09 Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek -fase 1
Tekst van het document
VERKENNEND BODEMONDERZOEK Langstraat 110a Venray kenmerk HMB B.V.: 21215001A
VERKENNEND BODEMONDERZOEK Langstraat 110a Venray kenmerk HMB B.V.: 21215001A
opdrachtgever:
Venterra B.V. te Venlo
datum rapport:
18 maart 2021
kenmerk:
21215001A
status:
Definitief
uitgevoerd door:
HMB B.V.
projectleider:
Gido van Lier | g.vanlier@hmbgroep.nl
rapporteur:
Gido van Lier
autorisatie:
Wilfred van der Sterren
HMB B.V. | Voltaweg 8 | 5993 SE Maasbree | 077-4652808 | info@hmbgroep.nl | www.hmbgroep.nl
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ....................................................................................................... 4 1
INLEIDING ......................................................................................................... 7
2
VOORONDERZOEK ............................................................................................... 8 2.1 Werkwijze .................................................................................................. 8 2.2 Resultaten vooronderzoek ............................................................................ 8 2.2.1 Onderzoekslocatie ............................................................................. 8 2.2.2 Omgeving ...................................................................................... 10 2.3 Hypothese en onderzoeksopzet ................................................................... 12
3
VELDONDERZOEK .............................................................................................. 16 3.1 Uitvoering ................................................................................................ 16 3.2 Resultaten ............................................................................................... 16
4
LABORATORIUMONDERZOEK .............................................................................. 19 4.1 Uitvoering ................................................................................................ 19 4.2 Analyseresultaten ..................................................................................... 20 4.3 Verontreinigingssituatie wasplaats (deellocatie D) .......................................... 22
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................... 23 5.1 Conclusies ............................................................................................... 23 5.2 Aanbevelingen .......................................................................................... 24
BIJLAGEN 1 | Documenten vooronderzoek 2 | Boorprofielen met legenda en verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk 3 | Analysecertificaten 4 | Toetsing analyseresultaten 5 | Achtergrondinformatie 6 | Uittreksel kadastrale kaart en situatietekening
Verkennend bodemonderzoek
SAMENVATTING1 In februari en maart 2021 is een verkennend bodemonderzoek onderzoekslocatie bevindt zich aan de Langstraat 110a te Venray.
uitgevoerd.
De
Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning. Het voornemen is om het bestaande pand te slopen en nieuwbouw van een appartementencomplex te realiseren. In tabel 1 zijn de uitvoering en de resultaten van het onderzoek schematisch weergegeven. Tabel 1
Onderzoeksopzet, resultaten voor- en bodemonderzoek
Onderzoeksopzet Werkwijze vooronderzoek
NEN 5725, aanleiding A
Strategie bodemonderzoek
NEN 5740, (verdachte) deellocaties
Vooronderzoek Oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 2.400 m²
Gebruik locatie
Autogarage met een werkplaats, een wasplaats, twee bovengrondse olieopslagen, een bovengrondse glycolenopslag, een ondergrondse HBOtank en showrooms voor auto’s, zwembaden en sauna’s
Bijzonderheden
Uit eerder uitgevoerd bodemonderzoek zou ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie geen (noemenswaardige) bodemverontreiniging aanwezig zijn. Op het naastgelegen terrein is een tankstation aanwezig. Ter plaatse van het tankstation is in het verleden een sterke bodemverontreiniging aangetoond. De sterke grondverontreiniging is gesaneerd. De grondwater verontreiniging wordt gemonitord. Uit de laatste monitoring blijkt dat ter plaatse van het (zuidelijke) pompeiland nog een sterke grondwaterverontreiniging met minerale olie aanwezig is.
Bodemonderzoek Bodemopbouw tot 6,0 m-mv
Zand, matig fijn, zwak siltig
Grondwaterstand
Circa 4,0 m-mv
Bijmengingen of bijzonderheden
Plaatselijk worden bijmengingen met baksteen aangetroffen. Bijzonderheden, waaronder brandstofgeuren en / of olie- / waterreacties, zijn niet aangetroffen. Ter plaatse van enkele boringen is een (handmatig) ondoordringbare laag aanwezig.
Eindconclusie Deellocatie A: Onverdacht terrein Voor het onverdacht terrein c.q. het buitenterrein houdt de hypothese ‘onverdachte locatie’ geen stand. In de bovengrond onder het bedrijfspand worden lichte verontreinigingen met lood en minerale olie aangetroffen. Op het buitenterrein en in de ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters boven de achtergrondwaarden aangetroffen. Het grondwater is ten hoogste licht verontreinigd met barium. Deellocatie B: Werkplaats Voor de werkplaats houdt de hypothese ‘verdachte locatie’ stand. In het grondwater zijn namelijk lichte verontreinigingen met barium en trichloormethaan aangetroffen. In de grond zijn geen van de onderzochte parameters verhoogd aangetroffen.
1
Voor een juiste interpretatie van de uitvoering en resultaten van het onderzoek dient de gehele rapportage te worden gelezen
21215001A | Langstraat 110a Venray
4
Verkennend bodemonderzoek
Deellocatie C: Wasplaats incl. olieafscheider Ter plaatse van de wasplaats met olieafscheider is een sterke verontreiniging met kobalt in de grond aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en trichloormethaan. De oorzaak en omvang van de verontreiniging is in het kader van het verkennend bodemonderzoek niet vastgesteld. Gelet op het gebruik van de onderzoekslocatie en de aangetroffen grondlagen wordt verwacht dat de sterke verontreiniging zich voornamelijk in de laag onder het beton bevindt tot een diepte van 0,7 m-mv. Bij een oppervlakte van 50 m² wordt de omvang van de verontreiniging ingeschat op circa 35 m³. Aangezien er in verband met de aanwezig betonverharding momenteel geen risico’s worden verwacht, is in overleg met de opdrachtgever geen nader onderzoek uitgevoerd. Deellocaties D en E: Bovengrondse olieopslag en Bovengrondse olie- en glycolenopslag Ten aanzien van de bovengrondse olieopslag (deellocatie D) en de bovengrondse olie- en glycolenopslag (deellocatie E) houdt de hypothese ‘verdachte locatie’ geen stand. Zowel in de grond als in het grondwater zijn geen van de onderzochte parameters boven de achtergronden / of streefwaarden aangetoond. Deellocatie F: Ondergrondse HBO tank (15.000 liter) Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd dat de hypothese ‘verdachte locatie’ geen stand.
In de grond en het grondwater zijn geen verhoogde gehalten boven de achtergronden / of streefwaarden aangetoond. Deellocatie G: Grondwaterverontreiniging tankstation Uit het vooronderzoek blijkt dat ter plaatse van het tankstation een sterke verontreiniging met minerale olie in het grondwater aanwezig is. Indien de verontreiniging wordt bevestigd, bestaat er een mogelijkheid dat deze op onderhavige onderzoekslocatie aanwezig is. Uit de resultaten van de herbemonstering van het grondwater uit de peilbuis waar eerder een sterk verhoogd gehalte minerale olie is aangetoond, blijkt dat nog een lichte verontreiniging aanwezig is. Op basis hiervan is het niet aannemelijk dat dat de aangetoonde grondwaterverontreiniging ter plaatse van het tankstation zich noemenswaardig uitstrekt tot op de onderhavige onderzoekslocatie. Eindconclusie De sterke verontreiniging met kobalt ter plaatse van de wasplaats vormt een belemmering voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. Aanbevelingen Om een uitspraak te kunnen doen over de (gehele) omvang van de verontreiniging met kobalt wordt nader bodemonderzoek geadviseerd. Dit is noodzakelijk indien men voornemens is de verontreiniging in zijn geheel te ontgraven. Indien de verontreiniging wordt gesaneerd door middel van een afdeklaag en / of leeflaag is (aanvullend) nader bodemonderzoek niet noodzakelijk.
