CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

05 BP Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck Toelichting

Gemeenteraad 27 juni 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Oude Heereweg 17-19 Blitterswijck.14.736 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.4.5

Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling

De Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011 is vastgesteld op 20 december 2011 en op 1 januari 2012 in werking getreden. Het in deze structuurvisie vastgelegde kwaliteitsbeleid omtrent een bijdrage Ruimtelijke ontwikkeling is gebaseerd op de gedachte dat ruimtelijke ontwikkelingen (bouwactiviteiten) leiden tot verlies aan ruimtelijke kwaliteit en dat dit verlies moet worden gecompenseerd. Achterliggend doel is het behoud en waar mogelijk versterking van de (groene) kwaliteiten van zowel het buitengebied als het stedelijk gebied. Voor het bepalen van de hoogte van de bijdrage in het stedelijk gebied wordt aangesloten bij de bijdrage ruimtelijke ontwikkeling zoals vastgelegd in de nota grondbeleid 2011. Deze bijdrage bestaat uit € 2.500,- per nieuwe woonkavel. De tegenprestatie vindt zo veel mogelijk ter plaatse en/of in de nabijheid van de ingreep plaats. Indien dit niet mogelijk is, komt de bijdrage ten

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 3 4

goede van het kwaliteitsfonds stedelijk gebied.

4.4.6

Bestemmingsplan

Het plangebied is gelegen in het Bestemmingsplan ' Blitterswijck' en heeft hierin de bestemming 'Wonen' gekregen met de aanduiding vrijstaand. Naam bestemmingsplan

Bestemming en aanduiding

Vaststelling Raad

bestemmingsplan Blitterswijck

- Wonen - Waarde - Archeologie 2 - aantal wooneenheden 1 - vrijstaande woning - bouwvlak met gevellijn

27 juni 2019

Onderstaand is de uitsnede van de verbeelding weergegeven.

Afbeelding: Uitsnede verbeelding

Binnen deze bestemming is het toegestaan om één vrijstaande woning te realiseren.

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 3 5

Voor het creëren van de gewenste bouwmogelijkheid voor twee vrijstaande woningen is het noodzakelijk om het bestemmingsplan te herzien.

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 3 6

Hoofdstuk 5 Milieu-planologische aspecten 5.1

Milieu effect beoordeling

Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet een m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Dit houdt in dat in afwijking van voorheen voor iedere activiteit die wordt genoemd in kolom 1 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en onder de drempelwaarde blijft van gevallen in kolom 2, een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen. Bijlage D van het Besluit m.e.r. bepaalt onder activiteit 10 dat een m.e.r onderzoeksplicht geldt voor (kolom 1) plannen voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, in geval er sprake is van (kolom 2) een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Blijkens jurisprudentie (o.a. ABRS 22 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1668) en Rechtbank Amsterdam 6 februari 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:648)) dient niet iedere mogelijk gemaakte wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt als een wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom I, van categorie 11.2, van onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en artikel 2, onderdeel A, van de bijlage bij het Besluit m.e.r.

Dat hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging of uitbreiding van de stedelijke ontwikkeling een rol. In het voorliggende geval is sprake van het realiseren van twee woningen (planologisch wordt er één woning toegevoegd). Gezien de beperkte omvang van het project (plangebied bedraagt circa 965 m2), mede afgezet tegen de oppervlakten en aantallen die worden genoemd in categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r., is sprake van een kleinschalig project. Daarnaast is er geen sprake is van significante milieueffecten als gevolg van de ontwikkeling en is ook geen sprake van een ligging binnen of in de nabijheid van een kwetsbaar gebied. Op basis van het bovenstaande dient de voorliggende ontwikkeling niet aangemerkt te worden als (de uitbreiding van) een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom I van categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Er hoeft dan ook geen milieueffectrapport te worden opgesteld en er hoeft ook geen m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen. Ter onderbouwing van dit bestemmingsplan worden uiteraard wel alle aspecten onderzocht die het gevolg zijn, dan wel kunnen zijn van het initiatief. Hiervoor zij met name verwezen naar onderhavig hoofdstuk 5.

5.2

Geluidhinder

Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 3 7

zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 Wgh).

