CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Definitief jaarverslag en jaarrekening 2021 RUD LN

Gemeenteraad 13 december 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Zienswijze (ontwerp)begrotingswijziging 2022 meerjarig RUD Limburg Noord.15.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarverslag en Jaarrekening 2021 GR RUD Limburg Noord

Datum: 2 augustus 2022 Versie: 6.2

Inhoudsopgave Voorwoord

3

1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Voorschriften BBV 1.3 Bestuurlijke organisatie 1.4 Leeswijzer 1.5 Resultaat

5 5 5 5 5 6

2 Jaarverslag 2021 2.1 Programmaverantwoording 2.2 Wat hebben we bereikt? 2.3 Wat hebben we daarvoor gedaan? 2.4 Wat heeft het gekost?

7 7 7 8 26

3 Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2 Financiering 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.4 Bedrijfsvoering

27 27 29 31 31

4 Jaarrekening 2021 4.1 Balans inclusief toelichting 4.2 Overzicht van baten en lasten inclusief toelichting 4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten inclusief toelichting 4.4 Overzicht van reserves en voorzieningen 4.5 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 4.6 Niet uit de balans blijkende verplichtingen en rechten

35 35 41

Besluit tot vaststelling

51

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

52

46 46 47 50

1

Bijlage 1 Dashboard RUD LN 2021

53

Bijlage 2 Infographic RUD LN

54

Bijlage 3 Risico-inventarisatie

55

Bijlage 4 Bijdrage per deelnemer

57

Bijlage 5 Berekening kengetallen

58

2

Voorwoord De Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN) verzorgt een belangrijk deel van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving in Limburg Noord. Door een innovatieve, slagvaardige en efficiënte organisatie van deze taken, dragen we bij aan de verbetering van de kwaliteit, gezondheid en veiligheid van de leefomgeving en aan de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De gemeenten, provincie en gemeentelijke samenwerkingsverbanden werken binnen de RUD samen om de in onze regio beschikbare capaciteit en kennis zo goed mogelijk in te zetten. Het werkgebied van de RUD LN is congruent met de veiligheidsregio. De RUD LN bestaat al sinds 1 januari 2013 en is in 2018 gebaseerd op een gemeenschappelijke regeling met 16 deelnemers; de 15 gemeenten in de veiligheidsregio Limburg Noord en de Provincie Limburg. VTH stelsel onder de loep In 2021 kwam het VTH-stelsel extra onder de aandacht. Wellicht het meeste impact had het rapport van de commissie Van Aartsen. Maar ook de Algemene rekenkamer richtte zijn aandacht op het stelsel. Beide rapporten werden opgevolgd door een hele serie aan nadere onderzoeken, workshops en seminars. De Tweede kamer drong al eerder eensgezind bij de Staatssecretaris aan op actie en wil dat de aanbevelingen snel worden opgepakt. De lange kabinetsformatie maakte dat de voortgang hierin niet gemakkelijk was.

De VNG, de IPO en de omgevingsdiensten (ODNL) zijn met het ministerie in nauw overleg gegaan en inmiddels is een interbestuurlijk programma VTH aangekondigd. Voorgestelde aanpassingen raken niet alleen omgevingsdiensten, maar ook hun opdrachtgevers en ketenpartners. RUD LN en de aanbevelingen Van Aartsen Vanuit de zelfevaluatie door Lysias in 2019 is er door het DB een pakket aan maatregelen in gang gezet. Het bleek echter dat de aard en omvang van de door Van Aartsen voorgestelde maatregelen nog wat anders vragen. In het afgelopen jaar is daarvan een studie gemaakt. Daar kwam uit dat we met veel zaken al op het goede spoor zitten, maar dat er toch nog een tandje bij moet. Het algemeen bestuur heeft aangegeven niet te willen afwachten tot er landelijke maatregelen komen, maar dat we zelf de aanbevelingen proactief oppakken. De hierbij gestelde randvoorwaarde is dat de organisatievorm (netwerk) gehandhaafd blijft. Nabijheid en kennis van de lokale situatie bij onze medewerkers wordt als heel effectief ervaren. Nu de nieuwe omgevingswet eraan komt is dit zelfs van nog groter belang geworden. Dit alles laat onverlet dat de RUD LN als volwaardige omgevingsdienst moet functioneren en dus ook de toets der kritiek moet kunnen doorstaan.

3

Veel werk tegelijk Ook 2021 werd door de pandemie gedomineerd met alle negatieve effecten op het werk. Denk bijvoorbeeld aan het werven en inwerken van nieuwe medewerkers en het effect op ziekteverzuim. Lichtpuntje was dat we steeds beter worden in digitaal werken op afstand. Onder deze omstandigheden werd gewerkt aan het implementeren van maatregelen, het uitvoeren van al eerder afgesproken maatregelen, de veranderingen die de omgevingswet met zich mee brengt en het implementeren van een nieuwe VTH-applicatie. Door de fysieke beperkingen ontstond wederom onderuitputting bij o.a. opleidingskosten en reiskosten. Daarnaast bleef de “productie” (uitvoering van het UP) achter. Niet alle voorgenomen werkzaamheden konden volgens planning worden uitgevoerd door de hoge werkdruk en de verzwarende omstandigheden. Ook een krappe arbeidsmarkt zorgde voor problemen. De uitstroom van personeel kan slechts met grote moeite door nieuwe medewerkers en steeds vaker via extra inhuur worden opgevangen. Echter ook het inhuren van gekwalificeerde mensen wordt moeilijker. De krapte in de arbeidsmarkt werkt ook in de private sector door. Het commitment en de inzet van onze medewerkers in deze omstandigheden is bewonderenswaardig. Hoewel resultaten iets terugliepen is toch enorm veel werk verzet.

Dit verdient een groot compliment: bij deze! Omgevingswet en WKB Het wederom verschuiven van de invoeringsdatum (was eerst 1 juli, werd toen 1 oktober en vervolgens toch 1 januari 2023) leidt tot gemengde gevoelens. Enerzijds meer tijd voor een goede voorbereiding, anderzijds onzekerheid en verwarring. Aan de taken die onze partners in het UP hebben ondergebracht zal nog veel moeten gebeuren en dit werk zal ook na de invoeringsdatum van de wet nog meerdere jaren vragen. De Rijksoverheid heeft hier dan ook de ruimte voor gegeven tot 2029. Met name het omzetten van data zal langere tijd vragen. Onze vergunningverleners en toezichthouders zullen echter direct na de invoering met de veranderingen in hun werk moeten omgaan. Via de RUD-Academie en via de ODNL is vorig jaar met het opleiden van de mensen gestart. Een van onze eigen medewerkers is opgeleid om intern cursussen te kunnen geven. Uit de trainingen die hij geeft (in 2021 al 60 deelnemers) komen veel praktische vraagstukken naar voren. Het gesprek hierover helpt enorm om tot een uniforme aanpak van deze vraagstukken te komen; het scheppen van een level playing field in de regio. Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks Bestuur,

K.G.MC. (Karel) Joosten Directeur RUD Limburg Noord

4

1 Inleiding 1.1 Algemeen De gemeenschappelijke regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord is per 1 januari 2018 operationeel. Het doel van deze regeling was en is om samen met de deelnemers (1) de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken en (2) de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren.

1.2 Voorschriften BBV De wijze waarop decentrale overheden hun financiële administratie inrichten en verantwoorden is geregeld in het de Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In 2016 is de BBV vernieuwd. Voor gemeenschappelijke regelingen is de vernieuwde BBV van kracht met ingang van 2018. De jaarrekening 2021 van de RUD LN is opgezet conform de nieuwe voorschriften van de BBV.

1.3 Bestuurlijke organisatie Het bestuur van de RUD LN bestaat uit een Algemeen en een Dagelijks Bestuur. Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestond in 2021 uit 16 leden, waaronder de voorzitter. De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie hebben uit hun midden elk één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen. Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur is door en uit het Algemeen Bestuur gekozen. Het Dagelijks Bestuur bestond uit drie leden en één plaatsvervangend lid. De voorzitter De voorzitter van de RUD Limburg Noord is de heer Tim Snijckers, wethouder van de gemeente Maasgouw.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 treft u het jaarverslag 2021 aan. Het betreft de programmaverantwoording, waarin op hoofdlijnen staat wat de RUD heeft bereikt, wat zij daarvoor heeft gedaan en wat het heeft gekost. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in de verplichte paragrafen: weerstandsvermogen en risicobeheersing, financiering, onderhoud kapitaalgoederen en bedrijfsvoering.

