CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Uitvoeringsplan Gladheidbestrijding 2021-2022

Commissie Wonen 12 oktober 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststellen beleidsplan Gladheidsbestrijding 2021-2026.4.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gladheidbestrijding uitvoeringsplan seizoen 2021-2022

Gemeente Venray Stefan Rongen, Tom Stam en John Drabbels Augustus 2021

1 van 21

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Werkwijze 2.1 Strooimethode 2.2 Strooiroutes en prioritering 2.3 Strooihoeveelheden 2.4 Signaleringsmethode 2.5 Afwegingen bij extreme situaties en sneeuwval

4 4 4 7 8 9

3

Organisatie 3.1 Verantwoordelijkheid 3.2 Inzet personeel 3.3 Inzet materieel

9 10 10 10

4

Procedures 4.1 Starten uitvoering gladheidbestrijding 4.2 Calamiteiten

11 11 13

5

Risico evaluatie

14

6

Communicatie 6.1 Interne communicatie 6.2 Externe communicatie 6.3 Weggebruikers 6.4 Meldingen

16 16 17 18 19

7

Monitoring, registratie en evaluatie 7.1 Logboek 7.2 Samenvatting evaluatie 2020-2021

19 19 20

8

Wijzigingen dit seizoen ten opzichte van 2020-2021

20

Bijlagen: Bijlage A: Kaart route preventief Bijlage B: Kaart route curatief (sneeuw, ijzel) Bijlage C: Kaart locaties zoutkisten Bijlage D: Kaart centrum Venray incl. parkeerterreinen Bijlage E: Kaart route kleine strooiers Bijlage F: Kaart route grote strooiers

2 van 21

1

Inleiding

Dit uitvoeringsplan vormt samen met het beleidsplan het ‘gladheidbestrijdingsplan’ van de gemeente Venray. Het beleidsplan wordt één keer per vijf jaar geactualiseerd. Vaststelling geschiedt door de gemeenteraad. Het uitvoeringsplan wordt ieder jaar opnieuw opgesteld (geactualiseerd), voorafgaand aan de start van het winterseizoen. Vaststelling van dit plan geschiedt jaarlijks door het college. In het gladheidbestrijdingsplan richt gemeente Venray zich op het bestrijden van gladheid als gevolg van sneeuw en ijs op oppervlakken zoals wegen en fietspaden. Gladheid, niet ontstaan als gevolg van winterse omstandigheden, valt buiten het kader van het gladheidbestrijdingsplan.

Het uitvoeringsplan: de praktijk Het uitvoeringsplan is een (intern) werkdocument dat ieder jaar wordt geactualiseerd op basis van de evaluatie van het afgelopen winterseizoen. Het plan is vooral gericht op alle aspecten die betrekking hebben op de uitvoering van de gladheidbestrijding. Evaluatie: het belang van bijsturen Er kan lering getrokken worden uit de werkervaring van medewerkers en de inbreng van weggebruikers via bijvoorbeeld binnengekomen meldingen. Het is van belang om deze informatie mee te nemen in de jaarlijkse evaluatie. Dit om daar waar nodig of gewenst verbeteringen in de aanpak door te voeren.

Leeswijzer Een effectieve uitvoering van de gladheidbestrijding hangt af van duidelijke procedures en goede communicatie. In hoofdstuk 2 wordt de werkwijze toegelicht door in te gaan op de strooimethodiek, strooiroutes, strooihoeveelheden, strooimateriaal, strooimaterieel en de signaleringsmethode. Ook worden de afwegingen beschreven die de coördinator gladheidbestrijding maakt in geval van extreme situaties. Omdat een optimale gladheidbestrijding hand in hand gaat met een goede inzet van personeel, materiaal en materieel, zijn deze aspecten nader beschreven in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 gaat over de procedures die nodig zijn voor de gewenste uitvoering van de gladheidbestrijding. Risico’s verbonden aan de gladheidbestrijding en de manier waarop de gemeente deze beperkt, komen aan bod in hoofdstuk 5. Voor zowel betrokkenen binnen de eigen organisatie als weggebruikers is het van belang dat de gemeente de informatie over de gladheidbestrijding tijdig en efficiënt verstrekt. Hoofdstuk 6 richt zich daarom op de communicatie. Tot slot volgen details over monitoring, registratie en evaluatie in hoofdstuk 7. De wijzigingen ten opzichte van het afgelopen winterseizoen (2020-2021) worden beschreven in hoofdstuk 8.

3 van 21

Als bijlagen zijn diverse kaarten toegevoegd die helpen om de tekstuele informatie verder te verduidelijken.

2

Werkwijze

Gemeente Venray stelt zich ten doel om haar wegen in een goede en veilige staat te laten verkeren. Speerpunten hierbij zijn het bieden van een inzet die past bij de actuele problematiek, een duurzame en milieuvriendelijke uitvoering én een goede samenwerking met betrokken partijen. De beschreven werkwijze in dit hoofdstuk is gebaseerd op de uitgangspunten van het gladheidbestrijdingsbeleid. We belichten de methode, routes, hoeveelheden, signalering en extreme situaties.