De hoofdontsluiting van Blitterswijck bestaat uit de Oude Heerweg/Ooijenseweg (de doorgaande weg van Wanssum naar Broekhuizenvorst). De overige wegen binnen het kerkdorp zijn erftoegangswegen. In de bebouwde kom van Blitterswijck geldt, met uitzondering van de hoofdontsluiting waar een snelheid van 50 km/uur is toegestaan) een maximum snelheid van 30 km/uur. Het plangebied zal primair op de Oude Heerweg worden ontsloten. Deze weg is voorzien van een geluidszone van 200 meter. De Oude Heerweg wordt nog dit jaar (2022) gereconstrueerd waarbij de maximumsnelheid op deze weg zal worden verlaagd van 50 km/h naar 30 km./h. Dit betekent dat in het kader van de Wet geluidhinder geen eisen worden gesteld aan de optredende gevelbelastingen. In het kader van de goede ruimtelijke ordening dient wel onderzoek te worden verricht naar geluid. Dat akoestisch onderzoek is op 27 juli 2022 uitgevoerd door K-Plus. Geconcludeerd word dat (na de reconstructie van de weg) het plan is gelegen in een 30 km/h gebied, zodat de eisen van de Wet geluidhinder niet van toepassing zijn op het plan. In het kader van de goede ruimtelijke ordening dient wel een afweging te worden gemaakt. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat vanwege wegverkeerslawaai op de Oude Heerweg de geluidbelasting hoger zal zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

De gevelbelasting is maximaal 56 dB en voldoet daarmee aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Gezien de bepaalde optredende gevelbelastingen wordt geadviseerd om nader onderzoek te doen naar de te treffen aanvullende maatregelen aan de gevel(s) zodat in de toekomstige situatie de geluidbelasting in de woningen zal voldoen aan maximaal 33 dB. Het akoestisch onderzoek is integraal als bijlage aan de planstukken toegevoegd.

Op het moment van indiening van de omgevingsvergunningaanvraag voor de woningen dienen de nadere geluidwerende maatregelen nader te worden beschouwd.

Spoorweglawaai In de nabijheid van het plangebied is geen spoorlijn gesitueerd. De spoorlijn, Venlo-Nijmegen bevindt zich op een afstand van circa 4,4 km ten zuidwesten van het plangebied.

5.3

Bodem- en grondwaterkwaliteit

In het kader van het onderhavige plan worden binnen het plangebied nieuwe bodemgevoelige functies toegelaten in de vorm van vier woningen. Voordat deze nieuwe functies mogelijk worden gemaakt zal er inzicht moeten zijn of de bodem- en grondwaterkwaliteit een dergelijke bebouwing en gebruik ook mogelijk maken.

In maart 2006 is uit een verkennende bodemonderzoek door HMB te Maasbree gebleken dat de onder- respectievelijk bovengrond van het destijds onderzochte plangebied verontreinigd | bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 3 8

waren tot 0,5 m-grondwaterniveau (in de kern van de verontreiniging) met vluchtige aromatische koolwaterstoffen en vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen respectievelijk met zink tot een gemiddelde diepte van 1 m-mv. Voor de volledige inhoud van dit onderzoek wordt verwezen naar bijgevoegd rapport. Het verontreinigde deel van het plangebied diende gesaneerd en afgegraven te worden. Het plangebied waarop onderhavig bestemmingsplan ziet, maakt geen onderdeel uit van het verontreinigde deel. Verder heeft HMB te Maasbree in 2015 nog een onderzoek verricht in verband met de actualiteit en bruikbaarheid van de bovengenoemd onderzoek. Hieruit is gebleken dat het uit 2006 daterende onderzoek zowel qua wijze van onderzoek als qua inhoud actueel en bruikbaar zijn. Verwezen wordt hier naar de rapportage die als bijlage bij deze plantoelichting is gevoegd. Echter, ook het historisch bodemonderzoek uit 2015 is anno 2022 verouderd en dient te worden geactualiseerd, voordat op basis van dit bestemmingsplan tot vergunningverlening kan worden overgegaan.

5.4

Luchtkwaliteit

De regels inzake luchtkwaliteit kennen het onderscheid tussen 'kleine' en grote' projecten. Kleine projecten dragen niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in het Besluit “Niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten - die jaarlijks meer dan 3 procent van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2 bijdragen- een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. De Regeling 'Niet in betekenende mate bijdragen' bevat regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)). Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM).

