06 Quickscan zonnepark Venray
Tekst van het document
RAPPORT Quickscan Zonnepark Venray
Klant:
Tomorrow energy
Referentie: BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 Status:
Definitief
Datum:
2 juli 2020
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Amerikalaan 110 6199 AE MAASTRICHT AIRPORT Water Trade register number: 56515154 +31 88 348 78 48 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Quickscan Zonnepark Venray Ondertitel: Quickscan zonnepark Venray Referentie: BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 Status: P01.01/Concept Datum: 2 juli 2020 Projectnaam: Zonnepark Venray Projectnummer: BG6746 Auteur(s): Linda Wortel Opgesteld door: Linda Wortel Gecontroleerd door: Arne Kijk in de Vegte Datum/Initialen: 2 juli 2020/AKIDV Goedgekeurd door: Thijs Sommers Datum/Initialen: 2 juli 2020/ TS
Classificatie Projectgerelateerd
Disclaimer
No part of these specifications/printed matter may be reproduced and/or published by print, photocopy, microfilm or by any other means, without the prior written permission of HaskoningDHV Nederland B.V.; nor may they be used, without such permission, for any purposes other than that for which they were produced. HaskoningDHV Nederland B.V. accepts no responsibility or liability for these specifications/printed matter to any party other than the persons by whom it was commissioned and as concluded under that Appointment. The integrated QHSE management system of HaskoningDHV Nederland B.V. has been certified in accordance with ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 and OHSAS 18001:2007. 2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
i
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
2
2
Ligging plangebied en huidige situatie
2
3
Uitgangspunten van het ontwerp
5
4
Voorkomen beschermde soorten Wet natuurbescherming
5
4.1
Vaatplanten
5
4.2
Zoogdieren, inclusief vleermuizen
6
4.3
Vissen
6
4.4
Reptielen & amfibieën
6
4.5
Broedvogels
7
4.6
Ongewervelden
7
5
Voorkomende beschermde gebieden
8
6
Effectbeoordeling Wnb en NNN
10
7
Conclusies en aanbevelingen
11
Geraadpleegde bronnen
13
Bijlagen Bijlage 1: Beknopt kader natuurwet- en regelgeving Bijlage 2: Resultaten stikstofdepositie berekening met AERIUS Calculator Bijlage 3: Beschrijving berekening met AERIUS Calculator
2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
1
Projectgerelateerd
1
Inleiding
Tomorrow Energy is voornemens een zonnepark te realiseren ten noorden van de kern Venray. De projectlocatie heeft een omvang van ruim 13,9 hectare en kan volgens de eerste berekeningen potentieel een vermogen opwekken van ca. 10 MWp. Het inrichten van een zonnepark is een ruimtelijke ingreep zoals bedoeld in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). ). Een beknopte beschrijving van de natuurwet en -regelgeving is in bijlage 1 opgenomen. In dat kader is een toets nodig aan het soorten- en gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb, omdat effecten op beschermde soorten niet op voorhand uitgesloten zijn. Dit rapport voorziet in een toets aan het soorten-, gebiedsbeschermings- en houtopstandendeel van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en een toets aan de NNN aan de hand van een bureaustudie en een habitatgeschiktheidsanalyse.
2
Ligging plangebied en huidige situatie
Het plangebied ligt pal aan de A73/Venloseweg. Ten oosten van het plangebied doorkruist de A73 de Spurkt. Ten westen van het plangebied, en ten noorden van het plangebied stroomt het Afleidingskanaal. Aan de zuidzijde loopt lokale weg de Spurkt, met een woning en agrarisch bedrijf. Het plangebied betreft de perceelsnummers: Venray, sectie U, percelen 174, 200, 201, 202 en 203. De projectlocatie werd op de dag van het veldbezoek gebruikt als graszodeperceel. Rond om het plangebied zijn delen bebost met eikenbossen waarvan een deel binnen de goudgroen natuurzone van de provincie limburg valt. De bosgebieden liggen hoger in het landschap dan de agrarische percelen. Het plangebied bestaat uit een recent in gezaaid grasland dat bij het veldbezoek pas geheel gemaaid was en beregend werd met water uit het Afleidingskanaal. Tevens was op het perceel recent kunstmest of kalk gestrooid. Dit was nu nog zichtbaar omdat ook de randen van het bosperceel waren meegenomen, sporen ervan zaten nog op de bosrandvegetatie. In figuur 2-1 is het plangebied op een de topografische kaart weergegeven. De figuren 2-2 t/m 2-4 geven een indruk van het plangebied.
