CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

09 Onderzoek explosieven Kerkweg

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Kerkweg ong. Ysselsteyn.21.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

(…) Door het ontstaan van deze vuurhaarden werd mijn rogge over een oppervlakte van 6 are, de haver over een oppervlakte van 2 are en de koolzaad over een oppervlakte van 3 are vernield. (…) Nog is door mij beambte waargenomen dat op percelen bouwland bezaaid met haver en rogge van de aldaar wonende landbouwers Martinus Janssen en Martinus Hubers [voormalig Heidse Peel 4] brandbommen waren gevallen. (…) Verder verklaar ik beambte Janssen dat de plaats waar de brandbommen zijn gevallen zeven kilometer buiten de kom Venray is het gehucht IJsselsteijn, twee kilometer ten zuiden van de weg Venray-Deurne en een kilometer ten zuiden van de R.K. Kerk IJsselsteijn.

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED: wordt derhalve niet verder in het onderzoek meegenomen.

‘Brandbommen in Ysselsteyn. Schade aan veldgewassen.’28 ‘Relaterende een onderzoek van het vallen van fosfor en zeskantige brandbommen uit een vliegtuig onder de gemeente Venray Ysselsteyn waardoor een hoop takkenbossen van de aldaar wijk I 41 wonende L. Janssen en van de aldaar wijk I. 85 J. Peters een maïsschuurtje afbrandde.’29 Opgave van brand bij L. Janssen, wonende Ysselsteyn I 41, ‘door het uitwerpen van brandbommen, tengevolge van een luchtaanval.’30 19-05-1943

‘Nabij een boerderij in Ysselsteyn kwamen een aantal zeskantige brandbommen neer, die daar geen schade aan gebouwen veroorzaakten.’31

30-08-1943

‘Op maandag 30 augustus 1943 werden door de Duitse artillerie in de Peel schietoefeningen gehouden, waarbij in de Pastoor Jacobs Peel een Nederlandse kazemat als doel werd aangewezen. Op circa 150 meter van dit doel werd een stelling ingericht van waaruit enkele officieren de granaatinslagen konden waarnemen en aanwijzingen konden doorseinen. Het kanon waarmee geschoten werd stond opgesteld op het spoorwegemplacement in

De indicatie duidt op een bombardement met brandbommen op Ysselsteyn. Nadere gegevens ontbreken. Mogelijk duidt deze omschrijving op het bombardement van 14 mei 1943. De indicatie duidt op Duitse oefeningen met artillerie ten westen van Ysselsteyn. De oostgrens van het oefenterrein lag langs de Sint Pietershoeve, de Ringweg 6. Het onderzoeksgebied ligt ten oosten van deze grens. Op basis van de omschrijvingen kunnen de artilleriebeschietingen niet naar het onderzoeksgebied

27 Verlinden, Oorlogsfragmenten uit de Peel, 8-9, 182. 28 Gegevens ontleend aan politierapporten van 10 mei 1940 tot 7 oktober 1943, Gemeentearchief Venray, 163 Documentatie W.J.M. Willemsen (Tweede Wereldoorlog), inv. nr. 22. 29 Bominslagen en omlaag storten van brandende vliegtuigen na 5 oktober 1942 in de gemeente Venray, 14 mei 1943, Gemeentearchief Venray, 5 Archief van het gemeentebestuur Venray (1932) 1942-1990 (1994), inv. nr. 6139. 30 Brandrapport, 14 mei 1943, Gemeentearchief Venray, 5 Archief van het gemeentebestuur Venray (1932) 1942-1990 (1994), inv. nr. 5140. 31 Verlinden, Oorlogsfragmenten uit de Peel, 268.

271-020-VO-01

Pagina 31 van 77

DATUM:

LITERATUUR:

DATUM: 23-02-1944

Griendtsveen (…) Tijdens de schietoefeningen die in de voormiddag tussen 08.30 uur en 10.30 uur zouden plaatsvinden werd het volgende gebied als onveilig aangemerkt: het gebied zuidelijk begrensd door de spoorlijn Venlo-Eindhoven en noordelijk door een lijn getrokken ongeveer 1km boven de weg Venray-Deurne. Oostelijk liep de grens over een weg langs de boerderij van B. Camps, kruisende de weg Venray-Deurne langs de boerderij van Fr. Claessens, langs de W. Spreeuwenberg (Sint Pietershoeve) over de Paardekop naar de spoorweg Venlo-Eindhoven. Aan de westzijde liep de grens van het onveilige gebied op een afstand van ongeveer 1,5 km ten westen van de provinciale grens tussen Limburg en Noord-Brabant. (…) Wat de schietoefeningen betreft er zijn een paar kanonschoten gelost, waarvan een granaat de stelling trof waarin de Duitse waarnemers zaten, met als gevolg dat aan de schietoefeningen een abrupt einde kwam.’32 SORTIE NR.: 7-AA-713

26-09-1944

Oktober 1944

NATIONALE ARCHIEVEN

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

worden herleid. De indicatie wordt derhalve niet verder in het onderzoek meegenomen.

SCHAAL (1:X): 16.500

BEELDNUMMER(S): 5004; 5005; 5006; 5007

‘Uit het verslag van M. Jenniskens in Ysselsteyn bleek dat het dorp nu in de frontlijn was komen te liggen: “De weg van Kempkensberg tot aan de kerk in Ysselsteyn lag voortdurend onder Engels artillerievuur. Omdat vooral de westkant van het dorp onder vuur lag begonnen de Duitsers met het evacueren van burgers.”’33 ‘De laatste periode van de oorlog was voor de Ysselsteynse bevolking in velerlei opzicht dramatisch. Het dorp lag bijna dagelijks onder artillerievuur en voor de bewoners betekende dit leven in kelders en andere schuilgelegenheden.’34 ‘In de eerste volle week van oktober 1944 (de juiste datum is niet meer te achterhalen) maakte een Spitfire van de RAF een noodlanding achter de boerderij van A. Pouwels aan de Ringweg. De piloot die van mening was in bevrijd gebied te zijn geland, werd onmiddellijk door de Duitse militairen gevangengenomen. Het toestel, dat zo goed als onbeschadigd was, werd een dag later door de Engelsen, die al achter het Defensiekanaal stellingen hadden betrokken, stuk geschoten om te voorkomen dat de Duitsers het vliegtuig zouden gebruiken.’35

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

‘In de periode van 5-10 oktober 1944 maakte een Engelse jager (waarschijnlijk een Spitfire) een noodlanding achter de boerderij Pouwels [Ringweg 4] aan de Ringweg te Ysselsteyn. De piloot die in de veronderstelling verkeerde in bevrijd gebied geland te zijn, werd onmiddellijk door de nog in de omgeving aanwezige Duitsers gevangen genomen. Het toestel, dat vrijwel onbeschadigd was, werd de volgende dag door de Engelsen die reeds achter het Defensiekanaal stellingen hadden betrokken, stuk geschoten om te verhinderen dat de Duitsers het vliegtuig zouden gaan gebruiken.’36

12-10-1944

BESCHRIJVING: Op de betreffende luchtopnamen zijn geen relevante waarnemingen gedaan. Op ongeveer 115 meter afstand ten noorden van Timmermannsweg 13 is een ondefinieerbare vlek in het landschap waargenomen. De indicatie duidt op artilleriebeschietingen op Ysselsteyn. Op basis van de omschrijvingen kunnen de beschietingen niet naar het onderzoeksgebied worden herleid. De indicatie is voor het onderzoek derhalve contextueel van aard.

De indicatie duidt op een noodlanding van een Spitfire achter het pand Ringweg 4. De omschrijvingen duiden zeer waarschijnlijk op de noodlanding van 13 oktober 1944. De indicatie zal bij de genoemde datum nader worden geanalyseerd.