Het onderhavige project valt met twee nieuw te realiseren woningen zonder meer onder de Regeling NIBM. De woningen zijn echter ook objecten die moeten voldoen aan het blootstellingscriterium. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg is om een goed woon- en leefklimaat te kunnen waarborgen. Voor de concentratie van NO2, PM10 en PM2,5 is gebruik gemaakt van de concentraties uit de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. De concentraties NO2 en PM10 bedragen minder dan 10 respectievelijk 15 microgram/m3 en de concentratie PM2,5 bedraagt minder dan 10 microgram/m3 . Het aantal dagen dat de grenswaarden voor fijnstof

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 3 9

(PM10) worden overschreden, is minder dan 35 per jaar. Hieruit blijkt dat de concentraties voor de verschillende stoffen een goede luchtkwaliteit tot gevolg hebben en er dus sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor het project.

5.5

Externe veiligheid

5.5.1

Risicovolle inrichtingen (Bevi)

De veiligheid rond bedrijven wordt gereguleerd in de vigerende milieuvergunning (of een geldende Algemene Maatregel van Bestuur) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen van 21 oktober 2004 (Bevi). In het Bevi worden specifieke regels opgenomen voor specifieke risicovoIle inrichtingen. Het gaat hierbij onder meer om inrichtingen in het kader van het Besluit risico's zware ongevallen 1999, LPG-tankstations, inrichtingen waar gevaarlijke (afval)stoffen of bestrijdingsmiddelen in emballage van meer dan 10.000 kg worden opgeslagen, inrichtingen met een koel-of vriesinstallatie met meer dan 400 kg ammoniak. In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, grootschalige kantoren, hotels, winkelcentra, campings) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen dan wel bedrijfsgebouwen van derden, kleinere kantoren, hotels en winkels, sporthallen, zwembaden) niet of niet zonder meer worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10-6/jr.

Het kan gaan om inrichtingen waarbij door middel van een vaste afstand wordt voldaan aan deze contour (zogenaamde “categoriale inrichtingen”) en inrichtingen waarbij deze contour individueel moet worden berekend (Quantitative Risk Assement (QRA)). Dit is geregeld in Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Bij het nemen van een planologisch besluit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan) moet het bevoegd gezag deze contour in acht nemen voor kwetsbare objecten. Hierbij geldt de PR-contour 10-6/jr. als grenswaarde. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de contour als richtwaarde, d.w.z. in principe moet PR 10-6/jr. aangehouden worden, maar er mag gemotiveerd van worden afgeweken. Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsrisico (GR). Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. Het aantal personen dat in de omgeving van de bron verblijft bepaalt daardoor mede de hoogte van het groepsrisico. Voor het GR geldt geen harde juridische norm (zoals de PR-contour 10-6/jr. wel is) maar een zogenaamde oriënterende waarde. Het berekende groepsrisico wordt weergegeven in een curve, waarbij de kans op een ongeval wordt uitgezet tegen het aantal mensen dat daarbij omkomt.

In dezelfde grafiek wordt de oriënterende waarde uitgezet. Als die wordt overschreden door een ruimtelijke ontwikkeling moet dat worden verantwoord. Hiermee wordt in beeld gebracht of en in welke mate het bevoegd gezag het GR wel of niet aanvaardbaar vindt, al dan niet na het nemen van maatregelen. De woningen zijn te kwalificeren als een kwetsbaar object. Volgens de Risicokaart van de provincie Limburg liggen in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen.

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 4 0

Uitsnede uit risicokaart

5.5.2

Vervoer gevaarlijke stoffen

Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Daarmee wordt de opdracht aan het bevoegd gezag voor ruimtelijke besluiten nadrukkelijk vastgelegd om rekening te houden met de risico's van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. In het basisnet is de omvang voor de verschillende transportmodaliteiten vastgelegd. Het dichtstbijzijnde tracé waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt is de Maas. De PR-contour 10-6/jr bedraagt hier 0 meter; het plangebied ligt op een afstand van circa 800 m.

5.6

Milieuzonering

Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering'.

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 4 1

5.6.1

Bedrijven en Milieuzonering; Staat van bedrijfsactiviteiten

De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd een Staat van bedrijfsactiviteiten die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009. In deze Staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Op grond van deze Staat kan een beleidsmatige selectie worden gemaakt van de op het plangebied toe te laten bedrijfsactiviteiten. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in deze Staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk' , 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.

