07 Toelichting bp Heidseweg 29 en 31 Heide
Tekst van het document
Pagina | 2
BESTEMMINGSPLAN Heidseweg 29 en 31 Heide Gemeente Venray
| bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 3
VERANTWOORDING EN STATUS Titel:
bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide gemeente Venray
Opdrachtgever: Contactpersoon:
[…] […]
Aantal pagina’s:
52
1e Concept: 2e Concept: Ontwerp: Definitief:
20-07-2021 22-12-2021 28-04-2022 13-09-2022
Opsteller:
[...]
paraaf:
Controleur:
[…]
paraaf:
COLOFON BEUSMANS & JANSEN Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Post- en kantooradres: Steeg 12 5975 CE Sevenum T/F: 077-3744817 M: 06-30202996 E: I:
info@beusmans-jansen.nl www.beusmans-jansen.nl
© 2022 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en me t inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worde n verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om d it document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.
|bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 4
PLANTOELICHTING
| bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 5
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging plangebied Voorgaande plannen Leeswijzer
HOOFDSTUK 2 ANALYSE VAN HET PLANGEBIED EN PLANBESCHRIJVING 2.1 Analyse van het plangebied e.o. 2.2 Woningbouw
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER 3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
HOOFDSTUK 4 MILIEU-PLANOLOGISCHE ASPECTEN EN ONDERZOEKEN 4.1 M.e.r.-beoordeling 4.2 Geluidhinder 4.3 Bodem 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Geur 4.6 Bedrijven en milieuzonering 4.7 Externe veiligheid 4.8 Niet Gesprongen Explosieven (NGE) 4.9 Ecologie 4.10 Cultuurhistorie en archeologie 4.11 Verkeer en parkeren
HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4
7 7 7 8 9
10 10 11
14 14 16 20 21
26 26 27 28 28 29 31 32 34 35 37 38
WATERPARAGRAAF
39
Regelgeving, beleid en uitgangspunten Waterhuishoudkundige situatie plangebied Duurzame verwerking van regenwater Overleg met waterschap
39 40 42 43
HOOFDSTUK 6
JURIDISCHE VORMGEVING
|bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
44
Pagina | 6
6.1 6.2 6.3 6.4
Algemeen Planmethodiek Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels
HOOFDSTUK 7
44 44 44 44
UITVOERBAARHEID
46
7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Handhaving 7.3 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
46 46 46
BIJLAGEN BIJ TOELICHTING
| bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
48
Pagina | 7
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan
De heer […] is eigenaar van een perceel grond tussen Heidseweg 27 en 33 te Heide (gemeente Venray) (hierna ook te noemen: de initiatiefnemer resp. het plangebied). Bij brief van 25 november 2020 heeft hij een verzoek tot principe-medewerking ingediend bij de gemeente Venray om op dit perceel 2 woningen te realiseren in de vorm van een twee-onder-één kap woning (hierna ook te noemen: het project). Op 5 januari 2021 (kenmerk: BRO-2020-0163) heeft B&W van Venray besloten om hier medewerking aan te verlenen. Voor betreffende locatie vigeert het bestemmingsplan ‘Heide’ (vastgesteld op 28 oktober 2014).Binnen de kaders van dat bestemmingsplan kan geen medewerking worden verleend aan de bouw van twee extra levensloopbestendige woningen. Binnen het bestemmingsplan ‘Heide’ is juridisch-planologisch gezien nog slechts ruimte voor 1 extra woning. Hierdoor is het noodzakelijk om een nieuw bestemmingsplan voor deze locatie op te stellen. Het voorliggende bestemmingsplan ‘Heidseweg 29 en 31 Heide’ voorziet in een adequate planologischjuridische regeling ten behoeve van de woningbouw op deze locatie. Het bestemmingsplan 'Heidseweg 29 en 31 Heide’ bestaat uit een digitale en analoge verbeelding met de daarbij behorende regels waaraan een toelichting is toegevoegd. Naast de digitale versie is er tevens een versie op papier van het bestemmingsplan beschikbaar.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied van het onderhavige bestemmingsplan is gelegen binnen het bestaande stedelijk (dorps)gebied van het kerkdorp Heide (binnen de bebouwde kom). Zie voor de ligging de nevenstaande afbeelding. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie N. nr. 1939 en is plaatselijk bekend als Heidseweg ong. (gelegen tussen Heidseweg 27 en 33). Het plangebied heeft een omvang van ca. 640 m2.
ligging plangebied in Heide
|bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 8
De kadastrale situatie is op nevenstaande afbeelding weergegeven. Tevens is de grens van het plangebied ingetekend. De plangrens is zodanig getrokken dat deze samenvalt met openbare ruimte (zoals straten) en overige perceelsgrenzen. Ook is de plangrens zodanig getrokken dat er ten opzichte van de plangebieden van de vigerende bestemmingsplannen geen 'gaten' vallen. Verder is het plangebied gelijk aan het exploitatiegebied.
pplangebied
1.3
Voorgaande plannen
Voor het plangebied vigeert het volgende bestemmingsplan:
Naam bestemmingsplan
Bestemmingen en aanduidingen
Vaststelling Raad
Heide
- Wonen - Waterstaat-Bescherming watergang - bouwvlak - maatvoering: max. 3 wooneenheden - maatvoering: max. goothoogte 4 m - gebiedsaanduiding: luchtvaartverkeerszone
28 oktober 2014
| bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 9
uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
In de bouwregels van de bestemming ‘Wonen’ is per bouwvlak maximaal één woning toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', het aangeduide aantal woningen/wooneenheden is toegestaan. Ter plaatse zijn maximaal 3 woningen toegestaan. Daarvan zijn er thans reeds twee aanwezig. Dat wil zeggen dat 1 woning nog gebouwd mag worden. De bouw van twee woningen (twee- onder – één kap) leidt derhalve tot strijdigheid met de bouwregels. Er worden dan de facto binnen het bouwvlak van de bestemming ‘Wonen’ 4 woningen gerealiseerd i.p.v. de toegelaten 3 woningen. Aan de woningtypologie zelf worden ter plaatse geen beperkingen gesteld.