2.1

Strooimethode

De gemeente Venray voert de gladheidbestrijding uit met de preventieve natstrooimethode. Hiermee voorkomt de gemeente niet alleen dat gladheid ontstaat, er is tevens minder strooizout nodig waardoor het milieu zo min mogelijk wordt belast. Ook heeft natzout de positieve eigenschap dat het niet verwaait, waardoor het zout gelijkmatig over de weg verdeeld kan worden. In geval van ijzel of sneeuwval, strooit de gemeente ook curatief, dus wanneer de gladheid al is ontstaan. Bij extreem weer kan de afweging worden gemaakt een versobering van de route door te voeren, om de route die dan nog wel wordt gedaan goed aan te pakken en begaanbaar te houden.

2.2

Strooiroutes en prioritering

Bij de bepaling van de strooiroutes is uitgangspunt dat voor bewoners binnen de bebouwde kom de afstand tot een gestrooide weg maximaal 500 meter bedraagt. Buiten de bebouwde kom is dat maximaal 1000 meter. De gemeente onderscheidt diverse strooiroutes waarbij sprake is van een prioritering ten opzichte van elkaar. Als de winteroverlast groot is, bestaat de kans dat de strooiwagens alleen aan de eerste prioriteit van doorgaande wegen (de hoofdroute) toekomen. Een korte omschrijving van de verschillende routes met bijbehorende prioriteit is weergegeven in Tabel 1 op de volgende pagina. Een te maken kanttekening hierbij is dat afgeweken kan worden wanneer de omstandigheden daarom vragen. Dit ter nadere beoordeling van de coördinator gladheidbestrijding.

4 van 21

Prioriteit

Wat?

Wanneer?

Bruggen over water- en verkeers1

Bruggen route

wegen. Wordt separaat gestrooid of samen met één van de overige

Indien noodzakelijk

routes. Route die vaak samen met de ‘Bruggen route’ wordt gestrooid. Betreft 1

Koude route

plaatselijk strooien op locaties waar

Indien noodzakelijk

reeds bij minimale vorst gladheid kan optreden. 1a

Sneeuwroute

Gebiedsontsluitingswegen,

(sneeuw, ijzel)

wijkontsluitingswegen, dorps-

curatief

verbindingswegen, hoofdfietsroutes.

Centrum Venray 1b

(sneeuw, ijzel) curatief Preventieve

2

strooiroute (1a en 1b maken hier onderdeel vanuit).

2

Vrijliggende fietspaden

Bijzonder gebied: winkels, school-

Indien noodzakelijk

Indien noodzakelijk

fietsroutes, posten hulpdiensten. Betreft 1a + 1b + erftoegangswegen die vallen binnen de ‘500/ 1000 meter bepaling’. Vrijliggende fietspaden die standaard worden meegenomen in de preventieve strooiroute.

Indien noodzakelijk en haalbaar

Indien noodzakelijk en haalbaar

Betaalde parkeerterreinen in het centrum, toegang tot parkeergarage, 2

Parkeerterreinen

parkeerterrein ziekenhuis, Wetteling/

Indien noodzakelijk

Raayland en bij het treinstation.

en haalbaar

Worden standaard meegenomen in de preventieve strooiroute. Tabel 1: Strooiroutes

Een overzicht van deze strooi- en sneeuw routes op een kaart/ plattegrond is te vinden in de bijlagen.

5 van 21

Overige wegen en locaties De gemeente strooit niet op voetpaden, deze vallen buiten het kader van het beleidsplan. Dit geldt tevens met betrekking tot benodigd budget, materiaal, materieel en personeel. De strooiroutes zijn zo bepaald, dat een route kan eindigen over de gemeentegrens. In een aantal gevallen zal de route eindigen voor de gemeentegrens. Omdat niet iedere wegbeheerder op hetzelfde moment strooit, is het verstandig en veilig om ongeacht de ligging van een grens altijd door te strooien tot een in de nabijheid gelegen herkenbaar punt. Dit kan bijvoorbeeld een kruispunt zijn. Gemeente Horst aan de Maas strooit de volgende wegen voor de gemeente Venray: 

Horsterweg tot kruising Castenrayseweg;

Veulenseweg tot kruising met Lollebeekweg.

De Gemeente Venray strooit voor Horst aan de Maas: 

De Ysselsteynseweg tot aan het spoor in Griendtsveen;

De brug in Broekhuizenvorst in de bruggen route.

Gemeente Boxmeer strooit de volgende weg voor de gemeente Venray: Maasheseweg tot de kruising Sint Jozeflaan en de Sint Jozeflaan. De Gemeente Venray strooit voor Boxmeer: 

Op den Berg tot aan de Monseigneur Geurtsstraat;

Merseloseweg in Overloon en een deel van de Venrayseweg tot aan de gemeentegrens.