5.6.2

Invloed milieuhinder op het plangebied

Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Blitterswijck. In de nabijheid van het plangebied (straal van 100 meter) bevinden zich de volgende (als zodanig bestemde) bedrijven anders dan kleinschalige, aan huis verbonden bedrijvigheid welke passend is binnen een woonomgeving: adres

inrichting

richtafstand

feitelijke afstand tot plangebied

Oude Heerweg 23

bedrijf; milieucategorie 1

10 m

80 m

Berkenstraat (nog te realiseren woon-werkkavels)

bedrijf; 30 m milieucategorie 1 en 2

45 m

Kortestraat 5

bedrijf winkel modeaccessoires)

75 m

10 m

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 4 2

Het plangebied voor de twee woningen ligt niet binnen de richtafstand van enig bedrijf. Hiermee kan worden geconcludeerd dat het project voor de bouw van twee nieuwe woningen op deze locatie geen omliggende bedrijven/bedrijfsfuncties belemmert in hun bedrijfsuitoefening, en evenmin wordt het project belemmerd door die functies.

5.7

Geurhinder

Gemeenten mogen bij verordening van de wettelijke normen afwijken binnen de grenzen geformuleerd in artikel 3 en 6 van de Wet geurhinder en veehouderij. De gemeenteraad van Venray heeft op 25 maart 2008 de ‘Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Venray’ (hierna de verordening) vastgesteld, zoals bedoeld in dit artikel. De verordening is op 4 april 2008 in werking getreden. Op 16 oktober 2009 en op 11 november 2011 zijn een tweetal wijzigingen in werking getreden. Met de laatste wijziging zijn de normen zoals zij in de voormalige gemeente Meerlo-Wanssum golden, voor wat betreft de gebieden Blitterswijck, Geijsteren en Wanssum overgenomen. De verordening geldt voor het grondgebied van de gemeente Venray. Op grond van de verordening is voor een aantal gebieden een afwijkende norm opgenomen. Het betreft de volgende gebieden: - Zoekgebieden woningbouw/ individuele woningbouw (8 OUE/m3); - Bijzondere gebieden (vakantiepark de Witte Vennen, clustering TBS/Pascalis/Dichterbij) (8 OUE/m3); - Bedrijfsterreinen, zoals aangewezen op de kaart (8 OUE/m3); - Plangebied Burgemeester Ponjeestraat in Wanssum (7 OUE/m3); - Kern van Wanssum, niet zijnde het Plangebied Burgemeester Ponjeestraat (2,5 OUE/m3). De gebieden uit de verordening waarvoor een afwijkende norm is opgenomen zijn niet in de nabijheid van het plangebied gelegen.

Voor de overige aangewezen gebieden gelden binnen de op de bijbehorende kaart aangegeven begrenzing de waarden van artikel 3, eerste lid van de Wgv. In de gebiedsvisie behorende bij de geurverordening is geen specifieke definitie of uitwerking opgenomen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De gemeente Venray heeft dan ook een aanvulling op de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij opgesteld (16 juni 2011) met daarin vastgelegd wat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. In de navolgende tabel is het aanvaardbaar woon- en leefklimaat als samenvatting weergegeven.

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 4 3

Met de waardering van het leefklimaat zijn ook de bijbehorende achtergrond- en voorgrondbelasting aangegeven. Deze tabel wordt gebruikt bij de beoordeling van ruimtelijke plannen voor het aspect aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het plangebied is gelegen in het woongebied Blitterswijck. Uit bovenstaande tabel is voor het woongebied een maximale voorgrondbelasting van 6,5 OUE/m3 toegestaan, waarbij nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

In de relatieve nabijheid van het plangebied bevinden zich in een straal van 500 meter, twee intensieve agrarische bedrijven. De geurhindercontouren van deze omliggende veehouderijen in relatie tot onderhavig plangebied zijn op onderstaande afbeelding in kaart gebracht:

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 4 4

Figuur: geurcontouren ten opzichte van plangebied (blauwe pijl)

Zoals uit de afbeelding valt op te maken, reiken de geurhindercontouren van omliggende veehouderijen niet over het plangebied. Hieruit volgt uit dat ter plaatse van het projectgebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat, zoals eveneens uit deze afbeelding en de legenda blijkt. Door de toevoeging van twee woningen zullen deze omliggende bedrijven niet gehinderd worden in hun bedrijfsvoering omdat er op kortere afstand van die bedrijven reeds geurgevoelige objecten (burgerwoningen) zijn gelegen.

