04 Bijlage bij Toelichting bestemmingsplan Gasstraat 6 Venray
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Bijlagen bij toelichting -
Gasstraat 6 Venray Gemeente Venray
BESTEMMINGSPLAN - Bijlagen bij toelichting -
Gasstraat 6 Venray Gemeente Venray
IDN-nummer:
NL.IMRO.0984.BP20004-va01
Status:
vastgesteld
Datum:
13 september 2022
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Stedenbouwkundig plan
6
Bijlage 2
Inrichting openbare ruimte
8
Bijlage 3
Evaluatieverslag bodemsanering
10
Bijlage 4
Beschikking bodemsanering provincie Limburg
391
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
398
Bijlage 6
Stikstofonderzoek
450
Bijlage 7
Inrichting waterhuishouding
467
Bijlage 8
Omgevingsdialoog
469
Bijlage 9
Advies Veiligheidsregio Limburg-Noord
477
Bijlage 10
Nota van zienswijzen
480
bestemmingsplan Gasstraat 6 Venray
3
4
bestemmingsplan Gasstraat 6 Venray
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Gasstraat 6 Venray
5
Bijlage 1
6
Stedenbouwkundig plan
bestemmingsplan Gasstraat 6 Venray
D
C
B
A
2
2
14.000
8.115
1.758
2.561
34.528
8.214 5.400 10.000
6.000
6.835
6.000
2.000
7.500
7.500
6.000
6.000
7.500
7.500
6.000
6.000
2.203
5.000
6.000
5.000
2.000
2.091
6.000
6.000
8.214
4.398 1.2 23 5.000 6.000
7.500
7.500
9.406
1
1
opdrachtgever
:
w.j. de la roy b.v.
mc-architecten b.v.
lidwinahof 16, 5801 jw venray betreft
:
omschrijving
:
woningbouw terrein gasstraat gastraat 6, 5801 ct venray albionstraat 3, 5809 ab leunen
C
B
telefoon 0478-581524
stedenbouwkundig plan plattegrond, 3dviews
telefax 0478-511585 e-mail mc-architecten@planet.nl internet www.mc-architecten.nl
ontw.
marcel martens
gew. 2 april 2019
.
schaal
1:500
get.
marcel martens
18 april 2019
.
form.
841x594
datum.
9 augustus 2018
.
.
aantal bladen
1
mc-architecten b.v. D
ing. marcel martens architect a.v.b. bna
architectenbureau bna A
blad
bt.1
werk
17.14
Bijlage 2
8
Inrichting openbare ruimte
bestemmingsplan Gasstraat 6 Venray
Noordsingel
24.33 24.27 24.26
24.33
24.34 24.38
24.28
24.38
24.40
24.50 24.82
24.31
24.29
24.34
24.35 24.26
24.34
24.70 50
24.22
24.22
24.20
24.22
24.36 23.11 23.11
24.48 24.39
24.26
24.22
24.12
24.38
50
24.56 24.94
24.43
50
45
25.11
50
50
45
24.41 24.48 PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
N PLA
24.45
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN PLAN A PL
N
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
24.39
R=
24.64
PpV
6
24.30
8
24.53 do
24.52
PLAN
PLAN
WFA
PLAN
24.47
PLAN
PLAN
PLAN
24.
6
33
PLAN
24.
38
24. 39 .33
24.37 24
24.37
PLAN
PLAN
14.91
PLAN
24.31 24.33
PLAN PLAN
A' bp. 24.5
5
PLAN
24.43 in
PLAN
24.30
PLAN
24.37
40
24.33
24.32
24.38
24.30
PLAN
24.42 24.4724.50
Aa PLAN
24.46
bp. 24.5
5
PLAN
PLAN
24.40
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
24.27 24.33 24.35
put 24.33 22.22 22.21 b 400
24.41
24.25 tk
D1
24.39
24.40 in
24.38
24.30 24.35
Gasstraat
24.25 tk
24.25
24.31
24.37 24.33
24.46
24.45
24.46 24.45 w 24.40
24.50
24.34
24.23 24.33
24.21 tk
24.4 24.45 7 24.44 24.47
Aa 24.39 24.39
24.27
put 24.32
24.36
Te herstraten elementen verharding
24.43
Parkeren op eigen erf
24.33 24.28
24.28 24.24 tk
24.48
24.33 24.25 tk
22.17 22.17 b 400
Aan te brengen trottoir resp. straatkolk
24.46
24.42 24.73 do
R5
24.27
24.43
24.41 do PLAN
24.33
PLAN
PLAN
PLAN
24.34
24.37
6 R=
6 R=
24.47 24.49
PLAN
24.38
PLAN
WFT 24.33
24.37
Aan te brengen betontegels 300 x 300 x 60 mm in halfsteensverband
4
PLAN
24.39
PLAN
5
Aan te brengen betonstraatstenen dikformaat kleur edelantraciet in halfsteensverband
R1
PLAN
bp. 24.5
Parkeervak: aan te brengen betonstraatstenen keiformaat in elleboogverband. Parkeervlek kleur edelantraciet, omranding kleur grijs
24.
40
24.53 do
PLAN
1
24.
45
PLAN
PLAN
24.30
Rijweg: aan te brengen betonstraatstenen keiformaat kleur edelantraciet in keperverband
24.
PLAN
PLAN
24.45
24.87 do
24.32
Aan te brengen kantlaag 2 strek betonstraatstenen keiformaat kleur edelantraciet in betonfundering
24.41
PLAN
24.53
Aan te brengen molgoot 5 st. betonstraatstenen keiformaat dik 80 mm in betonfundering kleur edelantraciet
24.49 do
5
PLAN
24.33 24.38 24.33
24.3 6
24.42
PLAN
Aa
PLAN
5
Aan te brengen geleideband 50/200 x 200 mm in betonfundering
1
24.64 do
2
24.40
24.4
6
24.53
24.5
bp. 24.5
24.3
Bestaande maaiveldhoogte resp. nieuwe aanleghoogte
Aan te brengen opsluitband 100 x 200 mm in betonfundering
24.37
Trafo
24.32
PLAN
2
24.24 tk
24.44
PLAN
WFT
24.26
24.3
0
PLAN
24.30 24.4 2
24.34
24.25 tk
24.48 do
24.44
24.3 PLAN
24.45 do
24.51 do
1
PpV PLAN
R2
2424.45 .44
24.4
24.50
PLAN
24.43
8
24.33
PLAN
A
24.38
24.3
R=
8
bp. 24.55 24.30
24.47
4,0
24.3
Aa
24.45
2
PLAN
PLAN
24.37 24.67
24.3
OVG
D3
24.54
WFA
PLAN
24.66
PLAN
PLAN PLAN
3
bp. 24.55
5
24.3 0
PLAN
PLA N PLA N
PLAN
24.33
24.35
24.27 do
24.2
raa t
PLAN
PLAN
PLAN
KpF
PLAN
PLAN
24.35
WFT
0
24.33
24.59
24.44
PLAN
24.33 24.38
24.38
6
24.30
R=
24.38
PLAN
24.42
24.42
24.58
24.33
24.33
24.30
PLAN
24.63 24.38
24.52
24.38
24.38
PLAN
R4
24.73
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
24.30
24.30
PLAN
D2
24.33
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
.27
24.41
7
PLAN
7
5
24.3
24.4
24.53 24.48
24.46 24.3
Raa
PLAN
PLAN
24.50
PLAN
24.42
24.31 24.29 24.21 24 sk
dhu
PLAN
PLAN
PLAN
24.50
24.53 24.47
bp. 24.5 5
24.26
R3
isst
PLAN
PLAN
24.66
8
24.49
24.34 bk 24.33 sk
24.54 2 in 4.54 24.52
PLA N
PLAN
24.68
bp. 24.5 5
24.41 in
24.5 2
24.38 24.57
PLAN
24.47
24.47
0
24.54 24.58 24.48
25.05
24.37
24.67
24.5
PLA N
PLAN
PLAN
PLAN
PLAN
25.11
25.05
PLAN
PLAN
PLAN
24.5
0
24.75 24.40
PLAN
25.11
45
24.32 24.29
24.23
OVG
PLAN
Locatie ondergrondse afvalcontainer
Grens openbaar gebied
Aan te planten boom in de maat 18-20 Aa Amelanchier arborea 'Robin Hill' 3 st. KpF Koelreuteria paniculata Fastigiata 1 st. PpV Parrotia persica 'Vanessa' 2 st. alle bomen voorzien van 300 mm hoge gietrand bomen langs leidingtrace incl. te plaatsen wortelscherm
WFT
Aan te planten heesterbeplanting: Weigelia florida 'Tango' 40-50 3 st/m2 totaal 126 st.
WFA
Aan te planten heesterbeplanting: Weigelia florida 'Alexandra' 40-50 3 st/m2 totaal 456 st.