Figuur 2-2-1: ligging van het plangebied in rood omkadert 2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
2
Projectgerelateerd
Figuur 2-2-2: De noordkant van het plangebied met recent in gezaaid gras (en beregening) met in de verte de bosjes.
Figuur 2-3: de zuidkant van het plangebied dat wordt ingericht als natuur met een poel.
2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
3
Projectgerelateerd
Figuur 2-4: de westkant van het plangebied met rechts het hoger gelegen eikenbosje en in de verte het natuurgebied smakterveld en bosgebied Overloonse duinen.
2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
4
Projectgerelateerd
3
Uitgangspunten van het ontwerp
Tomorrow Energy is voornemens een zonnepark te realiseren ten noorden van de kern Venray. De projectlocatie heeft een omvang van ruim 13,9 hectare en kan volgens de eerste berekeningen potentieel een vermogen opwekken van ca. 10 MWp. De zonnepanelen komen te liggen met een maximale hellingshoek van 35 graden ten opzichte van het maaiveld. De totale hoogte van de bouwwerken bedraagt circa 1,5 meter. Het maaiveld onder de zonnepanelen wordt niet verhard of verdicht. Daarnaast is Tomorrow Energy bezig om samen met Waterschap Limburg het park zo in te richten, dat alle bestaande natuurlijke elementen, aan de overzijde van het Afleidingskanaal, gehandhaafd worden en ook uitgebreidt. De projectlocatie is aan de noordkant begrensd door en deels pas ontwikkeld natuurgebied de Spurkt, bestaande uit moerasbos, ruigte en poelen. Het is voor Tomorrow Energy van essentieel belang dat het eco-park aansluit bij het landschap. Dit betekent dat de bosjes rond het plangebied behouden blijven. Omdat het waterschap nog natuurontwikkelingsplannen heeft met het Afwateringskanaal zal bij de inrichting tevens rekening worden gehouden met voldoende ruimte voor deze ontwikkeling langs het afwateringskanaal.
4
Voorkomen beschermde soorten Wet natuurbescherming
Op basis van raadpleging van verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF; geraadpleegde range: 1 januari 2014 t/m 17 juni 2019 en verspreidingsatlassen, is een beeld gevormd van voorkomende beschermde soorten. De habitatgeschiktheid van het plangebied en directe omgeving voor deze soorten is ingeschat aan de hand van een verkennend veldbezoek op 20 juni 2019. Het weer die dag was zonnig met een maximale temperatuur van circa 28 graden. Dit veldbezoek is uitgevoerd door de auteur in de hoedanigheid van ter zake deskundige ecoloog zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Hieronder volgt per soortgroep een uitwerking van de bevindingen.
4.1
Vaatplanten
Het plangebied en de directe omgeving daarvan voorziet op grond van geraadpleegde verspreidingsgegevens en de aanwezige habitats niet in groeiplaatsen van krachtens de Wnb beschermde vaatplanten. Aleen in het Afleidingskanaal die net buiten het plangebied valt is de beschermde waterplan drijvende waterweegbree aangetroffen. Tijdens het veldbezoek waren de verschillende percelen in gebruik als graszodepercelen. De voedselrijkdom van de bodem wordt ingeschat als hoog tot zeer hoog, gebaseerd op de sporen van bemesting in de bosrand. Er zijn tijdens het veldbezoek ook geen groeiplaatsen van beschermde soorten aangetroffen en daar zijn ook geen indicaties voor. Ook in de eikenbossen rond het plangebied zijn geen beschermde soorten aangetroffen. De ondergroei van het eikenbos langs het Afleidingskanaal bestond geheel uit grote brandnetel. Het bos naast de bebouwing had weinig ondergroei met een verruigde bosrand met soorten zoals braam, vlier en grote brandnetel als gevolg van de ruime bemesting van de landbouwpercelen. De enige enigszins interresante vegetatie is net langs het hooiland net buiten het plangebied aangetroffen. Tussen het hooiland en de ventweg Spurkt, ligt een berm met een vrij soortenrijke vegetatie.
Aangetrofen zijn de algemene soorten als hazenpootje, boerenwormkruid, jacobskruiskruid, sint janskruid, duizendblad, maar ook de zeldzamere soorten, zoals torenkruid en grote schorseneer. Ook is in het Afleidingskanaal de beschermde soort drijvende waterweegbree in 2017 waargenomen. De berm en het Afleidingskanaal vormen echter geen onderdeel van het plangebied.
