05 Toelichting Haag 29a en Haag 31 Merselo
Tekst van het document
Bestemmingsplan Haag 29a en 31 Merselo Gemeente Venray
COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Haag 29a en 31 Merselo NL.IMRO.0984.BP23008-va01 Vastgesteld 19 februari 2024 36.90.18
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
Michels Advies b.v.
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:
Dhr. T. Vette Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl
2
Haag 29a en 31 Merselo
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4
5 Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Leeswijzer Het initiatief Huidige situatie Toekomstige situatie Duurzame stedenbouw Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Explosieven Economische uitvoerbaarheid Juridische planbeschrijving Algemeen Wijze van bestemmen Procedure Algemeen Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro Verslag zienswijzen
7 7 7 8 9 9 10 11 13 13 14 15 16 22 22 31 33 34 34 35 36 37 37 37 39 39 39 39 39
Bijlagen bij de toelichting
41
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
43 45 47
Bodemonderzoek Berekening geurbelasting Verslag omgevingsdialoog
Haag 29a en 31 Merselo
3
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
49 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Agrarisch met waarden Wonen Waarde - Archeologie - 2 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
51 51 61 63 63 78 83 85 85 85 85 86 86 87 88 88 88
Bijlagen bij de regels
89
Bijlage 1
91
Verbeelding
4
Staat van bedrijfsactiviteiten
93
Haag 29a en 31 Merselo
Toelichting
Haag 29a en 31 Merselo
5
6
Haag 29a en 31 Merselo
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan
Aan de Haag 29a in Merselo ligt een voormalig agrarisch bedrijf met een bedrijfswoning. In het vigerende bestemmingsplan heeft deze een gekoppeld bouwvlak met het agrarische bedrijf met bedrijfswoning aan de Haag 31. Het bedrijf aan de Haag 29a is niet meer actief, maar de bedrijfswoning wordt nog wel bewoond door een burger. Initiatiefnemer is voornemens om de bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning. Deze ontwikkeling past niet in het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief wel passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Haag 29a en 31 in Merselo, in het buitengebied van de gemeente Venray. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.
Ligging plangebied en de omgeving (bron: openstreetmap.org)
Haag 29a en 31 Merselo
7
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.
8
Haag 29a en 31 Merselo
Hoofdstuk 2
Het initiatief
In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.
2.1
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Venray, iets ten zuidwesten van de kern Merselo. Het plangebied ligt aan de Haag, de weg tussen Merselo en Ysselsteyn. In de omgeving liggen verschillende (agrarische) bedrijven en burgerwoningen in een overwegend open landschap waar enkele wegen worden begeleid door laanbomen. Direct ten oosten van de locatie Haag 29a ligt een transportbedrijf. Het plangebied bestaat uit 2 deellocaties. De hoofdlocatie betreft de noordelijke deellocatie aan de Haag 29a. Van agrarische bedrijfsvoering binnen dit deelgebied is geen sprake meer, de locatie is reeds als woonlocatie in gebruik. Het aan-huis-gebonden bedrijfje dat op locatie gevestigd was, gaat verder op een industrieterrein in de omgeving. De bedrijfswoning en het bijgebouw staan vooraan de Haag. De woning wordt via een eigen inrit ontsloten op deze weg. Achter de woning liggen twee voormalige bedrijfsgebouwen met een gezamenlijk oppervlak van 610 m². Het bedrijfsgedeelte wordt via een eigen onverhard pad ontsloten op de Haag. Binnen de tweede, zuidelijke, deellocatie aan de Haag 31 is een actief bedrijf gevestigd bestaande uit een akkerbouwbedrijf en rundveehouderij. Dit bedrijf maakt onderdeel uit van voorliggend initiatief vanwege de huidige planologische verbinding tussen de agrarische bouwvlakken van de locaties Haag 29a en 31 (zie verder 3.4.9).
Voorliggend bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe bouw- en/of gebruiksmogelijkheden voor de locatie Haag 31. Deze deellocatie maakt daarom geen onderdeel uit van de verdere beoordeling van voorliggend document aan de beleidskaders en uitvoerbaarheidsaspecten.
Haag 29a en 31 Merselo
9
Huidige situatie plangebied (bron: PDOK viewer)
2.2
Toekomstige situatie
Voorliggend plan voorziet in de functieverandering van de huidige agrarische bedrijfslocatie aan de Haag 29a in een woonlocatie. De bestaande bedrijfswoning blijft als zodanig behouden en wordt omgezet naar een burgerwoning. Er komen geen andere woningen bij. De twee agrarische bedrijfsgebouwen blijven op grond van het overgangsrecht behouden. De huidige ruimtelijke scheiding tussen het huidige woongedeelte en de bedrijfsbebouwing wordt planologisch bestendigd via voorliggend plan, zie verder 5.2.
10
Haag 29a en 31 Merselo
Impressie toekomstige situatie (bron: Ruimtelijke Plannen/Michels Advies)
2.3
Duurzame stedenbouw
In een duurzame leefomgeving wordt bewust omgegaan met energie, klimaat, grondstoffen, ruimte, water en groen. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn een logisch moment om de verschillende aspecten van duurzame stedenbouw vanaf het begin in de planvorming mee te nemen. Bouwbesluit Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen. De maat voor energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Voor woningen geldt sinds 2015 een Energie Prestatie Coëfficiënt van 0,4 op gebouwniveau. Vanaf 2020 wordt deze verlaagd richting een coëfficiënt dichter bij de nul. Vanaf 2020 moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan de BENG-eisen. Dit is rijksbeleid, waarbij BENG staat voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen. Naast energieprestatie-eisen voor nieuwbouw gelden er ook eisen bij verbouw en renovatie. Volgens het Bouwbesluit, artikel 5.6 lid 1, geldt voor thermische isolatie het rechtens verkregen niveau, met als ondergrens Rc = 1,4 m2K/W. Voor de luchtvolumestroom geldt het rechtens verkregen niveau. Tevens gelden er voorwaarden voor het toepassen van hernieuwbare energie bij een ingrijpende innovatie (meer dan 25% van de oppervlakte van de gebouwschil). Bij hernieuwbare energie gaat het om duurzame of groene energie die afkomstig is van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld.