434th Armored Field Artillery Battalion, Targets on Call ‘Concentration: 318, Coördinates: 7180-2270 Concentration: 404, Coördinates: 7220-2260 Concentration: 405, Coördinates: 7228-2282 Concentration: 406, Coödinates: 7250-2298’37 434th Armored Field Artillery Battalion, Fire Plan ‘434th FA Bn: (…) H-17. Battery: A. Concentration: 318. Rounds Per Gun: 3 H-17. Battery: B. Concentration: 404. RPG: 3 H-17. Battery: C. Concentration: 405. RPG: 3

De indicatie duidt op een artilleriebeschieting middels een vuurplan waarvan verschillende coördinaten naar (de directe omgeving van) het onderzoeksgebied herleidbaar zijn. De vuurdoelen worden in paragraaf 2.10 (tekening 271-020-TE-04) weergegeven (tot zes cijfers nauwkeurig, mogelijk met enige afwijking). Eén van de vuurdoelen valt in het onderzoeksgebied. Op de luchtopnamen van 15 oktober 1944 zijn in de omgeving van het onderzoeksgebied kraters van geschutsmunitie waargenomen. De indicatie is

32 Verlinden, Oorlogsfragmenten uit de Peel, 82. 33 H. Levels en E. Munnicks, Waar blijven de bevrijders! Frontperiode Noord- en Midden-Limburg. Deel 1: September – oktober 1944: van hoop naar wanhoop (Roermond 2016) 154. 34 J. Derix, W. Moorman en T. Tielen, Pioniers in de Peel : Ysselsteyn 75, 1921-1996 (Ysselsteyn 1996) 41. 35 Verlinden, Oorlogsfragmenten uit de Peel : een terugblik op de Tweede Wereldoorlog (Venray 2013), 184. 36 De luchtoorlog boven Venray, 1940-1945, Gemeentearchief Venray, 163 Documentatie W.J.M. Willemsen (Tweede Wereldoorlog), inv. nr. 1. 37 Annex 1 Headquarters 434th Armored Field Artillery Battalion, 12 October 1944, National Archives and Records Administration, RG407 WW2 Operation Reports, box nr. 12724, inv. nr. 607-FA(434)-0.7.

271-020-VO-01

Pagina 32 van 77

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

H-10. Battery: A. Concentration: 406. RPG: 3 (…) H-5. Battery: A. Conc.: 318. RPG: 6. Am’t of fire: 3 RGM for 2 Min. (…) H+39. Battery: B. Concentration: 406. RPG: 3. (…) 105 Assault Guns: (…) H-51. Concentration: 405. RPG: 6. H-45. Concentration: 406. RPG: 6. (…) 75 Tank Companies (Capt Gaulke) (…) H+10. Concentration: 404. RPG: 3. H+10. Concentration: 405. H+15. Concentration: 406. RPG: 3.

derhalve relevant voor het onderzoek en wordt in paragraaf 2.11 nader geanalyseerd.

434th Armored Field Artillery Battalion, Incidents, Messages, Orders ‘0001. Bn in position W of Deurne. Operations section selected areas and concentrations to be fired by Bn and attached Arty beginning at H Hour. (…) 1100. Registration completed. H Hour announced as 1208 and timing signal sent to attached Arty groups. (…) 1400. Preparation completed. Supported troops accomplished mission without casualties. Bn continued to direct fire of Arty on points selected to harass or interdict. (…) 2400. Bn in position W of Deurne, Holland (E629208). Prepared to mass the equivalent of 5 Bns of Arty (54, M-7, 105mm Howitzers; 13 M-4, 76mm Guns; 10, M-4, 75mm Guns; 6, M-4, 105mm Howitzers; 5 M-8, 75mm Howitzers; 12, M-10 3” Guns. Raids expended: Bn, 1794; attached Arty, 2157.’38 434th Armored Field Artillery Battalion, Incidents, Messages, Orders ‘0015. From CCB: Repeat operation on 13 Oct. at daylight 0630 that was carried on 12 Oct 1208 (…) 0630. Bn refired demonstration of day prior. Patrols pulled back to line previously occupied under cover of smoke.’39

13-10-1944

T4535A 14:50 Typhoon Emergency landing Heidse Peelweg – Ringweg Ysselsteyn. Serial EK223, unit 247 Sqdn.40 ‘De 124 Wing (...) voerde in de middag van vrijdag 13 oktober 1944 een Immediate Support-missie (directe luchtsteun voor het landleger) uit. De missie betrof het aanvallen door vier Typhoons van het 247 (China-British) Squadron van een Duits hoofdkwartier te Oostrum bij Venray en een scherpschutterspositie ten zuidwesten van Venray. (...) De doelen werden bestookt met zowel raketten, als met de 20mm boordkanonnen. Aan de explosies en twee kolommen zwarte rook was te zien dat er raak was geschoten. Rond dit hoofdkwartier stond redelijk accuraat schietende 20mm Flak opgesteld, dat zich danig weerde. Hierdoor werd de Typhoon (EK223) met Warrant Officer K.H. Brown aan de stuurknuppel zwaar beschadigd en verloor langzaam hoogte. Brown moest zijn Typhoon bij Ysselsteyn bij de boerderij van Pouwels [Ringweg 4], in de hoek Heidsepeelweg en de Ringweg, aan de grond zetten. (...) Daags na Brown’s noodlanding veroverden Britse troepen het gebied. Om te voorkomen dat bij een mogelijke tegenaanval het toestel in Duitse handen zou vallen, werd het door eigen troepen vernield.’41

Omschrijving: Nummer 19. 13-10-1944. Ysselsteyn Hawker Typhoon Mk. EK223 / 247 Squadron. Noodlanding. Bron: RooyNet, ‘Vliegtuigcrashes’, <https://rooynet.nl/expositie4045/vliegtuigcrashes> [geraadpleegd september 2020].

No. 247 Squadron, Operations Record Book ‘8 Rocket Projectile Typhoons were detailed to attack an enemy HQ at 809271. The mission was led by W/Commander North-Lewis and was highly successful, the house being well hit and two columns of black smoke being seen after the attack. During the sortie F/O. W.W. Osborne developed mechanical trouble and force landed in our lines and W/O Brown was hit by flak and is believed to have force landed in our territory. Up at 14.39 hours and down at 15.03 hours. (…) W/O. Croft, who was flying No. 3 gives the following description of what happened. The formation of eight aircraft was flying towards the target at about 1430 hours when W/O. Brown called up over the radio to say that he was having engine trouble in as much as he had no boost pressure and that he was going down. The Wing Commander, leading the formation, instructed the W/O. te return to base if possible. The next thing known of him was that the pilot heard him call up over the radio to say that he was down and unhurt. This is the last that is known for he did not give any indication as to where his landing had been, as the only thing known is that W/O. Brown was the enemy side of the bomb line when he first reported having engine trouble. Owing to the fluctuating state of the

De indicatie duidt op een herhaling van de artilleriebeschietingen die op 12 oktober 1944 plaatsvonden. Deze was middels coördinaten naar de directe omgeving van het onderzoeksgebied herleidbaar. Op de luchtopnamen van 15 oktober 1944 zijn in de omgeving van het onderzoeksgebied kraters van geschutsmunitie waargenomen. De indicatie is derhalve relevant voor het onderzoek en wordt in paragraaf 2.11 nader geanalyseerd. De indicatie duidt op een noodlanding van een Spitfire achter de boerderij van Pouwels, Ringweg 4. Uit de literatuur- en archiefomschrijvingen blijkt dat het gaat om een noodlanding waarbij het vliegtuig licht beschadigd raakte. Op basis van de omschrijvingen is de locatie niet naar het onderzoeksgebied herleidbaar. Op de luchtopnamen van 15 oktober 1944 is het vliegtuig op circa 280 meter afstand van het deelgebied In de Wei waargenomen. Er zijn geen aanwijzingen dat explosieven behorende bij het vliegtuig in het onderzoeksgebied zijn achtergebleven. De indicatie wordt derhalve niet verder in het onderzoek meegenomen.

38

434th Armored Field Artillery Battalion, Incidents, Messages, Orders, 12 October 1944, National Archives and Records Administration, RG407 WW2 Operation Reports, box nr. 12724, inv. nr. 607-FA(434)-0.7. 434th Armored Field Artillery Battalion, Incidents, Messages, Orders, 13 October 1944, National Archives and Records Administration, RG407 WW2 Operation Reports, box nr. 12724, inv. nr. 607-FA(434)-0.7. 40 Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945, ‘Loss Chart On: T4535A’ <https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/rs.php?aircraft=&sglo=T4535a&date=&location=&pn=&unit=&name=&cemetry=&airforce=&target=&area=&airfield=> [geraadpleegd september 2020]. 41 R. Wildekamp, Vliegtuigcrashes en noodlandingen 1940-1945 in de gemeente Venray (zonder plaats 2015) 54. 39

271-020-VO-01

Pagina 33 van 77

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

INTERNATIONALE ARCHIEVEN front it cannot be defined as to whether he landed in enemy territory or friendly, but no trace has been found by G.C.C.’42 434th Armored Field Artillery Battalion, Targets on Call ‘Concentration: 54, Coördinates: 7180-2270 Concentration: 58, Coördinates: 7206-2265 Concentration: 74, Coördinates: 7147-2267 Concentration: 78, Coördinates: 7172-2261 Concentration: 82, Coördinates: 7195-2265 Concentration: 85, Coördinates: 7203-2273 Concentration: 86, Coördinates: 7217-2261 Concentration: 87, Coördinates: 7212-2232 Concentration: 90, Coördinates: 7227-2289 Concentration: 91, Coördinates: 7251-2271’43

14-10-1944

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

De indicatie duidt op een artilleriebeschieting middels een vuurplan waarvan verschillende coördinaten naar de omgeving van het onderzoeksgebied herleidbaar zijn. De vuurdoelen worden in paragraaf 2.10 (tekening 271-020-TE-04) weergegeven (tot zes cijfers nauwkeurig, mogelijk met enige afwijking). Eén vuurdoel valt in het onderzoeksgebied. Op de luchtopnamen van 15 oktober 1944 zijn in de omgeving van het onderzoeksgebied kraters van geschutsmunitie waargenomen. De indicatie is derhalve relevant voor het onderzoek en wordt in paragraaf 2.11 nader geanalyseerd.

