CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Wijzigingsoverzicht verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Venray

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Verordeningen onderwijs(huisvesting).6.093 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toevoegingen en wijzigingen Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Venray Navolgend zijn de toevoegingen en wijzigingen benoemd ten opzichte van de vigerende verordening. De reden van de toevoeging of wijziging is per artikel beschreven. In deel 1 zijn de toevoegingen opgenomen en in deel 2 de wijzigingen per artikel. In deel 2 zijn korte toevoegingen in een artikel schuin gedrukt. In deel 3 zijn alleen de financiële wijzigingen opgenomen. Taalfouten die zijn aangepast, verwijzingen die zijn aangepast en het verwijderen van artikelen over voortgezet onderwijs die per abuis in de vingerende verordening stonden, zijn niet opgenomen in de overzichten. 1. Toevoegingen Toegevoegd in nieuwe verordening Artikel 1 Begripsbepalingen IHP: vigerend integraal huisvestingsplan primair onderwijs Venray Medegebruik: gebruik van een onderwijsgebouw ten behoeve van onderwijs van een andere school of van culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden Renovatie: een integrale levensduurverlengende ingreep in het gebouw, die in kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en waarmee de levensduur van het gebouw met ten minste 25 jaar, maar bij voorkeur 40 jaar, wordt verlengd.

Total cost of ownership: de som van investeringslasten en exploitatielasten berekend over de levensduur van een gebouw Voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II tenminste 4 jaar en maximaal 15 jaar noodzakelijk is. Artikel 2. Omschrijving voorzieningen in de huisvesting 1b°. renovatie/levensduurverlenging van een bestaande onderwijsvoorziening als alternatief voor nieuwbouw;

Artikel 6. Indienen aanvraag 3. Wanneer een voorziening is opgenomen in het door de raad vastgestelde meerjarig IHP hoeft door het bevoegd gezag geen aanvraag bij het college te worden ingediend. Artikel 27. Verzoek toestemming college (verhuur) 3. Het college kan aan de toestemming de voorwaarde verbinden dat voor de verhuur een huur is verschuldigd. Indien van toepassing zijn deze opgenomen in de beleidsregels medegebruik en verhuur huisvesting basisonderwijs gemeente Venray.

Artikel 28. Staat van onderhoud 1. Als het bevoegd gezag aan het college schriftelijk meldt dat een gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een school, stelt het college vast of er mogelijk sprake is van achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein. Met 'achterstallig onderhoud' wordt bedoeld het onderhoud dat het bevoegd gezag, met het oog op de onderhoudsplicht, had moeten uitvoeren. Waarbij het college wil zien dat er een “algemene onderhoudsstaat” op conditieniveau 3 is nagestreefd.

Waarom? i.v.m. verwijzingen naar het IHP in de verordening n.a.v. wijziging in nieuwe modelverordening VNG (oktober 2020) Nieuw begrip in verordening i.v.m. koppeling met het IHP. Nieuw begrip in verordening i.v.m. koppeling met het IHP. Toevoeging n.a.v. wijziging in nieuwe modelverordening VNG (oktober 2020) Toevoeging i.v.m. koppeling met het IHP. “renovatie” is op meer plaatsen toegevoegd in de verordening. Dit lid is toegevoegd, zodat de aanvragen van het IHP ook gezien worden als aanvraag in de zin van de verordening. Toevoeging. De vigerende beleidsregels zijn van 2011 en worden geactualiseerd. Omdat deze beleidsregels er zijn, willen we hier naar verwijzen. Dit schept duidelijkheid, voor de schoolbesturen als ook voor ons.

Deze zin is toegevoegd om een norm te hebben voor “achterstallig onderhoud” om discussie te voorkomen.

1

Bijlagen Bijlage I Beoordelingscriteria noodzaak aangevraagde voorzieningen Deel A - lesgebouwen A.2.b. Renovatie van bestaande onderwijsvoorziening De noodzaak van renovatie is aanwezig als: Aanvulling omdat de a. in een haalbaarheidsonderzoek zowel vervangende nieuwbouw als voorziening renovatie is renovatie zijn onderzocht. Hierbij worden de opties naast elkaar gezet toegevoegd in artikel 2. en afgewogen om tot het beste scenario te komen. Dit is een brede afweging waarbij zowel een vergelijking op financieel gebied als op kwaliteit wordt uitgevoerd. Er wordt bekeken of er bij renovatie een levensduurverlenging van ten minste 25 jaar, maar bij voorkeur 40 jaar mogelijk is. Vervolgens worden de andere afwegingspunten onderzocht (in willekeurige volgorde, per locatie kan prioriteit verschillen: 1. Er wordt rekening gehouden met de onderwijskundige functionaliteit van de gebouwen. 2. Er wordt rekening gehouden met een goede bezetting van gebouwen. Er wordt (bij voorkeur) niet gerenoveerd voor leegstand. 3. Er wordt rekening gehouden met de culturele, maatschappelijke en architectonische waarden en de stedenbouwkundige uitstraling in samenhang met de omgeving. 4. Er wordt rekening gehouden met mogelijkheden om de gestelde duurzaamheidsambities (zie bouwsteen 2) te bereiken, met BENG als minimumeis voor renovatie. 5.