Zoutkisten: Op 18 locaties zijn zoutkisten geplaatst. De locaties zijn bepaald op basis van ervaring en bereikbaarheid en bevinden zich bijvoorbeeld bij openbare gebouwen of seniorenwoningen. De gemeente heeft zoutkisten geplaatst op de volgende locaties (zie ook bijlage C): 

Wanssum St. Leonardusweg

Leunen Kapelweg

Blitterswijck Past. Verheggenstraat

Ysselsteyn Lovinckplein

Oostrum Watermolenstraat

Zuidsingel (bij Raayland College)

Oirlo Haalakker

Leunseweg (bij politiebureau)

Veulen Veulenseweg (bij de kerk)

Venray St. Odastraat

Heide Groeneweg (bij seniorencom-

Gemeentehuis voorzijde

plex) 

Smakt St. Jozeflaan

Merselo Pastoor Vercoulenstraat

Vredepeel Johan van Stalbergweg

Castenray Matthiasstraat

(Raadhuisstraat) 

Gemeentehuis achterzijde (Augustinessenhof)

6 van 21

Veltumsekleffen (bij groene flat)

2.3

Strooihoeveelheden

Bij strooiacties zijn de door kennisinstituut CROW aanbevolen hoeveelheden wegenzout als volgt (zie ook Tabel 2): Bij een preventieve actie, voordat natte verhardingen kunnen bevriezen, een hoeveelheid natzout van 7 of 10 gram per m2. Bij een preventieve actie, voorafgaand aan sneeuwval of ijzel: een hoeveelheid natzout van 10 of 14 gram per m2. Bij een curatieve actie, tijdens sneeuwval of ijzel: 14 gram per m2 droogzout strooien. Bij aanhoudende sneeuwval of ijzel de hoeveelheid strooizout verhogen naar 20 gram per m2, zo nodig in combinatie met het verwijderen (ploegen of borstelen) van sneeuw.

Tabel 2. Strooizout hoeveelheden Preventief (nat-zout) Verwachte gladheid door bevriezing van natte weggedeelten of

7 of 10

mistaanslag

gram/m²

Verwachte gladheid door bevriezing van natte weggedeelten of

7 of 10

mistaanslag

gram/m²

Verwachte gladheid in de vorm van ijzel of sneeuw

Curatief (droogzout) n.v.t. n.v.t.

10 of 14 gram/m²

Sneeuwdek, (eventuele) inzet sneeuwploeg

14 gram/m²

Aanhoudende ijzel of sneeuwval

20 gram/m²

Op kruispunten, brugdekken en in gevaarlijke bochten verhoogt de gemeente de zoutdosering tot maximaal de dubbele hoeveelheid. De strooibreedte wordt ingesteld tot maximaal de breedte van de verharding. Door het gebruik van het ingebouwde routebegeleidingssysteem (Autologic en Intelliops), bespaart de gemeente aanzienlijk op de hoeveelheid strooizout en ontstaat er tevens minder milieubelasting. Een verdere besparing zonder afbreuk te doen aan veiligheid, is op dit moment niet mogelijk. Op vrijliggende rode fietspaden is gladheid moeilijker te bestrijden dan op verharding die bijvoorbeeld grijs of zwart van kleur is. Door de rode kleur zijn ze iets vorstgevoeliger en vanwege relatief weinig (fiets)verkeer in deze omstandigheden, wordt het zout slecht ‘ingereden’. Daarom strooit de gemeente hier met pekelwater; dat geeft een beter resultaat.

7 van 21

Opslag strooizout Gemeente Venray koopt haar zout regionaal in. Er ligt aan het begin van het seizoen 600 ton zout opgeslagen in het depot aan de Groeneweg te Heide.

2.4

Signaleringsmethode

De coördinator gladheidbestrijding leidt de gladheidbestrijding, zowel binnen als buiten de reguliere werktijden. Hij of zij bepaalt of er wel of niet wordt gestrooid. De coördinator heeft instrumenten tot zijn of haar beschikking om te komen tot een weloverwogen besluit om al dan niet te gaan strooien. Deze instrumenten zijn: 

de meest actuele (internet)informatie van DTN (voorheen MeteoGroup) voor de gemeente;

telefonische meldingen van DTN (twee uur van tevoren) voor winterse neerslag in de regio;

indien nodig: direct telefonisch contact tussen de coördinator en de meteoroloog van DTN (24 uur per dag);

eigen waarneming door de coördinator;

waarneming door (andere) medewerkers gladheidbestrijding;

meldingen van de politie;

meldingen van weggebruikers.

Ondersteuning Ten behoeve van de gladheidverwachting heeft de gemeente Venray een contract afgesloten met DTN te Wageningen. Dit weerbureau levert onderstaande diensten die de gemeente weer inzet om aan haar zorgplicht te kunnen voldoen. Volledige bewaking van gladheid DTN zorgt jaarlijks in de winterperiode voor de volledige bewaking van de gladheid. Het bedrijf voorziet de gemeente van specifieke weerinformatie. De gemeente kan de weerkamer 24 uur per dag, zeven dagen per week (telefonisch) bereiken. Minimaal twee uur voordat gladheid wordt verwacht, alarmeert DTN de coördinator.