434th Armored Field Artillery Battalion, Fire Plan ‘774th FA Bn (…) H-5. Concentration: 54. RPG: 2. (…) H-10. Concentration: 58. RPG: 2 (…) Assault Guns (Capt Irland) (…) H-91. Concentration: 74. RPG: 3. Fuze Q (…) H-115. Concentration: 85. RPG: 3. Fuze M-54. H-115. Concentration: 86. RPG: 3. Fuze M-54. H-115. Concentration: 87. RPG: 3. Fuze M-54. H-123. Concentration: 90. RPG: 3. Fuze M-54. H-123. Concentration: 91. RPG: 3. Fuze M-54. H-163. Concentration: 90. RPG: 3. Fuze Q. H-163. Concentration: 91. RPG: 3. Fuze Q. H-171. Concentration: 82. RPG: 3. Fuze: Q H-171. Concentration: 85. RPG: 3. Fuze: Q. H-171. Concentration: 86. RPG: 3. Fuze: Q. H-195. Concentration: 54. RPG: 3. Fuze: Q.’ 814 TD’s (Capt Cheek) (…) H-123, Concentration: 91. RPG: 3. Fuze: Q’44

DATUM: 15-10-1944

SORTIE NR.: 400-1303

SCHAAL (1:X): 8.000

434th Armored Field Artillery Battalion, Incidents, Messages, Orders ‘0300 From CCB: Refire preparation of 12th Oct. at 0630 14 Oct. 0345. From CCB: Change time of firing from 0630 to 0800 per order Chief of Staff. (…) 0800. Bn and attached Arty began firing preparation and continued firing harassing and interdiction fires throughout the day on selected concentrations. (…) 0900 To Btrys; and attached Arty; and supported units: Arty fire plan.’45 BEELDNUMMER(S): 3251; 3252; 4244

BESCHRIJVING: Op de betreffende luchtopnamen is in de directe omgeving van het onderzoeksgebied een grote hoeveelheid inslagen van artillerie waargenomen. Deze kunnen worden toegeschreven aan de omschreven Geallieerde artilleriebeschietingen. De kraters zijn in tekening 271-020-TE-05 in paragraaf 2.10 weergegeven. Op circa 280 meter ten westen van deelgebied In de Wei is het vliegtuig waargenomen dat op 13 oktober 1944 een noodlanding maakte. Tevens zijn ten westen

42 Operations Record Book of No. 247 (China-British) Squadron, 13 October 1944, AIR 27 Air Ministry and successors: Operations Record Books, Squadrons, inv. nr. 1489. 43 Annex 1 Headquarters 434th Armored Field Artillery Battalion, 14 October 1944, National Archives and Records Administration, RG407 WW2 Operation Reports, box nr. 12724, inv. nr. 607-FA(434)-0.7.

44

Headquarters 434th Armored Field Artillery Battalion Fire Plan, 14 October 1944, National Archives and Records Administration, RG407 WW2 Operation Reports, box nr. 12724, inv. nr. 607-FA(434)-0.7.

45 434th Armored Field Artillery Battalion, Incidents, Messages, Orders, 14 October 1944, National Archives and Records Administration, RG407 WW2 Operation Reports, box nr. 12724, inv. nr. 607-FA(434)-0.7.

271-020-VO-01

Pagina 34 van 77

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

16-10-1944

17-10-1944

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

434th Armored Field Artillery Battalion, Incidents, Messages, Orders ‘0730. Attack ordered without arty barrage until required. (…) 0930. Bn directed fire on prearranged concentrations.’46

‘De 159ste Brigade kon na een zware beschieting IJsselstein bevrijden.’47 ‘Uit het oorlogsdagboek van Sjef Verlinden uit Ysselsteyn: “Het was amper licht of de beschietingen barstten weer in alle hevigheid los. Het was een hel. Menig keer werd begonnen met het bidden van de rozenkrans maar zelfs dat werd onmogelijk door de explosies die het huis deden schudden. (…) Tussen de explosies door waren de Nebelwerfers te horen die telkens zes raketgranaten afschoten. Bij de buren stond een 88mm geschut goed gecamoufleerd totdat een Typhoon jachtvliegtuig jankend naar beneden dook en het kreng het zwijgen oplegde. Onophoudelijk doken de Typhoons al schietend op de Duitse stellingen. (…) Tien minuten later stopte een Engelse tank bij ons voor de deur. De voorste linie van de Duitsers liep ongeveer 200 meter achter ons huis, parallel aan de Ringweg.” (…) Een compagnie van 4 KSLI nam de bezetting van Ysselsteyn in de loop van de avond over.’48

HQ 11th Armoured Division, War Diary ‘Progress through the American bridgehead was seriously impeded by mines and mortar fire and little ground could be gained by 1 Herefords until 1500 hours. The enemies numerous nebelwerfers and field guns were gradually neutralised however, and at 1600 hours an assault went in on IJsselstein preceded by an attack by RAF Typhoons. This operation was completely successful and the village captured by 1715 hours.49

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED: van de Timmermannsweg, buiten het onderzoeksgebied, enkele stellingen waargenomen. Voor deze indicaties wordt geen verdacht gebied afgebakend. De indicatie duidt op een herhaling van de artilleriebeschietingen die op 14 oktober 1944 plaatsvonden. Deze was middels coördinaten naar de omgeving van het onderzoeksgebied herleidbaar. Op de luchtopnamen van 29 oktober 1944 zijn in en direct nabij het onderzoeksgebied kraters van geschutsmunitie waargenomen. De indicatie is derhalve relevant voor het onderzoek en wordt in paragraaf 2.11 nader geanalyseerd. De indicatie duidt op de bevrijdingsgevechten in Ysselsteyn, waarvoor ook met artillerie op het dorp werd geschoten. Middels de omschrijvingen kunnen geen oorlogshandelingen direct naar het onderzoeksgebied worden herleid. De indicatie is voor het onderzoek derhalve contextueel van aard.

1 Herefordshire Regiment, War Diary ‘Believed enemy were in strength at IJsselstiejn, so they were “Linejuiced” by Typhoons. B and C coys were brought up and D Coy attacked farm area 714233 taking 60 prisoners of war. Under arty smoke screen B and C Coys moved round the left flank and attacked IJsselstiejn from the North, slight opposition met and very few own casualties. B and C consolidate in areas 727225 and 722225. D and A Coys move up to 717228 and 723230.’50 151 Field Regiment, War Diary ‘At 1555 hours a series of concentrations arranged by C.R.A. and inclusive 7 US Armoured Division arty were fired on IJsselsteijn (…)’51 434th Armored Field Artillery Battalion, Incidents, Messages, Orders ‘0001. Bn in position W of Deurne firing interdiction and harassing fire in vicinity of IJsselsteijn (…) 1315. Bn w/attached arty massed with 11th for attack on IJsselsteijn.’52 2nd TAF, Daily Logs ‘Typhoons. A/C 4. Sqn/Wing 184/121. Up 1418, Down 1635. F.D.P. Infantry & mortars E.726228. 30 R/P in target area but nothing seen.’53 No. 184 Squadron, Operations Record Book ‘One section of four aircraft led by Squadron Leader W.B. Edwards took off at 15.05 hours to carry out a V.C.P. patrol. They were ordered to attack mortar positions south west of Venray. Mortar positions attacked with 30x60lb rocket projectiles and cannon. All rockets in target area, no results observed.

Aircraft landed safely at base at 15.50 hours.’54

De indicatie duidt op een beschieting met raketten op Duitse stellingen bij coördinaat 726228. Dit bevindt zich op ruim 500 meter afstand van het onderzoeksgebied. Op basis van de luchtopnamen van 29 oktober 1944 zijn geen raketinslagen eenduidig naar (de directe omgeving van) het onderzoeksgebied herleidbaar. De indicatie wordt derhalve niet verder in het onderzoek meegenomen.