De kosten en mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting worden meegenomen in de afweging voor nieuwbouw of renovatie. b. de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of kunnen worden verwacht en: 1°. als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat dit aantal leerlingen gedurende ten minste 15 jaar aanwezig zijn of kunnen worden verwacht. Deel B - Voorzieningen lokalen bewegingsonderwijs B.1. Nieuwbouw, vervangende nieuwbouw, renovatie, uitbreiding en ingebruikneming De noodzaak van: Aanvulling omdat de b2. renovatie is aanwezig als in een haalbaarheidsonderzoek zowel voorziening renovatie is vervangende nieuwbouw als renovatie zijn onderzocht. Hierbij worden toegevoegd in artikel 2. de opties naast elkaar gezet en afgewogen om tot het beste scenario te komen. Dit is een brede afweging waarbij zowel een vergelijking op financieel gebied als op kwaliteit wordt uitgevoerd. Er wordt bekeken of er bij renovatie een levensduurverlenging van ten minste 25 jaar, maar bij voorkeur 40 jaar mogelijk is. Vervolgens worden de andere afwegingspunten onderzocht (in willekeurige volgorde, per locatie kan prioriteit verschillen: 1. Er wordt rekening gehouden met de onderwijskundige functionaliteit van de gebouwen. 2. Er wordt rekening gehouden met een goede bezetting van gebouwen.

Er wordt (bij voorkeur) niet gerenoveerd voor leegstand. 3. Er wordt rekening gehouden met de culturele, maatschappelijke en architectonische waarden en de stedenbouwkundige uitstraling in samenhang met de omgeving. 4. Er wordt rekening gehouden met mogelijkheden om de gestelde duurzaamheidsambities (zie bouwsteen 2) te bereiken, met BENG als minimumeis voor renovatie. 5. De kosten en mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting worden meegenomen in de afweging voor nieuwbouw of renovatie. 2

Bijlage IV – Normbedragen voor vergoeding en indexering Deel B – Normbedragen A. Nieuwbouw met permanente bouwaard A.3.1. Bouwkosten 3. De kosten voor onderdelen van de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1a° en 2° die wel zijn opgenomen als kwaliteitseis van het IHP (zoals frisse scholen, exploitatiegericht bouwen en vergroten kwaliteit, aanvullende kosten ENG), maar niet meegenomen zijn in het normbedrag kunnen nog worden aangevuld aan het normbedrag. Dit staat los van hetgeen onder onderdeel F. A.3.6. Total Cost of Ownership Per project kunnen met de bevoegde gezagen maatwerkafspraken worden gemaakt m.b.t. een bijdrage vanuit de scholen gerelateerd aan het exploitatievoordeel als gevolg van investeringen in duurzaamheid, (multi)functionaliteit, flexibiliteit, transparantie. Deze afspraken zijn in ieder geval aan de orde indien geïnvesteerd wordt in een kwaliteitsniveau dat hoger is dan de wettelijke minimale normen op grond van het vigerende bouwbesluit en het basiskwaliteitsniveau uit het IHP. De bijdrage van de scholen is altijd gebaseerd op een aantoonbaar exploitatievoordeel c.q. op een lagere verplichting op groot onderhoud.

Indien schoolbesturen naar de mening van de gemeente onvoldoende meewerken aan afspraken wordt de vergoeding gerelateerd aan de wettelijke eisen en het basiskwaliteitsniveau uit het IHP of wordt het (minimale) wettelijke niveau/basiskwaliteitsniveau uit het IHP gerealiseerd. Afspraken in het kader van TCO zijn altijd maatwerk per project. A.3.7. Bouwkosten renovatie bestaande gebouwen De vergoeding voor renovatie wordt bepaald op grond van de feitelijke kosten die zijn gebaseerd op een bouwplan en kostencalculatie. Op basis van Total Cost of Ownership wordt in deze situatie een bijdrage van de school met het bevoegd gezag overeen gekomen. B. Uitbreiding met permanente bouwaard B.3.1 Bouwkosten 3. De kosten voor onderdelen van de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1a° en 2° die wel zijn opgenomen als kwaliteitseis van het IHP (zoals, frisse scholen, exploitatiegericht bouwen en vergroten kwaliteit, aanvullende kosten ENG), maar niet meegenomen zijn in het normbedrag kunnen nog worden aangevuld aan het normbedrag. Dit staat los van hetgeen onder onderdeel F. F. Verhoging vergoedingen F.1.

Verhoging normbedragen De normbedragen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, kunnen door burgemeester en wethouders worden verhoogd met een toeslag van ten hoogste 8% als de voorziening zonder deze verhoging door bijzondere lokale omstandigheden in redelijkheid niet kan worden gerealiseerd F.3. Renovatie kosten De vergoeding voor renovatie wordt bepaald op grond van de feitelijke kosten die zijn gebaseerd op een bouwplan en kostencalculatie.

