CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Regels vastgesteld compleet

Gemeenteraad 28 september 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Oude Heerweg 7-11 Blitterswijck.8.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PLANREGELS

INHOUDSOPGAVE 1.

2

3.

INLEIDENDE REGELS .......................................................................................................................................2 Artikel 1

Begrippen .............................................................................................................................................................................................. 2

Artikel 2

Wijze van meten ................................................................................................................................................................................ 9

BESTEMMINGSREGELS ................................................................................................................................ 10 Artikel 3

Wonen ................................................................................................................................................................................................ 10

Artikel 4

Waarde - Archeologie 2 ............................................................................................................................................................. 14

Artikel 5

Waarde - Archeologie 4 ............................................................................................................................................................. 16

ALGEMENE REGELS ...................................................................................................................................... 18 Artikel 6

Anti-dubbeltelbepaling .................................................................................................................................................................. 18

Artikel 7

Algemene bouwregels .................................................................................................................................................................. 19

Artikel 8

Algemene gebruiksregels ............................................................................................................................................................ 20

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels .......................................................................................................................................................... 21

Artikel 10 Algemene wijzigingsregels........................................................................................................................................................... 22 Artikel 11 Algemene procedureregels........................................................................................................................................................ 23 Artikel 12 Overige regels .................................................................................................................................................................................. 24 4.

OVERGANGS- EN SLOTREGELS ............................................................................................................... 25 Artikel 13 Overgangsrecht ............................................................................................................................................................................... 25 Artikel 14 Slotregel .............................................................................................................................................................................................. 26

BIJLAGEN Bijlage 1: Staat van Bedrijfsactiviteiten Blitterswijck

Vastgesteld

1

1. INLEIDENDE REGELS

Artikel 1

Begrippen

In deze planregels wordt verstaan onder: 1.1 Plan Het bestemmingsplan “Oude Heerweg 7-11 Blitterswijck” van de gemeente Venray. 1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0984.BP21011-va01 met de bijbehorende regels. 1.3 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 Aanduidingsgrens Grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 Aaneengebouwde woning Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van minimaal drie woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar gebouwd/verbonden zijn. 1.6 Activiteit Activiteit als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid Wabo. 1.7 Archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden 1.8 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.9 Bebouwingspercentage Een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd.

1.10 Bed & breakfast Het bieden van de mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf met ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben door de eigenaar of hoofdbewoner van de desbetreffende woning. 1.11 Bedrijf Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, beroep aan huis niet daaronder begrepen.

Vastgesteld

2

1.12 Bedrijf aan huis Het beroepsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot het beroep aan huis, gericht op consumentenverzorging geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk en waarbij de omvang van de activiteiten zodanig is dat als deze in een woning en bijgebouwen wordt uitgeoefend de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.13 Begane grond De natuurlijke oppervlakte van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging, alsmede dat gedeelte van een gebouw dat met die oppervlakte gelijk is. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aangrenzend maaiveld. 1.14 Beroep aan huis De uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied dat door zijn beperkte omvang in een woning en bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van prostitutie. 1.15 Besluit omgevingsrecht Besluit van 25 maart 2010, houdende regels ter uitvoering van de Wabo. 1.16 Bestaand Ten tijde van de inwerkingtreding van het plan aanwezig. 1.17 Bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.18 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.19 Bevoegd gezag Bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wabo. 1.20 Bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.21 Bijgebouw Een aangebouwd of vrijstaand gebouw of ander bouwwerk met een dak die door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw, die in architectonisch opzicht ondergeschikt zijn en functioneel dienstbaar aan dit hoofdgebouw. Een bijgebouw is een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in de Wabo. 1.22 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.23 Bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.24 Bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond. Vastgesteld

3

1.25 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.26 Bouwperceelgrens De grens van een bouwperceel. 1.27 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.28 Bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.29 Carport Een overkapping van lichte constructie, bestemd om te dienen als overdekte stalling voor een motorrijtuig, welke geen tot de constructie behorende wanden heeft. 1.30 Coffeeshop Een horecabedrijf, waarin uitsluitend alcoholvrije dranken en eventueel kleine eetwaren worden verstrekt voor gebruik ter plaatse en waar softdrugs worden verstrekt voor gebruik ter plaatse of gebruik elders. 1.31 Cultuurhistorische waarde De aan gebied of opstal toegekende waarde, gekenmerkt door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in reliëf, verkaveling, slotenpatroon, architectuur of beplanting.