Zonnepanelen, een warmtepomp of warmtenet zijn hiervan voorbeelden.
Haag 29a en 31 Merselo
11
Kansen Bij de herinrichting van een perceel en bij nieuwbouw liggen kansen om duurzaamheid te verbeteren. Het energieneutraal maken van een gebouw kan beter bij de bouw dan achteraf. Nieuwbouw biedt de kans om meteen voor een duurzame wijze van verwarming te kiezen, maar ook andere duurzaamheidsaspecten zijn bij nieuwbouw relatief eenvoudig te realiseren, zoals het opwekken van duurzame energie. Het is van belang de kansen voor het opwekken van duurzame energie te benutten om de gestelde toename van duurzaam opgewerkte energie te behalen. Sinds 01-07-2018 moeten nieuwe woningen gasloos worden gebouwd. Daarnaast kan bij de inrichting van de buitenruimte rekening worden gehouden met water- en hittestress. Het aanplanten van groen is goed voor de klimaatbestendigheid, omdat het bijdraagt aan het verminderen van de hittestress en het verbeteren van het watervasthoudend vermogen van het gebied. Tevens zijn op platte daken sedum- of grasdaken mogelijk. Dit is naast wateropvang goed als isolerende maatregel bij extreme temperaturen. Ook overstekken op de juiste plaats kan bijdragen aan minder zonnestraling in huis bij hete zomers. Ook kan er gedacht worden aan het hergebruik van materialen of het gebruik van circulaire isolatiematerialen.
Planspecifiek Voorliggend plan voorziet niet in de oprichting van nieuwe bouwwerken, die in de aanleg of in gebruik een belasting kunnen vormen voor het milieu. Het hemelwater wordt, net als in de huidige situatie, geborgen op eigen terrein.
12
Haag 29a en 31 Merselo
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied.
Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Haag 29a en 31 Merselo
13
Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de NOVI/SVIR en het Barro. Ladder duurzame verstedelijking Jurisprudentie heeft uitgewezen dat ontwikkelingen tot 12 woningen geen stedelijke ontwikkelingen in de zin van de ladder zijn. Voorliggend plan voorziet in het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning waarbij het aantal woningen gelijk blijft en er geen bebouwing wordt toegevoegd. Omdat het plan daarmee ruim onder de gestelde voorwaarde blijft, is verdere toetsing aan de ladder niet nodig. Het plan is passend binnen het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 is de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. In de omgevingsvisie Limburg is de lange termijn visie van de provincie Limburg beschreven. In de visie staat beschreven hoe de provincie richting wil geven aan toekomstbestendige ontwikkeling en hoe daarbij steeds de balans wordt gezocht tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. De provincie geeft met deze visie een doorkijk voor de periode 2021 tot 2030 - 2050. De omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is in een interactief proces met overheden, semi - overheden, belangenvertegenwoordigers, andere partnerorganisaties en inwoners opgesteld. De visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes. Op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt. In de omgevingsvisie staan drie hoofdopgaven centraal: Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; 1. in stedelijk c.q. bebouwd gebied 2. in landelijk gebied Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouw transitie; Klimaatadaptatie en energie transitie. Deze opgaven spelen Limburg-breed, maar de accenten verschillen per gebied en per sector.
Per sector is in de omgevingsvisie aangegeven wat de opgave is voor de sector, welke ambitie de provincie heeft met deze sector en welke keuzes worden gemaakt per sector. Ook voor de sector 'land- en tuinbouw' is op deze manier beschreven welke richting de provincie de komende jaren op wil.
14
Haag 29a en 31 Merselo
3.2.2 Omgevingsverordening Limburg De Omgevingsverordening Limburg voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening Limburg treedt in werking bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Planspecifiek In de Omgevingsverordening Limburg zijn geen direct relevante artikelen opgenomen voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel is opgenomen in de verordening dat onderhavig plangebied gelegen is in de regio NoordLimburg. Voor deze regio geldt dat een ruimtelijke plan niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen, alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Voorliggend plan betreft enkel het herbestemmen van een reeds bestaande bedrijfswoning. Er worden geen nieuwe woningen toegevoegd aan het plangebied. Verdere toetsing is daarom niet nodig. Voorliggend initiatief past binnen het provinciale beleid.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 geeft richting aan het woonbeleid van de regio voor de komende vier jaar. Uitgangspunt daarbij is dat de huidige samenwerking en afstemming tussen verschillende partijen, waaronder corporaties, ontwikkelaars, zorginstellingen etc., wordt voortgezet. Op basis van een analyse over de huishoudensontwikkeling, de link tussen de (toekomstige) bevolkingssamenstelling en de bestaande woningvoorraad en enkele trends en ontwikkelingen zijn er in de visie enkele opgaven geformuleerd die als volgt zijn samen te vatten: Mismatch woningbehoefte en woningvoorraad - Zowel met betrekking tot de bestaande- en nieuwe woningvoorraad. De nieuwbouw die wordt toegevoegd dient toegespitst te worden op de toekomstige woningbehoefte. Hierbij wordt er nog meer dan voorheen gekeken naar de kwalitatieve vraag en het bevorderen van de doorstroming op de regionale woningmarkt. Zoektocht om alle doelgroepen een plek te geven binnen onze woningmarkt - De druk op de sociale huursector neemt toe. Niet alleen in aantallen, ook door een concentratie van mensen die door allerlei oorzaken hun weg maar moeilijk kunnen vinden in onze maatschappij. Dit brengt de druk op de leefbaarheid met zich mee.