24.25 24.21 tk
24.33 24.24
24.23 24.24
AC
Aan te planten heesterbeplanting: Solitaire heester: Amelanchier canadensis 80-100 totaal 2 st. Aan te planten haagbeplanting: Fagus sylvatica 100-120 5st/m1 totaal 160 st.
Bouwplan Gasstraat Venray
DO Verhardingen
W.J. de la Roy Venray
Projectnr: 19 VNR 028 Tekeningnr: 19185 V-A1-200
Schaal: 1:200 Datum: 30-12-2020
Advies- en Ontwerpbureau Peperstraat 7 5975 BS Sevenum T 077 4672865
M 06 13315080 info@geertjanssenontwerp.com
Bijlage 3
10
Evaluatieverslag bodemsanering
bestemmingsplan Gasstraat 6 Venray
Evaluatieverslag sanering aan de Gasstraat 6-8 te Venray
Titel Opdrachtgever Adviesbureau
Evaluatieverslag sanering aan de Gasstraat 6-8 te Venray
Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM VENRAY
MILON bv Huygensweg 24 5482 TG Schijndel
Titel:
Evaluatieverslag sanering aan de Gasstraat 6-8 te Venray
Status:
definitief
Datum:
28 april 2016
Opdrachtgever:
Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM VENRAY
Contactpersoon: Telefoonnummer: E-mail:
de heer R. Hoeymakers 0478-523333 0478-523333 Roger.Hoeymakers@venray.nl
Projectnummer:
20151662
Auteur: Senior adviseur: Telefoonnummer: E-mail: Website:
ing. Jan van Nuenen ing. Jan van Nuenen 073-5477253 info@milon.nl/jan@milon.nl www.milon.nl
Projectleider: ing. Jan van Nuenen
Kwaliteitscontrole: R. Esselink
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of MILON bv. Op al onze leveringen en diensten zijn onze algemene voorwaarden, gedeponeerd ter griffie van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch d.d. 3 juni 2010, en de RVOI-2001 van toepassing. De tekst en inhoud van deze voorwaarden zijn te raadplegen via www.milon.nl of worden op verzoek gratis toegezonden.
MILON bv is gecertificeerd conform ISO 9001 en VCA** en erkend door het ministerie van IenM voor: BRL SIKB 1000 “Monsterneming voor partijkeuringen”, protocol 1001, 1002 en 1003; BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001, 2002, 2003 en 2018; BRL SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg” en protocol 6001 (processturing en verificatie).
Inhoudsopgave 1. Inleiding .................................................................................. 3 1.1. Opdrachtverlening .............................................................. 3 1.2. Aanleiding ......................................................................... 3 1.3. Doel sanering en evaluatieverslag ......................................... 3 1.4. Onderzoeksbetrouwbaarheid en onafhankelijkheidsverklaring ... 3 2. Saneringslocatie en verontreinigingssituatie ........................... 4 2.1. Locatiegegevens en gebruik ................................................. 4 2.2. Verontreinigingssituatie ....................................................... 4 2.3. Saneringsplan .................................................................... 5 2.5. Beschikking ....................................................................... 6 3. Sanering .................................................................................. 7 3.1. Algemeen .......................................................................... 7 3.2. Betrokken partijen en instanties ........................................... 7 3.3. Voorbereiding..................................................................... 8 3.4. Sanering............................................................................ 9 3.5.
Grondbalans .................................................................... 18 3.6. Meldingen en toezicht bevoegd gezag ................................. 20 3.7. Conclusies ....................................................................... 20
Bijlagen 1. topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie 2. kadastrale kaart met restverontreiniging en eigendomsgegevens 3.1 situatietekening met verontreinigingscontouren (saneringsplan) 3.2 overzichtstekening met ontgravingsdiepte en controlemonsters 3.3 overzichtstekening saneringsresultaat 3.4 overzichtstekening met hoogtemetingen 4. fotoblad 5. toetsing controlemonsters en analysecertificaten 6.1. vrachtdocumenten afgevoerde ernstig verontreinigde grond 6.2. vrachtdocumenten aangevoerde schone grond 7. kwaliteitsgegevens aangeleverde schone grond 8. verantwoording werkzaamheden BRL SIKB 6000 9. tanksaneringscertificaat
1.
Inleiding
1.1.
Opdrachtverlening
Op 27 oktober 2015 heeft MILON bv te Schijndel schriftelijk opdracht gekregen van de heer D. Roessingh van Stichting Bodemcentrum, voor het uitvoeren van een grondsanering aan de Gasstraat 6-8 te Venray. Stichting Bodemcentrum begeleid de sanering namens de Gemeente Venray en mede namens de drie andere eigenaren van de te saneren locatie, te weten de familie De Klein-Peters, W.J. De la Roy BV en Enexis. De sanering en milieukundige begeleiding wordt uitgevoerd overeenkomstig BRL 6000 en BRL 7000.
1.2.
Aanleiding
De aanleiding voor het uitvoeren van de sanering wordt gevormd door de herontwikkeling en de bouwplannen van de locatie en de aanwezigheid van een ernstige PAK- en cyanideverontreiniging in de (onder)grond. Bij de ernstige verontreiniging is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
1.3.
Doel sanering en evaluatieverslag
De saneringsaanpak en saneringsdoelstelling van Bodemcentrum is gericht op het verwijderen van de matig en sterk verontreinigde grond (cyanide en PAK) en op verwijdering van de teerlaag. Na uitvoering van de bodemsanering is op de gesaneerde (deel)locatie sprake van een leeflaag van circa 1 meter dikte, die het beoogde toekomstige gebruik (o.a. grondgebonden woningbouw) mogelijk maakt. In het grondwater is geen ernstige verontreiniging aangetroffen. In verband met een lage grondwaterstand is het waarschijnlijk dat geen bronnering noodzakelijk is voor het ontgraven van de ernstig verontreinigde grond. Derhalve zijn in het saneringsplan en evaluatie geen maatregelen opgenomen ten aanzien het grondwater. Onderhavig evaluatieverslag heeft als doel de uitgevoerde werkzaamheden en de ontgraven en afgevoerde hoeveelheden ter kennisname te stellen aan het bevoegd gezag.
1.4.
Onderzoeksbetrouwbaarheid en onafhankelijkheidsverklaring
De verklaring dat de milieukundig begeleiding is uitgevoerd overeenkomstig de eisen van BRL SIKB 6000 is bijgevoegd in bijlage 8. De milieukundige begeleiding is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. De controle van een sanering is gebaseerd op het nemen van een aantal steekproeven. Er wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke representativiteit van de sanering. Toch blijft het mogelijk dat er plaatselijk afwijkingen voorkomen in het bodemmateriaal. Tevens dient opgemerkt te worden dat onderhavig evaluatieverslag mede gebaseerd is op informatie welke door derden is verstrekt. Niet uitgesloten kan worden dat onvolledige informatie is verstrekt. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Pagina 3 van 20
2.
Saneringslocatie en verontreinigingssituatie
2.1.
Locatiegegevens en gebruik
De saneringslocatie betreft het voormalig gasfabrieksterrein aan de Gasstraat 6-8, 5801 CT in Venray, kadastraal bekend gemeente Venray, sectie C, nummers 9424, 9635, 9747, 9942, 9943, 9944, 9945, 9946 en 9958, projectcode LI098400002. De voormalige gasfabriek Venray werd opgericht in 1906. In 1917 is de gasfabriek overgenomen door Gemeente Venray. Vanaf 1949 zijn de bedrijfsactiviteiten van de gasfabriek beëindigd. Gasstraat 6 In 1950 is een gedeelte van het gasfabrieksterrein in gebruik genomen door de heer de Groot (bedrijfsactiviteiten onbekend). In 1968 is de fabriek afgebrand. Aansluitend is een gedeelte van het bedrijfsterrein overgenomen door de familie De la Roy (Gasstraat 6). De bedrijfsbebouwing is gesloopt en met de bouwmaterialen die vrijkwamen zijn de huidige loodsen gebouwd. De loodsen werden gebruikt voor opslag van (isolatie-)materialen. Het asbesthoudend dak van een loods is medio 2013 verwijderd. In juli 1970 en februari 1971 is vergunning verleend voor het plaatsen van twee ondergrondse brandstoftanks van 4.000 liter voor opslag van benzine en dieselolie voor eigen gebruik. De tanks zijn in het verleden tijdens actie Tankslag geleegd, schoongemaakt en afgevuld met zand. Enkel voor de dieselolietank is een tankreinigings-/saneringscertificaat aanwezig (afgegeven in 1991).
Gasstraat 8 In 1972 is een nieuw deel van het terrein (de voormalige gemeentewerf) aangekocht door de familie De la Roy ten behoeve van een uitbreiding. Op het perceel Gasstraat 8, in eigendom van de heer H.W.J. de Klein, is de voormalige werkplaats van de gasfabriek nog aanwezig. Aan de voormalige werkplaats is later een gedeelte aangebouwd, voorzien van een betonvloer van 0,5 meter dik en voorzien van een hefbrug. Achter het woonhuis op perceel Gasstraat 8 bevindt zich een gasverdeel-/compressorstation in eigendom van Enexis BV. Het toegangspad tussen de percelen Gasstraat 6 en 8 is eveneens in eigendom van Enexis en voorzien van asfalt en klinkerverharding. De groenstrook aan de noordzijde van de percelen Gasstraat 6 en 8 is in eigendom van Gemeente Venray. De regionale ligging van de saneringslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1. Voor een indruk van de saneringslocatie wordt verwezen naar de situatietekeningen in bijlage 3.
