CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting Dr. Kortmannweg ong. Venray

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’15.858 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMIGNSPLAN “Dr. Kortmannweg ong. Venray” NL.IMRO.0984.BP23016-va01 Vastgesteld

Noorderhof 16 | 5804 BV Venray | +31 (0)77 – 208 6099 | contact@bureauleefomgeving.nl | www.bureauleefomgeving.nl

Document:

Bestemmingsplan “Dr. Kortmannweg ong. Venray”

IDN:

NL.IMRO.0984.BP23016-va01

Status:

Vastgesteld

Datum:

14 mei 2024

Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

INHOUDSOPGAVE 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

INLEIDING ...........................................................................................................................................................3 1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ................................................................................................................................... 3

1.2

Ligging van het plangebied .......................................................................................................................................................................... 4

1.3

Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................................................................................ 5

HUIDIGE SITUATIE ..........................................................................................................................................6 2.1

Algemeen........................................................................................................................................................................................................... 6

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur..................................................................................................................................................... 6

BEOOGDE SITUATIE .......................................................................................................................................8 3.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan................................................................................................................................. 9

3.2

Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten ....................................................................................................................................... 9

BELEIDSKADER............................................................................................................................................... 10 4.1

Rijksbeleid....................................................................................................................................................................................................... 10

4.2

Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................................... 12

4.3

Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................................................... 15

RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ............................................................. 19 5.1

Milieuaspecten .............................................................................................................................................................................................. 19

5.2

Externe veiligheid ........................................................................................................................................................................................ 23

5.3

Water............................................................................................................................................................................................................... 25

5.4

Kabels, leidingen en straalpaden........................................................................................................................................................... 26

5.5

Natuur ............................................................................................................................................................................................................. 27

5.6

Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................................................................. 29

5.7

Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 30

5.8

Niet-gesprongen explosieven................................................................................................................................................................ 31

5.9

Duurzaamheid .............................................................................................................................................................................................. 31

JURIDISCHE ASPECTEN .............................................................................................................................. 32 6.1

Toelichting op de verbeelding ............................................................................................................................................................... 32

6.2

Toelichting op de planregels .................................................................................................................................................................. 32

UITVOERBAARHEID ..................................................................................................................................... 34 7.1

Economische uitvoerbaarheid............................................................................................................................................................... 34

7.2

Handhaving .................................................................................................................................................................................................... 34

7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 35

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

1

8.

PROCEDURE .................................................................................................................................................... 36

BIJLAGEN Bijlage 1: AERIUS-Calculator SEPARATE BIJLAGEN: ▪ Verkennend bodemonderzoek, M&A Advies (d.d. 17 mei 2023, kenmerk: 223-VDK16-vo-v1) ▪ Quickscan flora en fauna, M&A Advies (d.d. 17 mei 2023, kenmerk: 223-VDK16-vo-v1) ▪ Omgevingsdialoog - geanonimiseerd

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

2

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

Bij de gemeente Venray is een verzoek ingediend voor het oprichten van een nieuwe levensloopbestendige woning naast de bestaande woning Dr. Kortmannweg 16 in Venray. Initiatiefnemers zijn thans woonachting in de woning Dr. Kortmannweg 16 in Venray. Deze woning staat op een ruim perceel van circa 5.900 m². Gezien de leeftijd van de initiatiefnemers zijn het woonperceel en de woning te ruim geworden en voldoen deze niet meer aan hun woonwensen en eisen. Derhalve is het idee ontstaan om naast de bestaande woning, in de tuin, een levensloopbestendige woning te realiseren.

Afbeelding 1 Ligging en omgeving (rood; plangebied)

Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Venray” en de herziening “Venray 2e partiële herziening (reparatie div.)” is de locatie, waar de nieuwe woning op is beoogd, bestemd als ‘Bos’. Op de voor ‘Bos’ aangewezen gronden is oprichting van een woning, ofwel andere bouwwerken, niet toegestaan. De locatie leent zich echter uitstekend voor het bouwen van een nieuwe woning. De locatie is gelegen in de bebouwde kom van Venray, gelegen op korte afstand van de voorzieningen. De Dr. Kortmannweg kenmerkt zich als bebouwingslint, met bebouwing aan één zijde van de weg. De andere zijde vormt de begrenzing van het naastgelegen St. Annapark. Het bebouwingslint bestaat uitsluitend uit woningen, de nieuwe woning vormt dan ook een passende toevoeging in het lint. Het bestaande straatbeeld, zijnde de groene wal wordt in het kader van de ontwikkeling behouden c.q. versterkt. Met het initiatief komt daarnaast de bestaande gezinswoning van de initiatiefnemers vrij voor nieuwe bewoners wat de doorstroming op de woningmarkt binnen Venray bevordert. Om de nieuwe woning in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgesteld. In dit bestemmingsplan wordt de groenbestemming gewijzigd in Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

3

een woonbestemming en wordt aan de betreffende locatie een bouwvlak toegekend, waardoor de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een nieuwe levensloopbestendige woning ontstaan.