1.32 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die, die goederen kopen of huren, voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.33 Dienstverlening Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.34 Eindwoning Een woning die ligt aan het begin of eind van een rij aaneengebouwde woningen. 1.35 Erf Een gedeelte van het perceel, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij geldt: ▪ Achtererf: erf achter de met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied evenwijdig gelegen lijn, die het hoofdgebouw raakt: o Aan een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel, op 1 meter achter het snijpunt met de voorgevel, en; o Aan een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel, op het snijpunt met de achtergevel. ▪ Voorerf (Wabo): erf dat geen onderdeel is van het achtererf. ▪ Zijerf: Het gedeelte van het erf dat zich bevindt aan de zijkant van het hoofdgebouw, startend bij de voorkant en eindigend bij de achterkant van het hoofdgebouw. Het zijerf maakt onderdeel uit van het voorerf wanneer het grenst

Vastgesteld

4

aan openbaar gebied, als dit niet zo is dan maakt het onderdeel uit van het achtererf vanaf 1 meter achter de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde. 1.36 Evenement Grootschalige periodieke en/of meerdaagse manifestaties, waarbij de onderstaande categorieën worden onderscheiden een voor publiek openbaar toegankelijke verrichting van vermaak in de open lucht, dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van publiek voor sociale, informerende, educatieve, culturele, levensbeschouwelijke doeleinden en/of doeleinden voor vermaak. Onder toegestane evenementen wordt verstaan: kermissen, herdenkingsplechtigheden, feesten, muziekvoorstellingen, braderieën of markten, optochten en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen evenementen. 1.37 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.38 Gestapelde woning Een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen bevat 1.39 Gevel Buitenmuur van een gebouw, waarbij geldt: ▪ voorgevel: de gevel aan de voorzijde van een hoofdgebouw; ▪ zijgevel: de gevels van een hoofdgebouw die haaks staan op de voorgevel; ▪ achtergevel: de gevel van een hoofdgebouw die zich aan de tegenovergestelde kant van de voorgevel bevindt.

1.40 Grondgebonden woning Een gebouw, dat een vrijstaande woning of meerdere halfvrijstaande, geschakelde of aaneengebouwde, uitsluitend naast elkaar en niet boven elkaar gelegen, woningen omvat, en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd. 1.41 Hoofdgebouw Een of meerdere panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.42 Horeca Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, zoals opgenomen in de Staat van Horeca activiteiten. 1.43 Huishouden Een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren. 1.44 Huishouding Een huishouding bestaat uit een persoon dan wel personen die in een zekere continue samenstelling met elkaar wonen en tussen de verschillende personen een zekere onderlinge verbondenheid bestaat. 1.45 Kamerverhuur Niet gemeenschappelijke deel van een woonfunctie waarin zich meer wooneenheden bevinden en waar voorzieningen, zoals keuken, sanitaire ruimtes, worden gedeeld.

Vastgesteld

5

1.46 Maaiveld Bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft. 1.47 Maatvoeringsvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge een maatvoeringssymbool in het betreffende vlak bepaalde afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en/of aantallen, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn toegelaten. 1.48 Milieucategorie Weergave van de zwaarte van bedrijvigheid, zoals die in de handreiking Bedrijven en milieuzonering aan ieder type bedrijvigheid is toegekend, en in dit plan is vertaald naar een Staat van bedrijfsactiviteiten. 1.49 Milieuhygiënische uitvoerbaarheid Overkoepelend begrip voor relevante milieuaspecten zoals bodem, geluid, geurhinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid, etc. aan welke bijbehorende wettelijke kaders getoetst dient te worden, zodat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse is geborgd. 1.50 Nieuwbouw Het oprichten van een nieuw gebouw waarbij geen rekening wordt gehouden met de verschijningsvorm van een eventueel gesloopt gebouw op die locatie. 1.51 Omgevingsvergunning Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo. 1.52 Onderbouw Een gedeelte van een gebouw dat maximaal 1,50 meter boven peil is gelegen en niet als bouwlaag wordt aangemerkt.