1.4
Leeswijzer
De plantoelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een analyse van het plangebied en een beschrijving van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling (het plan). In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het relevante rijks-, provinciale - en gemeentelijke beleid. Hoofdstuk 4 bevat een expliciete toetsing van het plan aan alle relevante milieu-planologische aspecten. De gevolgen voor de waterhuishouding (waterparagraaf) zijn beschreven in hoofdstuk 5. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan wordt behandeld in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 behandelt de economische uitvoerbaarheid van dit plan, de handhavingsaspecten en beschrijft de gevolgde procedure.
|bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 10
HOOFDSTUK 2
ANALYSE VAN HET PLANGEBIED EN PLANBESCHRIJVING
2.1
Analyse van het plangebied e.o.
2.1.1
Korte historische schets
De eerste nederzetting die het latere kerkdorp Heide vormt, bestond uit enkele verspreid liggende boerderijen in de directe nabijheid van weidegronden waar het vee kon grazen. De latere (lint)bebouwing is gesitueerd aan de lokale verbindingsweg van Ysselsteyn naar Venray. In tegenstelling tot Leunen, dat aan de andere zuidelijke as van Venray ligt, is Heide agrarisch van karakter gebleven. Het groene dorpscentrum (in rechthoekige vorm) bestaat uit de R.K. kerk met begraafplaats en het omliggend openbaar groen.
2.1.2
Ruimtelijke en functionele structuur
Bebouwingsstructuur Het hart van dit dorp wordt gevormd door een open groene ruimte. Hieraan ligt de kerk en daar achter de begraafplaats. De lintbebouwing langs de Heidseweg vertoont weinig samenhang en het beeld is daardoor nogal verbrokkeld. Groenstructuur Centraal in het dorp ligt een open groene ruimte, welke is omzoomd met kastanjes. Langs de Heidseweg is een gedeelte met eiken beplant. Verkeersstructuur De belangrijkste weg in de verkeersstructuur van Heide is de Heidseweg. De weg vormt de ontsluitingsweg richting het omliggende wegennet, zoals de provinciale weg N270. De openbaar vervoersvoorziening in de kern Heide wordt gevormd door buslijn 27 van Venray naar Deurne. Functies Het kerkdorp Heide kende op 1 januari 2020 ca. 480 inwoners en dat verdeeld over 180 woningen Het merendeel van de woningen betreft koopwoningen (circa 87%) en de overige 13% zijn huurwoningen. De woonfunctie in de bebouwde kom van Heide is verreweg de meest dominante functie. Er zijn maar een heel beperkt aantal andere stedelijke (dorps)functies in Heide aanwezig, zoals maatschappelijke voorzieningen in de vorm van een RK kerk, een begraafplaats en een multifunctioneel centrum in de voormalige basisschool van het dorp van de Dorpscoöperatie Heide. Daar is ook een kleine horecavestiging aanwezig (lunchroom/dorpskeuken).
Verder is er een verkooppunt van brood en is een klein VVV-punt gevestigd dat fiets- en wandelkaarten van de omgeving beschikbaar stelt. Bedrijvigheid is zeer beperkt aanwezig in het dorp zelf. Er is een steenhandelsbedrijf gevestigd. Alle andere bedrijven zijn agrarische bedrijven, in het buitengebied van Heide. Detailhandel en horeca zijn er niet, uitgezonder de bovengenoemde kleine bakkerswinkel en lunchroom/dorpskeuken. De dorpskern Heide is dus vooral een woondorp. Voor alle overige stedelijke voorzieningen (supermarkt, winkels, horeca, onderwijs e.d.) zijn de inwoners aangewezen om de kern Venray zelf.
| bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 11
2.1.3
Feitelijke staat van het plangebied
Het plangebied is een braakliggend - geheel onverhard - perceel. Het perceel is verwilderd en bestaat voornamelijk uit grassen en struiken. De grond wordt nergens specifiek voor gebruikt. Het plangebied behoorde als tuin bij het perceel Heidseweg 33 te Heide. Hiernaast een afbeelding die aangeeft wat de staat van het huidige plangebied is.
feitelijke staat van het plangebied
2.2
Woningbouw
2.2.1 Bouwplan Het plan voorziet in de bouw van twee levensloopbestendige woningen in de vorm van een twee-onder-een kap. De bouwkundige maatvoering past bij de beoogde functie/doelgroep (senioren). Het betreft twee kleine woningen met een inhoud van 457m3 (hoofdgebouw + aanbouw), 1,5 bouwlaag, een goot-en bouwhoogte van 3,55 m resp. 7,62 m. Alle hoofdverblijfsruimten (woonkamer, keuken, één slaapkamer, badkamer, toilet) bevinden zich op de begane grond. Een tweede (slaap-of logeer)kamer is dan nog op de verdieping mogelijk. In de achtertuinen wordt voorzien in een bergingen/schuurtje per woning.
|bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 12
Onderstaande afbeelding geven het beoogde DO weer (gevels, materialisatie, kleurstelling, maatvoering en indeling).