Indien wordt overgegaan tot sanering van de bodemverontreiniging dient een plan van aanpak of een saneringsplan opgesteld of een melding in het kader van het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) verricht te worden. In het plan van aanpak / het saneringsplan / de BUSmelding wordt een uitvoeringsmethode omschreven om de bodem op een zo efficiënt mogelijke wijze te saneren. Het plan van aanpak, het saneringsplan of de BUS-melding dient goedgekeurd te zijn door het bevoegd gezag. Bij werkzaamheden in de grond ter plaatse van het geval van bodemverontreiniging is er sprake van een ‘saneringssituatie’ omdat gewerkt wordt in / met sterk verontreinigde grond. Hiervoor dienen de nodige meldingen te worden gedaan en veiligheidsmaatregelen genomen te worden.
21215001A | Langstraat 110a Venray
5
Verkennend bodemonderzoek
Het onderzoek is onder Kwalibo (een onderdeel van het Besluit bodemkwaliteit) uitgevoerd. Het betreft echter geen partijkeuring. Bij afvoer van grond van de locatie kan er sprake zijn van verwerkingskosten. Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van de af te voeren partij verlangd worden.
21215001A | Langstraat 110a Venray
6
Verkennend bodemonderzoek
1
INLEIDING
In opdracht van Venterra B.V. te Venlo is door HMB B.V. in februari en maart 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Langstraat 110a te Venray. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning. Het voornemen is om het bestaande pand te slopen en nieuwbouw van een appartementencomplex te realiseren. Normering en verantwoording Voorafgaand aan het veld- en laboratoriumonderzoek is vooronderzoek uitgevoerd volgens de NEN 57252, aanleiding A3. Het aansluitend uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de NEN 57404. Doelstelling Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Een nadere uitwerking van deze doelstelling is omschreven in paragraaf 2.3. Indeling rapport In de rapportage worden de wijze van uitvoering en de resultaten van het onderzoek besproken. Op de volgende pagina’s geven wij de resultaten van het vooronderzoek en het veld- en laboratoriumonderzoek weer. Het rapport sluit af met conclusies en aanbevelingen. Verantwoording Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen.
Desondanks dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef, waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses uitgevoerd worden. Het kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is, die bij dit onderzoek niet aangetroffen is. Een onderzoek heeft over het algemeen een geldigheid van maximaal vijf jaar. De exacte geldigheidstermijn is afhankelijk van het gebruik van de locatie en het bevoegd gezag dat het onderzoek beoordeelt. Tenslotte wordt opgemerkt dat HMB B.V. geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de onderzochte locatie.
2 3
4
NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek NEN 5740+A1, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2016
21215001A | Langstraat 110a Venray
7
Verkennend bodemonderzoek
2
VOORONDERZOEK
2.1
Werkwijze
Het vooronderzoek heeft betrekking op de onderzoekslocatie en de omgeving. De volgende bronnen zijn geraadpleegd: ▪ het Kadaster; ▪ de opdrachtgever; ▪ de gemeente Venray en het ondergrondportaal van de provincie Limburg; ▪ het internet; ▪ de Grondwaterkaart van Nederland en / of het DINOloket. Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de onderzoekslocatie en de omgeving geïnspecteerd. Onder bijlage 6 zijn opgenomen een uittreksel kadastrale kaart en een situatietekening. In paragraaf 2.2 wordt het één en ander verwoord en geïnterpreteerd weergegeven. Daarnaast wordt relevante aanvullende informatie verstrekt. 2.2
Resultaten vooronderzoek
2.2.1 Onderzoekslocatie Topografische en algemene gegevens Enkele (topografische) gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2
Topografische en algemene gegevens locatie
Algemeen Adres onderzoekslocatie
Langstraat 110a Venray
Gemeente
Venray
Kadastrale aanduiding
Gemeente Venray, sectie L, perceel 1222
Artikel 55
Ten aanzien van dit perceel zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen. Dit houdt in dat bij het Kadaster geen bodeminformatie geregistreerd is
Oppervlakte perceel
3.020 m²
Oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 2.400 m²
X-coördinaat
195.337
Y-coördinaat
392.222
Huidig gebruik Op Langstraat 110a is een autogarage aanwezig. Op het terrein is een werkplaats, een wasplaats, een showroom voor auto’s en een showroom voor zwembaden en sauna’s aanwezig. Ten behoeve van de werk- en wasplaats bevinden zich een ondergrondse huisbrandolietank (HBO-tank, 15.000 liter) met bijbehorend vul- en ontluchtingspunt, twee bovengrondse olieopslagen, een bovengrondse glycolenopslag (koelvloeistoffen) en een wasplaats op het terrein. De gebouwen zijn voorzien van een betonvloer. Het buitenterrein is voorzien van een klinkerverharding. Tijdens de visuele inspectie van de locatie zijn, naast de reeds genoemde activiteiten, geen bodembedreigende activiteiten aangetroffen. In bijlage 6 is een situatietekening opgenomen. Op de situatietekening is de inrichting van het garagebedrijf en de bijbehorende activiteiten zichtbaar. 21215001A | Langstraat 110a Venray
8
Verkennend bodemonderzoek
Historisch gebruik Op basis van de historische kaarten is de onderzoekslocatie tot het jaar 1960 in gebruik voor landbouwkundige doeleinden. Vanaf 1960 is te zien dat het garagebedrijf zich op de locatie heeft gevestigd. Door de jaren heen hebben er enkele verbouwingen en uitbreidingen plaatsgevonden. De laatste uitbreiding dateert van 1988. Voor zover bekend hebben er na 1988 geen noemenswaardige veranderingen meer plaatsgevonden. Bodembedreigende activiteiten Uit de inrichtingstekeningen en de uitgevoerde locatie inspectie blijkt dat op de locatie meerder bodembedreigende activiteiten aanwezig zijn. In tabel 3 is een samenvatting van de aanwezige activiteiten weergegeven. Tabel 3
Bodembedreigende activiteiten
Activiteit
Verdachte parameters
Ligging
Werkplaats
Minerale olie en BTEXN
Centraal in het pand
Wasplaats (incl. olieafscheider)
Minerale olie, BTEXN, zware metalen Ten westen van de werkplaats en VOCl
Ondergronds HBO-tank (15.000 liter)
Minerale olie en BTEXN
Ten zuiden van de werkplaats
Bovengrondse olieopslag
Minerale olie en BTEXN
Ten noorden van de werkplaats
Bovengrondse olie- en glycolenopslag
Minerale olie, BTEXN en glycolen
Ten noordoosten van de werkplaats
De ondergrondse HBO-tank is in 2013 gekeurd. Op basis van het keuringsrapport zou de tank in 2013 nog intact zijn en niet hebben geleid tot een (mogelijke) bodemverontreiniging. Bodeminformatie Ter plaatse van het autogaragebedrijf (huisnummer 110a) en het naastgelegen tankstation (huisnummers 108 en 110) is in 1996 / 1997 een verkennend bodemonderzoek (Het Milieuburo, rapportnummer: 96-807-01, 24 januari 1997) uitgevoerd. Tijdens het onderzoek zijn boringen verricht ter plaatse van de bovengrondse olieopslag, de wasplaats c.q. olieafscheider, de ondergrondse HBO-tank en het tankstation (inclusief bijbehorende tankinstallatie). De onderzoeksresultaten van het tankstation worden beschreven in paragraaf 2.3. (omgeving). Ter plaatse van de activiteiten die aanwezig zijn op de onderhavige onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen van de onderzochte parameters aangetoond. Naast het voornoemde bodemonderzoek is van de onderzoekslocatie geen bodeminformatie bekend. De situatietekening van het onderzoek is opgenomen onder bijlage 1. Toekomstig gebruik Het voornemen is ter plaatse van de onderzoekslocatie een nieuw appartementencomplex te bouwen. Asbest Tijdens de visuele inspectie van het terrein is expliciet gelet op het voorkomen van asbestverdachte materialen op het maaiveld. Deze zijn niet aangetroffen.
