CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Lorbaan 1 Veulen Toelichting

Gemeenteraad 12 april 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Lorbaan 1 Veulen19.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

LORBAAN 1 VEULEN bestemmingsplan

Lorbaan 1 Veulen bestemmingsplan

Vastgesteld

Adviseur Ruimtelijke Ordening Dhr. K. Oostendorp

Datum: 12 april 2022

InhoudsopgaveToelichting Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor het plan 1.2 Planlocatie 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Gewenste situatie Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid Hoofdstuk4 Ruimtelijke- en milieuaspecten 4.1 Milieu 4.2 Ecologie 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.4 Verkeer en parkeren 4.5 Wateraspecten Hoofdstuk5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.3 Handhaving Hoofdstuk6 Wijze van bestemmen 6.1 Doel en reikwijdte 6.2 Onderdelen van een bestemmingsplan 6.3 Voorliggend bestemmingsplan

4 4 4 5 6 8 8 9 16 16 18 20 27 27 35 40 42 43 46 46 46 47 49 49 49 51

Bijlagenbij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Situatietekening op schaal Landschappelijk inrichtingsplan Rapport verkennend bodemonderzoek Resultaten berekening Aerius Calculator Aangepaste verkeerskundige situatie Vooroverlegreacties

2

Toelichting

3

Hoofdstuk1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het plan

Voorliggend plan betreft een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied Venray 2010" van gemeente Venray ten behoeve van de omschakeling van het agrarisch bedrijf aan de Lorbaan 1 te Veulen naar een recreatieve bestemming. In het hoofdstuk "Planbeschrijving" (hoofdstuk 2) wordt het initiatief verder toegelicht, daar is ook een situatietekening van de nieuwe situatie opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling is noodzakelijk om een aantal redenen. De ontwikkelingen in de agrarische sector volgen elkaar in hoog tempo op. Er worden vanuit de wet- en regelgeving aan agrarische bedrijven, en met name aan de veehouderij, steeds strengere eisen gesteld op het gebied van milieu, dierwelzijn, ammoniak en duurzaamheid. Hierdoor is het voor veel agrarische ondernemers moeilijk om te kunnen blijven bestaan als duurzaam en volwaardig agrarisch bedrijf. Om aan alle strenge eisen te kunnen voldoen moeten agrarische ondernemers vaak forse investeringen doen. Voor de initiatiefnemer is het niet goed haalbaar en niet wenselijk om de noodzakelijke investeringen te doen. Derhalve voert de initiatiefnemer ter plaatse nauwelijks nog agrarische activiteiten uit en is de bedrijfsvoering ter plaatse momenteel vooral gericht op recreatieve activiteiten die als nevenactiviteit bij het agrarisch bedrijf worden uitgevoerd.

Het bedrijf van de initiatiefnemer heeft met de recreatieve nevenactiviteiten, speel- en kinderboerderij 't Platteland, de afgelopen jaren een goede reputatie opgebouwd en is inmiddels een begrip geworden binnen de gemeente Venray. De Lorbaan zorgt voor een goede ontsluiting van de locatie en het bedrijf trekt veel bezoekers vanuit de nabijgelegen vakantieparken in Horst. Omdat nagenoeg geen agrarische activiteiten meer plaatsvinden is een ontwikkeling naar een volwaardig recreatiebedrijf een logische keuze. De gewenste ontwikkeling past niet binnen het bepaalde in het geldende bestemmingsplan. De gemeente heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen met de voorgenomen ontwikkeling, mits hiervoor een partiële herziening op het bestemmingsplan wordt opgesteld conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Voorliggend document dient als toelichting waarin nader wordt gemotiveerd waarom de ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt en deze niet zal leiden tot onevenredige bezwaren op ruimtelijk en/of milieutechnisch vlak.

1.2

Planlocatie

De planlocatie is gelegen aan de Lorbaan 1 te Veulen en ligt aan de zuidoost kant van Veulen in het landelijk gebied van gemeente Venray. De locatie is kadastraal bekend onder gemeente Venray, sectie O, nummers 60 en 901. In de volgende figuur is de topografische ligging van de locatie weergegeven.

4

Uitsnede topografische kaart locatie. Bron: J.W. van Aalst, www.opentopo.nl.

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Ter plaatse is het bepaalde uit het bestemmingsplan "Buitengebied Venray 2010" van de gemeente Venray, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 14 december 2010, onverkort van toepassing. Daarnaast zijn de daarop gedane herzieningen van de regels van 1 november 2016 en 20 september 2017 van toepassing. Zoals te zien in de volgende figuur is ter plaatse de bestemming 'Agrarisch' toegekend. Tevens zijn ter plaatse de aanduidingen 'bouwvlak', 'intensieve veehouderij', 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' van toepassing.

5

Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de bepalingen uit het geldende bestemmingsplan. In het geldende bestemmingsplan is eveneens geen afwijkingsmogelijkheid en/of wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Om deze reden is het noodzakelijk het geldende bestemmingsplan gedeeltelijk te herzien met een partiële herziening (ook wel postzegelbestemmingsplan genoemd). De gemeente heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen, mits wordt aangetoond dat de ontwikkeling niet zal leiden tot bezwaren op ruimtelijk en/of milieutechnisch vlak. Middels voorliggende toelichting wordt de ontwikkeling nader gemotiveerd en wordt aangetoond dat deze niet zal leiden tot onevenredige bezwaren op ruimtelijk en/of milieutechnisch vlak.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 gaat in op de huidige en gewenste situatie en bevat een beschrijving van de situatie ter plaatse zoals momenteel bekend en de gewenste situatie ter plaatse na realisatie van de plannen van de initiatiefnemer. Hoofdstuk 3 gaat in op de vigerende beleidskaders. Hierin worden de plannen van de initiatiefnemer getoetst aan het ruimtelijk beleid van het rijk, de provincie en de gemeente. Hoofdstuk 4 gaat in op de toetsing van het plan aan de aspecten milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie, verkeer en parkeren en water. Hierin worden verschillende bureaustudies beschreven en, indien van toepassing, uitgevoerde aanvullende onderzoeken beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de uitvoerbaarheid van het plan. Hierin worden de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan getoetst en wordt kort ingegaan op het aspect handhaving. 6

Hoofdstuk 6 bevat de wijze van bestemmen. Hierin wordt nader gespecificeerd welke onderdelen een bestemmingsplan hoort te bevatten en welke bijzondere bepalingen ten aanzien van voorliggend plan van toepassing zijn.

7

Hoofdstuk2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

2.1.1 Gebiedsprofiel De locatie is gelegen in het landelijk gebied van gemeente Venray. De omgeving van de locatie bestaat voornamelijk uit een agrarisch landschap met verschillende bosschages. De verkavelingsstructuur betreft een gemengde verkaveling met een relatief grootschalige opzet. De onderlinge kavels worden gescheiden door kavelsloten en/of lijnen in het landschap. Het agrarische landschap in de omgeving heeft een zekere mate van openheid. In de huidige situatie wordt het open landschap op punten onderbroken door bosschages en enkele bedrijven. Tussen de bedrijven en de verschillende bosschages is echter voldoende ruimte gelegen voor ruime doorzichten naar het achterliggende open agrarische landschap. De openheid is een van de kernkwaliteiten van het landschap in de omgeving. Het is daarom van belang dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen deze openheid niet onevenredig aantasten. Bij de voorgenomen omschakeling dient hier dan ook voldoende rekening mee gehouden te worden. In de nabije omgeving van de locatie zijn enkele agrarische bedrijven gelegen. Op wat grotere afstand van de locatie zijn enkele niet-agrarische bedrijven en burgerwoningen gelegen.