2.2.
Verontreinigingssituatie
De omvang van de aanwezige bodemverontreiniging op het voormalige gasfabriekterrein is in voldoende mate vastgesteld door de onderstaande bodemonderzoeken: • Nader bodemonderzoek door DHV BV, kenmerk WMo/JSc/NvO/JHi/V-950 d.d. 8 april 1997 • Actualisatie Bodemonderzoek door Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV, kenmerk 276PRO/13/R1, d.d. 31 januari 2014 (opdrachtgever: Provincie Limburg) • Aanvullend Bodemonderzoek door Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV, kenmerk 392BOC/14/R, d.d. 29 januari 2015 (opdrachtgever: Bodemcentrum). Verontreiniging Over een totale oppervlakte van circa 2.650 m2 is, overwegend tot een halve meter beneden maaiveld, een sterke bodemverontreiniging met Polycyclische Aromatische Pagina 4 van 20
Koolwaterstoffen (PAK) en Cyanide aanwezig. Plaatselijk is de verontreiniging aanwezig tot 1,0 m-mv en/of met een maximale diepte tot 2,5 m-mv. Daarnaast is een teerlaag in de grond aanwezig vanaf circa 1,2 tot 2,0 m-mv over een oppervlakte van circa 135 m2 en met een totale omvang van circa 108 m3. De totale hoeveelheid verontreinigde grond bedraagt circa 2.675 m3. Hiervan is naar schatting 1.640 m3 grond sterk verontreinigd. De overige 1.035 m 3 verontreinigde grond betreft naar verwachting grond die voldoet aan Klasse Industrie. Tevens zijn op de saneringslocatie naar verwachting twee ondergrondse brandstoftanks aanwezig, beiden met een inhoud van 4.000 liter. De brandstoftanks zullen als onderdeel van de uit te voeren bodemsanering conform de KIWA-richtlijnen worden verwijderd. Het grondwater, op een diepte van circa 4,0 m-mv bij de onderzochte deellocaties, is licht verontreinigd en geeft geen aanleiding tot het uitvoeren van sanerende maatregelen. Voor nadere informatie over de verontreinigingen en uitgevoerde onderzoeken wordt verwezen naar deze onderzoeken.
2.3.
Saneringsplan
De verontreinigingen bevinden zich op de percelen Gasstraat 6 en 8 alsmede op een deel van de groenstrook van Gemeente Venray (circa 90 m2). De grond op de saneringslocatie is verontreinigd met Cyanide en PAK. De saneringsaanpak en saneringsdoelstelling van Bodemcentrum is gericht op het verwijderen van de matig en sterk verontreinigde grond en op verwijdering van de teerlaag. Aangezien alle ernstig verontreinigde grond verwijderd wordt zal geen restverontreiniging (kadastrale aantekening) achterblijven op het terrein. Verwacht wordt dat verontreinigde grond gemiddeld tot 1,0 m-mv wordt aangetroffen. Plaatselijk zal tot maximaal 2,5 m-mv worden ontgraven ten behoeve van verwijdering van de teerlaag en verwijdering van dieper gelegen matig tot sterk verontreinigde grond (kernverwijdering). Dieper dan 2,5 m-mv wordt alleen ernstig verontreinigde grond verwijderd. De te reinigen matig en sterk verontreinigde grond en de teerlaag zullen afgevoerd worden van de saneringslocatie naar een erkend verwerker. De licht verontreinigde grond (Klasse Industrie) zal hergebruikt worden als dempingsmateriaal op die deellocaties waar dieper dan 1,0 m-mv wordt ontgraven (het betreft aanvulling tot 1,0 m-mv).
De toepassing van licht verontreinigde grond dieper dan 1,0 m-mv geeft geen noodzaak voor het uitvoeren van aanvullende sanerende maatregelen en leidt niet tot belemmeringen of gebruiksbeperkingen bij het beoogde toekomstige gebruik van de locatie voor de functies wonen met tuin en/of parkeerplaats. Gemiddeld genomen wordt tot 1,0 m-mv ontgraven voor het realiseren van een schone leeflaag van 1,0 meter dikte, die het beoogde toekomstige gebruik (o.a. grondgebonden woningbouw) mogelijk maakt. De bovengrond vanaf maaiveld tot circa 1,0 m-mv zal worden aangevuld met schoon zand en/of schone grond (minerale teelaarde). De ontgraving dieper dan 1,0 m-mv zal aangevuld worden met licht verontreinigde grond die minimaal voldoet aan de kwaliteitsklasse Industrie of schoner. Uitgangspunt is, dat de te saneren (deel)locaties onverhard en onbebouwd ter beschikking worden gesteld aan Stichting Bodemcentrum. Dit betekent dat de verhardingen (asfalt, beton, klinkers en/of tegels) tijdig zijn verwijderd en de bebouwing inclusief de Pagina 5 van 20
ondergrondse fundaties zijn gesloopt. Deze werkzaamheden geschieden onder verantwoordelijkheid van de betreffende terreineigenaar. Teneinde te waarborgen dat de verwijdering van de ondergrondse fundaties op een milieuhygiënisch verantwoorde wijze verloopt, zal bij de uitvoering van deze werkzaamheden een milieukundig begeleider aanwezig zijn. In bijlage 3.1 zijn situatieschetsen opgenomen met de verontreinigingscontouren uit het saneringsplan.
2.5.
Beschikking
In verband met de herinrichting van het terrein en de wijziging van de bestemming worden de aangetroffen grondverontreinigingen gesaneerd. Voorafgaand aan de sanering is een Totaalplan opgesteld door Stichting Bodemcentrum (d.d 18 maart 2015, nummer 141852).De wijzigingen en aanvullingen op het Totaalplan zijn door Stichting Bodemcentrum op d.d 15 juni 2015 verwerkt. Op 9 juli 2015 is het Totaalplan met aanvullingen/wijzigingen inclusief begeleidende brief, ingediend bij de provincie Limburg. Op 28 juli 2015 heeft de provincie Limburg ingestemd met de sanering en een beschikking (nummerbesluit 2015/53902 en locatiecode LI098400002) afgegeven. Bij de sanering wordt uitgegaan van een functiegerichte en kosteneffectieve sanering van een niet mobiele verontreiniging op de locatie die wordt herontwikkeld.
Pagina 6 van 20
3.
Sanering
3.1.
Algemeen
De sanering is uitgevoerd in opdracht van gemeente Venray, mede namens de drie andere eigenaren van de te saneren locatie, te weten de familie De Klein-Peters, W.J. De la Roy BV en Enexis. De saneringswerkzaamheden zijn uitgevoerd door Sita Remediation B.V. te Utrecht overeenkomstig BRL SIKB 7000, uitvoering van (water)bodemsaneringen en protocol 7001, uitvoering landbodemsanering met conventionele methoden. De milieukundige begeleiding is uitgevoerd door MILON bv uit Schijndel overeenkomstig BRL SIKB 6000 ‘Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg’, versie 4.1, d.d. 12-12-2013 en protocol 6001 ‘Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden’, versie 4.0, d.d. 13-12-2012. Ten behoeve van de verwijdering van de fundering is milieukundige begeleiding (MKB), T.W.M. (Teun) van Breugel van Terra Milieu, aanwezig geweest op 4 januari 2016. Het verwijderen van de funderingen betreffen geen werkzaamheden onder de SIKB BRL 6000. De milieukundige begeleiding heeft bestaan uit de processturing en verificatie en is van 20 januari t/m 7 maart 2016 uitgevoerd door de heren M.M.H.M. (Michel) van den Bersselaar en R.C.J. de Jong (zie bijlage 8).
Na verwijdering van de matige en sterke verontreiniging zijn controlebemonsteringen uitgevoerd van de putbodem en putwanden, waarmee aangetoond dient te worden dat in de grond geen verhoogde concentraties cyanide en PAK boven de tussenwaarde meer aanwezig zijn. De matig en sterk met PAK en cyanide verontreinigde grond is afgevoerd naar Jansen Recycling B.V. te Son onder afvalstroomnummer 106252016048. Het verontreinigde (funderings)materiaal uit en rondom de teerkelder is afgevoerd onder afvalstroomnummer 106252016050. De ontgraven zintuiglijk schone (boven)grond wordt separaat op het terrein in een tijdelijk depot geplaatst. De kwaliteit van het depot wordt bepaald door een indicatieve partijkeuring. Indien de kwaliteit dit toelaat zal de partij op het terrein hergebruikt worden. Het hergebruik betreft het aanvullen van de ontgraving dieper dan 1,0 m-mv met licht verontreinigde grond die minimaal voldoet aan de kwaliteitsklasse Industrie of schoner. Gemiddeld genomen wordt tot 1,0 m-mv ontgraven voor het realiseren van een schone leeflaag van 1,0 meter dikte, die het beoogde toekomstige gebruik (o.a. grondgebonden woningbouw) mogelijk maakt. De bovengrond vanaf maaiveld tot circa 1,0 m-mv zal worden aangevuld met schoon zand en/of schone grond (minerale teelaarde). Op 26 januari 2016 zijn door de Sita Remediation 2 partijen gemeld en goedgekeurd door de gemeente Venray.
