CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting bp Spiekert 4 Heide

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Spiekert 4, Heide'14.152 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hoogwaterbescherming Maasvallei: bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas.

−

Klimaatadaptatie: balans tussen water afvoeren én water vasthouden.

−

Waterkwaliteit en ecologie: het water is schoon en wateren zijn natuurlijk ingericht.

−

Zuiveren en waterketen: zuiveren rioolwater en grondstoffen terugwinnen en gebruiken.

Keur en Legger Waterschap Limburg Naast het Waterbeheerplan heeft Waterschap Limburg een verordening, bestaande uit de Keur en de Legger. De Keur geeft inzicht in over wat wel en niet is toegestaan in en nabij water, dijken en stuwen. Op de Legger staan alle oppervlaktewateren en dijken aangegeven die Waterschap Limburg in beheer heeft en waarop de Keur van toepassing is. De algemene regels en beleidsregels zijn onlosmakelijk verbonden aan de Keur en geven aan in welke gevallen er een vrijstelling of meldingsplicht kan gelden en hoe bepaalde werkzaamheden in of nabij watersystemen uitgevoerd dienen te worden. Op basis van de Leggerkaart is het plangebied niet gelegen binnen een beschermingszone. Tevens liggen er geen watergangen in of langs het plangebied. Wel loopt er een overkluisde primaire watergang (de Heide) aan de noordzijde van het plangebied op een afstand van circa 25 meter. Ook ten zuiden van het plangebied loopt een primaire watergang (Het Voolen), deze ligt op een afstand van circa 225 meter.

pagina 26 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Figuur 4.5: Uitsnede Leggerkaart Waterschap Limburg (plangebied rood omcirkeld)

Voor het overige hanteert Waterschap Limburg ter plaatse van het plangebied het uitgangspunt dat bij de uitbreiding van het verhard oppervlak waterneutraal gebouwd dient te worden in het kader van het aspect hemelwater. Waterschap Limburg heeft aangegeven dat plannen waarbij de toename van de hoeveelheid verhard oppervlak kleiner dan 2.000 m² bedraagt niet hoeven te worden voorgelegd aan het watertoetsloket. Aangezien de toename van de hoeveelheid verhard oppervlak minder zal bedragen dan 2.000 m² (zie verderop in de paragraaf) en er voor het overige geen waterschapsbelangen in het geding zijn, hoeft het initiatief niet de watertoets van het waterschap te doorlopen. Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan Venray Het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) van de gemeente Venray geldt voor de periode 2022 t/m 2025 en bevat zowel het riolerings- als het waterbeleid. Het vGRP wordt gebruikt om nu en in de toekomst aan de gemeentelijke zorgplichten te kunnen voldoen en als toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt dat de waterberging binnen het plangebied moet worden opgelost en moet daarbij voldoen aan een bergingseis van 60 mm per m 2 verhard oppervlak. Groene daken worden als niet verhard beschouwd. Verhard oppervlak dat voorheen aanwezig was wordt niet in mindering gebracht op deze waterbergingsnorm.

Onder nieuwbouw wordt verstaan nieuwe bebouwing in inbreidingslocaties, uitbreidingslocaties, maar ook bijgebouwen (>50 m2), herbouw van een woning of aanbouw (>50 m2) aan een bestaande woning. De nieuwe verharding (bestrating, terras) die op het perceel wordt gerealiseerd wordt ook meegenomen in de berekening van de hoeveelheid verhard oppervlak. Bij verbouwingen waar geen nieuw verhard oppervlak ontstaat en bij aanbouwen tot 50 m² geldt geen norm voor het realiseren van waterberging. Er zijn bij verbouwingen wel kansen om de situatie ten aanzien van water te verbeteren. Daar waar extra verhard oppervlak ontstaan is er sprake van een kans om de situatie ten aanzien van water te verbeteren. Gemengde huisriolering kan worden gescheiden en hemelwater opgevangen op eigen perceel.