5

In hoofdstuk 4 treft u de jaarrekening 2021 aan. In de bijlagen vindt u: 1. Een visualisatie van de prestaties in 2021 (dashboard van de RUD LN 2021); 2. De infographic RUD LN; 3. De risico-inventarisatie; 4. De deelnemersbijdrage, inclusief de afrekening over 2021; 5. De berekening van kengetallen.

1.5 Resultaat Wij sluiten het boekjaar 2021 af met een saldo van € 0. Eind 2017 is de GR RUD LN vastgesteld. Daarin is opgenomen dat de middelen die de RUD LN in een boekjaar niet heeft benut, voor bepaling van het rekeningresultaat als uitgangspunt terugbetaald dienen te worden aan de deelnemende partners. Het resultaat met de bijbehorende terugbetalingen is in het volgende overzicht gespecificeerd. Tabel 1 Deelnemers Beesel Bergen Echt-Susteren Gennep Horst aan de Maas Leudal Maasgouw Mook en Middelaar Nederweert Peel en Maas Roerdalen Roermond Venlo Venray Weert Provincie Totaal

Voorlopig resultaat 2021 RUD LN € € € € € € € € € € € € € € € € €

-6.652,28 € -6.465,78 € -15.568,07 € -8.400,10 € -20.810,07 € -17.557,50 € -11.669,90 € -3.841,09 € -8.365,66 € -21.311,98 € -10.143,99 € -28.642,82 € -49.995,65 € -21.319,37 € -24.525,68 € - € -255.269,95 €

Resultaat taakveld 0.1 bestuur -118,70 € -115,37 € -277,79 € -149,89 € -371,33 € -313,29 € -208,24 € -68,54 € -149,28 € -380,29 € -181,01 € -511,10 € -892,12 € -380,42 € -437,63 € - € -4.555,00 €

Resultaat Resultaat taakveld 0.8 taakveld 7.4 Totalen restituties overige baten milieubeheer en lasten -3.521,60 € -3.101,03 € 89,06 € -6.652,28 -3.422,87 € -3.014,10 € 86,56 € -6.465,78 -8.241,46 € -7.257,23 € 208,42 € -15.568,07 -4.446,87 € -3.915,80 € 112,46 € -8.400,10 -11.016,49 € -9.700,85 € 278,59 € -20.810,07 -9.294,63 € -8.184,62 € 235,05 € -17.557,50 -6.177,84 € -5.440,05 € 156,23 € -11.669,90 -2.033,40 € -1.790,57 € 51,42 € -3.841,09 -4.428,63 € -3.899,74 € 112,00 € -8.365,66 -11.282,19 € -9.934,82 € 285,31 € -21.311,98 -5.370,05 € -4.728,74 € 135,80 € -10.143,99 -15.163,01 € -13.352,17 € 383,46 € -28.642,82 -26.466,82 € -23.306,03 € 669,32 € -49.995,65 -11.286,10 € -9.938,26 € 285,41 € -21.319,37 -12.983,47 € -11.432,92 € 328,34 € -24.525,68 - € - € - € -135.135,45 € -118.996,92 € 3.417,42 € -255.269,95

Resultaat taakveld 0.4 Overhead

Dit betreft het voorlopig resultaat. Voor een nadere specificatie van het bovenstaande wordt verwezen naar de toelichtingen in hoofdstuk 2, hoofdstuk 3 en bijlage 5.

6

2 Jaarverslag 2021 2.1 Programmaverantwoording Hierna wordt, via de programmaverantwoording en de paragrafen, verantwoording afgelegd over de realisatie van de bij de begroting 2021 voorgenomen uitvoering in het jaar 2021.

2.2 Wat hebben we bereikt? In de begroting 2021 is de doelstelling van het programma opgenomen: in een gezamenlijke verantwoordelijkheid met de deelnemers de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken én de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. De GR RUD LN wil daarbij een innovatieve, flexibele, slagvaardige en efficiënte organisatie zijn. De dienstverlening wordt verbeterd door: 1. Een ‘level playing field’ (gelijke benadering en behandeling onder de GR RUD LN); 2. Minder toezichtlasten door efficiënte en innovatieve toezichtmethoden. De ambitie van de RUD Limburg Noord naar de omgevingswet toe is als volgt: • De RUD LN wil een vanzelfsprekende deskundige partner zijn in de regio voor het bereiken van de (kern)doelen van de Omgevingswet; • De RUD LN zit bij de partners aan tafel en werkzaamheden worden in gezamenlijkheid uitgevoerd. De RUD LN kan flexibel inspringen op veranderende behoeften vanuit haar deelnemers. • De RUD LN groeit van de uitvoeringsdienst zoals we nu zijn naar dé omgevingsadviseur in brede zin binnen onze leefomgeving, die input levert aan beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving en procesoptimalisatie.

De inhoud van het werk en te leveren kwaliteit in de uitvoering zijn daarbij altijd leidend; • De RUD LN doet dat op een ondernemende, innovatieve, betrouwbare én uitdagende manier.

7

De RUD heeft op onder meer de volgende wijze in 2021 bijgedragen aan de kwaliteitsverbetering van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden bij de uitvoering van VTH-taken én verbetering van de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving: Initiatiefnemers, vergunninghouders en belanghebbenden werden ondersteund door ervaren medewerkers namens het bevoegd gezag. Specialismen werden, waar mogelijk, ingezet op de dossiers die specialistische kennis vereisten. Door toezicht werkzaamheden regionaal te (her)verdelen naar kundigheid en ervaring werden toezichthouders in hun “branche-expertise” ingezet. Gevolg is dat ondernemer en toezichthouder elkaar vaktechnisch beter begrijpen. Door het wegnemen van deze “afstand” werd de kans op naleving vergroot en werd de toezichthouder als toegevoegde waarde ervaren. Op basis van de probleemanalyse zijn controles uitgevoerd bij de objecten en activiteiten met de grootste risico’s. Nieuwe ontwikkelingen (zoals Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen) en toepassingen van innovatieve vormen van toezicht werden gevolgd met en door de kennisgroepen en er werden opleidingen hiervoor gegeven. De uitvoering van maatregelen die uit de evaluatie van Lysias voortkwamen. Omvorming en actualisatie van de website en de regelmatige nieuwsbrieven gaven een beter inzicht in het werk en in nieuwe ontwikkelingen.

Door bijdragen te leveren aan het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht Limburg werd de samenwerking in de keten versterkt. Hierbij valt te denken aan de mestketen, waarin verschillende partijen kennis gedeeld hebben en samen optrokken zoals RIVM, OM en Omgevingsdiensten.

2.3 Wat hebben we daarvoor gedaan? Takenpakket De GR RUD LN heeft zorggedragen voor de uitvoering van tenminste de taken zoals opgenomen in het wettelijk basistakenpakket. Het betreft hier het wettelijke basistakenpakket als bedoeld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit Omgevingsrecht. Daarnaast heeft de RUD LN op verzoek van deelnemers zorggedragen voor de uitvoering van het brede milieutakenpakket, het Wabo-takenpakket inclusief de uitwisseling van specialisten en desgewenst APV en bijzondere wetten. Hieronder is het takenpakket in 2021 per deelnemer weergegeven.

