05-04 Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 4
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 4 te Wanssum
Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 4 te Wanssum Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM21214 : Definitief (versie 1) : 16 juli 2021
Opdrachtgever
: Bureau Leefomgeving Schoolstraat 7 5961 EE HORST
Opgesteld door Paraaf
: ing. J.M.G. Reuver :
Gecontroleerd door Paraaf
: ing. T.K.P.G. Thijssen :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2 AM21214
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING..............................................................................................................................................................................................................4
2.
VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................5
2.3
Historisch overzicht en omgeving ...........................................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .........................................................................................................................................................9
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................9
2.7
Asbest ................................................................................................................................................................................................................9
2.8
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer ................................................................................................................................. 10
2.9
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 10
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................................................................................................................. 11 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 11
3.2
Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................................................................. 11
4.
VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 12 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 12
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 12
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 13
5.
LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 14 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 14
5.2
Grond(meng)monster(s)............................................................................................................................................................................ 14
5.3
Grondwatermonster(s) .............................................................................................................................................................................. 16
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 17
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................................... 18
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters
Pagina | 3 AM21214
1. INLEIDING In opdracht van Bureau Leefomgeving heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Achterstraat 4 te Wanssum
Gemeente
: Venray
Kadastrale registratie
: Wanssum, sectie C, nr. 489 en 783
Oppervlakte
: circa 3569 m2
Huidig gebruik van de locatie
: leegstaande paardenhouderij
Toekomstig gebruik
: wonen
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging voor de nieuwbouw van woningen op de locatie na sloop van de bestaande bebouwing.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in mei en juni 2021. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4 AM21214
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
de opdrachtgever;
•
het kadaster;
•
topotijdreis.nl;
•
gemeente Venray en provincie Limburg;
•
het dinoloket;
•
het bodemloket;
•
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt aan de Achterstraat 4 te Wanssum. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Venray Wanssum, sectie C, nr. 489 en 783. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 203.154/ Y = 394.444. Zie bijlage 1 voor een kadastrale kaart en topografische situatie. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (Bron luchtfoto: PDOKViewer)
Pagina | 5 AM21214
2.3
Historisch overzicht en omgeving
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie al lange tijd bebouwd is. Het bestaande pand dateert uit 1890 (bron: BAG-viewer). Op de kaart uit 1900 is de bebouwing op de onderzoekslocatie waarneembaar. Op de kaart uit 1940 is te zien dat de aanwezige bebouwing uitgebreid is. Ook is dan de ten noordwesten van de onderzoekslocatie gelegen haven zichtbaar. Op de kaart uit 1960 is te zien dat de ligging van de Brugstraat (ten zuiden van de onderzoekslocatie) gewijzigd is. Op de kaarten uit 1980, 2000 en 2020 is te zien dat de situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie nagenoeg ongewijzigd is gebleven.
1900
1940
1960
1980
2000
2020
Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
Dossieronderzoek
Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 5 mei 2021 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Venray. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX. Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.1 weergegeven (relevante) bouwvergunningen geraadpleegd. Pagina | 6 AM21214
Dossiernummer
Datum
Vergunning
Opmerkingen
1.778.511
07-02-1956
Vergunning bouw van een kippenhok
Pannen dak, geen bijzonderheden met betrekking tot bodem
2-5-1958
vergunning voor het verbouwen van
geen bijzonderheden met betrekking tot bodem
een stalling 28-11-1959
vergunning voor het bouwen van een
geen bijzonderheden met betrekking tot bodem
machineloods achter de boerderij 15-10-1960
vergunning voor het verbouwen van
geen bijzonderheden met betrekking tot bodem
een schuur tot werkplaats 27-09-1971
Vergunning voor veranderen 2 gevels
Behoort bij Brugstraat 11, geen bijzonderheden met betrekking tot bodem
23-05-1972
vergunning voor het bouwen van een
Geen bijzonderheden met betrekking tot bodem
voeder- en melkkamer Tabel 2.1.: Overzicht geraadpleegde (relevante) bouwvergunningen
Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.2 weergegeven (relevante) milieuvergunningen en verslagen van uitgevoerde milieucontroles geraadpleegd. Dossiernummer
Datum
Vergunning
Opmerkingen
17-12-
revisievergunning
Binnen de inrichting vindt opslag plaats van dieselolie en HBO in 2 bestaande
2001
paardenhouderij
bovengrondse tanks boven een lekbak
Achterstraat 4 Wanssum
20-12-
Acceptatie melding
2002
verandering inrichting
Geen bijzonderheden met betrekking tot het aspect bodem
Achterstraat 4 Wanssum 13-05-
Integrale milieucontrole
2005
De brandbare materialen aanwezig nabij de olietanks in de hooi- en stro opslagloods zijn tot een voldoende afstand verplaatst. De afleverpomp voor dieselolie moet, indien deze niet in gebruik is worden afgesloten. Deze afsluiting is gerealiseerd.