Toevoeging i.v.m. koppeling met het IHP.

Toevoeging i.v.m. koppeling met het IHP.

Toevoeging in verband met toevoegen voorziening renovatie.

Toevoeging i.v.m. koppeling met het IHP.

Nieuw artikel vanuit de nieuwe modelverordening VNG (oktober 2020). Geeft de mogelijkheid om in bijzondere omstandigheden af te kunnen wijken. Toegevoegd i.v.m. toevoeging voorziening renovatie

2. Wijzigingen Vigerende verordening Nieuwe verordening Artikel 4. Vaststelling vergoeding voorzieningen Lid 1 Lid 1 1. Voor voorzieningen als 1. Voor voorzieningen als bedoeld in artikel bedoeld in artikel 2, 2, onderdeel a, onder 1a°, 2°, 6° en 7°, onderdeel a, onder 1°, wordt de vergoeding vastgesteld 2°, alsmede artikel 2, overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen onderdeel d, wordt de normbedragen. De kosten voor onderdelen vergoeding vastgesteld van de voorzieningen als bedoeld in artikel

Waarom?

verwijzing 6° en 7°, toegevoegd. Was in vigerende verordening per abuis niet opgenomen.

3

overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen normbedragen.

Lid 3 De vergoeding voor een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3 wordt vastgesteld op 8 % van het geraamde investeringsbedrag

2, onderdeel a, onder 1a° en 2° die wel zijn opgenomen als kwaliteitseis van het IHP (zoals frisse scholen, exploitatiegericht bouwen en vergroten kwaliteit, aanvullende kosten ENG), maar niet meegenomen zijn in het normbedrag worden aangevuld aan het normbedrag. Lid 3 De vergoeding voor een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3 en uitgewerkt in artikel 13 onder g, wordt vastgesteld zoals in artikel 13, onder g, weergegeven.

Artikel 6. Indienen aanvraag 1. […] uiterlijk 31 januari 1. Een aanvraag om opname van een […]. voorziening op het programma wordt door het bevoegd gezag bij het college ingediend en moet uiterlijk 15 januari van het jaar waarin van het betreffende programma wordt vastgesteld zijn ontvangen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld formulier. Artikel 7. Inhoud aanvraag 1. e. 1°. […] in artikel 2, 1. Een aanvraag vermeldt in ieder geval: onderdeel a, onder 1°, e. de onderbouwing van de noodzaak en de 2°, 3°, 6°, 7° en 8° […]. omvang van de gewenste voorziening, bestaande uit: 1°. een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de school voor basisonderwijs, de speciale school voor basisonderwijs, de school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, als het betreft een aanvraag voor een voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1a°, 1b°, 2°, 3°, 4° en 8°, onder de voorwaarde dat de prognose overeenkomstig bijlage II is vastgesteld, tenzij door het college, al dan niet in samenwerking met de bevoegde gezagsorganen van een school voor basisonderwijs, een actuele prognose is opgesteld, welke door het bevoegd gezag wordt onderschreven; Artikel 13. Wijze van uitvoering van de voorziening 1.g. […] 8% […]. 1. In overleg afspraken maken over: g.

de mogelijkheid om vooruitlopend op het aanvragen van het totale investeringskrediet een bedrag aan te vragen voor de kosten van voorbereiding van het bouwplan tot 10% van het geraamde investeringsbedrag. Artikel 14. Instemmen bouwplannen en begroting 2. Het college beslist 2. Het college beslist binnen 8 weken nadat binnen 6 weken nadat de de stukken zijn ontvangen over de stukken zijn ontvangen bouwplannen, de desbetreffende begroting over de bouwplannen, de en het tijdstip waarop de bekostiging start. desbetreffende begroting Het college kan, onder mededeling daarvan en het tijdstip waarop de aan de aanvrager, deze termijn verlengen bekostiging start. Het met 4 weken. college kan, onder

Onderdeel d gaat over VO en is voor Venray n.v.t. Toevoeging i.v.m. koppeling met het IHP Artikel 13 wordt aangepast i.v.m. koppeling met het IHP, een gelijk % voor het voorbereidings-krediet. Dit artikel hangt hiermee samen, dus vandaar verwijzing. Huidige beoordelingstijd was te kort. Indieningstermijn 2 weken eerder, waardoor de beoordelingstijd 2 weken ruimer wordt.

Verwijzing 4° (verplaatsing van tijdelijke gebouwen) toegevoegd en 6° en 7° (onderwijsleer pakketten en inrichting) verwijderd en toelichting uitgebreid n.a.v. wijziging in nieuwe modelverordening VNG (oktober 2020)

Aangepast naar 10% om één lijn aan te houden met het IHP en uitvoeringsprogramma.