8

Tabel 2

Partner

Ingebracht takenpakket per 1-1-2021 Basistakenpakket

Specialistische Wabo VTH taken

Milieu bij Niet-RUD bedrijven

Wabo breed

Beesel

Ja

Ja

Ja

Bergen

Ja

Deels

Echt-Susteren

Ja

Gennep Horst aan de Maas Leudal

BRIKS (bouwen/slopen en gebruik)

APV

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

Ja

Deels

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

Ja

Nee

Nee

Nee

Maasgouw

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Mook en Middelaar Nederweert

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Peel en Maas

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Roerdalen

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Roermond

Ja

Ja

Ja

Deels

Ja

Nee

Venlo

Ja

Deels

Nee

Nee

Nee

Nee

Venray

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Weert

Ja

Ja

Ja

Deels

Nee

Nee

Provincie Limburg

Ja

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Werkwijze Uitvoering heeft plaatsgevonden door uitwisseling van specialistische kennis en capaciteit tussen de deelnemers. Naast de taken op het gebied van vergunningverlening, handhaving en toezicht zijn door de RUD LN ook coördinerende, afstemmende en adviserende taken verricht. De krapte op de arbeidsmarkt is niet afgenomen in het afgelopen jaar. Het werven van gekwalificeerde medewerkers verliep moeizaam en vacatures bleven relatief lang open staan. Omdat er wel reguliere uitstroom plaatsvond (doorstroom, pensionering), werd de vacaturedruk hoger en moest vaak op inhuur worden teruggevallen en/of werkzaamheden worden uitgesteld. In dit jaar, wederom met beperkingen door de Coronapandemie, is het inwerken van nieuwe medewerkers extra lastig geweest. Voor leidinggevenden zijn de extra werkzaamheden die ontstonden door de evaluatie van de RUD taakverzwarend geweest. Verder heeft langdurig op afstand/thuiswerken de psychische belasting verhoogd. Borging kwaliteit Voor het takenpakket GR RUD LN stelt het Algemeen Bestuur kwaliteitseisen vast. Hierin zijn de geldende kwaliteitscriteria, de handhavingsarrangementen met het OM en de

9

politie, de opdrachten van het Algemeen Bestuur en de vastgestelde landelijke prioriteiten verwerkt. Gemeentelijke deelnemers hanteerden een gezamenlijk, binnen de RUD overeengekomen, uniforme methode voor probleemanalyse, risicoanalyse, prioriteitstelling en programmering van het basistakenpakket. In de basis was daarmee het uitvoeringsniveau gelijk (level playing field). De risicoanalyse is echter uit 2016 en moet worden geactualiseerd. Doordat de gemeenteraden én Provinciale Staten een verordening kwaliteit VTH-taken hebben vastgesteld, dient de uitvoering van de VTH-taken plaats te vinden door organisaties én medewerkers die voldoen aan de vigerende landelijke kwaliteitscriteria. De colleges van B&W en Gedeputeerde Staten dienen jaarlijks aan de volksvertegenwoordigers te rapporteren in hoeverre uitvoering ook feitelijk heeft plaatsgevonden volgens deze kwaliteitscriteria. Er is een werkgroep kwaliteit opgezet die in 2021 een audit heeft gedaan. Er is op basis van 25 dossiers gekeken of de kwaliteitscriteria goed werden toegepast en ook of de binnen de RUD afgesproken procedures werden gehanteerd. Daarnaast is een beeld bepaald van de kwaliteit van het dossier overall. Deze audit laat zien dat er nog flinke verschillen zitten tussen kwaliteit van het werk binnen ons werkgebied.

De werkprocessen zijn verder nog vaak sterk gekoppeld aan de eigen organisatie en de overall kwaliteit kan beter. De werkgroep heeft een aantal voorstellen gedaan waarmee de situatie kan worden verbeterd. De werkgroep kwaliteit heeft daarnaast het traject van EVP’s voortgezet dat al in 2020 liep. Dit wordt in 2021 afgerond. Inmiddels is er een redelijk compleet beeld ontstaan. Zoals verwacht is op dit onderdeel nog veel te doen. Hoewel de basis goed is, is het voldoen aan het aantal vlieguren (een onderdeel van de wettelijke kwaliteitscriteria) nog een issue. In 2021 is samen met het management een aanzet gemaakt om hier centraal op te kunnen sturen. Hierbij worden de deskundigheidgebieden (27) stapsgewijs opgepakt. Samenspel op basis van de PCDA cyclus Het samenspel binnen de gemeenschappelijke regeling tussen het RUD-bestuur, het coördinatiecentrum en de deelnemers is ingericht op basis van de PDCA-cyclus. Deze is in het onderstaande figuur weergegeven:

10

Uitvoering De uit te voeren werkzaamheden zijn in overleg met de deelnemende partners opgenomen in het Regionaal Uitvoeringsprogramma (RUP) 2021. In 2021 is er met behulp van rapportages (dashboards) en de tussentijdse bestuursrapportage gerapporteerd aan de deelnemende partners. De werkzaamheden die de RUD Limburg Noord heeft uitgevoerd betreft de taken die wettelijk verplicht ondergebracht zijn bij de RUD, de zogenaamde Basistaken. Ook zijn er niet-basistaken uitgevoerd. Dit zijn vrijwillig ingebrachte werkzaamheden die passen bij het werkpakket dat de RUD Limburg Noord uitvoert. De kwaliteitseisen die aan de producten en diensten van de RUD worden gesteld, zijn verwoord in de Producten- en Dienstencatalogus (PDC). Voor de realisatie van producten en diensten is de PDC leidend. Voor een visueel overzicht van de resultaten in 2021 verwijzen wij onderstaande overzichten en naar bijlage 1 dashboard RUD LN 2021. Het dashboard RUP 2021 is uitgesplitst in 4 onderdelen. Het betreft onderdelen Vergunningen en Toezicht (hoofdzakelijk de basistaken) en de onderdelen Juridische werkzaamheden en Bestuurlijke prioriteiten & projecten (hoofdzakelijk niet-basistaken). Monitoring Evenals voorgaande jaren blijft het monitoren op uitgevoerde werkzaamheden door de partners complex.

Dit geldt met name voor het monitoren op producten die gemaakt worden buiten de reguliere “VTH-afdelingen” van de partners. Het RUP betreft dus het totale werkpakket dat door de RUD wordt uitgevoerd. Wij gaan hieronder in op de grootste onderdelen van het gerealiseerde RUP.

11

Doordat de uitvoerende medewerkers in dienst zijn bij de deelnemers, worden de kosten van het RUP grotendeels verantwoord in de jaarrekeningen van de deelnemers. Alleen de werkzaamheden die onderling zijn uitgewisseld, komen tot uitdrukking in de financiën van de RUD. Dit jaar is er 3% van het RUP uitgewisseld. Deze uitwisseling is financieel zichtbaar bij het product Wabotaken, taakveld 8.3 Wonen en Bouwen en als onderdeel bij het product Basis- en milieutaken, taakveld 7.4 milieubeheer. In onderstaande grafiek is de realisatie van de hoofdrubrieken (RUP 2021) in uren uitgedrukt. Grafiek 1

Gerealiseerde uren in procenten t.o.v. de planning (R)UP realisatie 2021

realisatie 2020

Totaal >>

77%

85%

1. Vergunningen milieu

85% 83%

2b. Toezicht milieu (uren)

82% 86%

3. Briks

87% 73%

4. APV 5. Juridisch en overig

85% 88%

57% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

93%

70%

80%

90%

100%

Het realisatiepercentage is t.o.v. 2020 met 8% toegenomen. Uitgedrukt in ureninzet is daarmee ongeveer 17.000 uur meer gerealiseerd dan in 2020. Ook in 2021 heeft COVID-19 haar impact gehad op de werkzaamheden. Zo konden er minder fysieke toezichtcontroles worden uitgevoerd, zijn er minder vergunningen verleend en zijn er minder adviezen afgegeven. Daarnaast hebben diverse evenementen, onder de rubriek APV, niet plaats kunnen vinden. Hieronder gaan wij dieper in op de vijf hoofdrubrieken.

12

Vergunningen milieu In het RUP zijn producten in aantallen met bijbehorende kengetallen opgenomen, maar ook producten waar geen kengetallen voor zijn opgenomen. Deze producten worden in uren verantwoord. In grafiek 2 zijn het aantal geplande versus gerealiseerde vergunningen weergegeven in aantallen. Grafiek 2

aantal vergunningen Gerealiseerd 2021

Gepland 2021

38 50

IPPC industrieel

IPPC agrarisch

89

Overig vergunningplichtig

96

147

129 593

Niet-vergunningplichtig 0

100

200

300

400

500

600

675 700

800

In grafiek 3 is visueel weergegeven welke producten de grootste afwijkingen in uren vertonen ten opzichte van de planning. Het betreft hier zowel de producten die verantwoord zijn op aantallen maal kengetal als de producten die verantwoord zijn op uren.