pagina 27 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

De gemeente Venray streeft naar robuuste watersystemen, waarbij het hemelwater bij voorkeur bovengronds wordt geïnfiltreerd in de bodem. De gerealiseerde waterberging moet voorzien worden van een overloopvoorziening voor situaties waar er meer neerslag valt dan waarop de waterberging is ontworpen. De overloopvoorziening en de ontvangende ruimte waar het water naar toestroomt vanuit de overloopvoorziening moet zodanig ontworpen zijn, dat wateroverlast wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater van Waterschap Limburg gelden de normen van Waterschap Limburg. Waterhuishoudkundige situatie plangebied Aangezien er geen geohydrologisch onderzoek is verricht is gebruik gemaakt van de geohydrologische gegevens vanuit het verkennend bodemonderzoek van Tritium Advies, kenmerk 2211/030/LLU d.d. 16 januari 2023. Bodemopbouw en geohydrologie De bodemopbouw en geohydrologische situatie zijn weergegeven in tabel 2.6 van het verkennend bodemonderzoek, waarvan de uitsnede hieronder is weergegeven. Hieruit kan opgemaakt worden dat een matige doorlatendheid van de bodem verwacht wordt. bodemopbouw maaiveldhoogte

28 m+NAP

deklaag

dikte

8m

samenstelling

fijn tot middelfijn zand met plaatselijk leem- of kleilagen

doorlatendheid

matig

dikte

14 m

samenstelling

fijn tot grof zand, lokaal grindig met kans op stenen en keien

doorlatendheid

goed

stijghoogte

24,60 m+NAP

stromingsrichting

noordoostelijk

stijghoogte

onbekend

stromingsrichting

noordoostelijk

1e watervoerende pakket

geohydrologie freatisch grondwater e

1 watervoerende pakket

waterhuishouding oppervlaktewater

niet aanwezig

grondwaterbeschermingsbied

De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

boringsvrije zone

De locatie is gelegen in een boringsvrije zone (Venloschol). In de Venloschol mag geboord worden tot 5 meter +NAP. Gelet op de maaiveldhoogte van circa 28 meter +NAP en de maximaal verwachte graafdiepte van 5,0 m-mv zijn geen aanvullende maatregelen voor de boorwerkzaamheden noodzakelijk.

grondwateronttrekking

Op de onderzoekslocatie vindt geen grondwateronttrekking plaats. Van de omgeving zijn geen gegevens bekend.

Figuur 4.6: Uitsnede tabel 2.6 “Bodemopbouw en geohydrologie” verkennend bodemonderzoek.

Grondwaterstand De grondwaterstand op het moment van veldbezoek is weergegeven in tabel 3.5 van het verkennend bodemonderzoek, waarvan de uitsnede hieronder is weergegeven. Hieruit blijkt een grondwaterstand van 1,45 m -mv op peilmoment ter plaatse van de peilbuis.

Figuur 4.7: Uitsnede tabel 3.5 “Peilbuisspecificaties” verkennend bodemonderzoek.

pagina 28 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Oppervlaktewater In of aangrenzend aan het plangebied zijn geen oppervlaktewateren gelegen op basis van de luchtfoto’s en Leggerkaart van Waterschap Limburg. Wel is aan de overzijde van de straat (noordzijde) en aan de oostzijde van de bestaande houtsingel een sloot gelegen parallel aan de Spiekert. Riolering In de directe omgeving van de planlocatie ligt een gemengd riool met een diameter van 300 mm, waarop de bestaande voorzieningen aan de Spiekert 4-6 te Heide reeds op aangesloten zijn. Compensatieopgave planontwikkeling De verhardingsopgave van het te ontwikkelen plan, welke wordt afgezet tegen het relevante beleid omtrent de waterbergingsopgave als gevolg van (de toename van) het verhard oppervlak, bepaalt de te compenseren waterberging en de mogelijke oplossingsrichtingen hiervoor. Deze worden in onderhavige paragraaf belicht. Er zijn in dit plan een drietal deellocaties te onderscheiden, namelijk: 1. te behouden, bestaande (bedrijfs)woning en showroom; 2. te behouden en te renoveren voormalig boerenbondgebouw t.b.v. 7 appartementen; 3. nieuw te bouwen vrijstaande woningen, 2 stuks. Vanwege het van toepassing zijnde beleid, waarbij voor de bestaande bouw geen verplichting geldt, is er enkel een compensatieverplichting van toepassing voor de nieuw te bouwen woningen (deelgebied 3).