1.2

Ligging van het plangebied

De locatie is gelegen, in het noordelijke deel, van de bebouwde kom van Venray, aan de Dr. Kortmannweg 16. De locatie is thans bebouwd met een woning en enkele bijgebouwen. De woning met bijgebouwen is gelegen op het perceel kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie T, nummers 664 en 6787 en heeft een totaal oppervlakte van 5.900 m². De huidige woning is gecentreerd in de noordelijke van het perceel gelegen, hierdoor heeft de woning thans zowel een zij- als achtertuin. Onderhavig planvoornemen heeft betrekking op het realiseren van een nieuwe woning ten zuiden van de bestaande woning, in de zijtuin. De percelen zijn thans kadastraal gesplitst, de nieuwe woning is dan ook beoogd op perceel T 664 en heeft een oppervlakte van 1.370 m², dit perceel wordt in dit bestemmingsplan aangeduid als “het plangebied”.

Huidig woonperceel Dr. Kortmannweg 16

Perceel nieuwe woning

Afbeelding 2 Luchtfoto en kadastrale begrenzing

Het plangebied wordt aan drie zijden begrenst door woningen en/of achtertuinen behorende bij de daar gelegen woningen. De westzijde wordt begrensd door de Dr. Kortmannweg, waaraan aan de overzijde het St. Annapark is gelegen. Begin jaren’ 80 was dit terrein in gebruik voor psychiatrische zorg, in de loop der jaren zijn de activiteiten verplaatst naar het St. Servatius terrein. Hierdoor zijn veel van de, vaak grote, karakteristieke gebouwen leeg komen te staan en daarbij soms ook in verval geraakt. Thans ondergaat het gebied een transformatie waarbij de karakteristieke bebouwing in ere wordt hersteld en voorzien wordt van een nieuwe functie en/of eigenaar.

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

4

1.3

Vigerend bestemmingsplan

De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Venray” (vastgesteld d.d. 19 september 2017) en de herziening “Venray 2e partiële herziening (reparatie div.)” (vastgesteld d.d. 27 juni 2023) en is bestemd als ‘Bos’. Het plangebied is daarnaast voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ en voorzien van de gebiedsaanduiding ‘overige zone - radarverstoringsgebied’.

Afbeelding 3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (rood; plangebied)

De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bosgebruik. Deze gronden zijn daarnaast bestemd voor de instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en abiotische waarden en bosbouwkundige waarden alsmede waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op de voor ‘Bos’ aangewezen gronden is bouwen van bouwwerken niet toegestaan. Het is derhalve niet mogelijk op de locatie op basis van het vigerende bestemmingsplan één nieuwe woning (zijnde één hoofdgebouw) te realiseren.

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

5

2.

HUIDIGE SITUATIE

2.1

Algemeen

Het plangebied ligt in het noorden van de kern Venray. Venray maakt onderdeel uit van de gelijknamige gemeente Venray, gelegen in het noorden van Limburg. De kern Venray is met circa 28.000 inwoners veruit de grootste kern binnen de gemeente.

Afbeelding 4 Luchtfoto (rood; plangebied, groen; huidig woonperceel Dr. Kortmannweg 16)

Momenteel wordt het plangebied gebruikt als (zij)tuin behorende bij de aanpalende woning. De tuin is thans voorzien van opgaande beplanting, enkele bijgebouwen en her en der verspreid diverse bomen. Ter plaatse van het nieuw te realiseren woonperceel is parallel aan de Dr. Kortmannweg een met eiken begroeide wal gelegen, thans dienende als groene afscheiding van de tuin.

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

De Dr. Kortmannweg maakt in ruimtelijk opzicht onderdeel uit van de wijk Smakterheide. De wijk Smakterheide is een gemengd gebied binnen de kern Venray dat globaal begrensd wordt door de Noordsingel, de Overloonseweg, de Nieuwe Maasheseweg, Sprukt en de Nijverheidsstraat. Het gebied bestaat grofweg uit drie deelgebieden: 1) een woonwijk met een diversiteit aan bebouwing (zuid oostelijke deel, gelegen ten oosten van de Dr. Kortmannweg en ten zuiden van de Industriestraat); 2) het bedrijventerrein Smakterheide (noordelijke deel); 3) het St. Annapark (zuid westelijke deel, gelegen ten westen van de Dr. Kortmannweg en ten zuiden van Makkenpad). Het plangebied maakt onderdeel uit van het woongebied van de wijk. Het woongebied kent een rijke diversiteit aan bebouwing maar ook aan inwoners. De wijk biedt kansen en ruimte voor oudere bewoners maar ook voor jongere