2.1.2 Ruimtelijke structuur Op de locatie is van oudsher een agrarisch bedrijf, zijnde een intensieve varkenshouderij aanwezig. Momenteel vinden ter plaatse weinig agrarische activiteiten meer plaats. Er worden geen dieren meer op agrarische wijze gehouden. De locatie is momenteel al in gebruik voor recreatieve doeleinden. Er is een kinderboerderij en een binnen- en buitenspeeltuin aanwezig met ondersteunende horeca in de vorm van een terras en een restaurant ter ondersteuning van de speeltuin en kinderboerderij. Daarnaast worden ter plaatse verschillende dagrecreatieve activiteiten aangeboden en is sprake van een kleinschalige streekwinkel waarin agrarisch geproduceerde streekproducten worden verkocht. Er vindt nog wel agrarische bedrijvigheid plaats in de teelt van groenten (voornamelijk rabarber en maïs), maar dit is beperkt en is in de huidige situatie meer als nevenactiviteit aan te merken. Ter plaatse is een bouwvlak toegekend. Het huidige bouwvlak is ongeveer 1,2 hectare groot. In de volgende figuur is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie. Het bouwvlak is hierin uitgelicht.

8

Luchtfoto huidige situatie ter plaatse. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl.

2.2

Gewenste situatie

2.2.1 Ruimtelijke structuur De initiatiefnemer is voornemens ter plaatse de uitgevoerde recreatieve activiteiten verder te ontplooien en te ontwikkelen. Het is daarom wenselijk de agrarische bestemming ter plaatse om te schakelen naar een recreatieve bestemming om de recreatieve activiteiten mogelijk te maken en positief te bestemmen. Daarnaast wenst de initiatiefnemer, bij wijze van nevenactiviteit bij de recreatieve bestemming, nog agrarische activiteiten uit te voeren in de vorm van de teelt van groenten. Een deel van de recreatieve activiteiten betreft een kinderboerderij (met het daarbij behorende fokken van kleindieren). Ter plaatse is een skelterbaan aanwezig. Deze zal specifiek worden aangeduid, waarbij wordt geborgd dat er op de skelterbaan geen gemotoriseerde voertuigen zullen rijden. Bij de recreatieve activiteiten wordt, ter ondersteuning van de recreatieve activiteiten, ook horeca uitgevoerd. Daarbij krijgen bezoekers van de locatie de gelegenheid om ter plaatse wat te eten en te drinken. Het gaat daarbij uitsluitend om ondersteunende horeca. Er is geen sprake van zelfstandige horeca, avondhoreca en/of openstelling als café. Ten slotte wenst de initiatiefnemer de voormalige bedrijfswoning met nummer 1a te gaan verhuren als recreatiewoning voor verblijfsrecreatie. Deze recreatiewoning zal eveneens specifiek worden aangeduid. De 9

bedrijfswoning met nummer 1 blijft in gebruik als bedrijfswoning bij het bedrijf. De recreatiezaal en indoor speeltuin worden voorzien van een warmtewisselaar voor een duurzame verspreiding van warmte. Een groot deel van de bebouwing is onlangs opgeknapt en geïsoleerd, waarmee een verduurzaming van de bebouwing en de locatie reeds in gang is gezet. De initiatiefnemer is voornemens op termijn alle bebouwing te verduurzamen en op te knappen, zodat sprake is van een verdere verduurzaming van de locatie en bebouwing. In de volgende figuur is de gewenste situatie in een situatietekening weergegeven. Daarin zijn ook de gewenste activiteiten aangegeven. Een volledige situatietekening op schaal is als bijlage 1 bij deze onderbouwing opgenomen.

10

Situatietekening gewenste situatie. Bron: DLV Advies.

11

De recreatiewoning (nummer 1a op de tekening) zal worden verhuurd als object voor verblijfsrecreatie. Deze zal niet permanent worden bewoond. De gebruikers van de recreatiewoning zullen voor korte duur op de locatie verblijven. De huidige bedrijfswoning (nummer 1 op de tekening) blijft in gebruik als bedrijfswoning en wordt door de initiatiefnemer bewoond. De initiatiefnemer is tevens de uitvoerder van het bedrijf, waarmee de bedrijfswoning direct verbonden is aan het bedrijf. In de keuken (nummer 2 op de tekening) wordt het eten en drinken van de ondersteunende horeca bereid. Daarnaast wordt de keuken deels gebruikt voor het verwerken van ter plaatse geteelde streekproducten tot producten voor de streekgebonden verkoop in de bij het bedrijf behorende winkel. De winkel (nummer 3 op de tekening) dient voor een ondergeschikte en kleinschalige verkoop van streekgebonden producten. Hierin worden agrarische producten verkocht die op het eigen bedrijf en in de nabije omgeving zijn geproduceerd. De winkel is ondergeschikt aan het bedrijf en betreft geen volwaardige detailhandelsvoorziening. In de laad- en losruimte (nummer 4 op tekening) worden de geleverde en af te voeren goederen en producten op de locatie geladen en gelost. Deze ruimte dient tevens als ingang voor bezoekers van de speeltuin en de daarbij behorende ondersteunende horeca.

De geleverde producten die niet meteen worden gebruikt worden opgeslagen in het magazijn (nummer 5 op tekening). Deze ruimte dient uitsluitend als opslagruimte waarbinnen geen andere werkzaamheden plaatsvinden. In de horecagelegenheid (nummer 6 op tekening) hebben bezoekers van de speeltuin de gelegenheid om wat te eten en te drinken. Het betreft uitsluitend ondersteunende horeca voor bezoekers van de speeltuin. Er is geen sprake van een zelfstandige horecagelegenheid of café. De horeca betreft daarnaast geen avondhoreca. De recreatiezaal (nummer 7 op tekening) zal worden gebruikt voor bijeenkomsten, zoals bijvoorbeeld bruiloften of (kinder)feestjes (vooral met veel kinderen, waarbij de kinderen in de speeltuin kunnen spelen). Deze ruimte wordt ook gebruikt voor ouders om te kunnen zitten bij minder mooi weer. De indoor speeltuin (nummer 8 op tekening) betreft een binnenspeeltuin met zachte speeltoestellen waarin kinderen bij minder weer kunnen spelen en ouders kunnen gaan zitten. De machineloods (nummer 9 op tekening) wordt gebruikt voor het stallen van machines en materialen die noodzakelijk zijn voor het onderhoud van het terrein en voor de ondergeschikte agrarische activiteiten ter plaatse (bijvoorbeeld bewerken van de agrarische gronden en het onderhoud van het maïs-labyrint).