1.53 Ondergeschikte activiteit Activiteit die afwijkt van de hoofdfunctie, maar die hieraan niet gelijkwaardig is vanwege: ▪ de oppervlakte; de activiteit beslaat in oppervlakte maximaal 35% van het vloeroppervlak van het gebouw, of; ▪ de duur en frequentie; de activiteit komt incidenteel voor en beslaat qua beoefening dus minder tijd dan de hoofdfunctie, of; ▪ de functie in relatie tot de hoofdfunctie; de activiteit wordt uitgeoefend ter ondersteuning van de hoofdfunctie. 1.54 Ondergeschikte bouwdelen Onderdelen van een hoofdgebouw die in architectonisch opzicht ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw en bijgebouwen, zoals erkers, ingangpartijen, luifels, schoorstenen en antennes. 1.55 Ondergeschikte detailhandel Detailhandel-activiteiten die qua uitstraling passen bij de hoofdfunctie, ter ondersteuning dienen van de hoofdfunctie en niet zelfstandig worden uitgeoefend en/of toegankelijk zijn, los van de hoofdfunctie. 1.56 Ondergeschikte horeca Het qua aard en omvang beperkt verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse als ondergeschikte activiteit in direct verband met andere ter plaatse toegestane hoofdactiviteiten (niet zijnde horeca). 1.57 Ondergronds Beneden het peil.

Vastgesteld

6

1.58 Overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct duurzaam met de aarde is verbonden. 1.59 Overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een dak, dat niet of slechts aan één zijde is voorzien van een (bestaande) wand. 1.60 Peil a. Voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.61 Permanente bewoning Bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan als hoofdverblijf. 1.62 Prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. Raamprostitutie is hieronder mede begrepen. 1.63 Recreatie Activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding. 1.64 Seksinrichting Een voor het publiek toegankelijk gebouw of gedeelte van een gebouw, waarin handelingen, vertoningen en/of voorstellingen van erotische en/of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt mede begrepen een sekswinkel, zijnde een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat is bestemd en/of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden, waaronder mede begrepen uitstalling, verhuren en of leveren van seksartikelen.

Een prostitutiebedrijf en bordeel zijn hieronder mede begrepen. Een seks- en/of pornobedrijf is een aparte functie en valt derhalve op geen enkele wijze onder enig andere functie c.q. doeleinden c.q. bestemmingen zoals bedoeld dan wel omschreven in dit bestemmingsplan. Hieronder wordt mede verstaan prostitutie en raamprostitutie. 1.65 Staat van bedrijfsactiviteiten Bedrijfsactiviteitenlijst ontleend aan de VNG uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" zoals opgenomen in Bijlage 1 van deze planregels. 1.66 Stedenbouwkundig beeld Het beeld dat wordt bepaald door de bouwmassa's, de gevelindelingen, en de dakvormen van de bebouwing, alsmede de situering en de verschijningsvormen in zijn omgeving. 1.67 Twee-aaneengebouwde woning Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee woningen die met het hoofdgebouw aan elkaar zijn gebouwd. 1.68 Verbeelding De plankaart van het plan. 1.69 Verdieping(en) De bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grondbouwlaag gelegen is/zijn. 1.70 Voorkant van een hoofdgebouw De gevel waarlangs de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde loopt. Vastgesteld

7

1.71 Voorzieningen van openbaar nut Een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit, en de telecommunicatie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse afvalvoorzieningen, bovengrondse afvalvoorzieningen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten, plus voorzieningen voor warmte- en koudeopslag of voorzieningen van soortgelijke aard met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.72 Vrijstaande woning Een woning zonder gemeenschappelijke wand met een andere woning. 1.73 Wabo de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.74 Waterhuishoudkundige voorzieningen boven- en ondergrondse voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, infiltratie en waterkwaliteit. 1.75 Weg Een voor het openbaar verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeervoorzieningen. 1.76 Wonen Het gehuisvest zijn in een vrijstaande woning of halfvrijstaande, geschakelde of aaneengebouwde woning. 1.77 Woning/wooneenheid Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding.

