05 1.2. Bijlage II Natuurbeleidsplan Natuurbegraafplaats Weverslo
Tekst van het document
Natuurbeleidsplan Landgoed Weverslo 1. Algemeen
2. De beheersvisie
3. Beheersplan en maatregelen
4. Tot slot
Natuurbeleidsplan 1 januari 2020
1
1. Algemeen In dit natuurbeleidsplan zijn de strategische keuzes voor het beheer en onderhoud van bos en natuur van Landgoed en Natuurbegraafplaats Weverslo nader uitgewerkt. Uitgangspunt is dat aan de hand van de duurzaamheidsdriehoek Sociaal Maatschappelijk < > Ecologie < > Economie wordt gewerkt aan een duurzame instandhouding van het Landgoed, landschap en natuurgebied. Binnen deze duurzaamheidspijlers bevind zich het speelveld waarbinnen de beheerkeuzes gemaakt moeten worden. Elke maatregel moet passen binnen de ecologische kaders, een meerwaarde zijn voor mens en omgeving en financieel renderend zijn. Voor het bosbeheer is de methodiek van Geïntegreerd Bosbeheer het uitgangspunt, een methode dat een bos oplevert dat blijvend interessant is voor plant, dier en mens. Dat erop is gericht een substantiële bijdrage te leveren aan het realiseren van meerdere bosfuncties. In ons geval betreft het de drie functies: natuur, (haard)houtproductie voor eigen gebruik en cultuur/natuurbegraven. Een tweede belangrijk kenmerk van geïntegreerd bosbeheer is dat er zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de natuurlijke processen in het bos en dat deze processen ook worden ondersteund. Ze zorgen dat bomen beter groeien, dat er natuurlijke verjonging komt, dat er dood hout in het systeem blijft, dat er dikke bomen komen en dat flora en fauna zich kan ontwikkelen.
Het bos van Weverslo kenmerkt zich door een hogere ligging ten opzichte van de omgeving en een dominantie van den en eik. De eiken hebben het stuifzand vastgelegd dan wel vastgehouden. Gezien de hoeveelheid varen in de ondergroei en de aanwezigheid van hulst als struiklaag duidt op een oudere bosgroeiplaats. In de 20ste eeuw zijn dennen aangeplant op de armere zandgrond. Geleidelijk aan ontwikkelt de bodem zich. De van oorsprong arme groeiplaats, geschikt voor den-berk-eik, ontwikkelt zich naar een iets rijkere groeiplaats waarbij het eiken-haagbeukenbos zich kan ontwikkelen. Het beheer zal zich op dit natuurlijk proces richten. Door middel van aanplant na uitval van bomen door storm, sneeuwbreuk,ziekte of uitkap zal ingezet worden op een volledig bosecosysteem. Geïntegreerd bosbeheer wordt als beheersmethode gehanteerd binnen een schaal van één of enkele hectares. In ons geval gaan we uit van een geïntegreerd bosbeheer voor een bosgebied van 7,5 ha. Voor dat gebied is het beheer een verzameling van maatregelen die in principe gevolgen hebben voor de drie bovengenoemde functies en die worden uitgevoerd op opstandniveau. De maatregelen voorzien erin dat er kleinschalig en periodiek wordt ingegrepen, waardoor een afwisselend patroon van gevarieerde structuurgroepen ontstaat.
De kleinschaligheid biedt de kans om geregeld bij te sturen in de bosontwikkeling en de toegankelijkheid en veiligheid te bewaken. Dit met respect voor de historie van het gebied wat tot uiting komt in de padenstructuur, oude bomen en reliëf. De besluitvorming over het beheer van het bos begint bij een lange termijn visie en eindigt bij het uitvoeren van maatregelen die gericht zijn op het vrijstellen van specifieke bomen.
Natuurbeleidsplan 1 januari 2020
2
2. De beheersvisie In de beheersvisie omschrijven we welke missie, functiedoelen, streefbeelden/terreindoelen we op de langere termijn (25 jaar en daarna) willen realiseren. In het beheersplan staan vervolgens de beslissingen voor een periode van telkens 5 jaar beschreven. In de jaarlijkse werkplannen wordt de beheersvisie geconcretiseerd en zijn de maatregelen voor het betreffende planjaar vastgelegd.
De missie We willen • het totale landgoed Weverslo voor een langere periode in stand houden als aantrekkelijk gebied voor natuur, bezinning en wonen; • de kwaliteit van de natuur van het landgoed en zijn omgeving verhogen en de biodiversiteit vergroten; • een bijdrage leveren aan het voorzien in de maatschappelijke behoefte aan spiritualiteit en natuurbegraven;
Functies Om de missie te kunnen realiseren zetten we in op: • natuurbeheer; • (haard)houtproductie voor eigen gebruik; • Cultuur/natuurbegraven.
Functiedoelen •
•
•
•
We willen de kwaliteit, diversiteit en beleving van de natuurwaarden versterken. Dat doen we door te zorgen voor horizontale en verticale variatie van bomen, struiken en de kruidlaag. Dat moet leiden tot afwisselende en gevarieerde bosbeelden, bosranden in combinatie met paden, singels, individuele bomen en boomgroepen. We streven naar een structuurrijk bos met biodiversiteit en een gemengd bos naar soort, leeftijd en hoogte. De boom- en struiksoortensamenstelling leidt tot een volledig bosecosysteem met minimaal 2 boomlagen, struiklaag en kruidlaag. Het natuurlijk weiland van ca 0,8 ha wordt begraasd door 2 pony’s.; Door houtoogst willen we de noodzakelijke openheid en verjonging van het bos bevorderen en tevens voorzien in de eigen behoefte aan hout voor verwarming door houtgestookte kachel en zaaghout, door gemiddeld per jaar 5 m3/ha hout te oogsten. Met de houtoogst wordt gestuurd op het doorbreken van de dominantie van den en eik met behoud van een bosklimaat. Tegelijkertijd ontstaat er ruimte voor het inbrengen van boom- en struiksoorten met zacht strooisel zodat het bodemleven zich kan verbeteren; Door aanplant en natuurlijke verjonging gericht op het creëren van kleinschalige structuurgroepen willen we een gevarieerd bosbeeld en grotere biodiversiteit bereiken. De biodiversiteit zal toenemen door een grotere spreiding van bloei en toename van diversiteit in vrucht.
