maar is het tijdens het bemesten van het veld met plaggen en (huis-)afval op het land terecht gekomen. Vanwege de verstoring van de top van het dekzand door aspergeteelt, wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling.
2 Stiekema, M. / J. Wijnen, 2008: archeologisch bureauonderzoek; kadastraal bekend gemeente
venray, sectie N, nummer 319 te Leunen, Econsultancy rapport nummer 08103471) en Van der Zee, R.M., 2009: Vullingstraat (ong.) Leunen (Gemeente Venray). Een inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek (ADC Archeoprojecten Rapport 1829), Amersfoort.
3 van 5
Beoordelingsadvies rapport IVO-O Vullingstraat Leunen, gemeente Venray
Beoordeling Het rapport is redelijk goed geschreven en voldoet aan de kwaliteitseisen van de archeologische monumentenzorg. De volgens de KNA vereiste gegevens t.a.v. de archeologie zijn geleverd. Voor het veldonderzoek zijn de juiste methoden toegepast. Het kaartmateriaal is goed. Het advies het plangebied af te schrijven is echter niet voldoende gemotiveerd. Na het lezen van het onderzoek resten nog een aantal vragen. Deze betreffen met name de omgewoelde laag. Deze wordt geïnterpreteerd als laag die ontstaan is tijdens het omwoelen van het aspergeveld voor het eerste gebruik, vanwege de aanwezigheid van aspergewortels en fragmenten asperge in deze laag. In de boorbeschrijvingen heeft deze laag echter een grijsbruine kleur. Dit doet vermoeden dat het om een oudere akkerlaag gaat. Daarnaast is niet het hele veld in gebruik als aspergeakker. Wij vragen ons af hoe deze laag in de rest van het plangebied geïnterpreteerd moet worden. Na zorgvuldige afweging van de resultaten van het onderzoek, kunnen wij ons toch vinden in de aanbeveling het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. De reden is de aangetoonde bewerkingssporen tot onderin de akkerlaag/ top van de c-horizont, de aanwezige roestvlekken in de c-horizont en de lage ligging op de AHN.
Vanwege de lange tijd die sinds het schrijven van het rapport verstreken is, beperken wij ons tot een tweetal algemene opmerkingen: -
-
Het plangebied ligt in een provinciaal aandachtsgebied. De provincie heeft daarvoor bepalingen opgesteld. Een van de bepalingen betreft het verplicht integraal opnemen van het PvA in het onderzoeksrapport.3 In het rapport wordt op pagina 14 gesproken van verploegde top van het dekzand van 20 tot 30 cm dik. In deze laag zijn naast een kleine hoeveelheid baksteen- en puinfragmenten opvallend veel wortel- en aspergeresten aanwezig. Over deze laag wordt gezegd dat deze in nagenoeg het hele plangebied aanwezig is en dat de grote hoeveelheid aspergewortels en baksteenfragmenten in deze laag erop wijst dat deze laag ontstaan is tijdens de eerste omwoelingsfase ten behoeve van de aspergeteelt. De aanwezigheid van een dergelijke laag tussen het humeuze dek en de c-horizont doet inderdaad verstoring van de top van de c-horizont en daarmee de archeologische laag vermoeden. Wij vinden het daarom opvallend dat deze laag niet in de kijkgaten aanwezig is. In de getoonde profielen van de kijkgaten is deze in ieder geval niet te zien. Hier wordt geen verklaring voor gegeven.
Advies Wij stemmen in met het rapport Inventariserend Veldonderzoek (IVO), karterende fase (door middel van boringen); Vullingstraat Leunen. Gemeente Venray (Becker en van de Graaf bv rapport), Noordwijk, auteur T. Nales, 04-08-2009. Wij kunnen ons vinden in het advies het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. De aanwezigheid van archeologische resten kunnen nooit geheel worden uitgesloten op basis van het uitgevoerde onderzoek. Mochten er tijdens toekomstige grondwerkzaamheden toch onverwacht archeologische vondsten en structuren worden aangetroffen, dan dient men dit zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente Venray te melden (Monumentenwet 1988, artikel 53). Gezien de hoge concentratie vondsten in het plangebied, was in het plangebied of in de directe omgeving hoogstwaarschijnlijk een archeologische vindplaats uit de Late Middeleeuwen en/ of Nieuwe Tijd aanwezig. Deze is door de asperge en venkelteelt sterk aangetast dan wel grotendeels vernietigd. Daarom adviseren wij om in de directe omgeving van het huidige onderzoeksgebied rekening te houden met archeologische waarden door middel van een dubbelbestemming archeologische waarde in het bestemmingsplan en door middel van aanvullend archeologisch onderzoek bij toekomstige ontwikkelingen.
3
Van der Gaauw 2008
4 van 5
Beoordelingsadvies rapport IVO-O Vullingstraat Leunen, gemeente Venray
BIJLAGE 1
Toetsingsprocedure Rapportages worden door de SRE Milieudienst getoetst aan de in de archeologische monumentenzorg voorgeschreven kwaliteitsnormen en aan de in de beroepsgroep gangbare gedragscodes m.b.t. onafhankelijkheid en proportionaliteit. De conclusies en aanbevelingen zijn getoetst aan de verwachte waarde van de locatie en aan de verhouding tot de bestaande en de te verwachten verstoring van het bodemarchief. Indien deze toetsing leidt tot aanbevelingen om het rapport te verbeteren, hebben deze aanbevelingen alleen betrekking op meetbare kwaliteitsaspecten en niet op zaken die binnen het domein van de integriteit en wetenschappelijke verantwoordelijkheid van de rapporteur vallen. Selectie- en beleidsadviezen van de toetser zijn onderscheiden van die van de auteur van het rapport. Bij de toetsing is – waar nodig – gebruik gemaakt van de volgende documenten:
RCE database Archis II Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 3.2 Checklist SIKB beoordeling IVO verkennend, verkennend en waarderend Checklist SIKB beoordeling PvE Leidraad Archeologische Standaard Boorbeschrijving Leidraad Archeologisch Onderzoek Beekdalen Leidraad IVO Verkennend Booronderzoek Nationale Onderzoeksagenda Archeologie MemoRIA 6 en 8 Gedragscode van de Vereniging van Nederlandse Archeologen Beleid gemeente Venray (Moonen, B.J., 2007: Begrensd verleden; een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart en de cultuurhistorische waardekaart voor de gemeente Venray (Raap-rapport 1482), Amsterdam en Moonen, B.J., 2011: Actualisatie verwachtingskaart en opstellen beleidskaart met bijbehorende beleidsregels (Raap), Amsterdam). Gaauw, P. van der, 2008: Provinciale archeologische aandachtsgebieden, Archeologisch selectiedocument (provincie Limburg, afdeling Cultuur, Welzijn en Zorg, cluster erfgoed), Maastricht. drs. J.A.M. Roymans & dr. M.P.F. Verhoeven, 2010: Beekdallandschappen als Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied Een onderzoekskader voor 7 beekdallandschappen in Noord- en Midden Limburg (RAAP-RAPPORT 1880)
5 van 5