CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Naslagwerk Plan van aanpak omgevingsplan Venray 2019

Gemeenteraad 27 september 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Plan van aanpak Transitie naar Omgevingsplan6.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Plan van aanpak omgevingsplan Venray 29 oktober 2019

Inhoudsopgave

Algemene Inleiding Aanleiding Opzet plan van aanpak

3 3 4

Hoofdstuk 1 Het omgevingsplan 1.1 Inleiding 1.2 Overgangsperiode 1.3 Meerdere wegen naar Rome 1.4 Stappenplan Venray

5 5 5 6 7

Hoofdstuk 2 Kaders en samenhang 2.1 Relatie omgevingsplan en omgevingsvisie 2.2 Digitalisering 2.3 Vergunningverlening 2.4 Verordening fysieke leefomgeving 2.5 Bruidsschat

8 8 9 11 11 12

Hoofdstuk 3 Experimenteren en leren 3.1 Omgevingsplan Centrum 3.2 Vervolg praktijkanalyse door middel van werkgroepen 3.3 Omgevingsdialoog 3.4 Toepasbare regels en vragenbomen 3.5 Delegatie

13 13 14 14 15 16

Hoofdstuk 4 Organisatie, planning en risico’s 4.1 Planning 4.2 Financiële middelen 4.3 Risico’s

17 17 20 20

Hoofdstuk 5 Slotwoord

21

Bijlage 1 Overzicht verordeningen Bijlage 2 Tijdlijn

22 separaat document

2

Algemene inleiding Aanleiding Het omgevingsplan is één van de zes instrumenten uit de in voorbereiding zijnde Omgevingswet. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving landen in dit omgevingsplan en digitaal raadpleegbaar zijn voor de burgers. Alle losse beleidsregels en verordeningen moeten worden samengevoegd en geïntegreerd in één ‘document’. Hiertoe moeten alle verschillende belangen worden afgewogen en er is dus ook goede afstemming tussen alle betrokken interne en externe partijen vereist. Het omgevingsplan biedt hiermee een kans te dereguleren door ‘dubbele regels’ en tegenstrijdigheden weg te halen en integraal te kijken naar fysieke leefomgeving in zijn geheel.

De Omgevingswet bundelt de wetgeving en de regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Het gaat om de balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Met het oog op een duurzame ontwikkeling. De komst van de Omgevingswet maakt het omgevingsrecht inzichtelijker voor burgers, ondernemers en overheden.

De gemeente krijgt bij het vaststellen van normen bovendien enige bestuurlijke afwegingsruimte: het is mogelijk om binnen bandbreedtes hogere of lagere normen vast te stellen. Dit onder het motto ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. Een ‘goede omgevingskwaliteit’ moet bij afwijking geborgd blijven. In welke gevallen daar concreet sprake van is, is voor een deel aan de beoordeling van het gemeentebestuur. De bestuursorganen zijn hierbij gebonden aan de in de Omgevingswet opgenomen zorgplicht en blijven uiteraard ook gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

3

Al met al een omvangrijke opgave die veel vraagt van alle betrokkenen. Het is te zien als een puzzel waarin de doelen en uitgangspunten van de wet en de ambities van de gemeente op locatieniveau bij elkaar moeten komen. In het plan van aanpak proberen we meer inzicht te geven in de puzzel maar –vooral- in de manieren hoe we deze puzzel kunnen oplossen.

Als strategie voor de implementatie van de Omgevingswet is in het eerder vastgestelde procesplan gekozen voor een pragmatisch onderscheidende strategie. In dit plan van aanpak wordt hierbij aangesloten. We gaan uit van de huidige werkwijze. Hierin voeren we gefaseerd de noodzakelijke veranderingen door. Dit om deze complexe opgave beheersbaar, overzichtelijk en betaalbaar te houden. De puzzelstukken hebben we nog niet compleet. Dit maakt het een dynamisch proces en het plan van aanpak een dynamisch document.

Opzet plan van aanpak In dit plan van aanpak lichten we kort de aanleiding van de nieuwe wet, de Omgevingswet toe. Vervolgens lichten we de mogelijkheden voor het opstellen van het omgevingsplan toe en geven we aan hoe we dit in de komende jaren gaan oppakken. In de rode kaders worden belangrijke aandachtpunten dan wel keuzes aangegeven. In hoofdstuk 2 geven we verder nog de kaders en de samenhang, zoals de Omgevingsvisie, het digitale stelsel aan. Daarnaast zijn we al bezig met het opdoen van ervaringen om te werken met de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. Daarover informeren wij u verder in hoofdstuk 3. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 in een schema aangegeven hoe de (voorlopige) planning er uitziet, zodat inzichtelijk wordt welke vervolgstappen er de komende jaren gezet worden op weg naar de invoering van de Omgevingswet.

4

1.

Het omgevingsplan

1.1

Inleiding

Het ‘omgevingsrecht’ is altijd al sterk versnipperd geweest. Ruimtelijke opgaven van een gebied vragen juist om een integrale benadering waarbij alle aspecten in samenhang worden beschouwd en tegen elkaar worden afgewogen. De afgelopen tien jaar zijn al meerdere wetten met vergelijkbare intenties ingevoerd, onder meer de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Hierdoor hebben gemeenten al ervaring kunnen opdoen met onder meer omgevingsvergunningen en de digitalisering van bestemmingsplannen. Het omgevingsplan heeft een bredere reikwijdte dan de huidige bestemmingsplannen. Het bevat namelijk alle regels die over de fysieke leefomgeving gaan. Het biedt kansen om meer integraal naar de fysieke leefomgeving te kijken. Het samenvoegen van alle regels in één document vraagt echter om een goede afweging en afstemming. Het is daarbij van belang om vooraf de ambities met betrekking tot het opstellen van een omgevingsplan te bepalen. In samenwerking met het programma Aan de slag met de Omgevingswet zijn staalkaarten ontwikkeld. De staalkaarten geven inzicht in de nieuwe mogelijkheden die de systematiek van de Omgevingswet biedt. Er zijn op dit moment 4 verschillende staalkaarten ontwikkeld. Er is een staalkaart voor Bedrijfsmatige activiteiten, Buiten centrum stedelijk gebied, Centrum stedelijk gebied en Energietransitie.