03-08-
Reguliere
De dieseltank is in oktober 2004 verwijderd. De tank is afgevoerd naar de oud
2005
milieucontrole
ijzerboer. Dit is telefonisch gemeld aan de gemeente Meerlo-Wanssum. Gegevens met betrekking tot aanwezige tanks: - enkelwandige stalen bovengrondse huisbrandolie tank van 1200 liter - ondergrondse stalen huisbrandolie tank van 5000 liter. Deze tank noordelijk nabij de bebouwing is in 1993 door de heer Janssen zelf (dus niet conform BOOT) uit de grond verwijderd.
Pagina | 7 AM21214
Dossiernummer
Datum
Vergunning
Opmerkingen
Tabel 2.2: Overzicht geraadpleegde (relevante) milieuvergunningen en milieucontrole verslagen
In de directe omgeving van de onderzoekslocatie is het in tabel 2.3 weergegeven meldingsonderzoek uitgevoerd. Kenmerk
Bijzonderheden
Meldingsonderzoek locatie
Op het terrein bevindt zich de voormalige brandstoffenhandel annex graanmaalderij van de heer J. Janssen
Brugstraat 9 Wanssum
en een woonhuis met tuin.
(Intron-Bodemtech rapport
Op grond van de verzamelde informatie kan niet uitgesloten worden dat op het terrein als gevolg van de
met kenmerk F20800 d.d
voormalige bedrijfsvoering een lokale bodemverontreiniging is opgetreden. Verontreinigingen met
juli 1992)
minerale olie, vluchtige aromaten (BETX) en PAK mogen gezien de aard van de activiteiten het meest waarschijnlijk worden geacht. Met name in de directe omgeving van de kolenopslagplaatsen, de ondergrondse opslagtanks, de bovengrondse opslagtank, het pompeneiland en de bedrijfsriolering kunnen als verdacht worden aangemerkt.
Tabel 2.3: Overzicht uitgevoerd meldingsonderzoek in de directe omgeving van de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie zelf zijn voor zover bekend niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd en hebben er zover bekend geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden.
Pagina | 8 AM21214
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
Het plangebied ligt op de rand van een oude maasmeander en laaggelegen, vlak reliëf (dalvlakteterras). De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.4. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0 – 14,50
Formatie van Beegden, zandige eenheid
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken.
14,50 – 28,00
Kiezeloöliet Formatie, zandige eenheid
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig klei, zandige klei, fijn zand en grind en een spoor bruinkool
Tabel 2.4: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 14,80 m +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 3 m-mv of 11,80 m + NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 15 juni 2021 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Op de onderzoekslocatie staat een leegstaande en verwaarloosde langgevelboerderij met diverse stallen/schuren. Het pannendak van een van de schuren ten noorden van de boerderij is deels ingestort. De noordoostelijke loods bestaat uit stalen damwandplaten. Het terrein ten zuiden van de boerderij is geheel verhard met beton, klinkers en asfalt. Het terrein ten noorden van de boerderij is grotendeels onverhard (weiland). Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Aan de noord(west)zijde van de boerderij bevindt zich een bovengrondse huisbrandolietank in een gesloten lekbak. In de voormalige hooischuur heeft een bovengrondse brandstoftank met afleverpomp gestaan. Deze zou omstreeks 2005 van de onderzoekslocatie zijn verwijderd. Verdere informatie over deze tank ontbreekt. Er zijn verder geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2.