13

Grafiek 3

Grootste afwijkingen gerealiseerde uren t.o.v. planning (R)UP -5000

-4000

-3000

-2000

-1000

0

1000

2000 2V Verg.verlening milieu bij agrarische IPPC inrichtingen

-3755 -278

3V Vergunningverlening milieu bij overige vergunningsplichtige inrichtingen 10V Vergunningen grondstromen, bouwstoffen en bodem

-903

12 Specialistisch advies (externe) veiligheid

-1731

1210 15 Bodem, bouwstoffen en water -388

16 Specialistisch advies geluid en trillingen

-214

19 Specialistisch advies energie en klimaat

Door een tekort aan (agrarische) vergunningverleners zijn er beduidend minder vergunningen (2V en 3V) gerealiseerd dan gepland. Geconcludeerd kan worden dat de actualisatieverplichting IPPC-inrichtingen op de best beschikbare technieken (BBT) nog niet tot uitvoer is gekomen. Evenals voorgaand jaar blijkt dat de behoefte aan inzet externe veiligheid en de afhandeling van meldingen grondstromen hoger ingeschat is dan verantwoord. Complex is vaak, dat deze werkzaamheden over verschillende afdelingen binnen de gemeentelijke organisaties zijn geregeld. Op taakveld bodemadvies en toezicht zijn beduidend meer uren gerealiseerd dan gepland. Aanname is dat dit veroorzaakt wordt door het beter monitoren op daadwerkelijke uitvoer. Zoals eerder vermeld is het monitoren op uitgevoerde werkzaamheden vaak complex. De werkgroep bodem is bezig om de impactverschuiving bodemtaken in beeld te brengen. Daarmee komt er (waarschijnlijk) ook beter zicht op hetgeen daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Toezicht milieu In het RUP zijn producten in aantallen met bijbehorende kengetallen opgenomen, maar ook producten waar geen kengetallen voor zijn opgenomen. Deze producten worden in uren verantwoord. In grafiek 4 zijn het aantal geplande versus gerealiseerde toezichtcontroles weergegeven in aantallen.

14

Grafiek 4

aantal toezichtcontroles bij bedrijven Gerealiseerd 2021

Gepland 2021 1070

Volledige controles

1240

227 167

Deelcontroles energie 12 1

Deelcontroles bodem

142 156

Deelcontroles overig

111

Audit / administratieve controle

186 389

Hercontrole 91

Handhavingscontrole 0

955

160

200

400

600

800

1000

1200

1400

Door COVID-19 zijn er minder fysieke deel-, her- en handhavingscontroles uitgevoerd. De controles bij de meest milieubelastende vergunningplichtige bedrijven (1T t/m 4T) zijn nagenoeg allemaal uitgevoerd. Bij de meldingsplichtige bedrijven (4T) zijn circa 200 controles minder uitgevoerd. Doordat minder controles zijn uitgevoerd worden ook minder tekortkomingen geconstateerd. Deze tekortkomingen vertalen zich in een lager aantal her- en handhavingscontroles. Benoemde hercontroles zijn niet gespecificeerd en hebben betrekking op zowel de volledige controles, benoemde deelcontroles alsook de audits/administratieve controles. Het grootste verschil in aantal hercontroles wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de meldingsplichtige inrichtingen (4T) waarbij er circa 550 niet tot uitvoer zijn gekomen. Naast aantallen voert de RUD ook producten uit die alleen geregistreerd worden op uren. Deze zijn hieronder in grafiek 5 weergegeven.

15

Grafiek 5

Gerealiseerde uren toezicht controles bij niet bedrijven t.o.v. de planning (R)UP Gerealiseerd 2021

Gepland 2021

10T Toezicht op grondstromen, bouwstoffen en bodem

3452 3930

11T Milieutoezicht opsporen milieucriminaliteit buitengebied

214

1410 5788 5715

26T Milieutoezicht bij sloop met asbest 30T Advies na meldingen, klachten en ongewone voorvallen

5193 0

7724

1000 2000 3000 4000 5000 6000 7000 8000 9000

Geplande ureninzet op milieutoezicht opsporen milieucriminaliteit buitengebied (11T) zijn achtergebleven. Indruk bestaat dat er wel ureninzet op heeft plaatsgevonden, maar de monitoring op deze inzet niet (correct) wordt aangeleverd. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat deze inzet buiten de reguliere “VTH-afdelingen” van de partners gebeurd. Ketentoezicht maakt onderdeel uit van milieutoezicht opsporen milieucriminaliteit buitengebied (11T). De controles die uitgevoerd zijn in het project Gebiedsgericht Handhaven mestfraude, een samenwerking tussen NVWA/RVO, Waterschap en de RUD LN, zijn niet onder 11T opgevoerd. Deze werkzaamheden zijn als volledige controle, onder 2T, 3T of 4T opgevoerd. Reden hiervoor is de overlap tussen reeds geplande volledige milieucontroles vanuit de RUD LN en de ontstane controles (13 stuks) vanuit het project. Daarmee zou een dubbele boeking over dezelfde uitgevoerde werkzaamheden plaatvinden. BRIKS De afkorting BRIKS staat voor de producten die vallen onder bouwen, ruimtelijke ordening, inritten, kappen van bomen en slopen van bouwwerken. Uitzondering hierop zijn de sloopwerkzaamheden met asbest. Deze zijn onder toezicht milieu verwerkt. De BRIKS producten zijn uiteen te zetten in vergunningverlening en specialistisch advies en toezicht. Deze worden apart in onderstaande grafieken opgenomen.

16

Grafiek 6

Gerealiseerde uren vergunningverlening en specialistisch advies BRIKS (top 4) t.o.v. planning (R)UP Gerealiseerd 2021

Gepland 2021

24 Specialistisch advies constructieve veiligheid

2.298 1.790

23 Specialistisch advies brandveiligheid

2.063 2.620 11.969 12.598

21V Vergunningverlening bouw (eenvoudig) 6.405

21V Vergunningverlening bouw (complex) 0

2.000

4.000

6.000

8.087

8.000

10.000

12.000

14.000

Zoals grafiek 1 weergeeft is het programma op BRIKS met 87% niet behaald dit jaar. Met name op het product 21V is de productie achtergebleven op de planning. Ook hierop heeft de arbeidsmarktkrapte haar invloed. Er is regionaal alsook landelijk een tekort aan bouwplantoetsers. Grafiek 7

Gerealiseerde uren BRIKS (top 3) t.o.v. planning (R)UP Gerealiseerd 2021

Gepland 2021

166

21T Toezicht gebruiksfase (bestaande bouw)

1.743 7.390 7.427

21T Toezicht bouwen en RO (complex) - realisatiefase 21T Toezicht bouwen en RO (eenvoudig) realisatiefase

1.642 0

2.830

1.000 2.000 3.000 4.000 5.000 6.000 7.000 8.000

17

Er is met name een afwijking zichtbaar bij toezicht in de gebruiksfase. Het betreft toezicht op brandveiligheid bij bedrijven zoals de horeca. Door de lockdown hebben deze controles niet plaats kunnen vinden. APV Met betrekking tot APV is in grafiek 1 aangeven dat 73% van het programma is behaald ten opzichte van 85% in 2020. Grafiek 8

Gerealiseerde uren APV (top 5) t.o.v. planning (R)UP Gerealiseerd 2021

Gepland 2021 5.210 4868

45T Advies gebiedstoezicht 765

Kermissen

1.050

470 318

Weekmarkten

111

Drank- en horecawet

757 1.323

APV 0

1.000

2.000

2.843 3.000

4.000

5.000

6.000

Er zijn met name minder vergunningen op de APV afgegeven i.v.m. het nauwelijks kunnen organiseren van evenementen. Juridisch en overig Op het onderdeel juridisch en overig ligt de productie procentueel gezien aanmerkelijk hoger dan vorig jaar, zie grafiek 1. Ook in absolute aantallen is er in 2021 circa 17.500 uur meer gerealiseerd dan vorig jaar. Partners zijn “bewuster gaan monitoren” op de daadwerkelijk uitgevoerde taken. Dit vertaalt zich direct door in betere productiecijfers.

