CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Eindrapport zienswijzen

Commissie Wonen 12 oktober 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststellen van Omgevingsvisie en Omgevingseffectrapport.16.055 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Omgevingsvisie Venray

Eindrapport zienswijzen, ambtshalve aanpassingen en advies Commissie mer

Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM Venray

Samengesteld door Team Ruimtelijke Ontwikkeling

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

2

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

Inhoud 1

Inleiding

5

2

Zienswijzen

6

Zienswijze 1

7

Zienswijze 2

13

Zienswijze 3

13

Zienswijze 4

14

Zienswijze 5

14

Zienswijze 6

14

Zienswijze 7

15

Zienswijze 8

15

Zienswijze 9

15

Zienswijze 10

16

Zienswijze 11

16

Zienswijze 12

16

Zienswijze 13

17

Zienswijze 14

17

Zienswijze 15

17

Zienswijze 16

20

Zienswijze 17

20

Zienswijze 18

20

Zienswijze 19

28

Zienswijze 20

29

Zienswijze 21

33

Zienswijze 22

36

Zienswijze 23

37

Zienswijze 24

39

Zienswijze 25

40

3

Ambtshalve aanpassingen Omgevingsvisie Venray

42

4

Advies Commissie m.e.r.

52

Bijlage A

Overzicht indieners zienswijzen en de ingediende zienswijzen (NIET OPENBAAR)

Bijlage B

Advies Commissie mer

3

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

4

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

1

Inleiding

Deze nota bevat de gemeentelijke reactie op de binnengekomen zienswijzen op de ontwerp Omgevingsvisie Venray, ambtshalve aanpassingen en een reactie op het advies van de Commissie mer inzake het ontwerp Omgevingseffectrapport (OER). De ontwerp Omgevingsvisie Venray en het ontwerp OER hebben ter visie gelegen van 26 mei tot en met 6 juli 2021 (digitaal en op papier) in het klantencontactcentrum gemeentehuis Venray en elektronisch via de internetsite van de gemeente Venray en via www.ruimtelijkeplannen.nl. Tijdens de inzage termijn heeft eenieder de mogelijkheid gehad een schriftelijke of mondelinge zienswijze in te dienen bij de gemeenteraad. In hoofdstuk 2 wordt inhoudelijk ingegaan op de ingediende zienswijzen. Elke zienswijze is hierin beknopt weergegeven. Voor zover bij de samenvatting van een zienswijze onderdelen van de betreffende reacties niet of niet geheel worden genoemd, betekent dit niet dat deze buiten beschouwing zijn gebleven. De zienswijze is als geheel beoordeeld. De reacties worden samengevat weergegeven en voorzien van een gemeentelijke reactie. Daarbij is steeds aangegeven in welke mate de opmerkingen leiden tot aanpassingen in de vast te stellen omgevingsvisie. In hoofdstuk 3 volgt een uiteenzetting van de ambtshalve aanpassingen van de vast te stellen visie ten opzichte van de ontwerp omgevingsvisie.

In hoofdstuk 4 is de reactie op het advies van Commissie mer opgenomen. Het advies is tevens toegevoegd als Bijlage B. Bijlage A bevat een overzicht van de indieners van een zienswijze. Daar zijn ook de inhoudelijke reacties aan toegevoegd. Deze bijlage is vanwege de vermelde persoonsgegevens van de natuurlijke personen vertrouwelijk en zal niet ter inzage worden gelegd. De persoonsgegevens van de natuurlijke personen zijn geanonimiseerd verwerkt in dit rapport, in verband met de bescherming van de privacy van de gegevens op internet.

5

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

2

Zienswijzen

Tegen de ontwerp Omgevingsvisie Venray die ter inzage heeft gelegen van 26 mei tot en met 6 juli 2021 zijn 25 schriftelijke zienswijzen binnengekomen, die als volgt zijn te verdelen: 

4 zienswijzen van individuele burgers;

11 zienswijzen van individuele burgers en rechtspersonen gezamenlijk;

10 zienswijzen van rechtspersonen.

Aan de indieners van de zienswijzen (hierna reclamanten) is een uniek nummer toegekend. Dit overzicht van nummers inclusief adresgegevens staat opgenomen in bijlage A. 1. Arvalis namens Maatschap Clephas-Jacobs en xxx (reclamant 1), ingekomen op 6 juli 2021. 2. Arvalis namens Dutch Goat Farm B.V., Herpers Opfokgeiten B.V. en xxx (reclamant 2), ingekomen op 6 juli 2021. 3. Arvalis namens Geerets Vleesvee V.O.F. (reclamant 3), ingekomen op 6 juli 2021. 4. Arvalis namens Landbouwbedrijf Geurts-Pouwels B.V., Geurts-Pouwels Beheer B.V., Maatschap Geurts LLAM en Geurts-Pouwels CTHM en xxx (reclamant 4), ingekomen op 6 juli 2021. 5. Arvalis namens Melkveebedrijf Arts en xxx (reclamant 5), ingekomen op 6 juli 2021. 6. Arvalis namens Sanvar Oirlo B.V. en xxx (reclamant 6), ingekomen op 6 juli 2021. 7. Arvalis namens Maatschap Swinkels-Van Dijck en Swinkels Akkerbouw (reclamant 7), ingekomen op 6 juli 2021. 8. Arvalis namens Vissers Aardbeiplanten B.V. en xxx (reclamant 8), ingekomen op 6 juli 2021. 9. Arvalis namens Willems Leunen B.V., Heisterhof B.V., Barry B.V., Twan B.V. en xxx (reclamant 9), ingekomen op 6 juli 2021. 10. Arvalis namens Melkveehouderij van den Heuvel V.O.F. en xxx (reclamant 10), ingekomen op 6 juli 2021. 11. Arvalis namens Vennootschap onder firma Hendrickx-Geerets (reclamant 11), ingekomen op 6 juli 2021. 12. Arvalis namens Direct Gazon B.V.

en xxx (reclamant 12), ingekomen op 6 juli 2021. 13. Arvalis namens Pluimveebedrijven Nelissen B.V., Nelissen Oirlo Holding B.V. en xxx (reclamant 13), ingekomen op 6 juli 2021. 14. Arvalis namens Classens Pluimveebedrijven B.V. en xxx (reclamant 14), ingekomen op 6 juli 2021. 15. Bergs Advies B.V. namens Claessens Ei B.V. (reclamant 15), ingekomen op 6 juli 2021. 16. Bergs Advies B.V. namens Maatschap Classens (reclamant 16), ingekomen op 6 juli 2021.

6

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

17. Bergs Advies B.V. namens Strijbos-Jenniskens Pluimvee B.V. (reclamant 17), ingekomen op 6 juli 2021. 18. Gezond Leefmilieu Venray (reclamant 18), ingekomen op 5 juli 2021. 19. xxx (reclamant 19), ingekomen op 6 juli 2021. 20. LLTB (reclamant 20), ingekomen op 1 juli 2021. 21. xxx (reclamant 21), ingekomen op 5 juli 2021. 22. xxx (reclamant 22), ingekomen op 5 juli 2021. 23. Prorail (reclamant 23), ingekomen op 1 juli 2021. 24. xxx (reclamant 24), ingekomen op 6 juli 2021. 25. Werkgroep behoud de Peel (reclamant 25), ingekomen op 6 juli 2021. Ontvankelijkheid Alle zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn ontvangen. Niet elke zienswijze is volledig correct ingediend maar omdat ze allemaal binnen de juiste termijn zijn ingediend, zijn ze allemaal als ontvankelijke zienswijze meegenomen in dit Eindrapport. Dit is in juridisch opzicht ook geen probleem. Onderstaand zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord. Opgemerkt kan worden dat de zienswijzen op onderdelen hebben geleid tot aanpassing/aanvulling van de omgevingsvisie. Dit is in het gemeentelijk antwoord op de zienswijze vermeld.

