CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Lorbaan 1 Veulen Planregels

Gemeenteraad 12 april 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Lorbaan 1 Veulen6.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

LORBAAN 1 VEULEN bestemmingsplan

Lorbaan 1 Veulen bestemmingsplan

Vastgesteld

Adviseur Ruimtelijke Ordening Dhr. K. Oostendorp

Datum: 12 april 2022

InhoudsopgavePlanregels Planregels Hoofdstuk1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Recreatie Hoofdstuk3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Artikel 6 Algemene aanduidingsregels Artikel 7 Algemene afwijkingsregels Artikel 8 Algemene wijzigingsregels Artikel 9 Overige regels Hoofdstuk4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht Artikel 11 Slotregel

3 4 4 11 13 13 15 19 19 20 21 22 23 24 24 25

2

Planregels

3

Hoofdstuk1 Artikel 1

Inleidenderegels Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan "Lorbaan 1 Veulen" met identificatienummer NL.IMRO.0984.BP20018-va01 van de gemeente Venray; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat. Het gebouw kan onderscheiden worden van het hoofdgebouw en is in architectonisch opzicht ondergeschikt aan het hoofdgebouw; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aan-huis-gebonden-beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang, aard en intensiteit in of bij de woning met behoud van de woonfunctie (in ruimtelijke en visuele zin), uitgeoefend kan worden; 1.7 aan-huis-gebonden-bedrijf het aan huis - geheel of overwegend door middel van handwerk - uitoefenen van een bedrijfsmatige activiteit bedrijvigheid in de categorie 1 en 2 als genoemd in de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering",

dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij de woning met behoud van woonfunctie kan worden uitgeoefend , met hieraan ondergeschikte en kleinschalige detailhandel welke direct in verband dient te staan met de ter plaatse toegestane bedrijfsactiviteiten; 1.8 aanvullende kwaliteitsverbetering Bestaat Een verbetering van de op een locatie aanwezige kwaliteit bestaande uit één of meerdere van de onderstaande componenten: architectonische vormgeving van de nieuw op te richten bebouwing; opruimen oude gebouwen/verharding; herinrichten bouwkavel onder meer met het oog op compact bouwen, de functionaliteit van de bebouwing en het herschikken van de bebouwing; het aanbrengen van extra maatregelen ten gunste van het milieu (bijvoorbeeld maatregelen die geluid, geur, ammoniak, stof of trilling reduceren); 1.9 abiotische waarde de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot de aanwezigheid van natuurlijke grondwaterstromen en een voor het gebied typerende bodemopbouw; 1.10 adviescommissie de commissie die landschappelijke inpassingsplannen en aanvullende kwaliteitsverbeteringsvoorstellen beoordeelt, met als toetsingskaders ondermeer het beeldkwaliteitsplan en het Ruimtelijk Kwaliteitskader; 4

1.11 agrarisch bedrijf Een bedrijf dat naar aard en omvang uitsluitend of in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren evenals een productiegerichte paardenhouderij inclusief pensionstal; 1.12 agrarische bedrijfsvoering de bedrijfsmatige gang van zaken binnen een agrarisch bedrijf; 1.13 agrarisch grondgebruik gebruik van gronden dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, al dan niet met het gebruik van tijdelijk afdekmateriaal, en/of door middel van het houden van dieren; 1.14 archeologische waarden de aan een gebied toegekende waarden die worden bepaald door de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden; 1.15 avond- en nachthoreca horeca-activiteiten die tussen 20:00 en 7:00 worden uitgevoerd; 1.16 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.17 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, te bewonen door (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op het feitelijk gebruik van het gebouw en/of het terrein in overeenstemming met de bestemming; 1.18 beeldkwaliteitsplan het plan, zoals vastgesteld op 14 december 2010, waarin aandacht wordt besteed aan de relatie tussen een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling en bestaande karakteristieken,

landschappelijke en visuele waarden van een gebied; 1.19 bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het plan aanwezig; 1.20 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.21 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.22 bijgebouw een al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw waarbij het behoort, dat niet toegankelijk is vanuit het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt en functioneel dienstbaar is aan dat hoofdgebouw; 1.23 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.24 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

5

1.25 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.26 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.27 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.28 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.29 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.30 caravan een al dan niet uitklapbare wagen of voertuig, onder welke benaming ook aangeduid, die uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot dag- of nachtverblijf van een of meer personen en die bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen, ook over grote afstanden, als een aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen.

