CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting Herontwikkeling Eindstraat Bontekoestraat

Gemeenteraad 6 juli 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststelling van bestemmingsplan Bontekoestraat Venray19.155 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hoofdstuk 5

50

Slotregel Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze regel bevat de titel van het plan.

Hoofdstuk 5

51

6.

HANDHAVING Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan een sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de planregels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Bewust zijn in het plan geen detailbepalingen opgenomen die – hoewel misschien op zichzelf niet onwenselijk – in de praktijk niet kunnen worden gehandhaafd. In het verlengde daarvan is zoveel mogelijk afgezien van bepalingen die door de bewoners en andere gebruikers als een onnodige beperking van hun vrijheid kunnen worden gevoeld.

Hoe minder knellend de planregels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op de lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien. In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen. Gebruiksregels zijn opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. Het gemeentebestuur draagt de verantwoordelijkheid om toe te zien op de naleving van de opgenomen regels in het bestemmingsplan.

Hoofdstuk 6

52

7.

HAALBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie (Afdeling 6.4 Wro) in werking getreden. In de Grondexploitatiewet is bepaald dat de gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel waarin mogelijkheden voor een bouwplan gecreëerd worden, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd, kan de gemeente afzien van het opstellen van een exploitatieplan. Eveneens is de gemeente niet verplicht een exploitatieplan vast te stellen in bij het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven gevallen waar de verhaalbare kosten uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen, of niet opweegt tegen de bestuurlijke lasten (artikel 6.12, lid 2, aanhef, juncto artikel 6.2, lid 1 Bro). Een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt onder andere aangewezen als een bouwplan betreft voor de bouw van een of meer woningen. Er is in onderhavig geval dus sprake van een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, waardoor een verplichting tot kostenverhaal geldt.

Tussen de initiatiefnemer en de gemeente worden hiertoe een anterieure overeenkomst en een planschadeovereenkomst afgesloten.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Ingevolge artikel 1.3.1. van het Bro dienen Burgemeester en Wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of er een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in artikel 1.3.1. Bro bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12 lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en langs elektronische weg. Inspraak In beginsel dient de wettelijk geregelde procedure met betrekking tot de inspraak gevolgd te worden. Er mag echter een uitzondering worden gemaakt in de Inspraakverordening van de gemeente. Bij algemeen besluit van de gemeenteraad van de gemeente Venray van 4 november 2008 is de Inspraakverordening 2007 aangepast. Hierin is het volgende besloten: 1. er wordt geen inspraak verleend bij bestemmingsplannen, projectbesluiten en structuurvisies;

Hoofdstuk 7

53

2. de bevoegdheid tot het verlenen van inspraak wordt gedelegeerd aan het college van Burgemeester en Wethouders. Mocht een bestemmingsplan toch aanleiding geven om inspraak te verlenen, dan kunnen Burgemeester en Wethouders met het delegatiebesluit (op grond van artikel 156 van de Gemeentewet) alsnog besluiten om inspraak te verlenen op basis van een voorontwerp-plan. Hiervoor kan aanleiding bestaan bij politiek of maatschappelijk gevoelige kwesties. Hiervan is geen sprake bij onderhavig bestemmingsplan. Er wordt dan ook geen mogelijkheid tot inspraak geboden. Wel heeft eenieder de mogelijkheid een zienswijze tegen het ontwerp-plan in te dienen. Vooroverleg Volgens artikel 3.1.1. Bro dient vooroverleg te worden gevoerd met diensten van het Rijk, provincie en het waterschap. Deze instanties kunnen aangeven dat in bepaalde gevallen vooroverleg niet noodzakelijk is. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moeten burgemeester en wethouders, indien niet is aangegeven dat van vooroverleg kan worden afgezien, daarom overleg plegen met het Waterschap, met andere gemeenten wiens belangen bij het plan betrokken zijn en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. In het kader van onderhavig plan zijn geen nationale belangen in het geding. Vooroverleg met de Rijksoverheid is dan ook niet noodzakelijk.

Gezien de ligging binnen het stedelijk gebied en het gestelde in de Interim Belangenstaat van de provincie Limburg zijn er met plan ook geen provinciale belangen gemoeid en is vooroverleg met de provincie dan ook niet noodzakelijk. Overleg met het waterschap is, conform het Toepassingsbereik Watertoets ook niet nodig, aangezien er geen waterschapsbelangen in het geding zijn. Omgevingsdialoog Op 2 november 2020 is op 54 adressen in de Bontekoestraat, de Eindstraat en het Mgr. Goumansplein een brief in de brievenbus gedaan, waarbij het voornemen bekend is gemaakt dat een bouwproject van 16 wooneenheden in voorbereiding is met het verzoek om vragen of opmerkingen te plaatsen en het aanbod om met elkaar daarover in gesprek te gaan. Als informatie is het concept bestemmingsplan in de vorm van een link in de brief opgenomen. Tevens is een plattegrond en schets van de gebouwen meegezonden. Dit heeft geleid tot een drietal gesprekken. De rechter en linker buren van het slopen pand (noordelijk plandeel) en de linkerburen van de nieuwbouw op de huidige parkeerplaats (zuidelijk plandeel).

De gesprekken hebben geleid tot duidelijkheid met betrekking tot de voorgenomen bouwplannen, het omgaan met de belendingen, de afscheidingen van de betrokken terreinen, de hoogte van de bouw, het materiaalgebruik van de bergingen, het parkeren, voorkomen bouwoverlast, voorkomen schade aan gebouwen en de situering van de nutsvoorzieningen (waterleiding).

Hoofdstuk 7

54

De gesprekken hebben in openheid en harmonie plaatsgevonden. Betrokkenen zijn geïnformeerd door middel van een verslag met de mogelijkheid hierop te reageren. Aanvullend is een vraag gekomen om betrokkene te informeren als de woningen op de markt komen, omdat er interesse is een dergelijke woning te huren. Ook heeft een inspreker gemeld dat men het een goed plan vond om dit gebied verder te ontwikkelen met het uitspreken van de zorg voor parkeerplaatsen voor omwonenden. In dit verband is verwezen naar maatwerk en de aanwezigheid van voldoende parkeerplaatsen voor bezoekers van de nieuwe bewoners op acceptabele loopafstand van het plangebied. Ook is gewezen op veiligheidsmaatregelen om het parkeren veilig voor de omgeving te doen plaatsvinden. In zijn algemeenheid geldt dat initiatiefnemers hebben toegezegd de omwonenden voor en tijdens de planvoorbereiding en straks uitvoering van het project zoveel mogelijk op de hoogte te houden. Zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan heeft van 19 maart 2021 tot en met 29 april 2021 ter inzage gelegen. Er zijn twee zienswijzen ontvangen. PM: Zienswijze nota ontbreekt. Hierin zal een afweging gemaakt moeten worden ten aanzien van de ingebracht zienswijzen en het feit dat nu een bouwhoogte van 11 en 8 meter wordt aangehouden voor de betreffende bebouwing.

Hoofdstuk 7

55

8.

PROCEDURE De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit:  Openbare kennisgeving van het ontwerp-bestemmingsplan;  Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan Gedeputeerde Staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten;  Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht;  Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn ingediend;  Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling;  Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden;  Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de

Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Hoofdstuk 8

56

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Historisch bodemonderzoek Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3: Quickscan flora en fauna Bijlage 4: Stikstofdepositieberekening aanlegfase Bijlage 5: Stikstofdepositieberekening gebruiksfase Bijlage 6: Verkennend bodemonderzoek incl. asbest

REGELS

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.BRO.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10146364/1