Zienswijze 1 Reactie De zienswijze heeft betrekking op de volgende beleidskeuzes in de Agrarische gebieden: 1. gebiedsgerichte aanpak Reclamanten merken op dat op dit moment niet bekend is welke gebiedstypen binnen de gebiedsgerichte aanpak onderscheiden zullen worden en welke ontwikkelingsmogelijkheden daarbij horen. Reclamanten verzoeken bij de uitwerking expliciet rekening te houden met de bestaande gebiedskenmerken en de reeds aanwezige ontwikkelingsmogelijkheden (op grond van bestaande wet- en regelgeving). De gebiedsgerichte uitwerking mag er niet toe leiden dat agrarische locaties in gebieden waar geen hergebruik mogelijk zal zijn, niets meer waard zijn, alsook dat de (grond)prijzen in gebieden waar hergebruik en grootschalige bedrijvigheid wel wordt toegestaan fors omhoog gaan, waardoor agrarisch ondernemen (en daarmee ook verduurzaming) tot stilstand wordt gebracht. Standpunt gemeente De door reclamanten gewenste aanscherping en uitwerking van het beleid volgt nog. Bij de gebiedsgerichte aanpak vormen de bestaande gebiedskenmerken, zoals landschappelijke

7

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

kwaliteit en kenmerkende functies, het uitgangspunt. Het ontwikkelingsperspectief van een gebied richt zich op de functies die passend zijn, uitgaande van het uitgangspunt ‘verbinden waar het kan, scheiden waar het moet’. Hierdoor wordt duidelijk of een gebied wel of niet perspectiefvol is voor agrarische bedrijven en dus een agrarisch bedrijf op een toekomstbestendige locatie ligt. Daarmee worden de mogelijkheden voor de agrarische sector niet meteen volledig anders. Als na de uitwerking van de gebiedsgerichte aanpak een gebied niet perspectiefvol is voor een agrarisch bedrijf, dan is dat vaak nu ook al het geval. 2. beperking agrarische ontwikkelingen rondom kernen Reclamanten verzoeken rekening te houden met de bestaande (ontwikkelings-)mogelijkheden van agrarische ondernemingen, in dit geval specifiek rondom de kernen Ysselsteyn, Leunen, Oirlo en Castenray. Bestaande rechten mogen niet worden beperkt (ook ten aanzien van de uitstoot van geur, stof en geluid), zonder dat hier flankerend beleid aan ten grondslag wordt gelegd. Het is onduidelijk binnen welke afstand van de kernen is beoogd om agrarische ontwikkelingen mogelijk te beperken. Ook is niet inzichtelijk op welke locaties hergebruik niet wenselijk wordt geacht en op welke wijze concreet wordt voorzien in een sloopregeling.

Reclamanten vragen zich af wat de gemeente onder kringlooplandbouw verstaat en waarom zij in dit kader een rol voor zichzelf weggelegd acht. Indieners zijn van mening dat ten aanzien van dit aspect niet gemeentelijk, maar eerst landelijk bezien dient te worden of en hoe dit tot ontwikkeling komt. Standpunt gemeente In aansluiting op de voorgaande reactie worden deze gebieden meegenomen in de gebiedsgerichte aanpak. Bij de uitwerking zal duidelijk worden welk gebied het betreft en welk ontwikkelingsperspectief hierbij hoort. Overigens is het doel om intensieve veehouderij en wonen rondom de kernen meer te scheiden al bestaand beleid en als zodanig overgenomen in de omgevingsvisie. En is er ook bestaand flankerend beleid om dit te faciliteren. Wat betreft het onderwerp kringlooplandbouw wordt verwezen naar het gemeentelijk standpunt onder punt 7.

3. verbeteren van het woon- en leefmilieu rondom veehouderijen Volgens de ontwerp omgevingsvisie wordt ingezet op het verlagen van de emissie bij bedrijven met verouderde stallen en het voorkomen van benutting van oude rechten op slechte locaties. Reclamanten vragen zich af wat hiermee wordt bedoeld en wanneer er sprake is van een ‘slechte’ locatie. Onduidelijk is hoe de gemeente een afname van het aantal overlastlocaties wil bewerkstelligen. Bestaande (ontwikkelings)mogelijkheden op basis van wet- en regelgeving op het gebied van geur en luchtkwaliteit kunnen niet zomaar ingeperkt of ongedaan gemaakt worden.

8

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

Standpunt gemeente Het doel van de gemeente is om de totale emissie in het landelijk gebied te verlagen en het aantal overlastlocaties te verminderen. Uitgangspunt hierbij is de bestaande wet- en regelgeving (en bestaande vergunningen en bouwvlakken). Overigens gaat de verantwoordelijkheid van de ondernemer in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen verder dan het uitsluitend vasthouden aan de bestaande rechten. Dit betekent dat de gemeente - in overleg met de ondernemer (en in dialoog met de omgeving)- onderzoekt welke mogelijkheden er zijn om bovenstaande doelen te bereiken. De door reclamanten gewenste duidelijkheid en uitwerking van het beleid volgt dus nog.

4. terughoudendheid met nieuwe woningen Reclamanten zijn van mening dat bestaande mogelijkheden om een bedrijfswoning op te richten bij een (agrarisch) bedrijf gerespecteerd dienen te worden en verzoeken dan ook om een nuancering van de omgevingsvisie op dit punt. Dit geldt ook ten aanzien van de bouwmogelijkheden van een bedrijfswoning bij hergebruik van een agrarische locatie, waarbij thans nog geen bedrijfswoning aanwezig is. Standpunt gemeente Feit is dat agrarische bedrijfswoningen steeds vaker geen onderdeel meer vormen van het bedrijf en dus niet meer noodzakelijk zijn als agrarische bedrijfswoning. Op basis van deze tendens is de gemeente terughoudend om nog nieuwe (agrarische) bedrijfswoningen in het agrarisch gebied toe te staan. Dit onderwerp krijgt een nadere uitwerking in het kader van de herziening van het flankerend beleid. 5. gebiedsgerichte aanpak VAB's Reclamanten vragen zich af wanneer er bij nieuwvestiging in een VAB sprake is van een "passende locatie". Reclamanten vinden het zeer wenselijk om ook op nieuwe locaties nieuwvestiging te kunnen realiseren, eventueel in combinatie met de sanering van een bestaande locatie. Bij het gebruik van bestaande agrarische bebouwing is er geen mogelijkheid om de doelen voor verdere verduurzaming te realiseren.

Ten aanzien van de toepassing van een sloopregeling zijn reclamanten van mening dat in ontwikkelingsgebieden ruimte moet blijven voor de ontwikkeling en nieuwvestiging van agrarische bedrijven. Standpunt gemeente De door reclamanten gewenste aanscherping en uitwerking van het beleid volgt nog. Het beleid t.a.v. VAB’s wordt aangepast op basis van de, hiervoor al genoemde, gebiedsgerichte aanpak (perspectief per gebied). Bij die uitwerking zal duidelijk moeten worden wat een ‘passende locatie’ is. Het is een tendens dat het aantal agrarische bedrijfslocaties afneemt. Er stoppen ook bedrijven die op een goede plek liggen voor een agrarisch bedrijf (een passende en toekomstbestendige locatie). Vanuit zorgvuldig ruimtelijk grondgebruik, heeft hergebruik van

9

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

een toekomstbestendige locatie de voorkeur boven een nieuwe locatie waar geen (agrarisch) bedrijf ligt. Dat vergroot de kans dat een stoppend bedrijf op een toekomstigbestendige locatie wordt hergebruikt. De doelen voor verdere verduurzaming kunnen prima worden opgepakt bij renovatie en doorontwikkeling van de bestaande locatie.