Vastgesteld

8

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 De afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens De kortste afstand tussen enig punt van het op het bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw en de zijdelingse grenzen van dat bouwperceel. 2.2 Het bebouwingspercentage Het percentage van een bouwperceel dat met bebouwing mag worden bebouwd. Voor zover op de kaart bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen. 2.3 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7 De lengte, breedte en diepte van een bouwwerk De buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand.

2.8 De ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.9 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.10 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,00 meter.

Vastgesteld

9

2 BESTEMMINGSREGELS

Artikel 3

Wonen

3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor 'Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. beroepen aan huis met een maximum oppervlak van 40 m², overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.5.2; c. voorzieningen van openbaar nut; een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder waterhuishoudkundige en parkeervoorzieningen, paden en verhardingen, in- en uitritten en tuinen en erven, met dien verstande dat: d. infiltratie van hemelwater voldoet aan het bepaalde in artikel 7.2; e. parkeervoorzieningen voldoen aan het bepaalde in artikel 7.3. 3.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 12.2. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen; b. de daarbij behorende bijgebouwen; c. de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. ongeacht het bepaalde in artikel 3.2.2, 3.2.3 en 3.2.4 dient tenminste 50% van het achtererf onbebouwd en onoverdekt te blijven. 3.2.2 Regels voor hoofdgebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b.

per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', het aangeduide aantal woningen/wooneenheden is toegestaan; c. woningsplitsing is niet toegestaan; d. vrijstaande, geschakelde, twee-aaneengebouwde, aaneengebouwde woningen en patiowoningen zijn overal toegestaan, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ uitsluitend vrijstaande woningen zijn toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding ‘twee-aaneen’ uitsluitend twee-aaneengebouwde woningen zijn toegestaan; e. de goothoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven; f. elke woning dient te worden afgedekt met een kap, waarvan de dakhelling ten minste 0° en ten hoogste 65° bedraagt; g. de voorgevel van een hoofdgebouw dient in of ten hoogste 3 m achter de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde te worden gebouwd; h. de voorgevelbreedte per woning mag maximaal 12 meter bedragen.

Vastgesteld

10

3.2.3 Regels voor bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. voor het bouwen van bijgebouwen bij vrijstaande-, twee-aaneen gebouwde- en aaneengebouwde woningen, gelden de volgende bepalingen: 1. bijgebouwen mogen uitsluitend op het achtererf worden gebouwd; 2. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' dient aan één zijde minimaal 7 meter aan opstelruimte ten behoeve van parkeren vrij te blijven; 3. tegen de achtergevel van het hoofdgebouw mag/mogen (een) bijgebouw(en) worden gebouwd over de volledige breedte van die achtergevel, met een diepte van maximaal 4 meter. De oppervlakte hiervan telt niet mee bij de berekening van de oppervlakte als bedoeld onder 4 en 5; 4. bijgebouwen zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 50 m2. De oppervlakte van carports blijft bij de berekening van die oppervlakte buiten beschouwing; 5. de gezamenlijke oppervlakte als bedoeld onder 4 mag worden verhoogd tot maximaal 70 m2, mits het achtererf, ook na de bouw van bijgebouwen als bedoeld onder 4 en carports, voor niet meer dan 40% wordt bebouwd; 6.