5.8

Kabels, leidingen en straalpaden

5.8.1

Inleiding

Ruimtelijk relevante leidingen en straalpaden worden op de plankaart en in de planvoorschriften geregeld. Leidingen met ongevaarlijke stoffen zoals hoofdwatertransportleidingen, afvalwatertransport-/rioolpersleidingen zijn in beginsel niet opgenomen in het bestemmingsplan, tenzij door de leidingbeheerder de noodzaak voor opname is aangetoond. Een vereiste voor opname in het bestemmingsplan is dat de opgave van de ligging van de leidingen op digitale wijze dient te geschieden. Dit in verband met het bepalen van de exacte ligging.

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 4 5

5.8.2

Gas-, olie-, brandstof- of watertransportleidingen en hoogspanningskabels

Een buisleiding die wordt gebruikt voor transport van gevaarlijke stoffen, vormt een risico voor de veiligheid. Als de leiding gaat lekken, kunnen de gevaarlijke stoffen vrijkomen en ontstaat er een kans op explosie, vergiftiging van mensen of dieren of verontreiniging van het milieu. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen zoals dit per 1 januari 2011 geldt, staan veiligheidseisen voor de exploitant en de gemeente. Exploitanten hebben een zorgplicht en moeten ervoor zorgen dat hun buisleidingen veilig zijn. Gemeenten moeten buisleidingen in hun bestemmingsplannen opnemen en bij nieuwbouw zorgen voor genoeg afstand tot de buisleidingen. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen leiding- of hoogspanningkabeltracés welke belemmerend zijn voor het project.

5.8.3

Obstakelbeheer- en radarverstoringsgebied

Verspreid over Nederland staat een aantal militaire- en burgerradarstations. Deze dienen voor de beveiliging van het nationale luchtruim en voor de veilige afhandeling van het militaire en het civiele luchtverkeer. Onderhavig plangebied valt niet binnen een obstakelbeheer- en radarverstoringsgebied.

5.8.4

Niet gesprongen explosieven

Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico's van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren.

Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 4 6

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1

Waterbeleid

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Venray als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Concreet betekent dit dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit de eisen genoemd in de Toetssteen Openbare Ruimte 2022 van de gemeente Venray gelden daarbij de volgende uitgangspunten: 1. afkoppelen van 100% van het verhard oppervlak, waarbij de beslisboom verantwoord afkoppelen van toepassing is; 2. de trits vasthouden-bergen-afvoeren is van toepassing, waarbij hergebruik dan wel infiltratie van schoon regenwater de voorkeur heeft; 3. verontreiniging van het water dient door bronmaatregelen voorkomen te worden; 4. grondwateroverlast dient voorkomen te worden; 5. een gelimiteerde afvoer naar het oppervlaktewatersysteem is toegestaan; 6. bij inbreidingslocaties dient een voorziening gerealiseerd te worden met een minimale inhoud van 60 mm met een overloop naar maaiveld of oppervlaktewater (het aangesloten verharde oppervlak vermenigvuldigd met 60 mm geeft de benodigde bergingscapaciteit in m3).

Ook in het kader van het beleid van het waterschap dient binnen het projectgebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden, hetgeen betekent dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit het waterschap Limburg gelden daarbij de volgende uitgangspunten als wens: 1. Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. 2. Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom. 3. Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen. 4. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren. 5. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool. 6. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie.

Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen. 7. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren.

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 4 7

Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. 8. Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid.

6.2

Waterhuishoudkundige situatie plangebied

Binnen het plangebied moet een duurzaam waterhuishoudkundig systeem aanwezig zijn om de hoeveelheid regenwater te verwerken dat gelet op het ter plaatse aan de orde zijnd (nieuw) afvoerend verhard oppervlak van globaal 200 m² per woning (bebouwing inclusief erfverhardingen) binnen het plangebied valt. De K-waarde (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het plangebied bedraagt volgens de kaart inzake de bodemdoorlatendheid (K-waarde) van de gemeente Venray van het waterschap 0,45 - 0,75 m/dag. In 2008 is de doorlatendheid van de bodem gemeten door Grontmij in het kader van een bestemmingsplanwijziging. Uit deze meting is gebleken dat de K-waarde van de bodem binnen het huidige plangebied 3,1 m/dag bedraagt en daarmee goed is te noemen. Volgens de bodemkaart van Nederland (Blad 52 Oost Venlo) blijkt dat ter plaatse van het plangebied een Hoge bruine enkeerdgrond is gelegen, bestaande uit lemig fijn zand (code: bEZ23). De grondwatertrap ter plaatse betreft grondwatertrap VII hetgeen overeenkomt met een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) beneden 0,8 m-mv en een gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) beneden 1,2 m-mv.