voor-en rechterzijgevel
voorgevels (met materialisatie en kleurstelling)
achter-en linkerzijgevel
| bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 13
indeling
2.2.2 Duurzaamheid, veiligheid, ontsluiting en parkeren Deze woningen worden gebouwd met in acht name van de BENG-eisen en TO-juli-eis. De beide woningen worden uitgevoerd met een luchtwarmtepomp, PV-panelen en zijn –uiteraard- volledig gasloos. Het aantal PVpanelen wordt aan de hand van de BENG berekening bepaald. Indien de klant dat wenst kunnen er nog extra panelen op de platte daken geplaatst worden. Ook is er rekening gehouden met een extra ruimte voor evt. een zonneboiler of in toekomst andere systemen in de berging. Al het hang- en sluitwerk en via opklimming bereikbare deuren en ramen zullen voldoen aan het POLITIE KEURMERK VEILIG WONEN. De woningen worden direct ontsloten via de Heidseweg. Er wordt op eigen terrein zorggedragen voor 2 parkeerplaatsen per woning. De parkeerplaatsen zullen naast elkaar dan wel afzonderlijk gespreid over de percelen worden aangelegd. De parkeerplaatsen zullen echter in geen geval achter elkaar gerealiseerd worden.
parkeren op eigen terrein
|bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 14
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Het NOVI loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld: In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: • dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; • met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; • waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; • met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; • waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
• dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; • waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; • dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: a. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. b. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Afweging Het plan is, op nationaal niveau, dermate kleinschalig dat het geen wezenlijke invloed heeft op nationale belangen.
Verstedelijkingsbeleid laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten zelf. De realisatie van dit project leidt niet tot strijdigheden met de uitgangspunten uit het NOVI.
| bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 15
3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Vanaf 1 juli 2017 moeten ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken worden getoetst aan de nieuwe Ladder Duurzame Verstedelijking. De grondslag voor de nieuwe Ladder-toets is het nieuwe artikel 3.1.6 lid 2 Bro. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.
Voor woningbouwlocaties geldt dat in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Indien niet meer dan 11 woningen binnen een bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is er volgende de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen sprake van de ruimtelijke ontwikkeling van een nieuwe woningbouwlocatie of een andere stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Bro (zie uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 (dorpskern Annen)). Afweging Het onderhavige plan voorziet in de bouw van een twee-onder – één kap-woning. Er worden hierdoor twee woningen toegevoegd aan de woningvoorraad van Heide waarvan er 1 woning al direct op basis van het geldende bestemmingsplan is toegelaten. De facto wordt er door middel van dit plan derhalve maar 1 extra woning juridisch-planologisch toegevoegd. Hierdoor is het project dermate kleinschalig dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De toetsing aan de Ladder Duurzame Verstedelijking is niet noodzakelijk.
3.1.3 Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro) In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ((Barro) voorheen ook genoemd: AMvB Ruimte) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro bevat alle ruimtelijke rijksbelangen uit de eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB’s) en geeft middels regels en plankaarten (juridisch) de mogelijkheid om de rijksbelangen veel directer door te laten werken in de ruimtelijke plannen van andere overheden. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (EHS), nationale landschappen, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Voor wat betreft nationale ruimtelijke belangen speelt in dit gebied de bescherming van militaire terreinen en daarbij behorende voorzieningen. Het plangebied is gelegen binnen de zones rondom het vliegveld De Peel en het radarverstoringsgebied van de radar van Volkel. Om die reden zijn de artikelen 2.6.4 en 2.6.9 van het Barro van toepassing.
Artikel 2.6.9 van het Barro is in het Rarro nader uitgewerkt in de artikelen 2.4 t/m 2.6.
|bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 16
Afweging Artikel 2.6.4 Barro In artikel 2.6.4 van het Barro is bepaald dat bij een eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan ter zake van gronden die zijn gelegen binnen het beperkingengebied van een militair luchtvaartterrein op grond van de Luchtvaartwet en de Wet geluidhinder vastgestelde geluidzones en beperkingen in acht worden genomen. Daarnaast is bepaald dat de maximaal toelaatbare hoogte van objecten in een obstakelbeheergebied in overeenstemming dient te zijn met artikel 16 van het Besluit militaire luchthavens. In dit plan is hier rekening mee gehouden door de gebiedsaanduiding “Luchtvaartverkeerszone” op te nemen. In de regels is aangegeven welke beperkingen ten aanzien van de bouwhoogte binnen deze zone gelden. Er is voor gekozen om voor de gehele gebiedsaanduiding “Luchtvaartverkeerszone” de meest beperkende bouwhoogte op te nemen. Dit betreft 65 meter. Artikel 2.6.9 Barro Artikel 2.6.9 van het Barro stelt regels aan bestemmingsplannen in de omgeving van militaire radarstations. In dit geval is dat de militaire radar van Volkel. Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een radarverstoringsgebied voor een radarstation, worden geen bestemmingen opgenomen die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar.
In het Rarro zijn maximale bouwhoogten vastgesteld binnen radarverstoringsgebieden. In dit geval geldt op basis van het Rarro (bijlage 8.4) een hoogte van 114 meter. Bij bouwwerken met een grotere hoogte dan 114 meter, moet worden getoetst of er sprake is van onaanvaardbare gevolgen voor de werking van de radar. In de bouwregels van dit plan zijn voor de gebieden die vallen onder radarverstoringszone uit het Rarro reeds duidelijke bouwhoogtebeperkingen opgenomen, die het realiseren van bouwwerken met potentiele gevolgen voor de werking van de radar niet toestaan. Er wordt voldaan aan de bepalingen in het Barro en de Rarro.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Na een uitgebreid participatief proces hebben Provinciale Staten op 1 oktober 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Provinciale Omgevingsvisie zijn de volgende beleidsnota’s komen te vervallen: Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014); POL-aanvullingen Zandmaas (2002, 2004, 2010), uitbreiding Groeve ’t Rooth (2006) en beëindiging kalksteenwinning St. Pietersberg (2009). De POL-aanvulling Grensmaas (2005, 2010) blijft in stand, maar wordt opgevat als een programma onder de Omgevingsvisie.
| bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 17
In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1.
Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving
a.
in stedelijk c.q. bebouwd gebied
Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b.
in landelijk gebied
Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2.
Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie.
Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3.
Klimaatadaptieve en energietransitie.
Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: A. Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; B. Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.
|bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 18
A.
Thema Wonen en leefomgeving
De Omgevingsvisie Limburg houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten.
Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogte) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. B.
Zonering
Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering. Die zonering bouwt voort op de ‘tijdloze’ karakteristiek van de ondergrond; de geomorfologie en het watersysteem en de typering en ontwikkeling van het ruimte- gebruik in deelgebieden binnen Limburg in de afgelopen decennia. Het geformuleerde beleid in de Omgevingsvisie leidt niet tot aanpassingen van de begrenzing in de bestaande indicatieve kaartbeelden. De Omgevingsvisie is een visie in tekst en bevat geen specifiek kaartmateriaal. De begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden die voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen in de thema’s in deze Omgevingsvisie, zullen verankerd worden in het kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsverordening Limburg. Daarna dienen deze tevens ter ondersteuning van deze visie. De kaarten bij de Omgevingsverordening zijn zoneringskaarten. Dit betekent dat zones over bouwblokken, gebouwen, wegen, paden en ander grondgebruik, anders dan beoogt in de betreffende zonering, geprojecteerd zijn. Ook komt het voor dat de begrenzing van zones, bijvoorbeeld bufferzones rondom beken, dwars over percelen geprojecteerd zijn. Het precieze begrenzen van alle gebruiksfuncties hoort thuis op het niveau van de gemeentelijke omgevingsplannen.
Voor de bestemmingen in de vigerende bestemmingsplannen (onder de Omgevingswet: omgevingsplannen) heeft de Omgevingsvisie geen directe gevolgen. De daarin vastgelegde bestemmingen blijven staan zolang er zich geen nieuwe ontwikkelingen voordoen. Het plangebied ligt binnen de volgende zone: Landelijke kernen;
| bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 19
uitsnede zoneringskaart (bron; ontwerp-Omgevingsverordening Limburg)
Landelijke kernen De leefbaarheid en vitaliteit van de kernen in het landelijk gebied is belangrijk. Een aantal kernen vervult op sommige terreinen een regionale verzorgende functie met onderwijs, zorg, cultuur, winkels en werklocaties) De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten. Afweging Het plan behelst de realisatie van een twee-onder-één kap woning op een locatie binnen bestaand stedelijk (dorps)gebied. Met het woningbouwplan wordt een bebouwingsgat binnen een bestaande woonstraat opgevuld. Woningbouw binnen kleine kernen zoals Heide levert tevens een belangrijke bijdrage aan de versterking van de leefbaarheid in het dorp.
3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg is op 1 januari 2011 in werking getreden maar is in 2014 gewijzigd vanwege de vaststelling van POL 2014, waarin was bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening zou worden toegevoegd. Dat hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de verordeningen Veehouderijen en Natura 2000 (van oktober 2013) en Wonen Zuid-Limburg (van juli 2013) opgenomen. Hiermee zijn alle verordeningen die betrekking hebben op het omgevingsbeleid ondergebracht in één document. Het hoofdstuk Ruimte heeft twee kenmerkende verschillen met de andere onderdelen van de verordening. In de eerste plaats bevat het hoofdstuk geen gedragsvoorschriften die gelden voor iedereen, maar uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Elders in de Omgevingsverordening wordt zeer incidenteel gebruik gemaakt van deze methodiek, maar het hoofdstuk Ruimte kent geen andere bepalingen dan opdrachten aan gemeentebesturen, die door de besturen in acht moeten worden genomen bij het vaststellen van bestemmingsplannen en bepaalde omgevingsvergunningen.
Het tweede verschil met de overige onderdelen van de Omgevingsverordening is dat de Wet ruimtelijke ordening slechts zeer beperkte mogelijkheden biedt om ontheffing te verlenen van een bepaling uit het hoofdstuk Ruimte. Artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Limburg heeft betrekking op 'wonen' en kent de volgende bepalingen:
|bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 20
1.
Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg.
2.
Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg.
3.
Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen.
4.
Het derde lid is niet van toepassing indien: a.
er sprake is van een door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg; en
b.
het ruimtelijk plan voldoet aan het bepaalde in de vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg.
5.
De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het vierde lid.
6.
De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat tevens een verantwoording van de bijdrage die met de vaststelling van dat ruimtelijk plan wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen.
