CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting Merseloseweg 96

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Venray, 3e partiële herziening (reparatie Merseloseweg 96 Venray)’3.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Noorderhof 16 | 5804 BV Venray | +31 077 2086099 contact@bureauleefomgeving.nl | www.bureauleefomgeving.nl

Bestemmingsplan

Venray, 3e partiële herziening (reparatie Merseloseweg 96 Venray)

Identificatienummer:

NL.IMRO.0984.BP23006-va01

Concept:

17-3-2023

Ontwerp:

29-9-2023

Vastgesteld:

26-3-2024

COLOFON

Projectnaam:

INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding ...................................................................................................................................................2 1.1

Aanleiding .......................................................................................................................................................................................................... 2

1.2

Leeswijzer.......................................................................................................................................................................................................... 2

Hoofdstuk 2 Omissies en juridische regeling ..........................................................................................................3 2.1

Beschrijving omissies en reparatie.......................................................................................................................................................... 3

2.2

Toelichting op de planregels ..................................................................................................................................................................... 3

2.3

Toelichting op de verbeelding .................................................................................................................................................................. 3

Hoofdstuk 3 Beleid en regelgeving van Rijk, provincie en gemeente ................................................................4 Hoofdstuk 4 Milieuaspecten .......................................................................................................................................5 4.1

Milieuaspecten ................................................................................................................................................................................................. 5

4.2

Externe veiligheid........................................................................................................................................................................................... 8

4.3

Water.................................................................................................................................................................................................................. 9

4.4

Kabels, leidingen en straalpaden.............................................................................................................................................................. 9

4.5

Natuur ................................................................................................................................................................................................................ 9

4.6

Archeologie en cultuurhistorie................................................................................................................................................................ 9

4.7

Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 10

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid ................................................................................................................................. 11 5.1

Economische uitvoerbaarheid............................................................................................................................................................... 11

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 11

Hoofdstuk 6 Procedure ............................................................................................................................................ 12

Vastgesteld

1

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Deze partiële herziening van het bestemmingsplan “Venray” voorziet in de reparatie van een omissie aan de Merseloseweg 96 in Venray. Op deze locatie is een bar / café aanwezig. Op basis van het oude bestemmingsplan “Venray” (vastgesteld september 2006) is de locatie voorzien van een horecabestemming en voorzien van de functieaanduiding ‘café / bar’. In 2017 is het bestemmingsplan voor de kern van Venray geactualiseerd middels het bestemmingsplan ‘Venray” (vastgesteld op 19 september 2017). Op basis van dit bestemmingsplan is de locatie nog steeds voorzien van een horecabestemming, echter uitsluitend horeca van categorie 1 is toegestaan. Een bar /café betreft een horecavoorziening van categorie 2 en is zodoende op basis van het vigerende bestemmingsplan feitelijk niet toegestaan.

Afbeelding 1. Vogelvluchtperspectief Merseloseweg met Merseloseweg 96 rood omlijnd

De herziening voorziet uitsluitend in de toevoeging van de functieaanduiding ‘horeca tot en met categorie 2’ aan de locatie Merseloseweg 96 in Venray. Door het planologisch-juridisch repareren van deze omissie ontstaat er ruimtelijk gezien geen ander bestemmingsplan en worden geen nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden gecreëerd. Het betreft enkel de reparatie van ondergeschikte zaken om deze in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie.

1.2

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit zeven hoofdstukken. Hoofdstuk 2 gaat in op de bestaande en beoogde situatie van het plangebied, hoofdstuk 3 beschrijft de omissie en de juridische regeling, hoofdstuk 3 het toepasselijke beleid en regelgeving van Rijk, provincie en gemeente. Hoofdstuk 4 behandelt de milieuaspecten, hoofdstuk 5 de economische uitvoerbaarheid en hoofdstuk 6 de procedure.

Vastgesteld

2

Hoofdstuk 2 Omissies en juridische regeling 2.1

Beschrijving omissies en reparatie

In dit hoofdstuk wordt de omissie in het vigerende bestemmingsplan nader beschreven en wordt aangegeven op welke wijze de omissie planologisch-juridisch wordt 'gerepareerd' door middel van deze partiële herziening. Aan de Merseloseweg 96 is een bar / café gelegen. De locatie is in het vigerende bestemmingsplan voorzien van een horecabestemming en voorzien van een bouwvlak met de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ en de maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte: 4 m’. De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een horecavoorziening van categorie 1 en in dit specifieke geval ook het wonen in een bedrijfswoning. Gebouwen dienen binnen het aanwezige bouwvlak gerealiseerd te worden waarbij de maximale goothoogte van de bebouwing 4 meter bedraagt. Horecavoorzieningen van categorie 1 zijn horecabedrijven die in beginsel alleen overdag en 's avonds behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden). Hieronder valt onder andere een broodjeszaak, cafetaria en restaurant. Een bar / café betreft een horecavoorziening van categorie 2. Dit zijn horecabedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is de uitoefening van een bar / café op deze locatie niet toegestaan, dit terwijl deze functie er altijd al gezeten heeft en op basis van oude bestemmingsplannen dan ook was toegestaan.

Er is met het vaststellen van het huidige bestemmingsplan vergeten deze functie wederom mogelijk te maken. Om de omissie op te heffen dient de functieaanduiding ‘horeca tot en met categorie 2' alsnog op de locatie te worden opgenomen.

Afbeelding 2. Uitsnede vigerende bestemmingsplan “Venray” met Merseloseweg 96 rood omlijnd

2.2

Toelichting op de planregels

De regels van het bestemmingsplan 'Venray' worden van toepassing verklaard voor deze partiële herziening.

2.3

Toelichting op de verbeelding

Op de verbeelding zal de functieaanduiding ‘horeca tot en met categorie 2’ worden opgenomen waardoor de uitoefening van een café op betreffende locatie weer mogelijk wordt c.q. gelegaliseerd wordt.

Vastgesteld

3

Hoofdstuk 3 Beleid en regelgeving van Rijk, provincie en gemeente Beleid en regelgeving van Rijk, provincie en gemeente zijn, gelet op de geringe aanpassing van de verbeelding, niet relevant met betrekking tot deze herziening. Er ontstaat door deze reparatie ruimtelijk geen ander plan. Het betreft enkel de reparatie van een omissie in het vigerende bestemmingsplan 'Venray' (vastgesteld 19 september 2017). Deze reparatie van de omissie leidt niet tot andere planologisch-juridische mogelijkheden.

Vastgesteld

4

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, milieuzonering, geluid, lucht, externe veiligheid voor het plangebied wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van de reparatie van het bestemmingsplan voor de aspecten archeologie, leidingen en infrastructuur, natuur, waterhuishouding en verkeer. De hieruit voortkomende bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht.

4.1

Milieuaspecten

4.1.1 Bedrijven en milieuzoneringen Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving. Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. Om een milieuzonering in een concrete situatie te kunnen uitwerken bevat de VNG-publicatie bouwstenen. De drie belangrijkste bouwstenen zijn: 1. De richtafstandenlijst; 2. Twee omgevingstypen; 3. Een lijst van toelaatbare activiteiten in gemengd gebied met het oog op functiemenging. De belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten die zijn opgenomen in bijlage 1 van de VNG-publicatie. Dit zijn afstanden ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype). In de bijlagen wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie.

Het plangebied is te typeren met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is in de huidige situatie aan de Merseloseweg 96 uitsluitend een horecavoorziening van categorie 1 toegestaan. Onder horeca van categorie 1 wordt verstaan ‘lichte horeca’ zoals een lunchroom, ijssalon of snackbar. Voor een ijssalon en snackbar geldt een richtafstand van 10 meter voor geur, geluid en gevaar en een richtafstand van 0 meter voor stof. Met onderhavig herziening wordt de omissie hersteld en is ter plaatse van het plangebied ook een horecavoorziening van categorie 2 toegestaan. Onder horeca van categorie 2 wordt verstaan ‘middel zware horeca’ zoals een bierhuis, café of proeflokaal. Voor een café en bar geldt een richtafstand van 10 meter voor geluid en gevaar en een richtafstand van 0 meter voor geur en stof. Conclusie Met het herstellen van de omissie vindt zodoende geen verandering plaats ten opzichte van de richtafstanden vanuit de activiteit richting de omgeving. Milieuzonering vormt derhalve geen belemmering voor het herstellen van de omissie. 4.1.2 Geluid Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidsgevoelig object dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. Per 1 januari 2007 is de Wijzigingswet Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase) in werking getreden.

In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer en spoorwegen.

Vastgesteld

5

Een café betreft geen geluidsgevoelig object. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is om die reden in dit geval niet benodigd. Effecten op woon- en leefklimaat in de omgeving Op 1 januari 2008 is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, ofwel het Activiteitenbesluit in werking getreden. Het Activiteitenbesluit biedt bescherming tegen geluid afkomstig van horeca-inrichtingen. Zowel bestaande als nieuwe horeca inrichtingen moeten zich in beginsel houden aan de standaard geluidsnormen. In het Activiteitenbesluit zijn geluidnormen opgenomen waaraan nieuwe en bestaande horeca bedrijven aan moeten voldoen. De geluidsnormen zijn opgenomen in onderstaande tabel. Norm (dB(A)) LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen LAr,LT in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten van in- en aanpandige gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten van in- en aanpandige gevoelige gebouwen

Periode 07:00-19:00 50 35

19:00-23:00 45 30

23:00-07:00 40 25

70 55

65 50

60 45

LAr,LT staat hierbij voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau: hiermee wordt het gemiddelde geluidsniveau gemeten over een langere periode bedoeld. LAmax betreft het maximaal toegestane geluidsniveau in een bepaalde periode. In het activiteitenbesluit is een standaardnormering voor geluid opgenomen. Die geluidnormering voor een horecavoorziening van categorie 1 is hetzelfde als de geluidnormering voor een horecavoorziening van categorie 2. Het herstellen van de omissie heeft principieel geen invloed op de toegestane geluidniveaus in de omgeving en leidt in dat kader niet tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. 4.1.3 Bodem- en grondwaterkwaliteit Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle ruimtelijke plannen relevant is en daarom onderzocht, beoordeeld en beschreven moet worden. De mate waarin beoordeling van de bodemkwaliteit aan de orde is, is met name afhankelijk van de aard en omvang van een initiatief. De milieuhygiënische bodemkwaliteit dient te worden aangetoond indien een wijziging plaatsvindt van de bodemfunctieklasse. Onderhavige partiële herziening heeft betrekking op het herstellen van een omissie ter plaatse van de Merseloseweg 96 in Venray. De gehele locatie is thans bestemd voor horeca doeleinden.

Ook in de beoogde situatie is er sprake van horeca doeleinden. Er is zodoende geen sprake van een wijziging in de bodemfunctieklasse. Derhalve kan gesteld worden dat een bodemonderzoek niet noodzakelijk is in het kader van onderhavige ontwikkeling. 4.1.4 Luchtkwaliteit Algemeen Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en sindsdien staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b. Een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. Een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging;

Vastgesteld

6

d.

Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.

De locatie is reeds al geruime tijd in gebruik als horecavoorziening in de vorm van een café. Met onderhavige partiële herziening blijft de locatie in gebruik als café waardoor het herstellen van de omissie niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. 4.1.5 Geur Geur kan hinder veroorzaken in de leefomgeving. Wanneer deze hinder inderdaad ondervonden wordt, kan dit zelfs Geur kan hinder veroorzaken in de leefomgeving. Wanneer deze hinder inderdaad ondervonden wordt, kan dit zelfs invloed hebben op de gezondheid. Geurhinder dient daarom zoveel mogelijk beperkt te worden door regels te stellen aan de uitstoot van geuremissies en bepaalde afstanden aan te houden ten opzichte van geurgevoelige objecten. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) kent bescherming toe aan geurgevoelige objecten. Hierbij gaat het in het algemeen om gebied bestemd voor wonen en verblijf. Een horecavoorziening betreft zodoende een geurgevoelig object. In de gemeentelijke geurverordening is vastgelegd welke normstelling er geldt voor de voorgrondbelasting en bij welke achtergrondbelasting nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

In de verordening is bepaald dat voor de bebouwde kom, waarbinnen het plangebied valt, een maximale waarde geldt voor de geurbelasting van een veehouderij ten aanzien van een geurgevoelig object van 3,0 Ou/m3 (voorgrondbelasting) en 13,0 Ou/m3 (achtergrondbelasting). Vanwege de ligging in de bebouwde kom van Venray liggen er in de directe omgeving van het plangebied (afstand < 500 meter) geen veehouderijen. Om de effecten van verder weg gelegen veehouderijen in beeld te krijgen is de kaart ‘Individuele contouren 2018’ van de gemeente Venray geraadpleegd. Hieruit blijkt dat geen enkele veehouderij een geurcontour heeft van 3,0 Ou/m3 of hoger die tot aan het plangebied reikt. Dit betekent dat voor het plangebied ruimschoots wordt voldaan aan de norm. Gesteld kan worden dat de omliggende veehouderijen geen nadelige effecten hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied voor wat betreft voorgrondbelasting. Op de kaart ‘Achtergrondbelasting 2018’ van de gemeente Venray wordt de indicatieve achtergrondbelasting als zeer goed (0 tot 3 OU/m3 ) beoordeeld. Daarmee kan tevens gesteld worden dat veehouderijen geen nadelige effecten hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied voor wat betreft achtergrondbelasting.

Op de kaart achtergrondbelasting van 2018 behorende bij de gemeentelijke geurverordening wordt de indicatieve achtergrondbelasting als goed (3,1 – 7,4 OU/m3, 5-10 % kans op geurhinder) beoordeeld.

Afbeelding 3. Uitsnede kaart achtergrondbelasting van de gemeente Venray

Vastgesteld

7

De indicatieve achtergrondbelasting ten aanzien van geurhinder ter plaatse van het plangebied wordt beoordeeld als goed. Een goed leefklimaat ten aanzien van geur wordt in de bebouwde kom van Wanssum op grond van het gemeentelijk beleid aanvaardbaar geacht.

4.2

Externe veiligheid

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met het aspect externe veiligheid. Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico’s vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: ▪ Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); ▪ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); ▪ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.

Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijke harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verwantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico’s in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal bij de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer.

In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Tabel 1. Wanneer verantwoorden?

Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb) Spoor-, Rijks- en waterwegen (Bevt)

Vastgesteld

Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaaarde

8

Indien de verantwoordingsplicht niet juist is uitgewerkt terwijl dit wel verplicht is, kan dit tot vernietiging van het ruimtelijk besluit door de Raad van State leiden. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Door de provincie Limburg is een risicokaart samengesteld waarop de risico veroorzakende bedrijven en objecten zijn weergegeven. Op basis van de risicokaart bevinden er zich in de wijde omgeving geen risicovolle activiteiten. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het herstellen van de omissie.

4.3

Water

De partiële herziening voorziet uitsluitend in het herstellen van en omissie waardoor geen sprake is van het oprichten van nieuwe bebouwing. De partiële herziening is daardoor uit waterhuishoudkundig oogpunt niet relevant.

4.4

Kabels, leidingen en straalpaden

Grotere kabels en leidingen krijgen in een bestemmingsplan veelal een planologische beschermingszone door middel van een dubbelbestemming. Hiermee wordt de bedrijfszekerheid en de veiligheid van de betreffende leiding gewaarborgd. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is er geen sprake van een dergelijke dubbelbestemming in of in de nabijheid van het plangebied.

4.5

Natuur

De Europese natuurwetgeving is in Nederland, op het gebied van soort- en gebiedsbescherming, uitgewerkt in de Wet natuurbescherming (Wn). Deze wet heeft tot doel alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten en natuurgebieden (Natura2000-gebieden) te beschermen en in stand te houden. 4.5.1 Flora en fauna De locatie is gelegen in de bebouwde kom van Venray. Door de ligging in de bebouwde kom zijn in de directe omgeving geen natuurgebieden gelegen. Daarnaast is het gehele pand altijd actief gebruikt voor menselijk handelen. Er wordt niet verwacht dat bijzondere dier- of plantsoorten hier regulier voorkomen. Er zijn daarom geen belemmeringen vanuit het aspect flora & fauna voor het de reparatie van het bestemmingsplan. 4.5.2 Natura2000 Met de reparatie van het bestemmingsplan wijzigt de emissie van stikstof niet. De reparatie van het bestemmingsplan voorziet uitsluitend in het herstellen van een omissie ter plaatse van de Merseloseweg 96 in Venray. De reparatie van het bestemmingsplan leidt derhalve niet tot extra verzuring of vermesting in Natura2000-gebieden.

4.6

Archeologie en cultuurhistorie

4.6.1 Archeologie De gemeente Venray heeft een eigen archeologische beleidskaart laten opstellen door archeologisch adviesbureau RAAP. De kaart en het bijbehorende rapport zijn afgerond in het voorjaar van 2008 (RAAP rapport 1482: “Begrensd verleden; Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart en de cultuurhistorische waardenkaart voor de gemeente Venray”). Vanwege de gemeentelijke herindeling in 2010 is de archeologische beleidskaart geactualiseerd, waarbij Geijsteren, Wanssum en Blitterswijck en het buitengebied daaromheen in de kaart zijn opgenomen. Deze geactualiseerde versie is in de 2013 vastgesteld.

Vastgesteld

9

Op deze beleidskaart is het plangebied gelegen in een gebied met een middelhoge verwachting (categorie 5). In gebieden met een middelhoge archeologische waarde (dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’) dient archeologisch onderzoek plaats te vinden indien de bodem voor een oppervlakte van 2.500 m2 dieper dan 0,5 m verstoord wordt. Met de reparatie van het bestemmingsplan zijn geen grondwerkzaamheden voorzien. De reparatie van het bestemmingsplan heeft daarom geen negatieve effecten op de eventuele aanwezige archeologische waarden in de bodem. Een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. 4.6.2 Cultuurhistorie De provincie Limburg hecht veel waarde aan de cultuurhistorie van de provincie. De provincie wil dan ook dat er verstandig omgegaan wordt met cultuurhistorische bouwwerken en landschappen. Volgens de provinciale kaart ‘Cultuurhistorische Waardenkaart Limburg’ zijn in de directe omgeving van het plangebied geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig waarop de reparatie van het bestemmingsplan een negatieve invloed kan hebben.

4.7

Verkeer en parkeren

Verkeer en parkeren De locatie is reeds al geruime tijd in gebruik als horecavoorziening in de vorm van een café. Met de reparatie van het bestemmingsplan blijft de locatie in gebruik als café. Er is geen sprake van een verandering in de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte.

Vastgesteld

10

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening is de gemeente verplicht om bij het vaststellen van een bestemmingsplan dat nieuwe mogelijkheden schept, maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat alle kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Aangezien deze partiële herziening geen nieuwe mogelijkheden schept en er geen verruiming van bouwplannen /bouwmogelijkheden is, is kostenverhaal niet aan de orde. Het is een behoudend plan en betreft enkel de reparatie van een omissie in het vigerende bestemmingsplan 'Venray'.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingswijziging moeten Burgemeester en Wethouders overleg plegen met het waterschap, andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn, en met betrokken rijks- en provinciale diensten. Van dit vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is. Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat het college van Burgemeester van Wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg dienen te plegen met betrokken instanties. Met de reparatie van het bestemmingsplan zijn geen provinciale belangen of waterschapsbelangen in het geding. Een vooroverleg is in dat kader niet aan de orde. Omgevingsdialoog In het kader van de omgevingsdialoog hebben er gesprekken plaatsgevonden individueel met de melders van klachten over het café uit de directe omgeving, alsmede met de eigenaar en uitbater van het café. Deze gesprekken hebben separaat plaatsgevonden, maar ook in gezamenlijkheid met alle partijen bij elkaar. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 29 september 2023 tot en met 9 november 2023 voor eenieder ter visie gelegen. Er is één zienswijze binnengekomen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Deze zienswijze is beoordeeld en de belangen van reclamanten zijn afgewogen tegen het belang dat met het bestemmingsplan wordt gediend.

De zienswijze heeft niet geleid tot een inhoudelijke wijzigingen van het bestemmingsplan. Een uitgebreidere behandeling van de zienswijzen is opgenomen in het zienswijzenrapport, die als bijlage bij het bestemmingsplan is vastgesteld

Vastgesteld

11

Hoofdstuk 6 Procedure De vaststellingsprocedure wordt omschreven in art. 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Deze procedure kan als volgt worden samengevat: de procedure start met een openbare kennisgeving van het ontwerpbestemmingsplan, waarna het ontwerpbestemmingsplan wordt gepubliceerd en gedurende een termijn van 6 weken door één ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan kunnen worden ingebracht. Na de termijn van de terinzagelegging dient de gemeenteraad binnen 12 weken te beslissen omtrent de vaststelling van het plan. Na de publicatie van het vastgestelde bestemmingsplan hebben belanghebbenden 6 weken de tijd om tegen het plan in beroep te gaan. Het bestemmingsplan treedt de dag na afloop van de beroepstermijn in werking.

Vastgesteld

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13807480/1