De milieuhygiënische kwaliteit van het aanvulzand betreft vrij toepasbaar. De bewijsmiddelen betreffen een partijkeuring en productcertificaat, welke zijn opgenomen in bijlage 7. In het evaluatieverslag zijn in bijlage 6 de overzichten opgenomen van de afgevoerde en aangevulde grond. Tevens is een overzicht opgenomen van het tijdelijke depot, de indicatieve kwaliteitsbepaling en het hergebruik op de locatie.
3.2.
Betrokken partijen en instanties
Bij de sanering zijn de in tabel 1 genoemde instanties, ondernemingen en personen betrokken.
Pagina 7 van 20
Tabel 1: Betrokken partijen en instanties. opdrachtgever (vrml. eigenaar terrein)
Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM Venray Contactpersoon: de heer R. Hoeymakers
directievoering
Stichting Bodemcentrum Loodsboot 12 Postbus 554 3990 GJ Houten Contactpersoon: de heer D.G. Roessingh telefoon: 030 2567376
aannemer sanering en tankverwijdering
SITA Remediation b.v. Isotopenweg 15 Postbus 40221 3504 AA Utrecht contactpersoon: de heer G. de Zeeuw telefoon: 06 55 13 85 43 certificaat-BRL 7000: EC-SIK-70139
transporteur afvalstromen
Jansen Transport & verhuur B.V. Kanaaldijk Zuid 24 5691 NL SON
acceptant verontreinigde grond
Jansen Recycling B.V. Kanaaldijk Zuid 24 5691 NL SON afvalstroomnummer: 106252016048
milieukundige begeleiding en verificatieonderzoek
MILON bv Huygensweg 24 5482 TG Schijndel contactpersoon: de heer J. van Nuenen (projectleider) MKB: de heer R. de Jong en M. van den Bersselaar (MKB) telefoon: 073-5477253 certificaat-BRL 6000: EC-SIK-60030
bevoegd gezag
Provincie Limburg Limburglaan 10 Postbus 5700 6202 MA Maastricht
tankverschroter
Leeflang B.V. Mctaalhof 15-17 3067 GM Rotterdam
3.3.
Voorbereiding
De start van de sanering is op woensdag 16 december 2015 gemeld bij de gemeente Venray. Voorafgaande aan de saneringswerkzaamheden zijn op 4 januari 2016 funderingen in het niet verontreinigde gebied verwijderd. Het verwijderen van de funderingen is uitgevoerd onder milieukundige begeleiding, het betreft geen werkzaamheden conform de SIKB BRL 6000. Hierbij werd opgemerkt dat terrein nog niet ingericht is voor sanering. Op woensdag 20 januari 2016 is begonnen met de inrichting van het werkterrein conform de CROW-publicatie 132. Daarnaast is het gehele terrein ontoegankelijk gemaakt (voor derden) middels het plaatsen van een hekwerk met waarschuwingsborden.
Pagina 8 van 20
3.4.
Sanering
Week 3 (20 t/m 22 januari 2016) Saneringswerkzaamheden Op woensdag 20 januari 2016 is gestart met de saneringswerkzaamheden. Hierbij is begonnen met een startwerkbespreking. Hierna is gestart met het inrichten van het werkterrein. De decontaminatie unit is geïnstalleerd, het hekwerk gecontroleerd en waar nodig aangepast en klemmen op gezet. Hierna zijn eerst 2 containers puin van oude funderingen uit niet verontreinigd gebied (oostelijk terreindeel) afgevoerd naar Maessen te Venray. Hierna is gestart met het inrichten van het tijdelijk depot. Het tijdelijk depot is gelegen in het noordoostelijke deel van de saneringslocatie. Ter plaatse is folie aangebracht zodat er geen contact mogelijk is met onderliggende bodem. Aansluitend is opgestart met opbreken, laden en afvoeren van de aanwezige beton- en asfaltverhardingen c.q. funderingen op de locatie. Tevens is het puin op het oostelijk terreindeel afgevoerd. Deze werkzaamheden vallen nog buiten de scope van de sanering en horen nog bij werkzaamheden van de sloopaannemer. Onder de asfaltverharding is circa 20 tot 25 cm (schoon) geel ophoogzand aanwezig. Rondom het gasstation is gestart met het ontgraven van grond. De grond is in het tijdelijke depot geplaatst. Controlebemonstering Door de milieukundig begeleider zijn 2 controlemonsters van de putbodem (CB) genomen.
In onderstaande tabel zijn de controlebemonsteringen opgenomen met diepte bemonsteringstraject (m-mv). De ligging van de controlemonsters zijn weergegeven in bijlage 3.2. Tabel 2: Toetsing van de controlemonsters Controlemonster CB01 CB02
Diepte(traject) (m-mv) 0,5 0,6
> AW en <= I PCB (som 7) (0,01), PAK (0,01) PAK (0,01)
Besluit bodemkwaliteit Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
In de controlemonsters zijn maximaal licht verhoogde concentraties aangetroffen. Ter plaatse van de putbodems zijn geen aanvullende graafwerkzaamheden noodzakelijk. Ter plaatse is de sanering afgerond en kan aangevuld worden. Transport Het asfalt en betonpuin is afgevoerd naar Maessen Venray (sloopaannemer). In totaal is 1 vracht (à circa 25 ton) betonpuin en asfalt afgevoerd. Er is geen matig of sterk verontreinigde grond afgevoerd. Week 4 (25 t/m 29 januari 2016) saneringswerkzaamheden Begin van de week wordt gestart met de ontgraving en het plaatsen van klasse industrie grond en het gele ophoogzand naar het tijdelijke depot. De grond is in 2 separate depots geplaatst. Aangezien de grond naar mate de ontgraving vordert, steeds meer puin en kolenresten bevat, wordt ook een depot met “twijfel” grond gemaakt. De ontgravingen worden begeleid en gestuurd door zintuiglijke waarneming in het veld (bijv. bijmengingen van teer, kolengruis en puin). Vanaf woensdag (27 januari 2016) is gestart met het ontgraven van sterk verontreinigde grond aan de achterzijde van woning nummer 8. Gestart is met opzoeken van kabels en leidingen ter hoogte van voormalige inrit naar het gasstation en inrit woonhuis nummer 8. Daarna is de locatie ontgraven en is de sterk verontreinigde grond uit de inritten opgeladen en afgevoerd.
Ter plaatse is de grond tot de aangebrachte (gas)leidingen geroerd en bevat Pagina 9 van 20
zintuiglijk matig tot sterk kolenresten, sintels en puin. Daarom is op aanwijzingen van de MKB’er ontgraven tot circa 1,0 m-mv (bovenzijde gasleiding). Ter hoogte van kelder woning nr. 6 wijkt situering stroomkabel af van KLIC-melding (loopt ook een kabel naar nummer 6, staat niet op tekening). Deze kabel is per abuis kapotgetrokken. Monteur van Enexis is tijdens schaft op locatie om situatie te bekijken. Verder graven bij kabel is niet veilig, daarom is gestart met ontgraven verontreinigde grond in noordoostelijke hoek terrein. Vanaf trottoir is circa 1,0 meter breed en 0,5 meter diep ontgraven. Daarna is tot circa 1,0 m-mv ontgraven in verband met puin, stortmateriaal (plastic, ijzer, aardewerk, etc) en cyanidesporen in de ontgraving. Navolgend is weer verder gegaan met ontgraven van de sterk verontreinigde grond in de oprit. Ter hoogte van het gasstation is op circa 0,2 m-mv een teerkelder aanwezig. Deze zit vol met teerhoudend materiaal, waarbij een zeer sterke teerlucht is waargenomen. Kelder is niet ontgraven maar afgedekt met een laagje verontreinigde grond ten behoeve van het voorkomen van geuroverlast. Alle overige sterk verontreinigde grond is afgevoerd naar Jansen Recycling B.V.. Controlebemonstering Door de milieukundig begeleider zijn 11 controlemonsters van de putbodem en putwand (CW) genomen. Er is 1 vak aanvullend op asbest uitgekeurd.
