04 Bijlage 2 Kadernota RUD LN 2025
Tekst van het document
KADERNOTA RUD LIMBURG NOORD 2025
30 november 2023 Versie 1.3
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ..................................................................................................................................... 4
2.
Doelstelling, takenpakket en werkwijze RUD LN .............................................................. 6
3.
Beleidskaders en ontwikkelingen ......................................................................................... 8
3.1 Organisatorische ontwikkelingen ........................................................................................... 8 Versterking robuustheid VTH-stelsel, Interbestuurlijk Programma (IBP) ........................ 8 Plan van aanpak doorontwikkeling ODLN ................................................................................ 9 Omgevingsdienst NL (ODNL) ................................................................................................... 10 3.2 Landelijke ontwikkelingen ..................................................................................................... 10 Omgevingswet ............................................................................................................................. 10 Doorontwikkeling informatievoorzieningen en datakwaliteit ............................................ 11 3.3 Vakinhoudelijke ontwikkelingen ........................................................................................... 12 Bodemtaken ................................................................................................................................. 12 Wet kwaliteitsborging Bouwen (Wkb) ....................................................................................
12 Energie .......................................................................................................................................... 12 Geluid ............................................................................................................................................ 13 3.4 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering ................................................................................. 13 Algemeen ...................................................................................................................................... 13 Personeel ...................................................................................................................................... 14 4.
Financiële uitgangspunten ................................................................................................... 16
4.1 Algemeen .................................................................................................................................. 16 4.2 Exploitatie (lasten en baten) ................................................................................................ 16 4.3 Tarieven .................................................................................................................................... 17 4.4 Impact ontwikkelingen ........................................................................................................... 17
2
3
1. Inleiding De Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN) is een samenwerkingsverband tussen de 15 gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en de provincie Limburg. De RUD Limburg Noord is sinds 1 januari 2018 een gemeenschappelijke regeling (GR). In de Wet gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat het Algemeen Bestuur voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders toestuurt naar de raden en staten van haar deelnemers. In de voorliggende kadernota 2025 zijn de uitgangspunten voor de begroting 2025 opgenomen. De kadernota is tot stand gekomen na afstemming met de financieel adviseurs van de deelnemers en het lijnmanagersoverleg (LMO). De ontwerpbegroting 2025 zal vervolgens worden opgesteld en rond eind april aan de raden en staten worden toegezonden. Gezien de huidige dynamiek in de economie en in ons werkveld, is het opstellen van de kadernota een lastige opgave en sluiten we het niet uit dat de situatie er te zijner tijd anders uit zal zien. Dit geldt bijvoorbeeld voor de effecten van de ontwikkelingen in regelgeving, de inflatie, de energiecrisis, het tekort op de arbeidsmarkt, de inwerkingtreding van de Omgevingswet maar vooral ook de vooralsnog onduidelijke gevolgen van de uitwerkingen van het Interbestuurlijk Programma VTH.
Wij stellen de begroting met de grootst mogelijke zorg en volgens de laatste ontwikkelingen op. Het is dan ook mogelijk dat wij straks in de begroting rekening moeten houden met zaken die tijdens het schrijven van deze kadernota nog niet bekend zijn.
4
5
2. Doelstelling, takenpakket en werkwijze RUD LN In het beslisdocument van de RUD Limburg Noord (21-12-2017 in AB) zijn de missie en visie opgenomen die richtinggevend zijn voor de organisatie van de RUD Limburg Noord. Deze zijn als volgt: Missie De deelnemers aan de RUD Limburg Noord hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken en de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. Visie De RUD Limburg Noord is een innovatieve, slagvaardige en efficiënte organisatie, die bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit, gezondheid en veiligheid van de leefomgeving en aan de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De dienstverlening wordt o.a. verbeterd door: • Een ‘level playing field’ (gelijke benadering en behandeling onder de RUD LN); • Minder toezichtlasten door efficiënte en innovatieve toezichtmethoden. De RUD Limburg Noord is daarbij een flexibele organisatie die zich verhoudt tot de ontwikkelingen in de omgeving en hiervoor samenwerkt met ketenpartners. De RUD Limburg Noord draagt zorg voor de uitvoering van tenminste het wettelijke basistakenpakket als bedoeld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor).