Hierbij dient opgemerkt te worden dat ter plaatse van de verharde terreindelen geen gedegen inspectie uitgevoerd kon worden. Gelet op de aanwezig betonvloer wordt niet verwacht dat in de bodem asbest aanwezig is. Op basis van de huidige informatie wordt de locatie als ‘onverdacht’ beoordeeld voor het voorkomen van asbest.
21215001A | Langstraat 110a Venray
9
Verkennend bodemonderzoek
PFAS en GENX Naar aanleiding van het tijdelijk handelingskader PFAS is beoordeeld of er mogelijke bronnen voor verontreinigingen met PFAS en / of GENX zijn te verwachten. Dit bleek niet het geval. 2.2.2 Omgeving Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en de directe omgeving tot een afstand van maximaal 25 meter. In tabel 4 zijn de adressen (voor zover bekend) en / of een omschrijving van het gebruik ter plaatse weergegeven. Tabel 4
Omliggende percelen
Windrichting
Adres
Gebruik
Noorden
Niessenstraat 14 en 15
Woningen met tuin
Westen
Blauwververstraat 14 t/m 18
Parkeerplaats
Oosten
Langstraat 108 en 110
Tankstation
Zuiden
Blauwververstraat
Openbare weg
Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen in een omgeving welke te karakteriseren is als een woongebied. Voor zover bekend blijft dit gebruik ongewijzigd. Bodembedreigende activiteiten Ten aanzien van de Blauwververstraat (14 t/m 18) en de Niessenstraat 14 en 15 zijn geen (noemenswaardige) bodembedreigende activiteiten bekend. Op de Langstraat 108 en 110 bevindt zich een tankstation. Ter plaatse van het tankstation zijn een cluster van drie ondergrondse tanks (inclusief vul- en ontluchtingspunten), een olie/ benzine-afscheider en twee pompeilanden aanwezig. In 1999 is ter plaatse van het tankstation een beoordeling van de vloeistofdichte voorziening uitgevoerd (E.C.O Bodemrisicobeheer B.V., kenmerk: StrV5801, maart 1999). Op enkele punten voldoet de vloeistofdichte voorziening niet. De onvolledige vloer heeft naar verwachting gezorgd voor de (voormalige) grond- en grondwaterverontreiniging met minerale olie. Bij de inzage van de vergunningen blijkt tevens dat de ondergrondse tanks een keer zijn gesaneerd en dat drie nieuwe (huidige) tanks zijn geplaatst. Deze zijn eind 2012 en begin 2013 gesaneerd, afgevoerd en vervangen. Van de saneringen zijn saneringscertificaten aanwezig. Bij de saneringen zijn geen (bodem)verontreinigingen aangetroffen.
Bodeminformatie Tankstation Langstraat 108 en 100 In 1996 / 1997 is een verkennend bodemonderzoek (Het Milieuburo, rapportnummer: 96807-01, 24 januari 1997) uitgevoerd. Aanleiding is het vaststellen van een eventuele gronden grondwaterverontreiniging door minerale olieproducten en het vaststellen van de milieukundige toestand van de bodem en grondwater. Het onderzoek betreft het tankstation gelegen aan de Langstraat 108 en 110. In de grond is ter plaatse van de afgiftepunten c.q. de tankplaatsen, de vulpunten en het tankcluster een lichte verontreiniging met minerale olie aangetoond. Ter plaatse van de overige boringen zijn in de grond geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater worden lichte tot sterke verontreinigingen met vluchtige aromaten en minerale olie aangetoond. Gelet op het niet aantreffen van bovenstaande verontreinigingen in de ondergrond wordt de oorzaak of bron buiten het tankstation gezocht.
21215001A | Langstraat 110a Venray
10
Verkennend bodemonderzoek
Aanbeveling van het onderzoek is dat ten aanzien van de aangetoonde verontreiniging met minerale olie ter plaatse van boring 18 en de naastgelegen peilbuis nader onderzoek wordtgedaan. Op basis van andere onderzoeken blijkt dat op 25 februari 1997 een sanering in eigen beheer is uitgevoerd. Uit de controle monsters blijkt echter dat er nog een restverontreiniging met minerale olie op de locatie is achtergebleven. Vanwege de restverontreiniging is in 1997 een nader bodemonderzoek (GEOFOX BV Eindhoven, projectnummer: 95860/MG/bh, mei 1997) uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is het vaststellen van de omvang van de grond- en grondwaterverontreiniging met minerale olieproducten welke is aangetoond in het kader van het eerder genoemd onderzoek. Conclusie van dit rapport is dat ter plaatse van het pompeiland de grond en het grondwater nog sterk verontreinigd zijn met minerale olie en vluchtige aromaten (BTEXN). Uit de risicoberekening blijkt dat er geen actueel humaan en ecologisch risico aanwezig is. Wel is een actueel verspreidingsrisico vastgesteld voor minerale olie, benzeen, ethylbenzeen en tolueen. In 1997 is een plan (Geofox B.V. – Eindhoven, projectnummer: 95861/MG/BH, juni 1997) opgesteld voor de voorgenomen sanering. Het doel is om aan te geven welke saneringsmaatregelen worden getroffen om de verontreiniging op te heffen c.q. te beheersen.
Het plan is gebaseerd op het nader bodemonderzoek (zie voorgaande alinea) en richt zich alleen op het tankstation. Van de uitgevoerde sanering is vervolgens een evaluatieverslag (Inventerra, kenmerk: 7.554.002 2016/52646, 4 september 2001) opgesteld. Uit het rapport blijkt dat de verontreiniging in de grond volledig is verwijderd. In het grondwater is nog een restverontreiniging achter gebleven. De uitgevoerde sanering is in 2009 door de provincie Limburg beschikt (kenmerk: DOC20090001342, 18 februari 2009). Vanwege de aanwezige grondwaterverontreiniging hebben er door de jaren nog enkele monitoringen plaats gevonden. De laatste monitoring dateer uit 2020 (ECO inspections, kenmerk: 203247_HMON_20201203, 7 december 2020) en heeft betrekking op zowel de tanks als de pompeilanden. Uit de resultaten blijkt dat ter plaatse van het zuidelijke pompeiland in het grondwater nog een sterke verontreiniging met minerale olie aanwezig is. Ter plaatse van het noordelijke pompeiland en de ondergrondse tanks zijn geen verhoogde gehalten minerale olie aangetoond. Het inspectierapport is opgenomen onder bijlage 1. De aanwezige verontreiniging bij het zuidelijke pompeiland in het grondwater vormt mogelijk een bedreiging voor de bodemkwaliteit ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie. Naast de verontreiniging bij het pompeiland zijn zoals genoemd de tanks in 2012 gesaneerd en vervangen.
In 2012 is een eindsituatie onderzoek (BK bodem, kenmerk: RIBO/123461.br01/MASM, augustus 2012) ter plaatse van de voormalige tankclusters uitgevoerd. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat zowel zintuiglijk als analytisch geen verontreinigingen zijn aangetoond. Geconcludeerd wordt dat de opslag in de tanks niet tot bodemverontreiniging heeft geleid. Blauwververstraat 14 t/m 18 Ter plaatse van de Blauwververstraat is in 2009 een verkennend bodemonderzoek (Econsultancy, kenmerk: 09053285, 26 juni 2009) uitgevoerd ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat in de bovengrond plaatselijk lichte verontreinigingen met PCB aanwezig zijn. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Tevens is het grondwater licht verontreinigd met kwik en zink. De resultaten van het onderzoek vormen geen belemmering voor de voorgenomen nieuwbouw en bestemmingsplanwijziging.