6. grootschalige agrarische bedrijvigheid Reclamanten vinden het onduidelijk wat wordt verstaan onder grootschalige agrarische bedrijvigheid en in welke gebieden dat dan passend zou zijn. Bestaande (ontwikkelings-) mogelijkheden dienen te blijven behouden. Reclamanten vrezen dat het ondernemersklimaat binnen de gemeente Venray ernstig wordt belemmerd door per saldo een afname van bebouwing in het landelijk gebied na te streven. Ook in dit kader dient het aspect kringlooplandbouw door de landelijke overheid nader onderzocht te worden en hoort dit naar de mening van de reclamanten niet thuis in gemeentelijk beleid. Standpunt gemeente De door reclamanten gewenste aanscherping en uitwerking van het beleid volgt nog. Het nader bepalen van de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijvigheid vormt onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak. In dat kader zal ook duidelijk worden in welke gebieden ruimte is voor grote agrarische bedrijven. Tendens is dat het aantal agrarische locaties afneemt. Bij een bedrijf dat nu stopt is de omvang van de aanwezige bedrijfsbebouwing groter dan bedrijven die in het verleden zijn gestopt. Ondanks dat bestaande bedrijven groter worden zal de sloop van deze gebouwen een forse afname van bebouwing in het landelijk gebied opleveren.

De gemeente vreest daarom niet dat het ondernemersklimaat binnen de gemeente Venray ernstig wordt belemmerd door per saldo een afname van bebouwing in het landelijk gebied na te streven. Wat betreft het onderwerp kringlooplandbouw wordt verwezen naar het gemeentelijk standpunt onder punt 7.

7. verduurzaming landbouw Om verduurzaming te bereiken, zullen volgens reclamanten bestaande ontwikkelingsmogelijkheden moeten worden gerespecteerd en nieuwe mogelijkheden moeten worden geboden. Reclamanten verzoeken daarom om aanpassing van het voorgenomen beleid. Ook hier is weer van belang dat kringlooplandbouw een aspect is dat landelijk nog dermate in onderzoek dan wei ontwikkeling is, dat dit volgens reclamanten niet passend is een gemeentelijke visie. Standpunt gemeente Het is van belang dat niet alleen de Europese, landelijke en provinciale overheden richting geven aan de transitie naar kringlooplandbouw. Ook gemeenten kunnen deze ontwikkeling

10

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

stimuleren door in hun visie ambities uit te spreken. De gemeente wil het proces faciliteren binnen de mogelijkheden en de instrumenten die zij hiervoor beschikbaar heeft en ondernemers ondersteunen bij hun experimenten en bedrijfsontwikkelingen. 8. zonneladder De agrarische sector werkt graag mee aan de zonneladder. Echter, door onvoldoende teruglevercapaciteit op het elektriciteitsnet zijn de mogelijkheden om te verduurzamen op dit moment zeer beperkt. Naar mening van reclamanten vallen teeltondersteunende voorzieningen en circulaire teeltvormen nadrukkelijk ook onder verduurzaming. De gemeente zal daarin moeten faciliteren. Standpunt gemeente Pas vanaf 2026-2027 is er naar verwachting weer aansluitcapaciteit voor aansluitingen groter dan 3x80A. Wat wel gedaan kan worden is het onderzoeken welke daken zonnesystemen kunnen dragen (eerste trap zonneladder) om te zijner tijd aan te kunnen sluiten. De opmerking over teeltondersteunende voorzieningen en circulaire teeltvormen valt onder punt 7, verduurzaming landbouw. 9. aanpak klimaatverandering Reclamanten vragen zich af wat concreet bedoeld wordt met maatregelen ter verdroging. Volgens reclamanten worden agrarische ondernemingen op slot gezet door het op voorhand aanduiden van beekdalen en verbindingszones.

Naar de mening van reclamanten dient eerst getoetst te worden of deze aanduidingen passend zijn in een gebied, met inachtneming van bestaande rechten en ontwikkelingsmogelijkheden. Daarbij dient vooraf vast te staan dat er daadwerkelijk financiële middelen beschikbaar zijn om een dergelijke maatregel uit te voeren. Standpunt gemeente Bij de aanpak klimaatverandering betreft het maatregelen met betrekking tot de toenemende pieken bij regenbuien en de periodes van droogte. Het nemen van maatregelen ter voorkoming van wateroverlast is een lopend traject, echter met de toenemende pieken zijn nog aanvullende maatregelen nodig. Niet alleen rondom de Maas maar ook in de beekdalen en in de haarvaten van het waterstelsel. Vanwege de toenemende droogte is ook extra opvang van water nodig om te zorgen dat het grondwater op niveau blijft. Een benadering die ook in het Nationale Omgevingsvisie is opgenomen. Daarmee is duidelijk dat alle overheden een bijdrage leveren aan deze benadering. Een uitwerking zal leiden tot duidelijkheid over de afweging van belangen, gevolgen en kosten. Met deze maatregelen wordt het watersysteem aangepast om te zorgen dat het huidig landbouwkundig gebruik zo veel mogelijk in stand kan blijven.

De effecten van de klimaatverandering zijn dusdanig dat het er rekening mee moet worden gehouden dat (op termijn) niet overal altijd hetzelfde kan worden geteeld als nu het geval is. Daarmee is onvermijdelijk dat het grondgebruik het systeem volgt.

11

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

Gelet op de vragen van de reclamanten is een aanpassing van de toelichting noodzakelijk. Bij ‘we pakken klimaatverandering aan op grote en kleine schaal’ onder deelgebied ‘Agrarisch Gebied’ wordt de tekst ‘We pakken de klimaatverandering aan met een mix van grootschalige en kleinschalige maatregelen. We gaan aan de slag met maatregelen tegen verdroging. Op grote schaal kijken wij naar buffering van water in beekdalen, op kleinere schaal houden we het water vast in boerenstuwtjes in kleine watergangen’ als volgt aangepast: ‘Bij de aanpak klimaatverandering betreft het maatregelen met betrekking tot de toenemende pieken bij regenbuien en de periodes van droogte. Het nemen van maatregelen ter voorkoming van wateroverlast is een lopend traject, echter met de toenemende pieken zijn nog aanvullende maatregelen nodig. Niet alleen rondom de Maas maar ook in de beekdalen en in de haarvaten van het waterstelsel. Vanwege de toenemende droogte is ook extra opvang van water nodig om te zorgen dat het grondwater op niveau blijft. Met deze maatregelen wordt het watersysteem aangepast om te zorgen dat het huidig landbouwkundig gebruik zo veel mogelijk in stand kan blijven. De effecten van de klimaatverandering zijn dusdanig dat het onvermijdelijk is dat (op termijn) niet overal altijd hetzelfde kan worden geteeld als nu het geval is.

Daarmee is onvermijdelijk dat het grondgebruik het systeem volgt. Hiervoor staan alle overheden en partijen aan de lat. Vanuit de gemeentelijke rol gaan we aan verder aan de slag met maatregelen tegen wateroverlast en verdroging. We pakken samen met alle partijen de klimaatverandering aan met een mix van grootschalige en kleinschalige maatregelen variërend van buffering van water in beekdalen tot vasthouden van het water met boerenstuwtjes in kleine watergangen.’ 10. aanpak verdroging aan door ander grondgebruik Reclamanten achten het zeer onwenselijk als een gemeente gaat bepalen waar ze hun gewassen moeten/mogen telen. De agrarische sector heeft namelijk zelf jarenlange ervaring en kennis met het telen van gewassen; goed landbouwkundig gebruik is juist aan de agrarische ondernemers toevertrouwt. Dit dient niet op gemeentelijk niveau te worden gereguleerd. Standpunt gemeente Bij het thema ‘Duurzaamheid” wordt onder het kopje ‘Klimaatadaptatie’ ingegaan op de gevolgen en de constatering dat we ons gebruik en onze wensen moeten afstemmen op de natuurlijke systemen. Het is niet de taak van de gemeente om te bepalen welk gewas mag worden geteeld. De toelichting bij ‘we pakken verdroging aan door ander grondgebruik’ onder deelgebied ‘Agrarisch Gebied’ is veel eerder een signalering.