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

6

gezinnen. Op deze wijze kan de wijk een stabiele omgeving worden waar jong en oud zich goed kan voelen. De herontwikkeling van het St. Annapark kan hierbij een zeer waardevolle en positieve bijdrage aan leveren, een gewenste verbinding naar de directe omgeving aanbrengen en kansen bieden voor een toekomstbestendig prettig woon- en leefklimaat. De Dr. Kortmannweg vormt thans de splitsing tussen de woonwijk en het St. Annapark. Deze splitsing is duidelijk zichtbaar, daar de ene zijde overwegend bebouwd is met woningen en de andere zijde een groene buffer vormt waarachter de grote, karakteristieke bebouwing van het St. Annapark is gelegen.

Afbeelding 5 Dr. Kortmannweg ter hoogte van plangebied

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

Dr. Kortmannweg ter hoogte van Dr. Kortmannweg 16b

7

3.

BEOOGDE SITUATIE

Initiatiefnemers wensen een nieuwe levensloopbestendige woning op te richten naast hun huidige woning Dr. Kortmannweg 16. De beoogde bouwlocatie betreft in de huidige situatie de (zij)tuin van de huidige woning en is thans begroeit met lage beplanting en een met eiken begroeide wal. De huidige woning is gezien de leeftijd van initiatiefnemers te groot geworden en voldoet niet meer aan de woonwensen en eisen.

Afbeelding 6 Impressie toekomstige situatie

Derhalve wensen initiatiefnemers om een kleinere, levensloopbestendige woning op te richten. Met het realiseren van een levensloopbestendige woning kunnen initiatiefnemers in hun ‘eigen’ vertrouwde omgeving blijven wonen en anderzijds kunnen zij hierdoor langer zelfstandig ‘thuis’ blijven wonen. Zodra initiatiefnemers hun nieuwe woning kunnen betrekken komt hun bestaande woning vrij. Het initiatief bevordert dan ook de doorstroming van woningen binnen de kern van Venray.

Afbeelding 7 Impressie toekomstig straatbeeld

De locatie leent zich uit stedenbouwkundig oogpunt uitstekend voor het oprichten van een nieuwe, levensloopbestendige, woning. De beoogde locatie maakt onderdeel uit van het bestaande bebouwingslint van de Dr. Kortmannweg en betreft thans het enigste onbebouwde perceel in het lint. Aan de voorzijde van het plangebied is thans een groene wal met

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

8

eikenbomen gelegen. Deze groene wal blijft behouden c.q. wordt versterkt, de woning zal hier achter gesitueerd worden. Hierdoor blijft het bestaande straatbeeld behouden. Initiatiefnemers hebben het perceel jaren in gebruik gehad als tuin behorende bij hun woning, de locatie is laag begroeid en her en der staan enkele bomen. De huidige tuin van initiatiefnemers is thans erg ruim van formaat dat na het splitsen van dit perceel voor het realiseren van de nieuwe woning er thans nog een riante tuin overblijft voor zowel de bestaande als de nieuwe woning. De bestaande met eiken begroeide wal, aan de voorzijde van het perceel zal hierbij behouden blijven.

3.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan

De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het planologisch mogelijk maken een nieuwe vrijstaande, levensloopbestendige woning op te kunnen richten. Beoogd aan de Dr. Kortmannweg, direct ten zuiden van de bestaande woning met huisnummer 16. Bij de opstelling van dit bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: ▪ Het bestemmingsplan dient een adequate en duidelijke regeling te bevatten dat binnen het plangebied één nieuwe vrijstaande levensloopbestendige woning is toegestaan; ▪ De strook ‘Bos’ bestemming aan de voorzijde van het perceel, ter plaatse van de weg, wordt voorzien van de juiste bestemming ‘Verkeer’. In het kader van de ontwikkeling wordt deze emissie opgelost; ▪ Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Venray dient onderhavig bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij het bestemmingsplan “Venray” zoals dat thans voor het plangebied en voor de rest van de bebouwde kom van Venray geldt; ▪ Uit het uitgevoerde archeologische onderzoek is gebleken dat het plangebied geen archeologische waarden bevat. De archeologische dubbelbestemming, zoals die thans voor het plangebied geldt, dient daarom van het plangebied te worden verwijderd. De uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin het plangebied bestemd is als ‘Wonen’.