Afweging Het betreft hier een zodanig kleinschalige ontwikkeling dat deze niet valt onder de definitie 'nieuwe stedelijke ontwikkeling ' zoals bedoeld in artikel 2.2.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 en artikel 1.1.1 onder i, jo. artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro. Hierdoor is de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking in het kader van dit plan niet aan de orde. Verwezen wordt naar de motivatie zoals opgenomen in paragraaf 3.1.2 van deze plantoelichting. In dit kader zijn de leden 1, 5 en 6 van toepassing. Dit bouwplan voorziet in de realisatie van een duurzame, energiezuinige en levensloopbestendige twee-onder – één kap-woning in een van de kleine kerkdorpen van Venray. Er zijn nog steeds te weinig woningen in dit specifieke segment van de Venrayse woningmarkt. Voor het plangebied kent de Verordening geen verdere beperkingen. Het plan is dan ook niet strijdig met de Omgevingsverordening Limburg 2014.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 Op 22 september 2020 heeft de gemeente Venray de nieuwe Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 vastgesteld. Deze woonvisie geeft richting aan het woonbeleid voor de komende 4 jaar. Het is de 2e visie die door de 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid is opgesteld. In deze visie wordt teruggekeken naar de vorige visie: waar komen we vandaan en wat willen we meenemen naar de nieuwe visie. En zijn er ook zaken die veranderd zijn? Het 'wonen’ is steeds meer verweven met andere beleidsvelden in het economische én het sociaal domein. In het hoofdstuk 'analyse: trends en ontwikkelingen' wordt aangegeven wat de huishoudensontwikkeling is.
| bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 21
Demografie blijft immers een belangrijke onderlegger voor het woonbeleid. Prognoses geven een handvat om in te spelen op de toekomstige ontwikkeling van onze bevolking. Hierbij gaat het zeker niet alleen om aantallen, maar ook om de samenstelling van onze bevolking. Uit de analyse die inzicht geeft in de sterke en zwakke segmenten van de woningvoorraad, blijkt dat de aandacht met name moet uitgaan naar de bestaande voorraad. Ook zijn allerlei trends en ontwikkelingen die de context waarbinnen wordt gewerkt, beïnvloeden en de druk op de leefbaarheid vergroten. Denk hierbij aan grote ontwikkelingen zoals de energietransitie en de vergaande extramuralisering van de zorg. Vanuit deze analyse is er dan ook een aantal opgaven dat kan worden samengevat in: Mismatch woningbehoefte en woningvoorraad Het gaat hierbij om zowel de bestaande woningvoorraad, als nieuwbouw. Er wordt geconstateerd dat de samenstelling van onze bevolking verandert. Men wordt ouder en er is een grote toename van het aantal 1persoonshuishoudens. Dit brengt een andere woonvraag met zich mee. Deze vraag sluit maar deels aan op wat we in de bestaande voorraad hebben. De opgave ligt dan ook bij het aanpassen van de bestaande voorraad. De nieuwbouw die wordt toegevoegd dient toegespitst te worden op de toekomstige woningbehoefte.
Hierbij wordt nog meer dan voorheen gekeken naar de kwalitatieve vraag en het bevorderen van de doorstroming op de regionale woningmarkt. Bij nieuwbouw is de kwalitatieve toets daarom leidend en in mindere mate de kwantitatieve toets. Afweging Met dit bestemmingsplan wordt beoogd zo veel mogelijk aan te sluiten bij de beleidsdoelen uit de Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Dit bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om een twee-onder – één kapwoning te realiseren. Er wordt gestreefd naar de ontwikkeling van woningtypes waar er binnen de NoordLimburgse woningmarkt nog te weinig van zijn, zoals duurzame, energiezuinige (of zelfs energieneutrale), klimaatgeadapteerde en levensloopbestendige woningen in kleine kernen.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Toekomstvisie 2030 ‘Venray loopt voorop’ In het coalitieakkoord 2018-2022 ‘Een gezonde toekomst voor Venray’ is opgenomen dat de gemeente Venray wil komen tot een nieuwe strategische visie met een horizon tot 2030. Deze stip op de horizon moet richting geven aan de vraag waarin de gemeente zich de komende jaren wil ontwikkelen gezien de actuele trends en ontwikkelingen. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaat, energie, duurzaamheid, leefomgeving, gezondheid, demografie en technologie, maar ook kijkend naar de positie en rol van de gemeentelijke overheid. Hiertoe heeft de gemeenteraad op 27 juni 2019 een nieuwe strategische visie vastgesteld; de Toekomstvisie 2030 ‘Venray loopt voorop’. Deze visie vervangt de Strategische visie Venray 2020 en de nota ‘Venray, stad in de Peel (2025)’. De toekomstvisie gaat in op: De grote ontwikkelingen die op Venray afkomen en aangeven wat dit betekent voor de opgaven op lokaal en regionaal niveau en voor de vraagstukken of agendapunten voor het lokaal bestuur (kompas); Verbinding en energie opleveren door samen met de Venrayse gemeenschap – inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners – te komen tot een gezamenlijk toekomstbeeld van Venray; Slim verbinding leggen met andere participatietrajecten, zodat hier op voortgebouwd kan worden onder meer bij de totstandkoming van de omgevingsvisie.
Ten aanzien van het thema wonen wordt het belang van een goede kwaliteit van woonomgeving en woningen, de aanwezigheid van werkgelegenheid en kwalitatief goede voorzieningen onderstreept. Met de visie op de
|bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 22
gewenste toekomstrichting kan de gemeente Venray effectief sturing geven aan het proces van beleidsontwikkeling en prioritering. De thema’s die centraal staan zijn: 1. Venray is dorp en stad; 2. Venray is kennisintensief; 3. Venray zorgt voor elkaar; 4. Venray is levendig; 5. Venray voorziet in alle woonwensen. De gemeente wil voorzien in alle woonwensen en biedt daarbij de ruimte voor een gevarieerde en boeiende maatschappelijke omgeving. Door een grote zorg voor het in stand houden en verbeteren van de bestaande woonwijken (soms in de vorm van herstructurering) beoogt de gemeente unieke woonmilieus creëren, waarin de bestaande sociale structuren en voorzieningen op een positieve wijze worden beïnvloed. Afweging Het onderhavige woningbouwplan wordt ontwikkeld met in acht name van deze beleidsuitspraken.