46 434th Armored Field Artillery Battalion, Incidents, Messages, Orders, 16 October 1944, National Archives and Records Administration, RG407 WW2 Operation Reports, box nr. 12724, inv. nr. 607-FA(434)-0.7. 47 J. Didden en M. Swarts, Einddoel Maas: de strijd in Zuidelijk Nederland tussen september en december 1944 (Weesp 1984) 148. 48 Levels en Munnicks, Waar blijven de bevrijders, 211. 49 War Diary of HQ 11 Armoured Division, 17 October 1944, The National Archives, WO 171 War Office: Allied Expeditionary Force, North West Europe (British Element): War Diaries, Second World War, inv. nr. 456. 50 War Diary of 1st Bn. The Herefordshire Regiment, 17 October 1944, The National Archives, WO 171 War Office: Allied Expeditionary Force, North West Europe (British Element): War Diaries, Second World War, inv. nr. 1307. 51 War Diary of 151st Field Regiment Royal Artillery, 17 October 1944, The National Archives, WO 171 War Office: Allied Expeditionary Force, North West Europe (British Element): War Diaries, Second World War, inv. nr. 997.

52

434th Armored Field Artillery Battalion, Incidents, Messages, Orders, 17 October 1944, National Archives and Records Administration, RG407 WW2 Operation Reports, box nr. 12724, inv. nr. 607-FA(434)-0.7.

53 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Sept.- Oct.., The National Archives, AIR 37 Air Ministry: Allied Expeditionary Air Force, later Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (Air), and 2nd Tactical Air Force: Registered Files and Reports, inv. nr. 715. 54 Detail of work carried out by No. 184 Squadron, 17 October 1944, AIR 27 Air Ministry and successors: Operations Record Books, Squadrons, inv. nr. 1138.

271-020-VO-01

Pagina 35 van 77

DATUM:

LITERATUUR:

18-10-1944

‘Uit het oorlogsdagboek van Sjef Verlinden uit Ysselsteyn: “(…) Ysselsteyn wordt deze dag helemaal bevrijd en in de omgeving van de Puttenweg gaf een vijftigtal Duitsers zich over.’55

NATIONALE ARCHIEVEN

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

De indicatie duidt op de bevrijding van Ysselsteyn en meldt dat het dorp nadien nog een periode lang onder Duits artillerievuur lag. Op basis van de omschrijvingen kunnen geen gevechtshandelingen naar het onderzoeksgebied worden herleid. De indicatie is voor het onderzoek derhalve contextueel van aard.

DATUM: 29-10-1944

‘Na vier weken van verschrikkingen en ontberingen werd Ysselsteyn op 17 en 18 oktober 1944 bevrijd door onderdelen van de 11e Britse pantserdivisie en de 7e Amerikaanse pantserdivisie die uit de richting Deurne en vanuit het noorden oprukten. Voor de bevolking was daarmee de ellende echter niet voorbij, want heftige Duitse artilleriebeschietingen uit stellingen bij Horst/Meterik en op de westelijke Maasoever en ook de slechte weersomstandigheden hielden de geallieerden in en rond Ysselsteyn vast.’56 ‘In de middag rond 12.30 uur kwam er bericht dat heel Ysselsteyn moest evacueren naar Deurne.’57 ‘Ook Ysselsteyn moest evacueren. Uit het verslag van M. Jenniskens: “Om 12.00 uur ’s middags kwam het bevel dat alle inwoners ten zuiden van de Deurneseweg om 14.00 uur hun woonplaats moeten verlaten en evacueren. Dit vanwege het gevaar van Duitse granaten.”’58 ‘Op 29 november was de frontlijn zover opgeschoven dat de meeste inwoners van Ysselsteyn (..) weer terug konden.’59 ‘Enkele dagen na de bevrijding kwam de evacuatie. (…) In de eerste week van december 1944 mochten de mensen weer naar hun dorp terugkeren.’60 SORTIE NR.: F-53-44

SCHAAL (1:X): 16.000

BEELDNUMMER(S): 297

21-11-1944

F-726-R-44

22.000

409

01-01-1945

‘Na de aankomst van de formatie Focke Wulfs van VI./JG 3 op 1 januari 1945 bij het vliegveld B.78 Eindhoven werd door hen met ratelende boordwapens over het veld gevlogen. Daarbij werd getracht om zoveel mogelijk vliegtuigen op de grond uit te schakelen. Na de eerste passage splitste de formatie zich op in individuele vliegtuigen om de intussen hevig schietende luchtafweer minder kansen te bieden. Unteroffizier Gerhard Schmidt zag kans om twee Spitfires op de grond te vernielen. Na zo’n 20 minuten rond het vliegveld te hebben gevlogen, keerde hij zijn toestel op oostelijke koers. Daarbij stootte hij, na zo’n 30 km te hebben gevlogen, op een Spitfire die op de staart van een Duits vliegtuig zat. Hij waarschuwde de vlieger daarvan, maar schoot ook de Spitfire naar beneden. Direct daarna werd hij zelf beschoten door een Spitfire die op zijn staart zat. Daardoor was hij gedwongen om 09.40 uur op de heide bij Ysselsteyn aan de Heidschepeelweg, half op de weg en half op het land van Pouwels, een buiklanding te maken met zijn Focke Wulf Fw 190A-8/R2 (wnr. 960320, Gele 12) van 15./JG 3.

‘Sinds 1 januari 1945 ligt te Venraij-IJsselsteyn, op het bouwland van de landbouwer A. Pouwels (…) I 67 [Ringweg 4], een vliegtuig van Duitse nationaliteit (eenpersoons/ jachtvliegtuig), hetwelk op gemelde datum, ten gevolge van de plaats gehad hebben oorlogshandelingen, is neergestort, althans een noodlanding heeft gemaakt. Het vliegtuig, hetwelk vrijwel onbeschadigd moet zijn neergekomen, is daarna bij tussenpozen door de burgerbevolking gesloopt, zodat er tenslotte van het vliegtuig niets meer was overgebleven als de beide vleugels, de romp, de vliegtuigmotor en twee vliegtuigmitrailleurs, terwijl twee vliegtuigmitrailleurs, eveneens bij het vliegtuig behorende, door de luchtbeschermingsdienst te Venraij waren gedemonteerd en medegenomen. Bij het vliegtuig lagen eveneens nog twee onontplofte granaten. Bij een enige tijd geleden gehouden controle bleek mij, dat eveneens verdwenen waren: de vliegtuigmotor en een vleugel van het vliegtuig met de daarbij behorende beide mitrailleurs. Bij het door mij

23-10-1944

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

De indicatie duidt op de evacuatie van Ysselsteyn uit gevaar voor Duitse artilleriebeschietingen. De evacuatie levert geen verhoogde kans op het achterblijven van explosieven op. De Duitse beschietingen zijn middels de omschrijvingen niet naar het onderzoeksgebied herleidbaar. De indicaties zijn voor het onderzoek derhalve contextueel van aard.

BESCHRIJVING: Op de betreffende luchtopnamen is in en direct bij het onderzoeksgebied een grote hoeveelheid inslagen van artillerie waargenomen. De hoeveelheid kraters is ten opzichte van 15 oktober 1944 sterk toegenomen. Deze kunnen worden toegeschreven aan de omschreven Geallieerde artilleriebeschietingen. De kraters zijn in tekening 271-020-TE-06 weergegeven. Op de luchtopname zijn geen relevante waarnemingen gedaan. Veel inslagen van artillerie zijn niet langer zichtbaar. Vanwege de slechte kwaliteit kunnen niet eenduidig meer inslagen worden waargenomen. De indicatie duidt op een noodlanding van een FockeWulf op het land van Pouwers, Ringweg 4. Het vliegtuig zou achter de percelen van Jeurissen en Fleurkens zijn neergekomen. Deze adressen kunnen worden herleid naar respectievelijk Deurneseweg 173 en Deurneseweg 177. De locatie is niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied en er zijn geen aanwijzingen dat in het onderzoeksgebied naar aanleiding van de noodlanding explosieven zijn achtergebleven. De indicatie wordt derhalve niet verder in het onderzoek meegenomen.

Omschrijving: Nummer 30. 01-01-1945. FockeWulf Fw 190A-8/R2. 960320 / 15.JG 3. Bron: RooyNet, ‘Vliegtuigcrashes’, <https://rooynet.nl/expositie4045/vliegtuigcrashes> [geraadpleegd september 2020].

