CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting Spralandweg 5

Gemeenteraad 12 april 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Spralandweg 3 en 5 Oostrum19.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Indien de verstoring meer dan 10.000 m2 bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm dient de aanvrager een rapport (voortoets, bijvoorbeeld bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek, proefsleuvenonderzoek, opgraving, sleufgraaf, archeologische begeleiding) van een door gemeenteweg erkende archeologisch deskundige te overleggen waaruit blijkt dat de in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemmingsplan omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. Waterstaat – beschermingszonewatergang (artikel 7) De gronden op de verbeelding nader aangewezen voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de nabij gelegen waterloop. Op de voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de genoemde bestemming worden opgericht.

Hoofdstuk 6

51

Algemene regels In de Anti-dubbeltelregel (artikel 8) wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. In de algemene aanduidingsregels (artikel 9) zijn regels opgenomen ten behoeve van specifieke aanduidingen binnen het plangebied. In de algemene bouwregels (artikel 10) zijn regels opgenomen omtrent de infiltratie van hemelwater en parkeernormen. De algemene afwijkingsregels (artikel 11) verschaffen burgemeester en wethouders c.q. het bevoegd gezag de gewenste beleidsruimte om bij de uitvoering van het plan te kunnen inspelen op gegevens of situaties die vooraf niet bekend kunnen zijn. De algemene wijzigingsregels (artikel 12) omvat een wijzigingsbevoegdheid. In de overige regels (artikel 13) is onder meer een verwijzing naar de wettelijke regelingen opgenomen. Overgangs- en slotregels In de bepaling Overgangsrecht (artikel 14) is geregeld in hoeverre en onder welke voorwaarden bestaande gebouwen en het bestaand gebruik van gronden en bouwwerken mogen afwijken van het plan. In de Slotregel (artikel 15) is aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

Hoofdstuk 6

52

7.

HANDHAVING Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan een sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op een zelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de planregels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Bewust zijn in het plan geen detailbepalingen opgenomen die – hoewel misschien op zichzelf niet onwenselijk – in de praktijk niet kunnen worden gehandhaafd. In het verlengde daarvan is zoveel mogelijk afgezien van bepalingen die door de bewoners en andere gebruikers als een onnodige beperking van hun vrijheid kunnen worden gevoeld.

Hoe minder knellend de planregels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op den lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien. In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen. Gebruiksregels zijn opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. Het gemeentebestuur draagt de verantwoordelijkheid om toe te zien op de naleving van de opgenomen regels in het bestemmingsplan.

Hoofdstuk 7

53

8.

HAALBAARHEID 8.1 Economische uitvoerbaarheid Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie (Afdeling 6.4 Wro) in werking getreden. In de Grondexploitatiewet is bepaald dat de gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel waarin mogelijkheden voor een bouwplan gecreëerd worden, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd, kan de gemeente afzien van het opstellen van een exploitatieplan. Eveneens is de gemeente niet verplicht een exploitatieplan vast te stellen in bij het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven gevallen waar de verhaalbare kosten uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen, of niet opweegt tegen de bestuurlijke lasten (artikel 6.12, lid 2, aanhef, juncto artikel 6.2, lid 1 Bro). Een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt onder andere aangewezen als een bouwplan betreft voor de bouw van een of meer woningen. Er is in onderhavig geval sprake van een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, waardoor een verplichting tot kostenverhaal geldt.

Tussen de initiatiefnemer en de gemeente worden hiertoe een anterieure overeenkomst en een planschadeovereenkomst afgesloten.

8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Ingevolge artikel 1.3.1. van het Bro dienen Burgemeester en Wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of er een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in artikel 1.3.1. Bro bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12 lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en langs elektronische weg. Inspraak In beginsel dient de wettelijk geregelde procedure met betrekking tot de inspraak gevolgd te worden. Er mag echter een uitzondering worden gemaakt in de Inspraakverordening van de gemeente. Bij algemeen besluit van de gemeenteraad van de gemeente Venray van 4 november 2008 is de Inspraakverordening 2007 aangepast. Hierin is het volgende besloten: 1. er wordt geen inspraak verleend bij bestemmingsplannen, projectbesluiten en structuurvisies;

Hoofdstuk 8

54

2. de bevoegdheid tot het verlenen van inspraak wordt gedelegeerd aan het college van Burgemeester en Wethouders. Mocht een bestemmingsplan toch aanleiding geven om inspraak te verlenen, dan kunnen Burgemeester en Wethouders met het delegatiebesluit (op grond van artikel 156 van de Gemeentewet) alsnog besluiten om inspraak te verlenen op basis van een voorontwerp-plan. Hiervoor kan aanleiding bestaan bij politiek of maatschappelijk gevoelige kwesties. Hiervan is geen sprake bij onderhavig bestemmingsplan. Er wordt dan ook geen mogelijkheid tot inspraak geboden. Wel heeft eenieder de mogelijkheid een zienswijze tegen het ontwerpplan in te dienen. Vooroverleg Volgens artikel 3.1.1. Bro dient vooroverleg te worden gevoerd met diensten van het Rijk, provincie en het waterschap. Deze instanties kunnen aangeven dat in bepaalde gevallen vooroverleg niet noodzakelijk is. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moeten burgemeester en wethouders, indien niet is aangegeven dat van vooroverleg kan worden afgezien, daarom overleg plegen met het Waterschap, met andere gemeenten wiens belangen bij het plan betrokken zijn en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. In het kader van onderhavig plan zijn geen nationale belangen in het geding. Vooroverleg met de Rijksoverheid is dan ook niet noodzakelijk.