2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
5
Projectgerelateerd
Het plangebied en de directe omgeving daarvan voorziet op grond van de geraadpleegde verspreidingsgegevens en de aanwezige habitats niet in groeiplaatsen van krachtens de Wnb beschermde vaatplanten. Het is uitgesloten dat negatieve effecten op beschermde vaatplanten optreden.
4.2
Zoogdieren, inclusief vleermuizen
Uit de geraadpleegde verspreidingsgegevens komt naar voren dat zowel de das als de eekhoorn zijn waargenomen rond het plangebied. De waarnemingen zijn gedaan in de bospercelen. Tijdens het veldbezoek zijn in het bosje naast de bebouwing sporen van de das en ook waarschijnlijk konijnen waargenomen. In het bosje is een niet belopen dassenburcht aangetroffen en ook enkele kleinere holen van vermoedelijk konijnen. Het bosje dient hoogst waarschijnlijk als rust- en voortplantingsplaats voor de das en het konijn. De omliggende graszodepercelen vormen een zeer marginaal foerageergebied voor de das en het konijn omdat de grasmat meerder keren per jaar wordt verwijderd. Sporen van de eekhoorn zijn niet aangetroffen, maar het bosje kan zeker de functie van foerageergebied hebben. Binnen de percelen die in agrarisch gebruik zijn, zijn geen waarnemingen gedaan van holen, nesten of overige schuilplaatsen van zoogdieren. De bossen in het plangebied zijn een geschikt leefgebied voor verschillende soorten bosbewonende vleermuizen. Het konijn is een algemene soort waarvoor een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ingrepen op basis van de ‘Verordening Wet natuurbescherming Limburg’. Voor de soorten die onder deze verordening vallen is slechts de algemene zorgplicht van toepassing. Ook de eekhoorn is een algemene soort waarvoor een vrijstelling geld maar wel alleen in bepaalde periode nl.
de periodes maart- april en juli tot en met november. Tijdens het veldbezoek zijn geen zwaarder beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van essentieel leefgebied van beschermde zoogdiersoorten. Vanwege het ontbreken van geschikte schuil- of verblijfsmogelijkheden worden zij ook niet verwacht in het plangebied. Het is hierdoor uitgesloten dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot negatieve effecten op beschermde zoogdieren.
4.3
Vissen
Geraadpleegde verspreidingsgegevens wijzen niet op het voorkomen van bij de Wnb beschermde vissoorten. Binnen het plangebied komt geen water voor. De ten noorden van het perceel gelegen afleidingskanaal en zijloop Smakterveld bevatten wel vis (waarneming veldbezoek), maar vallen buiten het plangebied. Beschermde vissoorten en leefgebied voor beschermde vissoorten zijn afwezig in het plangebied. Het is hierdoor uitgesloten dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot negatieve effecten op beschermde vissoorten.
4.4
Reptielen & amfibieën
Geraadpleegde verspreidingsgegevens wijzen er op dat er waarnemigen bekend zijn van de boomkikker op de noordrand van het plangebied (buiten het plangebied). Het plangebied kent echter geen geschikt leefgebied voor de boomkikker. Dit leefgebied bestaat uit poelen met vlak in de buurt een landbiotoop van struweel van braam waar gezond kan worden. Daardoor kan ervan uit gegaan worden dat er geen boomkikkers in het plangebied zelf voorkomen. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen andere amfibieën of reptielen binnen het plangebied waargenomen. Ook zijn geen geschikte leefgebieden voor andere soorten aangetroffen. 2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
6
Projectgerelateerd
Geschikte leefgebieden van beschermde amfibieën- en reptielensoorten zijn afwezig in het plangebied. Het is hierdoor uitgesloten dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot negatieve effecten op beschermde amfibieën en reptielen.
4.5
Broedvogels
De geraadpleegde gegevens geven aan dat er waarnemingen gedaan zijn van verschillende vogelsoorten. Daarbij kan een onderscheid gemaakt worden in bos- en struweelvogels en weidevogels. De waarnemingen van bos- en struweelvogels komen allen uit de bosgebiedjes rond het plangebied. De enkele weidevogels zijn waargenomen in de graszodepercelen. Tijdens het veldbezoek op 20 juni is geen enkele weidevogel waargenomen, terwijl het toch midden in het broedseizoen was. Wel zijn boerenzwaluwen scherend over het pas gemaaide hooiland waargenomen. Mogelijk is het frequent maaien en vroeg maaien van de graszoden debet geweest aan de geschiktheid van het gebied voor weidevogels. Tijdens het veldbezoek zijn in de bossen meerdere soorten bos-, en struweelvogels gehoord, waarvan er veel in de bossen zullen broeden. Rond het plangebied komen verschillende beschermde soorten broedvogels voor. De bossen zijn leefgebied voor bos- en struweelvogels. Of de graszodepercelen nog geschikt zijn voor weidevogels is onzeker maar niet uit te sluiten.