55 Didden en Swarts, Einddoel Maas, 219. 56 J. Derix, W. Moorman en T. Tielen, Pioniers in de Peel : Ysselsteyn 75, 1921-1996 (Ysselsteyn 1996) 45. 57 Levels en Munnicks, Waar blijven de bevrijders, 340. 58 Ibidem, 230. 59 Ibidem, 231. 60 Verlinden, Oorlogsfragmenten uit de Peel, 184.

271-020-VO-01

Pagina 36 van 77

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

(…) Zijn bijna onbeschadigde Focke Wulf werd daarop in twee weken tijd door omwonenden en nieuwsgierigen gesloopt.’61

ingestelde onderzoek werden de vleugel en de beide mitrailleurs door mij teruggevonden op een stuk heide, in een kuil geworpen, op enige honderden meters afstand van de plaats waar het vliegtuig oorspronkelijk gelegen had. Een van de beide mitrailleurs is daarop door mij medegenomen om ter bevoegder plaatse gedeponeerd te worden. De andere welke nog geheel intact is, zit echter nog in de vleugel gemonteerd, zodat de burgerbevolking nog steeds in de gelegenheid is met de mitrailleur te gaan experimenteren, zodat de mogelijkheden voor het gebeuren van ongelukken niet denkbeeldig zijn, daar het onder de tegenwoordige omstandigheden geenszins onmogelijk is dat de een of ander over munitie beschikt. De vliegtuigmotor werd door mij teruggevonden bij de landbouwer Hubers (…) I 79a. (…) De vliegtuigmotor is door mij inbeslaggenomen en zal aan de tot het in ontvangst nemen bevoegde instantie worden overgegeven.’63

‘Een andere Focke Wulf moest aan de rand van de Heidse-Peel een noodlanding maken. De piloot liep hierbij een lichte verwonding aan een arm op en vluchtte de Peel in, zwierf er een tijd rond en werd de dag erna door de Engelsen opgepakt.’62

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

‘Duitse jager achter Jeurissen [Deurneseweg 173]. Heidse Peelweg. Noodlanding. Piloot gevangen.’64 ‘Op 1-1-45 maakte Duitse jager een noodlanding aan Heidsepeelweg (achter Fleurkens [Deurneseweg 177]) 10-11 uur. Toestel onbeschadigd. (…) Toestel gesloopt door mensen uit de buurt.’65 Opgave mijnen, niet ontplofte granaten, projectielen etc.: ‘F.H. van Soest, I.76 [Kerkweg 21], IJsselsteijn. Weiland. 1 nietontploft projectiel. Vlak achter ’t huis, gevaar voor kinderen.’ 66

Naoorlogs Zonder datum

De indicatie duidt op de aanwezigheid van projectielen het tegenwoordige pand Kerkweg 21. Bij het huidige pand Timmermannsweg 13, gelegen in het onderzoeksgebied, wordt vermeld dat munitie aanwezig zou zijn. Dit is ook het geval voor het pand Kerkweg 28, dat direct nabij het deelgebied In de Wei ligt. Op basis van de eerdere indicaties is het aannemelijk dat het om explosieven als gevolg van de bevrijdingsgevechten bij Ysselsteyn gaat. De indicatie is relevant voor het huidige onderzoek en wordt in paragraaf 2.11 nader geanalyseerd.

‘Volgnummer: 63. Plaatsaanduiding: F.H. van Soest Ysselstein I.67. Voorwerpen: projectielen. (…) Volgnummer: 76. Plaatsaanduiding: Fr. van Soest Ysselstein I.76 [Kerkweg 21]. Voorwerpen: granaten en mortieren’67

DATUM: 14-07-1945 15-07-1945

SORTIE NR.: 3G-TUD-S133 3G-TUD-S147

Lijst van aanwezige munitie: ‘Wed. G. Spreeuwenberg, IJsselstein I.77 [Kerkweg 28] J. Vergeldt-Smeedts, I.81 [Timmermannsweg 13] SCHAAL (1:X): 50.000 40.000

BEELDNUMMER(S): 5186; 5187; 5188 5026

BESCHRIJVING: Op de betreffende luchtopnamen zijn geen relevante, aanvullende waarnemingen gedaan

Tabel 5: Overzichtstabel oorlogshandelingen/indicaties met verwijzingen naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied.

61 Wildekamp, Vliegtuigcrashes en noodlandingen 1940-1945, 68. 62 Verlinden, Oorlogsfragmenten uit de Peel, 185. 63 Proces-verbaal betreffende neergestort vliegtuig te Venraij-IJsselsteyn, 12 januari 1946, Gemeentearchief Venray, 5 Archief van het Gemeentebestuur Venray (1932) 1942-1990 (1994), inv. nr. 5118. 64 Lijst met neergekomen vliegtuigen in de gemeente Venray, Gemeentearchief Venray, 163 Documentatie W.J.M. Willemsen (Tweede Wereldoorlog), inv. nr. 1. 65 Verslag Pouwels, 28 december 1978, Gemeentearchief Venray, 163 Documentatie W.J.M. Willemsen (Tweede Wereldoorlog), inv. nr. 1. 66 Mijnen, niet ontplofte granaten, projectielen, enz., Gemeentearchief Venray, 5 Archief van het Gemeentebestuur Venray (1932) 1942-1990 (1994), inv. nr. 5118. 67 Granaten, handgranaten, pantservuisten, mortieren, enz., Gemeentearchief Venray, 5 Archief van het Gemeentebestuur Venray (1932) 1942-1990 (1994), inv. nr. 5118.

271-020-VO-01

Pagina 37 van 77

2.10 BEELDMATERIAAL AFKOMSTIG UIT LITERATUUR EN ARCHIEVEN Overlay “Rolling Barrage” door Amerikaanse artillerie, 13 oktober 1944

Figuur 7: Weergave van een geplande Rolling Barrage, waarvan niet duidelijk is of deze ook is uitgevoerd. Mogelijk is dit de barrage waar in de indicatie van 16 oktober 1944 naar wordt verwezen (en die toen niet werd uitgevoerd). Bron: Overlay Rolling Barrage, 13 October 1944, National Archives and Records Administration, RG407 WW2 Operation Reports, box nr. 12724, inv. nr. 607-FA(434)-0.7.

271-020-VO-01

Pagina 38 van 77

2.11 ANALYSE INDICATIES UIT INDICATIE-ONDERZOEK Conform paragraaf 6.5.2 van het WSCS-OCE wordt hieronder per achterhaalde indicatie getracht aan de hand van tenminste twee onafhankelijk en verifieerbare bronnen tot de conclusie te komen of er voldoende aanwijzingen zijn om gebieden als verdacht of onverdacht aan te merken. Daarnaast hanteert ECG met betrekking tot indicaties welke zijn achterhaald op basis van luchtfoto-interpretatie het uitgangspunt dat deze in veel gevallen voldoende feitelijk zijn om zonder verificatie van een tweede bron als uitgangspunt bij het trekken van een onderbouwde conclusie te dienen. De navolgende achterhaalde indicaties acht ECG voldoende feitelijk onderbouwd en tevens voldoende herleidbaar naar een locatie om tot een conclusie te komen: -

Uit literatuuronderzoek blijkt dat Ysselsteyn door Geallieerde troepen is beschoten. Archiefstudie leert dat vuurdoelen, opgenomen in een vuurplan dat ook daadwerkelijk is uitgevoerd, zich in en bij het onderzoeksgebied bevinden. Voor wat betreft deellocatie ‘In de Wei’ is één coördinaat dat zich in het onderzoeksgebied bevind, tot tweemaal toe in de vuurplannen opgenomen. Het doel dat het dichtst bij deellocatie Timmermannsweg 13 gelegen was, bevond zich op ca. 40 meter afstand van het onderzoeksgebied. Middels luchtopnamen van 15 oktober 1944 en 29 oktober 1944 is een grote hoeveelheid inslagen van artillerie naar het onderzoeksgebied en zijn directe omgeving herleidbaar. Tot slot stonden de boerderijen Timmermannsweg 13 en Kerkweg 28 in een lijst met adressen waar na de bevrijding munitie aanwezig was, als ook Heide Peelweg 29, en werd sinds de jaren zeventig in de omgeving van het onderzoeksgebied geschutsmunitie van Geallieerde komaf geruimd.

Het bovenstaande resulteert in het op de volgende bladzijde (figuur 8) getoonde schematische overzicht van mogelijke oorzaken voor de aanwezigheid van Conventionele Explosieven binnen het onderzoeksgebied.

