05 Toelichting Meerloseweg 6 Oirlo
Tekst van het document
Afbeelding 19, uitsnede achtergrondbelasting t.a.v. geurhinder
Ook de achtergrond geurbelasting is berekend voor de onderhavige locatie (bijlage 3). Op geen enkel rekenpunt wordt de norm van 20 Oue/m 3 overschreden. Derhalve kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat geur geen belemmering vormt voor het onderhavige plan. 4.9
Waterparagraaf
Watertoets Sinds 1 november 2003 zijn overheden wettelijk verplicht om de watertoetsprocedure toe te passen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets is een instrument waarmee waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze worden meegewogen in de belangenafweging. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder zo vroeg mogelijk met elkaar in gesprek brengt. Alle ruimtelijke plannen die van invloed kunnen 26
zijn op de waterhuishouding worden voor advies voorgelegd aan de waterbeheerders. De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren. De waterhuishoudkundige aspecten die in de watertoetsprocedure worden betrokken zijn de veiligheid, wateroverlast, watervoorziening, verdroging en riolering. Er wordt aandacht besteed aan zowel grondwater als oppervlaktewater en aan zowel waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het watertoetsproces loopt van de locatiekeuze tot en met de inrichting en is van toepassing zowel in de stad als in landelijk gebied. De watertoetsprocedure is verplicht voor alle bestemmingsplannen en projectafwijkingsbesluiten, inclusief uitwerkings- en wijzigingsplannen. Voor plannen waarbij door de aard of omvang van het plan geen gevolgen voor de waterhuishouding te verwachten zijn, hoeft geen (pre)wateradvies te worden aangevraagd bij het watertoetsloket en bepaalt de gemeente zelf aan welke waterhuishoudkundige randvoorwaarden het plan moet voldoen. Toetsing Het onderhavige plan leidt niet tot nieuwe bouwmogelijkheden en op de locatie vindt geen herbouw plaats. De huidige situatie qua bebouwing blijft geheel intact. Huishoudelijk afvalwater wordt, zoals in de bestaande situatie reeds het geval is, via de gemeentelijke riolering afgevoerd.
De hemelwaterafvoer van zowel de woning als de bijgebouwen wordt niet gewijzigd ten opzichte van de huidige situatie, het hemelwater wordt afgevoerd naar de gemeentelijke bermsloot en infiltreert in de bodem. De waterhuishouding wordt niet gewijzigd of anderszins beïnvloed. Een nader onderzoek is niet nodig. 4.10 Kabels en leidingen In of nabij het plangebied liggen geen kabels of leidingen, die ten behoeve van het gebruik en/of de veiligheid planologische bescherming behoeven. Kabels en leidingen vormen daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. 4.11 Wet natuurbescherming 4.11.1 Natura 2000 De Wet natuurbescherming regelt o.a. bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: • de leefgebieden van vogels • de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming) De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming). In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt.
Naast de maatregelen in het beheerplan kunnen provincies: • eisen stellen aan handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden • de toegang tot Natura 2000-gebieden beperken • handelingen verrichten die nodig zijn met het oog op de instandhoudingsdoelstellingen Binnen een straal van 10 kilometer bevinden zich enkele Natura 2000-gebieden. Het dichtstbij gelegen gebied (Boschhuizerbergen) ligt op ruim 2,5 km afstand. Voor de gebruiksfase van onderhavig plan is een inactieve berekening met AERIUS CALCULATOR gemaakt, deze is toegevoegd als bijlage 4. De gevraagde ontwikkeling heeft op een dergelijke afstand geen significante negatieve invloed op de beschermde natuurwaarden van de gebieden. De NB-wet is hiermee geen belemmering voor het initiatief. 27
4.11.2 Bescherming planten en dieren De Wet natuurbescherming regelt daarnaast de bescherming van dier- en plantsoorten. De Wet natuurbescherming bevat regels over: • de bescherming van vogels op grond van de Europese Vogelrichtlijn; • de bescherming van soorten dieren en planten op grond van de Europese Habitatrichtlijn; • de bescherming van soorten planten en dieren die niet voorkomen in de Habitatrichtlijn; • schadebestrijding, overlastbestrijding en faunabeheer; • jacht; • het vangen en doden van dieren; • in het wild levende dieren en planten; • handel en bezit van dieren en planten; In de onderhavige situatie is er sprake van een status quo ten opzichte van het huidige gebruik (alsmede hergebruik van bestaande panden). Hierdoor kan gesteld worden dat er geen beïnvloeding is van beschermde planten en dieren (voor zover deze al aanwezig zouden zijn). De voorliggende locatie is daarbij al jaren door de mens gereguleerd. Het is dan ook niet te verwachten dat een verslechtering zal optreden op het gebied voor beschermde planten en dieren. Water is binnen het plangebied niet aanwezig. Op basis van de natuurgegevens van de provincie Limburg valt te zien dat in de directe omgeving van het plangebied geen beschermde planten en broedvogels zijn waargenomen. Tevens is gebruik gemaakt van actuelere flora- en faunagegevens uit www.waarneming.nl.
