CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

08 Grootdorp 35 Merselo Toelichting Archeologisch onderzoek

Gemeenteraad 11 mei 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo.14.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

36 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 11626.002 versie 1

Figuur 2. Detailkaart van het plangebied37

Grootdorp 35 te Merselo. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied

37 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 11626.002 versie 1

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied38

Grootdorp 35 te Merselo. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied

38 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 11626.002 versie 1

Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart39

Grootdorp 35 te Merselo. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart gemeente Venray Legenda Plangebied

39

Moonen et al, 2008, geactualiseerd in 2013

Rapport 11626.002 versie 1

Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart 40

Grootdorp 35 te Merselo. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart

Plangebied

40

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 11626.002 versie 1

Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 41

Grootdorp 35 te Merselo. Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda Plangebied

41

AHN

Rapport 11626.002 versie 1

Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart42

Grootdorp 35 te Merselo. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Legenda Plangebied

42

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 11626.002 versie 1

Figuur 8. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied43

Grootdorp 35 te Merselo. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3) Plangebied

43

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 11626.002 versie 1

Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de Tranchotkaart uit 1802-180444

Grootdorp 35 te Merselo. Situering van het plangebied binnen de Tranchotkaart uit 1802-1804 Legenda Plangebied

44

Beeldbank Vrije Universiteit

Rapport 11626.002 versie 1

Figuur 10. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 189545

Grootdorp 35 te Merselo. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (veldminuut) uit 1895 Legenda Plangebied

45

Kadaster Topotijdreis

Rapport 11626.002 versie 1

Figuur 11. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 192646

Grootdorp 35 te Merselo. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (veldminuut) (bron: http://gis.kademo.nl/gs2/wms) Legenda Plangebied

46

Kadaster Topotijdreis

Rapport 11626.002 versie 1

Figuur 12. Boorpuntenkaart

Grootdorp 35 te Merselo. Boorpuntenkaart Legenda Plangebied Boorpunt met nummer

Rapport 11626.002 versie 1

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Rapport 11626.002 versie 1

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

1950

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Rapport 11626.002 versie 1

Bijlage 2 AMK nr. 16281

16278

AMK-terreinen

Locatie

Datering

Waarde en omschrijving

200 meter ten zuidwesten van het plangebied Merselo te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192391/393299

Late Middeleeuwen Nieuwe tijd

2250 meter ten noorden van het plangebied Kleindorp te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192659/394005

Late Middeleeuwen Nieuwe tijd

Complex: Nederzetting, onbepaald Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met de oude dorpskern van Merselo. Merselo ontwikkelde zich als nederzetting bij een bos, een moeras of een moerasbos. Het eerste deel van de naam Merse- duidt op water. Net zoals Mersch, Maris of Mare. Het tweede deel lo staat voor bos, of ook wel voor een open plek in het bos. Voor de eerste vermelding van Merselo in de geschiedschrijving moet worden teruggegaan naar de tijd tussen 923 en 926. Dan wordt in een akte melding gemaakt van de schenking van een boerderij van ene Wilhelm aan de dochter van zijn broer. De boerderij is gelegen in villa Meresloe ,dat zoveel betekent als 'de nederzetting Merselo. Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waarde wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19e-eeuwse en vroeg 20e-eeuwse kaarten. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn.

Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning. Complex: Nederzetting, onbepaald Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met de oude dorpskern van Kleindorp. Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waarde wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19e-eeuwse en vroeg 20e-eeuwse kaarten. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.

Rapport 11626.002 versie 1

Bijlage 3 Zaaknummer (OMnummer) 2362335100 (51117) en 2362513100 (51137)

Onderzoeksmeldingen

Locatie

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

150 meter ten zuidwesten van het plangebied te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192607/393330