De oude opslag (nummer 10 op tekening) wordt gebruikt voor als aanvullende opslagruimte voor goederen en materialen. Deze is echter verouderd. Gezien de initiatiefnemer de opslag in andere ruimtes wil realiseren al deze op termijn worden verwijderd. De garage (nummer 11 op tekening) dient voor het parkeren van de auto van de initiatiefnemer en het opslaan van materialen ten behoeve van het privégebruik. De vergaderruimte (nummer 12 op tekening) zal worden gebruikt voor onder andere vergaderingen en/of presentaties. De opslag en machineruimte (nummer 13 op tekening) wordt eveneens gebruikt voor de opslag van materialen en de stalling van machines ten behoeve van het onderhoud van het terrein en voor de ondergeschikte agrarische activiteiten. De werkplaats (nummer 14 op tekening) wordt gebruikt voor kleinschalig onderhoud aan machines en materialen. Hier zullen uitsluitend kleinschalige reparaties aan de eigen machines en materialen plaatsvinden. Er worden geen machines en materialen van derden gerepareerd. Tevens is bij de werkplaats geen sprake van detailhandel. In het oude kippenhok (nummer 15 op tekening) worden hobbymatig enkele kippen gehouden. Dit betreft puur hobbymatig gebruik voor privédoeleinden en is niet bedrijfsmatig van aard. De dierenverblijfplaats (nummer 16 op tekening) dient als schuilgelegenheid voor het eigen hobbymatig gehouden dieren.

Ook dit betreft puur hobbymatig gebruik voor privédoeleinden en is eveneens niet bedrijfsmatig van aard. 12

Het terras (nummer 17 op tekening) dient als terras bij de speeltuin en de ondersteunende horeca, waarbij bezoekers die de speeltuin bezoeken buiten kunnen zitten en zo toezicht kunnen houden op de spelende kinderen. Op het terras kan eveneens gebruik worden gemaakt van de diensten van de ondersteunende horeca, waarbij bezoekers wat kunnen eten en drinken tijdens het bezoek. De parkeerplaats (nummer 18 op tekening) wordt aangewend als parkeergelegenheid voor de bezoekers van de speeltuin, recreatiezaal en/of vergaderruimte. De bezoekers van de winkel maken gebruik van de parkeergelegenheid aan de voorzijde van het bedrijf. Deze parkeerplaats zal worden voorzien van een groene haag om het zicht erop van buitenaf zoveel mogelijk te beperken. De dierenweide (nummer 19 op tekening) dient als dierenweide voor de kinderboerderij. Hier loopt het kleinvee dat wordt gehouden ten behoeve van de kinderboerderij. De speeltuin (nummer 20 op tekening) betreft de buitenruimte met speeltoestellen waarin bezoekende kinderen kunnen spelen. Voor ouders is er voor toezicht gelegenheid om op enkele plekken in de speeltuin te kunnen zitten. Een deel van de speeltuin betreft de ter plaatse aanwezige skelterbaan. Hierop wordt met niet-gemotoriseerde skelters gereden op een geasfalteerde baan. Het betreft hier puur een baan voor niet-gemotoriseerde skelters.

Het maïs-labyrint (nummer 21 op tekening) betreft een maïsveld waarop ieder jaar maïs wordt ingezaaid. Door het maïs wordt dan een looproute aangelegd waar bezoekende kinderen doorheen kunnen lopen. Halverwege de route door het maïsveld kunnen kinderen een uitkijktoren beklimmen om over het maïsveld en de speeltuin heen te kijken. De route leidt uiteindelijk weer terug naar de ingang van het maïs-labyrint. De maïs wordt als deze rijp is geoogst, waarmee het maïs-labyrint alleen in gebruik is als de maïs hoog genoeg staat. Het maïs-labyrint is daarmee niet jaarrond in gebruik. De tweede dierenweide (nummer 22 op tekening) wordt gebruikt als weide voor de eigen op hobbymatige wijze gehouden dieren. Ook dit betreft puur hobbymatig gebruik voor privédoeleinden en is eveneens niet bedrijfsmatig van aard. Het nachtverblijf voor kleinvee (nummer 23 op tekening) wordt gebruikt als schuilgelegenheid van de gehouden dieren ten behoeve van de kinderboerderij. Daarbij heeft het kleinvee van de kinderboerderij gelegenheid te schuilen tijdens de nachten of bij slecht weer. In verhouding met de huidige situatie, waarbij de bedrijfsvoering al voornamelijk is gericht op de recreatieve doeleinden, zal niet veel wijzigen. Alleen de bedrijfswoning met nummer 1a zal in gebruik worden genomen als recreatiewoning. De bedrijfsvoering zal nagenoeg niet wijzigen.

Wel zal de huidige bebouwing mogelijk ietwat anders worden ingericht om de bedrijfsvoering te optimaliseren.

2.2.2 Landschappelijke inpassing Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving niet verloren gaat maar, als mogelijk, juist wordt versterkt. Tevens is vanuit het ruimtelijke beleid een goede landschappelijke inpassing een vereiste. Om te onderzoeken of de ontwikkeling mogelijk kan bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving is door een landschapsdeskundige een tekening opgesteld waarop is aangegeven hoe de voorgenomen ontwikkeling landschappelijk zal worden ingepast. Deze tekening is in de volgende figuur weergegeven.

13

Tekening landschappelijke inpassing. Bron: Initiatiefnemer; DLV Advies. Deze tekening maakt onderdeel uit van een landschappelijk inrichtingsplan dat ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is opgesteld. In dit landschappelijk inrichtingsplan is opgenomen op welke manier de voorgenomen ontwikkeling landschappelijk wordt ingepast en welke soorten beplanting daarvoor worden toegepast. Voor het gehele landschappelijk inrichtingsplan wordt verwezen naar bijlage 2 van deze onderbouwing. 14

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat de ruimtelijke kwaliteit van het landschap in de omgeving niet onevenredig wordt aangetast. In de omgeving is de openheid van het landschap een belangrijke kernkwaliteit die zoveel als mogelijk behouden dient te worden. Bij de voorgenomen landschappelijke inpassing is gekozen voor beplanting die het zicht op de locatie van buitenaf beperkt en zorgt voor een groen beeld vanaf de weg, maar die niet leidt tot een grote beïnvloeding van de openheid van het landschap. Het zicht op het open landschap blijft met de voorgenomen landschappelijke inpassing deels nog aanwezig, waarmee de impact van de voorgenomen ontwikkeling op de openheid van het landschap minimaal is. Het behoud van het open landschap is daarnaast geborgd in de planregels behorende bij dit plan, waarin tevens de bouwmogelijkheden op de locatie beperkt zijn, waarmee het voorgenomen initiatief ook op termijn niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke openheid. De voorgenomen landschappelijke inpassing is deels voortgekomen op basis van afspraken voor natuurbeheer die zijn gemaakt met Alterra Wageningen UR. Daarbij zijn gronden over een groter gebied dan het plangebied aangewend voor de landschappelijke inpassing.

De initiatiefnemer heeft, in samenwerking met Alterra Wageningen UR, daarmee bijgedragen aan een kwaliteitsverbetering van het landschap in de omgeving. De gronden waarop de landschappelijke inpassing heeft plaatsgevonden vallen voor een deel wel buiten het plangebied voor het voorliggende plan, maar zijn allen in eigendom van de initiatiefnemer. Een groot deel van de landschappelijke inpassing is reeds gerealiseerd. Alleen de nieuw aan te leggen heg rondom de locatie (uitgezonderd ter hoogte van de dierenweide voor het kleinvee) wordt in geheel nieuw aangelegd om het zicht van buitenaf op de locatie te verzachten. Deze nieuw aan te leggen haag zal eveneens om de parkeerplaats heen worden gelegd, zodat het zicht daarop van buitenaf zoveel mogelijk wordt beperkt. Hiermee kan worden gesteld dat ter plaatse wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing.