Planspecifiek Voorliggend plan betreft het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een reguliere burgerwoning waardoor de woning door een veel bredere doelgroep in gebruik genomen kan worden. Dit komt ten goede aan het kwalitatieve woningaanbod in de regio. Het plan sluit daarmee aan op onder andere de opgave uit de woonvisie om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Het plan is passend binnen de 'Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024'.
Haag 29a en 31 Merselo
15
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop' Op 27 juni 2019 is de Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop' vastgesteld. In deze visie heeft de gemeente Venray haar ambities opgesteld voor de ontwikkeling van de gemeente tot 2030. Deze visie vervangt de Strategische visie 2020 en de nota 'Venray, stad in de Peel (2025)'. De toekomstvisie geeft de gemeente een koers voor het omgaan met nieuwe trends en ontwikkelingen in de gemeente, zowel binnen de gemeenschap van Venray als in de regio. Belangrijke thema's uit de vorige strategische visie worden doorgezet in deze visie. 'Venray loopt voorop' heeft aandacht voor burgerparticipatie, de rol van de overheid, en regionale samenwerking, met name op het gebied van onderwijs, bedrijfsleven en in de naaste omgeving van inwoners. Hiermee speelt de toekomstvisie in op de nieuwe Omgevingswet. Daarnaast is er veel aandacht voor de kwalitatieve ontwikkeling van onder meer de leefomgeving. De uitdaging daarbij is om de ruimtelijke kwaliteit zowel in de stad, op het platteland als in de natuur op een hoog niveau te houden. De gemeente Venray heeft voor de komende tien jaar de volgende vijf ambities geformuleerd.
In het Venray van 2030: zijn inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen met elkaar verbonden; woon je groen en sociaal; zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu, voor nieuwe economische kansen; stroomt kennis, creativiteit en vernieuwing; is iedereen mobiel. Planspecifiek Met voorliggend plan wordt de bedrijfswoning aan de Haag 29a omgezet in een burgerwoning. Door de planologische situatie van het woonperceel aan te laten sluiten bij het feitelijk gebruik vindt op de locatie een kwaliteitsverbetering plaats. Met het plan blijft het mogelijk om op een groene locatie in het buitengebied van Venray te blijven wonen. Daarmee sluit het plan aan op de ambitie 'In het Venray van 2030 woon je groen en sociaal'. Het initiatief past binnen de Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop'. 3.4.2 Omgevingsvisie Venray Op 2 november 2021 heeft de gemeente Venray de 'Omgevingsvisie Venray' vastgesteld. In de Omgevingsvisie gaat de gemeente in op de grote uitdagingen van de aankomende tijd en geeft de gemeente aan waar het naar toe wil in de toekomst. De Omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop'. De Omgevingsvisie is tot stand gekomen in samenwerking met inwoners, ondernemers en verenigingen uit de gemeente Venray. De volgende vijf ambities zijn geformuleerd: 1.
Groen wonen voor iedereen. 2. Een gezond Venray heeft de toekomst. 3. Venray bloeit, bruist en boeit. 4. Natuurlijk Venray! 5. Ambities in regionaal perspectief. Verder geeft de gemeente aan dat het de belangrijkste waarden (Erfgoed, Landschap, Natuur en Groen, Water en bodem en Stedenbouwkundig kader) wil beschermen en versterken. Daarbij wordt er rekening gehouden met klimaatverandering, de energietransitie en de woningbouw om het woningtekort op te lossen.
16
Haag 29a en 31 Merselo
Planspecifiek Het plan voorziet in een wijziging van de agrarische bestemming in een woonbestemming. Door deze wijziging wordt wonen op de locatie in het buitengebied ook mogelijk zonder het uitoefenen van een agrarisch bedrijf. Het levert daarmee een bijdrage aan de ambitie groen wonen voor iedereen mogelijk te maken. Daarnaast vinden er geen ruimtelijke ingrepen plaats, waardoor de belangrijkste waarden van het gebied in stand worden gehouden. Het plan is passend binnen de Omgevingsvisie Venray. 3.4.3 Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011 - Borging Kwaliteitsmenu Op 20 december 2011 heeft de gemeente Venray de 'Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011' vastgesteld. Uitgangspunt van deze visie is dat ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden aangegrepen om de ruimtelijke kwaliteit van een gebied te verbeteren. Het doel daarbij is om bestaande (groene) kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te verbeteren, zowel in het buitengebied als in het stedelijk gebied. Limburgs Kwaliteitsmenu Onderdeel van onderhavige structuurvisie is ook de implementatie van het Limburgse Kwaliteitsmenu. Het Limburgs kwaliteitsmenu (verder te noemen LKM) is door Gedeputeerde Staten op 12 januari 2010 vastgesteld. Vanaf 1 januari 2012 zijn Limburgse gemeenten zelf verantwoordelijk voor de advisering over plannen binnen de werkingssfeer van het LKM.
