CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Toelichting Stationsweg 66a Venray

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Stationsweg 66A Venray’14.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Uitsnede geurhinderkaart 2018 (achtergrondgeurbelasting)

|bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 32

4.5

Bedrijven en milieuzonering

Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige functies of gebieden. Om deze milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG Handreiking 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009. Bedrijven en Milieuzonering; Staat van bedrijfsactiviteiten De VNG Handreiking is ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk’, 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand: categorie 1: grootste afstand 10 meter; categorie 2: grootste afstand 30 meter; categorie 3.1: grootste afstand 50 meter; categorie 3.2: grootste afstand 100 meter; categorie 4.1: grootste afstand 200 meter; categorie 4.2: grootste afstand 300 meter; categorie 5.1: grootste afstand 500 meter; categorie 5.2: grootste afstand 700 meter; categorie 5.3: grootste afstand 1.000 meter; categorie 6: grootste afstand 1.500 meter. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Invloed milieuhinder op het plangebied In een straal van meer dan 100 meter om het plangebied zijn geen potentieel milieubelastende functies (bedrijven) aanwezig. Het dichtstbij gelegen bedrijf is een horecabedrijf (cafetaria) aan de Stationsweg 147 op 140 meter van het plangebied.

Het betreft hier een milieucategorie 1 bedrijf met een minimale richtafstand tot woningen van 10 meter. Deze afstand wordt ruimschoots in acht genomen. Het plangebied maakt deel uit van een rustige woonwijk. Binnen de bestemming ‘Wonen’ - die geldt voor alle woningen in deze woonwijk - zijn alleen beroepen aan huis en bedrijven aan huis toegestaan. Het betreft hier activiteiten die naar aard, omvang en invloed zodanig zijn dat deze in een woning en bijgebouwen kunnen worden uitgeoefend waarbij de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. Dergelijke lichte en kleinschalige beroeps-en bedrijfsmatige activiteiten zijn dus qua ruimtelijke gevolgen en milieubelasting aanvaardbaar binnen een woonwijk. Er behoeft derhalve redelijkerwijs niet gevreesd te worden dat door de milieu-invloed van deze activiteiten een goed woon-en leefklimaat in de woning niet gegarandeerd kan worden.

| bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 33

4.6

Externe veiligheid

Het wettelijk kader voor risicovolle bedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor het transport van gevaarlijke stoffen is het vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het Nederlandse externe veiligheidsbeleid is gebaseerd op twee elementen: een harde norm in de vorm van het plaatsgebonden risico (PR) en een oriënterende waarde in de vorm van het groepsrisico (GR). De norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt één op de miljoen (10-6) per jaar, ofwel 1 op de miljoen blootgestelde personen. Het hanteren van een norm voor het plaatsgebonden risico biedt een basisveiligheidsniveau voor de individuele burger in de omgeving van een risicovolle activiteit. Voor nieuwe situaties geldt deze norm als grenswaarde. Dat wil zeggen dat kwetsbare objecten buiten de 10-6 contour moeten zijn gelegen. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de plaatsgebonden risico-contour ook, maar daar geldt de contour alleen als richtwaarde. Het groepsrisico gaat over de impact van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers tegelijk. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied (1 % letaliteitgrens) gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal personen, de oriënterende waarde.

Dit is een richtwaarde waarvan het bevoegd gezag, voldoende gemotiveerd, kan afwijken.

4.6.1 Bedrijven en transport gevaarlijke stoffen Binnen dit plan wordt een woonbestemming gerealiseerd. Het betreft hier een beperkt kwetsbaar object in de zin van artikel 1 Bevi. Volgens de Risicokaart Limburg zijn er binnen een straal van ca. 600 meter om het plangebied geen PR 10-6 contouren van risicovolle inrichtingen aanwezig.

De dichtstbijzijnde weg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt is de A73. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART (paragraaf 2.1)) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op meer dan 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico.

Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is wel aan de orde indien een

|bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 34

plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van bepaalde stofcategorieën die getransporteerd worden. In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. In onderstaande tabellen is een opsomming van de diverse stofcategorieën en de begrenzing van het invloedsgebied per stofcategorie weergegeven:

Op een afstand van circa 240 meter van het plangebied ligt de A73 (trajectnr. L1), waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Dit traject van de A73 is opgenomen in het Basisnet. Volgens de Regeling basisnet geldt voor dit traject een PR- contour van 1 meter en een plasbrandaandachtsgebied ((PAG) 30 meter). Uit tellingen van de vervoersintensiteiten voor 2019 blijkt dat over dit traject de volgende soorten gevaarlijke stoffen vervoerd worden: LF1, LF2, LT2, GF1, GF2 en GF3.Voor de autosnelweg wordt een wegbreedte van 25 meter aangehouden en een ongevalsfrequentie van 8,3·10-8/vtg km. Conform de Regeling basisnet is als weerstation Eindhoven gekozen. Voor de stofcategorieën LF1 en LF2 betekent dit een invloedsgebied van maximaal 45 meter. Voor de stofcategorieën LT2 bedraagt het invloedsgebied 880 meter, voor GF1 40 meter, voor GF2 280 meter en voor GF3 355 meter. Het plangebied ligt op ca. 240 meter van de A73. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de A73. Er behoeft derhalve een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgenomen te worden. beperkte verantwoordingsplicht groepsrisico Conform het Besluit externe veiligheid transportroutes is een beperkte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk met betrekking tot de risico’s ten aanzien van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg.

De verantwoording van het groepsrisico kan beperkt blijven tot de thema’s beheersbaarheid en zelfredzaamheid. Voor de volledige inhoud wordt verwezen naar de beperkte groepsrisicoverantwoording die als bijlage 2 integraal onderdeel uitmaakt van deze plantoelichting.

4.6.2 Leidingen Een buisleiding die wordt gebruikt voor transport van gevaarlijke stoffen, vormt een risico voor de veiligheid. Als de leiding gaat lekken, kunnen de gevaarlijke stoffen vrijkomen en ontstaat er een kans op een explosie, vergiftiging van mensen of dieren of verontreiniging van het milieu. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen zoals dit vanaf 1 januari 2011 geldt, staan veiligheidseisen voor de exploitant en de gemeente. Exploitanten hebben een zorgplicht en moeten ervoor zorgen dat hun buisleidingen veilig zijn. Gemeenten moeten buisleidingen in hun bestemmingsplannen opnemen en bij nieuwbouw zorgen voor genoeg afstand tot de buisleidingen.

| bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 35

Op basis van de Risicokaart Limburg en het vigerende bestemmingsplan blijkt dat er binnen het plangebied en in de omgeving van het plangebied geen ondergrondse olie- of gasbuisleidingen zijn gelegen die van invloed zijn op het plan. Ter plaatse van het plangebied loopt wel een drinkwatertransportleiding in beheer van het Waterschapsbedrijf Limburg. Deze leiding heeft een zakelijk rechtstrook van 2,5 uit het hart van de leiding. Deze zone van 5 meter wordt beschermd door de dubbelbestemming 'Leiding -Water'.

4.6.3 Hoogspanningsleidingen Zonering rond het bovengrondse hoogspanningsnet in Nederland is vastgelegd in de Netkaart van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De Netkaart bevat o.a. gegevens over de netbeheerder en de breedte van de indicatieve zones. Op basis van de informatie van o.a. de Netkaart blijkt dat er geen hoogspanningslijnen in de directe nabijheid van het plangebied liggen die van invloed zijn op het plan.

4.7

Niet Gesprongen Explosieven (NGE)

Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers), granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Ook in Venray hebben delen van het gemeentelijke grondgebied in de Tweede Wereldoorlog onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het besluitgebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.

4.8

Ecologie

4.8.1 Natuur en landschap Het plangebied is gelegen binnen stedelijk gebied. Het maakt geen onderdeel uit van het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen Ecologische HoofdStructuur (EHS)), Natura 2000-gebieden of beschermde natuurmonumenten. Het plangebied zelf heeft geen bijzondere natuurwaarden.