15

Hoofdstuk3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In de SVIR geeft de Rijksoverheid haar visie op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 en de manier waarop zij hiermee om zal gaan. Daarmee biedt het een kader voor beslissingen die de Rijksoverheid in de periode tot 2028 wil nemen, om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. In de SVIR maakt het Rijk helder welke nationale belangen zij heeft in het ruimtelijk en mobiliteitsdomein en welke instrumenten voor deze belangen door de Rijksoverheid worden ingezet. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om oplossingen te creëren. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. De Rijksoverheid brengt het aantal procedures en regels stevig terug en brengt eenheid in het stelsel van regels voor infrastructuur, water, wonen, milieu, natuur en monumenten. Het Rijk wil de beperkte beschikbare middelen niet versnipperen. Het investeert dáár waar de nationale economie er het meest bij gebaat is, in de stedelijke regio's rond de main-, brain- en greenports inclusief de achterlandverbindingen.

Om nieuwe projecten van de grond te krijgen zoekt het Rijk samenwerking met marktpartijen en andere overheden. Zo lang er geen sprake is van een nationaal belang zal het rijk de beoordeling en uitvoering van ontwikkelingen dus aan de provincies en gemeenten overlaten. De uitgangspunten uit de SVIR zijn juridisch verankerd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro is aangegeven welke gebieden, of projecten, van nationaal belang zijn en aanvullende toetsing behoeven. Om te bepalen of sprake is van strijdigheid met de belangen uit de SVIR dient daarom verder getoetst te worden aan het Barro. Verdere toetsing aan ruimtelijke en milieutechnische belangen vindt plaats aan het provinciaal beleid.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen.

Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal 16

belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De locatie is niet in een van de aangewezen projectgebieden gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met de nationale belangen.

3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking Ingevolgde artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de zogenaamde Ladder voor duurzame verstedelijking, dient de toelichting bij een bestemmingsplan, waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt maakt, een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Een stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Binnen deze omschrijving kan de ontwikkeling van een recreatiebedrijf mogelijk als stedelijke ontwikkeling worden gezien. Op basis van jurisprudentie (uitspraak 201602966/1/R1 van 5 april 2017) is een accommodatie voor recreatie aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Echter is bij deze uitspraak uitgegaan van een voorziening voor verblijfsrecreatie, waarbij ruimte geboden wordt aan 70 verblijfsrecreatieve voorzieningen en daarnaast chalets binnen het bouwvlak worden toegestaan zonder verdere begrenzing van de aantallen.

De Raad van State heeft daarom geoordeeld dat een voorziening voor (verblijfs)recreatie in een dergelijke omvang kan worden gezien als een stedelijke ontwikkeling. Bij de voorgenomen ontwikkeling is echter, afgezien van één recreatiewoning, geen sprake van verblijfsrecreatie. Er is dus in geen geval sprake van een recreatievoorziening in een omvang zoals is beschreven in de betreffende uitspraak. De voorziening betreft daarnaast dagrecreatie die door het agrarisch karakter ervan sterk is gebonden aan het buitengebied. Dergelijke voorzieningen concurreren niet met voorzieningen voor recreatie in het stedelijk gebied. Daarnaast sluit de structuur van de voorziening op de locatie goed aan bij de structuur van het omliggende landelijk gebied. De openheid van het gebied wordt niet onevenredig aangetast. De structuur van het bedrijf past binnen de structuur van bedrijven in het landelijk gebied. De detailhandel ter plaatse betreft ter plaatse geproduceerde agrarische producten en concurreert derhalve niet met de voorzieningen voor detailhandel in het stedelijk gebied. Daarnaast wordt dit als kleinschalige nevenactiviteit uitgevoerd en is geen sprake van een volwaardige voorziening voor detailhandel. Hetzelfde geldt voor de horeca. Er is sprake van ondersteunende horeca.

Deze staat echter ten dienste van de recreatieve activiteiten en betreffen geen zelfstandige en/of volwaardige horeca-activiteiten. Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat er geen sprake is van een accommodatie voor recreatie zoals bedoeld is in de betreffende uitspraak. Daarnaast zijn de activiteiten sterk aan het buitengebied gebonden, concurreren de voorzieningen niet met stedelijke voorzieningen en past de locatie voor wat betreft structuur en omvang in het buitengebied, waarmee er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Wel dient de behoefte van de voorgenomen ontwikkeling nader in beeld te worden gebracht. In de omgeving van de locatie zijn een tweetal vakantieparken gelegen. Deze parken trekken veel bezoekers, waarvan een groot deel zoekt naar recreatieve mogelijkheden in de omgeving. In de directe 17

omgeving zijn te weinig voorzieningen zoals de gewenste voorziening van de initiatiefnemer gelegen, waardoor de vraag naar een dergelijke voorziening in de omgeving erg groot is. Met name gezinnen of families met kinderen zoeken naar een kindvriendelijke speelgelegenheid, waarbij de kinderen kunnen spelen met voldoende mogelijkheden voor toezicht voor volwassenen. Door de open structuur van de speelgelegenheden en de mogelijkheid van een zitgelegenheid voor volwassenen bij de speelgelegenheden zorgt voor een goede combinatie van vrijheid voor kinderen om te spelen met voldoende mogelijkheid voor toezicht door volwassenen. In combinatie met de ondersteunende horeca zorgt dit voor een recreatieve voorziening voor jong en oud in de omgeving waar zowel voor korte duur als voor een wat langere tijd kan worden gerecreëerd. Met name de combinatie van een speeltuin met het houden van kleinvee leidt tot een unieke voorziening in de omgeving. Kinderen kunnen op deze manier spelenderwijs kennismaken met dieren en het boerenleven. Gezien de grote vraag in de omgeving naar recreatieve voorzieningen, de nabijgelegen vakantieparken en de unieke combinatie van recreatieve en agrarisch gerelateerde activiteiten leidt tot een voldoende grote behoefte voor een dergelijke voorziening in de omgeving.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Het provinciaal beleid is verwoord in de omgevingsvisie Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL 2014) en de bijbehorende Omgevingsverordening Limburg 2014. In het POL 2014 zijn de ruimtelijke beleidsuitgangspunten van de gemeente vertaald naar een ruimtelijke visie. De beleidslijnen uit het POL 2014 zijn niet juridisch bindend, maar dienen als leidraad voor de concrete ruimtelijke beleidsregels. In het POL 2014 wordt gesteld dat mogelijkheden voor het mengen van functies benut moeten worden. Er vindt namelijk te vaak een te strikte scheiding van functies plaats die niet altijd terecht is. Het mengen van functies verhoogt de vitaliteit van en gebied en zorgt voor meervoudig ruimtegebruik. Het is bij het mengen van functies wel van belang dat de verschillende functies elkaar op het gebied van milieu niet in de weg gaan zitten. De voorgenomen ontwikkeling is een goed voorbeeld van het mengen van verschillende functies en meervoudig ruimtegebruik. Het bevordert het combineren van agrarische en recreatieve functies op de locatie en in de omgeving. Daarnaast ontstaat op de locatie een gemengde functie (recreatie en agrarisch) waarmee eveneens sprake is van meervoudig ruimtegebruik. Dit past binnen de doelstellingen ten aanzien van het mengen van functies die de provincie in het POL 2014 heeft verwoord.