18

Grafiek 9

Gerealiseerde uren Juridisch en overig (top 7) t.o.v. planning (R)UP Gerealiseerd 2021

Gepland 2021

20.642

Lokale projecten/prioriteiten Regionale projecten/prioriteiten

2.186 2.755

Landelijke projecten/prioriteiten

2.486 2.499

Overige (juridische) werkzaamheden

450

27.945

2.163 12.343 11.786

36T Juridisch Toezicht en Handhaving 8.724 8.208

36V Juridisch Vergunningverlening 548 900

33V Besluitvorming beschikking vergunning 0

5.000

10.000

15.000

20.000

25.000

30.000

De uren onder projecten bestaan uit concrete projecturen en ‘overige’ uren, zoals advisering aan gemeenten over verordeningen, beleid, kwaliteitsverbetering, mediation, etc. Algemene onderdelen Tenslotte wordt hieronder nog ingegaan op enkele algemene onderdelen. Door het tekort aan personeel en het lastig kunnen invullen van vacatures is het percentage uitwisseling gedaald van 4% in 2020 naar 3% in 2021. Omdat tussen de partners niet altijd invulling gegeven kan worden aan verzoektaken, het uithelpen als het specialisme niet in eigen huis is, wordt door de vragende partner zelf ingehuurd. Deze inhuur wordt opgenomen als eigen productie en heeft daarmee een “negatieve” invloed op het uitwisselingspercentage. De uitwisseling heeft echter wel op alle vlakken plaatsgevonden, zowel op reguliere vergunningverlening en toezicht als op specialistische expertises, zoals bijvoorbeeld geluid, bodem, cultuurhistorie en constructieve veiligheid. De 3% uitwisseling wordt verrekend met de vastgestelde uurtarieven van de RUD LN. Hierdoor is ervoor circa € 417.000 uitgewisseld. Deze uitwisseling is zichtbaar in de jaarrekening, voor € 318.000 onder het product Basismilieutaken, en voor € 99.000 op het product Wabotaken. Hoewel het bereiken van een hoog uitwisselingspercentage geen doel op zich is, geeft het wel een indicatie van de onderlinge samenwerking weer.

19

Het aantal controles bij milieu-inrichtingen waar één of meer overtredingen zijn geconstateerd was 14%1. Dit percentage was in 2020 21%. In 2021 is 100% van de adviezen van de RUD Limburg Noord door de bevoegde gezagen overgenomen. Van deze adviezen is 90% binnen de voorgenomen termijn opgeleverd. Dit is een toename van 4% ten opzichte van 2020. Bijzondere thema’s Aan onderstaande thema’s is in 2021 speciale aandacht besteed. Omgevingswet en wet kwaliteitsborging bouwen Het in werking treden van de Omgevingswet is verder uitgesteld. Na het uitstel tot 1 juli 2021 volgde uitstel tot 1 januari 2023. De WKB “lift mee”, de beide wetten worden tegelijk ingevoerd. Het takenpakket van de RUD valt vrijwel volledig onder de reikwijdte van de Omgevingswet. De RUD neemt deel aan het projectleidersoverleg (projectleider omgevingswet) in onze regio. Verder rapporteren we over de voortgang aan de hand van de roadmap. De veranderingen als gevolg van de omgevingswet zitten, naast een andere werkwijze, veelal in de veranderingen in het gebruik van data. Er komen landelijke voorzieningen waar data moeten worden aangeleverd en kunnen worden opgehaald. De data komen van de bevoegde gezagen (bron) maar worden door het gebruik van de nieuwe applicatie gemakkelijker voor meer partijen toegankelijk. Ook de burgers en bedrijven kunnen daardoor sneller inzage krijgen en dat is precies de bedoeling.

Deze operatie is zo omvangrijk en complex, dat dit de planning van de invoering van de Omgevingswet bepaald. De andere werkwijze vraagt ook veranderingen in werkprocessen. Zo gaan we werken met milieubelastende activiteiten (MBA’s) in plaats van inrichtingen, verandert de vergunningplicht (meer algemene regels, minder vergunningen) en vinden er wijzigingen in het takenpakket van gemeenten en omgevingsdiensten plaats. Het groot aantal veranderingen vraagt naast bewustwording ook het trainen van medewerkers. Hiermee is in 2021 begonnen vanuit de RUD. Er hiervoor samenwerking gezocht met ODNL die een compleet (technisch) opleidingspakket hebben opgezet. Daarnaast is een eigen medewerker getraind en geeft de opgedane kennis middels cursussen aan gemeentelijke medewerkers door. Energie Het toezicht op energiebesparing wordt jaarlijks vastgelegd in het uitvoeringsprogramma. Bij het toezicht op de informatieplicht energiebesparingen, waarbij bedrijven moeten melden wat ze hebben gedaan aan (verplichte) energiebesparing, heeft de RUD LN in 2020

1 Deze gegevens zijn extracomptabel bijgehouden,

de verwachting is dat het werkelijke percentage hoger ligt dan het

gepresenteerde percentage.

20

ondersteuning gekregen van een externe partij (REDO groep, gefinancierd door het Ministerie van EZK). Dit heeft geleid tot een grotere naleving van de voorschriften en daarmee tot een verdere energiebesparing. Ook in 2021 heeft REDO deze taken voortgezet. Het energietoezicht en -advies bij bedrijven vanuit de RUD LN is en wordt afgestemd met de RESNML. Omdat er nu een vastgestelde energiestrategie in de regio is, werd met de RES organisatie ambtelijk verkend hoe tot een betere onderlinge afstemming gekomen kan worden. De doelstellingen van beide organisaties sluiten immers goed op elkaar aan en de opdrachtgevers zijn dezelfde gemeenten. Doordat de energietaken niet door alle partners volledig zijn ingebracht in de RUD LN is het moeilijk gebleken tot een uniforme benadering te komen. Dit kwam ook omdat in 2021 nog geen extra (rijks)middelen beschikbaar waren. De kennisgroep Energie heeft wel voorstellen gedaan voor een slimme branchegerichte benadering. Implementatie gezamenlijk VTH -systeem De RUD LN, de RUD ZL, alle gemeenten in de regio Noord- en Midden-Limburg, de provincie en enkele gemeenten in de regio Zuid-Limburg implementeren gezamenlijk een nieuw VTHsysteem, Squit 20/20. Ze werken samen als SGIV (Samenwerking Gemeentelijk Informatiesysteem) en hebben een werkorganisatie opgezet die de implementatie begeleidt. De Provincie Limburg is als regiepartner de penvoerder.

Beoogd resultaat is een kwalitatief betere en efficiëntere taakuitvoering, kostenbesparing en betere dienstverlening aan bedrijven en burgers. Daarnaast kunnen alle deelnemers zich hiermee gezamenlijk voorbereiden op de komst van de Omgevingswet. Het werd echter steeds duidelijker dat de oplevering van Squit 20/20 niet alleen tegen inhoudelijk problemen aanliep, maar dat ook de planning voor de oplevering, acceptatie en life-gang van de applicatie moeizaam verliep. In 2021 sloten, ondanks de problemen, steeds meer gemeenten aan op de nieuwe applicatie. Een aantal gemeenten in onze regio gaven echter aan dit niet meer te gaan doen. De gemeenten die het systeem wel gebruiken erkennen dat er nog problemen zijn, maar zijn toch ook blij een nieuw systeem te hebben. Einde 2021 leverde Roxit, nadat SGIV heeft geëscaleerd richting de leverancier, een plan van aanpak om tot definitieve oplossingen te komen.