Ze geven een voorbeeld voor gemeenten hoe om te gaan met mogelijke varianten om een gebied te consolideren, te herstructureren of te transformeren. Deze staalkaarten zijn geen blauwdruk voor de nieuwe regels voor een omgevingsplan, maar bevatten mogelijkheden voor het opstellen van een omgevingsplan. Er zullen nog meer staalkaarten opgesteld gaan worden. De op te stellen regels zijn mede afhankelijk van de opgaven en ambities uit de Omgevingsvisie.

1.2

Overgangsperiode

De beoogde datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet is 1 januari 2021. Gemeenten hebben vervolgens tot en met 2029 de tijd om hun grondgebied te voorzien van één integraal omgevingsplan. In de tussentijd gelden de volgende relevante bepalingen als overgangsrecht: -

De bestaande bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en inpassingsplannen

binnen de gemeente Venray worden van rechtswege gezien als één omgevingsplan. -

Gemeentelijke verordeningen houden tot 2029 hun werking. De onderdelen

hiervan die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving moeten voor 2029 worden geïntegreerd in het omgevingsplan. -

Bestemmingsplannen die vóór 1 januari 2021 in ontwerp in procedure zijn gegaan

kunnen worden afgedaan conform het ‘oude’ recht. -

Na 1 januari 2021 moeten individuele initiatieven afgedaan worden volgens de

eisen van de Omgevingswet.

5

-

Voor wat betreft de decentralisatie van rijksregels naar de gemeente geldt tot

2029 de overgangsregeling van de ‘bruidsschat’. Dit is een set aan regels (inclusief toelichting) die van rechtswege gezien worden als onderdeel van het gemeentelijke omgevingsplan. De gemeente heeft tot 2029 de tijd te bepalen of zij deze regels overnemen, aanpassen of schrappen. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 2.5.

1.3

Meerdere wegen naar Rome

Zoals gezegd is het opstellen van een integraal omgevingsplan een omvangrijke klus. Het vereist de harmonisatie en integratie (en voor een deel ook volledige digitalisering) van: -

De regels uit de ruim 100 bestemmingsplannen

-

De regels uit ongeveer 30 verordeningen die betrekking hebben op de ‘fysieke leefomgeving’

-

De rijksregels die gedecentraliseerd worden

Daarnaast bevat de stelselherziening van de Omgevingswet nieuwe voorschriften en mogelijkheden, waarmee bij het opstellen van een omgevingsplan rekening moet worden gehouden. Daarnaast is één van de speerpunten van de Omgevingswet participatie. Dit omarmen we en gaan eveneens een plek geven in het proces om te komen tot een integraal omgevingsplan. Er leiden meerdere wegen naar Rome. Dat gezegde gaat ook op voor het opstellen van een omgevingsplan en de stappen erheen. Veel gemeenten zijn –net als Venray- bezig met het opstellen van een bestemmingsplan verbrede reikwijdte om zo ervaring op te doen met een gedeelte van het nieuwe instrumentarium. Sommige gemeenten experimenteren al met zo’n plan voor het gehele grondgebied, bijvoorbeeld Venlo, Peel en Maas, Breda, Deventer, Heerlen en Utrecht. Het is niet altijd zo dat dit dan ook echt resulteert in één plan. Meestal wordt het gehele bestand aan bestemmingsplannen van zo’n gemeente gezien als één plan. Er zijn diverse mogelijkheden om tussen nu en 2029 te komen tot een omgevingsplan, die allen voor- en nadelen kennen: •

In één keer het gehele gebied

6

Voordelen: Dit is de meest integrale werkwijze. Waarschijnlijk is het de beste manier te komen tot uniformiteit in systematiek en regels van het plan, want er is weinig risico dat voortschrijdend inzicht leidt tot wijzigingen en herziening van uitgangspunten. Nadelen: De werkzaamheden zijn omvangrijk (met name het tekenwerk en de regels). Het risico bestaat dat het proces stroperig verloopt, omdat de meest complexe onderdelen de voortgang van het geheel bepalen en kunnen dit vertragen. Daarnaast is het proces van de uitwerking van de omgevingsvisie waarschijnlijk nog niet afgerond bij de start van opstellen van het integrale omgevingsplan. •

Opstellen van omgevingsplan in fasen, per thema

Voordelen: De huidige beleidsonderwerpen kunnen fungeren als ‘bouwstenen’ en houden hun eigen ‘cyclus’ van herziening en bijstelling. Zo is het makkelijker in het plan in te springen op trends en ontwikkelingen binnen die thema’s. Nadelen: De integrale werkwijze is beperkt tot het beleidsthema. Op locatieniveau komen thema’s echter samen: een omgevingsplan moet voorzien in een regeling voor alle toegestane functies en activiteiten. Het risico ontstaat dat er een ratjetoe aan regelingen ontstaat . Tot slot is het lastig de thema’s te benoemen, vaak zit ook daarin overlap. •

Opstellen van omgevingsplan in fasen, per gebied

Voordelen: Er wordt dan een integrale regeling van locatie(s) opgesteld. Het is mogelijk het omgevingsplan op te delen in gebieden met een zekere ruimtelijke samenhang en eigen karakter. Nadelen: Uiteindelijk moeten deze puzzelstukken passen in het geheel van één omgevingsplan. Er moet dus aandacht zijn voor uniformiteit tussen de regelingen voor diverse gebieden. Gelet op de standaarden van het DSO is nog niet duidelijk hoe dit vorm gegeven kan worden. •

Opstellen van omgevingsplan in fasen, per ruimtelijke opgave

Voordelen: Je kan starten met de opgaven die het meest prioriteit hebben. Nadelen: Zie thema’s: de integraliteit is beperkt tot de opgave, terwijl de samenhang met de omgeving vaak een relevante factor is.