Grondprincipe van dit kwaliteitsmenu is, dat bepaalde ontwikkelingen in het buitengebied ter plaatse leiden tot verlies aan omgevingskwaliteit, hetgeen dient te worden gecompenseerd door een kwaliteitsbijdrage. Deze bijdrage wordt ingezet om de omgevingskwaliteit te versterken. Planspecifiek Met voorliggend plan treden vinden geen ruimtelijke wijzigingen in het plangebied op. Een verlies aan omgevingskwaliteit wordt daarom niet voorzien. Een bijdrage om de omgevingskwaliteit te versterken is niet noodzakelijk. Hiermee is voldaan aan het Limburgs Kwaliteitsmenu. 3.4.4 Visie Veehouderij Venray 2018 Op 30 januari 2018 heeft de gemeenteraad van Venray de 'Visie veehouderij Venray 2018' vastgesteld. In de visie is het beleid van de gemeente Venray uiteengezet dat moet bijdragen aan een balans tussen de ontwikkelingsruimte voor de veehouderijen en de bescherming van een goed woon- en leefklimaat voor de inwoners. In delen van het buitengebied en in enkele dorpskernen wordt door inwoners van de gemeente hinder ervaren door veehouderijen uit de omgeving. De hinder heeft voornamelijk betrekking op geuroverlast maar ook transport, vliegen en geluid dragen bij aan de hinder. In het gemeentelijke beleidsstuk ''Veehouderij en gezondheid omwonenden'' uit 2015 is er ook extra aandacht voor de gezondheid van inwoners.
De gemeente wil dat de emissies (geur, ammoniak, fijn stof en endotoxinen) voldoende snel afnemen en het aantal overlastlocaties snel daalt. Dat betekent dat nieuwe overlast moet worden voorkomen en dat ontwikkeling gepaard moet gaan met een verbetering. Planspecifiek Voorliggend plan zet een bestaande agrarische bedrijfslocatie om naar een woonlocatie. In de toekomstige situatie is het bedrijfsmatig houden van dieren niet meer toegestaan. Van nadelige milieuhinder, waaronder geurhinder, op de omgeving is dan ook geen sprake meer. Daarmee komt het plan tegemoet aan de doelstellingen uit de Visie Veehouderij Venray 2018.
Haag 29a en 31 Merselo
17
3.4.5 Wederzijds vertrouwen, Welstandsnota 2013 gemeente Venray In de nota 'Wederzijds vertrouwen, Welstandsnota 2013 gemeente Venray, 2e herziening 2018' past de gemeente Venray een differentiatie in welstandstoezicht toe. Het welstandsbeleid wordt in de eerste plaats gedifferentieerd naar de specifieke situatie in wijken, buurten of gebieden en naar de plaats van een bouwwerk op het erf. Dit betekent dat minder beeldbepalende gebieden (waaronder grote delen van Venray, de kerkdorpen en bedrijventerreinen) preventief worden getoetst door een ambtenaar. Voor nieuwe hoofdgebouwen, monumenten en plannen die niet passend zijn binnen het bestemmingsplan wordt de toetsing uitgevoerd door de welstandscommissie (in Venray het Adviesbureau Ruimtelijke Kwaliteit). Planspecifiek Voorliggend initiatief maakt de oprichting van nieuwe woningen niet mogelijk. Het ARK (Adviesbureau Ruimtelijke Kwaliteit) zal het initiatief daarom niet toetsen aan de welstandsnota. Wel wordt het plan ambtelijk getoetst. De woning aan de Haag 29a is reeds bestaand en passend in de omgeving. De nota 'Wederzijds vertrouwen, Welstandsnota 2013 gemeente Venray' staat het initiatief niet in de weg.
3.4.6 Toetssteen Openbare Ruimte De Toetssteen Openbare Ruimte, heeft betrekking op de (toekomstige) openbare ruimte, geen gebouw zijnde, welke beheerd wordt door de beheerders van de afdeling Openbare Ruimte van de gemeente Venray. De Toetssteen Openbare Ruimte heeft als doel het waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte van de gemeente Venray. Het begrip kwaliteit kan worden opgedeeld in: 1. Technisch-functionele kwaliteit; 2. Sociaal-maatschappelijke kwaliteit. De Toetssteen beschrijft de uitgangspunten, randvoorwaarden, ontwerpeisen etc. waaraan bouwplannen in de openbare ruimte minimaal dienen te voldoen. Verder verschaft de Toetssteen inzicht in de toetsingsprocedure van de gemeente. Het meenemen van de uitgangspunten, randvoorwaarden en ontwerpeisen van al de betrokken vakdisciplines in een vroeg stadium zal resulteren in een meer integraal ontwerp. Met deze werkwijze kan op de lange termijn integraal ontworpen openbare ruimte kostenefficiënter worden beheerd en kan deze door keuzes als flexibiliteit en aanpasbaarheid blijven voorzien in de behoeften van de maatschappij. Ook zal het beoordelingstraject van een bouwplan efficiënter verlopen. Het waarborgen dat wordt voldaan aan de verschillende kwaliteitseisen van de gemeente bestaat uit twee stappen, te weten: 1. Aanleveren Toetssteen. 2. Controle op toepassing Toetssteen in de plannen.
Planspecifiek Voorliggend initiatief voorziet enkel in ontwikkelingen binnen privaat terrein, waardoor de Toetssteen Openbare Ruimte met betrekking tot dit plan alleen voor het onderdeel 'Verkeer' relevant is. In paragraaf 4.4 is gemotiveerd dat binnen eigen terrein voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn in lijn met de parkeernormen uit de 'Beleidsnota Parkeernormen Venray'. Daarmee is geborgd dat parkeren als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied binnen eigen terrein dient plaats te vinden en de parkeerdruk op de openbare ruimte door dit initiatief niet toeneemt. De toekomstige burgerwoning blijft op de huidige wijze ontsloten op de Haag. Hiermee is voldaan aan de Toetssteen Openbare Ruimte van de gemeente Venray.