21

Ketentoezicht / samenwerkingen Ketentoezicht is de samenwerking tussen toezichthoudende organisaties waarbij één of meer toezichthouders controleren op naleving, kwaliteit of veiligheid op een bepaalde branche of (afval-)keten. Hierbij is het kenmerk dat de partijen(toezichthouders), als schakels in de keten, achtereenvolgens betrokken zijn op de naleving wet- en regelgeving. Ketentoezicht is een basistaak en behoort daarmee tot een onderdeel van de RUD-taken. In het BPO (Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht) alsook in het APO (Ambtelijk Platform Omgevingsrecht) was de RUD LN als uitvoerende organisatie vertegenwoordigd in 2020. Deelnemers aan de overleggen waren Waterschap Limburg, NVWA, Provincie Limburg, gemeenten, OM, Politie, RIEC, Staatsbosbeheer, RUD ZL en de RUD LN. De volgende zaken hebben in 2021 de aandacht gehad: - Gebied Gericht Handhaven mestketen (GGH) waarbij gecontroleerd werd op de naleving gebruik mest. Het doel was en is om de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater te verbeteren (lagere nitraatgehaltes) en voor alle ondernemers in de mestketen een eerlijk speelveld te creëren. In 2021 hebben ondanks COVID13 enkele gezamenlijke bedrijfsbezoeken plaatsgevonden én is er een gezamenlijke communicatiestrategie en aanpak opgesteld. - Overdracht bodemtaken waarbij de bevoegdheid van de provincie naar de gemeente gaat.

De RUD heeft met enkele medewerkers deelgenomen in de projectorganisatie die een plan voor de “warme” overdracht van taken naar de gemeenten heeft gemaakt. Moment van overdracht is aan de omgevingswet gekoppeld. - Opzetten samenwerking toezicht rondom Illegale lozingen op het riool. Hierbij waren gemeenten als rioolbeheer, de RUD als toezichthoudende organisatie, het waterbedrijf Limburg als kwaliteitsbewaker zuiveringsschap en het Waterschap Limburg betrokken. Het AB heeft hierover een themabijeenkomst georganiseerd en een bestuurlijk trekker bereid gevonden dit thema verder te brengen. Naast bovengenoemde samenwerkingen tussen ketenpartners is ook ingezet op het versterken van de samenwerking tussen betrokken partners bij de RUD LN, en met de RUD ZL. Evaluatie en Van Aartsen Het door Lysias in 2019 opgestelde evaluatierapport werd op 13 februari 2020 in Kasteel Groot Buggenum besproken door bestuurders, gemeentesecretarissen, managers en medewerkers en vormde het startschot voor een aantal verbeteracties. Hier bleken de partners nog altijd de netwerksamenwerking te ondersteunen. De komst van de omgevingswet, die flexibiliteit en snelheid vraagt, versterkt dit beeld. Het Algemeen Bestuur gaf n aan het Dagelijks Bestuur de opdracht de aanbevelingen uit te werken tot concrete maatregelen.

Hierbij werd gericht op: Het versterken van de rol van het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur gaat meer op hoofdlijnen sturen. Het aanpassen van de positie van de adviesraad.

22

-

Het verbeteren en versnellen van de totstandkoming en monitoring van het Uitvoeringsprogramma. Het versterken van de rol van de kennisgroepen en het beter ondersteunen van de kennisgroepen. Het verbeteren van de effectiviteit van het lijnmanagersoverleg. Het versterken van het coördinatiecentrum. Het verbeteren van de communicatie in en over het netwerk.

-

In augustus 2020 werd een rapport met de uitgewerkte maatregelen, getiteld “Schouders eronder”, verbeteringen in de governance van de RUD Limburg Noord, opgeleverd. De hierin opgenomen 45 maatregelen werden in 2020 en 2021 opgepakt. Deze maatregelen zijn voor circa de helft gerealiseerd en ongeveer een kwart is ‘in uitvoering”. Een aantal moet nog starten. De maatregelen variëren sterk in omvang en soort en kunnen daarom niet rekenkundig worden vergeleken. Tabel 3 Maatregel heeft Betrekking op

Gepland Aantal

Aantal gereed

Aantal in uitvoering

Nog te starten

Algemeen Bestuur

7

4

1

2

Dagelijks bestuur

4

1

1

2

Adviesraad

6

6

Uitvoeringsprogramma

3

1

1

1

Kennisgroepen

5

1

2

2

Lijnmanagersoverleg

6

1

1

4

Communicatie

4

4

Coördinatiecentrum

5

2

2

1

Algemeen, door directeur

5

3

2

Totalen

45

23

10

12

Het rapport “Om de leefomgeving” van de commissie VTH (commissie Van Aartsen) in maart 2021 had een grote impact. Er werd een pittig oordeel uitgesproken over de staat van het stelsel. Ook kwamen er 10 aanbevelingen die een grote impact hadden bij alle betrokkenen: Gemeenten, Provincies, Omgevingsdiensten, Ministeries. De RUD LN reageerde in mei met een brief richting de Staatssecretaris. Hierin werd het belang van het advies Van Aartsen onderkend en aangegeven dat we hierin zelf een actieve

23

rol wilden nemen. De daad bij het woord voegend werd Lysias gevraagd om te onderzoeken wat er, aanvullend op de al ingezette maatregelen vanuit de evaluatie, nodig was om de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen binnen onze dienst toe te passen. Lysias rapporteerde in juli 2021, in een besloten AB vergadering, hun bevindingen. Deze kwamen erop neer dat we voor een deel al op de goede weg zitten, maar dat op enkele onderdelen in hun ogen nog meer moet gebeuren: -

Omvang omgevingsdienst in overeenstemming met zwaarte van taken Financiering baseren op programma niet op beschikbare middelen Positie directeur in netwerk versterken (sturing) Advisering RUD bij omgevingsplannen (uitvoeringstoets)

Verder gaf men aan dat op een aantal onderdelen bijstelling of versterking van de huidige koers wordt aanbevolen: -

Kwaliteit in de uitvoering Takenpakket Informatie-uitwisseling en kennisontwikkeling Eén uitvoerings- en handhavingsbeleid

Overigens biedt de huidige gemeenschappelijk regeling al een goede basis voor deze aanpassingen. Het AB gaf aan dat men wil inzetten op extra maatregelen teneinde in te spelen op Van Aartsen, maar dat men eerst een uitgewerkt plan wil zien. Met het Lijnmanagement is op 7 oktober 2021 een conferentie gehouden over de voortgang van de evaluatie. Daarbij kwam naar voren dat de constante aandacht voor de governance ten koste dreigt te gaan van de uitvoering van werkzaamheden. Er is immers veel te doen. Daarom is het belangrijk een prioritering aan te brengen bij de ontwikkelingen en het inhoudelijk werk niet uit het oog te verliezen. De managers denken hierbij bijvoorbeeld aan de actualisering van de risicoanalyse en het inrichtingenbestand. Bij een vervolg op deze bijeenkomst heeft Lysias met betrekking tot hun voorstellen een onderscheid gemaakt in: willen, kunnen en doen. Veel zaken die we willen, kunnen we niet direct doen. Dit is vervat in een zogenaamde houtskoolschets. In het AB van 23 december 2021 is besloten om tot een uitwerking van deze houtskoolschets te komen en alle acties als één pakket te presenteren. Hier wordt inmiddels aan gewerkt. Gevolgen capaciteitsproblematiek bij de partners De komst van de Omgevingswet, toenemende zorgen over ondermijning, complexiteit van dossiers, de toegenomen juridisering enz. vragen extra capaciteit vanuit het VTH-domein.