1.4

Stappenplan Venray

De transitie naar één omgevingsplan is te zien als ‘verbouwen met de winkel open’. Uit de praktijkanalyse blijkt dat we jaarlijks een grote hoeveelheid ruimtelijke procedures begeleiden. Het is dus zaak dat initiatiefnemers weinig ‘overlast’ ondervinden van de verbouwing tot één omgevingsplan. Het is echter niet uitgesloten dat er geprioriteerd zal moeten worden. Daarnaast zijn ook beleidsuitgangspunten niet statisch, maar voortdurend in ontwikkeling. Daarom is het belangrijk nauw samen te (blijven) werken met de makers van de omgevingsvisie en bij het proces om te komen tot een omgevingsvisie af en toe een doorkijkje te maken naar mogelijke een vertaling in het omgevingsplan. De algemene aanpak van de implementatie Omgevingswet in gemeente Venray is ‘pragmatisch onderscheidend’. Het plan van aanpak voor het omgevingsplan sluit daarbij aan door niet alles tegelijk te willen oppakken maar goed te kijken naar een logische volgorde en aanpak die aansluit bij het proces van het omgevingsplan en de 7

programma’s. In 2019 en 2020 zijn vooral voorbereidende handelingen mogelijk en wordt het bestemmingsplan verbrede reikwijdte voor het centrumgebied van Venray afgerond. Vanaf 2021 voorzien we een gefaseerde totstandkoming van het omgevingsplan van de gemeente Venray. De omvang van het Venrayse grondgebied is groot en er is een even grote variatie in de dynamiek, opgaven en kring van belanghebbenden per gebied. Het proces van de omgevingsvisie loopt nog volop en na vaststelling van de omgevingsvisie volgen waarschijnlijk nog programma’s.

We stellen in dit plan een gecombineerde aanpak voor: 1. Als uitgangspunt stellen we een gefaseerde aanpak per (samenhangend) gebied voor. Inwoners en ondernemers hebben immers binding met het gebied waarin zij wonen en alle kwaliteiten, kenmerken en ruimtelijke opgaven die dat gebied in zich heeft. Voor de definiëring van gebieden zal in de basis worden aangesloten aan bij de omgevingsvisie. 2. Om de uniformiteit van de regels in de diverse gebieden en een soepele doorwerking van de omgevingsvisie verder te bevorderen, gaan we, enkele voor het gehele grondgebied belangrijke thema’s / ruimtelijke opgaven, ook in een werkgroepverband op te pakken. Te denken valt aan een werkgroep bouwregels (inclusief doorvertaling van welstand), een werkgroep wonen (incl. nieuwe woonvormen) en een werkgroep duurzaamheid.

2.

Kaders en samenhang

2.1 Relatie omgevingsplan en omgevingsvisie Het omgevingsplan bevat voor een belangrijk deel de concrete vertaling van de omgevingsvisie. Daarbij is het van belang dat er een samenhang is tussen enerzijds de ambities en doelen die in de omgevingsvisie worden opgenomen en anderzijds de diverse regelingen in het toekomstig omgevingsplan. Dit betekent dat bij het opstellen van de omgevingsvisie regelmatig een ‘doorkijk’ moet worden gemaakt naar hoe de vertaling naar het omgevingsplan kan plaatsvinden. Het is wenselijk om voor zowel visie als plan zoveel mogelijk uit te gaan van dezelfde begrippen, gebieds- en thematische indeling, met als doel de leesbaarheid en herkenbaarheid voor inwoners en bedrijven (die moeten werken met beide documenten) te vergroten. Bovendien is een heldere relatie essentieel om het gegevensbeheer en de monitoring goed te kunnen organiseren. Volgens planning zal de Omgevingsvisie deel 1: Visie en kader in 2020 worden vastgesteld. Dan zullen de beleidsdoelen en omgevingswaarden in beeld zijn gebracht en kunnen deze gebruikt worden om te bepalen of ontwikkelingen gewenst zijn op een bepaalde locatie of gebied. Indien er meer duidelijk is over de ambitie uit de Omgevingsvisie kunnen deze concrete aspecten worden door vertaald naar het omgevingsplan:

8

2.2 Digitalisering (DSO) Het digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) is het stelsel van de landelijke digitale voorziening, gecombineerd en verbonden met alle lokale digitale systemen van provincies, waterschappen en gemeenten (en hun ketenpartners of uitvoeringsorganisaties). Alle informatie uit landelijke en lokale bronnen moet samenkomen in 1 systeem. De ontwikkeling van dit digitale stelsel is complex. Met het landelijke programma “Aan de slag met de Omgevingswet” bouwen de overheden aan de benodigde componenten die gezamenlijk het DSO vormen. Centraal hierin komt het Omgevingsloket als landelijke voorziening (DSO-LV) te staan. Alle overheden staan zelf aan de lat voor het voorbereiden van hun eigen systemen, maar ook het actueel maken en houden van hun digitale informatie. Het digitaal stelsel heeft in eerste aanleg invloed op 3 activiteiten bij gemeenten, provincies en waterschappen: a. vergunningaanvragen en meldingen ontvangen en verwerken b. omgevingswetbesluiten opstellen en beschikbaar stellen c. toepasbare regels beheren en beschikbaar stellen

9

Ad a. Aanvragen en meldingen uit het Omgevingsloket Initiatiefnemers kunnen vergunningaanvragen en meldingen indienen via het Omgevingsloket. Deze aanvragen en meldingen komen in het digitaal stelsel in een werkmap voor het bevoegd gezag. Het zaak- of vergunningensysteem van de gemeente krijgt de melding dat er een aanvraag klaar staat. Vervolgens kan het lokale systeem de aanvraag ophalen uit de werkmap en in het eigen systeem plaatsen. De gemeente kan het verzoek daarna volgens het eigen proces afhandelen. Ad b. Omgevingsbesluiten digitaal beschikbaar maken Omgevingsplannen moeten begrijpelijk zijn voor iedereen. Daarom bestaan er reeds afspraken over de wijze van visualiseren van tekst en kaart. Er zijn afspraken over de opbouw van een bestemmingsplan en het gebruik van kleuren en benaming van bijv. bestemmingen en functiebenamingen. In heel Nederland wordt bijvoorbeeld voor de bestemming Wonen, dezelfde kleur geel gebruikt en dezelfde letter W. In het kader van de Omgevingswet wordt een verdere slag in de leesbaarheid beoogd en het toegankelijk maken van de informatie, of te wel de ontsluiting van de inhoud van het omgevingsplan. De rijksoverheid zal daarvoor standaarden opstellen. De ontsluiting (oftewel het tonen of visualiseren) van bestemmingsplannen vindt nu plaats via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl.