271-020-VO-01

Pagina 42 van 77

MOGELIJKE OORZAKEN VOOR DE AANWEZIGHEID VAN ACHTERGEBLEVEN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

LUCHTAANVALLEN

Bombardement

Beschieting met boordwapens

Beschieting met raketten

Vliegtuigcrash/ Inslag V-wapen

GRONDGEVECHTEN (SECUNDAIRE GEVOLGEN)

Blindgangers (bijv. artillerie beschieting)

In stellingen achtergelaten, gedumpt of bedolven

MUNITIE VERNIETIGING

MILITAIR GEBRUIK

MUNITIE OPSLAG

Springputten en dergelijke

Militair oefenterrein

Munitie fabricage en/of opslag

Munitiedump of stort

Stationering militairen

Munitie inrichtingen

Munitiedump in water

Vliegveld

(afzinking)

Mijnenveld(en)

Vernielingsactiviteiten

Figuur 8: Schema met achterhaalde oorzaken/scenario’s voor indicaties betreffende de vermoedelijke aanwezigheid van CE.

271-020-VO-01

Pagina 43 van 77

3 HET CONTRA-INDICATIE ONDERZOEK In het onderzoeksgebied kunnen na de oorlog activiteiten hebben plaatsgevonden die de kans op de aanwezigheid van Conventionele Explosieven kunnen beïnvloeden. Dit betreft bijvoorbeeld grondroerende werkzaamheden (zoals ontgravingen, de aanleg van wegen en watergangen, agrarische activiteiten, bouw van opstallen en andere grondroerende werkzaamheden) waarbij veronderstelt mag worden dat bij deze werkzaamheden eventuele aangetroffen CE zijn gemeld en geruimd. Er kunnen activiteiten hebben plaatsgevonden waarbij grond is aangevoerd welke mogelijk CE bevatten (redepositie). Onder contra-indicaties worden ook opsporingswerkzaamheden door zowel de EOD (en haar voorgangers) en civiele opsporingsbedrijven verstaan. 3.1

BEELDVERGELIJKING TEN BEHOEVE CONTRA-INDICATIE ONDERZOEK

Middels een vergelijking van recente satellietbeelden met luchtopnamen uit de Tweede Wereldoorlog en naoorlogse luchtopnamen, is getracht te bepalen waar de bodem is geroerd. Bij de beeldvergelijking zijn de luchtopnamen van 15 oktober 1944 als uitgangspunt genomen omdat deze foto’s kwalitatief het beste zijn. Onderstaande tabel toont een overzicht van de naoorlogs gehanteerde luchtopnamen. JAAR:

FOTONUMMERS:

BRON:

1975 1994

1975_KAARTBLAD52_106_Ysselsteyn 1994_KAARTBLAD52_046_Ysselsteyn

Kadaster Kadaster

Tabel 6: Overzicht van gehanteerde naoorlogse luchtopnamen.

In de onderstaande passage volgt een (niet uitputtend) overzicht van de veranderingen welke in de naoorlogse periode hebben plaatsgevonden en op basis van beeldvergelijking kunnen worden vastgesteld. De navolgende overzichtstekeningen tonen de beeldvergelijkingen van voorgenoemde luchtfoto’s. Op basis van de luchtopnamen kan worden gesteld dat in deellocatie ‘In de Wei’ geen sprake is van grootschalige zichtbare bodemactiviteiten. Bij deellocatie ‘Timmermannsweg 13’ daarentegen hebben wel bodemroeringen plaatsgehad. Zo is op de luchtopname van 1975 het pand uitgebreid en lijkt in de tuin een schuur te zijn gerealiseerd. Daarnaast is in de periode tussen de Tweede Wereldoorlog en 1975 achter de boerderij een pad aangelegd. In 1994 is dit pad uitgebreid en is de schuur verdwenen. Tussen 1994 en de hedendaagse satellietbeelden zijn geen grootschalige veranderingen zichtbaar.

271-020-VO-01

Pagina 44 van 77

KLIC-MELDING

3.2

Ten behoeve van het in kaart brengen van contra-indicaties heeft ECG in september 2020 een KLICmelding gedaan bij het Kadaster te Zwolle.68 De aangeleverde gegevens zijn op de volgende pagina weergegeven ten opzichte van het onderzoeksgebied (tekening 271-020-TE-08). Resultaat van deze melding is de wetenschap dat er zich op het perceel Timmermannsweg 13 diverse kabels en leidingen bevinden welke naoorlogs zijn aangelegd. Voor wat betreft het gebied ‘In de Wei’ is één kort deel van een kabel of leiding weergegeven. Het ontbreekt aan complete gegevens waaruit valt op te maken op welke diepte deze kabels en leidingen zich bevinden. Derhalve kan enkel worden gesteld dat de kabels en leidingen een contra-indicatie vormen tot in de naoorlogs geroerde grond, te weten de bereikte diepte waarop de kabels en leidingen zich bevinden.

SAMENVATTING NAOORLOGSE WERKZAAMHEDEN

3.3

Ter plaatse van het onderzoeksgebied zijn een aantal contra-indicatieve werkzaamheden/activiteiten achterhaald. Deze betreffen onder andere: -

Naoorlogse aanbouw bij pand Timmermannsweg 13; Naoorlogse bouw van een schuur achter Timmermannsweg 13; Naoorlogse aanleg kabels en leidingen

In het navolgende contra-indicatie schema (figuur 9) zijn diverse achterhaalde contra-indicatieve aspecten weergegeven: MOGELIJKE OORZAKEN VOOR CONTRA-INDICATIES VOOR DE AANWEZIGHEID VAN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

GRONDROERENDE WERKZAAMHEDEN

Ontgravingen

Gronddepositie

BAGGERWERKZAAMHEDEN

OPSPORINGSWERKZAAMHEDEN

EOD en voorgangers

Civiele opsporingsbedrijven

Figuur 9: Schema met voorbeelden van oorzaken/scenario’s voor contra-indicaties betreffende de aan/afwezigheid van CE.

68 Vermeld dient te worden dat de gegevens omtrent ondergrondse infrastructuur zoals deze door de uitgevoerde

oriëntatie zijn verkregen, een geldigheidsduur hebben van maximaal 20 werkdagen na aanvraag.

271-020-VO-01

Pagina 47 van 77

4 AFBAKENING VERDACHT GEBIED Op basis van bronstudie is feitelijk vast komen te staan dat er indicaties voor de mogelijke aanwezigheid van conventionele explosieven binnen en tot de directe omgeving van het onderzoeksgebied zijn te herleiden. Tevens zijn er binnen en in de omgeving van het onderzoeksgebied contra-indicaties achterhaald waardoor het mogelijke risico op het aantreffen van conventionele explosieven wordt verminderd. 4.1

EVALUATIE AFWEGING INDICATIES EN CONTRA-INDICATIES

Voorafgaand aan een afbakening van verdacht gebied, vindt er een afweging plaats omtrent de aangetroffen indicaties en contra-indicaties. In de periode na de oorlog hebben er in bepaalde bodemlagen grondroerende werkzaamheden plaatsgevonden. Het uitgangspunt in deze is dat bij de uitgevoerde grondroerende werkzaamheden eventuele aangetroffen Conventionele Explosieven gemeld en geruimd zouden zijn. Deze naoorlogs geroerde bodemlagen kunnen derhalve in theorie als onverdacht worden aangemerkt. Maatvoering omtrent de bodemroerende werkzaamheden is echter beperkt achterhaald. Derhalve kan er enkel gesteld worden dat het onderzoeksgebied onverdacht is in de naoorlogs geroerde bodem. Uitzondering hierop vormt de uitbreiding van Timmermannsweg 13. ECG neemt aan dat bij de uitbreiding van het pand de grond dusdanig is geroerd dat hier niet langer sprake is van een verhoogde kans op het aantreffen van verschoten munitie. 4.2

HORIZONTALE AFBAKENING

Het verdachte gebied zal in deze paragraaf, indien mogelijk, horizontaal worden afgebakend aan de hand van bijlage 3 van het WSCS-OCE (zie bijlage 3). Van de richtlijnen uit de afbakeningstabel mag gemotiveerd worden afgeweken. De achterhaalde indicaties zijn (waar plausibel) gehanteerd bij de horizontale afbakening van verdacht gebied. Vanuit veiligheids- en risicoperspectief worden de indicaties (waar mogelijk) voorzien van zogenaamde risicobuffers waarin zich theoretisch achtergebleven munitieartikelen en/of blindgangers zouden kunnen bevinden. De bijlage uit het WSCS-OCE en de daarin geschetste indicaties zijn niet te beschouwen als volledig dekkend voor ieder achterhaalbaar scenario. Gevolg hiervan is dat achterhaalde oorlogshandelingen in sommige gevallen geïndiceerd worden naar de meest in de lijn van de gebeurtenis liggende omschrijving of een gemotiveerde afgeleide hiervan. -