Gelet de reactie van reclamanten wordt deze signalering opgenomen onder ‘we pakken klimaatverandering aan op grote en kleine schaal’. En wordt het onderdeel ‘we pakken verdroging aan door ander grondgebruik’ geschrapt. 11. huisvesting internationale werknemers Reclamanten benadrukken dat het realiseren van voldoende structurele huisvestingsmogelijkheden bij agrarische bedrijven en het daarin faciliteren van ondernemers

12

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

van groot belang is. Verzocht wordt om in het bestemmingsplan/omgevingsplan een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid op te nemen voor het huisvesten van internationale werknemers in bestaande gebouwen, maar ook in nieuwbouw. Standpunt gemeente In de ontwerp omgevingsvisie spreken we uit dat we de huisvesting van internationale werknemers willen bevorderen. We zijn bezig met een verkenning om tot een lokale integrale aanpak te komen. Daarbij worden de mogelijkheden voor structurele oplossingen en nieuwvestiging opnieuw bekeken in relatie tot het huidige en toekomstige nut en noodzaak hiervan. Nu gelden de mogelijkheden in het bestemmingsplan: bestaande bebouwing en tijdelijk voor 5 jaar nieuwbouw. Later wordt bekeken hoe het nieuwe beleid kan worden vertaald in het nieuwe omgevingsplan. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 2 Reactie De zienswijze van deze reclamanten is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze 1 met betrekking tot de punten 1, 3, 6, 7 en 11. Standpunt gemeente Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het standpunt van de gemeente zoals geformuleerd onder zienswijze 1 onder de punten 1, 3, 6, 7 en 11. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 3 Reactie De zienswijze van deze reclamanten is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze 1. Standpunt gemeente Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het standpunt van de gemeente zoals geformuleerd onder zienswijze 1.

13

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 4 Reactie De zienswijze van deze reclamanten is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze 1. Standpunt gemeente Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het standpunt van de gemeente zoals geformuleerd onder zienswijze 1. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 5 Reactie De zienswijze van deze reclamanten is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze 1 met betrekking tot de punten 1, 3, 5, 6, 7, 8, 9 en 10. Standpunt gemeente Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het standpunt van de gemeente zoals geformuleerd onder zienswijze 1 onder de punten 1, 3, 5, 6, 7, 8, 9 en 10. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 6 Reactie De zienswijze van deze reclamanten is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze 1 met betrekking tot de punten 1, 2, 3, 4, 6, 7, 9 en 10. Standpunt gemeente Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het standpunt van de gemeente zoals geformuleerd onder zienswijze 1 onder de punten 1, 2, 3, 4, 6, 7, 9 en 10.

14

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 7 Reactie De zienswijze van deze reclamanten is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze 1 met betrekking tot de punten 1, 3, 9 en 10. Standpunt gemeente Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het standpunt van de gemeente zoals geformuleerd onder zienswijze 1 onder de punten 1, 3, 9 en 10. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 8 Reactie De zienswijze van deze reclamanten is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze 1 met betrekking tot de punten 1, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11. Standpunt gemeente Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het standpunt van de gemeente zoals geformuleerd onder zienswijze 1 onder de punten 1, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 9 Reactie De zienswijze van deze reclamanten is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze 1. Standpunt gemeente Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het standpunt van de gemeente zoals geformuleerd onder zienswijze 1.

15

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 10 Reactie De zienswijze van deze reclamanten is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze 1. Standpunt gemeente Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het standpunt van de gemeente zoals geformuleerd onder zienswijze 1. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 11 Reactie De zienswijze van deze reclamant is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze 1 met betrekking tot de punten 1, 3, 4, 6, 7, 8 en 10. Standpunt gemeente Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het standpunt van de gemeente zoals geformuleerd onder zienswijze 1 onder de punten 1, 3, 4, 6, 7, 8 en 10. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 12 Reactie De zienswijze van deze reclamanten is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze 1. Standpunt gemeente Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het standpunt van de gemeente zoals geformuleerd onder zienswijze 1.

16

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 13 Reactie De zienswijze van deze reclamanten is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze 1. Standpunt gemeente Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het standpunt van de gemeente zoals geformuleerd onder zienswijze 1. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 14 Reactie De zienswijze van deze reclamanten is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze 1 met betrekking tot de punten 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 11. Standpunt gemeente Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het standpunt van de gemeente zoals geformuleerd onder zienswijze 1 onder de punten 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 11. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 15 Reactie 1. beschikbaarstelling stukken en juridische status Reclamant stelt vast dat de omgevingsvisie op www.ruimtelijkeplannen.nl alleen beschikbaar is gesteld via invoering van plannaam/nummer. Zoeken op adres is niet mogelijk en dit wordt door reclamant als klantonvriendelijk ervaren. Daarnaast is het Omgevingseffectrapport niet beschikbaar gesteld op de in de publicatie vermelde wijze en hierdoor niet raadpleegbaar.

17

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

Reclamant verzoekt daarom om nieuwe en volledige publicatie van de stukken. Gezien de indirect werkende binding van de omgevingsvisie dient het besluit tot vaststelling weloverwogen te worden genomen. Standpunt gemeente Het opstellen van een Omgevingsvisie is vormvrij. Dit wil zeggen dat er geen verdere inhoudelijke regels gesteld zijn en de gemeente daarmee zelf het detailniveau, de gebieden en/of sectoren en thema’s mag bepalen. Iedere gemeenten kan daarmee zelf een invulling geven aan de omgevingsvisie. We onderschrijven dat het zoeken op adres de meest ideale zoekfunctie is: bij het ontwerp lukte het nog niet om dit ook voor de visie te realiseren maar voor het vastgestelde visie zal deze mogelijkheid er wel zijn. Het Omgevingseffectrapport staat bij het onderdeel ‘Proces’ op de website omgevingsvisie.venray.nl. Het document is daarmee wel beschikbaar gesteld en was ook raadpleegbaar. Bij publicatie van de vaststelling van de Omgevingsvisie zal het Omgevingseffectrapport een duidelijkere plaats krijgen. Er zal op de website van de Omgevingsvisie een apart kopje/hoofdstuk worden opgenomen met een samenvatting en verwijzing naar de OER. Er is echter geen noodzaak of juridische grondslag voor het opnieuw ter inzage leggen van de Omgevingsvisie en het Omgevingseffectrapport. 2.

ruimteclaims in Agrarische gebieden Reclamant vraagt zich af hoe er als gevolg van de vele ruimteclaims in de Agrarische gebieden (zoals natuur, energie, water, recreatie en dergelijke) rekening wordt gehouden met de belangen van de agrarische ondernemers in het gebied en op welke wijze de ruimteclaims tegen elkaar afgewogen zullen worden. Standpunt gemeente De (onderling conflicterende) ruimteclaims in de Agrarische gebieden (zoals natuur, energie, water, recreatie en dergelijke) zijn een feit en onvermijdelijk. In de visie staan richtinggevende uitspraken over de verschillende functies. Voor de nadere afweging van de belangen van deze functies wordt een ruimtelijk kwaliteitskader opgesteld en in het agrarisch gebied wordt een gebiedsgerichte aanpak uitgewerkt. Beide instrumenten dienen straks als basis voor de belangenafweging waar welke ontwikkeling het beste kan plaatsvinden in relatie tot de aanwezige waarden (waarde van het gebied en de aanwezige functies). Uitgangspunt is dat deze claims zoveel mogelijk worden gekoppeld en gezamenlijk op de juiste plaats komen te liggen zodat er relatief minder ruimte nodig is. 3. duidelijkheid maatregelen (intensieve) veehouderij In de ontwerp omgevingsvisie wordt aangekondigd dat er een aanpassing komt van instrumenten en regels om luchtkwaliteit te verbeteren en om het gebruik van oude milieurechten op slechte locaties te voorkomen.