Door vergrijzing (uitstroom) en doorstroom ontstonden veel vacatures in de regio. Het blijkt moeilijk tot hernieuwde invulling te komen. Hier doet de eerder geconstateerde arbeidsmarktproblematiek voor technisch/specialistisch personeel zich gelden. Hierdoor is de uitwisseling van werkzaamheden tussen partners geringer dan ooit geweest. Bij de Berap, die in juli 2021 verscheen werd geconstateerd dat zowel het tempo van de uitvoering van het UP alsook de uitwisseling van personeel achterbleven bij de

24

raming/begroting. Het gebrek aan personeel leidde eigenlijk automatisch al tot minder uitwisseling en meer inhuur. Ook de gevolgen voor het UP zijn geen verrassing. Een ronde langs alle partners bevestigde dit beeld. Ondanks dat werd bij een aantal partners het beeld aan het einde van het jaar toch nog wat gunstiger dankzij een extra “eindspurt”. Opleidingen Daarnaast hebben we aandacht voor de aanwezige kwaliteit en kennis bij de medewerkers. De RUD LN investeert permanent in kennis, kunde en competenties van de medewerkers werkzaam binnen de RUD LN. Met name op de omgevingswet gericht. De RUD-Academie verzorgt cursussen en trainingen gericht op de praktijk. Zo willen we de medewerkers blijven boeien en binden aan onze organisaties. Helaas leverde COVID vaak problemen op en waren fysieke trainingen beperkt. Dit alles heeft zijn impact gehad op het opleidingsbudget (onderbesteding). Prestatie-indicatoren De afgelopen jaren heeft de RUD-monitoring uitgevoerd over de prestaties van de uitvoering. Vanuit deze metingen heeft de RUD voor 2020 een eerste opzet van prestatieindicatoren opgesteld. Deze indicatoren zullen gedurende de jaren verder uitgebreid en doorontwikkeld worden. Dit zal mede mogelijk worden door de invoering van het centrale VTH-systeem. Tabel 4

Indicator

Norm 90%

Realisatie 2020 94%

Realisatie 2021 77%

% uitgevoerde milieucontroles (excl. hercontroles) % volledige controles % deelcontroles

90% 90%

98% 71%

86% 118%

% uren vanuit het RUP gerealiseerd

95%

77%

90%

% adviezen binnen de termijn opgeleverd % adviezen overgenomen door de colleges

90% 100%

94% 100%

90% 100%

25

2.4 Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen voor de uitvoering. In paragraaf 4.2 als onderdeel van de jaarrekening is een nadere toelichting opgenomen op de lasten en baten. Tabel 5 Taakveld Lasten 1

2 3 4 7

5

Programmauitvoering Basis- en milieutaken Projecten Wabotaken Coordinatiecentrum

2021

2021

2021

2021

Primaire begroting 2021

Bijgestelde begroting 2021

realisatie 2021

Saldo

Onvoorzien Vennootschapsbelasting Betalingsverkeer Totaal lasten

7.4 milieubeheer € 1.228.000 7.4 milieubeheer € 8.3 wonen en bouwen € 101.000 0.1 bestuur € 21.000 0.4 overhead € 1.057.000 0.8 overige baten en € lasten 50.000 0.9 vpb € 0.5 Treasury € € 2.457.000

€ € € € € € € € €

1.013.000 101.000 21.000 1.064.000 50.000 2.249.000

€ € € € € € € € €

567.000 50.000 99.000 20.000 894.000 1.630.000

€ € € € € € € € €

446.000 -50.000 2.000 1.000 170.000 50.000 619.000

Baten Programmauitvoering Bestuurskosten Overhead Onvoorzien Basis en milieutaken Projecten Wabotaken Totaal baten

0.1 bestuur € 21.000 0.4 overhead € 1.057.000 0.8 overige baten en € lasten 50.000 7.4 milieubeheer € 1.205.000 7.4 milieubeheer € 8.3 wonen en bouwen € 101.000 € 2.434.000

€ € € € € € €

21.000 1.064.000 50.000 827.000 101.000 2.063.000

€ € € € € € €

20.000 962.000 -54.000 428.000 52.000 99.000 1.507.000

€ € € € € € €

1.000 102.000 104.000 399.000 -52.000 2.000 556.000

-123.000 € 123.000 € €

63.000 -63.000 -

Resultaat Resultaat voor bestemming € 6 Onttrekking reserve 0.10 mutaties reserves € Resultaat na bestemming €

-23.000 € 23.000 € €

-186.000 € 186.000 € €

26

3 Paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de RUD. De RUD int geen belastingen en heffingen, bezit geen grondposities en is zelf geen verbonden partij bij een andere organisatie. Om deze reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen niet opgenomen. Hieronder staan de paragrafen: 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing; 2. Financiering; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Bedrijfsvoering.

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Bufferfunctie In artikel 30 lid 4, 5 en 6 van de GR RUD LN is bepaald dat: “Alvorens het rekeningresultaat te bepalen, vindt een controle plaats op de opbrengsten en kosten in het kader van de vennootschapsbelasting. Een saldo op deze activiteiten zal worden verrekend met de betreffende opdrachtgevers. “Het jaarlijks saldo wordt verdeeld over de deelnemers conform de verdeelsleutels” . “In afwijking van het onder lid 5 bepaalde kan het Algemeen Bestuur incidenteel besluiten om saldo toe te voegen aan een nader te benoemen reserve of weerstandsvermogen”. Dit betekent dat elke deelnemer deelneemt in het risico van een negatief resultaat. In eerste instantie beschikt de RUD LN over een post onvoorzien van € 50.000. Het is echter mogelijk dat de risico’s daarmee niet afgedekt kunnen worden in enig jaar. In beginsel hoeft de RUD LN dan niet zelf te beschikken over een buffer om deze financiële risico’s op te vangen. Er kan immers een beroep gedaan worden op de deelnemers. Een nadeel hiervan is echter dat een negatief exploitatieresultaat steeds bij de deelnemers tot begrotingsoverschrijding zal leiden. Hierdoor is het in overweging te nemen om toch een financiële buffer te creëren. Om hier een goede afweging in te kunnen maken is er een gekwantificeerde risicoinventarisatie.

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de RUD LN kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Het is een buffer om ervoor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden.

27

De RUD LN beschikt niet over een algemene reserve. Zij beschikt wel over een post onvoorzien ter hoogte van € 50.000 die tot de weerstandscapaciteit gerekend kan worden. Indien de post onvoorzien in een boekjaar niet voldoende blijkt te zijn dan zullen de deelnemers conform de verdeelsleutel moeten bijdragen aan het tekort. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de buffer om tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de RUD LN loopt. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in zowel de omvang en de achtergronden van de mogelijke risico’s als ook in de beschikbare weerstandscapaciteit. De ratio tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit (op basis van geïnventariseerde risico’s) bepaalt het weerstandsvermogen van de RUD LN. Risicobeheersing Risico’s De RUD LN inventariseert de risico’s waaraan de RUD LN is blootgesteld. Een aantal risico’s zijn afgedekt met verzekeringen. Denk daarbij aan de aansprakelijkheidsen rechtsbijstandverzekering. Een tabel van de risico-inventarisatie is in bijlage 3 opgenomen. Opgemerkt dient te worden dat de tabel inzicht geeft in de verwachtingswaarde van de risico’s. Wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet kan het effect groter of kleiner zijn dan de verwachtingswaarde.

Conclusie Het totaal van de risico’s (zie bijlage 3) is becijferd op € 94.500. Op basis van beschikbare weerstandscapaciteit, de post onvoorzien van € 50.000, komt het weerstandsvermogen neer op: € 50.000 / € 94.500 = 0,53. De voor- en nadelen met betrekking tot o.a. de vorming van een algemene reserve zijn door de RUD LN in samenwerking met haar partners afgewogen. Het uitgangspunt blijft om geen algemene reserve in te stellen. Er is bewust gekozen om niet alle mogelijke risico’s af te dekken. Enerzijds omdat ervanuit gegaan wordt dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Anderzijds omdat het rekeningresultaat (positief dan wel negatief) verrekend wordt met de deelnemers. Mochten de risico’s in een jaar boven de post onvoorzien uitkomen, dan worden deze doorberekend aan de deelnemers conform de GR. Kengetallen In artikel 11 van het BBV staat dat gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen in de paragraaf Weerstandsvermogen een set van vijf financiële kengetallen dienen op te nemen. Dit zijn kengetallen voor: de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Gezien de RUD LN

28

geen belastingen en heffingen int en geen grondposities bezit zijn de kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet van toepassing. Hieronder zijn de (overige) ratio’s weergegeven. In bijlage 5 is de berekeningswijze uiteengezet. Tabel 6

Kengetallen

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Duiding

Beoordeling

- 18,39%

Primaire Begroting 2021 -5,14%

Netto schuldquote

- 14,00%

Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager dit percentage hoe beter.

Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen

-18,39%

-5,14%

- 14,00%

Solvabiliteitsratio

19,10%

9,80%

19,59%

Structurele exploitatieruimte

-1%

-1%

-0,13%

Bij verstrekte leningen bestaat onzekerheid op terugbetaling. Door deze leningen in mindering te brengen op de financiële activa wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekend voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage hoe beter. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de RUD in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage hoe beter. Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de RUD heeft om de eigen lasten te dragen. Hoe hoger dit percentage hoe beter.