Gedetailleerde weersinformatie De gemeente Venray kan de website van Roadmaster raadplegen voor actuele weerinformatie. DTN verwerkt de metingen uit het meetpunten netwerk van de Gemeente Venray (Horsterweg, Beekweg en Ooijenseweg), gemeente Boxmeer en de provincie en neemt deze op in de dagelijkse gladheidverwachting. Het weerbureau levert daarbij de volgende informatie: 

gedetailleerde gladheidverwachting voor de komende vijf dagen in stappen van drie uur;

weerverwachting voor de komende acht dagen;

8 van 21

actuele en te verwachten neerslagbeelden per vijf minuten voor Nederland met uitgebreide inzoommogelijkheden;

evaluatie van het weer in het afgelopen winterseizoen.

Daarnaast heeft de gemeente toegang tot historische gegevens, die gebruikt kunnen worden bijvoorbeeld bij calamiteiten of schadeclaims. Tot slot draagt DTN zorg voor de archivering van alle meetgegevens uit de meetpunten op vaste opslagmedia.

2.5

Afwegingen bij extreme situaties en sneeuwval

Tijdens extreme situaties, zoals bij langdurige en hevige sneeuwval, moet de gemeente intensief gladheid bestrijden. Het verplaatsen van sneeuw door de sneeuwploegen kan problematisch worden. De sneeuw dient dan opgeladen en afgevoerd te worden. Deze situatie moet naar omstandigheden en op maat worden ingevuld door bijvoorbeeld de inzet van extra materieel. In dergelijke extreme situaties verstrekt de gemeente extra informatie aan weggebruikers. Dit geldt alleen wanneer sneeuw afgevoerd moet worden in verband met zeer heftige sneeuwval. Het is een omstandigheid die niet vaak voorkomt. Sneeuwval Bij te verwachten sneeuwval strooit de gemeente Venray eerst preventief met de natzout variant. Op deze manier wordt het vast rijden van de sneeuw op het wegdek voorkomen. Worden de omstandigheden hinderlijk en onveilig voor het verkeer, dan starten de sneeuwploegen aansluitend met het ruimen van sneeuw. In dat geval worden de strooiauto’s van zowel de hoofdrijbanen als de fietspaden voorzien van sneeuwploegen en wordt in één handeling de weg c.q. fietspad gestrooid en sneeuwvrij gemaakt. Bij grote(re) hoeveelheden sneeuw loopt, in de meeste gevallen, het verkeer vast. Er is dan sprake van een extreme situatie. De inzet is er altijd op gericht om de sneeuwroute (conform Tabel 1 en bijlage B) zoveel mogelijk sneeuwvrij te houden.

3

Organisatie

Gezien het belang van de gladheidbestrijding dient personeel, materiaal en materieel altijd inzetbaar te zijn. Om deze inzet te waarborgen maakt de gemeente vooraf afspraken over de wijze van inzet en hoe om te gaan met situaties waarbij een langdurige inzet van personeel en materieel verlangd wordt.

9 van 21

3.1

Verantwoordelijkheid

De coördinator gladheidbestrijding draagt zorg voor de aanwezigheid en beschikbaarheid van voldoende materieel, materiaal en personeel. Hij of zij draagt ook zorg voor het benodigd onderhoud en de instructie van het (uitvoerend) personeel, in samenspraak met de aannemer. Verder is de coördinator verantwoordelijk voor het opstellen van het strooirooster van medewerkers; ziet toe op het houden van toolbox bijeenkomsten en onderhoudt contacten met betrokken externe partijen.

Chauffeurs / strooiploeg Een strooiploeg bestaat uit de coördinator en acht chauffeurs. Iedere ploeg heeft één week dienst en één week rust. Er is geen aparte rust-urenregeling. De aangewezen chauffeurs rijden de route en zijn verantwoordelijk voor het (tijdig) optuigen en laden van hun eigen voertuig.

3.2

Inzet personeel

Met betrekking tot de inzet van personeel gelden de volgende afspraken: Indien bij langdurige gladheidbestrijding de rij- en rusttijden in het gedrang komen, wordt de strooiploeg vervangen door de niet opgeroepen (reserve)ploeg. Onderling dienst ruilen door opgeroepen medewerkers is toegestaan mits dit in overleg met de coördinator gebeurt. Bij ziekte zorgt de coördinator in overleg met de aannemer voor vervanging vanuit de niet opgeroepen ploeg. De aannemer heeft zestien werknemers voor ‘bemanning’ van acht strooi-eenheden. De gemeente Venray beschikt over twee roulerende coördinatoren.

3.3

Inzet materieel

Algemeen De gemeente Venray heeft voor de gladheidbestrijding de beschikking over: 

voor de wegen: twee pick-up auto’s;

voor de wegen: twee vrachtwagens;

voor de wegen : twee trekkers;

voor de fietspaden: één trekker;

voor de fietspaden en kleine rotondes: één Holder (i.v.m. scherpe bochten);

één hydraulische graafmachine om de strooiers mee te laden.