Dit vergt van ondernemers een actieve houding; maar de daartoe noodzakelijke duidelijkheid volgt pas via het ‘Omgevingsplan’, het

18

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

‘Programma landelijk gebied’ en een ‘ruimtelijk kwaliteitskader’ voor de hele gemeente. Reclamant is op zoek naar die duidelijkheid en verzoekt deze zo spoedig mogelijk te leveren. Standpunt gemeente De door reclamant gewenste aanscherping en uitwerking van het beleid volgt nog. De richtinggevende uitspraken over de verbetering van het woon- en leefklimaat rondom veehouderijen vormen de basis voor de verdere beleidsuitwerking. De beleidsuitwerking zal worden opgenomen in het Omgevingsprogramma en de juridische vertaling zal worden opgenomen in het Omgevingsplan. Bij het opstellen van dit programma hoort ook een participatietraject waarbij allerlei partijen worden betrokken. Duidelijk is dat de gemeente inzet op een afname van emissies en van overlastsituaties (overschrijden van de huidige normen). In zoverre kan de ondernemer hier reeds op anticiperen. 4. perspectief voor agrarische ondernemers Reclamant doet de oproep om meer aandacht te schenken aan het leefbaar houden van het landelijk gebied. Agrarische ondernemers hebben een binding met het gebied. Als agrarische bedrijven, om welke reden dan ook, moeten stoppen dan zal er ook perspectief voor een nieuwe toekomst geboden moeten worden. Bijvoorbeeld door andersoortige bedrijven toe te laten maar ook bestaande rechten en bestemmingen te respecteren.

Naar mening van reclamant wordt dat perspectief in de Omgevingsvisie onvoldoende voor het voetlicht gebracht. Standpunt gemeente Bij het toekomstperspectief bij deelgebied ‘Agrarisch gebied’ wordt geschetst dat er een balans tussen wonen, recreatie en veehouderij nodig is. Waarbij er voldoende ontwikkelingsruimte voor de agrarische bedrijven blijft. Terecht wordt in de zienswijze gesteld dat niet duidelijk is of er perspectief voor stoppende ondernemers wordt geboden. De tekst is hierin niet duidelijk terwijl verderop, onder het kopje “wat gaan we doen’, wel duidelijk wordt gekozen voor een gebiedsgerichte aanpak van vrijkomende bebouwing waarbij wordt uitgesproken dat we economische bedrijvigheid in het agrarisch gebied willen behouden. De tekst onder het kopje ‘Toekomstperspectief’ onder deelgebied ‘Agrarisch Gebied’ wordt aangepast: ‘Van verrommeling in ons agrarisch gebied is steeds minder sprake. Afhankelijk van het gebied zetten we in op sloop van leegstaande agrarische bedrijven of op hergebruik voor andere functies zoals kleinschalige niet-agrarische bedrijven, recreatieve of maatschappelijke functies.’ Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

19

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

Zienswijze 16 Reactie De zienswijze van deze reclamant is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze 15. Standpunt gemeente Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het standpunt van de gemeente zoals geformuleerd onder zienswijze 15. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 17 Reactie De zienswijze van deze reclamant is inhoudelijk gelijkluidend aan de zienswijze 15. Standpunt gemeente Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het standpunt van de gemeente zoals geformuleerd onder zienswijze 15. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 18 Reactie 1. tekstuele opmerkingen Reclamant verzoekt om de omgevingsvisie op diverse punten tekstueel aan te passen of aan te vullen. Het gaat onder andere om het extra benadrukken van gezondheid en duurzaamheid, de afname van emissies en verbeteren van de luchtkwaliteit, versterken van biodiversiteit, aanpak van droogte, toegankelijkheid, zorg en voorzieningen (zie de punten 1, 10-11, 18, 20-23, 2526, 30, 31, 32, 34, 38-44 in de zienswijze). Reclamant verzoekt daarnaast om een aantal begrippen en afbeeldingen uit de ontwerp omgevingsvisie nader toe te lichten (zie de punten 24, 27-29 in de zienswijze). Standpunt gemeente Een omgevingsvisie bevat de doelen en hoofdlijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving. We proberen hierbij zo integraal en volledig mogelijk te zijn maar we richten ons in de visie wel

20

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

op het specifieke thema of gebied. Niet alle onderwerpen zoals gezondheid, duurzaamheid, droogte en wateroverlast komen overal even uitgebreid terug. Het verzoek van reclamant om specifieke teksten in de ontwerp omgevingsvisie aan te passen of aan te vullen nemen we daarom deels over maar niet overal. De teksten onder de punten 1, 21, 25, 39, 40, 41 en 44 worden aangepast zoals voorgesteld door reclamant. Ook het verzoek van reclamant om specifieke teksten/begrippen en afbeeldingen te verduidelijken, is voor ons aanleiding om de ontwerp omgevingsvisie op deze punten aan te vullen. De teksten onder punt 24; een nadere uitleg van onze duurzaamheidsambitie voor wonen (bij hhema Wonen), punt 27; een nadere uitleg van de afbeelding van de boomspiegel (bij het thema Gezondheid) en punt 28; het begrip klinische bedden ggz (bij het thema Gezondheid) worden aangepast. 2. beginselen Omgevingswet Artikel 1.7 van de Omgevingswet bevat de algemene zorgplicht. Naar mening van reclamant wordt hieraan in de omgevingsvisie te weinig aandacht besteed. In het bijzonder acht reclamant van belang dat ook bij de reeds bestaande activiteiten met nadelige gevolgen opgetreden (gehandhaafd) moet worden.

Voorts wordt in Artikel 3.3 van de Omgevingswet aangegeven dat in een omgevingsvisie rekening wordt gehouden met de algemene milieubeginselen (het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantasting bij voorrang aan de bron dient te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt). Reclamant vindt hierover niets terug in de ontwerp-omgevingsvisie en in het ontwerp OER. Reclamant verzoekt dit aan te passen, met name in de teksten over de Agrarische gebieden. De principes moeten niet alleen worden genoemd in de visie, maar ook toegepast. In het verlengde hiervan is reclamant het oneens met het principe om bij initiatieven voor zonne- en windenergie uit te gaan van: samen de lasten, samen de lusten delen. Dit sluit niet aan bij het principe van de vervuiler betaalt. Standpunt gemeente De algemene zorgplicht en de algemene milieubeginselen gelden voor het gehele fysieke domein. Omdat ze vooral samenhangen met het aspect milieu komen ze aan bod onder thema milieu en worden ze niet specifiek onder een deelgebied benoemd. De algemene zorgplicht houdt in dat zowel overheden, bedrijven als burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. De gemeente doet in de ontwerpomgevingsvisie een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en burgers, maar gaat ook uit van deze zorgplicht.

Deze algemene zorgplicht is vooral bedoeld als vangnet als er geen specifieke regels zijn vastgesteld. In de huidige regels, maar ook in het toekomstig omgevingsplan, zijn er regels ten aanzien van de zorgplicht voor specifieke activiteiten. Deze regels zijn gericht aan burgers en bedrijven. Handhaving van bestaande fysieke activiteiten (met nadelige gevolgen) vindt niet plaats op basis van een omgevingsvisie (deze is namelijk niet bindend voor inwoners of bedrijven) maar op basis van regels in gemeentelijke bestemmingsplannen en verordeningen (straks het omgevingsplan). Het gemeentelijk handhavingsbeleid is niet opgenomen in de omgevingsvisie,

21

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

maar is separaat vastgelegd in het beleidsplan Vergunningen, toezicht en handhaving. Hierin worden ook onze prioriteiten vastgelegd en geven we aan hoe we ons werk monitoren. De algemene milieubeginselen zijn in de ontwerp omgevingsvisie benoemd onder het thema Milieu. Dit neemt niet weg dat de gemeente streeft naar toepassing van deze beginselen bij het formuleren van al haar (thematische én gebiedsgerichte) beleidsvoorstellen. Dit laatste ontbreekt in de ontwerp-omgevingsvisie en zal nader verduidelijkt worden. De tekst onder het thema Milieu, aansluitend aan de opsomming van de vier beginselen, zal als volgt worden aangevuld: ‘Waar van toepassing neemt de gemeente de algemene milieubeginselen op in de verdere uitwerking van haar (thematische én gebiedsgerichte) beleidsvoorstellen.’ Reclamant is verder van mening dat specifiek het principe van ‘samen de lasten, samen de lusten delen’ bij initiatieven voor zonne- en windenergie niet aansluit bij het principe van ‘de vervuiler betaalt’. Ons inziens is hier sprake van twee verschillende principes die elkaar niet tegenspreken. Het principe van ‘de vervuiler betaalt’ houdt in dat degenen die schade toebrengt aan het milieu de economische kosten zou moeten betalen.