Venray wil meer regie op bouwplannen van school. Dit wordt tot op heden gemist. Vandaar dat de cursieve zin uit dit artikel is verwijderd. Door deze zin te verwijderen, wordt er in 4

mededeling daarvan aan Het college stelt de aanvrager binnen 2 ieder geval niet van de aanvrager, deze weken na de datum van de beslissing over rechtswege een termijn verlengen met 3 het bouwplan, de desbetreffende begroting vergunning verkregen. weken. en het tijdstip waarop de bekostiging start Ook is de beslistermijn Als niet binnen de hiervan schriftelijk in kennis. iets verlengd. gestelde termijn is besloten, wordt geacht Er zijn meerdere instemming te zijn gemeenten die deze zin verleend met de niet meer in de bouwplannen en de verordening hebben begroting en start de opgenomen en de bekostiging op het door beslistermijn hebben de aanvrager verlengd. aangegeven tijdstip. […]. Artikel 29. Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit, inroosteren en gebruik Gezien de lengte van het Gezien de lengte van het artikel is deze niet Artikel is aangepast, artikel is deze niet opgenomen. Zie concept nieuwe waaronder de opgenomen. Zie verordening. werkwijze en de vigerende verordening. termijnen. De werkwijze sluit beter aan bij de praktijk en moet zorgen voor een efficiëntere planning. Bijlagen Bijlage I Beoordelingscriteria noodzaak aangevraagde voorzieningen Deel A - lesgebouwen A.2.a. Vervangende bouw De noodzaak van De noodzaak van vervangende bouw is Wijziging termijn i.v.m. vervangende bouw is aanwezig als: koppeling met het IHP aanwezig als: a.

op grond van een overeenkomstig NEN a. […] 20 jaar; 2767 opgestelde bouwkundige rapportage wordt vastgesteld dat het onderhoud of aanpassen niet zal leiden tot de gewenste levensduurverlenging van ten minste 25 jaar; Deel B – Voorzieningen voor lokalen bewegingsonderwijs B.1. Nieuwbouw, vervangende nieuwbouw, renovatie, uitbreiding en ingebruikneming De noodzaak van: De noodzaak van: b. vervangende b1. vervangende nieuwbouw is aanwezig als Wijziging termijn i.v.m. nieuwbouw is aanwezig op grond van een overeenkomstig NEN koppeling met het IHP op grond van een 2767 opgestelde bouwkundige rapportage overeenkomstig NEN wordt vastgesteld dat onderhoud of 2767 opgestelde aanpassen niet zal leiden tot de gewenste bouwkundige rapportage levensduurverlenging van 25 jaar of dit het wordt vastgesteld dat gevolg is van een herschikkingsoperatie; onderhoud of aanpassen b2. renovatie is aanwezig op grond van een Aanvulling omdat de niet zal leiden tot de overeenkomstig NEN 2767 opgestelde voorziening renovatie is gewenste bouwkundige rapportage waarin wordt toegevoegd in artikel 2. levensduurverlenging vastgesteld dat groot onderhoud of van 20 jaar of dit het aanpassen zal leiden tot de gewenste gevolg is van een levensduurverlenging van ten minste 25 herschikkingsoperatie; jaar, maar bij voorkeur 40 jaar; Bijlage II - Prognosecriteria A. Algemeen 1. […] 1. […] 2. toevoeging in lid. 2.

De prognose omvat gegevens van het Lid 2: 3. Een prognose wordt aantal leerlingen op basis van de officiële 1 kleine toevoeging om schriftelijk aangeleverd oktober telling, voor minstens een periode duidelijker te maken en bevat in ieder geval van zes jaar (de naar scholen welke de relevante gegevens analyseperiode) met als laatste jaar het gegevens we vragen. en berekeningen over de jaar dat voorafgaat aan het indienen van de 5

analyse-en prognoseperiode, een beschrijving van de gebruikte programmatuur en een onderbouwing van de aannames waarop de prognose is gebaseerd.

aanvraag. De prognose is niet meer dan twee jaar oud. Als basis voor de prognose mag gebruik gemaakt worden van de omvang van de basisgeneratie voor het basisonderwijs zoals het meest recent berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek of het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 3. De gemeente Venray hanteert voor de onderwijshuisvesting de prognoses van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), die als basis dienen voor het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs, en op basis waarvan de formele ruimtebehoefte voor de scholen in die jaren daarop wordt vastgesteld. Het speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs stelt een prognose op, zoals in het eerste en tweede lid staat beschreven.

B. Voedingsgebied Gezien de lengte van de volledige tekst uit de vigerende verordening is deze niet opgenomen.

-

C. Prognose school voor basisonderwijs Gezien de lengte van de volledige tekst uit de vigerende verordening is deze niet opgenomen. D. Prognose speciale school voor basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs De prognose van een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs moet inzicht geven in: a. het voedingsgebied; b. […] c. […] d. […]

-

Lid 3 is aangepast, omdat vanuit de modelverordening zeer uitgebreide gegevens gevraagd worden die wij als gemeente ook niet kunnen aanleveren. Het is daarom ook niet reëel dit van een school te vergen. Dus (zoals ook meerdere gemeenten dit hebben gedaan) aangepast naar gegevens die voor hen goed zijn aan te leveren en voor ons goed te beoordelen. En een zin toegevoegd voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, omdat hiervoor geen prognoses worden opgesteld door DUO. In verband met aanpassing in lid 3 van A, artikel B verwijderd. Lid 2 over voedingsgebied is deels in D (nieuwe B) verwerkt en deels en/of naar toelichting verplaatst. In verband met aanpassing in lid 3 van A, artikel C verwijderd.