Type onderzoek: bureauonderzoek en booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 20-3-2012 Resultaat: De archeologische verwachting voor het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum is hoog, voor de periode Neolithicum, Bronstijd, IJzertijd en Romeinse tijd middelhoog en Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd hoog. Volgens het gemeentelijk archeologiebeleid is in het westelijke deel van het plangebied een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven verplicht omdat dit deel van het plangebied in de historische kern van Merselo ligt. Econsultancy adviseert om het westelijk deel van het plangebied te onderzoeken middels een IVO karterende en waarderende fase, proefsleuven (IVOP) naast de bestaande en naast de te slopen gebouwen. Op grond van de resultaten van het bureauen veldonderzoek adviseert Econsultancy om het oostelijke deel van het plangebied vrij te geven. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 18-3-2013 Resultaat: Tijdens het proefsleuvenonderzoek is gebleken dat zich binnen het plangebied sporen bevinden die vermoedelijk gedateerd kunnen worden in de Late Middeleeuwen. Aangetroffen zijn delen van tenminste twee huisplattegronden, een diepe kuil en enkele greppels. De greppels aan de zuidkant van het plangebied hebben opvallend oude vondsten in hun vulling.

Deze greppels zouden bij een omgreppelde huisplaats uit de Late Middeleeuwen kunnen horen. Er zijn geen zones aangetroffen die op voorhand vrijgegeven kunnen worden. De aangetroffen resten zijn behoudenswaardig. Er wordt geadviseerd om de vindplaats in situ te behouden. Dit zal echter niet mogelijk zijn op de plekken waar gebouwd gaat worden. Econsultancy adviseert om de bouwblokken archeologisch op te graven en de rest van het plangebied door middel van een dubbelbestemming archeologie te beschermen. De gemeente Venray is van plan dit besluit over te nemen. Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 24-6-2013 Resultaat: Tijdens de opgraving bleek dat binnen het plangebied sporen aanwezig zijn die gedateerd kunnen worden in de IJzertijd en in de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Uit de sporenclusters konden vier structuren (huisplattegronden) herleid worden, waarvan er twee gedateerd konden worden in de IJzertijd, één in de Volle Middeleeuwen en één in de Nieuwe tijd. Alle sporen zijn ingemeten, gedocumenteerd, gecoupeerd en afgewerkt. De bouwblokken zijn opgegraven en kunnen worden vrijgegeven wat betreft archeologie. De rest behoud de dubbelbestemming archeologie. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Arcadis Datum: 1-9-2004 Resultaat: Aanbevolen is om binnen het plan- en onderzoeksgebied een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren.

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 17-1-2005 Resultaat: In het onderzoeksgebied zijn zeer veel grondsporen onder een esdek aangetroffen. De diameter van de site kon niet helemaal bepaald worden, zowel in het westelijk als in het oostelijk deel van de proefsleuf zijn sporen aangetroffen. Hiertussen is wel een lege ruimte vastgesteld. Het gaat om meer dan 200 elkaar oversnijdende sporen met diameters tussen de 25 en 100 cm die wijzen op een nederzetting. Heet aardewerk uit deze sporen leidt tot een datering van de nederzetting in de Middeleeuwen, maar mogelijk zijn ook sporen te dateren in de IJzertijd of Laat Romeinse tijd. Geadviseerd wordt de resten in situ te behouden. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archeodienst Gelderland BV Datum: 27-6-2013 Resultaat: De natuurlijke podzolgrond is onder het oude bouwlanddek niet aangetroffen en waarschijnlijk door verploeging in de bouwvoor opgenomen. Vuursteenvindplaatsen van jagers-en verzamelaars bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien de bodem is verstoord, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. Daarnaast zijn er geen indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats.

De lage verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagers en -verzamelaars uit het Laat Paleolithicum tot en met Mesolithicum kan daarom worden gehandhaafd. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-horizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Tijdens het booronderzoek zijn echter geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats uit deze periode. Daarom kan de middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek om archeologische resten

2399191100 (55908)

200 meter ten zuidwesten van het plangebied te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192568/393337

2409656100 (57269)

200 meter ten zuidwesten van het plangebied Haag 5 te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192549/393333

2094760100 (13852)

250 meter ten noordwesten van het plangebied Grootdorp te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192452/393713 250 meter ten westen van het plangebied Grootdorp te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192434/393674

2108270100 (9126)

2409567100 (57260)

350 meter ten noorden van het plangebied De Steeg 10 te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192844/393930

Rapport 11626.002 versie 1

2113016100 (16391)