3.4.2 Omgevingsvisie Venray Op 2 november 2021 heeft de gemeenteraad van Venray de Omgevingsvisie Venray vastgesteld. De omgevingsvisie van geeft aan wat belangrijk wordt gevonden in de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is alles wat we buiten zien en voelen: bijvoorbeeld hoe de gemeente eruit ziet, wat de kwaliteit is van de lucht en welke bedrijven er zijn. De omgevingsvisie gaat in op ambities, beleid en de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, wonen en werken en cultureel erfgoed. De onderdelen van deze leefomgeving waar de gemeente trots op is, moeten worden beschermd en verbeterd. Daarnaast zet de gemeente in op nieuwe doelen die zijn beschreven in vier hoofdambities. De omgevingsvisie is gebiedsgericht. Het onderhavige plangebied wordt in de Omgevingsvisie gekwalificeerd als 'woongebied'.
uitsnede kaart Omgevingsvisie
| bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 23
Aan de hand van hoofdambities zijn de volgende actielijnen uitgewerkt: 1.
Versnellen: gezien het urgente woningtekort benoemen we acties om de woningbouw in Venray gericht te versnellen.
2.
Vergroten (kwantiteit): de komende jaren gaan we voor een bouwproductie van minimaal 200 woningen per jaar, door ‘zachte’ plannen hard te maken en extra plannen te ontwikkelen.
3.
Veranderen (kwaliteit): woonmilieu, woningtype en -prijs moeten beter aansluiten bij de behoefte. Naast het uitvoeren van een kwalitatief woningmarktonderzoek zetten we in op meer betaalbare woningen, de aanpak van leegstand, de ontwikkeling van bijzondere woonconcepten en meer (tijdelijke) woningen voor specifieke doelgroepen.
4.
Vergroenen/verduurzamen: we verhogen de kwaliteit van de woning en de woonomgeving door gerichte maatregelen te nemen op het gebied van groen, klimaatadaptief en duurzaam bouwen.
Afweging Dit bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om een twee-onder – één kap-woning in een van de kleine kerkdorpen van Venray te realiseren. Er wordt gestreefd naar de ontwikkeling van woningtypes waar er binnen de Venrayse woningmarkt nog te weinig van zijn, zoals duurzame, energiezuinige (of zelfs energieneutrale), klimaatgeadapteerde en levensloopbestendige woningen. Woningbouw binnen kleine kernen zoals Heide levert tevens een belangrijke bijdrage aan de versterking van de leefbaarheid in het dorp. Gelet hierop past de ontwikkeling binnen het planologische beleid, zoals neergelegd in de Omgevingsvisie Venray.
3.4.3 Omgevingsprogramma Wonen Het op 15 februari 2022 door de raad vastgestelde ‘Omgevingsprogramma Wonen’ is de uitwerking van de beleidsdoelen van de nota ‘Koers op wonen’ en tevens bedoeld als de actualisatie van de thema’s van de Woonvisie 2017-2021. In het Omgevingsprogramma Wonen worden de verschillende beleidsdoelen, maatregelen en instrumenten op hoofdlijnen uitgewerkt, die nodig zijn voor de realisatie van de nieuwbouwopgave en aanpassing van de bestaande woningvoorraad in alle kernen van de gemeente. Het Omgevingsprogramma Wonen is de onderlegger voor ieder project voor nieuwbouwwoningen en verbetering van woningen uit de bestaande woningvoorraad. In het gemeentelijke programma Koers op Wonen werden de ambities en uitgangspunten voor met name de kwantitatieve bouwopgave vastgelegd. De kwalitatieve opgave bleef echter nog wat onderbelicht. Hiervoor was een uitwerking noodzakelijk. In het voorliggende Omgevingsprogramma Wonen is een en ander verder uitgewerkt. Zo zijn de eerdere vier actielijnen (versnellen, vergroten, veranderen en verduurzamen) aangevuld en vertaald naar vijf centrale thema’s: 1. 2. 3. 4. 5.
Snel woningen bouwen Gevarieerd aanbod. Duurzame woningvoorraad. Wonen en zorg. Vitale wijken en kernen.
Venray heeft een urgent woningtekort. De woningmarkt is flink aangetrokken, de woningbehoefte komt voor de meeste kernen van de gemeente beduidend hoger uit dan eerdere prognoses. Om te zorgen dat het in Venray nu én in de toekomst goed wonen en leven is, staat de gemeente voor de grote opgave om het
|bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 24
woningtekort (kwalitatief én kwantitatief) terug te brengen en te komen tot een gezond woningbouwprogramma. De gemeente Venray heeft met betrekking tot de realisatie van nieuw en gevarieerd woningaanbod, de volgende ambities geformuleerd: een goede differentiatie van de nieuwbouw, passend bij de behoefte; focus op betaalbaarheid in koop en huur; niet meer van hetzelfde, maar meer variatie in vorm, techniek en doelgroepen; meer sturing en regie op goede plannen, passend bij de opgaven; een daarbij passend stelsel van maatregelen, afspraken en instrumenten; focus op aanpassing bestaande woningvoorraad. Het Omgevingsprogramma Wonen bevat tevens een uitvoeringsparagraaf waarin concrete voorstellen zijn opgenomen. Hierin wordt o.a. ingegaan op de organisatie, de regierol van de gemeente en de samenwerking met onze partners en het beoogde instrumentarium. Om de algehele voortgang te bewaken, zal het in 2021 ingestelde Regieteam Wonen gecontinueerd worden. In de bijlage bij het Omgevingsprogramma Wonen is een beschrijving opgenomen van de belangrijkste woonopgaven per wijk of kern . Deze bijlage is een momentopname van de actuele stand van zaken van de woningbouwprojecten in alle kernen van Venray. Het overzicht wordt jaarlijks bijgewerkt en geactualiseerd.