B. Prognose school voor speciaal onderwijs Is B geworden i.v.m. of voortgezet speciaal onderwijs verwijderen onderdelen De prognose (zoals bij A beschreven) van B en C. een school voor speciaal onderwijs of In de kop van het voortgezet speciaal onderwijs moet inzicht artikel en in de tekst is geven in: “speciale school voor a. het voedingsgebied, het voedingsgebied basisonderwijs” van een school omvat het gebied waaruit weggelaten, omdat het overgrote deel van de leerlingen deze gegevens via afkomstig is of zal zijn; DUO, dus zoals in A (lid b. de plaats waar het onderwijs moet 3) staat beschreven worden gegeven; aangeleverd kunnen c. de voorgestelde datum van ingang van worden. bekostiging, en Bij a, toelichting d. als het een school voor meervoudig gegeven op het gehandicapte kinderen betreft, de voedingsgebied. handicaps van de leerlingen waarvoor de school bestemd is. Bijlage III – Criteria vaststellen capaciteit, ruimtebehoefte en aanvullende ruimtebehoefte Deel B - Vaststellen ruimtebehoefte B.1. Lesgebouwen B.1.1. School voor basisonderwijs

6

1. [..]. De ruimtebehoefte is opgebouwd uit een basisruimtebehoefte en een toeslag in verband met de gewichtensom.

3. De toeslag wordt berekend met de formule: T = 1,40 * G, waarbij: T = Toeslag in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. G = Gecorrigeerde gewichtensom, welke als volgt wordt bepaald: 1°. bepaal de (ongecorrigeerde) gewichtensom (= het totaal van alle gewichten van alle ingeschreven leerlingen); 2°. verminder de ongecorrigeerde gewichtensom met een getal ter grootte van 6 procent van het aantal ingeschreven leerlingen, waarbij de gewichtensom niet kleiner dan 0 mag worden. De uitkomst wordt afgerond op een geheel getal; 3°. als de dan verkregen gewichtensom meer bedraagt dan 80 procent van het aantal ingeschreven leerlingen wordt de gewichtensom vastgesteld op 80 procent van het aantal ingeschreven leerlingen. B.1.3. School voor (voortgezet) speciaal onderwijs 1. […]. De ruimtehoefte wordt berekend met de formule: R = V + f * L, waarbij R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte,

1. De ruimtebehoefte voor een school voor basisonderwijs wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen en omvat een speellokaal. De ruimtebehoefte wordt berekend voor elke school met een eigen BRIN-nummer en voor elke nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer. Een nevenvestiging wordt voor het berekenen van de ruimtebehoefte beschouwd als een afzonderlijke school. Aan de ruimtebehoefte wordt een toeslag verbonden, indien voor de school aanvullende bekostiging beschikbaar wordt gesteld. 3. Indien een school een vergoeding ontvangt op grond van de achterstandsscore als bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging Wet op het primair onderwijs wordt een toeslag voor de ruimtebehoefte toegekend. De toeslag wordt berekend met de formule: T = 1,40 * G, waarbij: T = Toeslag in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. G = De achterstandsscore, zoals gepubliceerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vermenigvuldigd met 7,17%, rekenkundig afgerond op een geheel getal.

artikel is gewijzigd i.v.m. nieuwe systematiek voor bepalen achterstandscore. De toeslag wordt daardoor op een iets andere manier berekend. Lid 1 en lid 3 zijn hierdoor aangepast.

1. De ruimtebehoefte voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald aan de hand van de onderwijssoort, de categorie (speciaal of voortgezet speciaal), het type vestiging en het aantal leerlingen. De ruimtebehoefte wordt berekend met de formule:

Dit artikel is volledig gewijzigd n.a.v. de nieuwe modelverordening VNG (oktober 2020). De categorieën zijn uit het artikel verwijderd i.v.m.