De provincie heeft in het POL 2014 onderscheid gemaakt in verschillende gebieden. De locatie is gelegen in het gebied dat is aangemerkt als 'buitengebied'. Binnen dit gebied krijgt de landbouw kans zich verder te ontwikkelen. Daarnaast wordt in deze gebieden ruimte geboden voor andere functies, mits zij de agrarische ontwikkeling van bedrijven niet in de weg staan. Zoals nader aangetoond in de paragraaf "Milieuzonering" (paragraaf 4.1.1) staat de voorgenomen ontwikkeling (de ontwikkeling van) agrarische bedrijven niet in de weg. De voorgenomen ontwikkeling past daarmee binnen het beleid zoals is verwoord in het POL 2014 ten aanzien van het buitengebied. De recreatieve sector krijgt in toenemende mate te maken met veranderende eisen en wensen van de consumenten. De opgave ligt voor een groot deel in het versterken van de identiteit van de vrijetijdseconomie en het beter benutten van verschillende kwaliteiten en recreatieve voorzieningen. Binnen de provincie is sprake van een groot aanbod aan campings en vrijetijdsparken. Het is voor de recreatieve sector met name van belang om hierin geen overcapaciteit te creëren. Recreatieve voorzieningen dienen daarom vooral aan te sluiten op het aanbod aan campings en vrijetijdsparken.

Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van de omschakeling van een varkenshouderij met een speeltuin en kinderboerderij naar een volwaardige dagrecreatieve voorziening, zijnde een speeltuin met kinderboerderij en ondersteunende horeca. Daarnaast is sprake van een kleinschalige streekwinkel voor de verkoop van agrarisch geproduceerde streekproducten. De voorziening trekt met de voorgenomen activiteiten veel bezoekers vanuit de omliggende vakantieparken en campings. De voorgenomen ontwikkeling sluit daarmee goed aan op de reeds aanwezige en omliggende campings en vrijetijdsparken. 18

De gewenste verblijfsrecreatie (verhuur van één recreatiewoning) is dusdanig kleinschalig van aard dat deze niet zal leiden tot een voorziening die concurreert met de campings en vrijetijdsparken. De ontwikkeling past daarmee goed binnen de recreatieve doelstellingen die de provincie heeft gesteld in het POL 2014. Gezien het voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling binnen de beleidsuitgangspunten zoals zijn opgenomen in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 van de provincie Limburg.

3.2.2 Provinciale Omgevingsverordening Limburg 2014 Tegelijkertijd met het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 heeft de provincie Limburg de Provinciale Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. De omgevingsverordening bevat de beleidsregels waarin de beleidsuitgangspunten uit het omgevingsplan zijn vastgelegd in concrete voorschriften. Vanuit de omgevingsverordening is de locatie gelegen in een gebied dat is aangemerkt als 'buitengebied' en als 'grondwaterbeschermingsgebied'. Voor grondwaterbeschermingsgebieden gelden concrete voorschriften. Binnen de grondwaterbeschermingsgebieden mogen geen ondergrondse opslagtanks voor brandbare of ontvlambare stoffen worden aangelegd en/of vervangen. Daarnaast mag geen grond en/of baggerspecie worden toegepast die niet voldoet aan de vereiste kwaliteitsklassen zoals zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Verder zijn enkele typen inrichtingen en/of het aanwezig zijn van bepaalde stoffen verboden in grondwaterbeschermingsgebieden. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van het aanleggen en/of vervangen van ondergrondse opslagtanks. Tevens is geen sprake van toepassing van grond en/of baggerspecie. Er is geen sprake van een type inrichting en/of de aanwezigheid van stoffen die vanuit de omgevingsverordening binnen grondwaterbeschermingsgebieden verboden zijn.

De voorgenomen ontwikkeling zal daarmee geen onevenredig nadelige effecten hebben op de grondwaterbeschermingsgebieden. Voor wat betreft recreatie wordt onderscheid gemaakt in drie regio's, zijnde noord Limburg, midden Limburg en zuid Limburg. De gemeente Venray valt onder de regio noord Limburg. Ten aanzien van recreatie in noord Limburg is in de omgevingsverordening opgenomen dat nieuwe recreatieve functies alleen mogelijk zijn indien deze passend zijn binnen de bestuursafspraken die tussen de provincie en de gemeenten in de regio zijn gemaakt. Deze afspraken zijn noodzakelijk om een (verdere) overcapaciteit aan recreatieve voorzieningen te voorkomen. De betreffende afspraken zijn opgenomen in de bijlage "Bestuursafspraken POL-uitwerkingen Noord-Limburg". Hierin zijn afspraken gemaakt over verblijfsrecreatie en dagrecreatie. Bij de voorgenomen ontwikkeling is voornamelijk sprake van dagrecreatie. Er zal echter op kleine schaal ook verblijfsrecreatie plaatsvinden door de verhuur van één recreatiewoning. In feite geldt voor verblijfsrecreatie dat gemeenten de kwaliteit van verblijfsrecreatieve voorzieningen moet bevorderen. Dit gebeurt langs twee lijnen, namelijk het toestaan van kwalitatief goede nieuwe plannen en uitbreidingen en het saneren van kwalitatief slechte bedrijven (waaronder ook het intrekken van, eventueel niet meer gewenste, verblijfsrecreatieve voorzieningen).

Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt ingezet op een kwalitatief goede verblijfsrecreatieve voorziening. Deze voorziening maakt daarnaast deel uit van een grotere ontwikkeling, vooral gericht op het aanbieden van kwalitatieve dagrecreatieve activiteiten. De voorgenomen activiteiten, die momenteel voor een deel al als nevenactiviteit bij het agrarisch bedrijf worden uitgevoerd, trekken veel bezoekers uit omliggende vakantieparken en campings en draagt daarmee bij aan de bevordering van het toerisme in de gemeente. De gemeente zet met de voorgenomen ontwikkeling daarmee in op het toestaan van een kwalitatief goede voorziening. Voor dagrecreatie geldt dat het dagrecreatieve aanbod in de regio moet worden versterkt, waarbij de gemeenten in de regio onderling afspraken maken en het aanbod op elkaar afstemmen. De voorgenomen ontwikkeling trekt vooral bezoekers uit vakantieparken en campings uit omliggende gemeenten in de regio. Hiermee sluit de voorgenomen ontwikkeling goed aan op de vraag naar dagrecreatieve voorzieningen uit andere gemeenten. Er is daarmee sprake van een kwalitatieve voorziening die bijdraagt aan de versterking 19