Er is echter voor het opstellen, vaststellen, bekendmaken en beschikbaar stellen van officiële publicaties een nieuwe standaard officiële publicaties ontwikkeld. Deze generieke standaard (de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB)) dient voor alle overheidspublicaties. Ad c. Van juridische naar toepasbare regels Toepasbare regels is een vertaling van de juridische regels naar een meer begrijpelijke taal. Via zogenoemde vragenbomen of beslisbomen wordt duidelijk of iemand wel of geen vergunning voor een activiteit moet aanvragen. Deze toepasbare regels kunnen dan door 10

de gemeente in het Omgevingsloket gezet worden. Via hetzelfde Omgevingsloket kan vervolgens een aanvraag of melding ingediend worden. Om in 2021 klaar te zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn we al begonnen met de voorbereidingen. In de opgestelde Impactanalyse & Roadmap DSO is aangegeven hoe gewerkt wordt aan een tijdige realisatie van de digitale aspecten van de invoering van de Omgevingswet. Vanuit het deelproject omgevingsplan wordt meegewerkt in de actie tot aanschaf/aanbesteding van plan software en software toepasbare regels. Over het opstellen van beslisbomen of vragenbomen zal in paragraaf 3.4 verder worden ingegaan. Tot slot is het nog belangrijk om te vermelden dat het DSO zoals dat per 1 januari 2021 gehanteerd gaat worden nog niet ‘klaar’ is.

2.3 Vergunningverlening Een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet aan het bestemmingsplan en na de inwerkingtreding van de Omgevingswet aan het omgevingsplan getoetst worden. Voor de afhandeling van een aanvraag omgevingsvergunning geldt straks een termijn van 8 weken, terwijl er op dit moment ook aanvragen zijn waarvoor een termijn van 26 weken geldt. De inhoud van het omgevingsplan is dan ook van belang voor het uiteindelijk kunnen verlenen van een omgevingsvergunning. Daarnaast kan in een omgevingsplan bepaald worden dat voor bepaalde activiteiten geen vergunningplicht meer geldt. Een integrale aanpak bij het opstellen van het omgevingsplan is dan ook noodzakelijk.

2.4 Verordening fysieke leefomgeving De fysieke leefomgeving staat in de Omgevingswet centraal. Hieronder vallen uiteenlopen beleidsvelden en regels. Deze worden zo veel mogelijk samengevoegd in het omgevingsplan, zodat er een samenhangend en integraal omgevingsplan ontstaat met regels over de fysiek leefomgeving. In de gemeente Venray hebben we rond de 30 verordeningen die deels of geheel regels omvatten over de fysieke leefomgeving. (zie Bijlage 1) Van belang is om te komen tot een integraal omgevingsplan. Er is geen eenduidige of wettelijk voorgeschreven wijze waarop de diverse beleidsregels en verordeningen, die de fysieke leefomgeving betreffen, in een omgevingsplan opgenomen moeten worden. Hoe de diverse beleidsregels in het gehele omgevingsplan voor Venray opgenomen zullen worden is nog niet duidelijk. In de pilot Omgevingsplan Centrum Venray is een eerste start gemaakt door regels uit de APV voor geluid bij evenementen in het plan op te nemen. Het komende jaar zal daar meer ervaring mee opgedaan worden. Zoals aangegeven heeft er wel een eerste inventarisatie plaatsgevonden van de beleidsregels en verordeningen die voor de fysieke leefomgeving van belang zijn. Het komende jaar (2020) gaan we gebruiken om de verordeningen nader te bekijken en te onderzoeken of er wellicht meer uniformiteit mogelijk is en of er regels verwijderd kunnen worden.

Het opschonen kan ook het opnieuw vaststellen van een verordening 11

behelzen, waarbij een aantal regels niet meer aan de orde zijn en/of geüniformeerd zijn. Dit dient te gebeuren in overleg met of door de betreffende afdeling of het team welke de verordening heeft opgesteld. Vooralsnog wordt er meer waarde gezien in het, waar mogelijk, vereenvoudigen en opschonen van de regels, dan in het samenvoegen van alle verordeningen tot één verordening met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Het doel daarbij is om meer duidelijkheid te scheppen voor alle gebruikers en te zorgen voor transparantie, integraliteit van regels en vereenvoudiging van procedures. Dit alles in de lijn van de Omgevingswet. Het vereenvoudigen en opschonen van verordeningen moet in nauwe samenwerking met de inhoudelijke specialisten plaatsvinden. Coördinatie van deze werkzaamheden is noodzakelijk om de verordeningen uiteindelijk in het omgevingsplan te kunnen opnemen. Hiervoor zal een trekker aangewezen worden.

2.5 Bruidsschat Naast het integreren van de gemeentelijke regels op het gebied van de fysieke leefomgeving is sprake van een grootschalige decentralisatie. Honderden regels uit o.a. het Activiteitenbesluit, die rechtstreeks gelden voor bedrijven en burgers, moeten na inwerkingtreding van de Omgevingswet door de gemeente worden bepaald. Het betreft o.a. regels met betrekking tot bouwen, milieubelastende activiteiten, lozingen en gevolgen van milieu-effecten als gevolg van emissies van geluid, geur en trillingen door bedrijven. De gemeente krijgt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2021 een set regels die in de overgangsfase (tot 2029) beschouwd wordt als onderdeel van het omgevingsplan. Het rijk refereert aan dit speciale overgangsrecht als ‘de bruidsschat’. Gemeenten krijgen door de bruidsschat de tijd om zelf een afweging te maken hoe ze deze onderwerpen willen regelen. Deze regels kunnen vanaf de inwerkingtreding worden aangepast, versimpeld of geschrapt. Daarbij gelden uiteraard wel randvoorwaarden. De bruidsschat betreft de huidige regels ten aanzien van geluid, geur en trilling door bedrijven. Deze blijven dus van rechtswege van toepassing als de Omgevingswet in werking treedt. Niet alle regels in de gemeentelijke bruidsschat voldoen aan de eisen van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van het Rijk.