4.8.2 Stikstof De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitatals de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Na de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis voor toestemming voor activiteiten die stikstof uitstoten worden gebruikt. Daarom moet per activiteit duidelijk worden gemaakt dat beschermde natuurgebieden daardoor niet worden aangetast. Het beoogde project mag geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000-gebieden. Het plangebied is gelegen op ca. 1,3 km afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Boschhuizerbergen). Vanwege deze ruime afstand en vanwege de kleinschaligheid van het plan (beperkte verkeersaantrekkende werking tijdens zowel de aanlegfase als de gebruiksfase van 1 woning), kan er redelijkerwijs vanuit gegaan worden dat dit plan niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied.

|bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 36

4.8.3 Flora en fauna Op de site van de Provincie Limburg (www.natuurgegevensprovincielimburg.nl) zijn de actuele natuurgegevens (flora en avifauna) van de provincie Limburg ontsloten . Uit deze gegevens blijkt dat op de locatie geen rode lijst soorten of aandachtsoorten voorkomen. Gezien het huidige gebruik van de locatie is het de verwachting dat er alleen algemene soorten planten en dieren aanwezig zijn. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. In het gebied kunnen vleermuizen aanwezig zijn. Het betreft dan alleen vleermuizen die hier kunnen foerageren. Ook na realisering van de extra woning kunnen vleermuizen hier foerageren en zullen er mogelijk nieuwe plekken voor kraamkolonies ontstaan. Verder kunnen algemene soorten zoals een veldmuis, mol, konijn en egel van het gebied gebruik blijven maken. Overigens kunnen al deze dieren ook in tuinen leven, waardoor de ingreep (op termijn) zelfs positief zal zijn.

Gezien het gebruik van het gebied en het ontbreken van geschikte wateren is dit gebied niet geschikt voor amfibieën of reptielen. Gelet op het ontbreken van beschermde soorten planten en broedvogels op de bouwlocatie vindt er geen verstoring plaats. Vervolgonderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming is derhalve niet noodzakelijk.

4.9

Cultuurhistorie en archeologie

4.9.1 Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen rijks -of gemeentelijke monumenten gelegen. Ook ligt het plangebied niet binnen een molenbiotoop.

4.9.2

Archeologie

Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Venray is het plangebied gelegen in een gebied van monumentale (zeer hoge) waarde /historische kern alsook een gebied met een hoge archeologische verwachting. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk indien er een bodemingreep plaatsvindt van meer dan 50 cm –mv en er vervolgens een oppervlak van meer dan 250 m2 resp. 500 m2 verstoord wordt.

| bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 37

Uitsnede archeologische beleidskaart

In de planregels zal via de dubbelbestemmingen Waarde-Archeologie 2 en 4 geborgd worden dat bouwen boven de ter plaatse geldende verstoringsgrenzen (250 m2/500 m2) niet plaatsvindt, tenzij uit een overlegd onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden verstoord worden.

4.10 Verkeer en parkeren 4.10.1 Ontsluiting Het plangebied wordt ontsloten via de Stationsweg. Deze weg heeft verkeerskundig nu nog een functie als wijkontsluitingsweg (WOW). Het bestaande profiel is op deze functie afgestemd. Ter hoogte van het plangebied geldt een maximum snelheid van 50 km/u. De gemeente Venray heeft het voornemen om een nieuwe verbindingsweg aan te leggen tussen Henri Dunantstraat en de Stationsweg, parallel aan de oostkant van de A73; het project Oostverbinding. Als gevolg van deze ontwikkeling zal er meer verkeer over de Stationsweg rijden. De Stationsweg wordt om deze reden opgewaardeerd van een wijkontsluitingsweg (WOW) naar een gebiedsontsluitingsweg (GOW). Dit betekent ook een verandering van het wegprofiel. Zo zullen er parallelvoorzieningen/afgescheiden fietspaden komen, een doorlopend voetpad van het station naar het centrum, middengeleiders bij kruispunten en vrijliggende bushaltes. Ook worden de grote kruisingen omgebouwd tot rotondes. In de directe nabijheid van het plangebied zal een rotonde gerealiseerd worden ter plaatse van de kruising van de Stationsweg met de Klaproos en de Wilhelmina Druckerstraat.

|bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 38

Schematische weergave project Oostverbinding

Het project is met de realisatie van 1 woning zodanig kleinschalig dat de extra verkeersaantrekkende werking beperkt blijft. Het extra bewoners-en bezoekersverkeer is zo beperkt dat dit zal opgaan in het totale verkeersbeeld ter plaatse. De huidige mogelijkheid voor autoverkeer om rechtstreeks vanaf de Stationsweg de aanliggende (woon)percelen veilig op en af te rijden verandert niet.