Lid 2 is ongewijzigd

7

afgerond op hele vierkante meter. V = Vaste voet in vierkante meter bruto vloeroppervlakte welke is voor: - de hoofdvestigingen voor alle onderwijssoorten, uitgezonderd VSO-ZMLK, 370 vierkante meter, en - de hoofdvestiging VSOZMLK, 250 vierkante meter. Voor nevenvestigingen geldt geen vaste voet. f = Factor (vierkante meter bruto vloeroppervlakte per leerling) overeenkomstig tabel 1, waarin is opgenomen een overzicht van f (vierkante meter bruto vloeroppervlakte per leerling), per onderwijssoort. L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven. 2. […]. Met tabel met verschillende categorieën onderwijssoorten

R = 370 + (8,8 * Leerling SO) + (12,2 * Leerling VSO) , waarbij R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. 370 = De vaste voet in vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor de hoofdvestiging van een school. Leerling SO = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school voor speciaal onderwijs zijn ingeschreven. Leerling VSO = Aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school voor voortgezet speciaal onderwijs zijn ingeschreven. 2. Voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs met lichamelijk gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte kinderen vindt een toeslag in de ruimtebehoefte plaats. Voor Leerling SO bedraagt de toeslag 5 vierkante meter per leerling en voor Leerling VSO 3,3 vierkante meter per leerling. De aantallen van de lichamelijk gehandicapte kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen worden door de Dienst Uitvoering Onderwijs niet geregistreerd in de leerling gegevens. Overleg tussen schoolbestuur en gemeente zal hierover uitsluitsel moeten geven. 3. Een eventueel speellokaal leidt tot een additionele ruimtebehoefte van 90 vierkante meter.

D. Minimumnormen bij het realiseren van nieuwe voorzieningen D1. Terreinoppervlakte Voor een school voor 1. Bij (vervangende) nieuwbouw voor basisonderwijs, een een school voor basisonderwijs, een speciale school voor speciale school voor basisonderwijs, basisonderwijs, een een school voor speciaal onderwijs school voor speciaal of een school voor voortgezet onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs geldt voor de speciaal onderwijs of een speelplaats het vloeroppervlak in school voor voortgezet vierkante meters uit de volgende speciaal onderwijs geldt tabel: voor het verharde Aantal leerlingen Omvang gedeelte (speelplaats) van de school buitenruimte een minimum 1-100 leerlingen 300 terreinoppervlakte van 3 101-200 leerlingen 300 + 3 * (L - 100) vierkante meter per 201-400 leerlingen 600 leerling, met een 401-600 leerlingen 600 + 3 * (L - 400) minimum van 300 601-800 leerlingen 1200 vierkant meter netto. 801-1000 1200 + 3 * (L Vanaf 200 leerlingen kan leerlingen 800) worden volstaan met 600 1001 leerlingen of 1800 vierkante meter netto. meer L = Aantal leerlingen dat op de teldatum voorafgaande aan elk jaar waarop de

nieuwe methodiek onderwijsachterstanden beleid. De formules voor de ruimtebehoefteberekening zijn hierdoor aangepast.

Alleen lid 3 (oude lid 2) is ongewijzigd.

Dit artikel is volledig gewijzigd n.a.v. de modelverordening van de VNG (oktober 2020). Nu wordt er d.m.v. een tabel beter gekeken naar het aantal leerlingen.

8

prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven. 2. De in het eerste lid gestelde norm betreft de exclusieve speel- en beweegruimte voor de leerlingen van de school. De terrein voor voorzieningen dient te worden opgeteld bij de norm. 3. Voor parkeervoorzieningen wordt de voor de locatie van het terrein geldende gemeentelijke parkeernorm gehanteerd. Bijlage IV –Normbedragen voor vergoeding en indexering De gewijzigde artikelen I.v.m. de leesbaarheid is de wijziging met tabellen en onderaan dit document opgenomen. bedragen van deze bijlage zijn onderaan dit document weergegeven. Deel B – Normbedragen A. Nieuwbouw met permanente bouwaard A.3.5. Toeslag voor A.3.5. Toeslag voor verhuiskosten bij herstel van terrein en vervangende nieuwbouw verhuiskosten bij 1. Als een school tijdens de realisatie van vervangende bouw vervangende nieuwbouw gebruik kan school voor primair en blijven maken van het bestaande speciaal of voortgezet schoolgebouw, bestaat aanspraak op speciaal onderwijs bekostiging van de 1. Als de vervangende verhuiskosten voor één verhuizing. nieuwbouw voor een 2. Als een school tijdens de realisatie van school voor vervangende nieuwbouw tijdelijk op een basisonderwijs, een andere locatie moet worden gehuisvest, speciale school voor bestaat aanspraak op bekostiging van de basisonderwijs, een verhuiskosten voor twee verhuizingen. school voor speciaal 3.

De vergoeding wordt vastgesteld op onderwijs of voortgezet feitelijke kosten. speciaal onderwijs plaatsvindt op dezelfde plaats, moet het desbetreffende terrein, nadat de bouw is afgerond, worden hersteld en moeten de leerlingen verhuizen naar een tijdelijke, vervangende locatie. De genormeerde vergoeding voor deze kosten is gebaseerd op een vast bedrag per vierkante meter bruto vloeroppervlakte. 2. De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: - permanente bouw per m2 bvo € 46,25 - tijdelijke bouw per m2 bvo € 31,74 3. De vergoeding voor een school voor speciaal

Normbedragen zijn aangepast naar de nieuw geldende bedragen (2021) volgens de nieuwe modelverordening VNG (oktober 2020).

