CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Overzicht voornaamste wijzigingen

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: Venrayse werkwijze, Verordening op de raadscommissie2.142 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2 alinea's met “benoeming”: 7 8

Overzicht voornaamste wijzigingen

Uitleg kleuren Groen: nieuw, overgenomen uit modelverordening Geel: aanvulling op /afwijking van de modelverordening, niet nieuw Blauw: aanvulling op /afwijking van de modelverordening, nieuw Onderwerp Instelling en taken

Artikel

Artikel 2. Instelling raadscommissie Er is een raadscommissie bestemd voor de voorbereiding van door de raad te nemen besluiten en voor het voeren van overleg met het college en de burgemeester.

Artikel 3. Taken De raadscommissie: a. brengt advies uit aan de raad over voorlopig geagendeerde raadsvoorstellen; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en c. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.

Uitleg wijzigingen In de oude verordening werd uitgegaan van drie separate raadscommissies, elk met een uitgebreid omschreven vakgebied en een uitvoerig omschreven gezamenlijk takenpakket. De drie commissies zijn vervangen door één commissie die op meerdere dagen kan vergaderen. De noodzaak van een uitvoerig beschreven vakgebied is vervallen. Met deze generieke taakomschrijving, ontleend aan de modelverordening, wordt de taak en positie van de commissie kernachtig omschreven.

Benoeming voorzitters, mogelijkheid tot wisselen.

Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter 1. De raadscommissie bestaat uit leden, niet zijnde raadsleden, of raadsleden. 2. a. De raadsleden zijn automatisch lid van de commissie voor de duur van hun zittingsperiode als raadslid; b. De commissieleden, niet zijnde raadsleden, worden door de agendacommissie op voordracht van de fracties benoemd; 3. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 14 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 10, lid 1, van de Gemeentewet wordt de minimumleeftijd voor het lidmaatschap van een raadscommissie bepaald op 16 jaar. 5. Er is een pool van commissievoorzitters die op voordracht van de agendacommissie door de raad worden benoemd. De agendacommissie beslist voor verzending van de schriftelijke oproep wie het voorzitterschap van een vergadering uitoefent. 6. In de vergaderingen van de raadscommissie is elke fractie met maximaal 3 leden vertegenwoordigd. De fracties zijn bevoegd de samenstelling te wisselen met dien verstande dat tijdens de behandeling van een agendapunt geen wisseling plaatsvindt. Wisseling vindt plaats na afronding van een in artikel 8 lid 4 bedoeld cluster.

Voorheen waren er drie voorzitters die elk hun “eigen” commissie hadden. Zij konden elkaar vervangen. Overigens waren er daarnaast ook nog plaatsvervangend voorzitters. In de nieuwe structuur wordt gewerkt met een pool van voorzitters. De agendacommissie wijst per vergadering een voorzitter aan. Het aantal aanwezigen per fractie per vergadering verandert niet. Omdat er nu ook onderwerpen uit verschillende vakgebieden kunnen worden geagendeerd op één avond, is de behoefte ontstaan om tijdens de vergadering te kunnen wisselen van afvaardiging. Hier is geregeld dat dat per programma gebeurt – dus nadat de agendapunten over bijvoorbeeld “Wonen” zijn afgerond.

Commissiegriffier

Artikel 6. De commissiegriffier 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van de raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar aan. 2. De commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen. 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar. De raadsgriffier kan in iedere vergadering de commissiegriffier vervangen. 4. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.

Inbedding in vergaderstructuur, en taak agendacommissie

Artikel 7. Vergaderfrequentie 1. De raadscommissie vergadert in de regel twee weken voorafgaand aan de raadsvergadering op dinsdag, woensdag en donderdag. De agendacommissie bepaalt het aantal benodigde vergaderdagen per vergadercyclus. De vergaderingen van de raadscommissie vangen aan om 19.30 uur en vinden plaats in het gemeentehuis. 2. De raadscommissie vergadert voorts indien de agendacommissie het nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een ander aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.

In de oude verordening had elke commissie zijn eigen commissiegriffier. De noodzaak daarvan is vervallen. Het artikel is hierop aangepast en vereenvoudigd in lijn met de modelverordening.

Nieuw is dat de vergaderfrequentie nu expliciet gekoppeld wordt aan die van de raad. Overigens kan hiervan in uitzonderlijke gevallen van worden afgeweken. Verder krijgt de agendacommissie de taak om te bepalen hoeveel vergaderdagen er nodig zijn per cyclus.

Termijn verzending oproep Clustering van agendapunten Termijn bespreken ingekomen stukken.

Artikel 8. Oproep en agenda 1. De commissievoorzitter zendt ten minste 14 dagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 9, tweede lid, van toepassing. 4. Bij het opstellen van de voorlopige agenda’s worden onderwerpen die betrekking hebben op hetzelfde programma als bedoeld in de begroting in dezelfde vergadering geagendeerd. Onderwerpen worden per programma geclusterd. 5. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde onder lid 4. 6. Een lid van de commissie kan verzoeken om een onderwerp, geplaatst op de lijst ingekomen stukken, te agenderen voor de eerstvolgende commissievergadering. Het lid dient ten minste 7 dagen voor de eerstvolgende vergadering van de agendacommissie een korte notitie te maken, waarin wordt weergegeven wat hij graag wil bespreken.