Ook indien deze wagen of dit voertuig wegens daaraan of daarbij aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet of niet meer geschikt is om te worden verreden, wordt hij voor de toepassing van dit plan aangemerkt als caravan; 1.31 chalet een gebouw, geen woonkeet en geen caravan of ander bouwsel op wielen zijnde, waar gedurende een gedeelte van het jaar wordt gerecreëerd door een of meer personen, die zijn/hun hoofdverblijf elders heeft/hebben; 1.32 cultuurhistorischewaarde de waarden aan een gebied of opstal toegekende waarde met betrekking tot de kenmerken van het gebruik dat de mens in de loop der geschiedenis van grond en gebouwen heeft gemaakt, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het wegen- en slotenpatroon, de verkavelingsstructuur of de architectuur; onder cultuurhistorische waarden worden mede verstaan de archeologische waarden; 1.33 dagrecreatie recreatieve activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij geen sprake is van overnachting; 1.34 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ter verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.35 escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig

of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (escortservices, bemiddelingsbureaus, overigen). Een escortbedrijf is een aparte functie en derhalve op geen enkele wijze onder enige andere functie c.q. doeleinden c.q. bestemming valt zoals bedoeld dan wel omschreven in dit bestemmingsplan; 1.36 gebiedskwaliteit Gebiedskwaliteit is opgebouwd uit vier, onderling samenhangende, aspecten: Landschappelijke structuur: De wijze, waarop de totstandkomingsgeschiedenis van een gebied afleesbaar is in de huidige situatie. 6

landschappelijke elementen: De intrinsieke waarde van samenhangende ecologische en groenstructuren en watersystemen en de visuele waarde van de (afwisseling) van groene en gebouwde kwaliteiten. Verkavelingstructuur/ bebouwingsstructuur: De wijze waarop de ruimte in een gebied letterlijk geordend is: open/gesloten, de verdeling van bebouwd/onbebouwd, de functionele verdeling en de herkenbaarheid van de ruimtelijke structuur. Functionele structuur: De kwaliteit van de gebouwde omgeving, zowel de kwaliteit van de elementen op zich, als de kwaliteit van de onderlinge samenhang en de relatie met andere kwaliteitsaspecten. De inhoudelijke waardering van de gebiedskwaliteit is opgenomen in het Ruimtelijk Kwaliteitskader (RKK). 1.37 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.38 glastuinbouwbedrijf een agrarische bedrijfsvoering waarbij uitsluitend of in hoofdzaak onder een permanente opstand van glas of kunststof het telen van gewassen plaatsvindt. Hieronder vallen onder andere alle mogelijke groente-, bloem- en bladgewassen die één of meermalig worden geoogst, of als compleet gewas worden afgeleverd (bijvoorbeeld in potten).

Ook de teelt van uitgangs- en vermeerderingsmateriaal, zoals stek, moerplanten en zaaigoed wordt hieronder verstaan; 1.39 hemelwaterproblematiek de problemen die ontstaan voor het afvoeren en bergen van hemelwater door toename van het verharde grondoppervlak; 1.40 hoofdgebouw Gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.41 hoofdverblijf de voorziening die fungeert als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkene en welke een voor permanente bewoning geschikte verblijfplaats is, dat ten minste bestaat uit een keuken, woon-, was- en slaapgelegenheid; 1.42 horeca(voorziening) (voorzieningen voor) het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse, het bedrijfsmatig exploiteren van een zaalaccomodatie, alsmede het bedrijfsmatig verstrekken van logies; 1.43 huishouden een of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke c.q. gezamenlijke huishouding voeren; 1.44 intensieve veehouderij Het bedrijfsmatig houden van dieren waarbij de dieren geheel of hoofdzakelijk in stallen of hokken worden gehouden.