Firma Aebi-Smidt kijkt al het materieel na en test dit voor aanvang van het winterseizoen. De gemeente heeft afspraken met dit bedrijf gemaakt voor onderhoud en het oplossen van storingen tijdens de winterperiode.

10 van 21

Opleidingen De aannemer verzorgt in samenspraak met de coördinator elk jaar, voorafgaand aan het winterseizoen, een toolbox bijeenkomst. Ervaren personeel begeleidt de –eventuele- nieuwe medewerkers.

Verzekeringen De gemeente heeft een Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering (WA) en is hierdoor verzekerd in geval van verantwoordelijkheid bij ongelukken met schade. De in te zetten machines zijn separaat verzekerd.

4

Procedures

Om de gladheidbestrijding optimaal uit te voeren, zijn procedures nodig. Deze procedures vormen een leidraad hoe te handelen in specifieke situaties. In dit hoofdstuk worden procedures beschreven met betrekking tot de inzet van personeel en de handelwijze bij ongevallen en calamiteiten.

4.1

Starten uitvoering gladheidbestrijding

Algemene instructies / toolbox bijeenkomsten Voor aanvang van de winterperiode wordt onder leiding van de coördinator een bijeenkomst georganiseerd voor al het personeel dat ten behoeve van de gladheidbestrijding ingezet kan worden. Daarbij komen de volgende onderwerpen aan de orde: 

algemene informatie over de uitvoering in het aanstaande seizoen;

werkrooster;

strooiroute-indeling;

instructies chauffeurs;

op- en afbouwen van de machines;

droogtraining met de machines.

De coördinator instrueert voor de uitruk de chauffeurs o.a. over de te strooien routes, routetoewijzing, het in te zetten materieel en de strooihoeveelheden.

Instructies chauffeurs / strooiploeg Gedurende hun werktijd zorgen de strooiploeg medewerkers dat ze bereikbaar zijn. Bij eventuele ziekte of andere dringende redenen van verhindering nemen zij tijdig contact op, zodat gezorgd kan worden voor vervanging.

11 van 21

Na een oproep door de coördinator komen de chauffeurs zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen dertig minuten, naar het steunpunt (zoutloods). Daar wordt alles in gereedheid gebracht om (wederom) binnen 30 minuten met strooien te kunnen starten. Ter plaatse ontvangen de chauffeurs instructies over de te rijden route en het in te zetten materieel: strooier en/of sneeuwploeg/-borstel, de te strooien hoeveelheid zout (dosering) en eventuele bijzonderheden. Na voltooien van de actie melden de chauffeurs zich bij de coördinator voor verdere instructies: 

leegdraaien, afspuiten en afbouwen of;

zout bijladen en doorgaan met strooien op dezelfde route of;

actie op aanvullende route (bijvoorbeeld bij ijzel of sneeuw).

Gladheidbestrijding gemeente Venray Starten uitvoering gladheidbestrijding Procedure

Bereikbaarheid / communicatie

Gladheidsignalering/visuele constatering Door: DTN

Telefoonnummers: Bekend bij hulpdiensten en bij coördinator.

Wordt gemeld aan: coördinator. Beoordelen melding Coördinator gladheidbestrijding ontvangt de

Beschikbare diensten

melding, beoordeelt de situatie en laat zich

DTN (0317- 398999)

eventueel informeren. Overgaan tot gladheidbestrijding Indien besluit genomen is tot het in gang zetten van de gladheidbestrijding, neemt de coordinator gladheidbestrijding telefonisch con-

Telefoonnummers strooiploeg zijn bekend bij de coördinator.

tact op met de chauffeurs gladheidbestrijding. Het is aan de coördinator om te beslissen of de gladheidbestrijding in de gemeente Venray start.

Figuur 1: procedure starten uitvoering gladheidbestrijding

12 van 21

STROOIPROCEDURE

Coördinator roept de strooiploeg op per telefoon

Medewerkers z.s.m. naar het steunpunt, voor instructies over: De te rijden route per chauffeur; - het in te zetten materieel (strooier en/ of sneeuwploeg/- borstel); - te strooien hoeveelheid zout (dosering); - eventuele bijzonderheden.

Klaar maken van de strooivoertuigen en laden van wegenzout

Medewerkers beginnen z.s.m. aan de strooiroute

Na het voltooien van de actie melden de medewerkers zich bij de coördinator voor:  leegdraaien, afspuiten en afbouwen; of  zout bijladen en doorgaan met strooien op dezelfde route; of  actie op aanvullende route(s) (bijvoorbeeld bij ijzel of sneeuw).

De coördinator vult na uitruk het strooilogboek in.

Figuur 2: Strooiprocedure

4.2

Calamiteiten

Mocht onverhoopt een calamiteit plaatsvinden, dan beslist de coördinator hoe daarbij te handelen. Bij calamiteiten kan gedacht worden aan een gesprongen waterleiding of een brand waarbij bluswater op de weg komt.