21215001A | Langstraat 110a Venray
11
Verkennend bodemonderzoek
Bodemopbouw en geohydrologie De locatie ligt globaal op 27 m+NAP Voor het bepalen van de bodemopbouw en geohydrologische situatie zijn gegevens uit de Grondwaterkaart van Nederland geraadpleegd en / of het DINOloket geïnterpreteerd en verwerkt. In tabel 5 is de geohydrologische indeling van de bodem tot 100 m-mv schematisch weergegeven. Tabel 5
Bodemopbouw en geohydrologische situatie
Formatie
Diepte (m-mv)
Samenstelling
Formatie van Boxtel
0 – 12
Zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig, lokaal humeus
Formatie van Beegden
12 – 24
Zand, matig grof tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, fijn tot grof, lokaal zandig
Kiezeloöliet Formatie
24 - 53
Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, lokaal zandig
Formatie van Breda
53 - >100
Zand, uiterst fijn tot zeer grof, lokaal humeus; klei, lokaal siltig tot zandig, lokaal humeus
Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 5,0 m-mv. Op basis van het isohypsenpatroon van de grondwaterkaart wordt aangenomen dat de stromingsrichting van het freatisch grondwater noordoostelijk gericht is. Achtergrondgehalten De gemeente Venray beschikt over een bodemkwaliteitskaart. De boven- en ondergrond ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw / natuur’. 2.3
Hypothese en onderzoeksopzet
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt verwacht dat op een deel van de locatie sprake zal zijn van aanwezigheid van bodemverontreiniging (verdachte deellocaties). Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740. In tabel 6 zijn de te onderscheiden deellocaties beschreven. Tabel 6 DL
Omschrijving
V/O
Verwachte stoffen
A
Onverdacht terrein
O
-
B
Werkplaats
V
Zware metalen, minerale olie en BTEXN
C
Wasplaats inclusief olieafscheider
V
Zware metalen, minerale olie, PAK en PCB
50 m²
D
Bovengrondse olietank
V
Minerale olie en BTEXN
<10 m²
E
Bovengrondse olie- en koelvloeistofopslag
V
Minerale olie, BTEXN* en glycolen
<10 m²
F
Ondergronds HBO-tank (15.000 liter)
V
Minerale olie en BTEXN*
-
G
Grondwaterverontreiniging tankstation
V
Minerale olie en BTEXN
-
DL V/O *
Te onderscheiden deellocaties
= = =
Oppervlakte
1.750 m²
*
*
640 m²
deellocatie verdachte of onverdachte locatie ten aanzien van bodemverontreiniging BTEXN in grond worden alleen onderzocht indien zintuiglijk verontreiniging wordt aangetroffen
21215001A | Langstraat 110a Venray
12
Verkennend bodemonderzoek
Het algemene doel van verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Formeel (volgens de NEN 5740) is de doelstelling in deze situatie het aantonen dat de activiteiten die op de onderzoekslocatie hebben plaatsgevonden redelijkerwijs gesproken geen invloed hebben gehad op de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. In de navolgende tabellen zijn de gehanteerde onderzoeksstrategie (NEN 5740) en de daarop gebaseerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden per deellocatie schematisch weergegeven. Tabel 7
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie A
A – Onverdacht terrein Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m-mv
2,0 m-mv
peilbuis
Bovengrond
Ondergrond
8
2
1
2
1
1
Standaardpakket bodem5
Standaardpakket bodem
Standaardpakket grondwater6
Tabel 8
Grond
Grondwater
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie B
B - Werkplaats Onderzoeksstrategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m-mv
2,0 m-mv
peilbuis
Bovengrond
Ondergrond
5
1
1
3
1*
1
Standaardpakket bodem
Standaardpakket bodem
Standaardpakket grondwater
=
*
Grond
Grondwater
aanvullend op de strategie VED-HE-NL wordt een analyse van de ondergrond ingezet
Tabel 9
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie C
C – Wasplaats inclusief olieafscheider Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
5
6
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring in
èn boring tot
èn boring
verdachte laag
onder verdachte laag
met peilbuis
-
2
1
Grond
Grondwater
1
1
Standaardpakket bodem
Standaardpakket grondwater
Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10) en PCB (7). Tevens wordt het lutum- en organische stofgehalte bepaald Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC)
21215001A | Langstraat 110a Venray
13
Verkennend bodemonderzoek
Tabel 10
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie D
D – Bovengrondse olietank Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring in
èn boring tot
èn boring
verdachte laag
onder verdachte laag
met peilbuis
-
-
1
Tabel 11
Grond
Grondwater
1
1
Minerale olie en organisch stof
Minerale olie en vluchtige aromaten
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie E
E – Bovengrondse olie- en koelvloeistofopslag Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring in
èn boring tot
èn boring
verdachte laag
onder verdachte laag
met peilbuis
-
-
1
Tabel 12
Grond
Grondwater
1
1
Minerale olie, glycolen, en organisch stof
Minerale olie, vluchtige aromaten en glycolen
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie F
F – Ondergrondse HBO-tank (15.000 liter) Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één ondergrondse tank (VEP-OO) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
Boring
èn boring met
0,5 meter onderzijde tank
Vul-/ ontluchting 1,0 m-mv
peilbuis
2
1
1
21215001A | Langstraat 110a Venray
Grond
Grondwater
3
1
Minerale olie en organisch stof
Minerale olie en vluchtige aromaten
14
Verkennend bodemonderzoek
Tabel 13
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie G
G – Grondwaterverontreiniging tankstation NTA 5755 – Strategie voor nader onderzoek Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring in
boring tot
boring
verdachte laag
onder verdachte laag
met peilbuis
-
-
4**
Grond
Grondwater
-*
5** Minerale olie en vluchtige aromaten
* **
= =
aanvullende grondanalyses vinden alleen plaats indien zintuiglijk verontreiniging wordt aangetroffen in eerste instantie wordt alleen de bestaande peilbuis (bp 203/302) bij het tankstation bemonsterd. Indien blijkt dat er verontreiniging aanwezig is, wordt een afperkend bodemonderzoek uitgevoerd.
Aanvullend onderzoek naar asbest in de bodem wordt, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, op voorhand niet noodzakelijk geacht. De locatie is ten aanzien van asbest als onverdacht te beschouwen.
21215001A | Langstraat 110a Venray
15
Verkennend bodemonderzoek
3
VELDONDERZOEK
3.1
Uitvoering
Het veldonderzoek is uitgevoerd door een gecertificeerde medewerker van HMB B.V. (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de protocollen 20017 en 20028. Op 22, 23 en 24 februari 2021 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 2.3. De verrichte boringen zijn gecodeerd als: ▪ nummers A1 t/m A11 voor deellocatie A; ▪ nummers B1 t/m B7 voor deellocatie B; ▪ nummers C1, C2 en C3 voor deellocatie C; ▪ nummer D1 voor deellocatie D; ▪ nummer E1 voor deellocatie E; ▪ nummers F1 t/m F4 voor deellocatie F. Tenslotte zijn in afwijking op de norm (NEN 5740) geen steekbussen genomen. De reden hiervoor was dat er geen zintuigelijke waarnemingen zijn gedaan die kunnen duidend op een verontreiniging met vluchtige aromaten (BTEXN). Ter plaatse van deellocatie G (grondwaterverontreiniging tankstation) is in eerste instantie de bestaande peilbuis 302, in onderhavige onderzoek per abuis beschreven als peilbuis 203, bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden op 23 februari 2021. Gelet op de analyseresultaten van het grondwater uit de peilbuis (licht verontreinigd) en de grondwaterstromingsrichting (noordoostelijk) is besloten om het nader onderzoek op de perceelsgrens te laten vervallen.