In onderstaande tabel zijn de controlebemonsteringen opgenomen met diepte bemonsteringstraject (m-mv). De ligging van de controlemonsters zijn weergegeven in bijlage 3.2. Tabel 3: Toetsing van de controlemonsters en depot Controlemonster CB03 CB04 CB05 CB06 CB07 CB08 CB09 CB10 CB11 CB12 CW01
Diepte(traject) (m-mv) 0,1-0,4* 0,5 0,5 1,0 0,6 0,7 0,6 0,6- 1,0* 1,0 0,7 0-0,6
CP01 asb 0,6-1,0* * de putbodem ligt (deels) in talud.
> AW en <= I PAK (0,02) PAK (0,03) PAK (0,22) minerale olie (0,01) PAK (0,82) -
>I cyanide -
Besluit bodemkwaliteit Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse industrie Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Niet toepasbaar Klasse industrie
-
Altijd toepasbaar
Uit de analyseresultaten blijkt dat ter plaatse van de putbodem CB12 (0,7 m-mv) de interventiewaarde voor cyanide overschreden wordt. Tevens wordt ter plaatse van putbodem CB08 (0,7 m-mv) de achtergrondwaarde voor PAK overschreden, de putbodem betreft klasse industrie grond. Ter plaatse van controlemonsters CB08 en CB12 dient aanvullend ontgraven te worden. In wandmonster CW01 wordt nog klasse industrie grond aangetroffen, aangezien dit de perceelsgrens betreft is verder afgraven niet mogelijk. De wand wordt voor aanvullen afgedekt met folie. In de overige controlemonsters zijn maximaal licht verhoogde concentraties aangetroffen en zijn geen aanvullende graafwerkzaamheden noodzakelijk. Ter plaatse is de sanering afgerond en kan aangevuld worden. Uit de analyseresultaten van het depot (twijfel) blijkt dat het depot als klasse industrie grond hergebruikt kan worden op de locatie op een diepte van minimaal 1,0 m-mv. Transport In totaal zijn 34 vrachten matig tot sterk verontreinigde grond afgevoerd naar Jansen Recycling B.V. Het vrijkomende asfalt op de locatie is teerhoudend en is in 1 vracht afgevoerd naar Maessen in Venray. De betonverhardingen en funderingen van de Pagina 10 van 20
voormalige bebouwing achter woonhuis nummer 6 zijn verwijderd. Puin is op een vrachtwagen geladen en afgevoerd naar Maessen in Venray. Totaal zijn 7 vrachten puin afgevoerd. Deze werkzaamheden horen niet bij de bodemsanering maar vallen nog onder verantwoordelijkheid sloopaannemer. Asbest Plaatselijk worden tussen de puin van de funderingen asbestplaatjes aangetroffen, dit is gemeld aan de DLP-er en sloopaannemer. De asbesthoudende grond is op 18 februari afgevoerd in 2 vrachten naar Jansen Recycling B.V. Ter plaatse is een aanvullend controlemonster asbest genomen (CP01asb), in de bodem blijkt geen verhoogde concentratie asbest aanwezig. Het certificaat is opgenomen in bijlage 5.6. Week 5 (1 t/m 5 februari 2016) Saneringswerkzaamheden In het begin van de week is op basis van zintuiglijke waarneming verder gegraven bij teerkelder en fundering van ontvangststation. Putbodem CB12 voldoet niet aan terugsaneerwaarde voor cyanide. Daarom is het betreffende vak circa 0,2 meter dieper ontgraven. Daarna is in westelijke richting verder gegraven tot aan fietspad/voetpad. Verontreinigde grond is ontgraven tot circa 1,0 m-mv. Plaatselijk is ontgraven tot 1,2 à 1,3 m-mv in verband met aanwezigheid dempingen/stortgaten. Ter hoogte van peilbuis 101 zijn visueel cyanide vlekken waarneembaar. Ter plaatse is over een oppervlak van circa 8x8 meter, dieper ontgraven tot circa 2,0 m-mv.
De grond is direct op vrachtwagens geladen en afgevoerd naar Jansen Recycling B.V.. Rondom de teerkelder is aan buitenzijde een sterke teergeur waarneembaar. Visueel waarneembaar is dat de teerkelder niet meer vloeistofdicht is en (in het verleden) mogelijk gelekt heeft. Van de teerkelder naar het ontvangststation zijn nog diverse oude leidingen aanwezig. Deze zijn met kraan verwijderd en elders op het terrein in depot gezet. Enexis is op locatie geweest om oude gasleidingen ter hoogte van het gasstation af te kappen zodat deze door aannemer verwijderd kunnen worden. De twijfelgrond in vak CB12 is in depot gedraaid om ruimte te maken voor verdere sanering van het terrein. Einde van de week is gestart met ontgraven van de voormalige teerkelder. De teerkelder bestaat uit 3 compartimenten met scheidingsmuren. Vanaf de Gasstraat gezien zijn de eerste twee compartimenten circa 2,5 meter diep en voorzien van een betonvloer. Laatste compartiment is eveneens circa 2,5 meter diep maar daar is geen vloer in aanwezig. Alle verontreinigingen uit de teerkelder (teer resten, puin met teer) zijn ontgraven en op vrachtwagen geladen en onder separaat afvalstroomnummer 106252016050 afgevoerd naar Jansen Recycling B.V.. Muren en vloeren zijn doordrenkt met teer, deze zijn eveneens als teerhoudend afval afgevoerd.
Onder de vloer en funderingen van de vloeren is op de bodem cyanide (blauwverkleuring van de grond) waarneembaar. Deze worden later tijdens de sanering opgeschoond. De funderingen van de oude gashouder komen onder het maaiveld tevoorschijn. De gashouder is afgevuld met (schoon) geel zand. De funderingen van de gashouder zijn verwijderd en tijdelijk in depot gezet. Verontreinigde grond (boven geel aanvulzand) zijn ter plaatse van de gashouder tot circa 0,5 m-mv ontgraven. Daarna is verder gegaan met het ontgraven van de sterk verontreinigde grond aan noordzijde terrein en de sterke verontreiniging met cyanide ter hoogte van oprit huisnummer 8. De cyanidevlek is op basis van zintuiglijke waarneming (blauw verkleuring van de grond) ontgraven over een oppervlak van circa 6x7 meter op de (put)bodem en circa 8x10 meter aan maaiveld. Ontgraven is tot circa 3,5 m-mv. De zintuiglijk schone laag van 0,6 tot 1,5 m-mv is apart in depot gezet.
Pagina 11 van 20
Overige terreindelen waar op basis van zintuiglijke waarnemingen geen verontreiniging wordt aangetoond zijn tot circa 1,0 m-mv ontgraven. De vrijkomende grond is in depot geplaatst. Controlebemonstering Door de milieukundig begeleider zijn 14 controlemonsters van de putbodem en putwand (CW) genomen. Tevens is het depot (twijfel) indicatief bemonsterd. In onderstaande tabel zijn de controlebemonsteringen opgenomen met diepte bemonsteringstraject (m-mv). De ligging van de controlemonsters zijn weergegeven in bijlage 3.2. Tabel 4: Toetsing van de controlemonsters Controlemonster Diepte(traject) (m-mv) CB12a 1,2 CB13 1,0 CB14 2,0 CB15 1,0-1,5* CB16 1,0 CB17 0,8 CB18 1,0 CB19 1,0 CB20 0,7 CB21 3,5 CW02 1,0-2,0 CW03 0,6-1,5 CW04 1,5-2,5 CW05 2,5-3,5 Depot 3 twijfel * de putbodem ligt (deels) in talud.
> AW en <= I cyanide PAK (0,11) PAK (0,56) Cyanide, PAK (0,32) PAK (0,38) PAK (0,01) cyanide -
Besluit bodemkwaliteit Klasse industrie Klasse industrie Altijd toepasbaar Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse industrie Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse industrie
Ter plaatse putbodem CB12 is aanvullend ontgraven tot 1,2 m-mv. Uit de analyseresultaten van controlemonster CB12a blijkt dat nog klasse industrie wordt aangetroffen. Aangezien ter plaatse reeds afgegraven is tot minimaal 1,0 m-mv, is het niet noodzakelijk aanvullend te ontgraven. Uit de analyseresultaten blijkt dat ter plaatse van putbodems CB13 en CB15 t/m CB17 nog klasse industrie grond wordt aangetroffen. Aangezien ter plaatse van CB13, CB15 en CB16 reeds afgegraven is tot minimaal 1,0 m-mv, is het niet noodzakelijk aanvullend te ontgraven. Ter plaatse van CB17 (0,8 m-mv) dient aanvullend ontgraven te worden. Tevens blijkt uit de analyseresultaten dat ter plaatse van putwand CW02 nog klasse industrie grond wordt aangetroffen. Aangezien ter plaatse reeds afgegraven is tot minimaal 1,0 m-mv, is het niet noodzakelijk aanvullend te ontgraven. In de overige controlemonsters zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen en zijn geen aanvullende graafwerkzaamheden noodzakelijk. Ter plaatse is de sanering afgerond en kan aangevuld worden. Tanksanering Op vrijdag 5 februari 2016 zijn door de Firma Leeflang twee ondergrondse tanks gesaneerd. Beide tanks zijn leeg gemaakt (1 tank bevat circa 400 kg sludge, de andere een tank was afgevuld met circa 6400 kg zand). Daarna zijn de tanks m.b.v.
rupskraan uit de grond verwijderd, aan de buitenzijde schoon gemaakt en op vrachtwagen geladen. Tanks zijn door Leeflang afgevoerd, waarbij Leeflang zorgt voor verdere verschroting van de tanks. In bijlage 9 zijn de het KIWA seneringscertificaat, reinigingscertificaten, afvoerbonnen en het verschrotingscertificaat opgenomen.