Ter plaatse van de nieuw te realiseren woning is een bouwvlak toegekend over de totale breedte van het plangebied, maar waarbij wel de afstand van 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrenzen in gehanteerd. Het bouwvlak is ten slotte voorzien van de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum aantal wooneenheden: 1’ en ‘maximum goothoogte: 4 m’ zodat de bouw van één woning mogelijk wordt gemaakt. In de planregels is expliciet opgenomen dat uitsluitend een levensloopbestendige woning is toegestaan. Aan de voorzijde van het plangebied is een klein gedeelte voorzien van de bestemming ‘Verkeer’, daar deze gronden op de weg zijn gelegen.

3.2

Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten

De realisatie van de nieuwe woning binnen het plangebied sluit goed aan bij de stedenbouwkundige karakteristiek van de omgeving. De beoogde locatie maakt onderdeel uit van het bestaande bebouwingslint van de Dr. Kortmannweg en betreft thans het enigste onbebouwde perceel in het lint. Dit onbebouwde perceel wordt in het kader van de voorgenomen ontwikkeling voorzien van een passende invulling en derhalve wordt het bebouwingslint verdicht c.q. versterkt. Hierbij zal de bestaande met groene wal met eiken behouden blijven, daar het straatbeeld derhalve niet tot nauwelijks wijzigt. De locatie maakt onderdeel uit van een woongebied van de wijk Smakterheide. Daarnaast vormt de Dr. Kortmannweg de overgang tussen de woonwijk en het, in ontwikkeling zijnde, St. Annapark. In de omgeving zijn overwegend woningen gelegen. Deze woningen kennen een rijke diversiteit aan soort- en verschijningsvorm. Het initiatief past dan ook functioneel gezien goed bij de omgeving.

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

9

4.

BELEIDSKADER

In dit hoofdstuk worden de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde Rijksbeleid. In de daarop volgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Venray.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie die is vastgelegd in artikel 3.1, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ Sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

10

Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken.

In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met het initiatief worden geen van de genoemde belangen geschaad. In het plangebied is geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Het initiatief is daarom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 4.1.3 Ladder duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is in oktober 2012 ingevoerd en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro). Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd.

De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Met onderhavig initiatief is sprake van een woningbouwlocatie aangezien binnen het plangebied in totaal één woning wordt gerealiseerd, zodoende is in beginsel sprake van een stedelijke ontwikkeling. De omvang van de woningbouwlocatie is echter ook bepalend of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling.

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

11

De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen, een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL: RVS:2015:2921, r.o. 4.3). Gelet hierop kan zeker geconcludeerd worden dat het realiseren van één woning in de bebouwde kom van Venray evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Het initiatief valt derhalve niet onder de werking van de ladder en hoeft er dus niet aan getoetst te worden.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie (POVI), met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). De omgevingsvisie is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven.

Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag.

In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3. Klimaatadaptie en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

12

op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader.

Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt.

Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogte) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. Onderhavige ontwikkeling voorziet in het oprichten van één woning in de bebouwde kom van Venray. De woning voorziet in de eigen behoefte van de initiatiefnemers en wordt levensloopbestendig opgericht. De woning is daarmee uitermate geschikt voor senioren. In de POVI is opgenomen dat speciale aandacht nodig is voor het toenemend aantal ouderen. Mede gelet op de regionale en gemeentelijke beleidskaders past het onderhavige initiatief binnen de ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg.

4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2021 Op 17 december 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Limburg vastgesteld. In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte.

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

13

Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen. Voor nieuwe woningen dient het volgende aangetoond te worden (artikel 12.1.1): a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woning overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Voor zover van toepassing wordt aan deze voorwaarden voldaan. Het initiatief voldoet daarmee aan de nieuwe omgevingsverordening.

4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld en in werking getreden. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van 16 december 2022. In artikel 2.2.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening moet houden met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro (ladder duurzame verstedelijking). Onderhavig initiatief is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zie paragraaf 4.1.3. Er is sprake van de bouw van één nieuwe woning. Bij het bouwen van één woning is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ladder niet van toepassing is.

In artikel 2.4.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan gelegen in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Zoals in paragraaf 4.2.4 van onderhavige toelichting is vermeld, is de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg inmiddels vervangen door de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Geconcludeerd wordt dat het initiatief voldoet aan de uitgangspunten voor deze woonvisie. Conclusie De ontwikkeling van de nieuwe woning past derhalve binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014. 4.2.4 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De gemeente Venray heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

14

2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Venray gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 105 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Venray de gestelde opgave ruim heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren.

Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; ▪ Gekeken dient te worden naar koppelkansen; ▪ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; ▪ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; ▪ De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; ▪ Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪ Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. ▪ Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. ▪ Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. ▪ Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.