van het dagrecreatieve aanbod in de regio. Hiermee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de Bestuursafspraken POL-uitwerkingen Noord-Limburg, zoals als bijlage bij de omgevingsverordening is opgenomen. Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de regels zoals zijn opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening Limburg 2014 van de provincie Limburg.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Venray De gemeente Venray heeft, in het kader van de op handen zijnde Omgevingswet en door gewijzigde inzichten, op 2 november 2021 een nieuwe omgevingsvisie voor het grondgebied van de gemeente opgesteld. Daarin heeft de gemeente de nieuwe beleidsuitgangspunten voor ontwikkelingen in de gemeente opgenomen. De nieuwe omgevingsvisie biedt de basis van de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente en dient als ruimtelijk toetsingskader. In de omgevingsvisie wil de gemeente laten zien voor welke uitdagingen de gemeente staat en waar zij als gemeente naar toe willen in de toekomst. De omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: onze Toekomstvisie 2030 "Venray loopt voorop". De omgevingsvisie is samen met de input van inwoners, ondernemers en verenigingen tot stand gebracht. De gemeente wil de belangrijke waarden van Venray beschermen en versterken. Daarbij wordt aan de hand van ambities rekening gehouden met verschillende opgaven zoals de klimaatverandering, de energietransitie en de woningbouw om het woningtekort op te lossen. Belangrijk vraagstuk daarbij is hoe de gemeente er over 10 jaar uit zal zien. De ambities spelen een rol in ontwikkelingen binnen de verschillende deelgebieden. De locatie is vanuit de visie gelegen in een gebied dat is aangemerkt als agrarisch gebied. Het agrarisch gebied is volop in ontwikkeling.

Er spelen diverse onderwerpen in het agrarisch gebied zoals grootschalige agrarische bedrijvigheid, leegstand en ruimteclaims vanuit de energietransitie en klimaatverandering. Ook spelen er maatschappelijke discussies over voedselproductie, grondgebruik en biodiversiteit. De gemeente wil in kaart brengen hoe al deze functies naast elkaar kunnen bestaan en wil daarbij gaan voor het toekomstbestendig maken van het agrarische landschap. Veiligheid en gezondheid zijn belangrijke pijlers hierin. Een gezonder woonklimaat wordt gerealiseerd door het wonen beter te scheiden van veehouderijen. Voor een agrarisch gebied in evenwicht, waar toekomstige generaties in schone lucht kunnen genieten en recreëren. Het agrarisch gebied is voornamelijk in gebruik voor agrarische bedrijvigheid, waarvan en groot deel zich heeft gespecialiseerd in de veeteelt. Echter krijgt de gemeente de komende jaren te maken met veel stoppende agrarische bedrijven, wat leidt tot veel vrijkomende agrarische bebouwing (VAB's). Daarmee ontstaat een risico op leegstand, verloedering en verrommeling. Tegelijkertijd liggen er daarbij echter kansen om het agrarisch gebied toekomstbestendiger te maken en duurzaam te versterken. Voor wat betreft recreatieve ontwikkelingen stelt de gemeente in de visie dat deze op de juiste plek ingepast dienen te worden en niet ten koste mogen gaan van het landschap.

Voor wat betreft VAB's wordt ingezet op sloop van leegstaande agrarische bedrijven of op hergebruik voor andere functies zoals kleinschalige niet-agrarische bedrijven en ook recreatieve en maatschappelijke functies. Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een initiatief dat op een vernieuwende en originele manier wil bijdragen aan de toeristische en recreatieve sector. Er wordt voorzien in een aantrekkelijke voorziening die aansluit bij de vele recreatieparken in de omgeving die vooral zijn gericht op het verblijf van jonge gezinnen. Dit betreft tevens de hoofdgroep van de voorgenomen activiteiten, waarmee de voorgenomen ontwikkeling goed aansluit bij de recreatieparken in de omgeving. Daarnaast sluit de locatie goed aan bij de recreatieve netwerken in de omgeving. De voorgenomen ontwikkeling voorziet daarmee in een recreatieve voorziening die past in de omgeving. Tevens wordt met de voorgenomen ontwikkeling voorzien in een nieuwe invulling van een voormalig agrarisch bedrijf. Daarmee wordt verrommeling en leegstand voorkomen. Daarmee wordt bijgedragen aan 20

een toekomstbestendiger en duurzamer agrarisch gebied. Verder wil de gemeente in het agrarisch gebied inzetten op het verbeteren van het woon- en leefmilieu rondom veehouderijen. Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van de beëindiging van een intensieve veehouderij. Daarmee zal de milieuhinder afnemen en zal het woon- en leefmilieu rondom de locatie verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling draagt daarmee bij aan de doelstellingen voor het verbeteren van het woon- en leefmilieu rondom veehouderijen. Gezien het voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling binnen de beleidsuitgangspunten zoals zijn opgenomen in de Omgevingsvisie Venray van de gemeente Venray.

3.3.2 Beeldkwaliteitsplan en ruimtelijk kwaliteitskader In december 2010 heeft de gemeente Venray het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Venray vastgesteld. Samen met het Ruimtelijk Kwaliteitskader is dit document naast het bestemmingsplan voor het buitengebied opgesteld. 3.3.2.1 Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Venray Het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Venray (BKP) is samen met het ruimtelijk kwaliteitskader naast het bestemmingsplan voor het buitengebied opgesteld en geeft richtlijnen voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied om de ruimtelijke kwaliteit van gebouwen te bevorderen. In het BKP wordt door middel van goede en minder goede voorbeelden aangegeven wat de essentie van een goede ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied voor zowel landschap als gebouwen is. Het BKP dient voornamelijk ter inspiratie voor ontwerpers om te komen tot een goed passend en kwalitatief hoogwaardig ontwerp. Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van omschakeling van een agrarisch bedrijf met recreatieve nevenactiviteiten naar een recreatie bedrijf met agrarische nevenactiviteiten. De voorgenomen ontwikkeling zal uitsluitend in bestaande bebouwing plaatsvinden. Er is geen sprake van nieuwbouw. De ontwerprichtlijnen uit het BKP zijn daarmee op de voorgenomen ontwikkeling niet van toepassing.

Wel zal in overleg met de gemeente worden bekeken naar eventuele mogelijkheden voor het verduurzamen en verbeteren van de locatie. Hiermee is de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd met de richtlijnen zoals zijn opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Venray van de gemeente Venray. 3.3.2.2 Ruimtelijk kwaliteitskader Buitengebied Venray Het Ruimtelijk kwaliteitskader Buitengebied Venray (RKK) is samen met het beeldkwaliteitsplan naast het bestemmingsplan voor het buitengebied opgesteld en geeft richtlijnen voor de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. In het RKK worden de randvoorwaarden aangegeven waarbinnen een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. Vanuit het RKK is de locatie gelegen in het deelgebied Leunen, Veulen, Heide Castenray. Voor dit deelgebied zijn in het RKK kenmerken en streefbeelden vastgelegd. Zoals te zien in de volgende figuur is de locatie binnen het deelgebied gelegen in een gebied dat is gekenmerkt als 'open gebied'. Aan de Lorbaan is een te handhaven en te versterken laanstructuur gelegen.