Op basis van de gegevens is het niet aannemelijk dat dat de aangetoonde grondwaterverontreiniging ter plaatse van het tankstation zich noemenswaardig uitstrekt tot op de onderhavige onderzoekslocatie. Het grondwater uit de nieuw geplaatste peilbuizen is bemonsterd op 3 maart 2021. Gelijktijdig zijn de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening (bijlage 6). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 5. 3.2
Resultaten
Bodemopbouw In bijlage 2 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. De globale bodemopbouw van de locatie is in tabel 14 omschreven. Tabel 14
Globale bodemopbouw onderzoekslocatie
Traject (m-mv)
Lithologische beschrijving
0,0 – 5,3
Zand, matig fijn, zwak siltig
m-mv
=
7
Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters
8
meter minus maaiveld
21215001A | Langstraat 110a Venray
16
Verkennend bodemonderzoek
Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn bijmengingen aangetroffen. Voor een gedetailleerde beschrijving wordt verwezen naar tabel 15. Tabel 15
Zintuiglijke waarnemingen
Boring
Traject (m-mv)
Zintuiglijke waarnemingen
A1
0,10 - 0,60*
Zwak baksteenhoudend
A2
0,08 - 0,50
Zwak baksteenhoudend
A3
0,18 - 1,00 1,20 - 1,50
Sporen baksteen Sporen baksteen
*
1,50*
*
(Handmatig) ondoordringbare laag
A5
0,08 - 0,58
A6
0,15 - 0,50
Sporen baksteen Zwak baksteenhoudend
A8
0,40
(Handmatig) ondoordringbare laag
A9
0,70 - 1,50
A10
0,06 - 0,50*
Sporen baksteen
A11
0,20 - 1,00
Sporen baksteen
B1
4,80*
(Handmatig) ondoordringbare laag
C1
0,50 - 1,50
Sporen baksteen
C2
0,50 - 1,00
Sporen baksteen
C3
0,20 - 1,20
Sporen baksteen
*
*
Sporen baksteen *
= Einddiepte boring
Bij de uitvoering van de boringen bleken ter plaatse van de boringen A3, A8 en B1 ondoordringbare lagen aanwezig zijn. De betreffende boringen zijn voortijdig gestaakt. Op het maaiveld en in het omhoog gebrachte materiaal zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 16 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven. Tabel 16
Veldmetingen grondwater
Peilbuis
Datum monstername
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (-)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
A2
3 maart 2021
4,15
6,2
382
9,0
B1
3 maart 2021
3,80
6,1
291
7,9
C1
3 maart 2021
3,90
6,4
465
9,8
D1
3 maart 2021
3,90
6,6
364
8,2
E1
3 maart 2021
3,60
6,5
381
6,7
3 maart 2021
4,00
6,3
196
7,4
23 februari 2021
4,10
6,5
1872
15
F1 Pb203
De in tabel 16 genoemde waarden aan zuurgraad, geleidbaarheid en troebelheid kunnen, met uitzondering van de troebelheid van het grondwater uit peilbuis Pb203, als normaal beschouwd worden. De troebelheid van het grondwater uit bij Pb203 is hoger dan 10 NTU.
21215001A | Langstraat 110a Venray
17
Verkennend bodemonderzoek
Ondanks goed voorpompen en een laag afpompdebiet is geen helder watermonster verkregen. Dit kan van invloed zijn op het analyseresultaat. Zintuiglijke waarnemingen grondwater In tabel 17 zijn de zintuiglijke waarnemingen bij de watermonstername schematisch weergegeven. Tabel 17 Peilbuis
Zintuiglijke waarnemingen grondwater Bijzonderheden
Goed-/slechtlopend
Belucht
A2
Geen
Goed
Nee
B1
Geen
Goed
Nee
C1
Geen
Matig
Nee
D1
Geen
Matig
Nee
E1
Geen
Matig
Nee
F1
Geen
Goed
Nee
Pb203
Geen
Slecht
Ja
De monsternemer heeft ter plaatse van peilbuis 203 de flessen wel voldoende kunnen vullen (zonder aanzuiging van luchtbellen). Beluchting kan resulteren in lagere gehalten aan vluchtige stoffen in het grondwatermonster.
21215001A | Langstraat 110a Venray
18
Verkennend bodemonderzoek
4
LABORATORIUMONDERZOEK
4.1
Uitvoering
De verzamelde monsters zijn ter analyse aangeboden aan het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. De resultaten van het veldonderzoek geven aanleiding meerdere (meng)monsters te onderzoeken of andere analyses uit te voeren dan conform de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2.3). Vanwege het aantonen van een sterk verhoogd gehalte kobalt in mengmonster MM-C8, zijn de deelmonsters van het betreffende mengmonster separaat geanalyseerd. De overige analyses zijn conform de gehanteerde strategie uitgevoerd. In tabel 18 zijn de monsteromschrijvingen en de stoffen waarop de betreffende monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven. Tabel 18
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)*
Geanalyseerde parameters
Deellocatie A: Onverdacht terrein MM-A1
A1, A9, A10 en A11
0,1 - 1,0
Standaardpakket bodem9, lutum en organische stof
MM-A2
A2, A3, A5 en A6
0,08 – 1,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-A3
A2, A6, A7 en A9
0,5 - 2,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
A2-1-1
A2
4,3 - 5,3
Standaardpakket grondwater10
Deellocatie B: Werkplaats MM-B4
B1 en B5
0,1 - 0,6
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-B5
B2 en B7
0,1 - 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-B6
B3, B4 en B5
0,1 - 0,6
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-B7
B1, B2 en B7
0,5 - 1,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
B1-1-1
B1
3,8 - 4,8
Standaardpakket grondwater
Deellocatie C: Wasplaats incl. olieafscheider MM-C8
C1, C2 en C3
0,5 - 1,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
C1-2
C1
0,5 - 1,0
Kobalt, lutum en organische stof
C2-2
C2
0,5 - 1,0
Kobalt, lutum en organische stof
C3-1
C3
0,2 - 0,7
Kobalt, lutum en organische stof
C1-1-1
C1
4,3 - 5,3
Standaardpakket grondwater
Deellocatie D: Bovengrondse olieopslag MM-D9
D1
0,12 - 0,5
Minerale olie en organische stof
D1-1-1
D1
4,3 - 5,3
BTEXN en minerale olie
MM *
9
10
= =
grondmengmonster het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven
Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10) en PCB (7) Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC)
21215001A | Langstraat 110a Venray
19
Verkennend bodemonderzoek
Tabel 18
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters (vervolg)
Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)*
Geanalyseerde parameters
Deellocatie E: Bovengrondse olie- en glycolenopslag MM-E10
E1
0,12 - 0,5
Glycolen, minerale olie, lutum en organische stof
E1-1-1
E1
4,3 - 5,3
Glycolen, BTEXN en minerale olie
Deellocatie F: Ondergrondse HBO tank (15.000 liter) MM-F11
F1, F2 en F3
1,5 - 2,0
Minerale olie en organische stof
MM-F12
F2 en F3
2,5 - 3,0
Minerale olie en organische stof
MM-F13
F4
0,08 - 0,5
Minerale olie en organische stof
F1-1-1
F1
4,3 - 5,3
BTEXN en minerale olie
Deellocatie G: Grondwaterverontreiniging tankstation Pb203-1
Pb203
MM
grondmengmonster het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven
*
4.2
= =
4,1 - 5,10
BTEXN en minerale olie
Analyseresultaten
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond- / streef11- en interventiewaarden. Informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. De analyseresultaten van de grond zijn ook indicatief12 getoetst volgens het Besluit13 en de Regeling14 bodemkwaliteit. Deze toetsing geeft een indicatie van toepassingsmogelijkheden zodra grond wordt afgevoerd. De toetsing doet geen uitspraak over de (gezondheids)risico’s bij het gebruik van de grond. In de tabellen 19 en 20 is het resultaat van de toetsing verwoord15 opgenomen voor respectievelijk de grond en het grondwater.