Hiermee worden in principe bedoeld: varkens, kippen, vleeskuikens, vleeskalveren, stieren voor roodvleesproductie, geiten, eenden, pelsdieren, konijnen, kalkoenen of parelhoenders; 1.45 kampeermiddel tenten, tentwagens, kampeerauto's, caravans of stacaravans dan wel ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuigen of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.46 kampeerplaats standplaats ten behoeve van een kampeermiddel; 7

1.47 kampeerterrein terrein of een deel van een terrein met ten hoogste wasgelegenheid en toiletten, waarop kan worden overnacht in kampeermiddelen met uitzondering van stacaravans en welke uitsluitend geopend mag zijn van 15 maart tot en met 31 oktober van het betreffende jaar; 1.48 kinderboerderij het houden van dieren, niet gericht op het voortbrengen van producten, waarbij de locatie waarop de dieren worden gehouden, al dan niet op gezette tijden, openbaar toegankelijk is voor publiek en waarbij verschillende boerderijdieren in lage aantallen worden gehouden; 1.49 kleinschalig kamperen kleinschalig (tot 25 kampeerplaatsen) kampeerterrein (tussen 15 maart tot en met 31 oktober), waarbij uitsluitend zijn toegestaan kampeermiddelen en eenvoudige ondersteunende voorzieningen zoals watertappunten, sanitairgelegenheid, informatieborden en zitbanken. Stacaravans zijn niet toegestaan; 1.50 logies gelegenheid om te overnachten voor personen die elders hun hoofdverblijf hebben; 1.51 milieucategorie weergave van de zwaarte van bedrijvigheid, zoals die in de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aan ieder type bedrijvigheid is toegekend; 1.52 milieuhygiënische uitvoerbaarheid overkoepelend begrip voor milieuaspecten zoals geluid, bodem, geurhinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid etc.

aan welke bijbehorende wettelijke kaders getoetst dient te worden, onder andere zodat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd; 1.53 natuurlijke waarden de aan een gebied toegekende waarde, die bepaald wordt door het voorkomen van bodemkundige, hydrologische en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in samenhang; 1.54 nevenactiviteiten een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel; 1.55 omgevingskwaliteit samenhangende systeem van water, milieu-, natuur- en landschapskwaliteit, zoals weergegeven in het Beeldkwaliteitsplan en het Ruimtelijk kwaliteitskader; 1.56 ondergronds beneden het peil; 1.57 ondersteunende horeca horeca, niet zijnde avond- en nachthoreca, die ten dienste staat van de hoofdfunctie en die in ruimtelijk en functioneel opzicht ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel; 1.58 onevenredige aantasting van de aanwezige waarden het resultaat van een ruimtelijke ingreep heeft een verhoudingsgewijs te groot nadelig effect op de aanwezige waarden in dat gebied; 1.59 peil a. Voor gebouwen waarvan: 1. de hoofdingang binnen 20 meter van de weg is gelegen; en 2.

het oorspronkelijke maaiveld niet meer dan 0,50 meter afwijkt van de hoogte van de weg: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; 8

b. In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het oorspronkelijke maaiveld waarop het bouwwerk geplaatst is of wordt; met dien verstande dat, indien bestaande gebouwen afwijkend van de onder a. en/of b. genoemde gevallen zijn gerealiseerd, de bovenkant van de begane grondvloer van bestaande gebouwen als peil wordt beschouwd; 1.60 prostitutie/straatprostitutie het zich (op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimten bevindend voertuig) beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele dienste ten behoeve van een ander tegen vergoeding. (Straat)prostitutie is een aparte functie en valt derhalve op geen enkele wijze onder enige andere functie c.q. doeleinden c.q.