Daarnaast kan een deelnemer de uitvoering van het milieutakenpakket voor niet RUD-inrichtingen, het WABO -takenpakket (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) en desgewenst APV (Algemene Plaatselijke Verordening) en bijzondere wetten onderbrengen bij de RUD Limburg Noord. De feitelijke uitvoering van de taken die bij de RUD Limburg Noord zijn “ondergebracht” gebeurt door medewerkers van de deelnemers. Ze werken samen aan de realisering van het jaarlijks door het Algemeen Bestuur vastgestelde regionale uitvoeringsprogramma. Ambitie De RUD Limburg Noord: wil een vanzelfsprekende deskundige partner in de regio zijn voor het bereiken van de (kern)doelen van de Omgevingswet; zit bij de partners aan tafel en werkzaamheden worden in gezamenlijkheid uitgevoerd. De RUD kan daarbij flexibel inspringen op veranderende behoeften vanuit haar deelnemers; groeit van de uitvoeringsdienst zoals we nu zijn naar dé omgevingsadviseur in brede zin binnen onze leefomgeving, die input levert aan beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving en tot slot procesoptimalisatie. De inhoud van het werk en te leveren kwaliteit is daarbij altijd leidend; voert uit op een ondernemende, innovatieve, betrouwbare én uitdagende manier. Werkwijze Voor de uitvoering van VTH-taken wordt gebruik gemaakt van de expertise die aanwezig is bij de deelnemers.
Daarbij blijft het loket voor het indienen van vergunningaanvragen, meldingen en klachten en besluitvorming over vergunningen en handhavingszaken bij de individuele deelnemers. Om kwaliteit van uitvoering en onderlinge afstemming te borgen is er een coördinatiecentrum in dienst van de RUD Limburg Noord. Het coördinatiecentrum ondersteunt en faciliteert de partners, coördineert werkzaamheden en opleidingen.
6
7
3. Beleidskaders en ontwikkelingen
De kadernota voor 2025 wordt in november 2023 door het Dagelijks Bestuur en in december 2023 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. In onderstaande paragrafen zijn de beleidskaders benoemd die een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van de VTH-taken door de RUD Limburg Noord en haar deelnemers (zoals in hoofdstuk 2 benoemd).
3.1 Organisatorische ontwikkelingen Versterking robuustheid VTH-stelsel, Interbestuurlijk Programma (IBP) De commissie Van Aartsen heeft onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het VTH-stelsel in Nederland. De commissie geeft in haar rapport “Om de leefomgeving” (4 maart 2021) aan dat een sterker en onafhankelijker VTH-stelsel nodig is om vermijdbare schade aan het leefmilieu te voorkomen. De commissie heeft o.a. aanbevelingen gedaan over de robuustheid, de onafhankelijke positie en de financiering van de Omgevingsdiensten. Deze aanbevelingen zijn vertaald naar het Interbestuurlijk Programma (IBP) VTH. In het IBP trekken Rijk, IPO, VNG en Omgevingsdienst NL gezamenlijk op. Het Ministerie van I&W heeft incidentele middelen beschikbaar gesteld via een specifieke uitkering (SPUK regeling) om de aanbevelingen uit te werken. De omgevingsdiensten moeten zelf aan de slag om de voorgestelde verbeteringen in praktijk te brengen. In het programma van het IBP staat de ambitie centraal om te komen tot robuuste, deskundige en vernieuwende Omgevingsdiensten die hun taken met gezag, onafhankelijkheid en professionaliteit kunnen uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de keten op orde is. Het programma bestaat uit de pijlers: 1. Robuuste Omgevingsdiensten en financiering 2. Bestuursrechtelijke en stafrechtelijke handhaving en vervolging 3.
Informatie-uitwisseling en datakwaliteit 4. Kennisinfrastructuur (inclusief arbeidsmarkt voor gekwalificeerd personeel) 5. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht Het eerste deel van pijler 1 is als eerste verder uitgewerkt en geconcretiseerd. Er zijn criteria opgesteld, waaraan Omgevingsdiensten moeten voldoen willen zij geacht worden robuust te zijn. In eerste instantie toetsen de diensten zelf of zij daaraan voldoen. Onze dienst heeft op 1 oktober 2023 deze zelftoets ingediend en geconstateerd dat nog niet op alle punten aan de criteria wordt voldaan. Dit is met name vanwege de omvang van het werkprogramma, het nog niet beschikken over een innovatiebudget, de omvang van het opleidingsbudget en het nog gaan voldoen aan de kwaliteitscriteria.