Derhalve is enkel de verhardingsopgave van deze nieuw te bouwen woningen inzichtelijk gemaakt. Aangezien hiervoor nog geen concrete plannen zijn is deze gebaseerd op de nieuw te projecteren bouwvlakken van de woningen van ieder circa 220 m² en de maximale mogelijkheden van vergunningsvrij bouwen van de bijbehorende bouwwerken (max. 150 m² per woning). Uitgaande van twee nieuwe bouwvlakken is er sprake van maximaal 740 m² aan nieuwe gebouwen. Overeenkomstig het gemeentelijke beleid, waarbij een norm van 60 mm per m² verharding geldt, is er behoefte aan circa 45 m³ waterberging ten behoeve van het overtollige hemelwater (740 m² x 0,06 m³) als gevolg van de maximale hoeveelheid aan bebouwing. Er liggen binnen het plangebied voldoende kansen om te voldoen aan de bergingseis en dit tevens te realiseren op het eigen terrein. Vanwege de relatief grote woonpercelen wordt verwacht dat er voldoende ruimte aanwezig zal zijn om open, natuurlijke waterberging te realiseren. Dit in de vorm van bijvoorbeeld een wadi, afgedamde sloot of vijver. Mede gezien de grondwaterstand voldoende diep is gelegen ten opzichte van het maaiveld en infiltratie, al dan niet na gevolg van grondverbetering, mogelijk lijkt te zijn. Indien noodzakelijk of gewenst kan de hoeveelheid noodzakelijke waterberging worden verlaagd door de toepassing van waterpasserende verharding of groene daken.

Vanzelfsprekend zal er bij een mindere hoeveelheid verhard oppervlak ook minder waterberging noodzakelijk zijn. Tevens kan overwogen worden om het hemelwater op te vangen en te hergebruiken. Dit bijvoorbeeld voor de beregening van groenvoorzieningen tijdens drogere perioden of het gebruik van het op te vangen hemelwater voor toiletspoeling of zelfs douche- of drinkwater. Goed functionerende systemen met voldoende capaciteit zijn daarbij van belang.

pagina 29 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Voor het overige wordt geadviseerd om bij het ontwerp en de bouw rekening te houden met de toepassing van niet-uitloogbare materialen voor het behoud van een goede waterkwaliteit. Tevens wordt geadviseerd een veilig bouwpeil te hanteren, zodat mogelijke wateroverlast bij extreme buien en bij stijgingen van het grondwater wordt voorkomen. Uiteraard zal rekening gehouden moeten worden met de bestaande bouw en hoogteverschillen in het maaiveld van de directe omgeving.

4.8 Flora en fauna In Nederland geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet geeft invulling aan de bescherming van natuurgebieden, van dieren en van planten en vloeit voort uit de Europees vastgelegde natuurwetgeving. De Nederlandse provincies bepalen het natuurbeleid voor hun gebied. Het is noodzakelijk om voorafgaand aan ruimtelijke inrichting en aan ruimtelijke ingrepen te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde leefgebieden, op beschermde planten en of op beschermde diersoorten. In het kader van de beoogde ontwikkeling heeft Faunaconsult een quickscan flora en fauna uitgevoerd (Quickscan natuurwetgeving locatie Spiekert 4 en 6 te Heide, d.d. 19 april 2023). Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.

Op basis van het uitgevoerde onderzoek zijn de volgende conclusies en aanbevelingen opgenomen: Beschermde gebieden Natura 2000 De plannen zullen waarschijnlijk geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden hebben. Om elk risico uit te sluiten, is het echter te overwegen de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te laten bepalen. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename is te verwachten, is er een vergunning nodig op grond van de Wnb. De berekening stikstofdepositie is in het kader van deze procedure reeds opgesteld en toegevoegd als separate bijlage. Hieruit is gebleken dat significant negatieve effecten op de voor stikstofgevoelige habitattypen als gevolg van de aanleg- en gebruiksfase van de beoogde planontwikkeling zijn uit te sluiten. Natuurnetwerk Nederland De realisatie en de ingebruikname van de woningen hebben waarschijnlijk geen negatieve effecten op het NNN. Er zijn op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid. Beschermde soorten Vleermuizen: verstoring vliegroutes en foerageergebied De bomenrij aan de oost- en zuidzijde van het plangebied fungeert mogelijk als vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Deze bomen blijven behouden maar om verstoring van pagina 30 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van deze bomen alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV-vrije led armaturen (Zoogdiervereniging, 2011) of rood licht (Spoelstra et al, 2017). Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. In twee bomen bevinden zich eekhoornnesten. De eekhoorn is een algemeen voorkomende soort (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg géén vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud.