Artilleriebeschieting Middels literatuur, archief- en luchtfotostudie is gebleken dat het onderzoeksgebied en zijn directe omgeving te lijden hebben gehad onder grootschalige artilleriebeschietingen. In het WSCS-OCE is met betrekking tot deze indicatie het volgende uitgangspunt opgenomen:

271-020-VO-01

Pagina 49 van 77

Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudig) raketwerpersysteem. Uitgangspunt conclusie: verdacht. Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied: situationeel te bepalen. Voor wat betreft locatie ‘In de Wei’ geldt dat beschoten vuurdoelen naar het onderzoeksgebied herleidbaar zijn. Op de luchtopnamen van 15 oktober 1944 en 29 oktober 1944 zijn bovendien kraters van geschutsmunitie in en direct rondom het onderzoeksgebied waargenomen. Tot slot staat Kerkweg 28 in een lijst van panden waar na de bevrijding munitie aanwezig was. De locatie wordt derhalve aangemerkt als verdacht op verschoten geschutsmunitie van Geallieerde komaf in de niet-naoorlogs geroerde bodem. Voor wat betreft ‘Timmermannsweg 13’ geldt dat beschoten vuurdoelen naar de omgeving van het onderzoeksgebied herleidbaar zijn. Op de luchtopnamen van 15 oktober 1944 en 29 oktober 1944 zijn kraters van geschutsmunitie rondom het onderzoeksgebied waargenomen. De boerderij staat op een lijst van panden waar na de bevrijding munitie aanwezig was. Bovendien is na 1971 op ca. 57 en 110 meter afstand van het onderzoeksgebied door de Explosieven Opruimingsdienst verschoten munitie van Geallieerde komaf geruimd. De locatie wordt eveneens aangemerkt als verdacht op verschoten geschutsmunitie van Geallieerde komaf in de niet-naoorlogs geroerde bodem.

Uitzondering vormt het gehele pand Timmermannsweg 13. ECG acht het niet aannemelijk dat munitie onder de fundering van het vooroorlogse pand terecht kwam en zoals in paragraaf 4.1 omschreven gaat ECG ervan uit dat bij de uitbreiding van het pand de grond dusdanig is geroerd dat hier niet langer sprake is van een verhoogde kans op het aantreffen van munitie. Het gebied dat naar aanleiding van de horizontale afbakening als ‘verdacht in de niet-naoorlogs geroerde’ bodem op het aantreffen van Conventionele Explosieven dient te worden aangemerkt, is opgenomen op de CE-bodembelastingskaart (tekening 271-020-TE-09 opgenomen onder Bijlage 1). 4.3

MOGELIJK AAN TE TREFFEN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

Op basis van de resultaten uit de bronnenstudie kan worden aangenomen dat de volgende typen en kalibers Conventionele Explosieven of restanten hiervan mogelijk aangetroffen kunnen worden in de als verdacht aangemerkte gebieden. Omdat er geen compleet sluitende gegevens met betrekking tot de ingezette munitieartikelen zijn aangetroffen, zijn de verwachte Conventionele Explosieven deels gebaseerd op archiefbronnen en deels op de ruimingen van de EOD. AFKOMST: CATEGORIE:

TYPE:

KALIBER:

VERSCHIJNINGSVORM:

HOEVEELHEID:

Geallieerd

Brisant, rook, pantser

2” mortier; 3” mortier; 4,5”; 5,5”; 6 ponder; 25 ponder; 75mm; 76mm; 95mm; 105mm

Verschoten

Niet feitelijk vast te stellen.

Geschutsmunitie

Tabel 7: Mogelijk aan te treffen CE binnen de als VERDACHT aangegeven gebieden.

271-020-VO-01

Pagina 50 van 77

4.4

VERTICALE AFBAKENING

Om de te verwachten diepte van de vermoede CE vast te kunnen stellen, dient bezien te worden van welke verschijningsvorm er wordt uitgegaan, in dit geval: ▪

Verschoten

Bij het bepalen van de verticale afbakening dient verder rekening gehouden te worden met de bodemweerstand, de verwachte snelheid en hoek waarmee het explosief in de bodem indringt, gewicht, vorm en diameter van de CE. Verschijningsvorm: verschoten Aangezien de gegevens voor het merendeel van de benodigde parameters (bijvoorbeeld verwachte snelheid, inslaghoek ed.) ontbreken en/of niet achterhaalbaar zijn, is het niet mogelijk om een op feiten gebaseerde rekenmethode voor de penetratiediepte voor verschoten toe te passen. Op basis van eerdere ervaringen met soortgelijke munitieartikelen hanteert ECG voor verschoten munitie een maximale indringing van 2 meter onder het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Verplaatsing/dumping van CE door bijvoorbeeld ontgravingen/vergravingen (redepositie) en eventuele naoorlogse verhogingen of ontgravingen die van invloed zijn op de diepte indicaties wordt buiten beschouwing gelaten. VERSCHIJNINGSVORM:

Verschoten

MINIMALE DIEPTE (MAAIVELDHOOGTE TWEEDE WERELDOORLOG – IN NIET NAOORLOGS GEROERDE LAGEN): 0,1 meter -MV (ten tijde van WO2)

MAXIMALE DIEPTE (MAAIVELDHOOGTE TWEEDE WERELDOORLOG): Tot 2 meter -MV (ten tijde van WO2)

Tabel 8: Overzicht globale inschatting diepteligging (exclusief eventuele gevolgen van redepositie etc.).

271-020-VO-01

Pagina 51 van 77

5 LEEMTEN IN KENNIS ▪

Van eventuele meldingen of ruimingen van (vermoede) explosieven in of direct grenzend aan het onderzoeksgebied zijn over de periode 1940-1944 en 1948-1970 geen gegevens meer bekend bij de EOD en het SSA.

▪

Niet alle wijzigingen in huisnummering, straatnamen en perceelindelingen konden middels de gehanteerde bronnen worden achterhaald.

▪

Bepaalde indicaties die zijn aangetroffen in literatuur en archiefstukken en meldingsrapportages van de EOD zijn niet te herleiden naar een specifieke locatie.

▪

De luchtfotoanalyse wordt bemoeilijkt door de bodemsoort en de aanwezigheid van bebouwing en bebossing in en rond het perceel Timmermannsweg 13.

▪

ECG beschikt niet over de complete informatie aangaande de maatvoering van de waargenomen naoorlogse grondroerende activiteiten/werkzaamheden.

271-020-VO-01

Pagina 52 van 77

6 CONCLUSIE EN ADVIES Het doel van deze studie is het verkrijgen van een, door middel van het verzamelen en verwerken van relevant historisch feitenmateriaal, gefundeerd antwoord op de volgende drie kernvragen: 1. Is het onderzoeksgebied of delen hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en is er daardoor sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van Conventionele Explosieven oftewel van verdacht gebied? Op basis van de geraadpleegde literatuur en bronnen en de geanalyseerde luchtopnamen kan worden geconcludeerd dat de omgeving van het onderzoeksgebied in oktober 1944 door artillerie is beschoten. Middels archiefgegevens is een vuurdoel naar locatie ‘In de Wei’ herleidbaar. Andere vuurdoelen lagen in de directe omgeving van deze locatie en ‘Timmermannsweg 13’. Op luchtfoto’s van 15 oktober 1944 en 29 oktober 1944 zijn als gevolg van deze beschietingen een grote hoeveelheid kraters in en om het onderzoeksgebied waargenomen. De panden Kerkweg 28 en Timmermannsweg 13 stonden bovendien op een lijst waar na de bevrijding munitie aanwezig was. Tot slot is in de omgeving van het onderzoeksgebied na 1971 verschoten munitie van Geallieerde herkomst geruimd. Met uitzondering van het pand Timmermannsweg 13 is het onderzoeksgebied derhalve verdacht op het aantreffen van verschoten munitie (zie bijlage 1). 2.

Zijn er gebeurtenissen (contra-indicaties) die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied als onverdacht kan worden aangemerkt? Op basis van het contra-indicatieonderzoek is vastgesteld dat er in de naoorlogse periode de navolgende werkzaamheden binnen het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden, waarbij grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden: -

Naoorlogse aanbouw bij pand Timmermannsweg 13; Naoorlogse bouw van een schuur achter Timmermannsweg 13; Naoorlogse aanleg kabels en leidingen

Maatvoering omtrent de werkzaamheden is beperkt achterhaald. Derhalve leidt enkel de uitbouw van het pand Timmermannsweg 13 tot gebied dat als gevolg van bodemroerende werkzaamheden als onverdacht kan worden aangemerkt. 3. Indien er sprake is van VERDACHT gebied wat is dan de (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede Conventionele Explosieven? Er is sprake van verschoten CE van Geallieerde herkomst. Meer specifiek gaat het om geschutsmunitie van het type brisant, rook en pantser. Er zijn verschillende kalibers die kunnen worden aangetroffen. Deze zijn in paragraaf 4.3 opgenomen. Het vermoede aantal CE is niet feitelijk vast te stellen.