4.6
Ongewervelden
Geraadpleegde verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek wijzen niet op het voorkomen van krachtens de Wnb strenger beschermde ongewervelden, zoals libellen en overige insecten en weekdieren. Op basis van het aanwezige habitat – intensief beheerd akker- en grasland en afwezigheid geschikte waardplanten- ligt het voorkomen van strenger beschermde dagvlinders, libellen en overige ongewervelden niet voor de hand en kan zodoende uitgesloten worden. Het voorkomen van beschermde ongewervelden of hun habitats binnen het plangebied is uitgesloten. Het is hierdoor uitgesloten dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot negatieve effecten op beschermde ongewervelde diersoorten.
2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
7
Projectgerelateerd
5
Voorkomende beschermde gebieden
Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt geheel buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zoals aangeduid in de provinciale atlas van de provincie Limburg. (bron: Provincie Limburg, geoviewer Natuurbeheerplan 2019). Het natuurgebied Smakterveld ligt ten noorden van het plangebied met als scheidslijn de Loobeek.
Figuur 5-1: Het plangebied ten opzichte van de NNN. (bron: Provincie Limburg, 2019)
Wet Natuurbescherming Verder maakt het plangebied geen onderdeel uit van Natura 2000-gebieden. Deze gebieden hebben betrekking op Europees beschermde gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Het gaat hier veelal om de ecologisch en landschappelijk meest waardevolle gebieden op regionaal dan wel nationaal niveau. Omdat externe werking in het kader van Natura 2000 deel uitmaakt van het toetsingskader, is het van belang om te bepalen welke gebieden in de omgeving van het plangebied liggen. In de omgeving van het plangebied liggen wel beschermde gebieden. Op een afstand van ca. 800 meter ligt het Natura2000-gebied de Boschhuizerbergen. Dit habitatrichtlijngebied bestaat uit een stuifzandgebied in Noord-Limburg, gelegen tussen de Peel en de Maas. Voor het gebied zijn voor 4 habitattypen instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. Het betreft de habitattypen H2310 Stuifzandheide met struikhei, H2330andverstuivingen, H3130 zwak gebufferde vennen en H5130 jeneverbesstruwelen. Het gebied is van belang vanwege het voorkomen van goed ontwikkelde Jeneverbesstruwelen; het betreft hier de grootste groeiplaats van dit habitattype in het zuiden 2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
8
Projectgerelateerd
van Nederland. Het dichtstbijzijnde habitattype is het voor stikstof zeer gevoelige habitattype H2330 zandverstuivingen dat op 1,2 km van het plangebied ligt. Op circa 6 km aan de oostkant van de Maas ligt het Natura 2000-gebied de Maasduinen. Dit gebied is aangewezen voor 16 habitattypen en 6 habitatsoorten.
Figuur 5-2: Het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden. (bron: Provincie Limburg, 2019)
2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
9
Projectgerelateerd
6
Effectbeoordeling Wnb en NNN
Beknopte effectbeoordeling beschermde soorten Wnb Het is niet uitgesloten dat in het plangebied beschermde soorten van de Wnb voorkomen. De zeer marginale functie als foerageergebied voor de das die de graszodepercelen nu hebben zullen bij de aanlegfase kort verdwijnen. Maar door de landschappelijke inpassing van de zonneweide met houtwallen en bloemrijke vegetatie rondom de panelen zal deze foerageerfunctie weer hersteld en zelfs verbeterd worden in de gebruiksfase. Negatieve effecten op beschermde zoogdieren die in het plangebied voorkomen zijn daardoor uitgesloten. Binnen de graszodepercelen is de aanwezigheid van beschermde weidevogels niet uit te sluiten en daarmee ook een overtreding van de Wnb niet uit te sluiten. Wanneer de aanleg van het zonnepark buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd zijn er echter geen negatieve effecten op broedvogels te verwachten. (het broedseizoen loopt van circa 15 maart tot 15 juli,de exacte peridoe is afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden). Beknopte effectbeoordeling Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied valt buiten de NNN, zoals aangeduid in de provinciale atlas van de provincie Limburg. Een aantasting van de wezelijke waarden enkenmerken van de NNN is daardoor uit te sluiten. De externe werking is in de provincie Limburg niet van toepassing op de NNN. Een nadere toetsing is daarom niet nodig.