bestemming zoals bedoeld dan wel omschreven in dit bestemmingsplan; 1.61 recreatiewoning een gebouw, geen woonkeet en geen (sta)caravan of ander bouwsel op wielen zijnde, bestemd om uitsluitend door een of meer personen, die zijn/hun hoofdverblijf elders heeft/hebben, gedurende een gedeelte van het jaar voor recreatief verblijf te worden gebruikt; 1.62 ruimtelijk kwaliteitskader (RKK) gemeentelijk toetsingskader, zoals vastgesteld op 14 december 2010, ter toetsing van de gebiedskwaliteiten en visueel-landschappelijke waarde bij nieuwe ontwikkelingen en uitbreidingen; 1.63 schuilgelegenheid een overdekte ruimte die aan maximaal drie zijden is omsloten door wanden, waarvan dieren gebruik moeten kunnen maken in geval van weidegang, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter uit oogpunt van dierenwelzijn; 1.64 seksinrichting een voor het publiek toegankelijk gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde dan wel onderkomen, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al of niet in combinatie met elkaar.

Een seksinrichting is een aparte functie en valt derhalve op geen enkele wijze onder enige andere functie c.q. doeleinden c.q. bestemming zoals bedoeld dan wel omschreven in dit bestemmingsplan; 1.65 standplaats plaats voor kampeermiddelen op een kampeerterrein of een camping danwel voor woonwagens op een woonwagenstandplaats; 1.66 trekkershut een eenvoudig primitief houten gebouw, geen woonkeet, chalet, caravan of ander bouwsel op wielen zijnde, bestemd om uitsluitend door een of meer personen, die zijn/hun hoofdverblijf elders heeft/hebben, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt als recreatief nachtverblijf; 1.67 voorgevelrooilijn de snijlijn van het naar de weg gekeerde gevelvlakken van een woning (niet zijnde de voorkant van een erker) of (agrarisch) bedrijfsgebouw (dat het dichtst bij de weg is gelegen) en het grondvlak, waarop de woning/(agrarisch) bedrijfsgebouw zich bevindt, waarbij de voorgevelrooilijn doorloopt tot de perceelsgrenzen; 1.68 woning een gebouw of een gedeelte van een gebouw, geschikt en bestemd voor de zelfstandige huisvesting en hoofdverblijf van een huishouden;

9

1.69 woon- en leefklimaat woon- en leefklimaat waarbij in ieder geval wordt voldaan aan de normen van alle relevante milieuaspecten zoals geluid, bodem, geurhinder, luchtkwaliteit en externe veiligheid;

10

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de (naar de weg gekeerde) perceelsgrens de kortste afstand van een bouwwerk tot de (naar de weg gekeerde) perceelsgrens van het bouwperceel; 2.2 de afstand tussen gebouwen de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.5 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6 de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde verticaal vanaf het hoogste punt van het bouwwerk tot aan het aansluitende afgewerkte peil; 2.7 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8 de inhoud van een bedrijfswoning als inhoud van de bedrijfswoning wordt aangemerkt de inhoud (m³) van het hoofdgebouw inclusief aan/bijgebouwen, exclusief overkappingen.

Zakelijke functies die in het woongedeelte zijn opgenomen, worden geacht tot de inhoud van de woning te behoren; 2.9 de inhoud van een woning, niet zijnde bedrijfswoning als inhoud van de woning, niet zijnde een bedrijfswoning wordt aangemerkt de inhoud (m³) van het hoofdgebouw inclusief aan/bijgebouwen, exclusief overkappingen. Waar het hoofdgebouw onderdeel is van voormalige bedrijfsbebouwing, wordt onder inhoud van de woning, niet zijnde een bedrijfswoning begrepen de inhoud tot dat deel van het hoofdgebouw dat op dat moment functioneel als woonruimte in gebruik is, dan wel waarvan de uitstraling als woning zich naar buiten toe etaleert. De inhoud wordt dan tot dat punt en over alle bovengrondse bouwlagen berekend; 2.10 de inhoud van overkappingen, carports en daarmee gelijk te stellen gebouwen en bouwwerken vanaf peil tot aan de buitenzijde van het dak en tussen de buitenwerkse maten van de draagconstructie. Overstekken tot 0,50 meter worden niet meegeteld bij de berekening van de inhoud; 2.11 de vloeroppervlakte op de vloer tussen de binnenzijden van de gevelmuren en/of gemeenschappelijke scheidingsmuren; 2.12 de vrijwaringszone van een weg uit de as van de dichtstbijgelegen rijbaan inclusief bijbehorende toe- en afritten; 2.13 wijze van meten Tenzij anders bepaald, worden de waarden die in m, m² of m³zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: afstanden loodrecht; 11

hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 m buiten beschouwing blijven.