Het principe van ‘samen de lasten, samen de lusten’ delen houdt in dat we bij de inpassing van initiatieven voor zonne- en windparken in onze leefomgeving borgen dat de economische voordelen voor een substantieel deel in de regio en gemeente blijven. 3. conclusies omgevingseffectrapport (OER) en gevolgen voor de omgevingsvisie In de samenvatting van het OER (onder kopje Proces in de Omgevingsvisie) is te lezen dat door het ontbreken van doelstellingen en keuzes in de agrarische gebieden de ambitie “Een gezond Venray heeft de toekomst” negatief scoort. Reclamant is van mening dat duurzaamheid en gezondheid voorop moeten staan bij de keuzes die gemaakt worden in de Omgevingsvisie. De doelstellingen en keuzes die leiden tot meer duurzaamheid en betere gezondheid moeten volgens reclamant voor de agrarische gebieden expliciet gemaakt worden in de Omgevingsvisie. Standpunt gemeente De keuzes in de ontwerp omgevingsvisie zijn richtinggevend maar zijn nog niet allemaal in concrete maatregelen uitgewerkt. Hierdoor is in de OER een inschatting van het doelbereik lastig te maken. Door het ontbreken van concrete maatregelen op dit moment is met name het effect bij de ambitie ‘duurzaamheid en gezondheid’ moeilijk te duiden en scoort deze negatief vanwege de grote onzekerheid welke keuzes er in de uitwerking worden gemaakt.

In de OER wordt geadviseerd om de keuzes uit de omgevingsvisie nader uit te werken en worden adviezen gegeven op welke wijze maatregelen kunnen bijdragen aan een positief effect. In de ontwerp omgevingsvisie is dit bij deelgebied ‘Agrarisch Gebied’ uitgewerkt door de opsomming van verschillende maatregelen onder ‘we verbeteren het woon- en leefklimaat rondom veehouderijen‘.

22

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

4. natuurinclusieve landbouw Reclamant vraagt om in de omgevingsvisie naast kringlooplandbouw ook aandacht te schenken aan natuurinclusieve landbouw. Standpunt gemeente Het verduurzamen van de landbouw heeft tot doel de effecten op de omgeving te beperken door een landbouwkundig gebruik dat meer in samenhang met de omgeving is. Zowel kringlooplandbouw als natuurinclusieve landbouw zorgt voor het sluiten van de kringloop en sluit meer aan bij natuurlijke processen en vormen een antwoord op het vraagstuk klimaatverandering. Het kopje ‘we zetten in op het verduurzamen van de landbouw’ onder deelgebied ‘Agrarisch Gebied’ wordt aangepast: ‘Een verdere ontwikkeling van agrarische bedrijven gaat gepaard met een verdere verduurzaming van de landbouw. We stimuleren kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw. Dit zal leiden tot een verbetering van de omgevingskwaliteit: verminderen van emissies (lucht en bodem), het verbeteren van de bodemkwaliteit, een bijdrage aan de landschappelijke kwaliteit en het sluiten van de kringloop.’ 5. circulair ondernemen In de omgevingsvisie is te lezen dat de gemeente bedrijven vraagt om meer samen te werken en hun processen op elkaar af te stemmen. Reclamant vindt het woord vragen hier veel te vrijblijvend.

De gemeente Venray zal volgens reclamant alles in het werk moeten stellen om te bereiken dat de lokale economie een meer circulair karakter krijgt en verzoekt dan ook om aanscherping van dit beleid. Standpunt gemeente De gemeenteraad heeft begin 2021 de visie Circulaire Economie vastgesteld. De ontwerp Omgevingsvisie bevat hiervan een samenvatting met de hoofdlijnen van beleid. Ook is onlangs een uitvoeringsprogramma van deze visie vastgesteld. De documenten zijn te raadplegen op onze website (https://www.venray.nl/visie-circulaire-economie). Samen met inwoners en ondernemers is gekeken welke stappen genomen moeten worden om Venray meer circulair te maken. De gemeente heeft echter geen directe invloed op samenwerking tussen bedrijven, hierdoor is vragen (door stimuleren en faciliteren) nu de enige mogelijkheid en daarmee inderdaad nog vrijblijvend. 6. ruimtelijk kwaliteitskader Reclamant verzoekt de gemeente om het verlenen van vergunningen op te schorten totdat dit ruimtelijk kwaliteitskader is vastgesteld. Standpunt gemeente Met het vaststellen van de omgevingsvisie sluit per definitie het bestaand beleid en bestaande regelgeving hier niet meer volledig op aan. Zo ook de huidige bestemmingsplannen

23

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

buitengebied en het bijbehorend bestaand ruimtelijk kwaliteitskader. Het is ongewenst en ook niet altijd mogelijk om nieuwe aanvragen niet in behandeling te nemen. Ook omdat de uitwerking van nieuwe beleidskaders zoals het ruimtelijke kwaliteitskader langere tijd in beslag nemen. Bij nieuwe aanvragen wordt getoetst aan de huidige wet- en regelgeving, maar zal ook rekening worden gehouden met de uitgangspunten van de omgevingsvisie. 7. NOVI afwegingsprincipe Reclamant is van mening dat het afwegingsprincipe uit de NOVI ‘combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies’ ook voor het agrarisch gebied in Venray moet gelden. Standpunt gemeente Bij de toelichting onder het kopje ‘we zetten in op een gebiedsgerichte aanpak’ onder deelgebied ‘Agrarisch Gebied’ wordt ingegaan op de ordening van functies. Er wordt daarbij met name ingegaan op het scheiden van een aantal functies. Hiermee wordt weliswaar een belangrijk vraagstuk benoemd, maar geeft een eenzijdig beeld aangezien het principe ‘verbinden waar het kan, scheiden waar het moet’ ontbreekt. Reclamant wijst terecht op de afwegingsprincipes uit de NOVI die bij de gebiedsgerichte aanpak van toepassing zijn, ook voor het agrarisch gebied in Venray moet gelden. De omgevingsvisie zal op dit punt worden verduidelijkt.

De huidige toelichting bij ‘we zetten in op een gebiedsgerichte aanpak’ onder deelgebied Agrarisch Gebied: ‘We gaan onderzoeken welke gebiedstypen we onderscheiden, welk toekomstperspectief het heeft. Hiermee wordt duidelijk welke ontwikkelingsmogelijkheden in een gebiedstype wel acceptabel zijn en welke niet. Niet alles kan overal. We brengen meer scheiding tussen veehouderij en bewoners in kern en woningen in het agrarisch gebied’ wordt vervangen door: ‘We gaan onderzoeken welke gebiedstypen we onderscheiden, welk toekomstperspectief het heeft. Hiermee stellen we de kenmerken en identiteit van het gebied centraal en maken duidelijk welke ontwikkelingsmogelijkheden in een gebiedstype acceptabel zijn en welke niet. Niet alles kan overal. Hierbij hanteren we het uitgangspunt ‘verbinden waar het kan, scheiden waar het moet’. De inzet is om functies te verbinden waar het kan om zo ook te voorkomen dat de diverse ruimteclaims te veel beslag leggen op agrarische gronden. We brengen meer scheiding aan tussen veehouderij en woningen in de kernen en in het agrarisch gebied.’ 8. overlast van houtstook Reclamant verzoekt de gemeente om daar waar nodig handhavend op te treden. Daarnaast vraagt reclamant om aandacht voor overlast van barbecues.

