04 Toelichting bp Westsingel 54-54A Venray
Tekst van het document
Middels de aanleg van de infiltratievoorziening zal zonder problemen kunnen worden voldaan aan de waterbergingseis, waardoor sprake is van hydrologisch neutraal ontwikkelen.
5.3
Natuur
5.3.1
Gebiedsbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming het geldend wettelijk kader wanneer het gaat om natuurbescherming. Deze wet heeft drie wetten vervangen, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijnen Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart te worden gebracht en te worden beoordeeld. Wanneer deze mogelijk een negatief effect hebben op beschermde natuur in een Natura 2000-gebied geldt een vergunningsplicht. Daarnaast is de specifieke soortenbescherming geëvalueerd en gemonitord. Op basis daarvan is de soortbescherming voor sommige soorten gewijzigd. Sommige soorten worden daardoor beter beschermd, andere soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft bestaan voor alle inheemse flora- en fauna. (Nieuwe) ontwikkelingen kunnen namelijk negatieve gevolgen hebben voor beschermde flora- en faunasoorten.
Bij negatieve effecten van ontwikkelingen kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht,
27
geluid, trilling en dergelijke. Bij ruimtelijke planvorming is daarom een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. Natura 2000 Het plangebied is niet binnen een Natura 2000-gebied gelegen. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreffen ‘Bosschhuizerbergen’, ‘Deurnsche Peel & Mariapeel’ en ‘Maasduinen’ die op een afstand van respectievelijk circa 3,0, 8,3 en 9,3 kilometer van het plangebied zijn gelegen. Ontwikkelingen kunnen een significant negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden door onder andere een aanzienlijke toename van het aantal verkeersbewegingen. Met de AERIUS-calculator kan de stikstofdepositie door een ruimtelijke ontwikkeling in kaart worden gebracht. Uitkomsten tot 0,00 mol per ha/jaar zijn de basis om te kunnen concluderen dat het plan niet vergunningsplichtig is voor de Wet natuurbescherming (Wnb), wat betreft het onderdeel stikstof. Hieronder zijn de uitkomsten uit de berekeningen weergegeven. In de bijlage zijn de volledige berekeningen bijgevoegd. Uit de rekenresultaten van AERIUS-calculator blijkt dat er zowel in de aanleg- als de gebruiksfase geen toename (> 0,00 mol/ha/jaar) van stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000-gebieden wordt berekend als gevolg van het plan. Hiermee kan geconcludeerd worden dat het aspect stikstof geen belemmering vormt voor de realisatie en het gebruik van de beoogde ontwikkeling aan de Westsingel 54 in Venray.
5.3.2
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. Bebouwing en groenelementen zoals bomen en struiken kunnen als (vaste) verblijfsplaats of foerageergebied dienen voor dieren. Indien een ontwikkeling gepaard gaat met de sloop van bebouwing en/of bomenkap, dient te worden gekeken of dit geen negatieve gevolgen heeft voor (beschermde) diersoorten. In dit geval kan de te slopen bebouwing als verblijfsplaats voor diersoorten dienen. Daarom is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Hieronder zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek weergegeven. Het volledige onderzoeksrapport is bijgevoegd als separate bijlage. Op het gebied van flora zijn er binnen het plangebied geen bijzondere beplantingen aangetroffen. Daarnaast zijn er binnen het plangebied tevens geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed.
Het voornemen zal naar verwachting dan ook geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van
28
beschermde dieren- of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Dit aspect vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.4
Archeologie De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een bestemmingsplan of andersoortige planologische regeling dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. In dit plan dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op de archeologische en/of cultuurhistorische waarden. In deze toelichting is een splitsing gemaakt tussen archeologie en cultuurhistorie. Archeologie is in de bodem aanwezig en is meestal niet beleefbaar, terwijl cultuurhistorie zichtbaar en beleefbaar is in de omgeving. In de volgende paragraaf wordt verder ingegaan op het aspect ‘landschap en cultuurhistorie’. Conform het bestemmingsplan heeft het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Voor deze gebieden geldt dat bij bodemingrepen dieper dan 50 centimeter en een minimale verstoringsoppervlakte van 100 m 2 een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. In dit geval heeft er in de directe omgeving van het plangebied en binnen het plangebied reeds veel bodemverstoring plaatsgevonden.
Bij de realisatie van de aanwezige bebouwing op de planlocatie zijn geen archeologische restanten/waarden aangetroffen. Het beoogde appartementencomplex wordt grotendeels ter plaatse van deze reeds verstoorde grond gerealiseerd en er wordt niet dieper gegraven dan reeds ten behoeve van de bestaande bebouwing is gedaan. Gezien er ten tijde van de bouw van de aanwezige bebouwing geen resten zijn aangetroffen, zal dit bij de realisatie van het nieuwe appartementencomplex naar verwachting ook niet aan de orde zijn. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering.
5.5
Landschap en cultuurhistorie Met de komst van de Erfgoedwet is het verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en esembles van een grotere schaal. Conform de Erfgoedkaart Limburg en het bestemmingsplan zijn er geen monumenten of cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig binnen het plangebied. Met onderhavige ontwikkeling zijn de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken dan ook niet in het geding.
29
5.6
Verkeer en parkeren Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er optreden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren.