Bij de bepaling van de capaciteit/kwantiteit van de gekozen infiltratievoorziening wordt, op basis van de eisen zoals neergelegd in de Toetssteen Openbare Ruimte 2019, uitgegaan van een neerslaggebeurtenis waarbij 60 mm neerslag valt in 24 uur. De te realiseren waterbergingsruimte kan dan berekend worden door de toename van het afvoerend verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met 0,06 m. Benodigde buffercapaciteit bedraagt volgens de normen van de gemeente Venray in dat geval: 200 m2 x 0,06 m = 12 m3 per woning. Uitgaande van de normering van het Waterschap, van een neerslaggebeurtenis waarbij 100 mm neerslag valt in 24 uur, dient de te realiseren waterbergingsruimte berekend te worden door de toename van het afvoerend verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met 0,1 m, hetgeen voor onderhavig project neerkomt op 40 m3 aan infiltratievoorzieningen (20 m3 per woning). Gelet op de korte maar hevige stortbuien die zich de afgelopen jaren steeds vaker gaan voordoen in combinatie met de dichte bebouwing rondom het plangebied, is het wenselijk om de hemelwaterinfiltratie-eisen van het Waterschap te hanteren en op die manier voldoende ruimte aan het hemelwater geven.

Deze voorzieningen kunnen bijvoorbeeld in de vorm van een infiltratiekrat/grindkoffer onder de verharding worden gerealiseerd, maar ook als open voorziening als onderdeel van de inrichting van de tuin, danwel een combinatie van beiden. Gezien het lagere maaiveldpeil binnen het plangebied in vergelijking met de omringende gronden, is het noodzakelijk het te bebouwen perceel op te hogen tot een hoogte welke

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 4 8

minimaal gelijk is aan de omgeving, om te voorkomen dat hemelwater vanuit de omgeving naar het plangebied afvloeit.

Afvoer van huishoudelijk afvalwater dient plaats te vinden via het aanwezige vuilwaterriool.

Bouwmaterialen De gemeente Venray streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Er zal derhalve, voorzover relevant, geen gebruik worden gemaakt van uitlogende bouwmaterialen.

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 4 9

Hoofdstuk 7 Juridische vormgeving 7.1

Algemeen

Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: plantoelichting planregels; verbeelding. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was , is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. De plansystematiek voldoet aan de volgende RO-standaarden 2012: Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012.

7.2

Planmethodiek

Er is, volgens de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Verder is aansluiting gezocht bij de systematiek van het bestemmingsplan Venray.

7.3

Verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen in de verbeelding. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan wel op een topografische ondergrond gelegd. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi. Opgemerkt wordt nog dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen, immers de wijze van raadplegen is ook verschillend. Inhoudelijk zijn geen verschillen te vinden.

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 5 0

7.4

Planregels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels.

De Inleidende regels (hoofdstuk 1) bestaan uit begrippen en de wijze van meten, teneinde te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In de Begrippen (artikel 1) wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als gebruikte begrippen niet in deze lijst voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het dagelijks taalgebruik. In het artikel over de "Wijze van meten" (artikel 2) worden de te gebruiken meetmethodes vastgelegd.

Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. De bestemmingen vangen steeds aan met de bestemmingsbenaming. Daarna wordt in de doeleindenomschrijving weergegeven voor welke doeleinden de betreffende gronden bestemd zijn. Indien er sprake zou kunnen zijn van conflicterende belangen, is er een nadere detaillering van de doeleinden opgenomen waarin wordt vermeld welke doeleinden prevaleren. Vervolgens wordt in de bebouwingsregeling aangegeven welke bouwwerken bij recht mogen worden opgericht en welke situerings- en maatvoeringseisen hiervoor gelden. In sommige bestemmingen wordt bovendien nader ingegaan op de toegestane voorzieningen. Vervolgens is een gebruiksbepaling opgenomen waarin wordt aangegeven dat gronden en opstallen niet in strijd met de bestemming mogen worden gebruikt. Voor de duidelijkheid is in een aantal situaties aangegeven die in ieder geval in strijd met de bestemming worden geacht.