de goothoogte van bijgebouwen mag niet hoger zijn dan: ▪ Voor aangebouwde bijgebouwen: 0,3 meter boven de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, of –als het hoofdgebouw geen tweede bouwlaag heeft– even hoog als het hoofdgebouw met een maximum van 3 meter; ▪ Voor vrijstaande bijgebouwen 3 meter. 7. de bouwhoogte van bijgebouwen mag maximaal 5 meter bedragen; 8. bijgebouwen dienen met de dichtstbijzijnde gevel binnen een afstand van 15 meter van de achter- en/of zijgevels van de woning te worden gebouwd. b. in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 mogen worden gebouwd: 1. carports, zowel op het voorerf als het achtererf, met dien verstande dat: ▪ de oppervlakte maximaal 20 m2 mag bedragen; ▪ de bouwhoogte maximaal 3 meter mag bedragen; ▪ de carport met minimaal één zijde of een deel daarvan tegen de zijgevel van het hoofdgebouw of tegen een voor- of zijgevel van een bijgebouw wordt gebouwd; ▪ de carport maximaal 2,5 meter voor de gevellijn mag worden gebouwd; 2. ondergeschikte bouwdelen op het voorerf, met dien verstande dat: ▪ de diepte maximaal 1 meter bedraagt; ▪ de breedte maximaal 50% bedraagt van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw; ▪ de hoogte maximaal 3 meter bedraagt. 3.2.4 Regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen vóór de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde maximaal 1 meter mag bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen aan de zijgevel bij hoekwoningen voor de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde maximaal 2 meter bedragen, mits: 1. de afstand tot de bestemming 'Verkeer’ minimaal 0,5 meter bedraagt; 2. de afstand tot de voorgevel minimaal 3 meter bedraagt; 3. het verkeersbelang niet onevenredig aangetast wordt. c. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter.

Vastgesteld

11

3.3 Nadere eisen Ten aanzien van het bepaalde in artikel 3.2 zijn burgemeester en wethouders bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. de situering en afmetingen van de bouwpercelen; indien zulks noodzakelijk is in verband met één of meer van de volgende aspecten: 1. de woonsituatie; 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. het verkeers-, sociale en brandveiligheid; 4. de milieusituatie; 5. de gebruiksmogelijkheden in aangrenzende bestemmingen. 3.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in: a. artikel 3.2.2 onder e voor het overschrijden van de aanduiding 'maximale goothoogte' tot ten hoogste 6 meter; b. artikel 3.2.2 onder g voor een afwijkende dakvorm dan wel voor een kap met een afwijkende dakhelling; c. artikel 3.2.3 onder a sub 5 voor het overschrijden van de maximale oppervlakte aan bijgebouwen tot maximaal 100 m2, mits de bebouwing met de dichtstbijzijnde gevel op niet meer dan 15 meter van de achtergevel van het hoofdgebouw is gelegen en maximaal 15% van het achtererf mag worden bebouwd; Onder de voorwaarden dat: d. de belangen van de eigenaren en / of gebruikers van de nabij gelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; e. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.

3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; b. de uitoefening van detailhandel, met uitzondering van beperkte detailhandel, ondergeschikt aan het beroep aan huis als bedoeld in artikel 3.1.1 onder b; c. de uitoefening van dienstverlening; d. zelfstandige bewoning voor zover het vrijstaande bijgebouwen betreft; e. woningsplitsing; f. gebruik van gronden voor de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde voor het stallen van voertuigen, caravans en dergelijke, anders dan op een oprit; g. bedrijf aan huis; h. recreatief (mede)gebruik; i. seksinrichting. 3.5.2 Beroep aan huis Een beroep aan huis is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een beroep aan huis mag worden uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; b. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet aangetast; c. maximaal 40 m² van het vloeroppervlak van de woning inclusief de daarbij behorende bijgebouwen mag als zodanig worden gebruikt; d. degene die de activiteiten uitvoert, is tevens de bewoner van de woning; e.

het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; Vastgesteld

12

f. g.

in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein; er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van beperkte detailhandel, ondergeschikt aan het beroep aan huis.

3.6 Afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van een bedrijf aan huis Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5.1 onder e ten behoeve van een bedrijf aan huis, met dien verstande dat de voorwaarden zoals genoemd in artikel 3.5.2 onder a tot en met g in acht worden genomen. 3.6.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van een bed & breakfast Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5.1 onder f van de planregels en kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een bed & breakfast toestaan onder de voorwaarden dat: a. de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; b. de voorzieningen in hun totaliteit niet groter zijn dan 100 m²; c. het woonmilieu niet onevenredig wordt aangetast; d. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; e. de parkeerbalans en verkeersafwikkeling in de directe omgeving niet onevenredig worden benadeeld; f. detailhandel slechts plaatsvindt voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met de verblijfsrecreatieve voorziening.