De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door woningen met tuin, aan de oostzijde door een bedrijfsperceel, aan de zuidzijde door een woning met tuin en een bedrijfsperceel en aan de westzijde door de Achterstraat.
2.7
Asbest
Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is geen informatie naar voren gekomen dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden. De daken van de aanwezige panden zijn voorzien van dakpannen en ijzeren damwandplaten.
Pagina | 9 AM21214
2.8
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer
Uit de bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart van de regio Limburg Noord blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘Landbouw/Natuur’ geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘Wonen’.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek (agrarisch bedrijf met werkplaats) is de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd met enkele verdachte deellocaties. Deze deellocaties betreffen 2 bovengrondse tanks en een voormalige 5.000 liter ondergrondse HBO-tank welke in het verleden in eigen beheer verwijderd is (geen KIWA-certificaat). De locaties van de (voormalige) brandstoftanks worden als “verdacht” beschouwd op de aanwezigheid van minerale olie (grond en grondwater). De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht maar kan niet worden uitgesloten (onverdacht).
Pagina | 10 AM21214
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘VED-HE’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'VED-HE' Aantal boringen oppervlakte (m²) tot 0,5 m in de verdachte laag 3569
12
Per tanklocatie
boring tot de onderzijde van de èn boring met verdachte laag met een maximum van peilbuis 1,2) 2m 2 1 1 tot onderzijde tank
1
Aantal te onderzoeken (meng)monsters grond grondwater (verdachte laag) 3
1
1x minerale olie
1x minerale olie
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 “verdacht” 1) Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 5,5 m beneden maaiveld. 2) Wanneer de verontreiniging vooral in het grondwater wordt verwacht, wordt het aantal peilbuizen uitgebreid.
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
Pagina | 11 AM21214
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 15 juni 2021 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie door de heer H. van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018.
De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Inpandig is een werkplaats aangetroffen met een olievlek op de betonvloer. Ter plaatse is boring 15 verricht. Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis. Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 3. Voorts zijn ter plaatse van de (voormalige) tanklocaties tevens een peilbuis geplaatst. De bovenkant van het peilbuisfilters is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuizen is geen werkwater gebruikt.
Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). De boorpuntlocaties zijn opgenomen op de situatietekening in bijlage 3.
In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring 01
Diepte boring (m -mv) 4,55
02
4,60
04
4,60
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 2,00 - 4,55 0,00 - 0,50 0,50 - 1,10
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
1,10 - 1,60 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00
Zand Zand Zand
sporen puin, sporen baksteen, geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie sporen baksteen, geen olie-water reactie zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, zwak cementresten geen olie-water reactie sporen baksteen, geen olie-water reactie geen olie-water reactie Pagina | 12
AM21214
Boring
Diepte boring (m -mv)
05 07 14 15
2,00 1,00 1,50 1,00
Traject (m -mv) 1,00 - 1,50 1,50 - 1,80 1,80 - 3,00 3,00 - 4,60 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,05 - 0,50 0,10 - 0,50
16 17 18
0,90 1,00 1,00
0,50 - 1,00 0,00 - 0,40 0,08 - 0,50 0,00 - 0,50
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Leem Leem Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie sporen baksteen, spoor cementresten sporen baksteen sporen baksteen, spoor cementresten sporen baksteen, geen olie-water reactie, spoor cementresten geen olie-water reactie zwak baksteenhoudend, spoor cementresten sporen baksteen sporen baksteen
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek conform de NEN 5707 verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De locatie is derhalve als onverdacht op het voorkomen van asbest in de bodem beschouwd. Voorliggend onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuizen zijn op 25 juni 2021 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 1
Filterdiepte (m-mv.) 3,55 – 4,55
Grondwaterstand (m-mv. 3,40
pH (-)
Ec (µS/cm)
6,71
398
Troebelheid (NTU) 204
2
3,60 – 4,60
2,90
6,22
573
709
3
3,40 – 4,40
3,00
6,27
326
849
4
3,60 – 4,60
2,90
6,24
374
570
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden. In het grondwater uit alle peilbuizen is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5, zie hoofdstuk 5.3. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen. Pagina | 13 AM21214
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grond(meng)monster(s)
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie.