Pagina 12 van 20
Transport In totaal zijn 69 vrachten matige en sterk verontreinigde grond afgevoerd naar Jansen Recycling B.V. Tevens zijn in totaal 11 vrachten met verontreinigde grond/puin uit teerkelder afgevoerd naar Jansen Recycling B.V. Week 6 (11 t/m 12 februari 2016) saneringswerkzaamheden Op donderdag 11 februari 2016 (in verband met vakantie) verder gegaan met het op basis van zintuiglijke waarneming ontgraven van vakken CB17, CB22, CB25 t/m CB28. Controlebemonstering Door de milieukundig begeleider zijn 7 controlemonsters van de putbodem en putwand genomen. Tevens is het depot (twijfel) indicatief bemonsterd. Tevens zijn het depot 2 “geel ophoogzand” en depot 1 “klasse industrie (KI)” indicatief bemonsterd. In onderstaande tabel zijn de controlebemonsteringen opgenomen met diepte bemonsteringstraject (m-mv). De ligging van de controlemonsters zijn weergegeven in bijlage 3.2. Tabel 5: Toetsing van de controlemonsters Controlemonster CB22 CB23 CB24 CB25 CB26 CB27 CB28 Depot 2 Depot 1 KI
Diepte(traject) (m-mv) 0,6 1,0 3,0 0,3 1,0 0,8 1,0
> AW en <= I cyanide -
>I cyanide -
Besluit bodemkwaliteit Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Niet toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse industrie Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse industrie
Uit de analyseresultaten blijkt dat ter plaatse van de putbodem CB24 (3,0 m-mv) de interventiewaarde voor cyanide overschreden wordt. Ter plaatse van putbodem CB24 dient aanvullend ontgraven te worden. Uit de analyseresultaten blijkt dat ter plaatse van putbodem CB26 nog klasse industrie grond wordt aangetroffen. Aangezien ter plaatse van reeds afgegraven is tot minimaal 1,0 m-mv, is het niet noodzakelijk aanvullend te ontgraven. In de overige controlemonsters van de putbodems zijn maximaal licht verhoogde concentraties aangetroffen en zijn geen aanvullende graafwerkzaamheden noodzakelijk. Ter plaatse is de sanering afgerond en kan aangevuld worden. Uit de analyseresultaten van depot 2 en depot KI blijkt dat het depot 2 vrij toepasbaar is en depot KI klasse industrie betreft. De depots kunnen hergebruikt worden op de locatie, depot KI dient vanaf minimaal 1,0 m-mv te worden toegepast. Transport In totaal zijn 29 vrachten matige en sterk verontreinigde grond afgevoerd naar Jansen Recycling B.V. Week 7 (15 t/m 19 februari 2016) saneringswerkzaamheden In het begin van de week is op basis van zintuiglijke waarneming verder gegraven ter plaatse van de oostelijke cyanidevlek (CB24). Contouren zijn opgezocht en de verontreinigde grond is afgevoerd naar Jansen Recycling B.V. In de bodem en wanden blijven blauw verkleuringen aanwezig.
Daarna is verder gegaan met gescheiden ontgraven en laden van verontreinigde grond ter hoogte van middenterrein, ten noordoosten van het voormalige woonhuis nummer 6 in de richting van voormalige teerkelder. Ter plaatse van een uitloper van de teerkelder wordt de verontreinigde grond met teerhoudend materiaal Pagina 13 van 20
aanvullend ontgraven. Daarna is verder ontgraven van verontreinigde grond ten noordoosten van het voormalige woonhuis nummer 6. Plaatselijk zijn in de wanden en op de bodem van de ontgraving zintuiglijk cyanidevlekken aanwezig. Eind van de week zijn de gaten van de verwijderde tanks opgeschoond. Oude funderingen en (beton)puin is uit de grond verwijderd en apart in depot opgeslagen. Het depot wordt later in de week wordt afgevoerd naar Maessen te Venray. Controlebemonstering Door de milieukundig begeleider zijn van de putbodem en -wanden 7 monsters ingezet ter analyse. Tevens zijn 3 tussentijdse controlemonsters genomen van ter plaatse van de worst case spots ter verificatie van de zintuiglijke waarnemingen (CCW01, CCW02 en CCB01). In onderstaande tabel zijn de controlebemonsteringen opgenomen met diepte bemonsteringstraject (m-mv). De ligging van de controlemonsters zijn weergegeven in bijlage 3.2. Tabel 6: Toetsing van de controlemonsters Controlemonster CW06 CW07
Diepte(traject) (m-mv) 0-1,0 0-1,0
CW08 1,0-2,0 CW09 2,0-3,0 CB29 3,0 CB08a 1,0 CB17a 1,0 CCW01 2,5-3,0* CCW02 1,5-2,0* CCB01 1,5 * de putbodem ligt (deels) in talud.
> AW en <= I PAK (0,04) PCB (som 7) (0,01), PAK (0,48), cyanide cyanide cyanide PAK (0,01) PAK (0,48) -
=> I -
Besluit bodemkwaliteit Altijd toepasbaar Klasse industrie
cyanide cyanide cyanide
Klasse industrie Klasse industrie Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Niet toepasbaar Niet toepasbaar Niet toepasbaar
Ter plaatse van putbodems CB08 en CB17 is aanvullend ontgraven, middels de analyseresultaten van controlemonsters (CB08a en CB17a) is aangetoond dat afdoende aanvullend ontgraven is. Uit de analyseresultaten blijkt dat ter plaatse van putwanden CW07 t/m CW09 nog klasse industrie grond wordt aangetroffen. Aangezien ter plaatse van CW08 en CW09 reeds afgegraven is tot minimaal 1,0 m-mv, is het niet noodzakelijk aanvullend te ontgraven. Ter plaatse van wandmonster CW07 wordt nog klasse industrie grond aangetroffen, aangezien dit de perceelsgrens betreft is verder afgraven niet mogelijk. De wand wordt voor aanvullen afgedekt met folie. In de overige controlemonsters zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen en zijn geen aanvullende graafwerkzaamheden noodzakelijk. Ter plaatse is de sanering afgerond en kan aangevuld worden. Uit de tussentijdse bemonsteringen ter plaatse van de zintuiglijke worst-case spots blijkt dat cyanide de interventiewaarde overschrijdt. Ter plaatse wordt verder gegraven. Transport In totaal zijn 43 vrachten matig tot sterk verontreinigde grond afgevoerd naar Jansen Recycling B.V. Tevens zijn in totaal 13 vrachten met verontreinigde grond/puin uit teerkelder afgevoerd naar Jansen Recycling B.V.
Pagina 14 van 20
Week 8 (22 t/m 26 februari 2016) saneringswerkzaamheden In het begin van de week is op basis van zintuiglijke waarneming verder gegraven ter plaatse van de cyanidevlek op het middenterrein. Verontreinigde grond is met behulp van een kraan omgeslagen en tijdelijk in het gat van de oostelijke (CB24) nog ernstig verontreinigde cyanidevlek opgeslagen. Van het depot is een indicatief monster (depot cyanide) genomen ter verificatie, uit de resultaten blijkt dat de grond niet toepasbaar is. De grond dient met het ontgraven van de nog verontreinigde cyanide vlek (CB24) afgevoerd te worden. Gestart is met het aanvullen van de cyanidevlek in de voormalige oprit naar het gasstation. Daarvoor is grond uit depot 5 (klasse AW) gebruikt. Daarna diepere gaten (CB14 en CB15) aangevuld tot 1,0 m-mv met grond klasse industrie uit depot 1. Overtollige grond klasse industrie ‘meegenomen’ naar ontgraving teerkelder. De gasleiding (ø 300 mm) bij en rondom het gasstation wordt vrijgegraven en verwijderd (valt buiten bodemsanering, aannemer uitgevoerd i.o.v. Enexis). Controlebemonstering Door de milieukundig begeleider zijn van de putbodem en -wanden 15 monsters ingezet ter analyse. Tevens zijn de 4 depots indicatief bemonsterd. In onderstaande tabel zijn de controlebemonsteringen opgenomen met diepte bemonsteringstraject (m-mv). De ligging van de controlemonsters zijn weergegeven in bijlage 3.2.