Over een heel kalenderjaar (juni 2020 -juni 2021) is voor het gebied 'Meerlo- Meerlosche Heide) nagegaan welke dier- en plantensoorten in dit gebied (meer specifiek op korte afstand van het plangebied) waargenomen zijn welke bescherming verdienen. Hieruit is gebleken dat ter plaatse van het plangebied geen beschermde soorten zijn aangetroffen. Hiermee vormen beschermde planten en dieren geen probleem voor het onderhavige plan. 4.11.3 Bescherming bossen Tevens bevat de wet natuurbescherming regels voor het vellen van bomen in houtopstanden (voormalige Boswet). De wet geeft aan welke bomen door de regels worden beschermd en regelt verder: • een meldingsplicht voor het vellen van bomen; • verplichtingen rondom het herplanten van bomen; • de invoer van en handel in hout en houtproducten. Op de locatie zijn geen bomen aanwezig welke onder de definitie houtopstanden vallen. Bij de voorgenomen kap is dan ook geen sprake van een meldingsplicht en herplantverplichting in het kader van artikel 4.2 en 4.3 van de Wnb. Vanuit de deelaspecten van de Wet natuurbescherming is geen belemmering te verwachten voor de gewenste ontwikkeling. De geplande omzetting van agrarisch bedrijf naar wonen heeft geen negatieve effecten op de (eventueel) aanwezige Flora- en fauna.
4.12 Verkeer en infrastructuur Het verkeer van en naar het plangebied zal door de bestemmingswijziging wijzigen van verkeer gerelateerd aan een agrarisch bedrijf, naar verkeer gerelateerd aan het wonen. Er zal dan ook een verschuiving plaatsvinden van (agrarisch) vrachtverkeer naar verkeer 28
met enkel personenauto’s. Voor de omgeving levert een dergelijke verandering alleen maar voordelen op. Daarnaast dient op basis van de gemeentelijke Beleidsnota Parkeernormen Venray voldoende parkeervoorzieningen op eigen grond ten behoeve van de woningen gerealiseerd te worden. Per vrijstaande woning dienen, in het buitengebied, tenminste 2 parkeerplaatsen, met een afmeting van 2,5 * 5 m per parkeerplaats, aanwezig te zijn. Op het erf is voldoende ruimte aanwezig (> 200 m) om aan deze norm te voldoen. Het benodigde aantal parkeerplaatsen kan derhalve ruimschoots gerealiseerd worden. 4.13 Explosieven “Het gehele grondgebied van Venray heeft in de 2e wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar.
Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving. Onderhavig plan maakt geen extra bouwontwikkelingen mogelijk. De op de locatie aanwezig bebouwing is van een grootte dat er indien er gebouwd wil worden op de locatie eerst gesloopt dient te worden, aangezien het bestemmingsplan geen verdere ruimte geeft tot een uitbreiding van de aanwezige gebouwen op de locatie of nieuwbouw naast de reeds aanwezige gebouwen. Het aspect “explosieven” behoeft dan ook geen vertaling in de regels of op de verbeelding. Indien er in de toekomst op de locatie gesloopt/gebouwd gaat worden zal het aspect “explosieven” opnieuw beschouwd worden.