De geluidsvoorschriften voldoen bijvoorbeeld nog niet aan alle instructieregels voor geluid in het Bkl. In 2029 moeten alle bepalingen uit het omgevingsplan voldoen aan de eisen. Het is om een aantal redenen noodzakelijk de regels uit de bruidsschat kritisch te bekijken: 

De regels zouden niet kunnen passen bij de situatie in de gemeente Venray en de ambities zoals opgenomen in de nog op te stellen omgevingsvisie.

De regels zijn omvangrijk en ingewikkeld. Regels met betrekking tot activiteiten die niet in Venray voorkomen, kunnen wellicht geschrapt worden. Andere regels kunnen wellicht worden vervangen of aangepast.

12

Onderzocht moet worden in hoeverre we aansluiting willen behouden bij deze landelijke regels dan wel in hoeverre er maatwerk, naar de Venrayse omgeving wenselijk is. Aanpassing van deze regels moet gebeuren via aanpassing van het omgevingsplan. Het aspect geluid is een onderwerp dat onder de huidige regelgeving in de gemeente Venray al goed is uitgewerkt. Andere onderwerpen zijn beleidsmatig nog sterk aan veranderingen onderhevig. De regels uit de bruidsschat die betrekking hebben op geluid zullen door de inhoudelijke specialisten op dit gebied uitvoerig bekeken worden in relatie tot de Venrayse regels die we nu hebben. Daarbij wordt gekeken in hoeverre we nu al afwijken, hoe we dit kunnen behouden en hoe we dit kunnen laten landen in het omgevingsplan. Indien nodig zal worden voorgesorteerd op aanpassing van de regels uit de bruidsschat op dit gebied zo kort mogelijk na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Wanneer de specifieke ambities uit de visie duidelijk zijn, zullen ook andere aspecten op dezelfde wijze bekeken worden.

3

Experimenteren en Leren

3.1 Omgevingsplan Centrum Venray Er wordt gewerkt aan een nieuw, actueel en toekomstgericht plan voor het centrum van Venray. Met dit nieuwe plan wordt ook voorgesorteerd op enkele nieuwe mogelijkheden die de Omgevingswet vanaf 2021 biedt. Met deze mogelijkheden kan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet al geoefend worden. In het omgevingsplan kan de gemeente diverse regelingen samenbrengen en in één regeling opnemen, zoals bestemmingsregelingen en delen uit de APV of de welstandsnota. Daarmee wordt het beter mogelijk in te spelen op diverse ruimtelijke opgaven. Nu zijn die bepalingen nog in verschillende documenten ondergebracht. Uiteraard worden niet alle nieuwe mogelijkheden die de Omgevingswet biedt in het nieuwe omgevingsplan toegepast. Voor het opstellen van dit plan hebben diverse dialoogsessies met ambtenaren, omwonenden, pandeigenaren en gebruikers van het centrum plaatsgevonden. Dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte zal eind 2019 / begin 2020 worden vastgesteld en daarna in werking treden.

Het jaar tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet en ook de overgangsfase daarna zal gebruikt worden om te evalueren hoe deze nieuwe mogelijkheden uitpakken. Dit zal gebeuren door gebruik te maken van concrete casussen in dit gebied. Deze casussen zullen door de betrokken disciplines in gezamenlijkheid besproken worden. Dit met als doel om voor het toekomstige omgevingsplan hiervan te leren. 13

3.2 Vervolg praktijkanalyse door middel van werkgroepen Er zijn altijd initiatieven die niet passen in het bestemmingsplan waardoor een afwijking van het bestemmingsplan nodig is. Om deze reden zijn er de afgelopen jaren veel postzegelbestemmingsplannen vastgesteld en zijn er de nodige vergunningen verleend waarbij een afwijking van het bestemmingsplan is toegestaan. Het is goed om te onderzoeken waarvoor en waarom een afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Bepaalde zaken waarvoor vaak van een bestemmingsplan wordt afgeweken, zouden in het omgevingsplan wellicht ook zo geregeld kunnen worden dat het doorlopen van extra procedures niet nodig is. De praktijkanalyse is voor wat betreft de verleende omgevingsvergunningen afgerond. De analyse van de bestemmingsplannen is nog niet geheel afgerond.

De conclusies uit deze praktijkanalyse zullen worden meegenomen bij het opstarten van de thema’s en naar aanleiding van de ruimtelijke opgave en vastgestelde ambities in de Omgevingsvisie. Aan de hand van concrete casussen zullen specifieke onderwerpen één voor één in gezamenlijkheid door de betrokken disciplines besproken worden. Met de input uit deze werkgroepen zal, waar mogelijk, de huidige regeling zo worden aangepast dat minder vaak een afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk is.

3.3 Omgevingsdialoog Actieve participatie met de omgeving wordt bij nieuwe initiatieven door de Omgevingswet verplicht gesteld. De vorm van de participatie, en het duiden van de ‘omgeving’ is door de wetgever vrijgelaten. Het houden van een dialoog met de omgeving is binnen de gemeente Venray niet nieuw. Bij grote projecten vindt ook nu al vaak een dialoog plaats, vaak op vrijwillige basis en op initiatief van een aanvrager. Vanwege het belang van de dialoog en om te kunnen oefenen met de verplichte participatie uit de Omgevingswet gaan we de dialoog bij ruimtelijke projecten actiever stimuleren. Dit willen we doen door elk initiatief te beginnen met een startgesprek met de initiatiefnemer en zijn adviseur waarin onder andere wordt gewezen op het feit dat het voeren van een omgevingsdialoog noodzakelijk is en de verplichting om de opbrengsten hiervan met ons te delen. Om initiatiefnemers te helpen bij het voeren van een dialoog wordt gewerkt aan het opstellen van een handreiking voor het voeren van een goede dialoog. Hiermee krijgt de dialoog een prominentere plek in deze procedures en kan hiermee vooruitlopend op de Omgevingswet bewuster geoefend worden. Het voornemen om deze omgevingsdialoog in te voeren is al met een aantal adviseurs die veel ruimtelijke procedures doen in onze gemeente gedeeld. Ook met het voeren van de startgesprekken is al gestart.