Beknopte effectbeoordeling Natura 2000 Voor de beoordeling van de effecten op nabijgelegen Habitatrichtlijngebied wordt de effectenindicator van het ministerie van LNV gebruikt. De ingreep in het plangebied kan worden ingedeeld in de activiteit bedrijventerrein. Bij het ontwikkelen van een bedrijventerrein kunnen volgens de effectenindicator van het ministerie de volgende verstoringsfactoren optreden, namelijk: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door licht, verstoring door trilling, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Er wordt aangenomen dat alleen in de aanlegfase eventuele effecten op het habitatrichtlijngebied zijn te verwachten. De werkzaamheden in die aanlegfase (aanleg van zonnepanelen) zijn van dien aard en zo ver buiten het Habitatrichtlijngebied dat de volgende factoren op voorhand kunnen worden uitgesloten: oppervlakteverlies, versnippering, verdroging, verstoring door licht, verstoring door trilling, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten. Verstoring door geluid zijn voor het Habitatrichtlijngebied de Boschhuizerbergen eveneens uit te sluiten omdat tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied voldoende afstand is (ca. 800 meter).
Verstoring door verontreiniging in de vorm van verzuring en vermesting als gevolg van stikstofuitstoot en dus toenemende stikstofdepositie is afhankelijk van de hoeveelheid stikstof die wordt uitgestoten in de aanlegfase. Bij Natura 2000-gebieden die binnen een cirkel van circa 5 km van een locatie met tijdelijk verhoogde uitstoot van stikstof liggen is mogelijk negatief effect niet altijd op voorhand uit te sluiten. Het dichtst bij zijnde habitattype ligt op 1,2 km van het plangebied en betreft het stikstofgevoelig habitattype H2330 zandverstuivingen van de Boschhuizerbergen. De Maasduinen liggen met een afstand van circa 6 km van de voorgenomen activiteit op de grens waarbinnen eventueel een verhoging van stikstofdepositie is te verwachten. Bij een verhoging van de depositie van 0,01 mol/ha of hoger is een aanvullende beoordeling nodig is op habitattypeniveau. Om te bepalen of de verhoging van de depositie meer is dan 0,01 mol/ha en dus of een passende beoordeling noodzakelijk is, is een berekening in AERIUS Calculator versie 2016L uitgevoerd, zie bijlage 2 voor de uitkomst van deze berekening. In bijlage 3 is een notitie opgenomen waarin de berekening
2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
10
Projectgerelateerd
uitgebreid wordt toegelicht. Hieronder is een korte samenvatting opgenomen met daarna de ecologische effectbeoordeling op de Natura 2000-gebieden die in de omgeving liggen. Stikstofdepositie Korte samenvatting uitkomst AERIUS Calculator Bij de beoordeling van een ontwikkeling op stikstofdepositie is het netto effect van een ontwikkeling beschouwd. In de huidige situatie is een stikstofdepositiebron (landbouw - grasland) aanwezig die na de gewenste ontwikkeling is verdwenen. Het effect van deze emissiebron op de stikstofdepositie is in mindering gebracht (netto effect = effect planontwikkeling – huidige situatie). De emissie in de huidige situatie betreft gemiddeld 311 kg NH3 per hectare per jaar. Deze emissie levert voor het Natura 2000gebied de Maasduinen een bijdrage aan de stikstofdepositie van >0,05 mol N/ha/j. Voor het Natura 2000gebied de Boschhuizerbergen een bijdrage aan de stikstofdepositie van 0,12 mol N/ha/j Voor de Maasduinen is berekend dat de tijdelijke aanlegfase (minder dan een jaar) een stikstofdepositie bijdrage levert van slecht 0,01 mol N/ha/j. voor de Boschhuizerbergen is dit 0,04 mol N/ha/j. Voor de gebruiksfase is geen emissie van stikstof voorzien. Dit betekent dat voor de aanlegfase voor de Maasduinen een afname van de stikstofdepositie wordt berekend van 0,04 mol N/ha/j en voor de Boschhuizerbergen een afname van stikstofdepositie van 0,08 mol N/ha/j.
Voor de gebruiksfase is de afname zelfs nog groter respectievelijk, 0,05 mol N/ha/j en 0,12 mol N/ha/j. Effectbeoordeling stikstofdepositie Omdat er sprake is van een afname van de stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie en de emissies enkel tijdelijk zullen plaatsvinden (vergeleken met een jaarlijks terugkerende emissie op de landbouwgrond) zijn significant negatieve effecten ten gevolge van stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden en de habitattypen uitgesloten. Een vergunning aanvraag ten aanzien van de stikstofdepositie is niet noodzakelijk. Zowel in de aanlegfase als de gebruiksfase worden geen verbodsbepalingen overtreden die voortvloeien uit de voorgenomen ontwikkeling.