Vastgesteld

13

Artikel 4

Waarde - Archeologie 2

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied, waarbij artikel 12.2 in acht dient te worden genomen. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen op of in de als 'Waarde - Archeologie 2' aangeduide gronden gelden de volgende regels: a. Op of in de als 'Waarde - Archeologie 2' aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende bestemming worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 250 m² per bouwperceel (gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord; b. Indien de verstoring meer dan 250 m² bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm per bouwperceel dient de aanvrager een rapport (bureauonderzoek, inventariserend (verkennend, karterend of waarderend), veldonderzoek d.m.v. proefsleuven of boringen, opgraving, archeologische begeleiding) te overleggen, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; c. Uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden.

Hierbij kan gedacht worden aan het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3. de verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren die de archeologische waarden kunnen verstoren, indien bij het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de verstoring van gronden meer dan 250 m² bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het oorspronkelijke maaiveld) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i.

het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt). 4.3.2 Uitzonderingen Het in artikel 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen;

Vastgesteld

14

b.

blijkens een rapport (voortoets) van een, door van gemeentewege, erkende deskundige de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; 4.3.3 Afwegingskader Een in artikel 4.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden of door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 4.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, als door middel van archeologisch onderzoek, dat voldoet aan de normen van de archeologische beroepsgroep, geen archeologische waarden zijn vastgesteld of deze zijn gedocumenteerd ("behoud ex situ").

Vastgesteld

15

Artikel 5

Waarde - Archeologie 4

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied, waarbij artikel 12.2 in acht dient te worden genomen. 5.2 Bouwregels Voor het bouwen op of in de als 'Waarde - Archeologie 4' aangeduide gronden gelden de volgende regels: a. Op of in de als 'Waarde - Archeologie 4' aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende bestemming worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 500 m² per bouwperceel (gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord; b. Indien de verstoring meer dan 500 m² bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm per bouwperceel dient de aanvrager een rapport (bureauonderzoek, inventariserend (verkennend, karterend of waarderend), veldonderzoek d.m.v. proefsleuven of boringen, opgraving, archeologische begeleiding) te overleggen, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; c. Uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden.

Hierbij kan gedacht worden aan het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3. de verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren die de archeologische waarden kunnen verstoren, indien bij het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de verstoring van gronden meer dan 500 m² bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het oorspronkelijke maaiveld) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i.

het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt). 5.3.2 Uitzonderingen Het in artikel 5.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen;

Vastgesteld

16

b.

blijkens een rapport (voortoets) van een, door van gemeentewege, erkende deskundige de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad;

5.3.3 Afwegingskader Een in artikel 5.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden of door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 5.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, als door middel van archeologisch onderzoek, dat voldoet aan de normen van de archeologische beroepsgroep, geen archeologische waarden zijn vastgesteld of deze zijn gedocumenteerd ("behoud ex situ").

Vastgesteld

17

3. ALGEMENE REGELS

Artikel 6

Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Vastgesteld

18

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen beperkingen, de volgende regels: a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan bij bestaande hoofd- en bijgebouwen; b. De oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven peil; c. In aanvulling op het bepaalde in sub a en b is maximaal 1 zwembad per bouwperceel toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. het zwembad dient te worden gebouwd in het achtererf en op een afstand van ten minste 3 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens; 2. het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde als bedoeld in respectievelijk artikel 3.2.3 en 3.2.4 in acht wordt genomen; 3. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut. d. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil. 7.2 Infiltratie 7.2.1 Infiltratieplicht Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw, wordt uitsluitend verleend indien voor de aanwezige functie op eigen terrein wordt voorzien in infiltratie van hemelwater.

7.2.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 7.2.1 voor zover op andere wijze in de nodige infiltratievoorziening wordt voorzien. 7.3 Parkeergelegenheid 7.3.1 Parkeernorm Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw, wordt uitsluitend verleend indien op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Voldoende parkeergelegenheid betekent dat wordt voldaan aan de normen die zijn neergelegd in “Bijlage 3 Parkeernormen Venray” die als bijlage bij de “Beleidsnota parkeernormen, Gemeente Venray” hoort. Indien deze nota niet toereikend is wordt getoetst aan de CROW publicatie 317 'kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging. 7.3.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan een omgevingsverlening verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 7.3.1 indien het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

Vastgesteld

19

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

8.1 Strijdig gebruik Onverlet het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, is het (ook) verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het laten gebruiken danwel het doen laten gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan.