Tabel 7: Toetsing van de controlemonsters Controlemonster CB30 CB31
Diepte(traject) (m-mv) 1,2 1,0
CB32 CB33 CB34 CB35
1,5 1,5-2,0* 1,5-2,0* 2,0
CB36 CB37 CB38 CB39 CB40 CW10
1,0 1,0-2,0* 1,0 1,0 1,0 0-1,0
CW11 CW12 CW13 ind depot 4 ind depot 5 ind depot 6 ind depot 7
0-1,0 0-1,0 0-1,0
> AW en <= I PAK (0,04) PCB (som 7) (0,01), PAK (0,48) cyanide cyanide cyanide PAK (0,01), cyanide molybdeen (0,01), PAK (0,16) PAK (0,25) cyanide cyanide
>I -
Besluit bodemkwaliteit Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
minerale olie (1,94) -
Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Niet toepasbaar
PAK (1,26) PAK (1,39)
Altijd toepasbaar Niet toepasbaar Niet toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse wonen
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
* de putbodem ligt (deels) in talud.
Uit de analyseresultaten blijkt dat putbodem CB35 niet voldoet (minerale olie>I). aangezien het gehalte niet voldoet aan verwachting, is na overleg met het laboratorium een heranalyse op minerale olie ingezet. Uit de heranalyse blijkt wederom dat de putbodem niet voldoet, ter plaatse dient aanvullend ontgraven te worden.
Pagina 15 van 20
Uit de analyseresultaten blijkt dat ter plaatse van putbodems CB32 t/m CB34 nog klasse industrie grond wordt aangetroffen. Aangezien ter plaatse van reeds afgegraven is tot minimaal 1,0 m-mv, is het niet noodzakelijk aanvullend te ontgraven. De putwanden CW12 en CW13 voldoen niet PAK>I. De putwand CW12 betreft de perceelsgrens, verder afgraven is niet mogelijk. De wand wordt voor aanvullen afgedekt met folie. Ter plaatse van putwand CW13 dient verder ontgraven te worden. In de overige controlemonsters zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen en zijn geen aanvullende graafwerkzaamheden noodzakelijk. Ter plaatse is de sanering afgerond en kan aangevuld worden. Uit de analyseresultaten van depot 4 t/m 7 blijkt dat het depots 4 t/m 6 “vrij toepasbaar” zijn en depot 7 “klasse wonen” betreft. De depots kunnen vrij hergebruikt worden op de locatie. Transport Er is geen matig of sterk verontreinigde grond afgevoerd. Week 9 (29 februari t/m 4 maart 2016) saneringswerkzaamheden Gestart wordt met het aanvullen van de voormalige inrit van woonhuis nummer 8. De ontgravingslocatie wordt aangevuld met ophoogzand met productcertificaat EC-IZG-00-001. Aangevoerd zand is met loader (van Maessen) verwerkt. De oostelijke cyanidevlek wordt verder ontgraven (CB24). Ontgraving op het diepste punt tot maximaal circa 4,0 m-mv. In oostelijke richting is ontgraven tot aan de perceelsgrens.
Aansluitend is de strook ter hoogte van CW13 (voormalige voortuin woning nummer 6) tot aan perceelsgrens ontgraven. Daarna gestart met dieper ontgraven van bodem CB35. Zintuiglijk zijn geen aanwijzingen (geur, olie-waterreactie, verkleuring) voor aanwezigheid minerale olie. Putbodem circa 0,5 meter dieper dan oorspronkelijke diepte ontgraven. Einddiepte circa 2,5 m-mv. Het depot KI en depot twijfel klasse industrie uit depot KI naar middenterrein over geslagen ter aanvulling tot 1,0 m-mv. Het depot 2 en 4 t/m 7 met klasse achtergrondwaarde / wonen gebruikt en aanvulling vanaf 1,0 m-mv. Het tijdelijke depot is hierna leeg en de folie die onder depot industrie aanwezig was is opgeruimd. Tevens is een strook met klasse industrie ten westen van woning nummer 8 ontgraven. Grond betreft volgens saneringsplan (en CB46) klasse industrie en is tot 1,0 m-mv ontgraven. De vrijkomende grond is in de oprit ten oosten van woning nummer 8 tot maximaal 1,0 m-mv verwerkt. Controlebemonstering Door de milieukundig begeleider zijn van de putbodem en -wanden 17 monsters ingezet ter analyse. In onderstaande tabel zijn de controlebemonsteringen opgenomen met diepte bemonsteringstraject (m-mv). De ligging van de controlemonsters zijn weergegeven in bijlage 3.2. Tabel 8: Toetsing van de controlemonsters Controlemonster Diepte(traject) (m-mv) CB24a 3,0-4,0* CB35a 2,5 CB41 1,0 CB42 1,0 CB43 1,0 CB44 0,8
> AW en <= I
>I
Besluit bodemkwaliteit
cyanide minerale olie (0,15)
PAK (4,35)
Klasse industrie Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Niet toepasbaar
Pagina 16 van 20
Controlemonster Diepte(traject) (m-mv) CB44a 1,0 CB45 1,5-2,0* CB46 1,0 CB47 CB48 CW14 CW15 CW16 CW17
1,0 1,0 0-1,0 1,0-2,0 2,0-3,0 0-0,6
CW18 CW19
0-1,0 0-1,0
> AW en <= I
>I
Besluit bodemkwaliteit
zink (0,13), PAK (0,1) cyanide, lood minerale olie (0,01) cyanide zink (0,32), cadmium (0,02) lood (0,18), PAK (0,2) -
-
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse industrie
PAK (1,31) -
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Niet toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse industrie Klasse industrie
-
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
* de putbodem ligt (deels) in talud.
Ter plaatse putbodem CB24 is aanvullend ontgraven tot 4,0 m-mv. Uit de analyseresultaten van controlemonster CB24a blijkt dat nog klasse industrie wordt aangetroffen. Aangezien ter plaatse reeds is afgegraven tot minimaal 1,0 m-mv, is het niet noodzakelijk aanvullend te ontgraven. Ter plaatse van putbodem CB35 is aanvullend ontgraven, middels de analyseresultaten van controlemonsters (CB35a) is aangetoond dat afdoende aanvullend ontgraven is. Uit de analyseresultaten blijkt dat ter plaatse van putbodem CB44 en putwand CW14 de interventiewaarde wordt overschreden, ter plaatse dient aanvullend ontgraven te worden. Ter plaatse van putbodem CB44 en putwand CW14 is aanvullend ontgraven, middels de analyseresultaten van controlemonsters (CB44a en CW19) en is aangetoond dat afdoende aanvullend ontgraven is. Tevens blijkt uit de analyseresultaten dat putbodem CB46 en putwanden CW16 en CB17 nog klasse industrie grond wordt aangetroffen. Aangezien ter plaatse van putbodem CB46 en putwand CW16 reeds afgegraven is tot minimaal 1,0 m-mv, is het niet noodzakelijk aanvullend te ontgraven. Tevens betreft wandmonster CW17 de perceelsgrens en is verder afgraven niet mogelijk. De putbodem en putwanden worden voor aanvullen afgedekt met folie. In de overige controlemonsters zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen en zijn geen aanvullende graafwerkzaamheden noodzakelijk.
Ter plaatse is de sanering afgerond en kan aangevuld worden. Transport In totaal zijn 9 vrachten matig tot sterk verontreinigde grond afgevoerd naar Jansen Recycling B.V. Tevens zijn 19 vrachten cyanide verdachte grond afgevoerd naar Jansen Recycling B.V. Voor het aanvullen van de ontgravingsputten zijn 6 vrachten aangevoerd. Week 9 (7 t/m 10 maart 2016) Er wordt grond aangevoerd (gecertificeerd onder productcertificaat EC-IZG-00-001) en verwerkt tot het niveau van het oorspronkelijke maaiveld. In totaal zijn 17 vrachten aangevoerd. Door de milieukundig begeleider is met GPS de ontgravingsput voor en na aanvulling ingemeten. Voor aanvulling zijn alleen de terreindelen ingemeten die al aangevuld zijn met de tijdelijke depots zijn tot 1,0 m-mv, de overige terreindelen zijn dieper ontgraven. Een overzicht van de tijdelijke depots en de verwerkingslocaties is opgenomen in paragraaf 3.5 grondbalans. Conclusie Ter plaatse van de saneringslocatie is alle ernstig verontreinigde grond verwijderd. Op basis van de controlebemonstering blijkt geen tussenwaarde overschrijding meer aanwezig op de locatie. Waar dieper ontgraven is dan 1,0 m-mv heeft zoveel mogelijk aanvulling plaats gevonden met vrijgekomen grond op de locatie maximaal klasse industrie. Daarna heeft Pagina 17 van 20
aanvulling plaatsgevonden met schone grond (<AW) van 1,0 m-mv tot het oorspronkelijk maaiveld. Opgemerkt wordt dat meer zand noodzakelijk was voor het aanvullen tot 1,0 mmv dan aanwezig was uit de tijdelijke depots. De aanvulling heeft dus grotendeels plaatsgevonden met schone aangevoerde grond. In bijlage 3 zijn de situatietekeningen opgenomen met ontgravingscontouren, controlemonsters en hoogtemetingen. In bijlage 4 is een fotoblad met een algehele indruk van de sanering opgenomen. De toetsing van de controlemonsters, indicatieve depots en analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. In bijlage 6 is een overzicht van de af- en aanvoer van grond weergeven. Verder zijn in bijlage 7 de kwaliteitsgegevens opgenomen van het tijdelijke depot en het aangevoerd zand.