7
Conclusies en aanbevelingen
Beschermde natuurwaarden De kans dat beschermde weidevogels in het plangebied voorkomen is niet geheel uit te sluiten. Tijdens de aanlegfase is de kans op verstoring van de broedvogels aanwezig. Door de aanlegfase buiten het broedseizoen te plannen is de kans op verstoring uitgesloten. De aanlegfase dient dan buiten de maanden half maart tot en met half juli uitgevoerd te worden. Een ecologisch deskundige moet het plangebied vrijgeven, omdat het exacte broedseizoen kan afhangen van klimatologische omstandigheden. In de gebruiksfase is verstoring van soorten niet aan de orde. Wanneer toch in het broedseizoen gewerkt gaat worden is, is het aan te bevelen om voorafgaande de start van de werkzaamheden het terrein door een ter zake kundig ecoloog te laten controleren op aanwezige broedvogels. Indien geen in gebruik zijnde nesten worden aangetroffen, kunnen de werkzaamheden starten. Indien echter in gebruik zijnde nesten worden vastgesteld, moet worden beoordeeld of de werkzaamheden kunnen aanvangen.
2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
11
Projectgerelateerd
Omdat er buiten de broedvogels geen beschermde flora en fauna voorkomen in en rond het plangebied, zijn andere effecten op beschermde soorten thans niet aan de orde. Ten aanzien van beschermde gebieden is er geen kans op effecten op waarden van het Natura 2000gebied Boschhuizerbergen en de Maasduinen. Als gevolg van de voorgenomen activiteit zal de stikstofdepositie in beide Natura 2000-gebieden dalen. Samenvattend: • De aanlegfase dient buiten de periode van half maart tot en met half juli uitgevoerd te worden zodat er geen verstoring optreedt voor broedvogels. • Als gevolg van de voorgenomen activiteit zal de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden Maasduinen en Boschhuizerbergen dalen. Aanbevelingen Ecologische inpassing voorgenomen activiteit Het plangebied maakt onderdeel uit van een agrarisch landschap met brede houtwallen en bosjes. Voor een goede ecologische inpassing kan aangesloten worden op de bestaande houtwallen. Deze bestaande houtwallen en bossen liggen op hoger gelegen delen dan het agrarisch gebied. De nieuwe houtwallen zullen daarom ook wat lager liggen dan de bestaande houtwallen. Soorten die in dit landschap passen zijn: zomereik, berk, sporkehout en meidoorn en op de lager gelegen delen soorten als zwarte els en wilg.
Met name sporkehout, meidoorn en wilg zijn soorten die veelvuldig bezocht worden door insecten en een goede nestelgelegenheid bieden voor vogels. In de quickscan kwam naar voren dat de beschermde boomkikker vlak in de buurt voorkomt. Om de omstandigheden voor deze soort te verbeteren kan een poel in het plangebied aangelegd worden. Op de uitloper van het plangebied langs het bosgebied waar qua efficentie geen zonnepanelen gelegd worden, is voldoende ruimte voor een poel met het landhabitat van de soort. Het landhabitat bestaat uit braamstruweel vlak langs de poel dient te liggen. De poel en het landhabitat dienen wel in de zon te liggen. De poel dient een grootte te hebben van circa 100 tot 300 m2 en een diepte midden in van cicra 1 meter met flauwe oevers. De poel mag soms droogvallen, dat voorkomt de aanwezigheid van vissen. Rond om de poel kan een kruidenrijk grasland ontwikkeld (voor plantensoorten zie hieronder) worden. Op de onderhoudspaden en tussenliggende grond kan de bodem ingezaaid worden met een bloemenmengsel (zonder grassen) voor ruderale gebieden (bijvoorbeeld ruderaal mengsel B1 van de Cruydthoeck). Dit mengsel is vergelijkbaar met de soorten die in de berm langs het hooiland liggen zoals de soorten, hazenpootje, sint janskruid, boerenwormkruid, grijskruid, avond koekoeksbloem, duizenblad, biggenkruid.