2249810100 (35903)

450 meter ten zuiden van het plangebied Dlg-Terreinen M- En NLimburg, Plangebied 4A: Loobeek - Haag te Loobeek Gemeente Venray Coördinaat: 192822/393058 600 meter ten zuidwesten van het plangebied Haag 18 te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192379/393033

2258801100 (37096)

600 meter ten zuidwesten van het plangebied Haag 18 te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192374/393022

2350703100 (49609)

650 meter ten noorden van het plangebied te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192516/394173

2382691100 (53755)

700 meter ten noorden van het plangebied te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 193020/394191

2350711100 (49610)

1000 meter ten noordwesten van het plangebied te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192368/394479

Rapport 11626.002 versie 1

uit de perioden Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd aan te treffen voor het plangebied naar laag worden bijgesteld. Op grond van de resultaten van het onderzoek acht Archeodienst BV een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 14-3-2006 Resultaat: onbekend / niet afgemeld.

Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 10-7-2009 Resultaat: Op grond van het bureauonderzoek kan aan het plangebied een hoge archeologische verwachting worden toegekend ten aanzien van resten uit alle perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. Er is een inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende boringen geadviseerd Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archaeological Research en Consultancy Datum: 1-1-2009 Resultaat: Het verkennend inventariserend booronderzoek heeft aangetoond dat de locatie nog op de dekzandrug ligt en dat er, zoals verwacht, een eerdlaag aanwezig is. In het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie kan de bodem worden geclassificeerd als hoge enkeerdgrond. Op het noordelijke deel is de eerdlaag matig dik; mogelijk is het dek hier afgetopt. De bodem kan hier worden geclassificeerd als een akkereerdgrond dan wel een afgetopte enkeerdgrond. Alleen in boring 5 is een inspoelingshorizont aangetroffen. In de andere boringen werd direct onder de minerale eerdlaag een Cghorizont aangetroffen. Afgezien van houtskool en baksteen in de minerale eerdlaag zijn er geen archeologische indicatoren gevonden. Geconcludeerd kan worden dat de hoge archeologische trefkans voor de onderzoekslocatie gehandhaafd blijft.

Aanbeveling Gelet op de aanwezigheid van intacte zwarte enkeerdgronden en de daarmee gepaard gaande hoge trefkans, wordt geadviseerd om een karterend/waarderend inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van proefsleuven. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archeopro Datum: 24-11-2011 Resultaat: Uit het verrichte booronderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied uit hoge zwarte enkeerdgronden met een antropogeen plaggendek van circa 70 tot 90 cm dik bestaat. Binnen een groot deel van het plangebied is deze bodem verstoord tot in de top van het gele dekzand van de Chorizont. Tijdens de oppervlaktekartering zijn een zestal fragmenten post-middeleeuws geglazuurd aardewerk aangetroffen. Aangenomen wordt dat deze via bemesting op de bodem terecht zijn gekomen en niet op de aanwezigheid van een nederzetting ter plaatse van het plangebied wijzen. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat er het plangebied op de plek van een oud akkerareaal dat van vóór de periode van de plaggenbemesting dateert. Deze oude akkerlaag inclusief het bovenliggende plaggendek dienen als archeologische off site sporen te worden beschouwd en zijn in principe behoudens- of onderzoekswaardig. Binnen een relatief groot deel van het plangebied is de bodem inclusief de oude akkerlaag tot in de C-horizont verstoord.

Er zijn daarnaast geen indicatoren waargenomen die wijzen op de aanwezigheid van (behoudenswaardige) archeologische nederzettingsresten onder het plaggendek. De archeologische verwachting ten aanzien van nederzettingsresten kan op grond hiervan worden bijgesteld naar laag. De resultaten van het onderzoek geven derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archeopro Datum: 24-9-2012 Resultaat: In verband met het volledig ontbreken van relevante archeologische indicatoren binnen het plangebied, is het KNA-onderdeel Waardestelling in dit rapport niet nader uitgewerkt. Gezien de ingrijpende bodemverstoring en het ontbreken van relevante archeologische indicatoren, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archeopro Datum: 24-11-2011 Resultaat: Uit het verrichte booronderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied relatief diep verstoord is tot zon 65 a 70 cm -mv.