11
12
13 14
Het betreffen de door de gemeente vastgestelde locatiespecifieke achtergrondwaarden (zie bodemkwaliteitskaart) en/of de landelijk vastgestelde generieke waarden (AW2000) Mogelijke klassen zijn: ‘Altijd toepasbaar’, ‘Klasse Wonen’, ‘Klasse Industrie’, ‘Niet toepasbaar’ en ‘Nooit toepasbaar’ Besluit van 22 november 2007 Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397. Tevens zijn navolgende wijzigingen van de Regeling van toepassing
15
•
•
• •
niet verhoogd: het gehalte overschrijft de achtergrond-/streefwaarde niet; er is in principe sprake van een ‘schoon’ monster (NB: ook de als licht verhoogd gerapporteerde ‘parameters * factor 0,7’ kunnen als ‘niet verhoogd’ worden beschouwd, indien alle individuele parameters de detectiegrens AS3000 niet overschrijden) licht verhoogd: het gehalte overschrijdt de achtergrond-/streefwaarde, maar de tussenwaarde (het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde) wordt niet overschreden. De verontreiniging is naar verwachting dermate gering dat veelal geen nadere actie (onderzoek of sanering) noodzakelijk is matig verhoogd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde. Nader onderzoek kan worden aanbevolen om te bepalen of er inderdaad sprake is van relevante bodemverontreiniging sterk verhoogd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. Nader onderzoek naar de aard, mate, omvang en oorzaken van de verontreiniging is in de meeste gevallen noodzakelijk
21215001A | Langstraat 110a Venray
20
Verkennend bodemonderzoek
Tabel 19
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing
Monstercode
Boringen
Grondsoort*
Bijmengingen**
Resultaat toetsing***
Klasseindeling****
Deellocatie A: Onverdacht terrein MM-A1
A1, A10, A11 en A9
Zand
Baksteen
Licht: lood(36) en minerale olie (68)
Industrie
MM-A2
A2, A3, A5 en A6
Zand
Baksteen
-
Altijd toepasbaar
MM-A3
A2, A6, A7 en A9
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
Deellocatie B: Werkplaats MM-B4
B1 en B5
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
MM-B5
B2 en B7
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
MM-B6
B3, B4 en B5
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
MM-B7
B1, B2 en B7
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
Deellocatie C: Wasplaats incl. olieafscheider MM-C8
C1, C2 en C3
Zand
Baksteen
Sterk: kobalt (69)
Niet toepasbaar
C1-2
C1
Zand
Baksteen
Licht: kobalt (27)
1)
C2-2
C2
Zand
Baksteen
Licht: kobalt (14)
1)
C3-1
C3
Zand
Baksteen
Sterk: kobalt (73)
1)
-
-
1)
Deellocatie D: Bovengrondse olieopslag MM-D9
D1
Zand
Deellocatie E: Bovengrondse olie- en glycolenopslag MM-E10
E1
Zand
-
-
1)
Deellocatie F: Ondergrondse HBO tank (15.000 liter) MM-F11
F1, F2 en F3
Zand
-
-
1)
MM-F12
F2 en F3
Zand
-
-
1)
MM-F13
F4
Zand
-
-
1)
MM * ** ***
**** 1)
= = = = = = =
Tabel 20
grondmengmonster indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. geen bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden betreft indicatieve toetsing volgens Besluit bodemkwaliteit met het oog op afvoer en hergebruik geen toetsing Bbk uitgevoerd, omdat alleen enkele parameters zijn geanalyseerd
Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing
Monstercode
Peilbuis
Resultaat toetsing*
Deellocatie A: Onverdacht terrein A2-1-1
A2
Licht: barium (110)
Deellocatie B: Werkplaats B1-1-1 *
-
B1 = =
Licht: barium (160) en trichloormethaan (17)
mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalten in µg/l geen verhoogde gehalten boven de streefwaarden
21215001A | Langstraat 110a Venray
21
Verkennend bodemonderzoek
Tabel 20
Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing (vervolg)
Monstercode
Peilbuis
Resultaat toetsing*
Deellocatie C: Wasplaats incl. olieafscheider C1-1-1
C1
Licht: barium (66) en trichloormethaan (42)
Deellocatie D: Bovengrondse olieopslag D1-1-1
D1
-
Deellocatie E: Bovengrondse olie- en glycolenopslag E1-1-1
E1
-
Deellocatie F: Ondergrondse HBO-tank (15.000 liter) F1-1-1
F1
-
Deellocatie G: Grondwaterverontreiniging tankstation Pb203-1-1 *
-
= =
Pb203
Licht: minerale olie (280)
mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalten in µg/l geen verhoogde gehalten boven de streefwaarden
Zoals eerder aangegeven is de troebelheid van het grondwater formeel te hoog. Deze heeft de resultaten van het bodemonderzoek echter niet negatief beïnvloed. In het grondwater zijn namelijk geen sterk verhoogde gehalten aangetoond. 4.3
Verontreinigingssituatie wasplaats (deellocatie D)
Op basis van de resultaten is er sprake van een sterk verontreiniging met kobalt ter plaatse van deellocatie D c.q. de wasplaats. De oorzaak van de verontreiniging is momenteel onbekend. Uit de resultaten is af te leiden dat voornamelijk de toplaag onder het beton sterk verontreinigd is. Gelet op het gebruik van de onderzoekslocatie en de aangetroffen grondlagen wordt verwacht dat de sterke verontreiniging zich voornamelijk in de laag onder het beton bevindt tot een diepte van 0,7 m-mv. Bij een oppervlakte van 50 m² wordt de omvang van de verontreiniging ingeschat op circa 35 m³. Hierbij dient opgemerkt te worden dat er geen verticale en / of horizontale afperking heeft plaatsgevonden. Op basis van de aanwezige betonverharding is in overleg met de opdrachtgever voor de huidige situatie geen nader onderzoek uitgevoerd.
21215001A | Langstraat 110a Venray
22
Verkennend bodemonderzoek
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
5.1
Conclusies
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie verdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging. De opzet van het bodemonderzoek is gebaseerd op de NEN 5740. Deellocatie A: Onverdacht terrein Voor het onverdacht terrein c.q. het buitenterrein houdt de hypothese ‘onverdachte locatie’ geen stand. In de bovengrond onder het bedrijfspand worden lichte verontreinigingen met lood en minerale olie aangetroffen. Op het buitenterrein en in de ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters boven de achtergrondwaarden aangetroffen. Het grondwater is ten hoogste licht verontreinigd met barium. Deellocatie B: Werkplaats Voor de werkplaats houdt de hypothese ‘verdachte locatie’ stand. In het grondwater zijn namelijk lichte verontreinigingen met barium en trichloormethaan aangetroffen. In de grond zijn geen van de onderzochte parameters verhoogd aangetroffen. Deellocatie C: Wasplaats incl. olieafscheider Ter plaatse van de wasplaats met olieafscheider is een sterke verontreiniging met kobalt in de grond aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en trichloormethaan. De oorzaak en omvang van de verontreiniging is in het kader van het verkennend bodemonderzoek niet vastgesteld.
Gelet op het gebruik van de onderzoekslocatie en de aangetroffen grondlagen wordt verwacht dat de sterke verontreiniging zich voornamelijk in de laag onder het beton bevindt tot een diepte van 0,7 m-mv. Bij een oppervlakte van 50 m² wordt de omvang van de verontreiniging ingeschat op circa 35 m³. Aangezien er in verband met de aanwezig betonverharding momenteel geen risico’s worden verwacht, is in overleg met de opdrachtgever geen nader onderzoek uitgevoerd. Deellocaties D en E: Bovengrondse olieopslag en Bovengrondse olie- en glycolenopslag Ten aanzien van de bovengrondse olieopslag (deellocatie D) en de bovengrondse olie- en glycolenopslag (deellocatie E) houdt de hypothese ‘verdachte locatie’ geen stand. Zowel in de grond als in het grondwater zijn geen van de onderzochte parameters boven de achtergronden / of streefwaarden aangetoond. Deellocatie F: Ondergrondse HBO tank (15.000 liter) Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd dat de hypothese ‘verdachte locatie’ geen stand. In de grond en het grondwater zijn geen verhoogde gehalten boven de achtergronden / of streefwaarden aangetoond. Deellocatie G: Grondwaterverontreiniging tankstation Uit het vooronderzoek blijkt dat ter plaatse van het tankstation een sterke verontreiniging met minerale olie in het grondwater aanwezig is.