Het zien van een ongeval Wanneer de chauffeur een ongeval waarneemt, dient hij/zij:

13 van 21

•

de coördinator te waarschuwen en in overleg met hem of haar de hulpdiensten te alarmeren;

•

het strooien voort te zetten, aangezien dit belangrijk is voor de openbare verkeersveiligheid.

Ongevallen met een strooiwagen Is een strooiwagen betrokken bij een ongeval, dan geldt voor de chauffeur het volgende: 

blijf rustig;

zorg eerst voor de eigen veiligheid;

zorg voor veiligheid op en rond de ongevalsplek;

verleen, indien nodig, eerste hulp;

waarschuw, indien nodig, hulpverleningsdiensten;

waarschuw de coördinator gladheidbestrijding;

vraag eventueel aanwezige omstanders om hulp of ondersteuning;

vul het schadeformulier in.

5

Risico evaluatie

In Tabel 3 is een overzicht te vinden van risico’s verbonden aan de uitvoering van gladheidbestrijding en de maatregelen die de gemeente neemt om deze risico’s te beperken. Tabel 3: Overzicht risico borging Risico

Oorzaak

Maatregel

Verkeer Alarmering uit laten gaan van meest Geografische omstandigheden

Mogelijk plaatselijk glad wegdek

gevoelige koude locaties Prioriteit binnen strooigebied bijstellen

Overgang in verhardingssoor-

Strooibeleid bijstellen op basis van

ten

ervaringen

Verkeersintensiteit Onwetendheid weggebruiker

Prioriteit stellen op basis van verkeersbeleidsplan (Netwerkennota) Communiceren over strooibeleid

Materieel Materieel niet inzetbaar

Preventief onderhoud, tijdige ver-

Storing

vanging, oproepen storingsmonteur Controle tijdens ontwerpfase,

Beperkte inzetbaarheid

Obstakels, te smal wegprofiel

aanpassen ontwerp, aanpassen materieel

14 van 21

Risico

Oorzaak

Maatregel Aanvullende zoutopslag in overleg

Zout tekort

Als gevolg van meer strooiac-

met wegbeheerders in de regio of

ties dan gebruikelijk (extreem

verkleinen strooigebieden.

weer)

Afspraken met zoutleveranciers Over leverplicht

Personeel Gezondheid

Chemische samenstelling Ongeval/ziekte

Uitval / verloop

Uit dienst treden van medewerkers

Voorlichting, beschikbaar stellen persoonlijke beschermingsmiddelen Veiligheidsuitrusting / PBM / vervanging personeel Inhuur, werving nieuw personeel

Gladheid meldsysteem Storing meetpunt Geen meldingen

Onjuiste gegevens

Jaarlijks preventief onderhoud op basis van overeenkomst

Storing telefoonlijn

Automatische controle telefoonlijn

Storing mobiel netwerk

Activeren reservenummer vast net

Storing meetpunt

Sensoren jaarlijks kalibreren

Milieu Aantasting bermen en begroeiing

Hoge zoutbelasting

Controle dosering en strooibreedte, checken natzoutmethode

Samenwerking Glad wegdek bij de grenzen met andere wegbeheerders

Niet strooien wegvak

Verplichting overleg en afstemmen met ‘aangrenzende wegbeheerders’ en voorlichting naar weggebruikers

15 van 21

6

Communicatie

Voor zowel betrokkenen binnen de eigen organisatie als weggebruikers is het van belang dat de gemeente de informatie over de gladheidbestrijding tijdig en efficiënt communiceert. In het communicatietraject wordt onderscheid gemaakt tussen interne en externe communicatie. Beide trajecten hebben andere doelgroepen en de communicatiedoelen zijn daarmee verschillend. Interne en externe communicatie zijn om die reden apart uitgewerkt. Uiteindelijk blijft het doel van de communicatie wel gelijk: 

de gladheidbestrijding zo effectief en efficiënt mogelijk uitvoeren;

milieu-, Arbo- en verkeersaspecten zo optimaal mogelijk waarborgen;

de juiste informatie tijdig en op de juiste plaats beschikbaar hebben, bijvoorbeeld bij het klantcontactcentrum (KCC) van de gemeente Venray.

6.1

Interne communicatie

De interne communicatie is gericht op de uitvoering en alle partijen die daarbij betrokken zijn, bijvoorbeeld gemeentelijk medewerkers, de aannemer, (andere) partijen waarmee contracten zijn afgesloten, buurgemeenten, provincie en de politie.

Communicatiedoelstelling De communicatie binnen de uitvoering van de gladheidbestrijding heeft als doel om gladheid zo efficiënt en optimaal mogelijk te bestrijden. Hiervoor dienen duidelijke communicatielijnen en procedures te zijn opgesteld, zodat iedere betrokkene weet wat van hem of haar wordt verwacht. Naast de communicatie die gericht is op de uitvoering, is ook de communicatie richting bestuur en management belangrijk. Niet alleen na afloop van het winterseizoen maar ook tijdens het seizoen als daarom wordt gevraagd. Betreffende personen moeten op de hoogte kunnen blijven van ontwikkelingen/ gebeurtenissen. Voor de uitvoerende dienst geldt dat ze in staat moet zijn om te kunnen anticiperen op verzoeken vanuit het bestuur of management.