De RUD beschikt alleen over een bestemmingsreserve die afneemt. Het uitgangspunt is om geen algemene reserve op te bouwen. De RUD heeft geen leningen verstrekt. Hierdoor wijkt het percentage niet af van de netto schuldquote.

Het uitgangspunt is om geen algemene reserve in te stellen. Eventuele resultaten worden verrekend met de partners. De begroting 20202023 is structureel in evenwicht. Hiermee voldoet het aan de voorwaarde voor het toepassen van repressief toezicht.

3.2 Financiering Deze paragraaf gaat in op de wijze waarop de RUD LN zo adequaat mogelijk omgaat met het liquiditeitenbeheer. Hiervoor gelden niet alleen wettelijke kaders en regels, zoals vastgelegd in onder andere de wet FiDo (Financiering Decentrale Overheden) en RUDDO (Regeling Uitzettingen Derivaten Decentrale Overheden), maar ook interne richtlijnen; deze interne richtlijnen zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het statuut geeft de kaders aan waarbinnen het beleid wordt uitgevoerd.

29

Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (FiDo) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening verplicht voorgeschreven. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover van toepassing valutarisico’s. De grondslag voor de treasuryfunctie van de RUD wordt gevormd door het treasury statuut. In het treasury statuut zijn de kaders opgenomen waarbinnen het Dagelijks Bestuur de financieringsfunctie mag uitoefenen.

Treasurybeheer- en beleid De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; • Het verankeren van de treasuryactiviteiten in de (administratieve) organisatie; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet Fido, RUDDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut; • Het bewaken van de financiële risico’s op afgegeven garanties. Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet Fido is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal.

De RUD LN heeft geen opgenomen (noch verstrekte) leningen, waarmee toetsing aan de renterisiconorm niet aan de orde is. Kasgeldlimiet De Wet bepaalt dat in de financieringsparagraaf informatie opgenomen dient te worden over de liquiditeitspositie van de RUD LN in relatie tot de kasgeldlimiet. Door de RUD LN werden uitsluitend positieve saldi aangehouden en kwamen debet standen in de rekening courant niet voor. De activiteiten van de RUD LN werden gefinancierd uit voorschotten van de deelnemers. Deelnemers wordt aan de start van ieder jaar verzocht de deelnemersbijdrage voor het gehele jaar over te maken. Van kasgeldleningen werd aldus geen gebruik gemaakt, waardoor de kasgeldlimiet niet van toepassing is. Schatkistbankieren Sinds 15 december 2013 stelt het Rijk Schatkistbankieren verplicht. Dit houdt in dat overtollige liquiditeiten aangehouden dienen te worden in de Nederlandse schatkist:

30

'overtollig' verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Aan de verplichting tot het aanhouden van overtollige liquide middelen in de schatkist is een ondergrens verbonden, namelijk 0,75% van het begrotingstotaal, een en ander met een minimum van € 250.000; voor de RUD LN betekent dat, dat overschotten slechts in de schatkist aangehouden dienen te worden, zodra deze minimaal € 250.000 (gemiddeld tegoed gedurende een heel kalenderkwartaal) bedragen. Interne ontwikkelingen en renteresultaat Voor saldi, die gedurende 2021 gestald werd binnen het schatkistbankieren is geen rente vergoed, noch in rekening gebracht. Er wordt aldus geen rente geboekt. Berekening omslagrente Nieuwe regelgeving binnen het BBV stelt dat de berekening van de ‘omslagrente’ moet worden opgenomen in de paragraaf Financiering. De omslagrente wordt bepaald door de externe rentelasten te delen door het totaal van de activa. Zoals hiervoor is weergegeven heeft de RUD LN geen externe rentelasten. De berekening van de omslagrente is daarmee niet van toepassing voor de RUD LN.

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen heeft tot doel om aan te tonen hoe RUD LN de instandhouding van haar kapitaalgoederen waarborgt. Er zijn echter geen investeringen in kapitaalgoederen door de RUD LN gerealiseerd. RUD LN beschikt niet over dienstauto’s en heeft de ondersteunende diensten zoals kantoorruimte en ICT bij de gastorganisatie Roermond ingekocht.

3.4 Bedrijfsvoering De GR RUD LN is een gemeenschappelijke regeling met een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Voor de uitvoering van VTH-taken is gebruik gemaakt van de expertise die aanwezig is bij de deelnemers. Om kwaliteit van uitvoering en onderlinge afstemming te borgen is gebruik gemaakt van het coördinatiecentrum. Het organogram is hieronder weergegeven:

31

AB-RUD

DB-RUD

Kring secretarissen

informatievoorziening

RUD- directeur Lijnmanagersoverleg RUD- coördinatie centrum

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Team

Team

Team

Team

Team

Team

Team

Team

Het coördinatiecentrum bestaat uit een directeur en medewerkers. Zij zijn in dienst van de gemeenschappelijke regeling en stellen voorstellen op voor het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur over: 1. Centrale programmering, incl. uitwisseling specialistische inzet tussen de deelnemers; 2. Eisen om te kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria; 3. Sturing op kwaliteit van de medewerkers (opleiding en training en vlieguren); 4. Auditeren van de resultaten van de deelnemers (voortgangsbewaking op de planning en steekproefsgewijze beoordeling van de kwaliteit van proces en inhoud); 5. Rapportages en verbetervoorstellen die uit werkzaamheden van kennisgroepen of ingezette adviseurs voortkomen; 6. De verdere ontwikkeling van de RUD LN (o.a. naar aanleiding van het evaluatierapport Lysias). Per deelnemer treedt één lijnmanager op als aanspreekpunt voor de RUD-directeur en het coördinatiecentrum. De zogenoemde coördinerend VTH-manager/ lijnmanager. De lijnmanagers van de deelnemers zijn verantwoordelijk voor: 1. Versterken van de netwerksamenwerking vanuit de eigen organisatie; 2. Tijdig aanleveren van informatie; 3. Realiseren van kwaliteit van de uitvoering door gedragen processen en kwaliteitseisen; 4. Borgen van kwaliteit van medewerkers en processen, door opleidingen, trainingen en maken van de noodzakelijke vlieguren; 5. Trekken van kennisgroepen en ontwikkelteams; 6.

Realiseren van het betreffende deel van het UP volgens de afgesproken werkwijzen; 7. Ondersteunen van een passende organisatiecultuur en investeren in de relatie en de samenwerking met deelnemende organisaties; 8. Ondersteunen van samenwerking met andere partijen in het fysieke domein. De lijnmanagers hebben de ruimte om de eigen gemeentelijke/provinciale PDCA-cyclus te volgen en de lokale integraliteit te bewaken binnen de kaders van de GR RUD LN.

32

Personeelsbeleid De RUD LN heeft voor de uitvoering van haar personeelsbeleid en de salarisadministratie gebruik gemaakt van de ondersteuning door de gemeente Roermond in een gastheer constructie. Begin 2021 waren er zes medewerkers in dienst van de RUD LN en in 2021 is er één medewerker uitgestroomd per 1 juni en één medewerker ingestroomd per 1 juli. Daarnaast is de formatie met 1 persoon uitgebreid per 1 augustus. De formatieomvang bedroeg vanaf 1 augustus in totaal 7 personen (6,2 FTE). Informatisering en automatisering Er is gewerkt aan een gezamenlijke VTH-applicatie die in 2021 zou worden geïmplementeerd. Zoals eerder aangegeven is de planning echter uitgelopen. Voor ondersteunende zaken werd gebruik gemaakt van de applicaties van de gastheer gemeente Roermond. December 2021 is gestart met de implementatie voor het automatisch verwerken van gegevens rondom uitvoeringsprogramma en de daaraan verbonden financiële verrekening en verantwoording. Rechtmatigheid Normenkader en controleprotocol Het Algemeen Bestuur heeft haar vergadering van 23 december 2021 het controleprotocol 2020 – 2021 vastgesteld. Het protocol heeft als doel nadere aanwijzingen te geven aan de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole. Daarin heeft het Algemeen Bestuur de daarbij te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties voor de controle van de jaarrekening aangegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11995234/1