Doordat er geen nesten of foerageergebied verloren gaan (er komt juist meer foerageergebied voor de eekhoorn bij), zijn er ten aanzien van eekhoorns geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Gezien voorgaande kunnen, met in achtneming van voorgaande conclusies en aanbevelingen, significant negatieve effecten op basis van de Wet natuurbescherming worden uitgesloten. De quickscan flora en fauna en berekening stikstofdepositie zijn als separate bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen.

4.9 Archeologie en cultuurhistorie De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2023 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Het voornaamste doel is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Ieder nieuw bestemmingplan moet een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd in de Erfgoedwet.

Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk pagina 31 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek. Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Cultuurhistorie De provincie Limburg heeft in haar Omgevingsvisie het beleid omtrent cultuurhistorie opgenomen, welke streeft naar het behouden, ontwikkelen en beheren van beschermde historische bouwwerken, hoofdlijnen van jonge en oude cultuurlandschappen en historische landschapselementen. Volgens de provinciale kaart ‘Cultuurhistorische Waardenkaart Limburg’ liggen er binnen of in de directe nabijheid van het plangebied geen wezenlijke cultuurhistorische waarden of monumenten waar onderhavig initiatief invloed op heeft. Het aspect cultuurhistorie vormt daarom geen belemmering voor onderhavig initiatief. Archeologie De gemeente Venray heeft inzake de bescherming van (potentiële) archeologische waarden in 2008 een beleidsplan en archeologische waardenkaart opgesteld, welke is overgenomen in het bestemmingsplan ‘Heide’. In het bestemmingsplan ‘Heide’ is voor het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ toegekend. Hiervoor gelden grofweg restricties en een onderzoeksverplichting voor bodemingrepen met een oppervlakte vanaf 500 m² en dieper dan 0,5 m -mv.

Archeologisch vooronderzoek In dit kader heeft Transect een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd, welke is toegevoegd aan de bijlage (kenmerk 22100101, d.d. 18-01-2023). Op basis van het archeologisch onderzoek is vastgesteld dat in het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen, dit vanwege een hoge verwachting op nederzettingsresten uit de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen. Daarom wordt voorgesteld om in het kader van het op te stellen bestemmingsplan de archeologische verwachting als waarde archeologie uit te werken voor het hele plangebied, voor bodemingrepen dieper dan 60 cm -Mv. Op deze manier bevindt zich een buffer tussen de bodemingrepen en het archeologisch niveau dat vanaf 95 cm -mv voorkomt. Daarnaast wordt voorgesteld om een vervolgonderzoek uit te voeren in het gebied waar de voorgenomen bodemingrepen zullen plaatsvinden. Selectiebesluit gemeente Venray Vanwege de hoge mate van bodemverstoring tot in de C-horizont en de wisselende grondwaterstanden, is er aanleiding om de hoge verwachting voor het gehele plangebied te vervangen door een middelhoge verwachting. In de gemeentelijke archeologische beleidsregels wordt deze verwachtingswaarde aangeduid als ‘categorie 5’. De bijbehorende oppervlaktenorm is 2500 m². De bodemverstoring door planrealisatie blijft ruim onder deze oppervlaktenorm.

Bovendien ligt het potentiële archeologische niveau relatief diep, op ruwweg 1 m onder het maaiveld, waardoor het waarschijnlijk niet geraakt wordt door de werkzaamheden. Al met al volstaat bij dit plan de opname van een middelhoge archeologische verwachting als dubbelbestemming. In plaats van de standaard vrijgestelde dieptenorm van 50 cm kan in dit geval een dieptenorm van 100 cm worden gehanteerd. Voornoemd selectiebesluit is verwerkt in de regeling van het bestemmingsplan.