De beoogde ontwikkeling betreft het oprichten van één nieuwe woning in de kern van Venray. De woning is beoogd in de (zij)tuin van de woning Dr. Kortmannweg 16 en wordt levensloopbestendig uitgevoerd. De woning is daarmee uitermate geschikt voor senioren. Gezien de aard van het initiatief en de vraag naar woningen binnen de dorpen sluit de nieuwe woning aan op de regionale uitgangspunten op basis van de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Toekomstvisie Venray 2030 ‘Venray loopt voorop’ In 2009 heeft de gemeente Venray een strategische visie vastgesteld met als tijdzone 2020. In 2013 is de Strategische visie ‘Venray, stad in de Peel (2025)’ als een aanvulling op en herijking van de strategische visie 2020, ‘Venray Dorp en Stad’ opgesteld met een doorkijk naar 2025. De nieuwe toekomstvisie Venray 2030, ‘Venray loopt voorop’ is tot stand gekomen in 2019 en geeft een doorkijk naar 2030. De toekomstvisie gaat in op: ▪ De grote ontwikkelingen die op Venray afkomen en aangeven wat dit betekent voor de opgaven op lokaal en regionaal niveau en voor de vraagstukken of agendapunten voor het lokaal bestuur (kompas); ▪ Verbinding en energie opleveren door samen met de Venrayse gemeenschap – inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners – te komen tot een gezamenlijk toekomstbeeld van Venray;

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

15

Slim verbinding leggen met andere participatietrajecten, zodat hier op voortgebouwd kan worden onder meer bij de totstandkoming van de omgevingsvisie. Ten aanzien van het thema wonen zijn wat betreft het voorliggend project geen nieuwe of afwijkende uitgangspunten geformuleerd. Het belang van een goede kwaliteit van woonomgeving en woningen, de aanwezigheid van werkgelegenheid en kwalitatief goede voorzieningen, wordt andermaal onderstreept. Met de visie op de gewenste toekomstrichting kan de gemeente Venray effectief sturing geven aan het proces van beleidsontwikkeling en prioritering. ▪

De thema’s die centraal staan zijn: 1. Venray is dorp en stad; 2. Venray is kennisintensief; 3. Venray zorgt voor elkaar; 4. Venray is levendig; 5. Venray voorziet in alle woonwensen. De gemeente wil voorzien in alle woonwensen en biedt daarbij de ruimte voor een gevarieerde en boeiende maatschappelijke omgeving. Door een grote zorg voor het in stand houden en verbeteren van de bestaande woonwijken (soms in de vorm van herstructurering) beoogt de gemeente unieke woonmilieus creëren, waarin de bestaande sociale structuren en voorzieningen op een positieve wijze worden beïnvloed. Middels onderhavig initiatief wordt één woning toegevoegd in de kern van Venray. De vrijstaande woning wordt levensloopbestendig ingericht. Een levensloopbestendige woning is geschikt voor alle doelgroepen, echter zijn de woningen bij uitstek geschikt voor ouderen omdat zij hier bij een grotere zorgvraag eenvoudiger en langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Met het initiatief wordt dan ook aangesloten bij het streven van gemeente Venray om te voorzien in alle woonwensen. 4.3.2 Omgevingsvisie Venray De gemeente Venray heeft, in het kader van de op handen zijnde Omgevingswet en door gewijzigde inzichten, op 2 november 2021 een nieuwe omgevingsvisie voor het grondgebied van de gemeente opgesteld. Daarin heeft de gemeente de nieuwe beleidsuitgangspunten voor ontwikkelingen in de gemeente opgenomen.

De nieuwe omgevingsvisie biedt de basis van de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente en dient als ruimtelijk toetsingskader. In de omgevingsvisie wil de gemeente laten zien voor welke uitdagingen de gemeente staat en waar zij als gemeente naar toe willen in de toekomst. De omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: de Toekomstvisie 2030 "Venray loopt voorop". De omgevingsvisie is samen met de input van inwoners, ondernemers en verenigingen tot stand gebracht.