Werkwijze Intern dient het communicatietraject ten behoeve van de gladheidbestrijding op heldere wijze te zijn beschreven en verbonden te zijn aan dit uitvoeringsplan. Voor de start van het winterseizoen bespreekt de coördinator het communicatietraject met alle personen die een rol hebben bij strooiacties. Binnen de gemeente dient een vast aanspreekpunt beschikbaar te zijn voor politie, brandweer en de GGD. Dat is in dit geval de coördinator.

16 van 21

In het kader van regionale samenwerking vindt voor de start van het winterseizoen afstemming plaats met de buurgemeenten en de provincie Limburg. Voor een aantal routes is vanwege de verkeersveiligheid een goede afstemming met deze partners noodzakelijk. Afspraken die worden gemaakt, worden schriftelijk vastgelegd.

Communicatiemiddelen Middelen die ingezet worden met betrekking tot de interne communicatie zijn: 

dit uitvoeringsplan;

overzichten met telefoonnummers en (werk)roosters;

besprekingen en de verslaglegging daarvan;

e-mail;

rapportages die worden verkregen via de uitgevoerde strooiacties met daarin informatie over de gereden route(s). Dit gebeurt nu via het programma Intelliops.

6.2

Externe communicatie

De externe communicatie richt zich meer op de gebruikers van de openbare ruimte en partijen die daarbij betrokken zijn (o.a. media/ pers).

Communicatiedoelstelling De weggebruiker dient te worden geïnformeerd over de wijze waarop de gemeente de gladheid bestrijdt. De door de gemeente te verstrekken informatie betreft: 

de strooiroutes;

algemene informatie die van belang is (bijvoorbeeld wanneer er wordt gestrooid);

hoe en waar vragen te stellen of klachten in te dienen.

Het is van belang om de informatie tijdig te verstrekken zodat: 

gebruikers van de openbare ruimte weten waar zij aan toe zijn: waar wordt wel gestrooid en waar niet (en waarom);

draagvlak wordt gecreëerd en begrip kan ontstaan;

vragen, zorgen of klachten worden gehoord en hierop wordt gereageerd.

Werkwijze In eerste instantie verstrekt de gemeente informatie via haar website. Deze informatie dient bij de start van het winterseizoen beschikbaar en actueel te zijn. De coördinator stemt de externe communicatie af met de gemeentelijk medewerker communicatie. Hij of zij levert input of adviseert met betrekking tot het eigen vakgebied en verzorgt wanneer nodig of gewenst bijvoorbeeld de berichtgeving richting de lokale media.

17 van 21

Communicatiemiddelen Met betrekking tot de externe communicatie zet de gemeente de volgende communicatiemiddelen in: 

berichten en informatie op de gemeentelijke website;

persbericht;

berichten via social media bijvoorbeeld Facebook;

de ‘mijn-gemeente-app’.

Berichten op de website (www.venray.nl) Berichtgeving over de gladheidbestrijding kan geplaatst worden op de gemeentelijke website. Daarnaast kan via dit medium het beleids- en uitvoeringsplan worden gedeeld, inclusief een overzicht van de strooiroutes (kaarten). Ook ontwikkelingen gedurende het strooiseizoen kunnen op de website worden geplaatst. Persbericht Bij de start van het winterseizoen wordt een persbericht gepubliceerd om de gladheidbestrijding onder de aandacht van het publiek te brengen. Als de omstandigheden daarom vragen (bijzonderheden, onduidelijkheden, persvragen) worden er extra berichten gepubliceerd. De medewerker communicatie stemt de inhoud van de berichten eerst af met de coördinator. Social media (Facebook) De gemeente heeft een Facebook account waarmee ze actuele informatie verspreidt. De coördinator heeft hierin een initiërende rol. De ‘mijn-gemeente-app’ Dit is een app die door iedereen kan worden gebruikt om meldingen door te geven; via de app komt de melding in het gemeentelijk systeem ‘Melddesk’ terecht bij de juiste medewerker. Zodat deze persoon de melding kan behandelen en afhandelen.

6.3

Weggebruikers

Dit is de belangrijkste groep waarop de externe communicatie is gericht. Weggebruikers kunnen zowel inwoners zijn van de gemeente Venray als mensen die hier niet wonen maar wel naar of vanuit Venray reizen. Het is van belang dat de informatie die de gemeente wenst te delen laagdrempelig beschikbaar is en duidelijk van opzet en inhoud. Zodat bij de weggebruiker een duidelijk en realistisch beeld ontstaat over de inspanning van de gemeente met betrekking tot de gladheidbestrijding.