14

Er zal zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij bestaande overlegstructuren, zoals dorps- en wijkraden. De dialoog krijgt ook een prominente plek bij het opstellen van de omgevingsvisie. Van ervaringen hiermee bij het opstellen van de visie zullen bij het vormgeven van deze dialoog meegenomen worden. Over het invoeren van de omgevingsdialoog is formeel nog niet besloten. Een voorstel hierover zal eind 2019 aan de Raad worden voorgelegd. Voor de invoering van de Omgevingswet zal geëvalueerd worden wat deze stap in het proces nu heeft opgeleverd en in hoeverre aanpassing hiervan nodig is met het oog op de invoering van de Omgevingswet.

3.4 Toepasbare regels en vragenbomen Via het nieuwe omgevingsloket kunnen initiatiefnemers vanaf 1 januari 2021 hun melding of vergunningsaanvraag indienen. Het nieuwe omgevingsloket maakt het mogelijk om vragenbomen op te nemen. Vragenbomen zorgen ervoor dat een aanvrager alleen vragen voorgeschoteld krijgt die op zijn of haar initiatief van toepassing zijn. We kennen vragenbomen voor het uitvoeren van een vergunningencheck en voor het indienen van een vergunningaanvraag of melding. Vragenbomen worden opgebouwd uit toepasbare regels. De VNG heeft uitgezocht welke activiteiten in de fysieke leefomgeving het meeste worden uitgevoerd door burgers en bedrijven. Deze top 10 van activiteiten zal de VNG uitwerken in vragenbomen en beslistabellen. In deze top 10 lijst staan oa. kappen, de in- en uitrit en de reclamevergunning. Een deel van de topactiviteiten wordt gereguleerd door rijksregels die door het Rijk worden vertaald naar toepasbare regels. Een ander deel behoort tot de eerder genoemde bruidsschat. Ook hiervoor maakt het Rijk de juridische en toepasbare regels, maar gemeenten hebben vanaf 1 januari 2021 het beheer erover. Een gemeente kan daarnaast ook zelf toepasbare regels naar een vragenboom vertalen. De gemeente bepaalt dan zelf welke juridische regels vertaald worden naar toepasbare regels.

Het digitale stelsel kan deze toepasbare regels alleen verwerken als deze voldoen aan bepaalde vorm- en structuureisen. De standaard toepasbare regels (STTR) beschrijven die. Het is van belang dat een toepasbare regel van voldoende inhoudelijke kwaliteit is. Hierbij kan de volgende richtlijn gebruikt worden: •een vraag is maar op 1 manier uit te leggen •een vraag moet relevant zijn in de vragenboom. Het moet de initiatiefnemer dichter bij de conclusie brengen. Bijvoorbeeld: moet ik een vergunning aanvragen voor mijn initiatief of activiteit?

15

In het nieuwe omgevingsplan Centrum wordt voorgesorteerd op een aantal mogelijkheden van de Omgevingswet. Er is voor gekozen om regels op te nemen over evenementen en geluid. Daarnaast is er in dit plan voor gekozen om, afhankelijk van of aan bepaalde voorwaarden is voldaan, bepaalde functies direct, na een melding of met een vergunning toe te staan. Om te oefenen met toepasbare regels en vragenbomen starten we met het omzetten van deze 2 zaken in toepasbare regels/vragenbomen.

3.5 Delegatie De Raad is bevoegd tot het vaststellen van een omgevingsplan. In artikel 2.8 van de Omgevingswet is bepaald dat de Raad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het plan kan delegeren aan het college. Zo’n delegatiebesluit vormt een zelfstandig besluit dat geen deel uitmaakt van het omgevingsplan. Hoewel delegatie onder de huidige wetgeving niet mogelijk is, komt het ook nu voor dat het college beslist over ruimtelijke projecten en niet de Raad. Het vaststellen van de huidige wijzigingsplannen is een bevoegdheid van het college. Daarnaast heeft de Raad categorieën aangewezen waarbij een verklaring van geen bedenkingen van de Raad niet noodzakelijk is voor het verlenen van een uitgebreide omgevingsvergunning. Het is goed om nu al na te denken over de mogelijke inhoud van een dergelijk delegatiebesluit. Het wijzigen van het omgevingsplan via de Raad kost veel tijd en kan er daarom voor zorgen dat het lang duurt om de voor initiatieven noodzakelijke vergunningen te verlenen en het project te realiseren. Voor wat de inhoud van het delegatiebesluit wordt in ieder geval aan de volgende zaken gedacht: -

Naast een wijziging van het omgevingsplan is het ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet mogelijk om aan initiatieven die afwijken van het omgevingsplan medewerking te verlenen door middel van een omgevingsvergunning. De Raad wordt dan in de gelegenheid gesteld om hierover advies te geven. Uiteindelijk moeten deze vergunningen binnen 5 jaar ook nog verwerkt worden in het omgevingsplan. Dit is feitelijk een administratieve bevoegdheid die zich goed leent voor delegatie.

-

Zowel de Raad als het college stellen regelmatig beleidsregels vast. Regels die betrekking hebben op fysieke leefomgeving kunnen ook in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen. Ook hiervoor moet het omgevingsplan worden aangepast. Een dergelijke aanpassing is aan te merken als uitvoering en daarmee ligt delegatie aan het college voor de hand.

-

Ontwikkelingen die niet passen binnen een omgevingsplan kunnen nu en straks ook mogelijk worden gemaakt met een omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan. De wet schrijft nu voor dat in die gevallen een verklaring van geen bedenkingen van de Raad nodig is. Door de Raad zijn onder de huidige wet categorieën van gevallen aangewezen waarvoor een 16

dergelijke verklaring van geen bedenkingen niet nodig is. De huidige categorie aanwijzing vervalt straks. Het is logisch om aan te sluiten bij deze categorie gevallen. -

Op dit moment wordt gewerkt aan het opstellen van een omgevingsvisie. De visie zal uiteindelijk moeten worden door vertaald naar het omgevingsplan. Van belang is om bij de vaststelling van de omgevingsvisie rekening te houden met de mogelijkheid om de vaststelling van delen van het omgevingsplan die betrekking hebben op onderdelen van deze visie te delegeren aan het college.