Afbeelding 8 Uitsnede Omgevingsvisie Venray

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

16

De gemeente wil de belangrijke waarden van Venray beschermen en versterken. Daarbij wordt aan de hand van ambities rekening gehouden met verschillende opgaven zoals de klimaatverandering, de energietransitie en de woningbouw om het woningtekort op te lossen. Belangrijk vraagstuk daarbij is hoe de gemeente er over 10 jaar uit zal zien. De ambities spelen een rol in ontwikkelingen binnen de verschillende deelgebieden. Het plangebied is gelegen binnen de zogenaamde ‘woongebieden’. Binnen de woongebieden staat een fijn woonklimaat voorop. Over een aantal jaar dienen de woongebieden in Venray veranderd te zijn in groene wijken waar jong en oud over een woning beschikken die past bij hun levensfase en levensstijl. De gemeente Venray zet in op het oplossen van het urgente woningtekort en het verhogen van de woonkwaliteit. Dit wil de gemeente realiseren door te versnellen, vergroten, veranderen en verduurzamen. ▪ Versnellen doet de gemeente door proactief de voortgang van alle woningbouwplannen (bestaande en nieuwe) te bewaken en waar nodig actie te ondernemen om de uitvoerbaarheid te verhogen. De gemeente bevordert de mogelijkheid van de starterslening. ▪ Vergroten van de bouwproductie door de komende 10 jaar 1.500 woningen bij te bouwen (gemiddeld circa 150 per jaar). De eerste jaren wordt een inhaalslag gemaakt door minimaal 200 woningen per jaar te realiseren.

▪ Veranderen doet de gemeente door vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Dit wordt bereikt door onder andere het uitvoeren van een kwalitatief woningbehoefteonderzoek. Hierdoor ontstaat er een goed beeld van de behoefte aan type woningen in de toekomst. Veranderen doet de gemeente ook door: het aanpakken van leegstand in het centrum, meer sociale of middeldure huurwoningen, meer nultredenwoningen, meer variatie door bijzondere woon- en zorgvormen (bijvoorbeeld woonhofjes) en de huisvesting van bijzondere doelgroepen. ▪ Verduurzamen van de bestaande woningen door huiseigenaren te stimuleren tot het doen van duurzame investeringen (bijvoorbeeld isoleren). Bij ‘gasloze’ nieuwbouw wordt gekozen voor collectieve oplossingen (zoals collectieve warme koude opslag) of individuele oplossingen (zonnepanelen en warmtepomp). De zogenaamde BENG norm is hiervoor het uitgangspunt. Het initiatief sluit aan bij de omgevingsvisie. Het initiatief vindt ten eerste plaatse in een woongebied, waar een fijn woonklimaat voorop staat. Daarnaast voorziet het initiatief in een levensloopbestendige woning. Hiermee wordt enerzijds een passende woning voor initiatiefnemers gerealiseerd en anderzijds wordt hiermee doorstroming op de woningmarkt bevorderd, daar de bestaande woning vrijkomt. Ten slotte draagt het initiatief bij aan een duurzaam Venray.

4.3.3 Omgevingsprogramma Wonen 2022-2026 Op 15 februari 2022 heeft de gemeenteraad van de gemeente Venray het Omgevingsprogramma Wonen 2022-2026 vastgesteld. In het Omgevingsprogramma Wonen staat hoe Venray zich wil blijven ontwikkelen als een fijne gemeente om te wonen. Op hoofdlijnen wordt richting gegeven aan de verschillende belangrijke vraagstukken rondom het wonen. Venray staat voor grote opgaven op het gebied van het wonen. De druk op de woningmarkt is groot, wachttijden voor sociale huurwoningen lopen op. En door prijsstijgingen in de koopsector is een koopwoning voor mensen met een lager en middeninkomen steeds minder bereikbaar. Volgens recente prognoses zal de bevolking en het aantal huishoudens in Venray in de komende jaren blijven toenemen. De veronderstelde krimp van de bevolking verschuift naar later. Daarnaast verandert de samenstelling van de bevolking: ook in de gemeente Venray is sprake van vergrijzing. Maar de opgave is diverser. De gemeente Venray zit midden in een ingrijpende transitie op het gebied van verduurzaming, energie en warmte, met de nodige consequenties voor het bouwen en verbouwen van woningen. En veranderingen in het zorglandschap zorgen eveneens voor een opgave voor andere woonvormen voor mensen die zorg en begeleiding nodig hebben, zoveel mogelijk in de eigen thuissituatie.

Vitaliteit en leefbaarheid van de wijken en kernen staat soms onder druk en vraagt dan ook aandacht. De opgave waar de gemeente voor staat, is dan ook bijzonder complex en veelzijdig. Deze worden samengevat aan de hand van vijf inhoudelijke thema’s, die in het omgevingsprogramma verder zijn uitgewerkt in zo concreet mogelijke aanpak, acties en maatregelen: Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

17

1. 2. 3. 4. 5.