12

Hoofdstuk2 Artikel 3

Bestemmingsregels Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik, uitgezonderd het houden van dieren; b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat het houden van dieren ten behoeve van een kinderboerderij wel zijn toegestaan; c. dagrecreatief medegebruik; d. erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages; e. voorzieningen van openbaar nut; f. kadaverplaatsen met een maximale oppervlakte van 5 m² per voorziening; g. voorzieningen van openbaar nut. Een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder parkeervoorzieningen, in- en uitritten, tuinen, met dien verstande dat: h. deze bijbehorende voorzieningen ten dienste staan van de bestemming; i. ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, waarbij voldaan dient te worden aan de parkeernormen zoals zijn opgenomen in de Beleidsnota Parkeernormen van de gemeente Venray of diens rechtsopvolger. 3.2 Bouwregels Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, uitgezonderd schuilgelegenheden ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren, erf- en terreinafscheidingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat: a. de totale oppervlakte aan schuilgelegenheden voor het houden van dieren mag niet meer dan 100 m² bedragen; b.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van dagrecreatief medegebruik, waarbij de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen. 3.3 Nadere eisen a. Burgemeester en wethouders stellen nadere eisen ten aanzien van: 1. de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; 2. de aard, bouwhoogte en de situering van erfafscheidingen; 3. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; Een en ander op basis van een landschappelijke inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp) gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit. b. De onder a genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: 1. indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing; en 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden; en 3. ter verbetering van de gebiedskwaliteit. 3.4 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. artikel 3.2 van de planregels en de oprichting van een schuilgelegenheid voor dieren buiten een bouwvlak toe te staan, onder de voorwaarden dat: 1. de hoogte maximaal 3 meter bedraagt; 13

2. de bebouwingsoppervlakte is afgestemd op het beoogde gebruik en de locatie, met een maximum van 30 m²; 3. de afstand tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' bedraagt ten minste 30 meter; 4. de locatie grenst niet aan het bouwvlak van een (agrarisch) bedrijf; 5. maximaal één schuilgelegenheid is toegestaan per hectare; 6. het perceel waarop de schuilgelegenheid wordt gerealiseerd dient een oppervlak te hebben van minimaal 1 ha; 7. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de omliggende waarden en functies. b. artikel 3.2 van de planregels en hogere schuilgelegenheden toestaan, met dien verstande dat: 1. de afwijkende hoogte stedenbouwkundig inpasbaar moet zijn; 2. met de afwijkende hoogte geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke waarden; 3. voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning advies wordt ingewonnen van de stedenbouwkundig deskundige van de gemeente. c. artikel 3.2 van de planregels en toestaan dat een uitkijktoren wordt gebouwd, met dien verstande dat: 1. de hoogte maximaal 10 meter bedraagt; 2. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de omliggende waarden en functies; 3. voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning advies wordt ingewonnen van de stedenbouwkundig deskundige van de gemeente.