Mogelijke oorzaak van deze verstoring zijn terreinegalisaties en bebouwing die rond 1900 hebben plaatsgevonden met de ingebruikname en bebouwing van het huidige perceel inclusief het plangebied. Tijdens de boorwerkzaamheden zijn ondanks de zeer hoge boordichtheid geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat er ter plaatse van het plangebied geen (behoudenswaardige) archeologische resten aanwezig zijn en kan de archeologische verwachting worden bijgesteld naar laag. De resultaten van het onderzoek geven derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren.

Bijlage 4

Vondstmeldingen

Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 2409656100 (422823)

Locatie

Omschrijving

250 meter ten zuidwesten van het plangebied Haag 5 te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192600/393300

IJzertijd : - 2 fragmenten van terra sigillata borden/schotels

2071520100 (400551)

300 meter ten noordwesten van het plangebied Grootdorp te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192450/393675

Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 2 fragmenten van terra nigra kommen/schalen Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Neolithicum - Nieuwe tijd : - aardewerk IJzertijd : - handgevormd aardewerk IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk - fragment van een tefriet object, IJzertijd - Middeleeuwen : - fragment van een maalsteen IJzertijd - Nieuwe tijd : - fragment van gedraaid aardewerk Romeinse tijd - Vroege Middeleeuwen : - fragment van gedraaid aardewerk Vroege Middeleeuwen : - 2 fragmenten van gedraaid aardewerk - handgevormd aardewerk - fragment van gladwandig aardewerk - fragment van ruwwandig gedraaid aardewerk Vroege Middeleeuwen - Late Middeleeuwen : - aardewerk - fragment van gedraaid aardewerk - 2 fragmenten van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk

2073521100 (422212)

350 meter ten noordwesten van het plangebied Grootdorp te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192450/393700

Late Middeleeuwen - Vroege Middeleeuwen : - fragment van gedraaid aardewerk Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Neolithicum - IJzertijd : - handgevormd aardewerk Vroege Middeleeuwen : - fragment van ruwwandig gedraaid aardewerk - fragment van een keramische bolpot

2108270100 (400905)

350 meter ten noordwesten van het plangebied Grootdorp te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192455/393716

2964239100 (46139)

350 meter ten zuidwesten van het plangebied Haag 7 te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192576/393228 950 meter ten zuiden van het plangebied te Merselo Gemeente Venray Coördinaat: 192689/392586

2424081100

Vroege Middeleeuwen - Late Middeleeuwen : - fragment van een keramische kogelpot - 7 huisplattegronden - 7 spiekers/graanschuren - 10 waterputten Vroege Middeleeuwen - Late Middeleeuwen : - aardewerk - fragment van een stenen object, - 2 kuilen, - 3 greppels/sloten - 54 paalgaten Type onderzoek: graafwerkzaamheden Uitvoerder: particulier Late Middeleeuwen : - 48 gouden munten, gulden/goudgulden Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Paleolithicum - Neolithicum : - fragment van een vuursteen kling - vuursteen afslagen Nieuwe tijd : - plantaardig, hout palen

Rapport 11626.002 versie 1

Bijlage 5

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het LaatPaleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.

Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.

Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een halfagrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had

Rapport 11626.002 versie 1

wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het LaatNeolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen ('Celtic fields').

Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker.

In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege-Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen.

De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Ro-

Rapport 11626.002 versie 1

meinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriele revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19 e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20e eeuw uit in de kunsten.

Rapport 11626.002 versie 1

Bijlage 6

AMZ-cyclus

Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.

Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.

De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.

Rapport 11626.002 versie 1

Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

Rapport 11626.002 versie 1

Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ ▼ Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de Bescherming van de archeologische archeologie door resten door archeoplanaanpassing logen (variant begeleiding)

► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.

► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***

► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.*** ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).

* Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid. ****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

Rapport 11626.002 versie 1

Bijlage 7

Rapport 11626.002 versie 1

Planontwerp

Bijlage 8

Rapport 11626.002 versie 1

Boorprofielen

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

Rapport 11626.002 versie 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9921590/1