3.5.
Grondbalans
Bij de sanering zijn graafwerkzaamheden uitgevoerd waarbij alle verontreinigde grond boven tussenwaarde is verwijderd. De ontgraving is tot 1,0 m-mv van oorspronkelijk maaiveld zoveel mogelijk aangevuld met grond uit het tijdelijke depot. Opgemerkt wordt dat meer grond nodig was om aan te vullen tot 1,0 m-mv, hiervoor is het schone aangevoerde zand gebruikt. Vanaf 1,0 m-mv is aangevuld met schoon zand en/of schone grond (teelaarde). De ontgraven en afgevoerde hoeveelheid matig en sterk verontreinigde grond is meer dan gepland, daar in de boven- en ondergrond plaatselijk meer (ernstig) verontreinigde grond is aangetroffen. Tevens is de matig en sterk verontreinigde grond dieper aangetroffen dan verwacht. In de situatietekening (bijlage 3.2) is de diepte van de putbodem op diverse plaatsen aangegeven. De dieptes zijn aangeven t.o.v. oorspronkelijk maaiveld. Afvoer verontreinigde grond In tabel 2 is een overzicht van de afgevoerde grond weergegeven. Het betreft niet toepasbare en ernstig met teer, asbest, cyanide en PAKverontreinigde grond. In totaal is 8.102,3 ton verontreinigde grond afgevoerd. Tabel 9: Overzicht afvoer verontreinigde grond bestekpost
verontreiniging
120070
Matig tot sterk verontreinigde grond Cyanide verdacht Teerlaag met grond/fundering Asbesthoudend
120070 120090 Extra toepassing Totaal
afvalstroomnumm er 106252016048 106252016048 106252016050 106252016048
bestemming Jansen Recycling B.V. Jansen Recycling B.V. Jansen Recycling B.V. Jansen Recycling B.V.
gewicht (ton) 6434,32 726,50 872,48 69,00 8.102,30
Aanvoer gecertificeerd schoon ophoogzand: De bovengrond vanaf maaiveld tot circa 1,0 m-mv is aangevuld met schoon aanvulzand en/of grond (minerale teelaarde). Ter plaatse is derhalve sprake van een leeflaag van circa 1,0 meter dikte, die het beoogde toekomstige gebruik (o.a. grondgebonden woningbouw) mogelijk maakt. In totaal betrof de geleverde grond circa 5.211 m3. Het ondertekende totaal van de aan- en afvoer zijn in bijlage 6 bijgevoegd. Desgewenst kunnen de afvoerbonnen opgevraagd worden. Het productcertificaat van de aangeleverde grond met melding is in bijlage 7 bijgevoegd.
Pagina 18 van 20
Tijdelijke gronddepot Tijdens de uitvoering is grond zintuiglijke of op basis van eerder bodemonderzoeken in tijdelijke depots geplaatst. Hieronder is een beschrijving van de depots weergegeven: Depot 1 KI is het grote depot bovengrond (bovengrond rondom huisnummer 8, grofweg CB01 tot en met CB09, m.u.v. CB06). Depot 2 is het gele ophoogzand dat rechts van de toerit naar het terrein is vrij gekomen (CB06, CB13, CB28, CB42 tot en met CB45). Depot 3 (twijfel) is de grond die onder het gele ophoogzand is vrijgekomen (grofweg CB06, CB13 en CB28). Depot 4 is de tussenlaag ter plaatse van de cyanidespot naast het woonhuis nummer 8 (CB35). Depots 5, 6 en 7 betreffen de tussenlaag ter plaatse van het middenterrein (grofweg CB32, 33 en 34). Depot 8 uit het overzicht is feitelijk niet een depot geweest. Het betreft de grond die is vrijgekomen uit de strook links van woonhuis nummer 8. Volgens de eerder uitgevoerde onderzoeken voldeed die vanaf maaiveld tot 0,5 m-mv aan klasse industrie. Ter controle is voorafgaand aan het ontgraven, door middel van boringen tot 0,6 m-mv, de bodem uitgekeurd (CB46). Die voldeed eveneens aan klasse industrie.
Op basis daarvan is de grond uit de betreffende strook op 02-03-2016 handmatig ontgraven en met een kruiwagen (men kon ter plaatse niet met een minigraver terecht) naar de inrit aan de rechterkant van huisnummer 8 gereden en daar in de diepere cyanidespot (> 1,0 m-mv) verwerkt. In totaal circa 8 m³. Opgemerkt wordt dat de oostelijke cyanidevlek (CB24) ook als tijdelijk depot is gebruikt. Ter plaatse is de met cyanide verontreinigde grond die is vrijgekomen ter plaatse van CB32 t/m CB35 tijdelijk opgeslagen. Aangezien uit de keuring blijkt dat het depot niet toepasbaar is, wordt het afgevoerd bij het aanvullend ontgraven van de oostelijke cyanide vlek (CB24). De ontgraving is daarna opnieuw uitgekeurd (CB24a). Van de depots is indicatief de kwaliteit bepaald. Aangezien de kwaliteit grotendeels voldoet aan klasse industrie, klasse wonen en vrij toepasbaar, zijn de depots hergebruikt op de locatie. In totaal is circa 1.004 m³ hergebruikt. Tabel 10: Overzicht hergebruikte grond depot 1
kwaliteit Klasse industrie
2
Altijd toepasbaar
3
Klasse industrie
4 5 6
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
7
Klasse wonen
8 Totaal
Klasse industrie
bestemming Van 1,0 m-mv verwerkt ter plaatse van het midden (grofweg CB32, 33 en 34) Bovengrond ter plaatse van het midden terrein (grofweg CB32, 33 en 34) Van 1,0 m-mv verwerkt ter plaatse van het midden (grofweg CB32, 33 en 34) Cyanide spot CB21 Cyanide spot CB21 Bovengrond ter plaatse van het midden terrein (grofweg CB32, 33 en 34) Van 1,0 m-mv verwerkt ter plaatse van het midden (grofweg CB32, 33 en 34) de inrit aan de rechterkant van huisnummer 8
Hoeveelheid (m³) 300 80 216 30 150 150 70 8 1.004
In bijlage 5 zijn de toetsingen analysecertificaten van de tijdelijke depots opgenomen.
Pagina 19 van 20
3.6.
Meldingen en toezicht bevoegd gezag
De start van de sanering is op woensdag 16 december 2015 gemeld bij de gemeente Venray. Op donderdag 28 januari 2016 is een melding wijziging sanering ingediend. Tijdens de werkzaamheden is een sleuf met puin en asbestverdachte materialen aangetroffen. De sleuf is ontgraven en zal uitgekeurd worden conform BRL SIKB 6000 protocol 6001 (asbest). Deze werkwijze is op locatie besproken met de heer Arends van de RUD Zuid Limburg (toezicht en handhaving). Op donderdag 4 februari 2016 is een melding wijziging sanering ingediend. Door het meer en dieper aantreffen van verontreinigde grond zal meer grond afgevoerd worden van de locatie naar een erkend verwerker. Tevens zullen de saneringswerkzaamheden langer duren. Op dinsdag 1 maart 2016 is de melding “bereiken einddiepte” verzonden. Op 10 maart 2016 is de melding einde sanering ingediend. Op vrijdag 22 januari en 5 februari 2016 heeft de heer H. Arends, namens de RUD Zuid Limburg (toezicht en handhaving), toezicht gehouden op de uitvoering van de sanering. Hierbij zijn geen opmerkingen gemaakt.
3.7.
Conclusies
De bodemsanering is uitgevoerd in de periode van januari tot en met maart 2016. Bij de sanering is alle matige en sterk verontreinigde grond in de boven- en ondergrond verwijderd. In de putwanden van CW12 op de perceelsgrens blijft nog ernstig verontreinigde grond achter, ter plaatse is signaaldoek aangebracht. Op de putbodem is tot 1,0 m-mv aangevuld met maximaal klasse industrie grond en van 1,0 m-mv is schone grond aangebracht. Bij de sanering is voldaan aan de saneringsdoelstelling. Bij de sanering is in totaal 8.102,30 ton verontreinigde grond ontgraven en afgevoerd naar Jansen Recycling B.V. onder afvalstroomnummers 1106252016048 en 106252016050. Ten behoeve van de aanvulling van maaiveld tot 1,0 m-mv is gecertificeerde grond aangevoerd van elders. In totaal betrof dit circa 5.211 m3. Tevens is voor de aanvulling tot 1,0 m-mv de klasse industrie en wonen grond uit het tijdelijke depot, circa 1.004 m3 gebruikt.