We verkennen de mogelijkheden om elementen van een vruchtbaarheidsbos te integreren.
Natuurbeleidsplan 1 januari 2020
3
Terreinkenmerken/doelen Als resultaat van het realiseren van de functiedoelen ontstaat een bos met een: • boomsoortensamenstelling van grove den, eik, berk, diverse soorten loofbomen (o.a. noten, tamme kastanje, zoete kers, lijsterbes, walnoot, linde, haagbeuk, boswilg, grauwe els, esdoorn, wilde peer, wilde appel) en groenblijvende soorten (hulst, hemlock spar en taxus); • struiklaag van jonge aanplant (schleedoorn, hazelaar, vlier, krent, lijsterbes, sporkehout, hondsroos etc.) en natuurlijke verjonging van de diverse hiervoor genoemde boomsoorten; • kruidlaag van stekelvaren, bochtige smele, mos en stinzenplanten; • aantal natuurgraven die na inlage slechts heel weinig blijvende sporen in de oppervlakte achterlaten. o op en rondom de plekken die ontstaan door het openen en sluiten van graven zullen we stinzenplanten en jonge aanplant poten i.c. natuurlijke verjonging stimuleren. o de graven worden zodanig gesitueerd dat er zowel in ruimte als in tijd een spreiding plaatsvindt over het bosgebied; o de markering van de graven kan bestaan uit sculpturen van onbehandeld inlands hout van maximaal 20x30x40 cm • padenstructuur over een lengte van ca. 1800 m en gemiddeld ca. 1,5 m breed met het karakter van een bospad. Deze paden zijn geschikt als voetpad en om er met lichte voertuigen (rollator, begrafeniskar op luchtbanden, rolstoel) gebruik van te maken.
Natuurbeleidsplan 1 januari 2020
4
3. Beheersplan en maatregelen 3.1 Regie op uitgifte graven De grafplekken zijn gesitueerd rondom i.c. nabij markante toekomstbomen, die dienen als ijkpunt. Op deze manier houden we regie op benutting van de ruimte en spreiding van de bezoekdruk in tijd en plaats. 3.2 Beplantingsconcept Gelijk met het inleggen van graven wordt er ook jonge aanplant bijgeplaatst. Daarbij is het uitgangspunt dat er bomen van verschillende leeftijd en grootte komen, zodat er variatie in soorten en niveaus ontstaat. Een strook van 20 m breed langs de zuid/westkant van het landgoed wordt zodanig aangeplant, ingericht en onderhouden dat ze dient als visuele afscherming. Voordeel van deze werkwijze is dat er kleinschalig gewerkt wordt, en er risicospreiding is onder wisselende weersomstandigheden. 3.3 Informatie Om de gewenste bos- en natuurontwikkeling zorgvuldig te kunnen sturen, verzamelen we voortdurend informatie over de stand van zaken en de ontwikkeling van flora en fauna, over beschermde soorten, over de grondwaterstand, het waterregime, de grondsamenstelling, over mogelijke archeologische vondsten, de bezoekersaantallen en de bezoekmomenten. Deze informatie wordt periodiek getoetst aan vigerende wetten, regels en (gedrag)codes, het (meerjaren)beleid voor de natuurbegraafplaats en het landgoed Weverslo. We verwerven deze informatie o.a. door registratie, monitoring en observatie.
3.4 Instructie Om medewerkers en andere werkers en bezoekers te kunnen informeren en instrueren over de te volgen handelwijze en gedragingen, zorgen we voor informatie op het terrein, op de website en in drukwerk. Voor een correcte uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer en gebruik is er een instructie met betrekking tot zaken als graf delven, beheers- en onderhoudswerkzaamheden incl. dunnen. 3.5 Wet en regelgeving Op uitdrukkelijk verzoek van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en van de gemeente Venray registreren we de aanwezigheid en ontwikkeling van beschermde flora en fauna op het landgoed. We participeren in Part’ner, de landelijke organisatie die ten behoeve van de SNL subsidiëring het natuurbeleid en -beheer en de maatregelen monitort.
Natuurbeleidsplan 1 januari 2020
5
4. Tot slot Het hier beschreven natuurbeleidsplan bevat zowel de visie op de natuurontwikkeling voor het gehele landgoed Weverslo als de visie op de ontwikkeling van de natuurbegraafplaats. Beide visies zijn met elkaar verbonden en leggen daarmee de basis voor een integrale ontwikkeling van het bos. In de beschrijving van de beheersvisie en de maatregelen is de integrale visie concreter uitgewerkt. Dat moet ertoe leiden dat er een gevarieerd en natuurlijk bos ontstaat met verschillende soorten bomen en struiken op boomniveau, struikniveau en kruidlaag. De houtproductie en de natuurbegravingen zijn vanuit het bos- en natuurperspectief ondergeschikt en dienstbaar aan dit hoofddoel.
Natuurbeleidsplan 1 januari 2020
6