18
Haag 29a en 31 Merselo
3.4.7 Omgevingsprogramma Wonen & Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 In februari 2022 heeft de gemeenteraad van Venray het Omgevingsprogramma Wonen en de Uitvoeringsagenda Wonen 2022 vastgesteld. In het Omgevingsprogramma is een aantal instrumenten benoemd die kunnen bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van het Omgevingsprogramma. De Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 (vastgesteld op 13 december 2022) is een van die instrumenten. In het Omgevingsprogramma Wonen is vastgelegd dat van de 1.500 woningen die de komende 10 jaar gerealiseerd worden voor minimaal 50% in het betaalbare segment gerealiseerd worden. Met de doelgroepenverordening kan publiekrechtelijk worden geregeld dat er voldoende woningen in het sociale en betaalbare segment worden gerealiseerd in nieuwe woningbouwontwikkelingen. Tevens wordt geregeld dat deze woningen ook langjarig beschikbaar blijven voor de betreffende doelgroepen. Met de doelgroepenverordening neemt de gemeente meer regie op de bouw en het beschikbaar houden van woningen in het sociale en betaalbare segment. De doelgroepenverordening is alleen van toepassing bij nieuwbouw van 12 of meer woningen en regelt niet de toewijzing van woningen. Planspecifiek Met het omzetten van de bedrijfswoning naar burgerwoning wordt een woning toegevoegd aan de reguliere woningvoorraad binnen de gemeente Venray.
De woning komt daarmee beschikbaar voor een bredere doelgroep. Het initiatief levert voorziet daarmee in een bijdrage aan voldoende woningen ten aanzien van de in het Omgevingsprogramma gestelde woonbehoefte. Voorliggend plan voorziet niet in het toevoegen van nieuwe woningen binnen het plangebied. De gestelde voorwaarde van 12 of meer nieuwe woningen wordt niet overschreden. De doelgroepenverordening is hiermee niet van toepassing op voorliggend plan. De Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 staat het plan niet in de weg. 3.4.8 Ruimtelijk KwaliteitsKader In november 2021 is de Omgevingsvisie Venray vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat bij de uitvoering en monitoring opgenomen dat een Ruimtelijk KwaliteitsKader voor het hele gemeentelijke grondgebied opgesteld wordt. In de Omgevingsvisie wordt ook een beschrijving van de waarden gegeven. Het betreft de waarden: Erfgoed, Landschap, Natuur en groen, Water en bodem en Stedenbouwkundig kader (alleen voor de kern Venray) Deze waarden vormen gezamenlijk de basis voor de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. Door de ruimtelijke kwaliteit van Venray te beschermen en te versterken wordt aangesloten bij het motto van de Omgevingswet ‘Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. Het opgestelde Ruimtelijk KwaliteitsKader geldt zowel voor het landelijk als voor het stedelijk gebied.
Hierin wordt de ruimtelijke kwaliteit vastgelegd in de vorm van kenmerken en streefbeelden. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt getoetst aan het Ruimtelijk KwaliteitsKader waarin wordt vastgelegd welke kwaliteiten belangrijk zijn om te behouden en welke ontwikkelingen waar gewenst zijn. Het Ruimtelijk KwaliteitsKader vormt ook een inspiratiedocument voor initiatiefnemers en bevat aanbevelingen die helpen om een initiatief zo goed mogelijk in te passen rekening houdend met de omringende waarden.
Haag 29a en 31 Merselo
19
Planspecifiek Het plangebied bevindt zich binnen het deelgebied 'Esgronden'. Kenmerken van dit gebied betreffen: Kleinschalige verkaveling en bebouwing langs de historische wegen Veelal kleine verkavelingen in diverse richtingen, vooral op de flanken van de essen en aan historische wegen. De essen om Leunen zijn aan de binnenzijde van de randweg bebouwd, elders aan de buitenzijde. Akkerbouw op de es, vollegrond tuinbouw Voorliggend plan voorziet niet in ruimtelijke ingrepen. Het plan heeft geen gevolgen met betrekking tot de uitstraling van het landschap, het erf of bebouwing. Het plan is daarmee passend binnen het RKK. 3.4.9 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Venray 2010' (vastgesteld op 14 december 2010) en de meest recente herziening 'Buitengebied Venray 2010, herziening regels' (vastgesteld op 20 september 2017) door de gemeente Venray. Daarnaast geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Venray, Herziening regels Ruimtelijk KwaliteitsKader' (vastgesteld op 31 oktober 2023). Navolgende afbeelding geeft een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weer:
Uitsnede vigerende bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
20
Haag 29a en 31 Merselo
Op de afbeelding is te zien dat ter hoogte van het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden' geldt. Tevens is over het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' van toepassing. Binnen het plangebied zijn twee bouwvlakken opgenomen, die in relatie met elkaar staan. De bouwvlakken hebben de functieaanduiding 'agrarisch bedrijf'. Per bouwvlak is tevens de aanduiding 'bedrijfswoning' aanwezig. Het plangebied kent de gebiedsaanduidingen 'luchtvaartverkeerzone', 'reconstructiewetzone verwevingsgebied' en 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied'. Strijdigheid met geldend bestemmingsplan Binnen het geldende bestemmingsplan is een burgerwoning niet toegestaan. Het omzetten van de bedrijfswoning naar burgerwoning is daarmee in strijd met het vigerende plan.
Haag 29a en 31 Merselo
21
Hoofdstuk 4
Uitvoerbaarheid
De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.