Standpunt gemeente De gemeenteraad heeft regels in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) opgenomen over (het voorkomen van overlast door) houtstook. Deze regels uit de APV zullen straks ook landen in het omgevingsplan (na inwerkingtreding Omgevingswet). Hiermee ligt er een juridische basis

24

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

om te gaan handhaven, indien nodig. De handhaafbaarheid van de regels is hierbij een belangrijk aandachtspunt. In de huidige regels richten we ons daarom met name op het gebruik van schoon stookhout en het verbod op stoken als het windstil of mistig is; dit zijn regels die goed handhaafbaar (te controleren) zijn. Voor overlast van barbecues geldt dat de handhaafbaarheid veel lastiger is vast te leggen en de overlast vaak subjectief wordt ervaren. Ons inziens is het creëren van bewustwording (voorlichting) een meer geëigend instrument voor het voorkomen van overlast door barbecues dan het opstellen van regels. 9. maatregelen (intensieve) veehouderij In de ontwerp omgevingsvisie wordt aangekondigd dat er een aanpassing komt van instrumenten en regels om luchtkwaliteit te verbeteren en om het gebruik van oude milieurechten op slechte locaties te voorkomen. Reclamant verzoekt de gemeente om uitsluitend resultaatgericht te gaan vergunnen en meer te gaan handhaven. Standpunt gemeente De gemeente streeft naar afname van de emissies bij veehouderijen door aanpassing van bijvoorbeeld de geurverordening. Ook het actualiseren van de vergunningen en mogelijk intrekken of gedeeltelijk intrekken van de vergunning voor oude niet gerealiseerde stallen behoort tot de mogelijkheden.

Met het project Boeren en Buren en meten van de luchtkwaliteit in en nabij stallen wordt meer inzicht verkregen in de luchtkwaliteit en de mogelijkheden van het feitelijk meten van de emissies bij de veehouderijen. Dit vormt ook een eerste aanzet naar een verkenning van de mogelijkheden om resultaatgericht te vergunnen. 10. ontwikkeling van 30 ha nieuw bedrijventerrein Reclamant is van mening dat er geen omvang aan te leggen nieuw bedrijventerrein zou moeten worden genoemd, zolang niet uit behoefteonderzoek blijkt dat er ook daadwerkelijk 30 ha nodig zijn. Standpunt gemeente De genoemde omvang van 30 ha nieuw bedrijventerrein vloeit voort uit regionale afspraken over bedrijventerreinontwikkeling. Nader onderzoek zal uitwijzen aan welk type(n) bedrijventerrein behoefte is, in welke omvang en op welke locatie(s) binnen de gemeente Venray. Het is mogelijk dat dit leidt tot aanpassing van de eerder gemaakte regionale afspraken, maar we willen hier niet op vooruitlopen. 11. ontwikkelingsruimte voor agrarische bedrijven Reclamant vindt dat de zin ‘Er blijft voldoende ontwikkelingsruimte voor de agrarische bedrijven’ bij het toekomstperspectief van de Agrarische gebieden geschrapt moet worden omdat uitbreiding haaks staat op de rest van de ontwerp omgevingsvisie.

25

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

Standpunt gemeente Met de ontwerp omgevingsvisie wordt uitgesproken om de agrarische bedrijven ruimte te bieden om te kunnen ontwikkelen. Nadrukkelijk wordt ook op diverse onderdelen aangegeven dat deze ontwikkelingsruimte alleen mogelijk is als rekening wordt gehouden met de verschillende andere belangen in het agrarisch gebied. Ingezet wordt op het verbeteren van het woon- en leefmilieu en op het verduurzamen van de landbouw. 12. grootschalige agrarische bedrijvigheid In de ontwerp omgevingsvisie is aangegeven dat de gemeente bij de invulling van de tegenprestatie meer wil inzetten op een sloopverplichting, met als doel dat per saldo een afname van bebouwing in het landelijk gebied ontstaat. Reclamant verzoekt om hieraan toe te voegen: en per saldo een afname van de emissie. Standpunt gemeente De tegenprestaties die bij dit onderdeel worden beschreven betreffen het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. De afname van emissie wordt beschreven bij ‘we verbeteren het woon- en leefklimaat rondom veehouderijen’. Hier gaat het om het verbeteren van de luchtkwaliteit rondom bedrijven. 13. water en bodemaspecten Reclamant mist bij het thema Milieu in de ontwerp omgevingsvisie aandacht voor de kwaliteit van water en bodem. Zo worden aspecten als droogte en wateroverlast niet benoemd.

Standpunt gemeente In de omgevingsvisie hebben we ervoor gekozen om onder het thema Milieu alleen de milieufactoren luchtkwaliteit, geluid, straling en omgevingsveiligheid te behandelen. De kwaliteit van de bodem en het water komen aan bod bij de teksten over de waarden Water en bodem. Onderwerpen als droogte en wateroverlast worden daarnaast ook behandeld onder het thema Duurzaamheid/klimaatadaptatie. 14. gebiedsgericht geluidsbeleid In de ontwerp omgevingsvisie wordt de uitwerking van gebiedsgericht geluidbeleid aangekondigd. Hierbij worden activiteiten en geluidsnormen benoemd in gebieden waar voornamelijk wordt gewoond zoals een rustige woonwijk of waar de nadruk ligt op recreatie of natuur. Reclamant verzoekt om ook bewoners van het buitengebied enige bescherming te geven. Standpunt gemeente In de ontwerp omgevingsvisie wordt het opstellen van gebiedsgericht geluidsbeleid aangekondigd. Uitgangspunt is om geluidhinder bij geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, voor het hele grondgebied van de gemeente te bestrijden en te voorkomen.

26

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

Gebiedsgericht geluidbeleid betekent dat de normen per gebied kunnen verschillen vanwege de aanwezige activiteiten of gewenste niveau. In de ontwerp-omgevingsvisie worden enkele voorbeelden en deelgebieden genoemd, maar de uitwerking van het beleid zal gemeentebreed plaatsvinden. Ook het buitengebied zal hierin worden meegenomen. 15. verdroging, vermesting en verzuring In de ontwerp omgevingsvisie wordt bij de natuurgebieden aangegeven dat er maatregelen worden genomen om de verdroging, vermesting en verzuring in de natuur tegen te gaan en natuurbranden te voorkomen. Reclamant is van mening dat deze maatregelen ook in de agrarische gebieden moeten worden genomen. Standpunt gemeente De aanpak van verdroging, vermesting en verzuring is sterk afhankelijk van provinciale en landelijke regelgeving. De gemeente zal een bijdrage leveren aan de vermindering waar dit mogelijk is op basis van haar beleidsruimte. Die aanpak dient zich te richten op de bron en deze ligt inderdaad in veel gevallen buiten de natuurgebieden. Dat betekent dat er ook maatregelen in agrarische gebieden moeten worden genomen. In de ontwerp omgevingsvisie wordt bij de Agrarische gebieden ook specifiek ingegaan op het aspect verdroging.