3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden voor: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest; b. het gebruik van de gronden als plaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans ten behoeve van de huisvesting door tijdelijke werknemers; c. het gebruik van gronden en opstallen voor detailhandel; d. het gebruik van gronden en opstallen voor het bewerken van agrarische producten van derden; e. het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van mestverwerkingsactiviteiten; f. bevi-inrichtingen; g. de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals kunstmeststoffen en propaan anders dan bestaande situaties, die een 10-6 risicocontour hebben die de aanduiding 'bouwvlak' overschrijdt. h. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie;

14

Artikel 4

Recreatie

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn, overeenkomstig de aanduidingen op de verbeelding, bestemd voor: a. dagrecreatie; b. wonen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; c. verblijfsrecreatie overeenkomstig de aanduidingen op de verbeelding in de vorm van een recreatiewoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'; d. grondgebonden agrarisch grondgebruik als nevenactiviteit; e. het houden van kleinvee ten behoeve van een kinderboerderij; f. het gebruik als skelterbaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie skelterbaan', waarbij geldt dat het gebruik van gemotoriseerde voertuigen ter plaatse van de aanduiding 'skelterbaan' niet is toegestaan, behoudens wanneer deze noodzakelijk zijn voor het onderhoud van de skelterbaan; g. ondersteunende horeca, uitsluitend ten dienste van de hoofdfunctie tot een maximum vloeroppervlakte van 500 m², met dien verstande dat het uitvoeren van een avond- en nachthoreca niet is toegestaan; h. detailhandelsactiviteiten, mits direct gerelateerd aan de bedrijfsfunctie tot een maximum vloeroppervlakte van 100 m²; i. aan-huis-gebonden-beroep tot een maximum van 40 m²; Een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder groen, parkeervoorzieningen, in- en uitritten, tuinen, met dien verstande dat: j.

4.2

ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, waarbij voldaan dient te worden aan de parkeernormen zoals zijn opgenomen in de Beleidsnota Parkeernormen van de gemeente Venray of diens rechtsopvolger. Bouwregels

4.2.1 Algemeen Op de voor 'Recreatie' aangewezen gronden mogen bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen en speeltoestellen, welke binnen het gehele bestemmingsvlak zijn toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - skelterbaan' één overkapping is toegestaan met een maximale oppervlakte van 100 m² ten behoeve van het droog kunnen stallen van de skelters; c. voor het bouwen van gebouwen geldt dat maximaal de bestaande oppervlakte is toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' is één recreatiewoning toegestaan met dien verstande dat de daarbij behorende aan- en bijgebouwen en uitbreiding van de recreatiewoning buiten de gronden met deze aanduiding niet zijn toegestaan; e. gebouwen mogen niet voor de voorgevelrooilijn gebouwd worden, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2.2 Recreatie Voor de bouwwerken gelegen op gronden met de bestemming 'Recreatie' gelden de volgende eisen: a. bedrijfsgebouwen: bouwhoogte goothoogte afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens afstand tot de bestemming Verkeer - Wegverkeer

maximaal 10 meter maximaal 5,5 meter minimaal 5 meter minimaal 10 meter 15

b. bedrijfswoningen: inhoud, inclusief aan/bijgebouwen t.b.v. het wonen dakhelling goothoogte afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens afstand tot de bestemming Verkeer - Wegverkeer c. aan- en bijgebouwen bij de bedrijfswoning: goothoogte bouwhoogte dakvorm en dakhelling afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens afstand tot de bestemming Verkeer - Wegverkeer d. Recreatiewoningen: vloeroppervlakte goothoogte dakhelling afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens afstand tot de bestemming Verkeer - Wegverkeer

maximaal 1.075 m³ minimaal 12° en maximaal 45° maximaal 3 meter (bijgebouw) minimaal 5 meter maximaal 10 meter

maximaal 3 meter maximaal 4,5 meter afgestemd op dakvorm en -helling bedrijfswoning minimaal 5 meter minimaal 10 meter

maximaal 150 m² maximaal 3 meter minimaal 12° en maximaal 45° minimaal 5 meter minimaal 10 meter

e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde: erf- en terreinafscheidingen, achter de voorgevelrooilijn erf- en terreinafscheidingen, voor de voorgevelrooilijn speeltoestellen overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens afstand tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer'

bouwhoogte maximaal 2 meter maximaal 1 meter maximaal 4 meter maximaal 3 meter minimaal 5 meter minimaal 10 meter

f.