Snel voldoende woningen bouwen Gevarieerd aanbod Duurzame woningvoorraad Wonen en zorg Vitale wijken en kernen

Het initiatief voldoet aan deze inhoudelijke thema’s. Het initiatief voorziet in de realisatie van één nieuwe woning die levensloopbestendig wordt opgericht. De woning is daarmee perfect voor bewoning door ouderen, wat bijdraagt aan een gevarieerd woonaanbod. Met het initiatief komt tevens de bestaande woning van de initiatiefnemers vrij, wat de doorstroming bevordert. Het initiatief is dan ook in lijn met het Omgevingsprogramma Wonen. 4.3.4 Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Venray 2011 In de ‘Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Venray 2011’ vastgelegde kwaliteitsbeleid omtrent een bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling is gebaseerd op de gedachte dat ruimtelijke ontwikkelingen (bouwactiviteiten) leiden tot verlies aan ruimtelijke kwaliteit en dat dit verlies moet worden gecompenseerd. Achterliggend doel is het behoud en waar mogelijk versterking van de (groene) kwaliteiten van zowel het buitengebied als het stedelijk gebied. Woningbouw dient in principe plaats te vinden binnen de contouren van de dorpen en de grens stedelijke dynamiek. Daarnaast kan het in bepaalde gevallen toch wenselijk zijn om ook in het buitengebied op beperkte schaal incidentele woningbouw toe te staan. In dit geval is het plangebied gelegen in de bebouwde kom van Venray, derhalve binnen de contour.

Voor alle woningbouwontwikkelingen geldt dat alleen kan worden gebouwd bij aantoonbare vraag. Daarnaast is levensloopbestendig en flexibel bouwen het uitgangspunt voor elk nieuw woningbouwplan. Zoals blijkt uit paragraaf 4.3.2 en 4.3.3 is binnen de gemeente Venray vraag naar seniorenwoningen. Het toevoegen van één levensloopbestendige woning die geschikt is voor bewoning door ouderen voldoet derhalve aan de vraag. Voor het bepalen van de hoogte van de bijdrage in het stedelijk gebied wordt aangesloten bij de bijdrage ruimtelijke ontwikkeling zoals vastgelegd in de nota grondbeleid 2011. De tegenprestatie vindt zo veel mogelijk ter plaatse en/of in de nabijheid van de ingreep plaats. Indien dit niet mogelijk is, komt de bijdrage ten goede van het kwaliteitsfonds stedelijk gebied. Initiatiefnemers hebben met de gemeente Venray een anterieure overeenkomst gesloten waarmee zij zich verplichten de kwaliteitsbijdrage te voldoen.

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

18

5.

RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN

Dit hoofdstuk bevat een inventarisatie van de verschillende omgevingsaspecten die van invloed zijn op het realiseren van het initiatief. Daarbij komen onder meer de volgende aspecten aan de orde: milieu (geluid, bodem, bedrijfshinder en zonering, luchtkwaliteit), waterhuishouding (riolering en watertoets), externe veiligheid, archeologie en cultuurhistorie, verkeer en vervoer, kabels, leidingen en overige belemmeringen, alsmede natuur en landschap.

5.1

Milieuaspecten

5.1.1 Bedrijven en milieuzoneringen Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving. Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. Om een milieuzonering in een concrete situatie te kunnen uitwerken bevat de VNG publicatie bouwstenen. De drie belangrijkste bouwstenen zijn: 1. de richtafstandenlijst; 2. twee omgevingstypen; 3. een lijst van toelaatbare activiteiten in gemengd gebied met het oog op functiemenging. De belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten die zijn opgenomen in bijlage 1 van de VNG publicatie. Dit zijn afstanden ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype). In de bijlagen wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie.

Om tot een optimale invulling van de ruimte te komen worden diverse omgevingstypen onderscheiden. Het achterliggende idee is dat de gevoeligheid van een gebied mede afhankelijk is van het omgevingstype. De gevoeligheid van een gebied kan daarom aanleiding zijn om af te wijken van de standaardafstanden in de bedrijvenlijst die uitgaan van de ligging in een rustige woonwijk. Afhankelijk van het type gebied kan een correctie worden toegepast op de afstanden die zijn genoemd in de standaardlijst en wel per hinderaspect (geluid, stof, stank en dergelijke) dat in de lijst is genoemd. Het plangebied is te typeren met het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Aan de ene zijde van de Dr. Kortmannweg is weliswaar uitsluitend sprake van woningen, maar aan de St. Annapark zijde is juist sprake van diverse functies. Derhalve mag de richtafstand met één afstandsstap verkleind worden. Woningen betreffen een functie welke geen milieuhinder veroorzaakt voor de omgeving. Wel kan de nieuwe woning milieuhinder ondervinden van functies gelegen in de omgeving. Ter plaatse van het plangebied dient daarom aangetoond te worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten gevolge van omliggende milieubelastende functies.

De milieuruimte van de milieubelastende functies in de omgeving (straal van 250 meter) is geïnventariseerd aan de hand van de toegestane milieucategorie en de grootste bijbehorende richtafstand voor geur, stof, geluid en gevaar.

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

19

Bedrijf

Adres

St. Annapark (Bestemming ‘gemengd’)* Bedrijf (max. cat. 2) Houthandel

-

SBI2008 -

Bosweg 5 Bosweg 63

4673

Bedrijventerrein Smakterheide (max. cat. 3.2) Bedrijf (max. cat. 2)

Mackenhof 14A

-

Aan te houden afstanden 0 respectievelijk 10 meter

Afstand tot plangebied 20 meter

Grootste richtafstand: 10 meter Geur 0 meter Stof 0 meter Geluid 10 meter Gevaar 0 meter Grootste richtafstand: 50 meter

35 meter 100 meter

Grootste richtafstand: 10 meter

130 meter

120 meter

* Conform het bestemmingsplan ‘St. Annapark’ zijn er binnen het St. Annapark slechts bedrijfsmatige activiteiten toegestaan die, conform de VNG-lijst, in gemengd stedelijk gebied passend zijn in de nabijheid van woonfuncties, milieucategorie 1 en 2. Hier gelden richtafstanden van 0 respectievelijk 10 meter in gemengd gebied.

Aan alle richtafstanden van de milieubelastende functies in de omgeving wordt ruimschoots voldaan. Omliggende bedrijvigheid heeft zodoende geen negatieve consequenties op het woon- en leefklimaat in de op te richten woning. Conclusie Milieuzonering vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie van het initiatief. In de woning kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd en andere functies worden niet belemmerd omdat andere bestaande woningen reeds dichterbij zijn gelegen. 5.1.2 Bodem- en grondwaterkwaliteit Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle ruimtelijke plannen relevant is en daarom onderzocht, beoordeeld en beschreven moet worden. Voor de realisatie van de nieuwe woning is daarom een verkennend bodemonderzoek1 uitgevoerd. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek kan concluderend gesteld worden dat de hypothese “onverdachte, niet lijnvormige locatie” kan worden aanvaard, ondanks de verhogingen met zware metalen in de bovengrond en het grondwater. De verhogingen met zware metalen zijn te relateren aan de regionale problematiek met betrekking tot zware metalen in de bodem. Gezien de gehalten is geen nader onderzoek noodzakelijk.

De hergebruiksmogelijkheden voor de grond, die eventueel vrijkomt bij toekomstige bouwactiviteiten, kunnen, indicatief gezien, als multifunctioneel worden beschouwd. Hergebruik dient te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het beleid van de gemeente Venray. Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen zijn tegen de voorgenomen realisatie van de nieuwe woning op het perceel uit oogpunt van de bodemkwaliteit. 5.1.3 Geluid Wegverkeerslawaai Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidsgevoelig object dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder (Wgh). Per 1 januari 2007 is de Wijzigingswet Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase) in werking getreden. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer en spoorwegen.

1 Verkennend bodemonderzoek, M&A Advies (d.d. 17 mei 2023, kenmerk: 223-VDK16-vo-v1)

Vastgesteld – ‘Dr. Kortmannweg ong. Venray’

20

In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidszone heeft (zie onderstaande tabel), met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. Tabel 1. Breedte van de geluidsnorm gespecificeerd naar het aantal rijstroken

Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer

Breedte van de geluidszone (m) Stedelijk 200 350 350

Buitenstedelijk 250 400 600

Woningen betreffen geluidsgevoelige objecten. Dit houdt in dat er moet worden aangetoond dat (weg)verkeerslawaai ter plaatse geen negatieve effecten teweegbrengt voor de toekomstige bewoners van de woningen. In feite mogen nieuwe woningen niet worden gerealiseerd, wanneer er een geluidbelasting van wegverkeer optreedt van 48 dB of hoger, tenzij ontheffing is verleend door het College van burgemeester en wethouders (mogelijk tot maximaal 63 dB). Als een nog hogere geluidbelasting wordt ondervonden is woningbouw alleen mogelijk als de woningen worden uitgevoerd met een dove gevel op de gevel(s) waar de geluidbelasting meer bedraagt dan 63 dB. De woning is gelegen in de bebouwde kom van Venray aan de Dr. Kortmannweg. Voor deze weg geldt een maximumsnelheid van 30 km/h, tevens zijn er binnen een straal van 200 meter geen wegen gelegen waar een maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt. Een akoestisch onderzoek is op basis van de Wgh derhalve niet noodzakelijk. 5.1.4 Luchtkwaliteit Algemeen Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en sindsdien staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14008239/1