Artikel vervangen door nieuw artikel A.3.5, zoals opgenomen in de nieuwe modelverordening van de VNG (oktober 2020). Berekening o.b.v. feitelijke kosten i.p.v. normbedragen in een tabel.

9

onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: - permanente bouw per m2 bvo € 53,05 - tijdelijke bouw per m2 bvo € 26,54 B. Uitbreiding met permanente bouwaard B.3.5. Toeslag voor het Artikel verwijderd herstel van het terrein en conform nieuwe verhuiskosten bij modelverordening VNG vervangende bouw op (oktober 2020). dezelfde plaats Zie artikel A.3.5. Dit Het bepaalde in A.3 is hangt hiermee samen. overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de omvang van de vergoeding voor het herstel van terrein en verhuizing bij uitbreiding. D.1.5. Vergoeding speellokaal speciale school voor basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs […] € 7.415,30 De vergoeding voor onderwijsleerpakket en Bedrag gewijzigd in de meubilair voor de inrichting van een VNG modelverordening speellokaal voor een speciale school voor (oktober 2020). basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs bedraagt € 8.093. E.3.1. OLP/meubilair school voor basisonderwijs en speciaal basisonderwijs […] € 51.310,54 De vergoeding voor de eerste inrichting met Bedrag gewijzigd in de onderwijsleerpakket of meubilair voor een VNG modelverordening lokaal bewegingsonderwijs voor een (oktober 2020). basisschool of een speciale school voor basisonderwijs bedraagt € 56.002.

10

3. Financiële wijzigingen Bijlage IV Normbedragen voor vergoeding en indexering Deel B – Normbedragen Bij de volgende artikelen zijn de bedragen gewijzigd n.a.v. de nieuwe modelverordening van de VNG (oktober 2020). De bedragen van de vigerende verordening en van het voorstel van de nieuwe verordening zijn opgenomen. A. Nieuwbouw met permanente bouwaard A.3.2. Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Vigerend Nieuw Startbedrag voor de realisatie van de eerste 350 m2 bvo € 666.689,57 € 1.275.366 Voor elke volgende m2 bvo € 1.140,89 € 2.183 A.3.3. Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Vigerend Nieuw Startbedrag voor de realisatie van de eerste 670 m2 bvo, €1.080.237,73 € 2.066.476 waarin niet begrepen een eventueel speellokaal Voor elke volgende m2 bvo, waarin niet begrepen een € 1.194,66 € 2.285 eventueel speellokaal Toeslag voor elk speellokaal € 102.495,11 € 196.071 A.3.4.

Bouwkosten school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Vigerend Nieuw Startbedrag, voor de realisatie van de eerste 670 m2 € 1.039.554,13 € 1.988.649 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal Voor elke volgende m2 bvo, waarin niet begrepen een € 1.187,58 € 2.272 eventueel speellokaal Toeslag voor elk speellokaal € 102.495,11 € 196.071 Toeslag liftinstallatie als bij nieuwbouw een liftinstallatie € 100.742,02 € 192.718 inclusief een schacht wordt aangebracht B. Uitbreiding met permanente bouwaard B.3.2. Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:

Startbedrag bij uitbreidingen van 115 m2 bvo of groter Startbedrag bij uitbreidingen van 55 tot 115 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke m2 bvo

Vigerend € 97.630,04 € 65.086,70 € 1.300,53

Nieuw € 186.765 € 124.510 € 2.488

B.3.3. Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Vigerend Nieuw Startbedrag bij uitbreidingen van 105 m2 bvo of groter € 100.399,24 € 192.062 Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 105 m2 bvo € 66.932,83 € 128.041 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo, waarin niet € 1.326,45 begrepen een eventueel speellokaal € 2.537 Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo) in € 117.048,33 combinatie met uitbreiding van de school € 223.911 Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal, zonder € 215.200,42 gelijktijdige uitbreiding van de school € 411.675

11

B.3.4. Bouwkosten school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of speciaal of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Vigerend Nieuw Startbedrag bij uitbreidingen van 96 m2 bvo of groter € 90.931,93 € 173.951 Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 96 m2 bvo € 60.621,29 € 115.967 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo, waarin niet € 1.329,08 begrepen een eventueel speellokaal € 2.543 Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo) in € 102.495,11 combinatie met uitbreiding van de school € 196.071 Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 € 215.200,42 bvo), zonder gelijktijdige uitbreiding van de school € 411.675 Toeslag liftinstallatie als bij uitbreiding een liftinstallatie € 121.090,08 inclusief een schacht wordt aangebracht € 231.643 C. Tijdelijke voorziening C.3.2. Vergoeding basisschool en speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Vigerend Nieuw Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter € 37.966,88 € 72.630 Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo € 25.311,26 € 48.420 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo € 933,03 € 1.785 C.3.3. Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs 1.