4.10.2 Parkeren Het benodigd aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de 'Beleidsnota Parkeernormen Venray'. In deze beleidsnota zijn de parkeerkencijfers van het CROW vertaald naar parkeernormen voor de Gemeente Venray. De normen staan weergegeven in bijlage 3 van de Beleidsnota. In de beleidsnota staan verder de uitgangspunten en toepassingsregels m.b.t. parkeren. De woningbouwlocatie valt onder de zone 'Rest bebouwde kom, kerkdorpen en buitengebied'. De Beleidsnota Parkeernormen Venray kent een specifieke parkeerkencijfer voor wonen in deze zone, namelijk 2,0 pp /woning. In het kader van dit plan zullen derhalve minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig moeten zijn. In de norm van 2 pp/woning zit een factor 0,3 dat formeel een openbaar karakter mee moet krijgen. Bij individuele verdichtingsplannen – zoals het onderhavige plan - is het niet mogelijk om 0,3 pp in de openbare ruimte aan te leggen, maar omdat er normaal gesproken voldoende parkeercapaciteit is, is er sprake van acceptatie omdat de openbare ruimte meestal nog wel de ruimte heeft om het parkeren van bezoek op incident niveau op te vangen. In de directe omgeving van het plangebied zijn echter weinig mogelijkheden om in de openbare ruimte te parkeren.

Bovendien is het niet wenselijk om langs de Stationsweg zelf – vanwege haar toekomstige verkeerskundige rol als gebiedsontsluitingsweg (GOW) – te parkeren. Desondanks gaat het hier om het incidenteel parkeren van bezoekers en kan in de meeste gevallen (>90%) voorzien worden in het normale parkeren op eigen terrein. Mede gezien de recente en toegestane individuele verdichtingsplannen, wordt een norm van 2 pp/woning ook hier geaccepteerd. Echter de toekomstige gebruikers dienen zich te realiseren weten dat er enige parkeerhinder geaccepteerd dient te worden en dat - wanneer de parkeerbehoefte groter wordt - deze op eigen terrein moet worden opgevangen. Het plangebied c.q. het nieuw te vormen woonperceel is zodanig ruim bemeten dat op het nieuwe voor-en zijerf van de beoogde woning meer dan voldoende ruimte is om een veel groter aantal auto’s (evt. ook naast elkaar) te parkeren dan de minimale norm van 2.

| bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 39

HOOFDSTUK 5

WATERPARAGRAAF

Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water; dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Het watertoetsproces is één van de instrumenten om dit te bereiken. Het proces is er om waterbelangen in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Een van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is het watertoetsproces. Het watertoetsproces moet ervoor zorgen dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding.

5.1

Regelgeving, beleid en uitgangspunten

5.1.1 Waterbeheerplan Waterschap Limburg De gemeente Venray valt in de zin van wateraangelegenheden binnen de Keur van het Waterschap Limburg. Het Waterschap Limburg is de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder en de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen. In het waterbeheerplan 2016-2021 is de koers uitgezet voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg en wordt aangegeven hoe het waterschap invulling zal geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. In het plan is vastgelegd hoe men het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen en houden. Ook staat hierin welke bijdrage het waterschap levert aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Voorbeelden van maatregelen zijn: 1. het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen; 2. het aanpakken van knelpunten van wateroverlast; 3. herstellen van beken; 4. het verbeteren van de effluentkwaliteit van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Voor het aan de orde zijnde plan en plangebied kent het Waterbeheerplan geen specifieke uitgangspunten.

5.1.2 Legger en Keur Waterschap Limburg Het waterschap kent naast zijn beleid de Keur als regelgeving (en de bijbehorende Legger als kaart). Om zijn taak uit te kunnen oefenen, maakt het waterschap gebruik van deze Keur. De Keur is een door het waterschapsbestuur vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Keur bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones. Het waterschap levert deze gegevens aan de gemeente, teneinde de hoofdwatergangen en waterkeringen, inclusief de onderhoud- en beschermingszone in het bestemmingsplan te regelen. Op 1 april 2019 heeft het Waterschap een nieuwe Keur vastgesteld.

5.1.3 Toetsingspunten waterparagraaf in de toelichting van bestemmingsplannen Het Waterschap Limburg hanteert sinds 1 april 2019 de volgende uitgangspunten voor haar toetsing met betrekking tot de behartiging van waterhuishoudkundige belangen binnen een bestemmingsplan alsmede voor de toetsing van de waterparagraaf van een bestemmingsplan: 1.

Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd.

2.

Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom.

3.

Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen.

4.

Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren.

|bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 40

5.

Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool.

6.

Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie. Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepteinfiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen.

7.

Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren.

8.

Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid.

9.

Watersysteem verankeren in het bestemmingsplan.

5.1.4 Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2025 In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2025 is het beleid voor het beheer van de gemeentelijke riolering voor de periode 2022 tot en met 2025 vastgelegd. Het plan bevat een beschrijving van de huidige situatie, een evaluatie van de aan het plan voorafgaande periode en een beschrijving van de te verwachten toekomstige ontwikkelingen. In het GRP wordt onder andere ingegaan op hemelwater- en oppervlaktewaterafvoer. In het kader van het GRP is onderzoek gedaan naar de geschiktheid van het uitvoeren van afkoppelprojecten binnen de gemeente. Op basis van de bodemgesteldheid, de hoogte van de grondwaterstand en de aanwezigheid van oppervlaktewater is onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor afkoppeling: uit het onderzoek blijkt dat in het overgrote deel van de gemeente Venray voldoende mogelijkheden voor afkoppeling aanwezig zijn. Bij afkoppelprojecten wordt in de eerste plaats gekeken naar openbare verharde oppervlakken. Daarbij wordt opgemerkt dat afkoppelen als maatregel slechts wordt uitgevoerd in combinatie met wegwerkzaamheden (onder andere reconstructies van wegen) of rioolvervangingen, dit gezien de kosten die dergelijke ingrepen met zich meebrengen. Het afkoppelen van particuliere oppervlakten wordt slechts in uitzonderlijke situaties meegenomen.

Bij particuliere duurzame waterhuishoudkundige systemen, zoals bergings- en infiltratievoorzieningen hanteert de gemeente Venray de volgende voorwaarden: 1. infiltratievoorziening dient minimaal een neerslaggebeurtenis van 60 mm te kunnen verwerken; 2. de infiltratievoorziening dient een leeglooptijd te hebben van 24 uur of minder; 3. noodoverloop gaat via maaiveld - en niet via ondergrondse buizen of leidingen - naar de openbare riolering.

5.2

Waterhuishoudkundige situatie plangebied

Afvoerend verhard oppervlak en riolering Het plangebied heeft een oppervlakte van 1518 m2. Het plangebied bestaat uit een grasveld/gazon en halfverharding (grintpaden). Het plangebied is geheel onbebouwd. Het nieuwe bestemmingsplan maakt woningbouw met bijbehorende bouwwerken. Omdat op dit moment een concreet woningbouwplan ontbreekt kan de oppervlakte van het af te koppelen dakoppervlak en erfverharding nog niet bepaald worden. Ter plaatse van de Stationsweg ligt een gescheiden rioolstelsel.

| bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 41

Bodem en grondwater De bodem bestaat volgens Bodemkundig Informatie Systeem Nederland (BIS) uit hoge zwarte enkeerdgronden en lemig fijn zand. Het maaiveld ligt op een hoogte van 24 meter boven NAP, net als de omliggende gronden. Een grondwatertrap geeft een indicatie van de absolute grondwaterstand en de fluctuatie hiervan. De trappen zijn gedefinieerd op basis van de gemiddeld hoogste grondwaterstand en gemiddeld laagste grondwaterstand. Voor het plangebied geldt grondwatertrap VII (H 80-140 L > 120) Er staan geen peilbuizen in de directe omgeving van het plangebied. Er zijn geen klachten bekend van grondwateroverlast in de omgeving. Het plangebied heeft verder geen specifieke status als grondwaterbeschermingsgebied. Geohydrologie De K-waarde (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het plangebied e.o. bedraagt volgens de kaart inzake de bodemdoorlatendheid (K-waarde) van de gemeente Venray van het waterschap 0,45 - 0,75 m/dag.