Indien de verontreiniging wordt bevestigd, bestaat er een mogelijkheid dat deze op onderhavige onderzoekslocatie aanwezig is. Uit de resultaten van de herbemonstering van het grondwater uit de peilbuis waar eerder een sterk verhoogd gehalte minerale olie is aangetoond, blijkt dat nog een lichte verontreiniging aanwezig is. Op basis hiervan is het niet aannemelijk dat dat de aangetoonde grondwaterverontreiniging ter plaatse van het tankstation zich noemenswaardig uitstrekt tot op de onderhavige onderzoekslocatie. Eindconclusie 21215001A | Langstraat 110a Venray
23
Verkennend bodemonderzoek
De sterke verontreiniging met kobalt ter plaatse van de wasplaats vormt een belemmering voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. 5.2
Aanbevelingen
Om een uitspraak te kunnen doen over de (gehele) omvang van de verontreiniging met kobalt wordt nader bodemonderzoek geadviseerd. Dit is noodzakelijk indien men voornemens is de verontreiniging in zijn geheel te ontgraven. Indien de verontreiniging wordt gesaneerd door middel van een afdeklaag en / of leeflaag is (aanvullend) nader bodemonderzoek niet noodzakelijk. Indien wordt overgegaan tot sanering van de bodemverontreiniging dient een plan van aanpak of een saneringsplan opgesteld of een melding in het kader van het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) verricht te worden. In het plan van aanpak / het saneringsplan / de BUSmelding wordt een uitvoeringsmethode omschreven om de bodem op een zo efficiënt mogelijke wijze te saneren. Het plan van aanpak, het saneringsplan of de BUS-melding dient goedgekeurd te zijn door het bevoegd gezag. Bij werkzaamheden in de grond ter plaatse van het geval van bodemverontreiniging is er sprake van een ‘saneringssituatie’ omdat gewerkt wordt in / met sterk verontreinigde grond. Hiervoor dienen de nodige meldingen te worden gedaan en veiligheidsmaatregelen genomen te worden. Het onderzoek is onder Kwalibo (een onderdeel van het Besluit bodemkwaliteit) uitgevoerd. Het betreft echter geen partijkeuring. Bij afvoer van grond van de locatie kan er sprake zijn van verwerkingskosten.
Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van de af te voeren partij verlangd worden.
21215001A | Langstraat 110a Venray
24
Bijlage | 1
Documenten vooronderzoek
Inspectierapport
Kenmerk:
203247
Locatie:
Avia Xpress Venray
Adres:
Langstraat 110
Postcode:
5801 AG
Plaats:
Venray
Rapportkenmerk:
203247_HMON_20201203
Inspectiedatum: Uitgevoerd door: Rapportagedatum: Gerapporteerd door:
03 december 2020 Will Bouwens 07 december 2020 Will Bouwens
Versie:
01
Kerngegevens: Opdrachtgever: Contactpersoon: Telefoon: E-mail: Opdrachtnummer:
Vollenhoven Olie B.V. F Hoezen 0135950950 hoezen.f@vollenhovenolie.nl SO07394
Bijlagen: Analyseresultaten Tekening
Uitgevoerde werkzaamheden: Bemonstering grondwater Peilbuis
Eindoordeel
200
+
221a
+
301
+
302
-
203247_HMON_20201203 E.C.O. Inspections B.V. De Loads 3 8447 GP Heerenveen Versiedatum: 08-09-2020
1 van 4 Tel: 0513 684577 E-mail: info@ecoinspections.nl Internet: www.ecoinspections.nl
Avia Xpress Venray Langstraat 110 5801 AG Venray nog een regel
Inspectierapport Bemonstering grondwater Beoordelingsgrondslag: AS SIKB 2000 protocol 2002 (geaccrediteerde inspectie) De verklaring van accreditatie van E.C.O. Inspections BV en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten, zoals vastgelegd op het overzicht van verrichtingen, betreffende het veldwerk en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkende instelling. Peilbuis
Geschikt voor bemonstering?
200
Lengte peilbuis t.o.v. MV (m) Lengte filterstelling (m) Afgepompt volume (l) Kleur Zak- en/of drijflaag aanwezig? Is peilbuis belucht? 1e meting EC (µS/m) Temperatuur monster (°C)
5,50 Onbekend 0,0 Geen Nee Ja 280 7,1
Grondwaterstand t.o.v. MV (m) Inwendige diameter filter (mm) Tijdsduur voorpompen (min) Troebelheid Veldfiltratie uitgevoerd? Is peilbuis slechtlopend? 2e meting EC (µS/m) Afgeweken van protocol 2002?
Ja 4,90 28 0 Helder Nee Ja 288 Ja
Bemonsterd?
Ja
Lengte natte stijgbuis (m) Voor te pompen volume (l)
0,60 2,3
Zintuiglijke waarneming
Geen
EC constant na voorpompen?
Ja
In verband met een slecht lopende peilbuis is het monster genomen conform hoofdstuk 5.5, artikel g van de NEN5744. Dit kan van invloed zijn op de analyseresultaten. Peilbuis
Geschikt voor bemonstering?
221a
Lengte peilbuis t.o.v. MV (m) Lengte filterstelling (m) Afgepompt volume (l) Kleur Zak- en/of drijflaag aanwezig? Is peilbuis belucht? 1e meting EC (µS/m) Temperatuur monster (°C)
4,80 Onbekend 0,0 Geen Nee Ja 302 8,8
Grondwaterstand t.o.v. MV (m) Inwendige diameter filter (mm) Tijdsduur voorpompen (min) Troebelheid Veldfiltratie uitgevoerd? Is peilbuis slechtlopend? 2e meting EC (µS/m) Afgeweken van protocol 2002?
Ja 4,50 28 0 Helder Nee Ja 302 Ja
Bemonsterd?
Ja
Lengte natte stijgbuis (m) Voor te pompen volume (l)
0,30 1,5
Zintuiglijke waarneming
Geen
EC constant na voorpompen?
Ja
In verband met een slecht lopende peilbuis is het monster genomen conform hoofdstuk 5.5, artikel g van de NEN5744. Dit kan van invloed zijn op de analyseresultaten. Peilbuis
Geschikt voor bemonstering?
301
Lengte peilbuis t.o.v. MV (m) Lengte filterstelling (m) Afgepompt volume (l) Kleur Zak- en/of drijflaag aanwezig? Is peilbuis belucht? 1e meting EC (µS/m) Temperatuur monster (°C)
5,10 1,0 0,0 Geel Nee Ja 667 6,7
Grondwaterstand t.o.v. MV (m) Inwendige diameter filter (mm) Tijdsduur voorpompen (min) Troebelheid Veldfiltratie uitgevoerd? Is peilbuis slechtlopend? 2e meting EC (µS/m) Afgeweken van protocol 2002?
Ja 4,60 28 0 Helder Nee Ja 667 Ja
Bemonsterd?
Ja
Lengte natte stijgbuis (m) Voor te pompen volume (l)
0,50 1,5
Zintuiglijke waarneming
Geen
EC constant na voorpompen?
Ja
In verband met een slecht lopende peilbuis is het monster genomen conform hoofdstuk 5.5, artikel g van de NEN5744. Dit kan van invloed zijn op de analyseresultaten.
203247_HMON_20201203 E.C.O. Inspections B.V. De Loads 3 8447 GP Heerenveen Versiedatum: 08-09-2020
2 van 4 Tel: 0513 684577 E-mail: info@ecoinspections.nl Internet: www.ecoinspections.nl
Avia Xpress Venray Langstraat 110 5801 AG Venray nog een regel
Inspectierapport Peilbuis
Geschikt voor bemonstering?
302
Lengte peilbuis t.o.v. MV (m) Lengte filterstelling (m) Afgepompt volume (l) Kleur Zak- en/of drijflaag aanwezig? Is peilbuis belucht? 1e meting EC (µS/m) Temperatuur monster (°C)
5,00 Onbekend 0,0 Geen Nee Ja 517 6,6
Grondwaterstand t.o.v. MV (m) Inwendige diameter filter (mm) Tijdsduur voorpompen (min) Troebelheid Veldfiltratie uitgevoerd? Is peilbuis slechtlopend? 2e meting EC (µS/m) Afgeweken van protocol 2002?
Ja 4,70 28 0 Licht troebel Nee Ja 517 Ja
Bemonsterd?