In de Algemene regels (hoofdstuk 3) zijn opgenomen de Anti-dubbeltelbepaling, de algemene bouwregels, de algemene afwijkingsregels, de algemene wijzigingsregels, de algemene procedureregels voor wijzigingen, ontheffingen en nadere eisen en de overige regels.

In de Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen.

Omdat onderhavig bestemmingsplan slechts een partiële herziening inhoudt, zijn in de regels ook slechts de gewijzigde bepalingen opgenomen.

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 5 1

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid, kostenverhaal en planschade De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. De te ontwikkelen gronden zijn in eigendom van initiatiefnemer danwel worden tijdig overgedragen van de eigenaren aan initiatiefnemer. Verder zijn de gronden niet belast met beperkt zakelijke rechten van derden. Er is sprake van een bouwplan op basis van grexwet; er is een anterieure overeenkomst gesloten met betrekking tot kostenverhaal, ambtelijke kosten, bijdragen bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkeling over de toe te voegen woning (€ 2.500,- per woning) en planschade.

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 5 2

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid 9.1

Procedure

Elk nieuw bestemmingsplan ontstaat uit een initiatief. De totstandkoming begint met de beslissing dat een bestemmingsplan zal worden opgesteld. Conform artikel 3.1.1. Bro wordt de provincie Limburg en waterschap Limburg in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. Artikel 3.8 Wro regelt de procedure van het bestemmingsplan. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing. Hierbij zijn een aantal aanvullingen: 1. kennisgeving, zoals bedoeld in artikel 3:12 Awb, dient tevens te worden gepubliceerd in de Staatscourant en langs elektronische weg te worden verzonden; 2. het ontwerpbestemmingsplan dient te worden verstuurd aan het Rijk, provincie, waterschappen en aan de besturen van bij het plan een belang hebbende gemeenten; 3. kennisgeving aan de eigenaren van percelen welke de bestemming in de naaste toekomst zal worden verwezenlijkt; 4. door een ieder kunnen zienswijzen naar voren worden gebracht; 5. de gemeenteraad zal binnen 12 weken (termijn van orde), na de ter inzage termijn beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Binnen twee weken wordt het besluit tot vaststelling bekend gemaakt. Indien door de Gedeputeerde Staten (GS) een zienswijze is ingediend en deze niet volledig is overgenomen, dan vindt bekendmaking plaats binnen zes weken na vaststelling.

Dit geldt tevens indien de gemeenteraad wijzigingen aanbrengt in het ontwerp. In deze gevallen zend het college na vaststelling onverwijld een afschrift van het raadsbesluit aan de GS. Indien het Rijk of de provincie gebruik wil maken van haar aanwijzingsbevoegdheid gaat deze termijn niet op. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt dan, met uitsluiting van het onderdeel waarop het aanwijzingsbesluit ziet, samen met het aanwijzingsbesluit bekend gemaakt. Het besluit treedt in werking 1 dag na afloop van de beroepstermijn.

9.2

Overleg

In het kader van het wettelijk overleg heeft overleg plaatsvinden met de provincie Limburg en het Waterschap Limburg. Beide instanties hebben aangegeven geen opmerkingen te hebben op het plan. De vooroverlegreacties zijn als bijlage aan de plantoelichting toegevoegd.

9.3

Omgevingsdialoog

In maart 2022 heeft initiatiefnemer omwonenden geïnformeerd van de bouwplannen en op 24 maart 2022 is een informatiebijeenkomst geweest in combinatie met een ander nabijgelegen project. Er is gevraagd of de beide woningen meer in de stijl van de statige woning op het belendende

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

Pagina | 5 3

perceel gebouwd kunnen worden, bijvoorbeeld ook in de vorm van een tweekapper. Verder zijn er geen opmerkingen gekomen anders dan positief. Initiatiefnemer heeft het bevoegd gezag verslag gedaan van de reacties van de omwonenden. Deze omgevingsdialoog heeft niet geleid tot een aanpassing van de plannen.

9.4

Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 10 januari 2023 gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

| bestemmingsplan Oude Heerweg 17-19 Blitterswijck | status: vastgesteld |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12762493/1