Analysemonster MM1
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
Deelmonsters
Analysepakket
02 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket incl. lu/os
14 (0,05 - 0,50) MM2
0,00 - 0,50
05 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket incl. lu/os
15 (0,10 - 0,50) MM3
0,00 - 0,50
16 (0,00 - 0,40) 17 (0,08 - 0,50)
Standaardpakket incl. lu/os
18 (0,00 - 0,50) MM4
0,50 - 1,00
01 (0,50 - 1,00) 03 (0,50 - 1,00)
Standaardpakket incl. lu/os
04 (0,50 - 1,00) 05 (0,50 - 1,00) 06 (0,50 - 1,00) 07 (0,50 - 1,00) 14 (0,50 - 1,00) 15 (0,50 - 1,00) 17 (0,50 - 1,00) 18 (0,50 - 1,00) M5
0,00 - 0,50
01 (0,00 - 0,50)
Minerale olie GC (C10-C40) incl. lu/os
M6
1,50 - 2,00
02 (1,50 - 2,00)
Minerale olie GC (C10-C40) incl. lu/os
M7
0,00 - 0,50
04 (0,00 - 0,50)
Minerale olie GC (C10-C40) incl. lu/os
Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
Pagina | 14 AM21214
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6 voor het analyserapport. (Meng)monster
Traject (m -mv) Gehele onderzoekslocatie MM1 0 – 0,5
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing
sporen baksteen, spoor cementresten, geen olie-water reactie
MM2
0 – 0,5
sporen baksteen, spoor cementresten, geen olie-water reactie
MM3
0 – 0,5
MM4 Tanklocatie 1 M5
0,5 – 1,0
sporen baksteen, zwak baksteenhoudend, spoor cementresten geen bijzonderheden
cadmium koper lood zink PAK (10-VROM) koper lood zink lood zink ---
0,885 41,3 72,8 275 2,19 53,5 52,7 176 51,5 324 ---
* * * * * * * * * * ---
Tanklocatie 2 M6 Tanklocatie 3 M7
0 – 0,5
sporen puin, sporen baksteen, geen olie-water reactie
---
---
---
1,5 – 2,0
geen olie-water reactie
---
---
---
0 – 0,5
sporen baksteen, geen olie-water reactie
minerale olie
650
*
Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Gehele onderzoekslocatie Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM1 licht verhoogd is met cadmium, koper, lood, zink en Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10-VROM). Grondmengmonster MM2 is licht verhoogd met koper, lood en zink. Grondmengmonster MM3 is licht verhoogd met lood en zink. In ondergrondmengmonster MM4 zijn geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten.
De aangetoonde licht verhoogde gehalten zijn waarschijnlijk te relateren aan de aangetroffen zintuiglijk bijmengingen in de bovengrond en het langdurig menselijk gebruik van de locatie.
Tanklocaties Ter plaatse van de voormalige ondergrondse tanklocatie en de bestaande bovengrondse tank is in de grond geen verhoging met minerale olie aangetroffen. Ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank noordoostelijk in de loods is in de bovengrond een lichte verhoging met minerale olie gemeten. Mogelijk dat ter plaatse in het verleden gemorst is op de grond.