De afhandeling van bovengenoemde zaken worden onder de huidige regelgeving ook al aan het college overgelaten. Om onnodige vertraging in procedures te voorkomen, is het noodzakelijk straks in deze nieuwe vorm een delegatiebesluit te nemen. Afhankelijk van keuzes die in het omgevingsplan gemaakt gaan worden, kan het ook wenselijk zijn om andere onderwerpen ook hierin op te nemen. Het delegatiebesluit kan pas in werking treden na 1 januari 2021. In de tweede helft van 2020 zal dit onderwerp verder opgepakt worden.

4. Organisatie, planning en risico’s 4.1 Planning Onderstaand zijn de diverse acties uit het plan van aanpak schematisch weergegeven. In bijlage 2 bij dit plan van aanpak zijn de acties daarnaast in een tijdlijn zichtbaar gemaakt. Dit maakt inzichtelijk in welke periode de werkzaamheden zullen gaan plaatsvinden. Uiteraard is het proces om te komen tot een omgevingsplan een dynamisch proces waarbij het mogelijk is dat geschoven wordt met acties. Periode 2019-2020: voorbereidende werkzaamheden Periode

Inhoud werkzaamheden

Doel/ resultaat i.r.t. PvA

Door wie?

omgevingsplan 1

Q1 t/m

Praktijkanalyse

Beter inzicht krijgen in

Q3

bestemmingsplannen en

inhoud en maatwerk van

2019

omgevingsvergunningen.

de geldende

Ambtelijk

bestemmingsplannen en opgave en mogelijke kansen omgevingsplan. 2

Q1 t/m

Afronden van de laatste

Verdere digitalisering van

Raadsbesluit

Q4

bestemmingsplan-

de voorraad

Q1 2020

2019

actualisatie Wanssum

bestemmingsplannen van gemeente Venray. 17

3

4

Q1

Afronden

Experimenteren met en

Raadsbesluit

2019

bestemmingsplan

kennis opdoen van nieuwe

Q1 2020

t/m Q3

verbrede reikwijdte

instrumentarium.

2020

Centrum Venray

Q2 t/m

Opschonen van data op

De planvoorraad op

Q4

www.

www.ruimtelijkeplannen.nl

2019

ruimtelijkeplannen.nl en

up-to-date en compleet

bijbehorende acties

maken waardoor de

Ambtelijk

transitie m.b.t. aspect digitalisering soepel kan verlopen. 5

Q1

Intrekken achterhaalde

Is te zien als vervolg op

Raadsbesluit

2020

(ontwerp)

het vorige punt.

Q4 2020

t/m Q4

bestemmingsplannen Ambtelijk

2020 6

Q4

Diepere analyse

Een totaaloverzicht

2019

verordeningen en waar

verkrijgen van de regels

t/m Q4

mogelijk uniformeren en

m.b.t. de fysieke

2020

opschonen

leefomgeving, opschonen en uniformeren om een beter inzicht krijgen in de opgave en uitdagingen m.b.t. opname in het omgevingsplan (bijv. digitalisering, rechtsmiddelen, flexibiliteit, rechtszekerheid).

7

8

Q4

Harmonisatie van de

Gelijkluidende regels voor

2019

regels van

woongebieden en vervolg

t/m Q3

bestemmingsplannen

geven aan resultaten van

2020

woongebieden (in elk

de praktijkanalyse.

geval kerkdorpen) dmv

Uniformering en waar

werkgroepen

mogelijk vereenvoudiging

Q1

Uniforme begrippenlijst

Harmonisatie en

2020

opstellen

uniformering

t/m Q4

bestemmingsplannen

Ambtelijk

Ambtelijk

2020 10

11

Q3

Evaluatie van het

Wat kunnen we leren mbt

2020

omgevingsplan Centrum

de inhoud van het

t/m Q4

dmv

omgevingsplan

2020

casussen

Q4

Invoering

Soepeler verloop

Raadsbesluit

2019

omgevingsdialoog

procedures/oefenen met

invoering

participatie

Q4 2019

t/m Q4

18

Ambtelijk

2020 12

Q1

Bruidsschat regels Geluid

Voorsorteren op opnemen

2020

bekijken irt Venrayse

omgevingsplan.

t/m Q

regels.

Voorkomen dat Venrayse

4 2020

Na vaststelling visie

regels verdwijnen.

Ambtelijk

andere aspecten bruidsschat 13

Q1

Oefenen met toepasbare

Leren dmv oefenen met

2020

regels

huidige regels

t/m Q4

geluid/evenementen en

2020

vergunningvrij/melding

Ambtelijk

centrumplan 14

15 16

Q3

Delegatiebepaling

Opstellen mede in relatie

Raadsbesluit

2020

bevoegdheid vaststellen

tot keuzes in

Q4 2020 of

en Q4

delen omgevingsplan door

omgevingsvisie

Q1 2021

2020

college

Continu

Afstemming proces

Informatie-uitwisseling,

Ambtelijk

omgevingsvisie

praktijktoetsen.

Afstemming proces

Informatie-uitwisseling,

digitalisering,

bijwonen bijeenkomsten

ontwikkelingen DSO

ontwikkeling digitaal

Continu

Ambtelijk

stelsel 17

Continu

Afstemming proces

Informatie-uitwisseling

Ambtelijk

vergunningverlening

Periode 2021-2029: opstellen van een omgevingsplan

1

Onderdeel plan / gebied / deelgebied

Periode

STEDELIJK GEBIED

2021-2027

1. Woongebieden Venray

2021-2022-2023-2024

Dorpen, wijken van Venray; gebied binnen de bebouwde kom 2. Werkgebieden Venray

2023-2024-2025-2026

Bedrijventerreinen van Venray, evt. bijzondere (bedrijfs)locaties in het buitengebied 3. Centrum Venray