De commissievoorzitter (daarin uiteraard ondersteund door de commissiegriffier) heeft de verantwoordelijkheid de daadwerkelijke agenda met bijlagen te verspreiden. Voorheen gold hier een termijn van ten minste 10 dagen voor. Dit is verlengd naar ten minste 14 dagen. Met de nieuwe werkwijze en het nieuwe vergaderschema zal dit in de praktijk overigens eerder zijn, omdat er normaliter ongeveer drie weken tussen agendacommissie en commissievergadering zit. In sommige periodes is dit wellicht onmogelijk door bijv. feestdagen, vandaar dat gekozen is voor ten minste 14 dagen. In lijn met de adviezen van het overdrachtsdocument komen de commissies “Wonen”, “Werken & Besturen” en “Leven” te vervallen. Wél is verzocht agendapunten zoveel mogelijk te bundelen conform de programma’s in de begroting. In lid 4 is dit geregeld. Dit maakt het mogelijk dat onderwerpen over bijvoorbeeld Wonen en Werken op één avond worden behandeld. In dat geval worden de programma’s wel achtereenvolgens behandeld: dus bijvoorbeeld eerst de onderwerpen van Wonen en daarna van Werken. In lid 5 is bepaald dat de voorzitter hiervan kan afwijken in bijzondere gevallen. Voorheen was al geregeld dat leden een oplegnotitie (lid 6) moesten maken als zij een ingekomen stuk wensten te bespreken. Dat blijft gehandhaafd.

Nieuw is dat de termijn voor indiening van die notitie nu eerder is, zodat de agendacommissie de notitie kan meenemen in zijn afwegingen.

7. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld. Aanpassen juiste naam site

Artikel 9. Ter inzage leggen van

Voorheen was sprake van “de gemeentelijke website”. In de praktijk wordt al jaren een aparte website voor de raad gebruikt.

stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op de raadsinformatiewebsite beschikbaar gesteld. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken beschikbaar worden gesteld, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier.

Vergaderquorum

Artikel 12. Opening vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal in de raad vertegenwoordigde fracties met ten minste één woordvoerder aanwezig is. 2. Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten

Een vergaderquorum ontbrak in de oude verordening. Dat wordt hier hersteld. Omdat er geen vaste aanwezigen zijn van de commissie is bepaald dat ten minste meer dan de helft van het aantal fracties aanwezig moet zijn.

minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal in de raad vertegenwoordigde fracties met ten minste één woordvoerder aanwezig is. Definitie van de verslaglegging Correctie op vermelding aanwezigen. Correcte benaming site.

Artikel 18. Verslag 1. Een commissiegriffier draagt zorg voor de verslaglegging van de commissievergaderingen, bestaande uit een beeld- en geluidopname en een besluitenlijst. 2. Uit de besluitenlijst blijkt in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke fracties afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een samenvatting van het advies, dan wel het besluit van de raadscommissie; e. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 15 door de raadscommissie is

In de oude verordening waren de besluitenlijst en het verslag twee aparte onderdelen. In de praktijk vormt deze informatie samen de verslaglegging. Daarom wordt dit in lid 1 nadrukkelijk zo benoemd. In artikel 2 lid b stond in de oude verordening dat de afwezige leden in de besluitenlijst vermeld zouden moeten worden. Dit wordt veranderd in een vermelding van de afwezige fracties. Er wordt immers gewerkt met een commissiepool waarbij fracties elke vergadering een andere samenstelling van hun afvaardiging kunnen kiezen. Het vermelden van de personen die afwezig zijn, is daarom niet zinvol. Het vermelden van de afwezige fracties is daarentegen wél betekenisvolle informatie voor de verslaglegging. Vandaar deze aanpassing. In lid 5 is nieuw dat er wordt gesproken van “raadsinformatiewebsite” i.p.v. “website van de gemeente”.

toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptbesluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending aan de commissieleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de vergadering waarop hij betrekking heeft. 4. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de commissievoorzitter en commissiegriffier. 5. Elektronisch beschikbare opnames en besluitenlijsten worden op de raadsinformatiewebsite geplaatst.

Aanpassingen vragenuur

Artikel 19. Vragenuur

1. Tijdens elke commissievergadering is er een vragenuur voor vragen aan het college over niet-geagendeerde, actuele onderwerpen. Het vragenuur vervalt indien er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de voorzitter bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. 2. Het lid van de raadscommissie dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt deze vragen schriftelijk onder aanduiding van het onderwerp door tussenkomst van de commissiegriffier bij de voorzitter. Het onderwerp en de vragen dienen uiterlijk om 09.00 uur op de werkdag voorafgaande aan de dag waarop in die week de eerste commissievergadering plaatsvindt te worden ingediend. 3. De voorzitter kan na overleg met de vragensteller weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet

In lid 1 is nader gedefinieerd wat het vragenuur is. Dit was officieus al de definitie, maar hiermee wordt deze vastgelegd. De deadline voor indiening (lid 2) blijft de werkdag voorafgaand aan de commissie, waarbij nieuw is dat dit geldt voor alle vergaderingen in een bepaalde week. Dit geeft de commissievoorzitter(s) de gelegenheid om af te wegen in welke vergadering een vraag het beste aan bod kan komen. Deze armslag is wenselijk omdat er geen vakcommissies meer bestaan (zie ook lid 4).

voldoende nauwkeurig acht aangegeven of het onderwerp in de commissievergadering op diezelfde dag aan de orde komt, dan wel de vraag beter (eerst) via de commissiegriffier aan de gemeentelijke organisatie kan worden voorgelegd. 3. De voorzitter brengt het onderwerp waarover vragen gesteld zullen worden uiterlijk 1 werkdag voor aanvang van de vergadering ter kennis van de overige commissieleden en de betrokken collegeleden. 4. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. Indien er meerdere vergaderingen in één week plaatsvinden, kan de commissievoorzitter beslissen dat de vragen in een andere vergadering aan de orde komen. 5. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de betrokken collegeleden en voor de overige leden van de raadscommissie. 6. Na de beantwoording door de collegeleden krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raadscommissie het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan de collegeleden vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 7. Tijdens het vragenuur worden geen interrupties toegelaten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17090273/2