Ja
Lengte natte stijgbuis (m) Voor te pompen volume (l)
0,30 1,5
Zintuiglijke waarneming
Geen
EC constant na voorpompen?
Ja
In verband met een slecht lopende peilbuis is het monster genomen conform hoofdstuk 5.5, artikel g van de NEN5744. Dit kan van invloed zijn op de analyseresultaten.
203247_HMON_20201203 E.C.O. Inspections B.V. De Loads 3 8447 GP Heerenveen Versiedatum: 08-09-2020
3 van 4 Tel: 0513 684577 E-mail: info@ecoinspections.nl Internet: www.ecoinspections.nl
Avia Xpress Venray Langstraat 110 5801 AG Venray nog een regel
Inspectierapport Evaluatie en samenvatting bemonstering grondwater peilbuizen E.C.O. Inspections B.V. heeft onderstaande peilbuizen bemonsterd en laten analyseren door een geaccrediteerd laboratorium op de in de tabel aangegeven stoffen. Peilbuis 200 Kenmerk
Datum
Benzeen
Ethylbenzeen
Tolueen
Xylenen
Naftaleen
Minerale olie
ETBE
MTBE
GP20-33691.200
3-12-2020
0.20 ug/l <=SW
0.20 ug/l <=SW
0.55 ug/l <=SW
0.57 ug/l >SW
0.032 ug/l >SW
50 ug/l <=SW
0.50 ug/l <=RW
0.50 ug/l <=RW
Kenmerk
Datum
Benzeen
Ethylbenzeen
Tolueen
Xylenen
Naftaleen
Minerale olie
ETBE
MTBE
GP20-33691.221a
3-12-2020
0.20 ug/l <=SW
0.20 ug/l <=SW
0.45 ug/l <=SW
0.45 ug/l >SW
0.023 ug/l >SW
50 ug/l <=SW
0.50 ug/l <=RW
0.50 ug/l <=RW
Kenmerk
Datum
Benzeen
Ethylbenzeen
Tolueen
Xylenen
Naftaleen
Minerale olie
ETBE
MTBE
GP20-33691.301
3-12-2020
0.20 ug/l <=SW
0.20 ug/l <=SW
0.50 ug/l <=SW
0.49 ug/l >SW
0.032 ug/l >SW
50 ug/l <=SW
0.50 ug/l <=RW
0.50 ug/l <=RW
Kenmerk
Datum
Benzeen
Ethylbenzeen
Tolueen
Xylenen
Naftaleen
Minerale olie
ETBE
MTBE
GP20-33691.302
3-12-2020
0.20 ug/l <=SW
0.20 ug/l <=SW
0.43 ug/l <=SW
0.45 ug/l >SW
0.026 ug/l >SW
1200 ug/l >IW
0.50 ug/l <=RW
0.50 ug/l <=RW
Peilbuis 221a
Peilbuis 301
Peilbuis 302
Legenda: <= SW: > SW: > TW: > IW: <= RW: >1: >15:
kleiner of gelijk aan streefwaarde, geen verhoogde waarde groter dan streefwaarde en kleiner dan tussenwaarde groter dan tussenwaarde en kleiner dan interventiewaarde groter dan interventiewaarde kleiner dan risocowaarde groter dan risicowaarde in grondwaterbeschermingsgebied groter dan risicowaarde
Samenvatting:
Bij Peilbuis 200 zijn verhoogde waarden aangetroffen voor: Naftaleen groter dan de streefwaarde, Xylenen groter dan de streefwaarde. Bij Peilbuis 221a zijn verhoogde waarden aangetroffen voor: Naftaleen groter dan de streefwaarde, Xylenen groter dan de streefwaarde. Bij Peilbuis 301 zijn verhoogde waarden aangetroffen voor: Naftaleen groter dan de streefwaarde, Xylenen groter dan de streefwaarde. Bij Peilbuis 302 zijn verhoogde waarden aangetroffen voor: Minerale olie groter dan de interventiewaarde, Naftaleen groter dan de streefwaarde, Xylenen groter dan de streefwaarde.
203247_HMON_20201203 E.C.O. Inspections B.V. De Loads 3 8447 GP Heerenveen Versiedatum: 08-09-2020
4 van 4 Tel: 0513 684577 E-mail: info@ecoinspections.nl Internet: www.ecoinspections.nl
Avia Xpress Venray Langstraat 110 5801 AG Venray nog een regel
GP20-33691 ANALYSERAPPORT
KLANT
LABORATORIUM
Laboratorium manager
Rudi Herman
Klant
E.C.O. Inspections
Laboratorium
SGS Belgium NV
Adres
De loads 3
Environment, Health and Safety Adres
8447 GP Heerenveen Nederland
Spoorstraat 12 Postbus 78 4430 AB 's-Gravenpolder
Contactpersoon
ECO Inspections
Telefoon
+31 (0) 88 214 62 00
Telefoon
0513 684577
Fax
+31 (0) 88 214 62 99
Fax
0513 684299
nl.envi.cs@sgs.com
analyse@ecoinspections.nl
SGS referentie
GP20-33691
Project
Standard Project
Aanvraag Ontvangen
03-12-2020
Klant Ref
203247
Gerapporteerd
07-12-2020
ADDITIONELE OPDRACHT INFO
Monsternameverslag aanwezig
Niet aanwezig
Klant opdracht omschrijving
Avia Xpress Venray
MONSTER IDENTIFICATIE
GP20-33691.001
200
GP20-33691.002
221a
GP20-33691.003
301
GP20-33691.004
302
OPMERKINGEN
Het laboratorium is erkend voor het uitvoeren van analyses zoals genoemd in SIKB-protocollen 3010, 3020, 3030, 3040, 3050, 3110, 3120, 3130, 3140 en 3150. De analyses gemarkeerd met een Q zijn ISO17025 geaccrediteerd (BELAC 005-TEST) Het laboratorium beschikt over een erkenning voor de met een E gemarkeerde analyses.
HANDTEKENINGEN
ISO17025 (BELAC 005-TEST)
Rudi Herman Lab Operations Manager Behoudens andersluidende overeenkomst worden alle opdrachten en documenten uitgevoerd en uitgegeven op basis van onze algemene voorwaarden. Op eenvoudig verzoek worden deze voorwaarden opnieuw aan u toegezonden. De aandacht wordt gevestigd op de beperking van aansprakelijkheid, de vergoedings-en bevoegdheidskwesties bepaald door deze voorwaarden. Elke houder van dit document dient te weten dat de informatie vervat in dit document enkel de bevindingen van SGS op het ogenblik van haar tussenkomst en binnen de grenzen van de eventuele instructies van de opdrachtgever, bevat. De resultaten in dit verslag hebben alleen betrekking op de geteste of bemonsterde objecten. SGS is enkel aansprakelijk ten aanzien van haar opdrachtgever en dit document stelt de bij een handelstransactie betrokken partijen niet vrij van hun plicht al hun rechten en verplichtingen uit te oefenen voortspruitend uit de handelsdocumenten. Elke niet toegestane wijziging evenals de namaak of vervalsing van de inhoud of het uitzicht van dit document is onwettig en overtreders zullen vervolgd worden.
Indien het/de monster(s) waarop de resultaten van dit rapport betrekking hebben werd(en) genomen en /of aangeleverd door de klant of door een derde partij, voorgedragen door de klant, dan houden de resultaten geen enkele waarborg in voor de representativiteit van welke goederen dan ook en hebben enkel betrekking op het/de monster(s). SGS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid met betrekking tot de oorsprong van het /de monster(s), waarvan het/ze beweerd wordt afkomstig te zijn. Prestatiekenmerken van geaccrediteerde verrichtingen zijn opvraagbaar. In de bijlage is informatie vermeld over de houdbaarheid en conserveringsaspecten van de aangeleverde monsters. Toelichting op analyseresultaten gemarkeerd met een "*" treft u ook aan in deze bijlage. De rapportages van eventuele externe uitbestedingen zijn bijgevoegd aan dit rapport.