pagina 32 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

4.10

Verkeer en parkeren

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient voldoende aandacht te worden besteed aan een goede afwikkeling van het verkeer en het faciliteren van voldoende parkeergelegenheid op het eigen terrein als gevolg van het beoogd initiatief. Verkeer Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 7 huurappartementen en 2 vrijstaande woningen. Daarnaast wordt de bedrijfswoning omgevormd naar een reguliere woning en blijft de bestaande showroom behouden. Navolgende tabel geeft de te verwachten verkeersgeneratie van de nieuwe woningen weer. Al het verkeer van het plangebied wordt ontsloten op de Spiekert. Tabel 4.6: Verkeersgeneratie Object

Aantal

Stedelijkheid

Ligging

verkeersgeneratie

Totaal verkeersgeneratie

Huur, appartement,

7

stedelijk*

midden/goedkoop Huis, vrijstaand

Matig

2

Matig stedelijk*

Rest bebouwde

3,2 – 4,0

28,0

7,8 – 8,6

25,8

kom Rest bebouwde kom Totaal verkeersbewegingen (afgerond)

*

54

Voor het bepalen van de stedelijkheidsgraad is uitgegaan van het aantal omgevingsadressen van de gemeente Venray in 2022 (1031 per km2).

De verkeersgeneratie vanuit de huidige bedrijfsvoering zal grotendeels verdwijnen, behoudens die van de te handhaven showroom en de bestaande woning. Hierdoor zal er per saldo een afname van de verkeersgeneratie plaatsvinden ten opzichte van de huidige situatie. Parkeren Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van de ‘Beleidsnota Parkeernormen Venray’. In deze beleidsnota zijn de parkeerkencijfers van het CROW vertaald naar parkeernormen voor de gemeente Venray. Voor een appartement in de bebouwde kom geldt een parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen per appartementen. Voor de 7 nieuwe appartementen komt dit neer op een parkeerbehoefte van in totaal 11 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen worden gerealiseerd langs de toegangsweg aan het woonhofje nabij de appartementen. Voor een woonhuis in de bebouwde kom geldt een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per woning. De parkeerplaatsen voor de twee nieuwe vrijstaande woningen worden op eigen terrein gerealiseerd. De 6 parkeerplaatsen langs de Spiekert blijven gehandhaafd ten behoeve van de showroom. Daarnaast zullen de bestaande parkeerplaatsen ten behoeve van de bestaande woning ook behouden blijven. Gezien voorgaande is voldoende parkeergelegenheid verzekerd en zijn er met betrekking tot het aspect parkeren geen belemmeringen te verwachten.

pagina 33 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

4.11

Kabels en leidingen

Binnen of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen aanwezig. Er zijn derhalve geen belemmeringen met betrekking tot de aanwezigheid van kabels en leidingen voor de voorgenomen planontwikkeling te verwachten. Voorafgaand aan de graafwerkzaamheden zal tevens een Klic-melding worden gedaan om zeker te stellen dat ongeziene kabels en leidingen niet in het geding komen.

4.12

Niet gesprongen explosieven

Het hele grondgebied van Venray heeft in de 2e wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele ontwikkelingen of uitbreidingen in dit gebied, waar na de 2e wereldoorlog nog niet in de grond werd geroerd en er geen nadere onderzoeken hebben plaats gevonden, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving. Voordat de (graaf)werkzaamheden worden uitgevoerd zal hiervoor zorg worden gedragen.

4.13

M.e.r.-beoordeling

Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen, waaronder bestemmingsplannen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: •

Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden;

•

Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten.

Ten aanzien van het eerste criterium geldt dat er in deze situatie géén sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Dit blijkt uit de uitgebreide toetsing in paragraaf 4.8, waarbij geconcludeerd kan worden dat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebiedne zijn uit te sluiten. Ten aanzien van het tweede criterium geldt het volgende. Een m.e.r.-procedure is noodzakelijk als een besluit wordt genomen over een activiteit waarbij belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De vraag of door voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen veroorzaakt kunnen worden staat dan ook centraal bij het beoordelen of een m.e.r. moet worden pagina 34 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

uitgevoerd. De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven voor welke activiteiten direct een m.e.r.-plicht geldt. Verder zijn in onderdeel D van het Besluit m.e.r.-activiteiten aangewezen waarvoor het niet zeker is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden en waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. In dit kader zijn voor deze activiteiten in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen, waarbij in onderdeel D de drempelwaarden het laagst zijn. Voor de ontwikkeling van een woning in het plangebied is de categorie stedelijk ontwikkelingsproject relevant. Op de D-lijst van het Besluit m.e.r. is in categorie 11.2 aangegeven dat een stedelijk ontwikkelingsproject een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit is, wanneer de volgende drempelwaarden worden overschreden: •

een oppervlakte van 100 hectare of meer;