De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Vigerend Nieuw Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter € 39.793,33 € 76.124 Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo € 26.890,74 € 51.442 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo € 914,15 € 1.749 C.4.2. Vergoeding basisschool en speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Vigerend Nieuw Startbedrag bij uitbreiding van 80 m2 bvo of groter € 21.341,49 € 40.826 Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m2 bvo € 14.227,66 € 27.217 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo € 977,65 € 1.870 C.4.3. Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Vigerend Nieuw Startbedrag bij uitbreiding van 80 m2 bvo of groter € 21.639,41 € 41.396 Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m2 bvo € 14.426,27 € 27.597 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo € 966,51 € 1.849 D. Eerste inrichting D.1.2. Vergoeding basisschool De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Vigerend Nieuw Startbedrag, incl.

200 m2 bvo € 38.300,32 € 41.802 Voor elke volgende m2 bvo € 133,98 € 146 D.1.3. Vergoeding speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Vigerend Nieuw Startbedrag, incl. 250 m² bvo € 81.259,53 € 88.689 Voor elke volgende m2 bvo € 138,61 € 151 12

D.1.4. Vergoeding school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (vigerend) De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:

SO/VSO-doven SO/VSO-sh SO/VSO-esm SO/VSO-visg SO/VSO-lz SO/VSO-lg SO/VSO-zmlk SO/VSO-zmok SO/VSO-pi SO/VSO-mg

Startbedrag € 136.914,55 € 124.375,97 € 115.897,11 € 164.481,07 € 104.887,65 € 123.482,28 € 103.258,59 € 100.790,31 € 101.681,28 € 125.025,87

Voor elke volgende m² bvo € 238,99 € 309,74 € 154,02 € 293,96 € 144,84 € 282,38 € 122,87 € 141,25 € 153,39 € 125,29

D.1.4. Vergoeding school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (voorstel) De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag € 313.752 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo € 215 Artikel is gewijzigd in de nieuwe modelverordening VNG (oktober 2020) i.v.m. het verdwijnen van de verschillende categorieën SO/VSO. E. Lokalen bewegingsonderwijs E.1. Bouwkosten nieuwbouw 1. De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een lokaal bewegingsonderwijs met een netto speeloppervlakte van 252 vierkante meters bedraagt € 700.859,23  € 1.340.732 als deze op het schoolterrein gerealiseerd kan worden, of € 715.034,52  € 1.367.849 als deze op een afzonderlijk terrein gerealiseerd wordt. In deze vergoeding zijn opgenomen de kosten van fundering op staal en inrichting van het terrein. 2. Scholen met lichamelijk gehandicapte leerlingen, meervoudig gehandicapte leerlingen of zeer moeilijk lerende leerlingen wordt een toeslag toegekend van 50 vierkante meter. Het normbedrag van deze toeslag is € 70.306,32  € 134.495. 3.

Als paalfundering noodzakelijk is wordt een toeslag gegeven op basis van de volgende bedragen: Vigerend Nieuw Vigerend Nieuw Paallengte Vergoeding Vergoeding Vergoeding bij Vergoeding bij ruimten LG en MG ruimten LG en MG 1 < 15m € 14.097,01 € 26.967 € 17.774,32 € 34.002 15 < 20m € 19.433,46 € 37.176 € 24.616,04 € 47.090 > 20m € 27.293,44 € 52.212 € 35.426,62 € 67.771 E.2. Uitbreiding Uitbreiding vigerend 112 t/m 120 m2 121 t/m 150 m2 Uitbreiding nieuw 112 t/m 120 m2 121 t/m 150 m2

Normbedrag € 162.835,79 € 197.949,27 Normbedrag € 311.502 € 378.674

Paallengte 1 < 15 meter € 6.310,99 € 7.891,30 Paallengte 1 < 15 meter € 12.073 € 15.096

15 < 20 meter € 10.930,99 € 13.660,22

> 20 meter € 17.870,96 € 22.338,70

15 < 20 meter € 20.911 € 26.132

> 20 meter € 34.187 € 42.734

E.3.2. OLP/meubilair school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs (vigerend) Schoolsoort SO-doven SO-sh/esm SO-visg SO-lg/mg SO-lz/pi SO-zmlk

Bedrag in euro € 40.917,05 € 40.677,02 € 49.245,65 € 53.943,88 € 38.691,75 € 38.691,75 13

SO-zmok VSO-doven VSO-sh/esm VSO-visg VSO-lg/mg VSO-lz/pi VSO-zmlk VSO-zmok SOVSO-doven SOVSO-sh/esm SOVSO-visg SOVSO-lg/mg SOVSO-lz/pi SOVSO-zmlk SOVSO-zmok

€ 38.612,13 € 47.970,54 € 49.222,23 € 58.558,40 € 60.075,30 € 47.277,37 € 47.277,37 € 42.203,87 € 49.677,13 € 53.253,05 € 60.768,46 € 61.710,46 € 51.307,01 € 51.307,01 € 42.682,77

E.3.2. OLP/meubilair school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs (voorstel) De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor speciaal onderwijs of voor voortgezet speciaal onderwijs bedraagt € 56.002. Artikel is gewijzigd in de nieuwe modelverordening VNG (oktober 2020) i.v.m. het verdwijnen van de verschillende categorieën SO/VSO.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10732565/1