Onderstaande tabel geeft de classificatie van de waterdoorlatendheid van bodemlagen weer:

De onderhavige gronden zijn derhalve 'vrij goed doorlatend' en daarmee geschikt voor hemelwaterinfiltratie. Oppervlaktewater Oppervlaktewater en waterlopen zijn binnen het plangebied niet aanwezig. Het plangebied ligt buiten het stroomvoerend en bergend rivierbed van de Maas, een en ander zoals geregeld in de beleidsregels "Grote Rivieren" alsmede buiten het dal van beken met een specifieke of algemene ecologische functie.

|bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 42

5.3

Duurzame verwerking van regenwater

Omdat op dit moment er nog geen concreet woningbouwplan ontwikkeld is, kan een volledig uitgewerkt systeem van duurzame hemelwaterverwerking nog niet gepresenteerd worden. Het aanleggen en in stand houden van een systeem van duurzame hemelwaterverwerking op eigen terrein is echter als een voorwaardelijke verplichting juridisch geborgd in de planregels van het bestemmingsplan (artikel 3.1.1 onder d. jo artikel 8.3). De technische uitwerking van het uiteindelijk te realiseren watersysteem zal plaatsvinden in het kader van de aanvraag - omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. De voorzieningen die - op basis van de locatiespecifieke kenmerken en de beslismethodiek – geschikt zijn voor de onderhavige situatie zijn: 1. 2. 3. 4.

wadi, greppel, infiltratievijver; infiltratiekratten, -koffers, -sleuf, -riool; infiltratie door waterpasserende verharding; diepte-infiltratie.

De voorkeur van zowel de gemeente Venray als het waterschap Limburg gaat uit naar een open bovengrondse infiltratievoorziening. In deze voorzieningen worden eventuele verontreinigingen in de bovengrond gebonden. Door de toplaag periodiek te vervangen wordt de kans op het ontstaan van een bodem- of grondwaterverontreiniging en het dichtslibben van de voorziening tot een minimum beperkt. Een voorbeeld van zo’n voorziening is een wadi, infiltratiesloot of infiltratievijver. Bij de bepaling van de kwantitatieve bergingscapaciteit van een te realiseren bergende – en infiltrerendevoorziening zal uitgegaan worden van de onderstaande invoerparameters: 1. 2. 3. 4. 5.

een minimale K-waarde van 0,45 m/dag; veiligheidsfactor van 0,5 m; absoluut infiltratiesysteem met een dimensionering voor 60 mm berging/etmaal; 100% afkoppeling van het totaal afvoerend verhard dakoppervlak ; hemelwater vanaf erfverharding afstromen naar de tuin.

huishoudelijk afvalwater Onder de Stationsweg ligt een gescheiden rioolstelsel. Het huishoudelijk afvalwater vanaf de woning zal op het vuilwaterriool geloosd worden. bouwmaterialen De gemeente Venray streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen (zoals koper, zink e.d.). Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Van de bouwende partij wordt daarom, voorzover relevant, gevraagd geen gebruik te maken van uitlogende bouwmaterialen.

5.4

Overleg met waterschap

Vooroverleg met en advies van het waterschap Limburg maakt onderdeel uit van de watertoets.

| bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 43

HOOFDSTUK 6 6.1

JURIDISCHE VORMGEVING

Algemeen

Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: 1. 2. 3.

plantoelichting (inclusief bijlagen); planregels; verbeelding.

Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was, is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. Verder voldoet dit bestemmingsplan aan de digitale eisen uit het ' Uitbestedingsprotocol digitale bestemmingsplannen gemeente Venray (versie 090305)’. De plansystematiek voldoet - onder meer - aan de volgende RO-standaarden 2012: 1. 2. 3.

6.2

Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012.

Planmethodiek

Er is, volgens de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik.

6.3

Toelichting op de verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen in de verbeelding. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan wel op een topografische ondergrond gelegd. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi. Opgemerkt wordt nog dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar kunnen verschillen, immers de wijze van raadplegen is ook verschillend. Inhoudelijk zijn er echter geen verschillen te vinden.