•

een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat of;

•

een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

De ontwikkeling betreft de gedeeltelijke sanering van een bestaande bedrijfslocatie en de realisatie van slechts 9 nieuwe woningen. De drempelwaarde voor het uitvoeren van een uitgebreide m.e.r.beoordeling ligt vele malen hoger. Evenwel dient het bevoegd gezag bij activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit middels de zogenoemde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ en gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: •

de kenmerken van de projecten;

•

de plaats van de projecten;

•

de kenmerken van de potentiële effecten.

Uit onderhavige toelichting en bijbehorende milieuparagrafen blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (de sanering van een (gedeelte) van een bedrijfslocatie met de realisatie van slechts 9 nieuwe woningen op een bestaand bouwperceel), de locatie van het project (binnen bestaand stedelijk gebied, binnen de contouren van het bestaande bouwvlak/bebouwing) en de effecten van het project (geen belangrijke nadelige ruimtelijk of milieukundige effecten, deze worden door de sanering van de bedrijfslocatie juist minder), de milieueffecten van het project niet van dusdanige omvang zijn dat sprake is van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Gezien voorgaande vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt het optellen van een MER niet noodzakelijk geacht. Besluitvorming omtrent dit aspect zal door de gemeente Venray separaat, en voorafgaand aan de start van onderhavige bestemmingsplanprocedure, plaatsvinden.

pagina 35 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding Het bestemmingsplan bestaat uit regels en een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting wordt gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Ondanks het feit dat de toelichting geen onderdeel uitmaakt van het juridisch plangedeelte, fungeert de toelichting wel als interpretatiekader voor de uitleg van de regels, indien hierover interpretatieverschillen blijken te bestaan. De structuur van het plan is zodanig dat de verbeelding ervan de primaire informatie geeft over waar gebouwd mag worden (bouwvlak voor bouwen tot een bepaalde goothoogte en bouwhoogte). Bij het raadplegen van het bestemmingsplan dient dan ook eerst naar de verbeelding gekeken te worden. Vervolgens kan men in de regels teruglezen welk gebruik en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan. De ordening van regels is daartoe zodanig opgezet dat bij iedere bestemming een nagenoeg compleet beeld van de regels voor die bestemming is gegeven. Desondanks blijven aanvullend inleidende bepalingen en algemene bepalingen nodig.

5.2 Toelichting op de verbeelding De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding omvat de gronden die voor de ontwikkeling van het plan van belang zijn. De keuze van de bestemmingen en de situering van de bestemmingsvlakken is gebaseerd op de huidige ruimtelijke situatie en de gewenste functies. Voorts sluit de opzet van de verbeelding aan op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De verbeelding is getekend op basis van een recente kadastrale ondergrond. Op de verbeelding zijn aangegeven:

• • • •

de grens van het plangebied; de (dubbel)bestemmingen van de in het plangebied gelegen gronden; bouwvlakken; aanduidingen waarnaar in de regels wordt verwezen.

De gronden gelegen binnen de grens van het plangebied zijn geregeld binnen dit bestemmingsplan. Een bepaalde kleur geeft aan om welke bestemming het gaat. Deze kleur maakt daarom meteen duidelijk welk artikel uit de regels geraadpleegd moet worden. Bouwvlakken geven de begrenzing weer waarbinnen gebouwen opgericht mogen worden. In de bouwvlakken moeten hoofdgebouwen gesitueerd worden. De overige aanduidingen geven een specifieke situatie weer, waarvoor in de regels een aparte regeling is opgenomen.

pagina 36 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

5.3 Toelichting op de planregels De regels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. De regels bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: •

inleidende regels;

•

bestemmingsregels;

•

algemene regels;

•

overgangs- en slotregels.

Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 van de regels bevat bepalingen die, net als de in hoofdstuk 3 opgenomen “Algemene regels”, algemeen gelden voor alle bestemmingen zoals opgenomen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 1 bevat de begrippen (artikel 1) en het artikel betreffende de wijze waarop bijvoorbeeld hoogtematen en oppervlaktematen moeten worden gemeten en berekend. In Hoofdstuk 3 zijn onder andere procedureregels, algemene gebruiksregels en flexibiliteitsbepalingen opgenomen. In Hoofdstuk 4 zijn de overgangsregels en de slotregel opgenomen. Bestemmingsregels In dit hoofdstuk worden planregels gegeven voor de binnen het plangebied bestaande functies. Per planregel zijn de doeleinden c.q. de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing, die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het afwijken van het plan of wijziging) toegestaan. Indien wordt voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (bebouwingspercentage, goothoogte en dergelijke) en wordt gebouwd binnen het aangegeven bouwvlak, kan hiervoor in de regel zonder meer een omgevingsvergunning voor het bouwen worden verleend.

Binnen iedere bestemming is een aantal algemene voorzieningen toegestaan, zoals voorzieningen voor verkeer en verblijf, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, tuinen, erven en verhardingen, voorzieningen voor openbaar nut, en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. In iedere bestemming zijn bouwregels opgenomen voor bouwwerken ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut. Binnen iedere bestemming is een aantal algemene regels opgenomen. Het betreft de bevoegdheid om nadere eisen te stellen, algemene afwijkingen van de bouwregels en algemene wijzigingsbevoegdheden. Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de algemene regels, zoals een anti-dubbeltelregel, algemene bouw-, gebruiks-, aanduidings-, afwijkings-, procedure- en de overige regels. Overgangs- en slotbepaling Dit hoofdstuk bevat bepalingen inzake het overgangsrecht en de slotregel.

pagina 37 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

5.4 Beschrijving bestemmingen Bedrijf De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven die zijn opgenomen in de categorieën 1 en 2 van de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten met daaraan ondergeschikt detailhandel, in het bijzonder een ‘showroom’, en voorzieningen van openbaar nut. Een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder waterhuishoudkundige en parkeervoorzieningen, paden en verhardingen, in- en uitritten en tuinen en erven. Verkeer De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor verkeer - en verblijfsdoeleinden, water en waterhuishoudkundige doeleinden, wegen, paden, verhardingen en andere bij de bestemming passende voorzieningen, groenvoorzieningen, kunstwerken, parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, speel- en wandelgebied, kiss & ride zone, bluswatervoorzieningen, kruizen en kapellen. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, beroepen aan huis met een maximum oppervlak van 40 m², voorzieningen van openbaar nut. Een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder waterhuishoudkundige en parkeervoorzieningen, paden en verhardingen, in- en uitritten en tuinen en erven. Waarde – Archeologie 5 De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied.

pagina 38 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie (Grexwet) opgenomen. Centrale doelstelling van de Grexwet is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijke kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Een exploitatieplan is niet noodzakelijk wanneer de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd zijn. Ten behoeve van dit plan is een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer, waarmee het kostenverhaal is verzekerd.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is er door het Waterschap Limburg een reactie ingediend, deze is voor kennisgeving aangenomen. Zienswijzen Conform artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerpplan van 17 november 2023 tot 29 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn van terinzagelegging is eenieder in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren brengen. Er zijn géén zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan is ongewijzigd vastgesteld. Omgevingsdialoog Gemeente en initiatiefnemers achten het van belang dat de beoogde ontwikkeling vroegtijdig aan omwonenden wordt toegelicht en met de omgeving wordt besproken. Initiatiefnemer heeft daarom een omgevingsdialoog gevoerd. Het verslag van de omgevingsdialoog is aan de bijlage van dit plan toegevoegd.

De omgevingsdialoog is positief verlopen en heeft niet geleid tot inhoudelijke aanpassingen aan het plan.

pagina 39 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai\ Bijlage 3 Foto’s bestaande houtsingel Bijlage 4 Invoergegevens en rekenresultaten V-Stacks Gebied Bijlage 5 Quickscan flora en fauna Bijlage 6 Berekening stikstofdepositie Bijlage 7 Archeologisch vooronderzoek Bijlage 8 Verslag omgevingsdialoog

pagina 40 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13807842/1