18 van 21

6.4

Meldingen

Vragen, suggesties, opmerkingen, zorgen of klachten kunnen worden doorgeven via telefoonnummer (0478) 523 333 (klantcontactcentrum). Daarnaast kan gemeld worden via het algemene e-mailadres gemeente@venray.nl. De gemeente neemt ontvangen klachten, vragen en suggesties mee in de jaarlijkse evaluatie en heeft enkele tips voor bewoners om de gladheid op het trottoir zelf aan te pakken: 

bij sneeuw beter eerst vegen en daarna – zo nodig – zout strooien;

veeg de sneeuw naar een plek waar niemand er last van heeft;

houd bij het vegen straatkolken (de putjes in de straat) vrij van sneeuw;

denk aan het milieu: maak matig gebruik van strooizout;

strooi vooral op plekken waarover gelopen of gereden wordt;

strooi zand om een dikke ijslaag begaanbaar te maken.

7

Monitoring, registratie en evaluatie

7.1

Logboek

Via het data-informatiesysteem in de strooiauto’s heeft de gemeente automatisch toegang tot relevante gegevens van uitgevoerde acties (tijd, route en de hoeveelheid strooizout per m²). Daarnaast zijn de strooi-eenheden uitgerust met GPS-route-informatie. Ook houdt de coördinator het digitale logboek dagelijks bij tijdens de strooiperiode. Het gaat daarbij om de volgende gegevens: 

contacten met het weerbureau (DTN);

contacten met de (meldkamer) politie;

tijdstip en inhoud van bovengenoemde contacten;

oproeptijd strooiploegen;

tijdregistratie van strooiploegen;

geconstateerde bijzonderheden door strooiploegen;

storingen aan machines;

klachten, vragen, suggesties, opmerkingen;

meldingen van (bijna) ongevallen.

De coördinator meldt storingen van materieel direct bij de gecontracteerde reparatiedienst en maakt hiermee binnen het contract passende afspraken om spoedig tot herstel te komen.

19 van 21

7.2

Samenvatting evaluatie 2020-2021

Aan het eind van het seizoen 2020-2021 heeft de gemeente een evaluatie opgesteld van de uitvoering gladheidbestrijding. Onderstaand een overzicht van de belangrijkste punten uit de evaluatie: Aantal strooiacties preventieve route:

27 keer

Waarvan met sneeuwploeg

9 keer

Aantal strooiacties bruggen en koude route:

5 keer

Hoeveelheid gebruikt zout hele seizoen:

632.846,40 kg

Aantal gereden kilometers hele seizoen:

32.559 km

Aantal meldingen zoutkisten:

circa 20 ( * )

Aantal meldingen overig, met name sneeuwoverlast:

circa 150 ( # )

(*)=

Meldingen over zoutkisten betrof vooral vragen over bijvullen en hoe de kisten te gebruiken.

(#) =

Meldingen overig, met name sneeuwoverlast betrof vooral klachten over de toestand op de weg. Melders vroegen zich vooral af waarom het zo lang duurt voordat de straat weer sneeuwvrij is. Hoofdoorzaak was een niet juiste beslissing over inperking van de te strooien/ te schuiven routes (in nieuw beleidsplan is dit voortaan beter geregeld) in combinatie met de inzet van extra materieel. Het gevolg was een tekort aan zwaar materieel om de sneeuw te verwerken.

8

Wijzigingen dit seizoen ten opzichte van 2020-2021

Seizoen 2020 – 2021 was bezien vanuit de gladheidbestrijding een strengere winter dan gemiddeld in de afgelopen vijf jaar. Er was vooral sprake van een verhoogde inzet tijdens en na de sneeuwval begin februari 2021.

20 van 21

Dit seizoen door te voeren wijzigingen mede op basis van de evaluatie van seizoen 2020-2021: 1.)

Betere communicatie over het gebruik van zoutkisten.

2.)

Bij extreem weer (sneeuw, ijzel) vanuit de sneeuwroute kleinere routes samenstellen zodat in ieder geval de belangrijkste wegen (daadwerkelijk) vrij gehouden kunnen worden van sneeuw. Deze kleinere routes zullen voorafgaand aan het winterseizoen 2021-2022 in samenspraak met de aannemer worden ingedeeld/ vastgesteld.

3.)

Een geoptimaliseerde indeling voor te rijden routes per machine, zodat de totaal benodigde tijd om één volledige strooironde uit te voeren, verkort kan worden ten opzichte van afgelopen seizoen.

4.)

Parkeerplaatsen zoals aangegeven in bijlage D (met name centrum Venray) worden bij hevige sneeuwval schoongemaakt met (extra) in te zetten laadschoppen en trekkers met schuiven. Deze machines kunnen desgewenst daarna ook elders in Venray worden ingezet.

5.)

De wijziging of uitbreiding van het areaal (o.a. gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum) goed in beeld brengen en onderdeel maken van de gladheidbestrijding.

6.)

Weggebruikers beter informeren over de vernieuwde mijn-gemeente-app voor meldingen die ze via hun telefoon of tablet zelf (rechtstreeks) in kunnen dienen bij de gemeente.

21 van 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10598634/1