4.1
Milieu
4.1.1 Bodem Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Bij een functiewijziging zal in veel gevallen een specifiek bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Planspecifiek Voorliggend plan voorziet in het omzetten van een bedrijfswoning naar burgerwoning. Hiervoor is bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 1. De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geschikt is voor het bestaande en toekomstige gebruik. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem. 4.1.2 Lucht De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' is het van belang te bepalen wat de bijdrage van het plan is aan die luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit ter plaatse In de Wet milieubeheer zijn normen opgenomen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens. De twee belangrijkste stoffen zijn PM10 en PM2,5 (fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide). Voor grenswaarde van PM10 en NOx bedraagt 40 µg/m3, van PM2,5 is dat 25 µg/m3.
Bijdrage aan luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. De Wet maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt.
22
Haag 29a en 31 Merselo
Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool. Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit metingen van het dichtstbijgelegen rekenpunt 65343 (aan de Deurneseweg, ten zuiden van het plangebied) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen:
Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2020 (µg/m3) Grenswaarde concentratie (µg/m3)
NO2 (stikstofdioxide) 16,8 µg/m3
PM10 (fijnstof) 17,7µg/m3
PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 9,5µg/m3
40 µg/m3
40 µg/m3
25 µg/m3
De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief (omzetten van bedrijfswoning naar burgerwoning) van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%), gelijk aan 1.500 woningen). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. 4.1.3 Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd: woningen; geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven; geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen.
Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Planspecifiek Voorliggend initiatief voorziet niet in de oprichting van nieuwe geluidsgevoelige objecten. De bestaande woning Haag 29a blijft op de bestaande plek behouden en is reeds een geluidsgevoelig object in de zin van de Wet geluidhinder. Het omzetten van de bedrijfswoning in een burgerwoning zorgt dan ook niet voor het toevoegen van een geluidsgevoelige functie binnen het gebied. Via een bouwvlak op de verbeelding is geborgd dat in geval van herbouw een nieuwe woning niet dichter op de weg kan worden gepositioneerd. In de omgeving van het plangebied zijn geen industrieterreinen en/of spoorwegen gelegen. Geluidhinder van deze geluidbronnen kan op voorhand worden uitgesloten.
Haag 29a en 31 Merselo
23
Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid. 4.1.4 Geur Wet Geurhinder en veehouderij. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor milieuvergunningen als het gaat om geurhinder van veehouderijen met landbouwhuisdieren. De Wgv maakt onderscheid in dieren met en dieren zonder een vastgestelde geuremissiefactor. Voor de eerste soort wordt de geurbelasting bij geurgevoelige objecten berekend op basis van de omvang en kenmerken van het bedrijf, voor de tweede (ook wel bekend onder de term 'vaste afstandsdieren') gelden minimumafstanden tot geurgevoelige objecten. De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) bepaalt in bijlage 1 voor welke dieren geuremissies zijn vastgelegd. Voor dieren met een geuremissie is per diercategorie per stalsysteem een geuremissiefactor vastgesteld. Als het (beoogde) veehouderijbedrijf niet in de regeling wordt genoemd betreft het ‘vaste afstandsdieren’. Op grond van artikel 3 lid 1 van de Wgv gelden de volgende geurnormen ten behoeve van vergunningverlening voor dieren met een geuremissiefactor: Geurgevoelig object gelegen in: Maximaal toegestane geurbelasting (odourunits per m³ lucht)
Concentratiegebied binnen bebouwde kom Concentratiegebied buiten bebouwde kom Niet-concentratiegebied binnen bebouwde kom Niet-concentratiegebied buiten bebouwde kom
3,0 ouE/m³ 14,0 ouE/m³ 2,0 ouE/m³ 8,0 ouE/m³
Tabel A, normen voorgrondbelasting Wet geurhinder en veehouderij
Als het een veehouderijbedrijf is met dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgelegd gelden de volgende eisen: binnen de bebouwde kom geldt een afstand van 100 meter; buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 50 meter. Deze afstanden worden gemeten als kortste afstand tussen een emissiepunt en de buitenzijde van het geurgevoelige object. Tot slot geldt voor zowel dieren met als voor dieren zonder een geuremissiefactor altijd een minimumafstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object. Dit is 50 meter binnen de bebouwde kom en 25 meter buiten de bebouwde kom. De minimumafstanden gelden niet voor ruimte-voor-ruimtewoningen (en soortgelijke geurgevoelige objecten). De Wet geurhinder en veehouderij kent een omgekeerde werking. Dat wil zeggen dat ook bij plannen die woningbouwlocaties of andere geurgevoelige functies mogelijk maken moet worden getoetst aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij. Bij ruimtelijke ordeningsplannen moet daarnaast worden beoordeeld of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
In de Wet geurhinder en veehouderij is ook geregeld dat een woning die op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een veehouderij, qua geur daarna nog steeds (bij de beoordeling van een aanvraag van een veehouderij in die omgeving) beschouwd dient te worden als een woning bij een veehouderij.