Gezien de aard van de ontwikkeling zijn er daarnaast ook geen provinciale belangen gemoeid en is vooroverleg met de provincie dan ook niet noodzakelijk. Overleg met het waterschap is, conform het Toepassingsbereik Watertoets ook niet nodig, aangezien er geen waterschapsbelangen in het geding zijn. Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft de directe omwonenden van het plangebied uitgenodigd om het beoogde planvoornemen toe te lichten. Hierbij is uitleg gegeven over welk perceel het gaat, wat de beweegreden zijn voor de bestemmingsplan wijziging en welke stappen er reeds doorlopen zijn in de voorbereiding. Daarnaast is toegelicht waarom het beoogde nieuwe bouwperceel voorstelbaar is op de locatie. Een verslaglegging van de omgevingsdialoog is toegevoegd in separate bijlagen. Er zijn drie gesprekken gevoerd. In elk gesprek is aan een van de omwonenden het beoogde planvoornemen toegelicht. In het eerste gesprek gaven de omwonenden aan positief tegenover het initiatief te staan. De woning aan de Spralandweg 3 valt tevens onder onderhavig bestemmingsplan. De woning krijgt een juiste bestemming. De noodzaak voor een juiste bestemming voor een eventuele verkoop van de woning is belangrijk. Daarnaast gaven zij aan dat een woonhuis tot minder overlast zal leiden dan een tweede groepsaccommodatie.

Hoofdstuk 8

55

In het tweede gesprek gaven de andere omwonenden aan ook positief tegenover het initiatief te staan. Ook zij verwachten minder overlast te ondervinden van een woning in tegenstelling tot een tweede groepsaccommodatie. Zij vroegen zich echter af waarom er een woning gerealiseerd mag worden tussen de groepsaccommodatie aan de Spralandweg 5 en de woning aan de Spralandweg 3. De omwonende gaf aan zelf het initiatief te hebben gehad een deel van het perceel te splitsen om daar te bouwen. Dit bleek niet toegestaan. Daarnaast vroeg de omwonende zich af hoe ervoor wordt gezorgd dat op de beoogde locatie daadwerkelijk een woning zal worden gebouwd en niet als locatie voor de huisvesting van arbeidsmigranten zal worden gebruikt. Tot slot gaf de omwonende aan dat het uiterlijk van het huis in het landschap van de straat moet passen. Aan de omwonenden is uitgelegd dat op de beoogde locatie reeds een vergunning is verleend voor een tweede groepsaccommodatie. Dit betrof een groot gebouw dat relatief dicht aan de weg zou worden gerealiseerd. Daarnaast zijn ten tijden van de vergunningverlening de kosten voor de bovenwijkse voorzieningen voor de groepsaccommodatie aan de gemeente betaald. Ten aanzien van de zorg van de omwonenden met betrekking tot het daadwerkelijk realiseren van de woning is aangegeven dat met de toekomstige koper gesprekken zullen plaatsvinden.

Ze hopen zo tot een goede overeenstemming te komen met betrekking tot een toekomstige woning op het perceel. Deze gesprekken met de toekomstige koper zullen ook gaan over het uiterlijk van het huis. In het derde gesprek met de laatste omwonenden werd duidelijk dat zij geen bezwaar hebben tegen het initiatief. Wel vroegen zij zich af hoe het zit met de situering van de woning ten opzichte van een nabijgelegen agrarisch bedrijf. Het betrof hierin de stankcirkel/geurcirkel van dit bedrijf. Voor woningen geldt buiten de bebouwde kom, ten opzichte van een veehouderij met een geuremissiefactor, een vaste afstand van 50 meter. Gelet op de tussenliggende afstand van circa 150 meter wordt ruimschoots aan deze vaste afstand voldaan. Tot slot gaf de omwonende aan zelf nog onderzoek uit te voeren in hoeverre de beoogde woning een eventuele uitbreiding van het agrarisch bedrijf zal belemmeren. Zienswijzen De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemming worden hier te zijner tijd beschreven.

Hoofdstuk 8

56

9.

PROCEDURE De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit:  Openbare kennisgeving van het ontwerp-bestemmingsplan;  Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan Gedeputeerde Staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten;  Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht;  Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn ingediend;  Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling;  Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden;  Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de

Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Hoofdstuk 9

57

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl

Hoofdstuk 9

58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11353874/1