Pagina | 15 AM21214
Algemene toelichting Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.
De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a. door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt. Ze worden tevens gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. De belangrijkste PAK-verbindingen in steenkoolteer zijn naftaleen, chryseen, fenanthreen en fluorantheen. Alle zijn praktisch onoplosbaar in water, niet vluchtig en persistent (niet afbreekbaar).
5.3
Grondwatermonster(s)
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor het analyserapport.
Peilbuis
Grondwaterstand [m-mv.]
Verhoogde component
1
Filtertraject [m-mv] 3,55 – 4,55
3,40
2 3
3,60 – 4,60 3,40 – 4,40
2,90 3,00
4
3,60 – 4,60
2,90
xylenen naftaleen xylenen xylenen naftaleen xylenen naftaleen
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 0,5 * 0,03 * 0,64 * 0,34 * 0,03 * 0,4 * 0,02 *
Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Pagina | 16 AM21214
Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 t/m 4 zeer licht verhoogd is met xylenen en naftaleen. Van de overige onderzochte componenten zijn geen gehalten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de streefwaarde gemeten.
De licht verhoogde gehalten met xylenen en naftaleen worden waarschijnlijk gedeeltelijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd. Op de locatie zijn geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verhoogd aangetroffen gehalten aan deze componenten.
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de bovengrond in overeenstemming zijn met de vooraf geformuleerde verdachte hypothese. De gemeten concentraties liggen ruim beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond). De gemeten gehalten in ondergrond zijn in tegenspraak met de vooraf geformuleerde verdachte hypothese. Ter plaatse van de 3 tanklocaties is geen verontreiniging met minerale olie aangetroffen.
Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater in overeenstemming zijn met de vooraf opgestelde verdachte hypothese. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is gelet op de aangetroffen componenten en gemeten concentraties niet noodzakelijk geacht.
Pagina | 17 AM21214
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn behoudens een bovengrondse tanklocatie geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk plaatselijk bijmengingen met baksteen en cementresten waargenomen. Ter plaatse van de (voormalige) tanklocaties is geen olie-waterreactie waargenomen. Op basis van de gekende voorinformatie en de terreininspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen/te verwachten. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem is derhalve als laag ingeschat maar kan niet worden uitgesloten. In het kader van dit bodemonderzoek is geen asbest in bodemonderzoek conform de NEN 5707 uitgevoerd. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met enkele zware metalen en plaatselijk Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10-VROM). In de ondergrond zijn geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten. Het freatisch grondwater blijkt zeer licht verhoogd met xylenen en naftaleen. Ter plaatse van de 3 (voormalige) tanklocaties is geen verontreiniging met minerale olie in de bodem of het grondwater aangetroffen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.
De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Tijdelijk Handelingskader PFAS van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
Pagina | 18 AM21214
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale situatie
AM21214
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM21214-NP
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 1000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Wanssum C 783
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 20 april 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM21214
AM21214
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM21214
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM21214
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
AM21214
Foto 19
Foto 21
Foto 23
Foto 20
Foto 22
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening met boorpuntlocaties
AM21214
203151
203176
203201
203226
394450 394425
394425
394450
394475
203126
394475
203101
Legenda Plangebied Foto's
Boorpuntenkaart (A4)
Bovengrondse tank
AM21214 Wanssum Achterstraat 4 Schaal
boring tot 0,5 m-mv
boring tot 2,0 m-mv peilbuis Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
203101
394400
N
boring tot 1,0 m-mv
v1.0_28-6-2021_LK
394400
Boringen
203126
203151
203176
203201
203226
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen
AM21214
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
0
Boring: 0
erf
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, sporen puin, sporen baksteen, geen olie-water reactie, beigebruin, Edelmanboor
1 50
0
0 1
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor
2 100
100
2 100
110
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor
3 150
150
3 150
160
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, donkeroranje, Edelmanboor
4 200
200
02 gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen wortels, sporen kooldeeltjes, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor, Zwak cementresten Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor Leem, sterk zandig, zwak roesthoudend, grijsoranje, Edelmanboor
4 200
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijsoranje, Zuigerboor handmatig 250
250
250
Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, grijsoranje, Zuigerboor handmatig 300
300
350
350
400
400
450
450
455
Boring:
03
Boring: 0
0
460
gras
50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
04 1 50
50 2
100
2
Leem, sterk zandig, sporen roest, bruinoranje, Edelmanboor
3
100
100
110
150 4
180
5
250
300
300
Leem, zwak zandig, geen olie-water reactie, bruinoranje, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht oranjegrijs, Edelmanboor
200 Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, lichtgrijs, Edelmanboor
250
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
150
4 200
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen grind, sporen kooldeeltjes, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, bruinoranje, Edelmanboor
3 150
200
erf
300
Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht oranjegrijs, Edelmanboor 350
400
350
400
440
400 Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindhoudend, grijsoranje, Zuigerboor handmatig 450
460
Projectnaam: Achterstraat 4, Wanssum Projectcode: AM21214
Opdrachtgever: Bureau Leefomgeving
getekend volgens NEN 5104
Boring:
05
0
Boring: 0
erf
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, zwak grindhoudend, donkerbruin, Edelmanboor, Spoor cementresten
1 50
100
100
1 50
50
150
150
200
200
160
50
200
200
Boring: 0
grind
50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, sporen baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
Leem, sterk zandig, oranjebruin, Edelmanboor
4
07
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
3
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor
4
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, geelbeige, Edelmanboor
100
100
160
klinker
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, lichtbruin, Edelmanboor
2
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
3
Boring:
0 8
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
06
08 0
0
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
2 100
100
Boring:
09
Boring: 0
0
weiland
50
50
Boring:
weiland
50
50
0
50
50
Boring: 0
braak
1 50
14 0 5
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50
beton Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen kooldeeltjes, donkerbruin, Edelmanboor, Spoor cementresten Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 100
100
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor
3 150
braak Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
13
50
12
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
0
50
50
Boring: 0
0
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
11
Boring:
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
10
150
Projectnaam: Achterstraat 4, Wanssum Projectcode: AM21214
Opdrachtgever: Bureau Leefomgeving
getekend volgens NEN 5104
Boring:
15
Boring: 0 10
0 1
50
50 2
100
100
Boring:
beton Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor, Spoor cementresten
1 40
50
1 50
18 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, sporen baksteen, bruingrijs, Edelmanboor
50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor
2 100
grind Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, sporen baksteen, lichtbruin, Edelmanboor
1 50
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, zwak baksteenhoudend, geelbruin, Edelmanboor, Spoor cementresten
90
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, oranjebruin, Edelmanboor
2 100
klinker
erf
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor
2
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, donker geelbruin, Edelmanboor
Boring: 0 8
50
0
0
Betonboor
17
0
16
100
Projectnaam: Achterstraat 4, Wanssum Projectcode: AM21214
Opdrachtgever: Bureau Leefomgeving
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
aeres milieu
Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker
AM21214
VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000. Projectnummer
AM21214
Onderzoekslocatie
Achterstraat 4, Wanssum
Opdrachtgever
Bureau Leefomgeving
Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)
Nee
Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven Protocol :
Datum uitvoering veldwerkzaamheden:
2001
15 juni 2021
2002
25 juni 2021
Gecertificeerd monsternemer
H. van den Tillaar
aeres milieu
Bijlage 6 Analyseresultaten grond(meng)monsters met achtergrond en interventiewaarden
AM21214
Projectnaam Projectcode
Achterstraat 4, Wanssum AM21214
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
MM1 1 or
MM2 2 or
br
AW 1/2(AW+I)
Ja 89.5 <1 Geen
-----
Ja 93.4 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)
2.7
--
1.9
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 5.7
--
4.4
--
58 0.56 4.0 23 0.11 50 <0.5 9.2 140
154 0.885 10 41.3 0.148 72.8 0.35 20.5 275
* * *
*
37 0.32 3.8 28 <0.05 35 <0.5 8.2 83
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen 0.02 -<0.01 fenantreen 0.14 -0.11 antraceen 0.05 -0.04 fluoranteen 0.45 -0.26 benzo(a)antraceen 0.29 -0.17 chryseen 0.29 -0.15 benzo(k)fluoranteen 0.18 -0.11 benzo(a)pyreen 0.31 -0.17 benzo(ghi)peryleen 0.24 -0.13 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.22 -0.12 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 2.19 2.19 * 1.267 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<5 18 17 7 40
-------18.1
----148
Monstercode en monstertraject 1 13484917-001 MM1 02(1) 04(1) 14(1) 2 13484917-002 MM2 05(1) 07(1) 15(1)
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9
<5 <5 7 6 <20
RBK eis
br
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
I
110 0.531 10.6 53.5 0.0484 52.7 0.35 19.9 176
* *
*
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
1.5
21
40
0.35
20
510
1000
4.9
190
2595
5000
35
----------1.27
-------24.5
a
----70
De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr.
22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 1 2.7% 5.7% 2 1.9% 4.4%
Projectnaam Projectcode
Achterstraat 4, Wanssum AM21214
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
MM3 3 or
MM4 4 or
br
AW 1/2(AW+I)
Ja 95.7 <1 Geen
-----
Ja 89.0 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)
<0.5
--
1.1
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 2.5
--
5.0
--
24 <0.2 3.0 12 <0.05 33 <0.5 7.3 140
87.5 0.239 10 24.4 0.0499 51.5 0.35 20.4 324
*
*
22 <0.2 3.1 7.7 <0.05 14 <0.5 6.6 39
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -<0.01 fenantreen 0.03 -0.02 antraceen 0.02 -<0.01 fluoranteen 0.09 -0.02 benzo(a)antraceen 0.04 -0.02 chryseen 0.05 -0.02 benzo(k)fluoranteen 0.04 -0.01 benzo(a)pyreen 0.05 -0.02 benzo(ghi)peryleen 0.06 -0.02 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.05 -0.01 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.437 0.437 0.154 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<5 <5 <5 <5 <20
-------24.5
a
----70
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9
<5 18 <5 <5 <20
RBK eis
br
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
I
62 0.23 8.21 14.4 0.048 20.9 0.35 15.4 80.3
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
1.5
21
40
0.35
20
510
1000
4.9
190
2595
5000
35
----------0.154
-------24.5
a
----70
Monstercode en monstertraject 1 13484917-003 MM3 16(1) 17(1) 18(1) 2 13484917-004 MM4 01(2) 03(2) 04(2) 05(2) 06(2) 07(2) 14(2) 15(2) 17(2) 18(2)
De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr.
22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 3 0.5% 2.5% 4 1.1% 5%
Projectnaam Projectcode
Achterstraat 4, Wanssum AM21214
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
M5 5 or
M6 6 or
br
AW 1/2(AW+I)
Ja 93.8 <1 Geen
-----
Ja 84.3 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)
2.1
--
<0.5
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 2.5
--
21
--
-----
<5 <5 <5 <5 <20
-----
<5 <5 7 <5 <20
66.7
RBK eis
br
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
I
70
190
2595
5000
35
Monstercode en monstertraject 1 13484917-005 M5 01(1) 2 13484917-006 M6 02(4) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 5 2.1% 2.5% 6 0.5% 21%
Projectnaam Projectcode
Achterstraat 4, Wanssum AM21214
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
M7 7
AW 1/2(AW+I) or
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
RBK eis
br
Ja 92.8 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) 1.9
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 4.6
--
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
----*
<5 89 39 7 130
I
650
190
2595
5000
35
Monstercode en monstertraject 1 13484917-007 M7 04(1) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 7 1.9% 4.6%