271-020-VO-01

Pagina 53 van 77

Wanneer er zich binnen de als verdacht aangemerkte gebieden grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden in de niet naoorlogs geroerde bodem, adviseert ECG u het proces van explosievenopsporing voort te zetten. Aan de hand van de mogelijk- en onmogelijkheden van het te bewerken gebied zal in overleg met een gecertificeerd opsporingsbedrijf bepaald moeten worden welke opsporingsmethode dient te worden gehanteerd en welke (mogelijk verdere) maatregelen genomen dienen te worden met betrekking tot een veilige omgang met explosieven. De detectie- en eventuele daaropvolgende benaderwerkzaamheden dienen door een WSCS-OCE gecertificeerd bedrijf uitgevoerd te worden. Voor wat betreft werkzaamheden die in de naoorlogs geroerde bodem of op onverdachte locaties plaats gaan vinden, adviseert ECG u om de geplande werkzaamheden op reguliere wijze uit te voeren. Daarbij adviseert ECG u om het uitvoerend personeel voorafgaand aan werkzaamheden in de te bewerken gebieden altijd te instrueren (aan de hand van bijlage 6 Protocol Toevalsvondst) geen verdere acties te ondernemen in het geval van het onverhoopt aantreffen van munitieverdachte objecten en terstond contact op te nemen met de (plaatselijke) politie: telefoon: 0900-8844.

271-020-VO-01

Pagina 54 van 77

7 OVERZICHT VAN GEHANTEERDE BRONNEN Archiefinstellingen: ▪ Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg im Breisgau ▪ Explosieven Opruimingsdienst van het ministerie van Defensie te Rijswijk en Soesterberg ▪ Gemeentearchief Venray te Venray ▪ Luchtfotoarchief Topografische Dienst/Kadaster te Zwolle ▪ Nationaal Archief te Den Haag ▪ National Archives te London ▪ National Archives and Record Administration (NARA) te College Park, MD ▪ National Collection of Aerial Photography/The Aerial Reconnaissance Archives/Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh ▪ Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag ▪ NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust – en Genocidestudies te Amsterdam ▪ Regionaal Historisch Centrum Limburg te Maastricht ▪ Semistatische archiefdiensten Ministerie Defensie te Rijswijk ▪ Speciale Collecties Wageningen University te Wageningen Literatuur: ▪ Amersfoort, H. en P. Kamphuis, eds., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (2e druk; Den Haag 2005). ▪ Derix, J., Vliegveld Venlo: Met een kroniek van de luchtoorlog in Zuid-Nederland 1941-1944 2 dln (Horst 1990). ▪ Derix, J., W. Moorman en T. Tielen, Pioniers in de Peel : Ysselsteyn 75, 1921-1996 (Ysselsteyn 1996). ▪ Didden, J. en M. Swarts, Einddoel Maas: de strijd in Zuidelijk Nederland tussen september en december 1944 (Weesp 1984). ▪ J. Jansen, L.

Potten e.a., Zo is het begonnen: de huizen van Ysselsteyn van voor 1940 met zijn bewoners van 1916 tot 2016 (Ysselsteyn 2016). ▪ Levels, H. en E. Munnicks, Waar blijven de bevrijders! Frontperiode Noord- en Midden-Limburg. Deel 1: September – oktober 1944: van hoop naar wanhoop (Roermond 2016). ▪ Molenaar, F.J., De luchtverdediging in de meidagen 1940 2dln (Den Haag 1970). ▪ Nierstrasz, V.E., De verdediging van Noord-Limburg en Noord-Brabant, Mei 1940 (Den Haag 1952). ▪ Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940 (Leiden 1947). ▪ Verlinden, J., Oorlogsfragmenten uit de Peel : een terugblik op de Tweede Wereldoorlog (Venray 2013). ▪ Weelen, P., Limburg Bevrijd (Ljubljana 1995). ▪ Wildekamp, R. Vliegtuigcrashes en noodlandingen 1940-1945 in de gemeente Venray (zonder plaats 2015). ▪ Willemsen, W., ‘De luchtoorlog boven Venray 1940-1945’, Peel en Maas (28 december 1979) 8. 271-020-VO-01

Pagina 55 van 77

▪ Willemsen, W., ‘De luchtoorlog boven Venray 1940-1945’, Peel en Maas (4 januari 1980) 6. ▪ Woensel, J. van, Vrij van explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 19442004 (Meppel 2004). ▪ Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog 2 delen (Den Haag 19901993). Niet gedrukte literatuur: ▪ Eversteijn, T., Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (niet gepubliceerd). Overige rapportages/documentatie: ▪ Beoordelingsrichtlijn voor het Procescertificaat “Opsporen Conventionele Explosieven (OCE)” versie 2007-02 (8 februari 2007). ▪ Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jaarplan 2015 (Den Haag 2014). ▪ Vereniging voor Explosieven Opsporing, Handreiking vooronderzoeken BRL-OCE versus WSCSOCE. Notitie 3VEO-VOO.05667.V (Geldermalsen 16 april 2013). ▪ Werkveldspecifieke certificatieschema voor het systeemcertificaat opsporing conventionele explosieven zoals opgenomen in bijlage XII van de Arbeidsomstandighedenregeling (WSCS-OCE). Internet: ▪ http://dotkadata.nl ▪ http://inspectieszw.nl ▪ http://kadaster.nl ▪ http://maps.bing.com ▪ http://maps.google.nl ▪ http://rhcl.nl ▪ http://rooynet.nl ▪ http://topotijdreis.nl ▪ http://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl

271-020-VO-01

Pagina 56 van 77

8 BIJLAGEN BIJLAGE 1: CE BODEMBELASTINGSKAART

271-020-VO-01

Pagina 57 van 77

BIJLAGE 2: SYSTEEM CERTIFICATEN OPSPOREN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

271-020-VO-01

Pagina 59 van 77

BIJLAGE 3: VASTSTELLEN VERDACHT GEBIED EN AFBAKENING IN VOORONDERZOEK Deze bijlage maakt onderdeel uit van paragraaf 6.5 van het WSCS-OCE en wordt gebruikt om te beoordelen of bepaalde oorlogshandelingen een indicatie vormen voor de aanwezigheid van CE (verdacht of onverdacht) en voor de horizontale afbakening van het verdachte gebied. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken.

271-020-VO-01

Pagina 60 van 77

wetten.nl - Regeling - Arbeidsomstandighedenregeling - BWBR0008587

Indicatie

Artillerie-, mortier- of raketbeschieting

Raketbeschieting inslagenpatroon bekend

Inslagpunt blindganger, zijnde een vliegtuigbom

Algemene omschrijving

Locatie van aangebrachte vernielingslading. Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudig) raketwerpersysteem. Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers.

Uitgangspunt Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied conclusie Verdacht Onverdacht

x

Situationeel te bepalen.

x

Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Te bepalen volgens rekenmethode waarin ten minste rekening wordt gehouden met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem. Op basis van in ieder geval deze vijf parameters wordt berekend tot welke diepte CE theoretisch kunnen indringen en hoever de maximale horizontale verplaatsing is. Situationeel te bepalen.

Vliegtuigbom die niet in werking is getreden.

Crashlocatie vliegtuig

Aanwezigheid van CE vanwege de x crash. Krater van gedetoneerde Gebied waarin zich de krater van de incidentele detonatie van een incidentele luchtafweergranaat luchtafweergranaat bevindt. Inslagpunt van een V-1 Gebied dat is getroffen door de inslag x wapen van een V-1 wapen. Krater van een Gebied waarin zich de krater van de x (gedeeltelijk) detonatie van een V-1 wapen bevindt. gedetoneerd V-1 wapen Krater van een Gebied waarin zich de krater van de x (gedeeltelijk) detonatie van een V-2 wapen bevindt. gedetoneerd V-2 wapen Dumplocatie van munitie Dumplocatie van CE en/of x en/of toebehoren toebehoren in landbodem of op waterbodem. Ongecontroleerde (Sympathische) detonatie van een x (massa)explosie explosieven voorraad zoals ontploffing munitieopslag of munitie trein. Vernietigingslocatie voor Eén of meerdere springputten. x CE

Vernielingslading (in werking gesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10738286/1