24
Haag 29a en 31 Merselo
Geurverordening gemeente Venray. De gemeenteraad van de gemeente Venray en de gemeenteraad van de voormalige gemeente MeerloWanssum hebben een Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld. Nadien heeft de gemeente Venray haar verordening nog aangepast in die zin dat voor een viertal locaties de geurnorm gewijzigd is. In deze verordeningen (inclusief de wijziging van de gemeente Venray) wordt afgeweken van de wettelijke normen uit de Wgv. Beide geurverordeningen zijn inmiddels samengevoegd tot één verordening waarbij de uitgangspunten ongewijzigd zijn gebleven. De normen uit deze samengevoegde verordening zijn: Gebied: Maximaal toegestane geurbelasting (odourunits per m³ lucht)
Zoekgebieden woningbouw Zoekgebieden woningbouw en bedrijventerreinen Vakantiepark de Witte Vennen, clustering TBS/Pascalis/Dichterbij Bedrijfsterreinen Plangebied Burgemeester Ponjéestraat in Wanssum Voor de bestaande woongebieden in Wanssum Voor de bestaande woongebieden van Venray, Leunen, Smakt, Vredepeel, Ysselsteyn, Oostrum, Merselo, Castenray, Oirlo, Veulen, Blitterswijck en Geijsteren. Buitengebied Timmermannsweg 13 Ysselsteyn, Ringweg 33a Ysselsteyn, Pater Tulpstraat 24 Ysselsteyn, Horsterweg 70/70a/70b Castenray
8,0 ouE/m³ 8,0 ouE/m³ 8,0 ouE/m³ 8,0 ouE/m³ 7,0 ouE/m³ 2,50 ouE/m³ 3,0 ouE/m³
14,0 ouE/m³ 8,0 ouE/m³
Tabel B, normen voorgrondbelasting Verordening geurhinder en veehouderij
Op de 'Kaart behorende bij Aanpassing verordening geurhinder en veehouderij van de gemeente Venray september 2009' is per deelgebied ingetekend wat de normstelling is. In de gebiedsvisie behorende bij de geurverordening is geen specifieke definitie of uitwerking opgenomen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wél is aangegeven dat de afwijkende normering uit de geurverordening niet mag leiden tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Aanvulling op de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Venray. In de ‘Aanvulling op de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Venray’ heeft de gemeente Venray vastgelegd wat wordt verstaan onder een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij het opstellen van deze aanvulling op de gebiedsvisie en het vastleggen van de normen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heeft de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij (Infomil 2007) als basis gediend. In onderstaande tabel is de maximale waarde van de voor- en achtergrondbelasting weergegeven waarbij volgens de gemeente Venray nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Gebied Bestaande woongebieden Venray, Oostrum, Smakt, Geijsteren, Blitterswijck en Wanssum Bestaande woongebieden Ysselsteyn, Veulen, Castenray, Oirlo, Leunen, Heide en Merselo
Haag 29a en 31 Merselo
Maximale belasting (odourunits per m³ lucht) Achtergrond Voorgrond 13,0 ouE/m³ 6,5 ouE/m³ 20,0 ouE/m³
6,5 ouE/m³
25
Zoekgebied woningbouw Wanssum Overige zoekgebieden woningbouw en bedrijventerreinen Vakantiepark de ‘Witte Vennen’ en de Clustering TBS/Pascalis/Dichterbij’ Buitengebied
13,0 ouE/m³ 20,0 ouE/m³ 13,0 ouE/m³
7,0 ouE/m³ 8,0 ouE/m³ 7,0 ouE/m³
20,0 ouE/m³
14,0 ouE/m³
Tabel C, maximale waarden voor- en achtergrondbelasting
Planspecifiek Voorgrondbelasting De gemeente Venray heeft een kaart (situatie december 2022) gemaakt met de geurhindercontouren 3 ouE/m³, 8 ouE/m³ en 14 ouE/m³ van alle veehouderijbedrijven in Venray. Ook zijn de vaste afstand contouren van 50m en 100m weergegeven voor bedrijven met ‘vaste afstandsdieren’. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van deze kaart.
Uitsnede 'indicatieve geurhindercontouren 3 ou, 8 ou en 14 ou' (bron: gemeente Venray)
In de 'Aanvulling op de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Venray' heeft de gemeente bepaald dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het buitengebied als de maximale waarde voorgrondbelasting niet meer bedraagt dan 14 ouE/m³. Op grond van het gemeentelijk beleid is er daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning. Omdat de kaart indicatief is, en om daadwerkelijk vast te stellen of ten aanzien van de veehouderij wel sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, is daarom een extra berekening uitgevoerd van de voorgrondgeurbelasting met het programma V-stacks vergunning (zie bijlage 2). Ten aanzien van de voorgrondbelasting is een berekening gemaakt van de bedrijven Haag 23/23a, Haag 31 en Haag 37. De hoogste voorgrondbelasting in het plangebied bedraagt 10,5 ouE. Hiermee wordt bevestigd dat wordt voldaan aan de gemeentelijke geurnormen ten aanzien van voorgrondbelasting.
26
Haag 29a en 31 Merselo
Achtergrondbelasting De gemeente Venray heeft een kaart (situatie december 2022) gemaakt van de indicatieve achtergrondbelasting, veroorzaakt door al die veehouderijen. Navolgende afbeelding toont de uitsnede van deze kaart. De woning aan de Haag 29a ligt binnen een gebied dat is gekwalificeerd als 'redelijk goed' waarbij de achtergrondbelasting kan variëren tussen de 7.5 en 13.1 ouE. De achtergrondbelasting blijft ruim onder de maximale belasting van 20 ouE. Op grond van de gemeentelijke gebiedsvisie volgt dat ook vanuit achtergrondbelasting sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Uitsnede 'kaart Beoordeling leefklimaat op basis van de indicatieve achtergrondbelasting ten aanzien van geurhinder' (bron: gemeente Venray)
Omdat de kaart indicatief is, en om daadwerkelijk vast te stellen of er wel sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, is een extra berekening uitgevoerd van de achtergrondgeurbelasting met het programma V-stacks gebied (zie bijlage 2). Hieruit volgt dat de hoogste waarde ten aanzien van achtergrondbelasting 11,7 ouE bedraagt. Hiermee wordt bevestigd dat wordt voldaan aan de gemeentelijke geurnormen ten aanzien van de achtergrondbelasting Ontwikkelingsmogelijkheden bestaande veehouderijen De relevante woning aan de Haag 29a betreft een woning die tot een veehouderij behoorde. Woningen die op of na 19 maart 2000 van woning bij een veehouderij zijn omgezet naar burgerwoningen worden na de omzetting nog altijd beschouwd als een woning bij een veehouderij (bij de beoordeling van een aanvraag van een veehouderij in de omgeving). Voorliggend initiatief voorziet daarmee niet in een belemmering van de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen in de omgeving. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot geur.