5.6.1
Mobiliteit De realisatie van de zorgappartementen zal zorgen voor een verandering van het aantal verkeersbewegingen. Om te bepalen of deze verandering een belemmering vormt voor de huidige infrastructuur is de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ (december 2018) gehanteerd. De locatie ligt in de schil van het centrum met een matig stedelijk karakter. In de huidige situatie is binnen het plangebied een vrijstaande koopwoning en een detailhandelsfunctie met betrekking tot witgoed gevestigd. De woning zorgt voor gemiddeld 8 verkeersbewegingen per etmaal. De witgoedzaak zorgt voor gemiddeld 70,3 verkeersbewegingen per etmaal per 100 m2 bruto vloer oppervlak. De witgoedzaak heeft een oppervlakte van 735 m2. Het gemiddeld aantal verkeersbewegingen per etmaal conform de CROW-publicatie bedraagt (70,3 x 7,35 =) 516,7. Het werkelijk aantal verkeersbewegingen per etmaal ligt echter lager dan het berekende aantal aan de hand van de CROW-publicatie. In de beoogde situatie worden 20 zorgappartementen gerealiseerd. De bewoners van het zorgcomplex hebben geen rijbewijs/auto ter beschikking, waardoor er geen verkeersbewegingen plaatsvinden door bewoners. De werknemers/begeleiders hebben daarentegen wel een auto ter beschikking.
Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de werknemers/begeleiders ligt echter fors lager dan het aantal ten behoeve van de detailhandel in de huidige situatie. Gelet op het bovenstaande kan er dus vanuit worden gegaan dat er sprake is van een significante afname van het aantal verkeersbewegingen afkomstig van het plangebied. Gezien de huidige infrastructuur het aantal verkeersbewegingen in de huidige situatie zonder problemen kan verwerken, zijn er voor de beoogde situatie met aanzienlijk minder bewegingen tevens geen problemen te verwachten. Alle verharding ligt op eigen terrein en blijft privaat grondgebied. De huidige oprit, waarmee het plangebied wordt aangesloten op de openbare ruimte, blijft ongewijzigd behouden. De infrastructuur behoeft dan ook geen aanpassingen.
5.6.2
Parkeren Bij het bouwen, uitbreiden of wijzigen van gebruiksfuncties dient altijd voldoende parkeergelegenheid gegarandeerd te zijn. Het beleid van de gemeente Venray is omschreven in de ‘Beleidsnota Parkeernormen’. Het parkeerbeleid van de gemeente Venray gaat uit van de CROW publicaties. In de beleidsnota wordt uitgegaan van een matig stedelijk karakter voor de hele gemeente. Tevens valt het plangebied in het gebied schil centrum zoals aangeven in de bijlage van de beleidsnota. In de beoogde situatie worden 20 zorgappartementen gerealiseerd. De toekomstige bewoners van de zorgwoningen zullen geen rijbewijs (kunnen) hebben en zullen dus ook niet in het bezit zijn van een auto. Hierdoor is enkel parkeergelegenheid voor bezoekers en werknemers/begeleiders is benodigd. Hierbij wordt uitgegaan van een
30
parkeernorm van 0,6 per zorgappartement. In totaal wordt er dus uitgegaan van (0,6*20=) 12 benodigde parkeerplaatsen. In de beoogde situatie worden er in totaal 12 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd (figuur 7). Dit aantal parkeerplaatsen wordt voldoende geacht voor de beoogde functie op het perceel.
Figuur 7 Beoogde situatie met parkeerplaatsen rood omkaderd
De 12 parkeerplaatsen worden aan de noordzijde van het perceel gerealiseerd. De parkeervakken zijn 5 meter diep en de rijbaan ter hoogte van de parkeervakken is minimaal 6 meter breed. De parkeerplaatsen bestaan uit halfverharding in de vorm van waterdoorlatende grasbetonstenen. Ten behoeve van de bevoorrading en vervoer kan er op het eigen terrein worden gemanoeuvreerd. Daarnaast biedt ook de bestaande brede oprit genoeg ruimte om te stoppen en keren. Er zal sprake zijn van een overdekte fietsenstalling met een dieptemaat van 2 meter langs de in-/uitrit. De vuilniswagen kan halteren aan de openbare weg.
31
HOOFDSTUK 6.1
6 Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Wanneer met een omgevingsvergunning een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In het geval van de ontwikkeling op de locatie Westsingel 54-54a te Venray wordt in het kostenverhaal voorzien door het afsluiten van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid voldoende geborgd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op 8 mei 2023 is een omgevingsdialoog gehouden in de vorm van een inloopavond. Omwonenden waren uitgenodigd om op locatie naar de plannen te luisteren en te kijken. Aanwezigen zijn in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen. De reacties die deze avond voornamelijk naar voren kwamen waren positief over het feit dat er weer wat met het leegstaande terrein gaat gebeuren. Daarnaast is er vanwege het feit dat het voornemen twee bouwlagen heeft om aandacht voor lichtinval en privacy gevraagd. Tot slot waren er veel vragen over de huidige erfafscheiding in de vorm van een muur, en hoe dat in de toekomst vormgegeven gaat worden. Omwonenden zijn actief op de hoogte gesteld en meegenomen in de planvorming. De initiatiefnemer is bij de verdere planontwikkeling dan ook bereid geweest om mee te gaan in ideeën en voorstellen vanuit de omgeving en/of architect als deze van toegevoegde en positieve waarde zijn voor de planontwikkeling. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Westsingel 54-54a Venray’ is conform de procedure in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter visie gelegd (21 december 2023 tot en met 31 januari 2024). Hierbij is de gelegenheid geboden tot het indienen van zienswijzen. Er zijn geen zienswijzen ingediend tegen het ontwerp bestemmingsplan.
32