er geldt een bouwverbod van vijf meter tot de bouwperceelsgrens ten behoeve van de landschappelijke inpassing; g. ondergeschikte bouwdelen (tussenlid, kleine, lage aanbouwen etc.) zijn wat betreft hoogte en verschijningsvorm uitgezonderd van het gestelde onder artikel 4.2.2 onder a tot en met e; h. binnen de fundering van de woning en/of het bijgebouw bij de woning is het ondergronds bouwen van menstoegankelijke ruimten ter vergroting van het woongenot toegestaan, mits deze ruimte(n) uitsluitend van binnenuit toegankelijk zijn en geen ruimtelijke uitstraling hebben. 4.3 Nadere eisen a. Burgemeester en wethouders stellen nadere eisen ten aanzien van: 1. de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; 2. de aard, bouwhoogte en de situering van erfafscheidingen; 3. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing. Een en ander op basis van een landschappelijke inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp) gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit. b. De onder a genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: 16

1. indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing; en 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden; en 3. ter verbetering van de gebiedskwaliteit. 4.4 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. artikel 4.2.1 onder c en uitbreiding toestaan onder de volgende voorwaarden: 1. de uitbreiding mag niet meer dan 10% van de bestaande oppervlakte bedragen; 2. er is sprake van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 3. de visueel-landschappelijke waarden behouden dienen te blijven; 4. de ontwikkeling moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de bebouwing voorziening wordt ingepast met een factor 5. Dat betekent concreet dat voor iedere vierkante meter bebouwing en verharding er 5 vierkante meters groen moet worden aangelegd; 5. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, waarbij voldaan dient te worden aan de parkeernormen zoals zijn opgenomen in de Beleidsnota Parkeernormen van de gemeente Venray of diens rechtsopvolger. b.

artikel 4.2.2 onder b en een goothoogte van maximaal 6 m toestaan onder de voorwaarde dat sprake is van een goede ruimtelijke inpassing zoals bedoeld is in het beeldkwaliteitsplan en het Ruimtelijk Kwaliteitskader; c. artikel 4.2.2 onder a, b, c, d en e van de planregels en het bouwen binnen de minimale afstand van gebouwen tot de bouwperceelsgrens toestaan, onder de voorwaarden dat: 1. het bouwen, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het bedrijf; 2. de ontwikkeling moet zijn gericht op gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 3. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; 4. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid aanvaardbaar is; 7. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig worden beperkt; 8.

er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; d. artikel 4.2.2 onder b en een grotere inhoudsmaat toestaan voor de bedrijfswoning inclusief bijgebouwen indien bestaande (bij)gebouwen worden gesloopt, onder de volgende voorwaarden: 1. gesloopt wordt binnen een of meer van de voor het buitengebied geldende bestemmingsplannen van de gemeente Venray; 2. er is sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 3. alleen de te slopen gebouwen die op die locatie niet vallen binnen het daar, op grond van de bouwregels, toegestane maximale bebouwingsvolume, worden in de berekening meegenomen; 4. de te slopen gebouwen dienen legaal aanwezig te zijn op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en mogen niet onder een andere regeling of verzoek vallen; 5. aan de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt de voorwaarde verbonden dat pas met de bouw gestart mag worden als sloop heeft plaatsgevonden; 6. alle te slopen gebouwen en de daarbij behorende bouwwerken en bouwdelen, zoals aanbouwen, overkappingen, bijbehorende ondergrondse (kelder-)ruimten, fysieke erfafscheidingen, voederplaten en andere erfverhardingen dienen gesloopt te worden; 7. alleen bovengrondse gebouwen worden meegerekend bij het te bepalen sloopvolume; 8. het percentage van het te bouwen volume dat moet worden gesloopt is bepaald in de 17

onderstaande tabel: aantal m³ dat wordt gebouwd (bebouwingsvolume) tot en met 250 m³ het meerdere boven 250 m³