6.4

Toelichting op de regels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten, teneinde te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In de Begrippen (artikel 1) wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als gebruikte begrippen niet in deze lijst voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het dagelijks taalgebruik. In het artikel over de Wijze van meten (artikel 2) worden de te gebruiken meetmethodes vastgelegd.

|bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 44

De bestemmingsregels van een bestemmingsplan bevatten regels omtrent het gebruik van de in het plan begrepen gronden en bebouwing. Per onderscheiden bestemming is een apart artikel gemaakt. Het onderhavige bestemmingsplan bevat de enkelbestemming 'Wonen' en de dubbelbestemmingen ‘LeidingWater’, ‘Waarde-Archeologie-2’ en ‘Waarde-Archeologie-4’ (artikelen 3 t/m 6). Per bestemming is in de bestemmingsomschrijving aangegeven welke doeleinden binnen die bestemming zijn toegestaan. In de bouwregels wordt verder aangegeven welke bebouwing mogelijk is binnen de betreffende bestemming. Tevens kunnen Burgemeester en Wethouders nadere eisen stellen aan de situering van gebouwen en de inrichting van gronden. Daarnaast zijn in de voorkomende gevallen per bestemming flexibiliteitsregels opgenomen, in de vorm van een afwijkingsmogelijkheid voor het bevoegd gezag om in nader aangegeven gevallen van de bouw-of gebruiksregels te kunnen afwijken. In de Algemene regels zijn opgenomen de Anti-dubbeltelbepaling (artikel 7), de algemene bouwregels (artikel 8), een algemene gebruiksregel (artikel 9), de algemene aanduidingsregels voor een aanwezig radarverstoringsgebied (artikel 10), de algemene afwijkings- en wijzigingsregels (artikelen 11 en 12) en de overige regels (artikel 13). In de Overgangs- en slotregels zijn het overgangsrecht (artikel 14) en de slotregel (artikel 15) opgenomen.

| bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 45

HOOFDSTUK 7 7.1

UITVOERBAARHEID

Economische uitvoerbaarheid

De realisatie van het plan geschiedt voor rekening van de initiatiefnemers. Het plangebied is ook geheel in eigendom van de initiatiefnemers. De initiatiefnemers en de gemeente Venray hebben samen een anterieure overeenkomst (inclusief planschadeverhaalsclausule) gesloten ten behoeve van het gemeentelijk kostenverhaal en de afwenteling van eventuele planschadeclaims op de initiatiefnemers. De economische uitvoerbaarheid is niet in het geding.

7.2

Handhaving

Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan een sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de planregels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Bewust zijn in het plan geen detailbepalingen opgenomen die – hoewel misschien op zichzelf niet onwenselijk – in de praktijk niet kunnen worden gehandhaafd. In het verlengde daarvan is zoveel mogelijk afgezien van bepalingen die door de bewoners en andere gebruikers als een onnodige beperking van hun vrijheid kunnen worden gevoeld.

Hoe minder knellend de planregels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op de lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien. In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen. Gebruiksregels zijn opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. Het gemeentebestuur draagt de verantwoordelijkheid om toe te zien op de naleving van de opgenomen regels in het bestemmingsplan.

7.3

Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.3.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro

Op 13 maart 2023 hebben burgemeester en wethouders van Venray - op grond van artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening - bekendgemaakt dat zij het voornemen hebben om het bestemmingsplan ‘Stationsweg 66a Venray’ voor te bereiden.

|bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 46

7.3.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het wettelijk overleg zal onder meer overleg plaatsvinden met het waterschap Limburg en de provincie Limburg.

7.3.3

Omgevingsdialoog

Als onderdeel van een goede ruimtelijke ordening verzoekt de gemeente Venray aan de initiatiefnemers met betrekking tot dit plan een zorgvuldige omgevingsdialoog te voeren met omwonenden en andere belanghebbenden. Hierbij geldt dat de uitkomst van de omgevingsdialoog geen toetsingsgrond vormt voor het wel of niet meewerken aan de verlening van dit plan. De gemeente beoordeelt uitsluitend of de omgevingsdialoog op een (voldoende) zorgvuldige wijze is gevoerd. De initiatiefnemers hebben een omgevingsdialoog gevoerd met omwonenden. Het verslag is als bijlage 3 bij deze plantoelichting gevoegd.

7.3.4

Procedure ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024. In deze periode was het voor eenieder mogelijk om zienswijzen in te dienen tegen het plan. In deze periode zijn geen zienswijzen ontvangen.

| bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 47

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING

|bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 48

BIJLAGE 1 AKOESTISCH ONDERZOEK

| bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 49

BIJLAGE 2 BEPERKTE GROEPSRISICOVERANTWOORDING

|bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 50

BIJLAGE 3 VERSLAG OGD

| bestemmingsplan Stationsweg 66a Venray | status: vastgesteld |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14008176/1