Vermesting en verzuring wordt weliswaar niet specifiek genoemd maar we geven wel aan dat het onvermijdelijk is dat (op termijn) ook het agrarisch grondgebruik zal moeten veranderen en meer zal moeten aansluiten bij het natuurlijk systeem. 16. ambitie energietransitie In de ontwerp omgevingsvisie wordt aangegeven dat de gemeente streeft naar 100% duurzame warmte in 2050. Reclamant verzoekt om te streven naar 100% duurzame energie in plaats van alleen warmte. Standpunt gemeente De ambitie van 100% duurzame warmte in 2050 vloeit voort uit landelijke afspraken om in 2050 aardgasvrij te zijn voor alle woningen/gebouwen. Deze ambitie wordt verder uitgewerkt in de Transitie Visie Warmte die eind dit jaar wordt vastgesteld door de gemeenteraad. In onze Energiestrategie (2013) hebben we daarnaast de doelstelling geformuleerd om in 2030 energieneutraal te zijn met compensatiemaatregelen. In het najaar van 2021 zal een evaluatie en herijking plaats vinden van de ambities uit deze Energiestrategie. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

27

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

Zienswijze 19 Reactie Reclamanten onderschrijven de vier ambities van de omgevingsvisie en zien volop kansen voor agrarische bedrijven om hieraan bij te dragen. Daarnaast roept de omgevingsvisie bij reclamanten echter ook vragen op omdat er nog weinig concreet is vastgelegd. Reclamanten hebben daarom de behoefte om een aantal punten onder de aandacht te brengen die ze graag terug zien in de omgevingsvisie of de uitwerking daarvan: 1. dynamiek agrarische ondernemers De bedrijfsontwikkeling bij agrarische ondernemers staat niet stil. We zien dat ondernemers diverse keuzes maken variërend van schaalvergroting, intensivering, extensivering, bedrijfsbeëindiging maar ook verbreding. Het is belangrijk dat in het gemeentelijk beleid zoveel mogelijk ruimte wordt geboden voor deze dynamiek. Standpunt gemeente In de ontwerp omgevingsvisie wordt, zo ver dat mogelijk is, ontwikkelingsruimte geboden voor agrarische bedrijven én voor hergebruik van stoppende agrarische locaties. In de visie wordt aangegeven dat de mate waarin deze (economische) ontwikkelingsruimte beschikbaar is, afhangt van een aantal andere doelen die aan de orde zijn in het agrarisch gebied: gezond woon- en leefmilieu, duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit. 2. aanpak vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) Reclamanten kunnen zich voorstellen dat agrariërs gestimuleerd worden om meer te slopen.

Dit is volgens reclamanten bespreekbaar mits de extra sloop wordt verrekend met andere tegenprestaties zodat het totaal aan tegenprestaties gelijk blijft. Ook kunnen VAB's gebruikt worden voor verbrede bedrijfsactiviteiten. Standpunt gemeente In de ontwerp omgevingsvisie wordt benoemd dat extra sloop noodzakelijk is aangezien er meer stallen leeg komen te staan dan voor hergebruik geschikt is. Om de ontwikkelingsruimte voor economische bedrijvigheid in het agrarisch gebied meer in balans te brengen met behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit wordt er een relatie gelegd tussen ontwikkelruimte en tegenprestatie. In de verdere uitwerking van de omgevingsvisie zullen de huidige en nieuwe tegenprestaties tegen het licht worden gehouden zodat bij nieuwe ontwikkelingen een evenwichtig pakket aan tegenprestaties kan worden ingezet. De omvang is onderdeel van deze uitwerking. 3. nevenfuncties Reclamanten verzoeken het beleid dat een neventak ondergeschikt moet zijn aan de hoofdtak, aan te passen volgens de richtlijnen van de VNG. De neventak moet ruimtelijk ondergeschikt

28

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

zijn; inkomen is hierbij echter niet relevant, in tegenstelling tot het huidige bestemmingsplan buitengebied van Venray. Dit is naar mening van reclamanten niet meer van deze tijd. Door het beleid te verbreden, kan met nieuwe activiteiten worden ingespeeld op veranderende wensen van de consument, wordt een bijdrage geleverd aan imagoverbetering van de landbouw in het algemeen en ontstaat voor de agrariër een welkome aanvulling op het inkomen. Standpunt gemeente Deze zienswijze gaat in op een uitwerking behorend bij het bestemmingsplan. Overigens hanteert de gemeente Venray ruimtelijke afwegingen bij de beoordeling van hoofd- en neventak en niet de mate van inkomen. 4. gebiedsgerichte aanpak Reclamanten hechten er aan dat samen met belanghebbenden wordt bekeken welke ontwikkeling in een bepaald deelgebied wenselijk en passend is bij het karakter van het gebied. In het verlengde daarvan onderschrijven reclamanten het belang van een goede omgevingsdialoog bij nieuwe ontwikkelingen. Het voeren van een omgevingsdialoog betekent echter niet dat er altijd volledige instemming moet zijn van de omgeving. Standpunt gemeente Bij de gebiedsgerichte aanpak vormen de bestaande gebiedskenmerken, zoals landschappelijke kwaliteit en kenmerkende functies, het uitgangspunt.

De ontwikkelingsperspectief van een gebied richt zich op de functies die passend zijn, uitgaande van het uitgangspunt ‘verbinden waar het kan, scheiden waar het moet’. Hierdoor wordt duidelijk of een gebied wel of niet perspectiefvol is voor bijvoorbeeld agrarische bedrijven of hergebruik voor niet-agrarische activiteiten. Bij het opstellen van deze aanpak hoort ook een participatietraject waarbij allerlei partijen worden betrokken. We delen het standpunt van de reclamanten dat het verkrijgen van instemming niet het doel is van een omgevingsdialoog. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 20 Reactie 1. betekenis begrippen Reclamant geeft aan dat de begrippen duurzaam, grootschalig en passend niet nader zijn omschreven waardoor dit kan leiden tot misverstanden en teleurstellingen.

29

Omgevingsvisie Venray Eindrapport zienswijzen

Standpunt gemeente De omgevingsvisie geeft in algemene bewoordingen de gemeentelijke doelen en ambities weer. waardoor een precieze omschrijving van begrippen nog niet van toepassing is. Het abstractieniveau van de visie leent zich hier ook niet voor. De nadere afbakening en omschrijving van begrippen vindt plaats in bestemmingsplannen en verordeningen (straks het omgevingsplan); deze vormen dan ook het juridisch toetsingskader voor vergunningverlening. 2. emissie fijnstof en geur Voor ondernemers is het belangrijk dat er in het buitengebied ruimte blijft om dynamiek te behouden. Echter neemt de druk op de ruimte in het buitengebied toe. Voor de nieuwe agrarische bedrijfsvoering is meer grond nodig om het inkomen te kunnen behouden. Meer grondgebruik leidt echter tot meer emissie van fijnstof en geur. Reclamant gaat er van uit dat de gemeente wat betreft het terugdringen van emissie van fijnstof en ammoniak de ambities uit de provinciale agenda vitale veehouderij onderschrijft en dat er geen extra eisen worden gesteld. Standpunt gemeente Het is te verwachten dat de ontwikkeling van agrarische bedrijven meer omvat dan alleen een intensief gebruik van een groter areaal per bedrijf. In de ontwerp-omgevingsvisie zetten we in op een duurzame landbouw waarbij juist wordt ingezet op minder emissie en meer kringloop.

Die ontwikkeling is afhankelijk van de samenwerking van ondernemers en overheden, waarbij ook de provincie Limburg een meer duurzame landbouw onderschrijft. 3. nieuwe natuur Reclamant vraagt bij de ontwikkeling van nieuwe natuur om de provinciale ambities van de goudgroene natuur te respecteren en geen nieuwe natuur buiten de goudgroene zone aan te leggen i.v.m. de grote druk op de grond in het buitengebied. Er zijn andere mogelijkheden voor versterking van de natuur en de biodiversiteit zoals bronmaatregelen en natuurinclusieve landbouw. Standpunt gemeente In de omgevingsvisie vormt uitbreiding van het areaal natuur geen zelfstandig doel. Het doel is het herstellen en versterken van de natuurwaarden (en biodiversiteit) van bestaande natuurgebieden en landschapselementen. Om dit doel te bereiken is het noodzakelijk dat verbindingen tussen natuurgebieden en de natuurwaarde van landschapselementen worden verbeterd. Daarnaast zetten we ook in op natuurinclusieve landbouw. Daarmee ligt er geen onevenredige claim op agrarische gronden. 4. VAB’s Het is voorstelbaar dat agrariërs gestimuleerd worden om meer te slopen, indien extra sloop wordt verrekend met andere tegenprestaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10576173/1