Vastgesteld

20

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

9.1 10%-regeling Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages tot maximaal 10% en maximaal 1 meter van die maten en percentages indien de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, met dien verstande dat dit niet geldt wanneer reeds op grond van deze regels een andere omgevingsvergunning/ontheffing is of kan worden verleend. 9.2 Bouwvlak Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het uitbreiden van het bouwvlak, binnen de bestemming, tot maximaal 10%, met dien verstande dat: a. binnen een afstand van minimaal 5 meter tot aan de zijdelingse en achterste perceelsgrens geen nieuwe bebouwing mag worden opgericht; b. de belangen van eigenaren en/of gebruikers van de nabij gelegen gronden en bebouwing niet onevenredig worden geschaad; c. er uit oogpunt van brandveiligheid geen belemmeringen zijn. 9.3 Meetverschillen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de aangeduide bouwgrenzen indien een meetverschil of onnauwkeurigheid op de kaart ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, mits de afwijking maximaal 3 meter bedraagt.

9.4 Voorzieningen van openbaar nut Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de bouw- en/of gebruiksregels voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en voor religieuze doeleinden, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, pinautomaten, afval- en glascontainers, kapellen, wegkruisen en dergelijke, met dien verstande dat: a. de inhoud maximaal 50 m3 mag bedragen; b. de hoogte maximaal 3 meter mag bedragen.

Vastgesteld

21

Artikel 10

Algemene wijzigingsregels

10.1 Verschuiven bestemmingsgrenzen Het bevoegd gezag kan het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van het in geringe mate, tot maximaal 2,00 meter, verschuiven van de bestemmingsgrenzen, mits dit noodzakelijk is, in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden op de kaart ten opzichte van de feitelijke situatie, voor zover daarmee wordt beoogd een zo goed mogelijke overeenstemming tussen het plan en de werkelijke toestand te bereiken.

Vastgesteld

22

Artikel 11

Algemene procedureregels

11.1 Wijzigingsbevoegdheid Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.9a van de Wro van toepassing. 11.2 Nadere eisen Bij het stellen van nadere eisen, worden in ieder geval de volgende procedureregels in acht genomen: a. het ontwerp-besluit ligt, met de daarop betrekking hebbende stukken, gedurende vier weken voor belanghebbenden ter inzage op het gemeentehuis; b. Burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging tevoren bekend op de internetsite van de gemeente Venray; c. in deze kennisgeving wordt vermeld dat belanghebbenden gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zienswijzen omtrent de aanvraag of het ontwerpbesluit kunnen indienen bij het bevoegd gezag; d. indien tegen het ontwerpbesluit zienswijzen naar voren zijn gebracht, wordt het besluit met redenen omkleed; e. Burgemeester en wethouders delen aan hen die hun zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.

Vastgesteld

23

Artikel 12

Overige regels

12.1 Wettelijke regelingen Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 12.2 Voorrangsregels 12.2.1 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, gaat het belang van de dubbelbestemming voor. 12.2.2 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat dubbelbestemmingen gericht op het instandhouden of ontwikkelen van het groene karakter en het voorkomen van bebouwing voorgaan boven dubbelbestemmingen met bebouwing. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: a. Waarde – Archeologie 2; b. Waarde – Archeologie 4.

Vastgesteld

24

4. OVERGANGS- EN SLOTREGELS

Artikel 13

Overgangsrecht

13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Vastgesteld

25

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan “Oude Heerweg 7-11 Blitterswijck”.

Vastgesteld

26

Bijlage 1 6WDDWYDQ%HGULMIVDFWLYLWHLWHQ

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

30

10

30

10

30

2

1 G

1

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)

10

10

30

10

30

2

2 G

2

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

10

10

30

0

30

2

1 G

1

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen A Grafische afwerking B Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media

0 10 0 30 30 30 0

0 0 0 0 0 0 0

10 30 10 30 10 30 10

0 0 0 0 10 10 0

10 30 10 30 30 30 D 10

1 2 1 2 2 2 1

1 P 1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 G

1 1 1 1 1 1 1

26, 28, 33 26, 28, 33

- VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS A Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie

30

10

30

10

30

2

1 G

1

31 316

26, 27, 33 293

-

VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektrotechnische industrie n.e.g.