De bloemen trekken verschillende soorten insecten aan zoals solitaire bijen en vlinders, maar is ook interessant voor een grondgebonden vogelsoort als de patrijs. De bloemstroken en het kruidenrijke grasland dienen extensief beheerd te worden door het 1 (hooguit 2) keer per jaar te maaien in oktoberfebruari. Hoe hoger de panelen worden geplaatst hoe meer licht en regen er onder de panelen kan komen, waardoor er deels ook onder de panelen een ruderale vegetatie ontwikkelen kan, zonder dat dit schaduw veroorzaakt op de panelen.
2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
12
Projectgerelateerd
Geraadpleegde bronnen • • • • •
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), reeks van 1-1-2014 t/m 17-06-2019, geraadpleegd op 17 juni 2019; Verschillende verspreidingsatlassen soorten (https://www.verspreidingsatlas.nl/) Provincie Limburg, 2017, Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Boschhuizerbergen (144). Provincie Limburg 2019, geoviewer Natuurbeheerplan 2019 (https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default) Website: https://www.cruydthoeck.nl/winkel/ruderaal-mengsel-b1-met-n-en-tweejarige-soorten/p78
2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
13
Projectgerelateerd
Bijlage 1: Beknopt kader natuurwet- en regelgeving De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en voegt de drie voorheen gebruikte natuurwetten (Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en Boswet) samen. Het uitgangspunt van de wet is de natuur te beschermen, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit zonder de lasten te verhogen. De uitwerking van de wet is vastgelegd in het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming (Staatsblad, 2016). De Wet natuurbescherming kent naast de algemene zorgplicht (art 1.11) een drietal hoofdstukken die relevant zijn voor voorliggend voornemen. Hoofdstuk 2 van de Wnb gaat over de Natura 2000-gebieden en hoofdstuk 3 over soorten en hoofdstuk 4 over houtopstanden.
Wet natuurbescherming - Soortenbescherming
Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming behandelt de bescherming van soorten, de mogelijkheid om ontheffing te verlenen en dergelijke. Voor soorten van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn kan alleen ontheffing worden verleend op basis van de in deze richtlijnen genoemde belangen (bijvoorbeeld openbare veiligheid of ter bescherming van flora en fauna). In de wet zijn in de bijlagen 160 soorten opgenomen, ten aanzien waarvan onder deze wet verbodsbepalingen zijn geformuleerd die ten gevolge van een plan of project niet overtreden mogen worden. Is een dergelijke overtreding toch onlosmakelijk verbonden met een voornemen, dient hiervoor een ontheffing te worden verkregen. Er wordt onderscheid gemaakt in internationaal beschermde soorten (Vogelrichtlijn art 3.1 en habitatrichtlijn in art 3.5) en nationaal beschermde soorten, ook wel overige soorten genoemd (in art 3.10). Internationaal beschermde soorten vallen onder het strengste beschermingsregime. Nationaal beschermde soorten genieten een minder strenge bescherming. Dit uit zich bijvoorbeeld in het feit dat voorwaardelijke opzettelijke verstoring van nationaal beschermde soorten niet meer verboden is. Voor nationaal beschermde soorten - ook wel: andere soorten - gelden de verbodsbepalingen op grond van art. 3.10 van de Wet natuurbescherming zoals vermeld in tabel 4.1.
Tabel 4.1: Soortenbescherming: overzicht verbodsartikelen Wet natuurbescherming voor flora en fauna. HR: Habitatrichtlijn. VR: Vogelrichtlijn. Nvt: Niet van toepassing. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Soorten Vogelrichtlijn artikel 3.1
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Soorten Habitatrichtlijn artikel 3.5
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Andere soorten artikel 3.10
Art. 3.1.1 Het is verboden opzettelijk van Art. 3.5.1 Het is verboden in het wild Art 3.10.1.a Onverminderd artikel 3.5, nature in Nederland in het wild levende vogels levende dieren HR IV soorten (Verdrag eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden in van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Bern en Bonn) in hun natuurlijk het wild levende dieren, genoemd in de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. verspreidingsgebied opzettelijk te doden of bijlage A, bij deze wet, opzettelijk te doden te vangen. of te vangen; Art. 3.1.2 Het is verboden opzettelijk nesten, Art. 3.5.4 Het is verboden de Art 3.10.1.b Onverminderd artikel 3.5, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, dieren als bedoeld in het eerste lid te de vaste voortplantingsplaatsen of of nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen. rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Art. 3.1.3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.
2 juli 2020
Art. 3.5 3 Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
Nvt.