21

Uitsnede kaart deelgebied Leunen, Veulen, Heide Castenray uit het RKK. Bron: Gemeente Venray. In het RKK is ten aanzien van het gebied waarin de Lorbaan is gelegen gesteld dat er mogelijkheden zijn voor bebouwing. De insteek hierbij is het behoud en de matige ontwikkeling van de agrarische sector, waarbij rekening wordt gehouden met de reeds bestaande en ontstane functiemenging. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien in een verdere ontwikkeling van recreatieve activiteiten. De activiteiten ter plaatse hebben echter een agrarisch en landelijk karakter, waarmee de samenhang met de agrarische sector voor een groot deel behouden blijft. Tevens is bij de voorgenomen ontwikkeling sprake van het uitvoeren van agrarische activiteiten als nevenactiviteit. Daarmee is sprake van behoud van de agrarische activiteiten. Ten slotte zal bij de voorgenomen ontwikkeling sprake zijn van de verkoop van agrarische streekproducten. Dit sluit aan op de agrarische activiteiten in de omgeving en bevordert daarmee de agrarische bedrijvigheid. Verder zijn ten aanzien van erfinrichting aanvullende richtlijnen opgenomen in het RKK. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is door een landschapsdeskundige een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld. Hierin is opgenomen op welke wijze de voorgenomen ontwikkeling landschappelijk zal worden ingepast.

Voor het landschappelijk inrichtingsplan wordt verwezen naar bijlage 2 van deze toelichting. Bij het opstellen van het landschappelijk inrichtingsplan is rekening gehouden met de richtlijnen zoals zijn opgenomen in het RKK. De voorgenomen ontwikkeling zal geen nadelige invloed hebben op de te behouden en versterken laanstructuur langs de Lorbaan. Gezien het voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling binnen de richtlijnen zoals die zijn opgenomen in het Ruimtelijk kwaliteitskader Buitengebied Venray van de gemeente Venray.

3.3.3 Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Veulen De gemeente Venray heeft op 14 december 2010 de Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Veulen (DOP) vastgesteld. Het DOP is opgesteld in samenwerking met en door de inwoners van het dorp. De gemeente heeft het DOP vervolgens vastgesteld als structuurvisie. Een structuurvisie is niet (juridisch) bindend. Wel bevat de visie de uitgangspunten vanuit het overleg met de inwoners met betrekking tot ontwikkelingen in de kern en het buitengebied rondom Veulen. 22

In deze visie is de locatie al reeds benoemd als locatie waarop verschillende dagrecreatieve activiteiten worden aangeboden en waar agrarische streekproducten worden verkocht. De locatie staat daarmee al bekend als recreatieve trekpleister. Het buitengebied en de daarin gelegen dorpen worden in de visie beschouwd als extensief en relatief kleinschalig recreatiegebied. Dit betekent dat in en rondom Veulen wordt ingezet op de uitbouw en kwalitatieve verbetering van de routestructuren en op de kleinschalige dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de visie die de gemeente heeft in het gebied rondom Veulen. Er is immers sprake van een verbetering van een kleinschalige voorziening voor dag- en verblijfsrecreatie. De locatie is gelegen aan de Lorbaan en is daarmee goed ontsloten. Ook trekt de locatie veel bezoekers van vakantieparken en campings uit omliggende gemeenten. De voorgenomen ontwikkeling sluit daarmee goed aan op de recreatieve routes binnen de gemeente. Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de uitgangspunten uit de Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Veulen van gemeente Venray.

3.3.4 Visie en actieprogramma recreatie en toerisme 2026 In maart 2020 heeft de gemeente Venray de Visie en actieprogramma recreatie en toerisme 2026 opgesteld. Deze visie bevat de beleidsuitgangspunten van de gemeente ten aanzien van toerisme en recreatie binnen de gemeente. De visie bevat geen harde beleidsregels en is niet juridisch bindend, maar biedt wel het toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke plannen in de gemeente die betrekking hebben op toerisme en recreatie. De toeristisch-recreatieve sector is van groot belang. Zo draagt toerisme en recreatie bij aan de lokale economie (door bestedingen en werkgelegenheid) en aan het behoud en/of versterking van het voorzieningenaanbod. Voor Venray draagt recreatie en toerisme ook bij aan de andere economische pijlers van de gemeente. De sector biedt mogelijkheden, niet enkel voor bezoekers en gasten, maar ook voor de eigen inwoners. Voor wat betreft toerisme en recreatie zijn een viertal ambities vastgesteld: 1. Er wordt aangesloten bij regionale samenwerkingsverbanden binnen Noord-Limburg maar ook met Noord-Brabant om gezamenlijk meer toeristen te trekken en bestedingen te genereren. Binnen die samenwerking wil de gemeente focussen op twee grote kernthema's. 2.

De gemeente wil de beleving van het landschap versterken door meer en betere routes, meer gethematiseerde routes die passen bij het DNA van Venray en de realisering van Land-art en uitzichtpunten. 3. De gemeente wil de kwaliteit en diversiteit van het verblijfsaanbod verder versterken. Er wordt nieuw en bijzonder kwaliteitsaanbod toegevoegd (gekoppeld aan thema's) en daarnaast blijft er aandacht voor de vitaliteit van het huidige aanbod. 4. De gemeente wil het centrum verrijken met recreatie en toerisme om de verblijfsduur te vergroten en gaat zich actief inzetten om een nieuwe gezinstrekker in het buitengebied binnen te halen. Daarnaast wil de gemeente het huidige aanbod kwalitatief versterken en onder de aandacht brengen. De gemeente wil inzetten op kansen die er liggen op het gebied van recreatie en toerisme en wil daarmee tegelijkertijd de identiteit versterken. Venray heeft sinds jaar en dag plek geboden aan mensen (met ideeën) die afwijken van de standaard. Dit heeft ertoe geleid dat Venray een plek is waar bijzondere dingen de kans krijgen om te ontstaan. Denk hierbij aan Raceway Venray, het Odapark en de Duitse begraafplaats. Onder de noemer "net even anders" staat de gemeente open voor nieuwe originele initiatieven op het gebied van recreatie en toerisme.

In 2026 wil de gemeente dat het toeristisch-recreatief aanbod is uitgebreid en dat het huidige aanbod, waar nodig, een kwaliteitsimpuls heeft gekregen. Dit maakt dat bezoekers graag naar Venray komen en dat de eigen inwoners trots zijn op hetgeen de gemeente te bieden heeft. Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een initiatief dat op een vernieuwende en originele manier wil bijdragen aan de toeristische en recreatieve sector. Er wordt voorzien in een aantrekkelijke voorziening die aansluit bij de vele recreatieparken in de omgeving die vooral zijn gericht op het verblijf van jonge 23

gezinnen. Dit betreft tevens de hoofdgroep van de voorgenomen activiteiten, waarmee de voorgenomen ontwikkeling goed aansluit bij de recreatieparken in de omgeving. De gemeente ziet vooral kans voor recreatieve ontwikkelingen in het buitengebied. Agrarische bedrijven hebben hierbij mogelijkheden om te transformeren naar een toeristisch-recreatieve functie. De voorgenomen ontwikkeling sluit ook hier goed bij aan. Er is immers sprake van de omschakeling van een agrarisch bedrijf naar een recreatieve voorziening, waarbij de locatie in het buitengebied is gelegen. De voorgenomen ontwikkeling sluit daarmee goed aan op de uitgangspunten uit de visie. Gezien het voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling binnen het gestelde in de Visie en actieprogramma recreatie en toerisme 2026.