29
5 Juridische planopzet Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP2012 alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het bestemmingsplan is vervat in een verbeelding, verwijzing naar regels en een toelichting. De verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1.000 waarop de specifieke bestemmingen zijn weergegeven. Regels De bestemmingsplanregels voor dit plan zijn afgeleid van de bestaande regels van het bestemmingsplan “Buitengebied” (NL.IMRO.0984.PHBP15001-va02). In dit bestemmingsplan zijn alleen de regels opgenomen die betrekking hebben op de bestemmingen in het plangebied. Toelichting op de regels: Bij het opstellen van de planregels is uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingslannen 2012 (SVBP 2012). De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 3: Hoofdstuk 4:
Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten Bestemmingsregels. Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemmingen gegeven; Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels en algemene afwijkings-, wijzigings- en procedureregels; Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen
Verbeelding De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1000
30
6 Uitvoerbaarheid 6.1 Grondexploitatie en financiële consequenties Bij de voorbereiding van een plan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met de initiatiefnemer. Er is geen sprake van een bouwplan in de zin van de grondexploitatiewet. Het opstellen van een anterieure overeenkomst is dan ook niet vereist. Wel zal er een planschade overeenkomst gesloten moeten worden. 6.2 Maatschappelijke haalbaarheid Medewerking verlenen aan het onderhavige initiatief betekent voor de gemeente Venray dat een agrarische bedrijfslocatie wordt omgezet naar een woonbestemming. De planvorming is tot stand gekomen na een maatschappelijk verantwoorde afweging waarbij aandacht is geweest voor omgeving, omwonenden en milieu.
In het kader van de omgevingsdialoog zijn de direct omwonenden door initiatiefnemers geïnformeerd over de plannen middels een deur tot deur rondgang en is schriftelijk vastgelegd dat zij geïnformeerd zijn over dit planvoornemen. Deze informatie is bij de gemeente bekend maar is niet als bijlage opgenomen bij dit plan. Het planvoornemen heeft voor omwonenden geen aanleiding gevormd om opmerkingen te maken over het plan. Hiermee wordt het plan maatschappelijk haalbaar geacht.
31
7 Handhavingsparagraaf Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de regels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Hoe minder knellend de regels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op de lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien.
Om in de toekomst adequaat handhavend te kunnen optreden zijn duidelijke regelingen voor duidelijke doelen noodzakelijk. De uitgangspunten van het plan moeten op een heldere en goed traceerbare wijze zijn vertaald in de juridische opzet van het plan. Van elk voorschrift moet het oorspronkelijke doel traceerbaar zijn. Door de in dit plan gemaakte keuze voor een systematische planopzet, uitgesplitst naar diverse aspecten, die corresponderen met de verschillende bestemmingen, kan op eenvoudige wijze de vertaling van toelichting naar ‘gemeentelijk beleid’ en bebouwingen gebruiksvoorschriften worden gevolgd. Het doel van de opgenomen regelingen is steeds duidelijk.
Handhaving binnen het kader van het bestemmingsplan Na het van kracht worden van deze partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan moet toegezien worden op handhaving van de volgende regelingen: • gebruiksvoorschriften voor gronden en opstallen: opgetreden moet worden tegen strijdig gebruik van gronden en opstallen, zoals omschreven in de doeleindenomschrijving en gebruiksvoorschriften voor gronden en opstallen; • de bebouwingsvoorschriften: opgetreden moet worden tegen illegale bouwsels, dat wil zeggen bouwsels die zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning worden gebouwd en afwijken van de bebouwingsregels; • omgevingsvergunningen: opgetreden moet worden tegen werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, die omgevingsvergunning plichtig zijn maar zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd. • de tegenprestatie: Voor de uitbreiding van het bouwvlak is een tegenprestatie van de ondernemers vereist. Middels een privaatrechtelijke overeenkomst dient ervoor gezorgd te worden dat de ondernemers de verplichting hiertoe nakomen. De wijze waarop handhavend zal worden opgetreden (via artikel 125 van de Gemeentewet en/of via afdeling/hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht) is vastgelegd in het handhavingsbeleid van de gemeente Venray. Bij het nemen van handhavingsbesluiten wordt getoetst aan beleidsregels, zoals de handhavingsnota.
Daarnaast is het van belang dat de regelingen uit het bestemmingsplan bekend zijn bij de bewoners en gebruikers van opstallen en gronden. Ruime publicitaire aandacht in het kader van vaststelling en goedkeuring en een actieve opstelling bij vragen en opmerkingen van bewoners en gebruikers dragen daar aan bij.
32
Aanschrijvingen De aanschrijvingen in het kader van het gemeentelijke handhavingsbeleid zullen conform de regelingen uit de bijbehorende beleidsnota worden uitgevoerd.
33
8 Procedure De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: ▪ Vooroverleg met betrokken instanties; ▪ Openbare kennisgeving van het ontwerpbestemmingsplan; ▪ Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; ▪ Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; ▪ Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken; ▪ Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; ▪ Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; ▪ Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de
Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het plan is in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de provincie Limburg en het Waterschap Limburg. De provincie Limburg heeft laten weten dat het plan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Van het waterschap Limburg zijn geen opmerkingen ontvangen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 18 maar 2022 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn geen zienswijzen ingediend bij de gemeente Venray.
34