minimaal te slopen % (sloopvolume) 100 % 150 %

9. bij de berekening wordt begonnen met het vullen van het getal in de eerste rij van bovenstaande tabel, waarna op dezelfde manier de volgende rijen gevolgd wordt. 4.5 Specifieke gebruiksregels Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a. het permanent wonen op gronden aangewezen voor dagrecreatieve of verblijfrecreatieve doeleinden, uitgezonderd bewoning van bedrijfswoningen; b. het gebruik van opstallen ten behoeve van horecadoeleinden, behoudens verband houdend met het binnen de bestemming op de grond gerichte gebruik van gronden en opstallen, met dien verstande dat avond- en nachthoreca niet is toegestaan; c. het gebruik voor huisvesting van tijdelijke werknemers; d. aan-huis-gebonden-bedrijf; e. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie; f. bevi-inrichtingen, met uitzondering van inrichtingen waar propaan wordt opgeslagen en gebruikt.

18

Hoofdstuk3 Artikel 5

Algemeneregels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

19

Artikel 6 6.1

Algemene aanduidingsregels

Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied

6.1.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water. 6.1.2 Bouwregels Binnen het grondwaterbeschermingsgebied mag worden gebouwd voor zover dat op grond van de onderliggende bestemming is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden, zoals die door de Provinciale Milieuverordening Limburg worden gesteld.

6.2 Reconstructiewetzone - verwevingsgebied De gronden met de gebiedsaanduiding 'Reconstructiewetzone - verwevingsgebied' zijn bedoeld voor het weergeven van de verwevingsgebieden, zoals bedoeld in de Reconstructiewet.

20

Artikel 7

Algemene afwijkingsregels

7.1 Omgevingsvergunning Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de planregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven, mits van de wegbeheerder een positief advies is ontvangen; b. de planregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangepast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de omgevingsvergunning gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; c. de planregels ten aanzien van het bouwen van kunstuitingen en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, waarbij voor een hoogte van meer dan 65 m +NAP, in het kader van voorkoming van onaanvaardbare radarverstoring, voorafgaand aan het toestaan schriftelijk advies dient te zijn ingewonnen bij de Dienst Vastgoed Defensie; d. afmetingen in de planregels en op de verbeelding met een maximum van 10%. 7.2 Afwegingskader Een in artikel 7.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e.

de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het bijdragen aan het behoud en/of versterking van de aanwezige gebiedskwaliteiten.

21

Artikel 8

Algemene wijzigingsregels

8.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en: a. bestemmingsgrenzen met maximaal 10 meter verschuiven; en/of b. functieaanduidingen van de verbeelding verwijderen. 8.2 Afwegingskader Ter beoordeling van de toelaatbaarheid van de in artikel 8.1 genoemde wijzigingsregels vindt een belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen worden geschaad; b. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; c. de mate waarin de uitvoerbaarheid, waaronder begrepen de milieutechnische-, de waterhuishoudkundige-, de archeologische-, de ecologische-, de verkeerstechnische toelaatbaarheid en de stedenbouwkundige inpasbaarheid is aangetoond.

22

Artikel 9

Overige regels

9.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

9.2 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening De regels van de bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9 lid 1 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. b. c. d. e. f.

de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer; brandblusvoorzieningen; de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; het bouwen bij ondergrondse hoofdtransportleidingen; de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden; de ruimte tussen bouwwerken.

9.3 Oprichting van (beperkt) kwetsbare objecten Nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten als bedoeld in artikel 1, eerste lid van het Besluit externe veiligheid inrichtingen mogen niet gebouwd worden binnen (geprojecteerde) 10-6-risicocontour voor het plaatsgebonden risico van aanwezige risicobronnen zoals (onder meer) bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en/of het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

9.4 Oprichting van risicovolle activiteiten -6 De 10 -risicocontour voor het plaatsgebonden risico van nieuwe risicobronnen zoals (onder meer) bedoeld het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en/of het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) mogen niet over (geprojecteerde) (beperkt) kwetsbare objecten komen te liggen.

9.5 Strijdig gebruik Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken, doen gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan.

23

Hoofdstuk4 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

10.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

24

Artikel 11

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Lorbaan 1 Veulen".

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11353845/1