3.3.5 Beleidsnota parkeernormen gemeente Venray In december 2013 heeft de gemeente Venray de Beleidsnota parkeernormen gemeente Venray vastgesteld. Deze nota bevat de parkeernormen waaraan moet worden voldaan als sprake is van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling om zo parkeeroverlast en een te grote parkeerdruk in de openbare ruimte zoveel mogelijk te voorkomen. Voor de parkeernormen is aansluiting gezocht bij de CROW publicatie 317 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie (oktober 2012). Bij ruimtelijke initiatieven binnen de gemeente wordt deze publicatie ook al gehanteerd als toetsingskader. Bij het vaststellen van de parkeernormen is onderscheid gemaakt in verschillende deelgebieden, waarbinnen verschillende normen gelden. Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende deelgebieden: Centrum; Schil; Rest bebouwde kom; Buiten de bebouwde kom. De locatie is gelegen buiten de bebouwde kom. In bijlage 3 bij de beleidsnota zijn de parkeernormen opgenomen. Hierbij is voor verschillende soorten voorzieningen een parkeernorm vastgesteld voor elk van de genoemde deelgebieden. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien in een speeltuin met kinderboerderij, een kleinschalige streekwinkel van agrarisch geproduceerde streekproducten en ondersteunende horeca. Een dergelijke voorziening is niet opgenomen in de lijst met verschillende voorzieningen waarvoor parkeernormen zijn vastgesteld.

De parkeernormen uit de beleidsnota sluiten niet goed aan bij de voorziening en de werkelijke situatie. Derhalve is in overleg met de verkeerskundige van de gemeente gekeken naar de daadwerkelijke situatie. Om te borgen dat ook in de toekomst voldoende parkeergelegenheid aanwezig zal zijn is bij het bepalen van de parkeerbehoefte rekening gehouden met een groei van 20%. In de huidige situatie zijn er in de drukke periodes ruim 50 auto's op het terrein aanwezig van bezoekers. Om zeker te zijn dat voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd is daarom voor de huidige situatie uitgegaan van een worst-case scenario van maximaal 60 auto's op één dag. Wanneer daarop de groei van 20% wordt doorgerekend dat betekent dit dat ter plaatse voorzien dient te worden in ongeveer 72 parkeerplaatsen. Op het eigen terrein is een parkeerterrein aanwezig, bestaande uit goed onderhouden grasland dat, als in de rustige periodes niet of nauwelijks wordt geparkeerd, eveneens wordt gebruikt voor de kweek van gras ten behoeve van de productie van hooi. Er is daarmee sprake van een zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik en van een parkeerplaats met een natuurlijke uitstraling. De parkeerplaats biedt ruimte voor ongeveer 90 auto's. Hiermee is op eigen terrein reeds voldoende parkeergelegenheid aanwezig om het parkeren geheel op eigen terrein te laten plaatsvinden.

Daarnaast worden aan de voorzijde van het bedrijf, dicht bij de ingang, maar gescheiden van de eventuele verkeersstromen van het bedrijfsverkeer voor het laden en lossen van goederen, nog twee parkeerplaatsen voor mindervaliden aangelegd. Er is daarmee op eigen terrein ruim voldoende parkeergelegenheid om te kunnen parkeren. Hiermee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de uitgangspunten zoals zijn opgenomen in de 24

Beleidsnota parkeernormen gemeente Venray van de gemeente Venray.

3.3.6 Venray vergroent Net als Europa, het Rijk en de provincies, hebben ook gemeenten een belangrijke rol om de problemen rondom het milieu, het klimaat en energie het hoofd te bieden. De gemeente Venray doet dit onder de noemer Venray vergroent. Venray Vergroent kent drie deelprojecten: energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. Energietransitie: In Nederland wordt veel fossiele energie, zoals aardgas en kolen gebruikt. Fossiele brandstoffen hebben veel uitstoot van koolstofdioxide en hebben daarmee een grote invloed op de klimaatverandering. Daarnaast zijn fossiele brandstoffen eindig. Het is daarom van belang minder fossiele brandstoffen te gebruiken. Om het gebruik van fossiele energie te verminderen zijn afspraken gemaakt voor het overstappen naar andere, meer duurzame energiebronnen. Het is daarom van belang dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening wordt gehouden met een transitie naar duurzame energiebronnen. De recreatiezaal en indoor speeltuin worden voorzien van een warmtewisselaar voor een duurzame verspreiding van warmte. Een groot deel van de bebouwing is onlangs opgeknapt en geïsoleerd, waarmee een verduurzaming van de bebouwing en de locatie reeds in gang is gezet. De initiatiefnemer is voornemens op termijn alle bebouwing te verduurzamen en op te knappen, zodat sprake is van een verdere verduurzaming van de locatie en bebouwing.

Door de verduurzaming van het bedrijf wordt de energiebehoefte lager en wordt bijgedragen aan de energietransitie. Klimaatadaptatie: Het klimaat verandert. Steeds vaker is er sprake van hevige regenval, hittestress en/of lange periodes van droogte. De gemeente Venray werkt aan concrete maatregelen om de omgeving aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering. Door de omgeving te vergroenen, hemelwater op te slaan in plaats van af te voeren en door ruimte te geven aan de Maas en de beken. Daarmee wil de gemeente tegelijkertijd de biodiversiteit versterken en bijdragen aan een gezondere leefomgeving. Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Ter plaatse wordt voorzien in voldoende waterberging. Tevens wordt voorzien in voorzieningen voor schaduwvorming om hittestress zoveel mogelijk te voorkomen. Ten slotte wordt middels een goede landschappelijke inpassing voorzien in aanvullende landschappelijke en groene elementen. Daarmee wordt bijgedragen aan het klimaatadaptief ontwikkelen in de gemeente. Circulaire economie: De afgelopen decennia is de economie op een lineaire manier ingericht. Dat betekent dat grondstoffen worden gewonnen, producten worden gemaakt en getransporteerd, worden gekocht en/of geconsumeerd, waarna ze op de afvalberg belanden of worden opgestookt.

De gevolgen van de lineaire economie zijn overproductie (immers: productie is het verdienmodel), maar ook het uitputten van grondstoffen, een verslechtering van de luchtkwaliteit, de vergroting van de afvalberg, plastic soep, klimaatverandering en stikstofproblematiek. Het is zaak deze productiewijze te veranderen. Dat betekent dat er een verschuiving dient plaats te vinden naar een circulaire economie, waarin afval waarde heeft en als grondstof voor (nieuwe) producten wordt gebruikt. Waarin producten opnieuw gebruikt worden en waarin ervoor wordt zorg gedragen dat er al bij het produceren, inkopen en gebruiken wordt gedacht aan de manier waarop het straks weer een functie kan krijgen. De initiatiefnemer is continu aan het investeren in een verdere verduurzaming van het bedrijf. Daarbij maakt de initiatiefnemer zoveel mogelijk gebruik van duurzame materialen en wordt afval zoveel mogelijk gescheiden. Ook met het oog op de toekomst zal de initiatiefnemer blijven investeren in een verdere verduurzaming en het sluiten van kringlopen. Verder investeert de initiatiefnemer in een circulaire economie door het gebruik van ter plaatse geteelde producten in de eigen horeca en streekwinkel. Tevens wordt het gebruik van streekproducten gestimuleerd, waarbij producten rechtstreeks van de producenten worden geleverd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11353846/1