Haag 29a en 31 Merselo
27
4.1.5 Milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven.
Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. In- en uitwaartse zonering Uitwaartse zonering gaat uit van de milieubelastende functie (een bedrijf of bedrijventerrein) met als doel milieugevoelige functies uit de omgeving te weren. Bij inwaartse zonering wordt vanuit de milieugevoelige functie (bijvoorbeeld een woongebied) een bufferzone gecreëerd. Planspecifiek De woning aan Haag 29a is in de bestaande situatie een milieugevoelig object voor bedrijfsactiviteiten anders dan de bedrijfsactiviteiten van het eigen bedrijf. Deze woning en bedrijven uit de omgeving dienen in de bestaande situatie al rekening met elkaar te houden. Via een bouwvlak op de verbeelding van voorliggend plan is geborgd dat de woning ook bij eventuele herbouw niet dichter bij bestaande bedrijven opgericht kan worden. Er blijft in de toekomstige situatie sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en bedrijven en inrichtingen worden ook niet (verder) belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden. Voorliggend initiatief voorziet in het verwijderen van de agrarische bedrijfsmogelijkheden aan Haag 29a.
De oprichting van een nieuw bedrijf is in de toekomstige situatie niet meer mogelijk en de locatie 29a zorgt daarmee ook niet meer voor een milieueffect op de omgeving. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect milieuzonering. 4.1.6 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen.
28
Haag 29a en 31 Merselo
De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, kampeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn. Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandscontouren tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 per jaar (de kans dat per jaar 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof mag niet groter zijn dan 1 op een miljoen). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers.
Bij de berekening van het groepsrisico spelen mee de aard en hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen en het aantal potentiële slachtoffers. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de PR en/of de invloedsgebieden van het GR. Binnen de 10-6-contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan. Planspecifiek Via de website atlasleefomgeving.nl kan voor de locatie worden vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en / of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van de externe veiligheid van belang zijn. Bijgevoegd een screenshot van die website. Hierop is het plangebied globaal aangegeven met de blauwe cirkel.
Haag 29a en 31 Merselo
29
Uitsnede risicokaart (bron: atlasleefomgeving.nl)
Uit voorgaande kaart is op te maken dat het plangebied niet binnen het invloedsgebied van de basisnetroutes voor gevaarlijke stoffen over water, weg of spoor ligt. Ook ligt het niet binnen het invloedsgebied van een inrichting die onder het Bevi valt. Het plangebied ligt tevens niet binnen de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen. Op de kaart is zichtbaar dat op circa 1100 m van het plangebied buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen gelegen zijn. Dit betreft aardgasleidingen, waarvoor een plaatsgebonden risico (10 -6-contour) geldt. Deze is met de stippellijn aangegeven op de kaart. Het plangebied ligt hier ruimschoots buiten. De leidingen leveren geen belemmering op voor voorliggend plan. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot externe veiligheid.
30
Haag 29a en 31 Merselo
4.1.7 Milieueffectrapportage Voor activiteiten die belangrijke milieugevolgen kunnen hebben, is het verplicht een milieueffectrapportage (m.e.r.) uit te voeren en een Milieu Effect Rapport (MER) te maken. Hiermee krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. De m.e.r. onderzoekt de milieugevolgen van een plan of een besluit en (milieuvriendelijker) alternatieven. Een plan of besluit is m.e.r.-plichtig in een van de volgende situaties: in het Besluit milieueffectrapportage, artikel 7.4 bijlagen C en D zijn activiteiten aangewezen waarvoor direct een m.e.r.-plicht geldt; een m.e.r.-plicht kan volgen uit een passende beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming; op grond van de provinciale milieuverordening kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen waarvoor een m.e.r.-plicht geldt. M.e.r.-beoordeling Een aantal activiteiten op kleinere schaal zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig als een indicatieve drempelwaarde uit bijlage D wordt overschreden. Ook als de drempelwaarden niet worden overschreven kan in overleg worden bekeken of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling, omdat er mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden.
Er kunnen twee uitkomsten zijn: als de conclusie is dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden hoeft er geen m.e.r.procedure te worden doorlopen. Dit wordt in het betreffende plan of besluit gemotiveerd en moet ook formeel bekend worden gemaakt door het bevoegd gezag; als belangrijke nadelige milieugevolgen niet uitgesloten kunnen worden, moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Planspecifiek Het onderhavige plan behelst enkel het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning en blijft daarmee (ver) onder de drempel van 2000 woningen. Daarom kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voorliggend bestemmingsplan is die vormvrije m.e.r.-beoordeling omdat in het kader van dit bestemmingsplan de belangrijkste milieuaspecten in beeld zijn gebracht. In lijn met 'Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten' wordt in Hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing ingegaan op de kenmerken van de activiteit en de locatie van de activiteit. In hoofdstuk 4 wordt de aard en omvang van de milieueffecten beschreven. Hieruit is niet gebleken dat er sprake is van een ontwikkeling welke een forse invloed heeft op het milieu in de omgeving. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.
Hetgeen beschreven wordt in deze ruimtelijke onderbouwing geeft voldoende inzicht op de milieu gevolgen om een gewogen besluit omtrent dit plan te nemen. Verder onderzoek in het kader van het Besluit milieueffectrapportage is niet nodig: het plan is niet mer-plichtig.
4.2
Water
Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd:
Haag 29a en 31 Merselo
31
vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien nodig wordt overtollig water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen niet meer mogelijk is wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.
Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten.