CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting en regels Ontwikkeling Broekweg

Gemeenteraad 31 oktober 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Broekweg ong. (naast Broekweg 40) Venray.20.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN BROEKWEG ONG. (NAAST BROEKWEG 40) VENRAY

Projectn r: Datum:

BOT004 xxxxxxx 2023

krruit.en

BESTEMMINGSPLAN BROEKWEG ONG. (NAAST BROEKWEG 40) VENRAY

Projectnr:

BOT004

Rapportnr:

va0 l 23xxxxBOT004

Status

vastgesteld

Datum:

T 088-3366 333 F088-3366099 E info@kragten.n I

xxxxxxx2 0 23

2

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en kadastrale begrenzing 1.3 Vigerend bestemmingsplan

7 7 7 9

Hoofdstuk 2 Gebiedsanalyse 2.1 Bebouwing en functies 2.2 Ontsluiting 2.3 Groen en water

11 11 12 12

Hoofdstuk 3 Plan 3.1 Bebouwing en functies 3.2 Verkeer en parkeren 3.3 Groen en water 3.4 Duurzame en gezonde leefomgeving

13 14 15 18 18

Hoofdstuk 4 Beleid 4.1 Nationaal niveau 4.2 Provinciaal niveau 4.3 Gemeentelijk niveau

19 19 21 23

Hoofdstuk 5 Uitvoeringsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Waarden 5.3 Waterparagraaf

29 29 36 39

Hoofdstuk 6 Haalbaarheid 6.1 Financieel 6.2 Maatschappelijk

43 43 43

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten 7.1 Algemeen 7.2 Afstemming met andere regelgeving 7.3 Planregels

45 45 45 45

3

4

Bijlagen toelichting

47

Bijlage 1

Inrichtingsschets

47

Bijlage 2

Bezonningstudie

47

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

47

Bijlage 4

Geuronderzoek veehouderijen

47

Bijlage 5

Quickscan Wet natuurbescherming

47

Bijlage 6

Stikstofdepositie-onderzoek

47

Bijlage 7

Verslag omgevingsdialoog

47

Bijlage 8

Nota zienswijzen

47

Regels

49

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

51 51 57

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen

59 59

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Artikel 5 Algemene bouwregels Artikel 6 Algemene gebruiksregels Artikel 7 Algemene aanduidingsregels Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Artikel 9 Algemene wijzigingsregels Artikel 10 Algemene procedureregels Artikel 11 Overige regels

63 63 63 64 65 65 66 66 66

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Artikel 13 Slotregel

67 67 67

Toelichting

5

6

Hoofdstuk 1 Inleiding Voorliggend rapport betreft het bestemmingsplan "Broekweg ong. (naast Broekweg 40) Venray" van de gemeente Venray.

1.1 Aanleiding en doel De initiatiefnemer is voornemens ter plaatse van de Broekweg en de straat Tureluur 7 nieuwe woningen te realiseren. Dit betreffen 3 vrijstaande woningen en 4 woningen bestaande uit 2 tweekappers. Binnen het plangebied is reeds 1 woning aanwezig. Het initiatief voor de nieuwe woningen kan niet worden gerealiseerd op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Venray', omdat de noodzakelijke bouwvlakken ter plaatse van het plangebied ontbreken. De gemeente Venray heeft echter aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief door middel van een herziening van het bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan bevat de toelichting en regels voor het realiseren van 7 nieuwe woningen aan de Broekweg en de Tureluur in Venray.

1.2 Ligging en kadastrale begrenzing Onderstaande afbeelding geeft de topografische situatie weer.

TOPOGRAFISCHE SITUATIE

7

Onderstaande afbeelding geeft de kadastrale situatie weer. Tevens is de plangrens van voorliggend bestemmingsplan ingetekend.

KADASTRALE SITUATIE

De gronden zijn kadastraal bekend gemeente Venray, sectie C, nummers 12637, 12636 en 12638. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 3.076 m². De gronden zijn particulier in eigendom.

8

1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Venray', vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 19 september 2017. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende verbeelding. De ligging van het plangebied is

aangegeven. UITSNEDE VERBEELDING VIGEREND BESTEMMINGSPLAN

De gronden binnen het plangebied zijn in het vigerende bestemmingsplan bestemd als 'Wonen'. Ter plaatse van de bestemmingen 'Wonen' zijn de gronden onder meer aangewezen voor wonen, beroepen aan huis met een maximum oppervlak van 40 m², voorzieningen van openbaar nut en andere bijbehorende voorzieningen, waaronder waterhuishoudkundige en parkeervoorzieningen, paden en verhardingen, in- en uitritten en tuinen en erven.

Conclusie

Het initiatief betreft het realiseren van in 7 woningen aan de Broekweg en de Tureluur in Venray. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Venray', omdat de noodzakelijke bouwvlakken ter plaatse van het plangebied ontbreken. Het opstellen van een bestemmingsplan is noodzakelijk.

9

10

Hoofdstuk 2 Gebiedsanalyse Dit hoofdstuk geeft een ruimtelijk-functionele analyse van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied in de wijdere omgeving weer.

WIJDERE OMGEVING

2.1 Bebouwing en functies Het plangebied is aan de Broekweg in de plaats en gelijknamige gemeente Venray gelegen. De kern Venray ligt 36 kilometer ten zuiden van Nijmegen en 22 kilometer ten noordwesten van Venlo. Sinds 1 januari 2010 vormt Venray een plattelandsgemeente met een stedelijke kern en daaromheen dertien dorpskernen. Het Plangebied bevindt zich in de wijk 'Brabander'. De Brabander is de jongste Venrayse wijk en is sinds de jaren '90 nog volop in ontwikkeling. De wijk is gelegen ten noordwesten van de kern Venray, tussen de Beekweg en Overloonseweg, en grenst aan het buitengebied (Loobeekdal). Hiermee vormt gebied vormt de wijk de overgangszone naar het open buitengebied. De woningen variëren sterk in vorm, materiaalgebruik en kleurstelling.

11

Binnen het plangebied is een vrijstaande woning met bijbehorende tuin gelegen. Tijdens de ontwikkeling van de wijk heeft de eigenaar er voor gekozen zijn, toen nog aan de rand van de wijk gelegen, perceel niet te verkopen voor woningbouw maar zelf de gronden te behouden. Het plangebied grenst aan de noord- en oostzijde aan de achtertuinen van de woningen aan de Smellekenlaan. Ten zuiden van het plangebied, aan de overkant van de Broekweg zijn ook woningen gelegen Het westen van het plangebied grenst aan een nieuwe woonwijk die nog in ontwikkeling is. Onderstaande afbeelding en de foto's geven de bestaande toestand van de directe omgeving het plangebied weer

BESTAANDE SITUATIE PLANGEBIED VANUIT BROEKWEG EN TURELUUR

2.2 Ontsluiting Het plangebied is gelegen aan de Broekweg en aan de straat Tureluur. De Broekweg is een erftoegangsweg en loopt dwars door de wijk 'Brabander'. De Broekweg verbindt de (Nieuwe) Overloonseweg met het buitengebied. De Tureluur verbindt de Nieuwe Overloonseweg met de Beekweg en is een gebiedsontsluitingsweg bedoeld voor het verkeer tussen de woonwijken. In de huidige situatie is de bestaande vrijstaande woning aan de Broekweg binnen het plangebied middels één ontsluiting ontsloten op de Broekweg.

2.3 Groen en water Het plangebied is voorzien in groen in de vorm van grasveld. Er is geen oppervlaktewater aanwezig.

12

Hoofdstuk 3 Plan In dit hoofdstuk is de beschrijving van het plan opgenomen. Aan de orde komen de bebouwing en functies, verkeer en parkeren, groen en water en duurzame en gezonde leefomgeving. Het plangebied is door de realisatie van het noordelijke deel van de wijk 'Brabander' midden in de wijk komen liggen. De woning met paardenwei past niet meer in de opzet van de wijk. Met behoud van de bestaande woning is het plangebied verder ingevuld met vrijstaande woningen en tweekappers. Onderstaande afbeelding geeft de boogde toestand van het plangebied weer, zie ook bijlage.1.

INRICHTINGSSCHETS

PROFIEL TURELUUR

13

PROFIEL BROEKWEG

3.1 Bebouwing en functies Het initiatief betreft het realiseren van 7 nieuwe woningen aan de Broekweg en aan de straat Tureluur. Aan de Broekweg worden 3 vrijstaande woningen gerealiseerd. Aan de straat Tureluur worden 4 woningen gerealiseerd, bestaande uit 2 tweekappers. De bestaande vrijstaande woning aan de Broekweg blijft onveranderd. In onderstaande impressie en bijlage 1 is de inrichting van het plangebied zichtbaar.

VOGELVLUCHT PLANGEBIED

Met de realisatie van de vrijstaande woningen aan de Broekweg wordt aangesloten bij de bestaande vrijstaande woning. Door de langsligging van de meest oostelijke woning kan voldoende afstand tot de bestaande woningen aan de Smellekenlaan worden gecreëerd. het meest oostelijke puntje blijft groen en open waardoor ruimte in het straatpprofiel ontstaat. Daarnaast wordt door de spievorm van het plangebied de afstand van de bebouwing naar het westen toe steeds groter en blijft er voldoende licht en lucht tussen de woningen. De tweekappers aan de Tureluur sluiten aan bij de tweekappers ten noorden en westen van het plangebied aan de Tureluur. In de in bijlage 2 opgenomen bezonningsstudie wordt getoond dat het gehele jaar overdag geen significante wijziging van de bezonning op de bestaande woningen optreedt. In de avonduren in het najaar en de winter treedt een zeer beperkte toename van de schaduwwerking op. Deze toename is niet onevenredig gezien de ligging in het stedelijk gebied.

14

IMPRESSIE WONINGEN BROEKWEG

VOGELVLUCHT BROEKWEG

MPRESSIE WONINGEN TURELUUR

VOGELVLUCHT TURELUUR

IMPRESSIE WONINGEN BROEKWEG/TURELUUR

IMPRESSIE WONINGEN BROEKWEG

De bestaande woning heeft 1 bouwlaag met een kap met een goothoogte van 4,5 meter en maximale hoogte van 9 meter. De nieuwe woningen sluiten qua hoogte aan bij de vrijstaande woning en omgeving. De tweekappers aan de Tureluur hebben 2 bouwlagen met een kap waarmee de goothoogte 6,5 m eter en bouwhoogte 11 meter wordt. De woningen worden voorzien van een individueel in te richten voor- en achtertuin. Daarnaast worden de nieuwe woningen uitgerust van een eigen parkeerplaats.

3.2 Verkeer en parkeren 3.2.1 Verkeersgeneratie Het realiseren van 7 woningen heeft invloed op de verkeersgeneratie. De digitale publicatie "ASVV 2021'' (CROW) bevat kencijfers voor de verkeersgeneratie van diverse functies. De gemeente Venray wordt aangeduid als 'weinig stedelijk gebied', waarin de locatie van het plangebied binnen de gemeente Venray tot de 'rest van de bebouwde kom' behoort.

Huidige situatie

In de huidige situatie is binnen het plangebied één vrijstaande woning gelegen. Om het aantal verkeersbewegingen in de bestaande situatie van het plangebied te bepalen, wordt het pand aangeduid als 'Koop, huis, vrijstaand'. In de tabel hieronder is de berekening van de verkeersaantrekkende werking van de bestaande situatie uiteengezet. Onderdeel Koop, huis, vrijstaand Totaal

Verkeersgeneratie 7,8 - 8,6 per woning

Aantal 1 woning

Totaal 7,8 - 8,6 7,8 - 8,6

Op basis bovenstaande tabel kan worden gesteld dat de bestaande situatie, in een worst-case scenario, zorgde voor 9 verkeersbewegingen per etmaal.

15

Nieuwe situatie

In de nieuwe situatie worden 7 nieuwe woningen gerealiseerd. De nieuwe situatie betreffen 3 nieuwe vrijstaande woningen en 4 nieuwe woningen, bestaande uit 2 tweekappers. Om de verkeersgeneratie voor de nieuwe situatie te bepalen, worden de vrijstaande woningen aangeduid als Koop, huis, vrijstaand . De tweekappers worden aangeduid als 'Koop, twee-onder-een-kap'. In de onderstaande tabel is de berekening van de verkeersaantrekkende werking uiteengezet. Onderdeel Koop, huis, vrijstaand Koop, twee-onder-een-kap Totaal

Verkeersgeneratie 7,8 - 8,6 per woning 7,4 - 8,2 per woning

Aantal 3 woning 4 woningen

Totaal 23,4 - 25,8 29,6 - 32,8 53 - 58,6

Op basis bovenstaande tabel kan worden gesteld dat de nieuwe situatie, in een worst-case scenario, zorgt voor 59 extra verkeersbewegingen per etmaal. In de nieuwe situatie wordt het autoverkeer verdeeld over de Broekweg en de straat Tureluur. De capaciteit van de Broekweg, de Tureluur en omliggende straten is voldoende om de extra verkeersbewegingen op te vangen.

Conclusie De verkeersaantrekkende werking van voorliggend plan neemt met 89 verkeersbewegingen per etmaal toe. Dit betekent door de verdeling over de twee straten een relatief geringe toename van het verkeer op de Broekweg en de straat Tureluur . De capaciteit van de Broekweg, de straat Tureluur en omliggende straten is voldoende om het verkeer te kunnen verwerken.

3.2.2 Ontsluiting Voorliggend plan zorgt voor 3 extra ontsluitingen op Broekweg en 4 extra ontsluitingen op de straat Tureluur. Aangezien de Broekweg en de Tureluur allebei doorlopende wegen zijn, zorgt het toevoegen van 3 extra ontsluitingen op Broekweg en 4 extra ontsluitingen op de Tureluur niet voor verstoring van de doorstroming.

3.2.3 Parkeren Het voorzien in voldoende parkeerplaatsen is noodzakelijk voor goed functioneren van het plangebied en voorkomt overlast voor de omgeving. Om de parkeerbehoefte te berekenen is gebruik gemaakt van de parkeernormen van de gemeente Venray. De gemeente heeft haar parkeerbeleid vastgelegd in de ‘Beleidsnota Parkeernormen’ (december 2013). Uit deze gegevens blijkt dat voor een woning in de rest bebouwde kom in totaal twee parkeerplaatsen benodigd zijn.

Huidige situatie Om het aantal parkeerplaatsen in de bestaande situatie van het plangebied te bepalen, wordt het bestaande pand aangeduid als 'Koop, huis, vrijstaand '. In de tabel hieronder is de berekening van het benodigde aantal parkeerplaatsen in de huidige situatie uiteengezet. Onderdeel Koop, huis, vrijstaand Totaal

Parkeerplaatsen 2,0 per woning

Aantal 1 woning

Totaal 2,0 2,0

Op basis bovenstaande tabel kan worden gesteld dat de huidige parkeerbehoefte minimaal 2,0 parkeerplaatsen bedraagt.

Nieuwe situatie In de nieuwe situatie worden 7 nieuwe woningen gerealiseerd. De nieuwe situatie betreffen 3 nieuwe vrijstaande woningen en 4 nieuwe woningen, bestaande uit 2 tweekappers. De parkeernorm betreft 2 parkeerplaatsen per woning. Dat betekent voor het totaal dat er met 7 woningen 14 parkeerplaatsen nodig zijn. In de onderstaande tabel is de berekening van de parkeerbehoefte voor de nieuwe situatie uiteengezet. Onderdeel Koop, huis, vrijstaand Koop, twee-onder-een-kap Totaal

16

Parkeerplaatsen 2,0 per woning 2,0 per woning

Aantal 3 woning 4 woningen

Totaal 6,0 8,0 14

Het parkeren wordt op eigen terrein en in de openbare ruimte opgelost . Op eigen terrein krijgen de nieuwe woningen aan de Broekweg een oprit van 5 meter breed met plek voor 2 parkeerplaatsen. Ook de hoekwoningen aan de Tureluur krijgen eenzelfde oprit. De middelste tweekappers krijgen een smalle oprit met plek voor 1 parkeerplaats. Tezamen zijn er daarmee 12 parkeerplaatsen op eigen terrein. In de openbare ruimte dienen voor de nieuwe ontwikkeling nog 2 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. De bestaande langsparkeerplaatsen aan de Broekweg zijn gereserveerd voor de bewoners aan de overzijde van de Broekweg. Deze zijn opgenomen in de vergunningen voor deze woningen en dienen minimaal terug te komen. Naast de 2 parkeerplaatsen voor het plan dienen dus ook de 10 parkeerplaatsen voor de woningen aan de overzijde aangelegd te worden in de openbare ruimte rondom het plangebied. Op onderstaande afbeelding is zichtbaar dat aan de Broekweg in de multistrook plaats is voor minimaal 12 parkeerplaatsen. Tevens is op de multistrook langs de Tureluur geen sprake van een reservering door omliggende bouwplannen en ruimte voor in totaal 4 parkeerplaatsen. Er is dus in de nieuwe situatie voldoende ruimte voor parkeerplaatsen ten behoeve van de omliggende woningen.

Gezien de vragen over de parkeerdruk in de omgeving van het plangebied is de situatie nader bekeken. Doordat in de Tureluur nog volop (af)bouwwerkzaamheden plaatsvinden en de openbare ruimte daar nog niet (volledig) is ingericht, bestaat de indruk dat de multistrook aan de Broekweg momenteel intensiever gebruikt wordt dan in de eindsituatie als de woningen aan de Tureluur gebouwd zijn en de openbare ruimte volledig is ingericht. De verwachting is dat in de eindsituatie er geen sprake meer zijn van te grote parkeerdruk.

Conclusie De benodigde parkeerplekken kunnen op eigen terrein en directe omgeving gerealiseerd worden. Hiermee voldoet de beoogde ontwikkeling aan de gemeentelijke parkeernormen.

17

3.3 Groen en water In de nieuwe situatie is er geen oppervlaktewater aanwezig. De 7 nieuwe woningen worden voorzien van een individueel in te richten voor- en achtertuin. De ruimte aan de oostkant van het plangebied krijgt eveneens een groene inrichting.

3.4 Duurzame en gezonde leefomgeving Een duurzame en gezonde leefomgeving is belangrijk voor het goed functioneren van mens en natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te werken aan instandhouding of verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en moet schade en overlast voorkomen worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen, verwachtingen en onzekerheden; denk daarbij aan klimaatveranderingen, technologische doorbraken en politieke onzekerheid. Goede stedenbouwkundige plannen en bouwplannen geven hieraan een passende invulling. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in energietransitie en klimaatbestendigheid.

3.4.1 Energietransitie Nederland heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen. Om dit te kunnen realiseren zijn grote en kleine veranderingen nodig: de energietransitie. De omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar meer duurzame vormen van energie is de grootste omslag, maar we zullen er ook bewust van moeten zijn dat we anders moeten gaan kijken naar ons energieverbruik. De energietransitie heeft ook een ruimtelijke inslag: het bestaand stedelijk gebied en buitengebied moeten (steden)bouwkundig worden aangepast en nieuwe ontwikkelingen worden toekomstbestendig ontwikkeld. Onderhavig plan draagt op de volgende wijzen bij aan de energietransitie:  de woningen worden 'aardgasvrij' gebouwd;  er wordt gebruikt gemaakt van vormen van duurzame energie;  de woningen worden volgens het BENG-principe gebouwd;

3.4.2 Klimaatbestendigheid Klimaatverandering is merkbaar en heeft steeds meer een effect op ons dagelijks leven. De zomers worden langer, heter en droger, en áls er regen valt dan komt die vaak in grote hoeveelheden. De winters worden warmer en natter. Dit heeft effect op het woon- en leefklimaat door hittestress, periodes van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Door met het stedenbouwkundig plan en bouwplan rekening te houden met het veranderende klimaat, kan overlast worden voorkomen en is er sprake van een klimaatbestendige ontwikkeling. Onderhavig plan voorziet hier op de volgende wijze in:  waterberging op eigen terrein;  zo min mogelijk verharding / halfverharding;  aantrekkelijk verblijfsklimaat voor de gebruikers, gebiedseigen planten en dieren;  goed openbaar vervoer;  goede langzaam verkeersnetwerken;

18

Hoofdstuk 4 Beleid In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid. Achtereenvolgens komt aan de orde het beleid op:  nationaal niveau;  provinciaal niveau;  gemeentelijk niveau.

4.1 Nationaal niveau 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is één integrale visie, waarin het duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland tot 2050 staat omschreven. Het uitgangspunt van deze visie is dat ruimtelijke ingrepen niet afzonderlijk van elkaar kunnen plaatsvinden, maar dat ze van elkaar afhankelijk zijn. De NOVI is op 11 september 2020 ondertekend en inmiddels in werking treden. De NOVI is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In dit strategisch beleidsdocument schetst de overheid een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Nederland staat de komende jaren voor grote opgaven: de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, duurzame energie opwekken, klimaatverandering, en de overgang naar een circulaire economie vragen meer ruimte dan er beschikbaar is. Daarom moeten er keuzes worden gemaakt om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig, gezond en welvarend te houden. In dit licht zijn de NOVI de nationale belangen opnieuw gedefinieerd: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5.

Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO2-arm is en de daarbij benodigde infrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21.

Ontwikkelen van een duurzame visserij.

Analyse Voorliggend plan voorziet in het realiseren van 7 nieuwe woningen in de kern Venray. Het betreft de realisatie van 3 vrijstaande woningen aan de Broekweg en 4 twee-onder-een-kapwoningen aan de straat Tureluur. Deze relatief kleine ontwikkeling draagt bij aan de landelijke opgave om tussen 2020 en 2035 circa 1,1 miljoen woningen toe te voegen aan de bestaande Nederlandse woningvoorraad. Middels deze ontwikkeling wordt zorg gedragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften in Nederland.

19

Daarnaast wordt bij het realiseren van de nieuwe woningen rekening gehouden met het veranderende klimaat en wordt middels diverse maatregelen ervoor gezorgd dat er sprake is van een klimaatbestendige ontwikkeling. Op deze manier draagt het planvoornemen bij aan de nationale doelstelling om de gebouwde omgeving in 2050 CO2-arm, klimaatbestendig en natuurinclusief te maken. Bovendien blijkt uit diverse uitgevoerde onderzoeken ten behoeve van de realisatie van 7 woningen dat voorliggend initiatief geen negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid heeft. Hiermee wordt een gezonde en veilige fysieke leefomgeving gewaarborgd.

Conclusie

Het plan geeft invulling aan het beleid, zoals omschreven in de Nationale Omgevingsvisie.

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte genoemd, is op 30 december 2011 voor een groot deel in werking getreden en bevat regels ter bescherming van de nationale belangen. Het Barro bevat regels voor de borging van dertien nationale belangen. Het gaat hierbij om de volgende belangen:` 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Ecologische hoofdstructuur; 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Momenteel bevat het Barro echter alleen die regels die voortkomen uit het eerdere ontwerp van de AMvB Ruimte (d.d. 2 juni 2009) en die tevens terugkomen in de SVIR. Het gaat dan ook om regels ter bescherming van de belangen inzake Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. De werking van het Barro is naar plaats beperkt. Onderhavig plangebied ligt niet in een gebied waarbinnen het Barro van toepassing is.

Conclusie Het Barro is niet van toepassing op voorliggend plan.

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor Duurzame Verstedelijking Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (versie 1 juli 2017). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet - in geval van de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt - een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onderhavig initiatief voorziet in de realisatie van één vrijstaande woning. Projecten die minder dan twaalf woningen bevatten worden op basis van jurisprudentie niet als stedelijke ontwikkeling gezien. Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet nodig.

Conclusie Het initiatief voldoet aan het Besluit ruimtelijke ordening voor wat betreft het aspect Ladder voor Duurzame Verstedelijking.

20

4.2 Provinciaal niveau Het provinciale ruimtelijk beleid is vastgelegd in de nota's:  Omgevingsvisie Limburg 2021;  Omgevingsverordening Limburg 2014;  Ontwerp Omgevingsverordening Limburg 2021;  Limburgse Agenda Wonen 2020-2023. Het plan wordt aan deze nota's getoetst.

4.2.1 Omgevingsvisie Limburg 2021 Op 1 oktober 2021 is door de Gedeputeerde Staten de Omgevingsvisie Limburg 2021 vastgesteld en is in werking getreden. Hiermee komt de Omgevingsvisie POL2014 te vervallen. De Omgevingswet gaat uit van het zoeken naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en onze vrije tijd besteden. De Omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst. Bij (nieuwe) ontwikkelingen kunnen keuzes worden gemaakt. Daarbij wordt gekozen voor maatwerk en wordt rekening gehouden met het karakter en mogelijkheden van een gebied en de afweging van belangen op lokale schaal. Als afwegingen worden gemaakt, wordt dat gedaan op basis van de onderstaande Limburgse principes:  Er wordt gestreefd naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving;  De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal;  Er wordt zowel ingezet op duurzame verstedelijking als op transitie van landelijk gebied;  Er wordt zorgvuldig omgegaan met onze ruimte en voorraden bovengronds én ondergronds. Bovendien wordt in de Omgevingsvisie Limburg 2021 een onderscheidt gemaakt in drie hoofdopgaven. De hoofdopgaven zijn: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving in: a. stedelijk c.q. bebouwd gebied; b. in landelijk gebied; 2.

Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); 3. Klimaatadaptatie en energietransitie. Aangaande het aspect 'Wonen en leefomgeving' wordt gesteld dat de provincie streeft naar een evenwicht in vraag en aanbod voor het woningaanbod / de planvoorraad (zowel kwalitatief als kwantitatief). Derhalve moeten er voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek aanwezig zijn. Alle woningbouwontwikkelingen worden door de provincie beschouwd als van provinciaal belang. Daarnaast wordt verduurzaming en het levensloop bestendig maken van bestaande en nieuwe woningen gestimuleerd. De provinciale Omgevingsvisie is het richtinggevende kader op hoofdlijnen. Daarnaast zijn de regionale en lokale woonbehoeften nader uitgewerkt in de Limburgse Agenda Wonen 2020 - 2023. Deze meer gerichte uitwerkingen zijn noodzakelijk in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma's, agenda's en instrumenten. Enerzijds omdat de woningbehoefte verandert en anderzijds omdat er lokale en regionale verschillen zijn in de opgaven ten aanzien van woon- en leefomgeving. Zo wordt flexibiliteit geboden om opgaven gericht op te pakken en bij te sturen. hier wordt in paragraaf 4.2.4, 4.3.2 en 4.3.3 nader op in gegaan.

Analyse Voorliggend plan voorziet in het realiseren van 7 nieuwe woningen in de kern Venray. Het betreft de realisatie van 3 vrijstaande woningen aan de Broekweg en 4 twee-onder-een-kapwoningen aan de straat Tureluur. De beoogde ontwikkeling heeft een positief effect op een aantrekkelijk vestigingsklimaat en de leefomgeving in Venray, omdat dit initiatief naast het toevoegen van een extra woning ook rekening houdt met de bestaande structuren omtrent de kwaliteit van de natuur, water en landschap. Bovendien wordt middels diverse maatregelen ervoor gezorgd dat er sprake is van een klimaat- en toekomstbestendige ontwikkeling.

Conclusie Het plan is passend binnen de 'Omgevingsvisie Limburg 2021'.

21

4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Deze Verordening stelt regels aan de inhoud van ruimtelijke plannen voor die aspecten waar provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. Bij het in werking treden van de Omgevingswet zal de Omgevingsverordening Limburg 2014 komen te vervallen en zal worden vervangen door de Omgevingsverordening 2021. Het hoofdstuk Ruimte (hoofdstuk 2) is gericht op doorwerking van het ruimtelijke beleid van de POL2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Hoewel het POL 20214 inmiddels is vervangen door de Omgevingsvisie Limburg 2021, dienen initiatieven tot het moment van het in werking treden van de Omgevingswet getoetst te worden aan de Omgevingsverordening Limburg 2014.

Wonen In paragraaf 2.4 van de omgevingsverordening zijn bestuursafspraken opgenomen met betrekking tot de regionale uitwerking van het POL2014. In artikel 2.4.2 'Instructieregels nieuwe planvoorraad wonen' lid c is als instructie opgenomen dat de toelichting een beschrijving dient te bevatten over 'dat over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken'.

Analyse Voorliggend plan voorziet in het realiseren van 7 nieuwe woningen in de kern Venray. Het betreft de realisatie van 3 vrijstaande woningen aan de Broekweg en 4 twee-onder-een-kapwoningen aan de straat Tureluur. Het realiseren van 7 nieuwe woningen binnen de kern draagt bij aan de woonbehoefte, zoals omschreven in de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Conclusie Het plan voldoet aan de regels van de provinciale 'Omgevingsverordening Limburg 2014'.

4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 Met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en de bewoordingen van de Omgevingswet. Op 17 december 2021 is de Omgevingsverordening Limburg 2021 vastgesteld, maar is nog niet in werking. Omdat deze Omgevingsverordening is gebaseerd op de Omgevingswet kan deze niet eerder in werking treden dan de Omgevingswet zelf. Met het vooruitzicht op het inwerking treden van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 gepland staat, is het van belang dat nieuwe initiatieven in lijn zijn met de Omgevingsverordening Limburg 2021. In de Omgevingsverordening zijn de ambities die geschetst zijn in de Omgevingsvisie Limburg 2021 juridisch verankerd. Bij het in werking treden van de Omgevingswet zal de Omgevingsverordening Limburg 2021 in werking treden en zal hiermee de Omgevingsverordening Limburg 2014 vervangen.

Wonen

In de omgevingsverordening zijn bestuursafspraken opgenomen die betrekking hebben tot de regionale uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg 2021. Uit Artikel 12.1 'Instructieregels nieuwe planvoorraad wonen' blijkt dat bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen gemotiveerd dient te worden dan: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio's bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in afdeling 14.5;

22

e.

realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.

Analyse Voorliggend plan voorziet in het realiseren van 7 nieuwe woningen in de kern Venray. Het betreft de realisatie van 3 vrijstaande woningen aan de Broekweg en 4 twee-onder-een-kapwoningen aan de straat Tureluur. Met het toevoegen aan 7 nieuwe woningen wordt ingespeeld op zowel de kwalitatieve als de kwantitatieve woonbehoefte. Ook wordt rekening gehouden met de Limburgse principes, zoals omschreven in paragraaf 4.2.1. Door de nieuwe woningen te realiseren op een inbreidingslocatie in de kern Venray, wordt er op een zorgvuldige wijze gebruikt gemaakt van de ruimte en wordt uitbreiding voorkomen.

Conclusie Het plan voldoet aan de regels van de provinciale 'Ontwerp Omgevingsverordening Limburg 2021'.

4.2.4 Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 Op 29 juni 2020 is de Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 vastgesteld. In de Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 wordt duidelijk gemaakt hoe vanuit het beleidsveld wonen een bijdrage wordt geleverd aan een gezonde Limburgse woningmarkt. Dit wordt als belangrijk geacht, omdat woongeluk cruciaal is voor het welzijn van mensen en voor de leefbaarheid en veiligheid in Limburg. De Limburgse Agenda Wonen levert een bijdrage aan een gezonde woningmarkt. Daarbij is het belangrijk dat mensen kunnen wonen in een zelf gekozen woning en woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen. Met een gezonde woningmarkt wordt een woningmarkt bedoeld, die met haar aanbod voldoende inspeelt op onderstaande aspecten:  De huidige en toekomstige woonbehoefte. Er wordt gebouwd dan wel ver- of herbouwd al naar gelang de behoefte, daar waar tekorten zich, al dan niet tijdelijk, voordoen.  In een gezonde woningmarkt vindt doorstroming plaats en kunnen mensen een wooncarrière maken.  In een gezonde woningmarkt vallen geen mensen tussen wal en schip, woningen zijn toegankelijk en betaalbaar.  Een gezonde woningmarkt heeft 'geen' overschotten die leiden tot leegstand (behoudens de benodigde frictieleegstand van 2%).

 Flexibiliteit is noodzakelijk om zo het verschil te kunnen maken voor mensen die snel huisvesting nodig hebben, maar daar niet jaren op kunnen wachten.  Eigen keuze (en initiatief) is belangrijk. Een woning past bij de leefstijl van de bewoner, die zelf tot op zekere hoogte bepaalt hoe, in welke samenstelling en waar hij of zij wil leven.  De woonomgeving is minstens zo belangrijk, evenals de mogelijkheden die de bewoner heeft en krijgt om niet alleen invloed uit te oefenen op zijn woning, maar ook op de woonomgeving.

Analyse

Voorliggend plan voorziet in het realiseren van 7 nieuwe woningen in de kern Venray. Het betreft de realisatie van 3 vrijstaande woningen aan de Broekweg en 4 twee-onder-een-kapwongingen aan de straat Tureluur. Door zowel vrijstaande als twee-onder-een-kap woningen te realiseren, wordt naar een gevarieerd programma gestreefd om bij te dragen aan een gezonde woningmarkt. Daarnaast worden de woningen voorzien in een zelf in te richten voor- en achtertuin, waardoor dit relatief klein initiatief bijdraagt aan een aantrekkelijke, leefbare en gezonde woonomgeving.

Conclusie

Het initiatief is geheel in lijn met de 'Limburgse Agenda Wonen 2020-2023'.

4.3 Gemeentelijk niveau 4.3.1 Omgevingsvisie Venray Op 2 november 2021 heeft de gemeenteraad van de gemeente Venray de Omgevingsvisie Venray vastgesteld. De omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: onze Toekomstvisie 2030 ‘Venray loopt voorop’. De omgevingsvisie omvat uitdagingen en ambities van de Gemeente Venray. De ambities spelen een rol in ontwikkelingen binnen de verschillende deelgebieden (centrum, woongebieden, werkgebieden, agrarische gebieden).

23

Ondanks dat Venray een fijn woonklimaat heeft, kent de gemeente een woningtekort voor zowel jongeren als ouderen. Om te voorzien in de vraag naar nieuwe kwalitatieve woningen die passend zijn voor jong en oud, heeft de gemeente de ambitie om nieuwe woningen te realiseren die aansluiten bij het toekomstperspectief voor Venray. Er wordt gestreefd naar:  groen wonen voor iedereen;  een Venray voor toekomstige generaties, waarbij de kwaliteiten op het gebied van landschap, natuur, water, bodem en cultureel erfgoed zoveel mogelijk worden versterkt;  duurzamere woningen en een gezondere leefomgeving;  een aantrekkelijk woon-, werk-, en verblijfsklimaat voor inwoners, ondernemers en bezoekers.

Woongebieden - Wonen

Elke kern heeft zijn eigen identiteit en kwaliteiten en vrijwel elke kern heeft ruime woningbouwmogelijkheden. Jaarlijks worden ruim honderd nieuwbouwwoningen opgeleverd, waarvan het grootste deel in kern Venray wordt gerealiseerd. De grootste plannen in de kern Venray die nog ontwikkeld kunnen worden liggen, betreffen de afronding van de Brabander (cluster IV), St. Annapark en het Servaasterrein. Venray gaat voor een aantrekkelijk en duurzaam woonklimaat. We zetten in op voldoende betaalbare woningen en nultredenwoningen zodat ouderen langer thuis kunnen blijven wonen. In de kern Venray richten richt de gemeente zich vooral op inbreiding en herontwikkeling; hier vindt 90% van de nieuwbouw binnenstedelijk plaats (in de dorpen is dat ca. 50%). Hierbij waakt de gemeente voor dat er in de woonomgeving voldoende ruimte voor groen blijft om te bewegen en te ontmoeten. Ook ons veranderende klimaat vraagt om meer ruimte voor water en groen.

Om het urgente woningtekort op te lossen en de woonkwaliteit te verhogen, koerst de gemeente op het versnellen, vergroten en veranderen en verduurzamen van woning door:  proactief de voortgang van alle woningbouwplannen (bestaande en nieuwe) te bewaken;  de komende 10 jaar 1.500 woningen bij te bouwen (gemiddeld circa 150 per jaar);  vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen;  collectieve en individuele duurzame investeringen, zoals collectieve warme koude opslag en individuele zonnepanelen en warmtepomp, te stimuleren. Voor het deelgebied 'Woongebieden' geldt de volgende aanpak:  De woonkwaliteit wordt verbeterd door het realiseren van de juiste woningen op de juiste plek en het aanpassen van de bestaande woningvoorraad;  Er wordt een Transitievisie warmte opgesteld;  Goede huisvesting en integratie van bijzondere doelgroepen wordt bevorderd;  We zorgen voor voldoende toegankelijk groen om te ontmoeten en bewegen wordt gezorgd;  We besteden aandacht aan de fysieke en sociale veiligheid. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de plankaart. De ligging van het plangebied is aangegeven.

UITSNEDE PLANKAART OMGEVINGSVISIE VENRAY

24

Analyse

Voorliggend plan is gelegen in het deelgebied 'Woongebieden' en voorziet in het realiseren van 7 nieuwe woningen in de kern Venray. Het betreft de realisatie van 3 vrijstaande woningen aan de Broekweg en 4 twee-onder-een-kapwoningen aan de straat Tureluur. Door op deze inbreidingslocatie, aan de rand van de kern, woningen te realiseren, wordt op een zorgvuldige wijze gebruik gemaakt van de ruimte. Aangezien het initiatief grenst aan de nieuw te realiseren woongebied de Brabander (cluster IV), zorgt voorliggend initiatief voor een logische overgang van de bestaande kern naar het nieuwe woongebied. De woningen worden voorzien in een zelf in te richten voor- en achtertuin. Op deze manier wordt gestreefd naar een groene woonomgeving voor iedereen. Ook wordt gebruik gemaakt van individuele duurzame investeringen om bij te dragen aan de klimaat- en energieopgaven. Bovendien zijn de kwaliteiten op het gebied van landschap, natuur, water, bodem en cultureel erfgoed getoetst. Hieruit blijkt dat dit niet tot belemmeringen voor het plan leidt en dat het beoogde initiatief ook geen nadelige gevolgen en toekomstige generaties heeft.

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is geheel in lijn met de 'Omgevingsvisie Venray'.

4.3.2 Regionale Woonvisie Noord-Limburg Op 20 oktober 2020 is de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 in werking getreden. De regionale woonvisie is door 8 regiogemeenten opgesteld. In deze visie is voor de komende 4 jaar de koers bepaald en vormt de basis voor lokale planuitwerkingen. Nieuwe plannen van meer dan 10 woningen dienen regionaal afgestemd te worden. Uit de visie komt naar voren dat in de aankomende tot circa 2036 het aantal huishoudens in de regio zullen toenemen, waarna het aantal huishoudens vervolgens weer zal afnemen. Daarnaast wordt verwacht dat het aandeel 65+-huishoudens en 1-persoonshuishoudens zullen toenemen in de aankomende 30 jaar. Op basis van deze theoretische demografische ontwikkelingen is er:  een sterke behoefte aan meer nultredenwoningen, in alle segmenten en oppervlakteklassen.  weinig behoefte aan kleine koopappartementen op een ‘verkeerde’ locatie (bijvoorbeeld ver van voorzieningen) en zonder lift.  een overschot aan sociale grondgebonden huurwoningen (met name in het kleine woonsegment). Het betreft vooral een kwaliteitsvraag.  een overschot in de grotere oppervlakteklassen en duurdere woningen voor reguliere (niet-nultreden) grondgebonden koopwoningen. Dit overschot wordt deels veroorzaakt door de sterk vergrijzende bevolking.

Oudere huishoudens verruilen veelal hun reguliere (niet-nultreden) grondgebonden woning voor een nultredenwoning, terwijl de doelgroep die normaal gesproken doorstroomt naar deze vrijkomende woningen, kleiner wordt. Een belangrijke oplossing is het levensloopgeschikt maken van (een deel van) deze woningen. Ouderen kunnen dan in hun huidige woning en in de voor hen bekende omgeving, blijven wonen. Het type toe te voegen woning dient te passen bij de kwalitatieve behoefte. daarom zijn in de regionale visie uitgangspunten voor de kwalitatieve richtlijnen opgenomen:  Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen: Gelet op de toekomstige samenstelling van onze bevolking streeft de gemeente ernaar om woningen dichtbij voorzieningen te realiseren.  Koppelkansen: het realiseren van woningen kan een middel zijn om anderen opgaven aan te pakken, denk hierbij aan het oplossen van leegstand, herstructurering ‘rotte plekken’, invulling cultuurhistorisch waardevolle panden et cetera. Het ligt daarom voor de hand om deze plekken voorrang te geven. Woningbouw staat hierbij in het teken van de ontwikkeling van de kwaliteit van de leefomgeving, maar is hier nadrukkelijk niet de enige oplossingsrichting.

 Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot: onder andere de analyses van de Stec Groep over de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad, geven inzicht in de kwetsbare woningoverschotten. Nieuwe woningbouwplannen mogen de opgave in de aanpak van deze kwetsbare woonsegmenten niet verder vergroten.  Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte: alleen woningen toevoegen waaraan behoefte is, nu en in de toekomst.  Het nastreven van sociaal duurzame woonconcepten: woonconcepten die een bijdrage leveren aan ‘het zorgen voor elkaar’ hebben een pré. Veranderingen in de zorg vragen om een andere kijk op het thema wonen in relatie tot leefbaarheid. Hierbij hebben we ook oog voor de spreiding van doelgroepen dat gemengde wijken bevordert.

25

Het zoeken naar aansluiting op de duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal gesteld zijn: denk hierbij onder andere aan doelstellingen op het gebied van klimaatadaptatie, energetische kwaliteit, mobiliteit, circulair bouwen, gezonde leefomgeving en gebruik duurzame bouwmaterialen.

Analyse Voorliggend plan voorziet in het realiseren van 7 nieuwe woningen in de kern Venray. Het betreft de realisatie van 3 vrijstaande woningen aan de Broekweg en 4 twee-onder-een-kapwoningen aan de straat Tureluur. Door zowel vrijstaande als twee-onder-een-kap woningen te realiseren, wordt naar een gevarieerd programma gestreefd om bij te dragen aan een gezonde woningmarkt. Er wordt gebruik gemaakt van individuele duurzame investeringen om bij te dragen aan de klimaat- en energieopgaven. Daarnaast zijn de kwaliteiten op het gebied van landschap, natuur, water, bodem en cultureel erfgoed getoetst. Hieruit blijkt dat dit niet tot belemmeringen voor het plan leidt en dat het beoogde initiatief aansluit bij de duurzaamheidsdoeleinden. Ook zorgt het toevoegen van de nieuwe woningen voor doorstroming op de woningmarkt. Ondanks dat de voorliggend initiatief de realisatie van minder dan 10 woningen betreft, en daardoor geen regionale afstemming hoeft plaats te vinden, is het in lijn met het beleid zoals omschreven in deze visie.

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is geheel in lijn met de 'Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024'.

4.3.3 Woonvisie Venray Op 16 mei 2017 heeft de gemeenteraad de Woonvisie Venray 2017 'Transformatie van de woningmarkt' vastgesteld. Belangrijkste doelstelling van deze visie is het aanpassen van de bestaande woningvoorraad aan de veranderende wensen van de woonconsument. Venray is een gemeente die die tegen de stroom van krimp in nog groeit. De focus ligt dan ook op het beantwoorden van de groeiende vraag naar woningen voor de komende jaren. Woningen die bovendien moeten aansluiten bij de nieuwe wensen van de woonconsument. De samenstelling van huishoudens verandert. Meer mensen gaan alleen wonen en gezinnen zijn kleiner dan in het verleden. Er is vraag naar meer woningen en dan met name kleinere woningen. Voor een belangrijk deel zijn die woningen er al, maar moeten ze worden aangepast en voor een ander deel moeten er nieuwe gebouwd worden. Als gevolg van veranderingen in de bevolkingssamenstelling (vergrijzing) en actuele vraagpatronen in de markt, wordt een verschuiving in de woningbehoefte geconstateerd. Er is steeds meer sprake van een kwalitatieve behoefte aan eengezinskoopwoningen. Er is een tekort aan vrijstaande woningen en tweekappers en een overschot aan rijswoningen. Naar woonmilieu is een vraag die voor 50% uitgaat naar Dorps en Landelijk en voor 15% naar de stedelijke milieus. 35% van de vraag wordt uitgeoefend naar de suburbane woonwijken.

De komende jaren groeit de vraag naar woningen. Die groei is de komende jaren de leidraad en biedt ons het draagvlak hard te werken aan de gemeentelijke ambities:  Een gezonde woningmarkt in balans, nieuwbouw naar behoefte  De juiste woning op de juiste plek en dynamisch voorraadbeheer  Goed wonen voor iedereen maar met extra aandacht voor de nieuwe doelgroepen  Kwaliteit bestaande voorraad en kernen meer centraal  Een levensloopvriendelijke en duurzame regio. De gemeente Venray heeft de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn.  De nieuwe inwoners van onze gemeente zorgen voor een belangrijke vraag  naar nieuwe woningen. De uitbreidingen bieden ons een kans om onze woningvoorraad toekomstbestendig te maken. Bij nieuwbouw zet de gemeente in op:  een gedifferentieerd aanbod aan woningtypes en woonmilieus, aansluitend bij de kwantitatieve én kwalitatieve behoefte;  het bevorderen de bouw van levensloopbestendige en duurzame woningen  het terugbrengen het overschot aan woningbouwplannen, waaraan geen behoefte meer is verder om zodoende ruimte te creëren voor goede, nieuwe plannen. Aan de hand van het (regionaal) afwegingskader woningbouw worden alle bestaande plannen tegen het licht gehouden en zal een herprogrammeringsvoorstel worden opgesteld.

 Het beoordelen van nieuwe plannen aan de hand van het afwegingskader, waarbij voorrang wordt gegeven aan hergebruik van leegstaand cq. vrijkomend (maatschappelijk) vastgoed.

26

Analyse

Voorliggend plan voorziet in het realiseren van 7 nieuwe woningen in de kern Venray. Het betreft de realisatie van 3 vrijstaande woningen aan de Broekweg en 4 twee-onder-een-kapwongingen aan de straat Tureluur. Door zowel vrijstaande als twee-onder-een-kap woningen te realiseren, wordt gestreefd naar een gevarieerd programma en wordt tegemoet gekomen aan de behoefte van de inwoners van Venray. Er wordt gebruik gemaakt van individuele duurzame investeringen om bij te dragen aan de gemeentelijke energie opgaven. Daarnaast zijn de kwaliteiten op het gebied van landschap, natuur, water, bodem en cultureel erfgoed getoetst. Hieruit blijkt dat dit niet tot belemmeringen voor het plan leidt en dat het beoogde initiatief aansluit bij de duurzaamheidsdoeleinden. Ook zorgt het toevoegen van de nieuwe woningen voor doorstroming op de woningmarkt.

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is geheel in lijn met de 'Woonvisie Venray 2017 'Transformatie van de woningmarkt'.

27

28

Hoofdstuk 5 Uitvoeringsaspecten In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsaspecten beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde: 1. milieu; 2. waarden; 3. waterhuishouding.

5.1 Milieu Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een toetsing plaatsvinden van de voorgenomen ontwikkelingen aan de relevante milieuaspecten, teneinde het toekomstige gebruik af te stemmen op de omgeving. In deze paragraaf worden de milieuaspecten afzonderlijk beschreven.

5.1.1 Bodemkwaliteit 5.1.1.1

Inleiding

Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie.

5.1.1.2

Analyse

Het initiatief omvat de nieuwbouw van een gevoelige functie, maar betreft geen bestemmingswijziging naar een gevoeliger functie. Het uitvoeren van een bodemonderzoek is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet noodzakelijk. Desondanks is in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag toch een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) uitgevoerd. Om de huidige bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport "Rapportage verkennend bodemonderzoek Broekweg 40 te Venray" (20 juli 2021;16408.001). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 3. Econsultancy concludeert dat de onderzoekslocatie als "onverdacht" ten opzichte van haar omgeving kan worden beschouwd, rekening houdend met het regionale karakter van de lichte tot sterke verontreinigingen met zware metalen in het grondwater en het ontbreken van verontreinigingen in de grond. Er bestaan volgens Econsultancy met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem dan ook géén belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie

5.1.1.3

Conclusie

Het aspect bodemkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.2 Bedrijven en milieuzonering 5.1.2.1

Inleiding

Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of:  de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;  bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen.

29

5.1.2.2

Analyse

Omgevingstype Het omgevingstype van voorliggend plangebied is een rustige woonwijk. In de omgeving is slechts van beperkte functiemenging sprake en er is weinig verstorend verkeer.

Invloed plan op de omgeving

Het plan betreft woningbouw. Er is derhalve geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving.

Invloed omliggende inrichtingen op plan In de directe omgeving van het plangebied zijn alleen aan huis verbonden beroepen of bedrijven in milieucategorie 1 aanwezig. Deze bedrijfjes liggen allemaal op minimaal 10 meter afstand van de nieuwe woningen. Het plan vormt geen belemmering voor de omliggende bedrijven.

5.1.2.3

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.3 Externe veiligheid 5.1.3.1

Inleiding

Bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies is het aspect externe veiligheid van belang. Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit. Hoewel het plan geen nieuwe kwetsbare objecten bevat en het aantal personen dat binnen het plangebied verblijft niet toeneemt, is het noodzakelijk nader in te gaan op het aspect externe veiligheid.

5.1.3.2

Beoordelingskader

Het kader voor het beoordelen van externe veiligheid bestaat met name uit:  Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);  Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb);  Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt daarnaast getoetst aan de van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit onder meer het Activiteitenbesluit en het Besluiten algemene regels ruimtelijke ordening.

Kernbegrippen In het beoordelingskader staan twee kernbegrippen centraal:  Plaatsgebonden risico: Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, van overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico kan op een kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten met eenzelfde plaatsgebonden risico verbinden. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is de risicocontour van 10-6/jaar het meest relevant. Binnen deze contour mogen geen nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze contour niet als grenswaarde, maar als richtwaarde.  Groepsrisico: Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en kent geen vaste norm, maar een oriëntatiewaarde (= '1'). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.

30

Verantwoordingsplicht groepsrisico

Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre eventuele externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente), waardoor het externe veiligheidsaspect wordt meegewogen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. In onderstaand overzicht (volgend uit de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico) zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)

Transportroutes (Bevt)

Wanneer en opzet verantwoording groepsrisico Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn.

5.1.3.3

Analyse

De Risicokaart Nederland geeft een overzicht van de ligging van risicovolle activiteiten ten opzichte van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de Risicokaart.

UITSNEDE RISICOKAART NEDERLAND

31

Inrichtingen

Op circa 350 meter van het plangebied, bevindt zich de terreingrens van de inrichting 'A.M.J.M. van der Ven' en 'Hendrickx Venray BV 'Daarnaast bevindt zich op circa 600 meter de terreingrens van de inrichting waar gevaarlijke stoffen zijn opgeslagen. Het plangebied ligt hiermee buiten het invloedsgebied van 200 meter. Vanuit de ligging van het plangebied ten opzichte van de inrichting 'A.M.J.M. van der Ven' en 'Hendrickx Venray BV ' bestaan er kortom geen belemmeringen. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

Buisleidingen

Eventuele risico's van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Om inzicht te krijgen in de bandbreedte van het invloedsgebied van buisleidingen is het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen-Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen (geactualiseerde versie 2016) geraadpleegd, waarin uit tabel 5.1 1%-letaliteitsgrens bij hogedrukaardgastransportleidingen blijkt dat de grootst mogelijke 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding 580 meter bedraagt. Voor plannen op méér dan 580 meter afstand van een buisleiding kan dan ook worden geconcludeerd dat geen beperkingen gelden voor het plan. Een de berekening van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico is dan niet aan de orde. Op basis van de risicokaart is geconstateerd dat binnen een afstand van 580 meter rondom het plangebied geen hogedruk aardgasleidingen aanwezig zijn. Het aspect transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen leveren geen belemmering op voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

Transportroutes

Transport over het water: Ten aanzien van de veiligheidsrisico's in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Het maximale invloedsgebied van een waterweg bedraagt maximaal 1.070 meter. Binnen deze afstand zijn geen waterwegen gelegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over water vormen geen belemmering voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.  Transport over de weg Ten aanzien van de veiligheidsrisico's in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen. Het plangebied ligt niet langs een weg die deel uit maakt van de routering van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen een afstand van 4 km rondom het plangebied zijn geen relevante wegen aanwezig. Het aspect transport van gevaarlijke stoffen over de weg levert geen belemmering op voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

 Transport over het spoor Ook ten aanzien van de veiligheidsrisico's in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Op een afstand van circa 10.000 meter is de spoorlijn Venlo - Eindhoven gelegen. Over dit traject vindt geen transport van gevaarlijke stoffen plaats. De risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor vormen kortom geen belemmering voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. '

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13043118/1