30

10

30

10

30

2

1 G

1

33 33

26, 32, 33 26, 32, 33

- VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie

30

0

30

0

30

2

1 G

1

36 361 362 363

31 9524 321 322

- VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken

0 30 30

10 10 10

10 10 30

0 10 10

10 30 30

1 2 2

1 P 1 G 2 G

1 1 2

51 511 52 52 527

46 461 47 47 952

-

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren)

0

0

10

0

10

1

1 P

1

DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)

0

0

10

10

10

1

1 P

1

-

01 014 014

01 016 016

18 182

14 141

-

20 205

16 162902

-

22 221 2222.6 2223 2223 2224 2225 223

58 581 18129 1814 1814 1813 1814 182

30 30

VISUEEL

GELUID

- LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW 0 Dienstverlening t.b.v. de landbouw: 4 - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²

-

VERKEER

STOF

INDICES

GEUR

AFSTANDEN IN METERS

BODEM

OMSCHRIJVING

SBI-2008

nummer

SBI-1993

-

-

B

B B

B

%LMODJH6WDDWYDQ%HGULMIVDFWLYLWHLWHQ

CATEGORIE

0

30 C

10

30

2

1 G/P

1

VERVOER OVER LAND Taxibedrijven

0

0

30 C

0

30

2

2 P

1

- VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT A Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)

0

0

10

0

10

1

2 P

1

52 52109 5221 5222 791 5229

- DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER B Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) 1 Autoparkeerterreinen, parkeergarages Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren)

0 10 0 0 0

0 0 0 0 0

30 C 30 C 10 10 10

10 0 0 0 0

30 30 10 10 10 D

2 2 1 1 1

2 G 3 P 2 P 1 P 1 P

1 1 1 1 1

64 641 642 642 642 642

53 531, 532 61 61 61 61

POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten A Telecommunicatiebedrijven B0 zendinstallaties: B2 - FM en TV B3 - GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig)

0 0

0 0

30 C 10 C

0 0

30 10

2 1

2 P 1 P

1 1

0 0

0 0

0 C 0 C

10 10

10 10

1 1

1 P 1 P

2 2

70 70

41, 68 41, 68

- VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed

0

0

10

0

10

1

1 P

1

71 711 714

77 7711 772

-

10 10

0 10

30 30

10 10

30 30 D

2 2

2 P 2 G

1 2

72 72 72

62 62 58, 63

- COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE A Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. B Datacentra

0 0

0 0

10 30 C

0 0

10 30

1 2

1 P 1 P

1 1

73 731 732

72 721 722

-

SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

30 0

10 0

30 10

30 R 0

30 10

2 1

1 P 1 P

1 1

55 55 562

-

60 6022

49 493

-

61, 62 61, 62

50, 51 50, 51

63 6312 6321 6322, 6323 633 634

VISUEEL

GROOTSTE AFSTAND

10

-

55 55 5552

VERKEER

GEVAAR

LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Cateringbedrijven

-

nummer

GELUID

INDICES

STOF

AFSTANDEN IN METERS

-

VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.

BODEM

OMSCHRIJVING

SBI-2008

GEUR

SBI-1993

Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten

A B 0 1

OVERIGE DIENSTVERLENING Wasverzendinrichtingen Wasserettes, wassalons Begrafenisondernemingen: - uitvaartcentra Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden

30 C 10

10 0

30 10

2 1

2 G 2 P

1 1

0 0

0 0

30 10

0 0

30 10

2 1

1 G 1 P

1 1

0 10

0 0

10 30 C

0 0

10 30

1 2

2 P 1 P

1 1

BODEM

0 0

VISUEEL

10 0

VERKEER

CATEGORIE

96 96013 96013 9603 9603 9313, 9604

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d.

GROOTSTE AFSTAND

93 9301.3 9301.3 9303 9303 9304

-

GEVAAR

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 74203 82992

GELUID

74 7481.3 7484.4

INDICES

STOF

-

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

-

OMSCHRIJVING

SBI-2008

nummer

SBI-1993

B

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10482303/1