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
14
Projectgerelateerd
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Soorten Vogelrichtlijn artikel 3.1
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Soorten Habitatrichtlijn artikel 3.5
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Andere soorten artikel 3.10
Art. 3.1.4 Het is verboden vogels als bedoeld Art. 3.5 2 Het is verboden dieren als in het eerste lid opzettelijk te storen. bedoeld in het eerste lid opzettelijk te Art. 3.1.5 Het verbod onder 3.1.4 geldt niet als verstoren. de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Nvt.
N.v.t.
Art. 3.5 5 Het is verboden planten HR (en Verdrag van Bern) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art. 3.10.1.c. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden vaatplanten genoemd in de bijlage B in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art. 3.3 Ontheffing voorwaarden conform belangen VR
Art. 3.8 Ontheffing voorwaarden conform belangen HR
Art. 3.11 vrijstelling/ ontheffing op basis van diverse belangen
Dit onderzoek richt zich op beschermde soorten uit de zware beschermingscategorie (Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten). Daarnaast richt het zich op het lichtere beschermingsregime ‘andere soorten’ uitgezonderd de soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen op basis van de door PS vastgestelde ‘provinciale verordening Limburg’ (Bijlage III bij paragraaf 3.8: Vrijstelling dieren bij ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud). Soorten die hieronder vallen zijn: Zoogdiersoort Aardmuis
Konijn
Bosmuis
Molmuis
Bunzing*
Ondergrondse woelmuis
Dwergmuis
Ree
Dwergspitsmuis
Rosse woelmuis
Egel
Steenmarter (2)
Eekhoorn (1)
Tweekleurige bosspitsmuis
Gewone bosspitsmuis
Veldmuis
Haas
Vos
Hermelijn*
Woelrat
Huisspitsmuis
Wezel*
Amfibieën Bruine kikker
Levendbarende hagedis (4)
Gewone pad
Meerkikker
Hazelworm (3)
Bastaardkikker (middelste groene kikker)
Kleine watersalamander
(1) = vrijstelling geldt in de periode maart- april en juli tot en met november (2) = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met februari (3) = vrijstelling geldt in de periode juli, augustus en september (4) = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober 2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
15
Projectgerelateerd
Wet natuurbescherming - Gebiedsbescherming
Met het vervallen van de wettelijke bescherming van Beschermde of Staatsnatuurmonumenten ziet de Wet natuurbescherming voor wat betreft bescherming van gebieden uitsluitend op zogenoemde Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een samenhangend Europees netwerk van beschermde natuurgebieden bestaande uit Vogel- en Habitatrichtlijngebieden (respectievelijk richtlijn 79/409/EEG en 92/43/EEG). Dit netwerk vormt de hoeksteen van het Europese beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. Een Natura 2000-gebied en bijbehorende instandhoudingsdoelen worden vastgesteld door middel van een aanwijzingsbesluit, welke in tijd en ruimte worden uitgewerkt in een beheerplan. Samen vormen zij de juridische basis voor de Nederlandse gebiedsbescherming, waarbij de instandhoudingsdoelstellingen het gebied-specifieke toetsingskader vormen. De bescherming van Natura 2000 gebieden is in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming geregeld. Projecten die - gelet op de instandhoudingsdoelstellingen - de kwaliteit van habitats kunnen verslechteren, die een verstorend effect kunnen hebben op Natura 2000 gebieden of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen, mogen niet plaatsvinden zonder vergunning.
Voor de vergunning van een dergelijk project of het vaststellen van een plan, zoals een Provinciaal Inpassingsplan, dient een Passende Beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000gebied - rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen - te worden gemaakt (conform de artikelen 2.7, 2.8 en 2.9 van de Wet natuurbescherming).
Wet natuurbescherming - Houtopstanden
De voormalige boswet is grotendeels overgenomen in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Bij de kap van ten minste 10 are of meer dan 20 bomen is een kapmelding verplicht. De Wet natuurbescherming hanteert het principe van 1-op-1 compensatie, beter bekend als de herplantplicht. Dunningswerkzaamheden in het kader van natuurbeheer of boskap ten behoeve van realisatie van instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied zijn in beginsel vrijgesteld van herplantplicht, maar dienen wel gemeld te worden. Verder zijn bijvoorbeeld fruitboomgaarden, lijnvormige beplantingen van wilgen of populieren, kerstbomen en houtopstanden op erven en tuinen vrijgesteld van bescherming.
2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
16
Projectgerelateerd
Bijlage 2: Resultaten stikstofdepositie berekening met AERIUS Calculator
2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
17
Projectgerelateerd
Bijlage 3: Beschrijving berekening met AERIUS Calculator
2 juli 2020
QUICKSCAN ZONNEPARK VENRAY
BG6746-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001
18