2024-2025-2026-2027

Gebied binnen de singels van Venray 2

LANDELIJK GEBIED

2022-2027

1. Natuurgebied van Venray

2022-2023-2024

2. Agrarisch gebied van Venray

2023-2024-2025-2025

19

4.2 Financiële middelen Het is belangrijk om iedereen die zich bezig houdt met de fysieke leefomgeving te betrekken bij de uitvoering van onderdelen van dit plan van aanpak. De betrokkenheid en inzet zal wel, mede ook afhankelijk van iemands functie, fluctueren. Het is niet ondenkbaar dat niet iedereen de noodzakelijke werkzaamheden binnen reguliere tijd kan uitvoeren: er gaan immers tegelijkertijd meerdere acties opgepakt worden. In dat geval zullen hiervoor financiële middelen nodig zijn in de vorm van uitbesteding van werkzaamheden of zal aanpassing van de voorgestelde werkwijze noodzakelijk zijn. Voor het uniformeren en opschonen van de verordeningen wordt nauw samen gewerkt met de teams en medewerkers die verantwoordelijk zijn voor het opstellen en actueel houden van de verordeningen. De verwachting is echter dat het analyseren, uniformeren en opschonen van in het bijzonder de Algemeen Plaatselijke Verordening veel tijd gaat kosten. Het is een omvangrijke verordening die veel verschillende onderwerpen bevat. Van niet alle zaken die zijn opgenomen in deze verordening is direct duidelijk of er sprake is van een aspect dat de fysieke leefomgeving raakt. Daarnaast is het noodzakelijk dat het verder analyseren van de verordeningen gecoördineerd plaatsvindt. Daarvoor is begeleiding/betrokkenheid van een jurist wenselijk.

De verwachting is dat dit niet binnen reguliere werktijd op te lossen is. Dit betekent dat hiervoor zal moeten worden ingehuurd. Voor het samenvoegen van de bestemmingsplannen voor de woongebieden, waar als eerste mee gestart zal worden, moeten nieuwe regels, een toelichting en een verbeelding opgesteld worden. Hiervoor gaat een adviesbureau ingeschakeld worden. Het inhoudelijk afstemmen, uniformeren en samenvoegen van de regels zal in samenwerking met de diverse vakdisciplines plaatsvinden..

Vanuit het majeure project Implementatie Omgevingswet zijn reeds middelen beschikbaar gesteld voor de implementatie van de Omgevingswet. Ook de middelen voor het opstellen van bestemmingsplannen kunnen hiervoor worden ingezet. Naar verwachting kunnen hiermee vooralsnog de noodzakelijk kosten worden gedekt. Gedurende het proces zal indien nodig, een herijking plaatsvinden.

4.3 Risico’s Zoals aangegeven is het opstellen van een integraal omgevingsplan een omvangrijke klus, waarbij daarnaast de plannen op aanvraag ook binnen de gebruikelijke termijn afgehandeld moeten worden. Voor het behalen van de opgenomen planning is o.a. de hoeveelheid en de complexiteit van de bestemmingsplannen op aanvraag van belang en daarnaast de bestuurlijke keuzes die daarbij gemaakt worden in de prioritering daarvan. De overgangsperiode van 2021-2029 en de voorgestelde gefaseerde aanpak zorgen er voor dat er gedurende een lange periode sprake is van verschillende regiems: er zullen gebieden zijn waar het omgevingsplan al zo is aangepast dat voldaan wordt aan de eisen van de Omgevingswet en gebieden waar dit nog niet het geval is. Of er daadwerkelijk sprake zal zijn van verschillende regiems is nog maar de vraag. Dit hangt af van 20

inhoudelijke keuzes die gemaakt worden. Een gefaseerde aanpak is echter noodzakelijk om bewuste keuzes te kunnen maken. Bij thema’s die veel impact hebben, zal een thematische aanpak overwogen worden. Het maken van keuzes is essentieel om het omgevingsplan straks leesbaar te houden en bruikbaar te maken. Het loslaten van bepaalde regels of het niet opnemen in het omgevingsplan is daarbij een bepalende factor. Zomaar regels schrappen ten gunste van de leesbaarheid is echter ook geen oplossing. Regels zorgen immers ook voor rechtszekerheid: iedereen weet waar hij of zij aan toe is. Het loslaten van regels moet dan ook stapsgewijs en weloverwogen. Er is voor de totstandkoming van het Omgevingsplan weliswaar een transitieperiode, maar de externe adviesbureaus die veelal ingeschakeld worden voor het opstellen van een omgevingsplan, zullen het de komende jarenaanzienlijk drukker krijgen. Dit zorgt er voor dat we met de planning ook mede afhankelijk zijn van het kunnen leveren door het adviesbureau.

5. Slotwoord Zoals aangegeven is bij het opstellen van dit plan van aanpak aangesloten bij gekozen strategie ‘pragmatisch onderscheidend’, zodat gestructureerd en gefaseerd met alle partijen gewerkt kan worden aan de totstandkoming van één omgevingsplan. Dit maakt het plan van aanpak een dynamisch document dat de komende jaren nog bijstelling gaat vragen.

21

Bijlage 1 In de gemeente Venray hebben we 28 verordeningen die deels of geheel regels omvatten over de fysieke leefomgeving. 3. Parkeerverordening Venray 2016 4. Wegsleepverordening 5. Verordening aansluitvoorwaarden Riolering Gemeente Venray 2010 6. Havenverordening 2017 7. Telecombinatieverordening Venray 2010 8. Verordening naamgeving en nummering adressen gemeente Venray 2008 9. Venrayse instandhoudingsverordening Monumenten en Cultuurhistorische waarden 2009 10. Bouwverordening 2012 11. Verordening advies bureau ruimtelijke kwaliteit 2013 12. Verordening stimulering fonds starterlening Venray 2012 13. Verordening starterslening gemeente Venray 2017 14. Verordening kwaliteit VTH gemeente Venray 2016 15. Marktverordening gemeente Venray 2017 16. Verordening op de paracommercie 2014 17. Afvalstoffenverordening Venray 2010 18. Verordening Watertoeristenbelasting 2017 19. Verordening precariobelasting 2017 20. Verordening lijkbezorgingsrechten 2017 21. Verordening rioolheffing 2017 22. Verordening rioolaansluitingsrechten 2017 23. Legesverordening 24. Parkeerbelastingsverordening Venray 2016 25. Verordeningen leerlingenvervoer gemeente Venray 2017 26. Verordening reclamebelasting 27. Verordening Havengelden 2017 28. Subsidieverordeningen evenementen 29. Verordening marktgelden 2017 30. Verordening toeristenbelasting 2017

22

Bijlage 2 Tijdlijn met acties.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11734768/1