Afweging Met dit bestemmingsplan wordt beoogd zo veel mogelijk aan te sluiten bij de beleidsdoelen uit het Omgevingsprogramma Wonen. Dit bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om een twee-onder – één kap-woning in één van de kleine kerkdorpen van Venray te realiseren. Voor het dorp Heide zijn in de bijlage bij het Omgevingsprogramma Wonen de onderstaande kwantitatieve woningbouwopgaven en huidige woningbouwplannen vastgesteld.
actuele woningbouwsituatie kerkdorp Heide
Het onderhavige plan met 2 grondgebonden woningen (in de vorm van twee-onder-een kap) maakt hier deel vanuit. Met dit woningbouwplan wordt voor het dorp Heide ook invulling gegeven aan de behoefte van de gemeenschap om meer grondgebonden woningen in het dorp te realiseren.
3.4.4 Trendsportal / Nota “Uitgangspunten Netwerken Infrastructuur en Verkeer, fietsen en lopen in de spotlights’ In de periode december 2017 – februari 2018 hebben acht Noord Limburgse gemeenteraden de Mobiliteitsvisie Noord- Limburg vastgesteld onder de naam Trendsportal. Als gevolg van technologische ontwikkelingen, andere vormen van organisatie en veranderingen in financiële stromen wordt hiermee een verschuiving in gang gezet van meer traditionele infraprojecten naar andersoortige projecten op het gebied van mobiliteit, verkeer en vervoer.
| bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 25
De vijf hoofddoelstellingen van Trendsportal zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
Verhogen kwaliteit van leven: Mobiliteit zodat iedereen mee kan doen. Verbeteren verkeersveiligheid: Streven naar NUL verkeersslachtoffers. Aantrekkelijk mobiliteitssysteem: Robuust, attractief en betrouwbaar. Ondersteunen milieu- en energietransitie: Overschakelen op schone en stille mobiliteit. Verbeteren ruimtelijk-economische bereikbaarheid: Voor toerisme, agro, maak en logistieke sector.
De omschrijving van de 5 hoofddoelen werd echter nog te abstract geacht om uiteindelijk een goede projectenlijst op te kunnen stellen om die hoofddoelen te realiseren. Elk hoofddoel is daarom uitgewerkt in een aantal subdoelstellingen. De realisatie van de subdoelstellingen ‘kwaliteit van leven’, ‘aantrekkelijk mobiliteitssysteem’ en ‘hoogwaardig en compleet fietsnetwerk’ scoorde hoog. Reden genoeg de komende jaren vooral fietsen en lopen in de schijnwerpers te zetten en hier gelijk al een eerste uitwerking aan te geven. De Nota ‘Uitgangspunten Netwerken Infrastructuur en Verkeer, fietsen en lopen in de spotlights’ is de opvolger van het “Venray’s Verkeer- en Vervoerplan (VVVP)” uit 2007. De gemeente Venray acht het noodzakelijk de komende jaren het niet-gemotoriseerde verkeer (fietsen en lopen) meer in de spotlights te plaatsen. De eerste aandacht gaat dus uit naar het opstellen van een netwerk voor niet-gemotoriseerd verkeer (fiets en voetganger). Dit netwerk heeft de intentie er voor te zorgen dat fietsen en lopen een veilig, aantrekkelijk en voor de hand liggende wijze van vervoer gaan worden voor alle inwoners en bezoekers van Venray en de kerkdorpen. Met dit netwerk wordt het begrip “basis op orde” wat betreft de infrastructuur een nieuw kader meegegeven.
De tweede aandacht gaat uit naar het opstellen van de netwerken voor gemotoriseerd verkeer: personenauto, vrachtverkeer en landbouwverkeer. Voor vele doeleinden is en blijft dit toch dé wijze van vervoer, bijvoorbeeld vanwege de (langere) afstand of het vervoer van goederen.
Infrastructurele maatregelen waarmee het gebruik van de fiets, zowel utilitair als recreatief, wordt gestimuleerd of het autogebruik wordt ontmoedigd, worden in deze netwerkennota meegenomen. Voor stimuleren van fietsverkeer kan het gaan om bijvoorbeeld de aanleg van ontbrekende schakels, het opwaarderen van kwalitatief mindere verbindingen of het verbeteren van de oversteekbaarheid van grote verkeerswegen. Voor het ontmoedigen van autoverkeer, kan het gaan om het weren van verkeer of het aanpassen van de verkeerscirculatie. Afweging Het plangebied wordt ontsloten via de Heidseweg. Deze weg heeft verkeerskundig een functie als erfontsluitingsweg. Via deze weg is het plangebied goed en veilig bereikbaar voor zowel auto-als fietsverkeer.
|bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 26
HOOFDSTUK 4
4.1
MILIEU-PLANOLOGISCHE ASPECTEN EN ONDERZOEKEN
M.e.r.-beoordeling
Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r. wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 20091. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r. nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een m.e.r. nodig.
Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.(-beoordeling) Om te bepalen of een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is dient bepaald te worden of het project voorkomt in lijst C of lijst D van het Besluit, of de drempelwaarden worden overschreden, of het project in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. Drempelwaarden Lijst C en D In het plangebied wordt één extra woning opgericht. Het realiseren daarvan komt niet voor in bijlage C van het besluit m.e.r. Er is dus geen sprake van de verplichting om een m.e.r. procedure te doorlopen. Op grond van categorie D11.2 geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht voor onder andere de aanleg of wijziging van ‘een stedelijk ontwikkelingsproject’, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. Een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. Een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen bevat, of 3. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Blijkens de nota van toelichting bij het Besluit m.e.r.2 kan het bij een stedelijk ontwikkelingsproject gaan om ‘bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan’. Aangezien het initiatief in dit geval per saldo betrekking heeft op één woning valt het initiatief ruimschoots onder de drempelwaarde van 2.000 woningen, zodoende is er geen sprake van een directe m.e.r.beoordelingsplicht.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling In het Besluit m.e.r. is aangegeven dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(- beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. In feite zijn daarmee de geval definities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst) indicatief gemaakt. 1
HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 (Commissie tegen Nederland)
2
Staatsblad 2011, nr. 102
| bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 27
Dit betekent dat niet meer kan worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde ligt en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk is. Onder de geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij de m.e.r.-beoordeling, de diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.- beoordeling gehanteerd. Gemeenten en provincies moeten dus ook bij kleinere bouwprojecten beoordelen of een m.e.r. nodig is. Die beoordeling is vormvrij. Uit deze plantoelichting blijkt dat het plangebied niet is gelegen in een gevoelig gebied en het initiatief geen negatieve effecten heeft op elders gelegen gevoelige gebieden. Er is geen risico op verontreiniging en het initiatief leidt niet tot hinder voor omliggende functies. Er worden geen gevaarlijke stoffen gebruikt en/ of technologieën toegepast, waardoor er geen sprake is van risico op ongevallen. Uit deze plantoelichting blijkt kortom dat er geen sprake is van nadelige gevolgen voor het milieu. Conclusie 1. De activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er hoeft dus geen m.e.r. te worden opgesteld. 2.
De activiteit (stedelijk ontwikkelingsproject) valt wel onder categorie D11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er geldt echter geen m.e.r.-beoordelingsplicht omdat de in kolom 2 bij deze categorie genoemde ‘drempelwaarden’ bij lange na niet worden overschreden. 3. Omdat de activiteiten wel worden genoemd in een van de categorieën in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar de drempelwaarden niet worden overschreden, dient in beginsel voor dit plan wel een vormvrije m.e.r.- beoordeling te worden uitgevoerd. 4. Uit de uitgevoerde vormvrije m.e.r.-beoordeling is gebleken dat de activiteiten op grond van de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu leiden en dus geen aanleiding vormen om op grond hiervan alsnog een m.e.r.-beoordeling uit te voeren.
4.2
Geluidhinder
De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 lid 1 Wgh). Er geldt verder een maximale ontheffingswaarde binnen stedelijk gebied van 53 dB (artikel 83 lid 1 Wgh). Wegverkeerslawaai Alle wegen en straten binnen een straal van 200 meter om het plangebied hebben max. 2 rijstroken en er geldt overal een maximale snelheid van 30 km/uur. Het plangebied is niet gelegen in een geluidzone. Spoorweglawaai en industrielawaai De zones langs het spoor zijn afhankelijk van de vastgestelde geluidproductieplafonds (GPP-waarden) langs het spoor Nijmegen-Venlo.
Conform het Besluit geluidhinder (Bgh) is in onderhavige situatie een wettelijke geluidzone van 600 meter van toepassing. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel van woningen bedraagt 55 dB (art.4.9, lid 1 Bgh). Het plangebied is op ca. 5 km afstand van het spoor gelegen. Het plangebied ligt ruim buiten de vastgesteld geluidzone. In Heide is geen gezoneerd industieterrein aanwezig. Op basis van de Wgh is het derhalve niet noodzakelijk om een akoestisch onderzoek te laten verrichten.
|bestemmingsplan Heidseweg 29 en 31 Heide | status: vastgesteld |
Pagina | 28
4.3
Bodem
In het kader van het onderhavige plan wordt binnen het plangebied een nieuwe bodemgevoelige functie toegelaten in de vorm van een grondgebonden woning. Voordat door middel van dit bestemmingsplan deze nieuwe functie mogelijk wordt gemaakt zal er inzicht moeten zijn of de bodem- en grondwaterkwaliteit een dergelijke bebouwing en gebruik ook mogelijk maken. Econsultancy BV heeft ter plaatse van het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat het plangebied onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit matig tot sterk siltig, zeer fijn tot matig fijn zand en is bovendien, tot plaatselijk 1,5 m -mv, zwak tot matig humeus. De bovengrond is zwak grindig. De ondergrond is plaatselijk, over het traject 1,0 - 2,0 m -mv, zwak gleyhoudend. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden, geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd. In de ondergrond zijn eveneens geen verontreinigingen geconstateerd.
Het grondwater is licht verontreinigd met barium, koper en nikkel. Deze metaalverontreinigingen zijn hoogstwaarschijnlijk te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. Conclusie De vooraf gestelde hypothese, dat het plangebied als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, niet geheel bevestigd. Gelet op het regionale karakter van de lichte metaalverontreinigingen in het grondwater en het ontbreken van verontreinigingen in de grond kan het plangebied echter als "onverdacht ten opzichte van haar omgeving worden beschouwd. Er kan gesteld worden dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bij ongewijzigd gebruik niet tot gebruiksbeperkingen of gezondheidsrisico's zal leiden. Ook bij het aanvragen van een omgevingsvergunning (bouwen) in de nabije toekomst zullen, met het huidige beleid en de huidige normen, de aangetoonde lichte verontreinigingen in het grondwater geen bezwaar vormen. Aanbevelingen De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader bodemonderzoek te adviseren. Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie (d.d. 29 november 2019) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.