8
Er moet voor 1 april 2024 een plan van aanpak worden gemaakt dat ertoe gaat leiden dat we op 1 april 2026 wel voldoen aan alle criteria. Er zullen incidentele kosten gemoeid zijn met het maken van dit plan. Mochten deze kosten niet in de begroting van 2024 en 2025 op te vangen zijn dan zal hier een begrotingswijziging voor worden voorgelegd. Op dit moment is de omvang van de kosten nog lastig in te schatten. Naast de incidentele kosten voor planvorming, zoals hiervoor omschreven, zal de uitwerking van het plan van aanpak ook structurele kosten met zich meebrengen. Dit komt voort uit maatregelen die (vanuit het IBP) genomen zullen moeten worden en uitgewerkt worden in het op te stellen plan van aanpak, zoals: Versterken van de innovatiekracht; Verbeteren kwaliteit van de uitvoering; Intensivering van de handhaving; Verbetering van de informatievoorziening; Sterkere sturing op outcome. Er wordt door de Omgevingsdiensten en gemeenten op ingezet dat het Rijk ook haar verantwoordelijkheid hierin neemt, maar hierover is nu nog geen duidelijkheid. Daarnaast wordt in 2024 een voorstel (vanuit pijler 1) verwacht waarin een minimum niveau van de uitvoering van VTH-taken wordt vastgelegd. Wat dit per deelnemende gemeente voor effect heeft is nog niet aan te geven. Op dit moment is de verwachting dat dit dan pas vanaf de begroting van 2026 effect zou kunnen hebben.
Hierbij wordt de kanttekening gemaakt dat het beschikken over de benodigde middelen, niet per definitie een oplossing is. De ongunstige arbeidsmarkt betekent dat middelen soms ook “op de plank blijven liggen” of dat noodgedwongen tegen hogere kosten moet worden ingehuurd. Tenslotte is het mogelijk dat er vanuit het IBP in 2024 nog meer punten voortkomen. Op dit moment is daar nog niet concreet iets over te melden. Eigen plan van aanpak doorontwikkeling ODLN Mede naar aanleiding van het rapport van de commissie van Aartsen en het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP) had het Dagelijks Bestuur van de RUD Limburg Noord de opdracht gegeven om te komen tot een plan van aanpak voor het versterken van de RUD Limburg Noord, passen bij de landelijke ontwikkelingen en de ontwikkelingen in de regio. Het eigen plan is op 7 juli 2022 vastgesteld. Hiermee wilde de RUD LN vooruitlopen op de plannen die vanuit het IBP op ons af zouden komen. Inmiddels is er wel een zekere overlap ontstaan. Er zijn zes werkgroepen aan de slag gegaan met voorstellen tot versterken van onze dienst op de gebieden beleid, programmeren van de uitvoering, monitoring, sturing, kwaliteit en juridische zaken. Het volledige proces loopt door tot in 2024. Een uitgewerkt onderdeel is het veranderde proces van het Regionaal Uitvoeringsprogramma.
Vanaf 2024 gaat er volgens een aangepast proces gewerkt worden. Dit betekent dat na de vaststelling van het RUP in ons Algemeen Bestuur, de uitvoering centraal aangestuurd wordt. Op deze manier kan er beter gebruik gemaakt worden van de inzet van beschikbare menskracht en (specialistische) kennis. Tevens krijgt hierdoor het werken volgens de vastgestelde kwaliteitscriteria een boost. Deze andere werkwijze vergt ook een omschakeling in denken bij de lijnmanagers en medewerkers. Voor managers betekent het dat men opdrachtnemer wordt voor een bepaald werkpakket, terwijl voor medewerkers de veranderingen kunnen zijn dat aanpassingen in hun takenpakket plaatsvinden.
9
Er zal een team aangesteld moeten worden die verantwoordelijk is voor de werkverdeling op kwaliteitscriteria en die monitort, rapporteert en bijstelt. Dit ligt ook in het verlengde van de voorstellen van de werkgroep sturing die deze omslag ondersteunen. Sturing is bezig met het uitwerken van een voorstel om te gaan werken met regiocoördinatoren en een beleidsadviseur. De genoemde voorstellen/wijzigingen hebben ook financiële gevolgen. Omdat deze nog niet zijn uitgewerkt kunnen de specifieke consequenties nog niet in deze kadernota opgenomen kunnen worden.
Omgevingsdienst NL (ODNL) De RUD Limburg Noord is lid van deze vereniging van directeuren van de 29 Omgevingsdiensten. De ODNL heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een platform dat ondersteuning biedt aan de aangesloten diensten, landelijke projecten coördineert, subsidie voor bepaalde projecten verdeeld, kennis ontwikkelt (kennisnet) en gesprekspartner voor ministerie (I&W) en VNG is. Ook bij de verbeteringen in het VTH-stelsel, het IBP, heeft ODNL een prominente regisserende rol. Het programmabureau van ODNL is de spil in de kennisdeling en bij coördinatie van landelijke projecten en subsidiestromen. De verwachting is dat in 2025 de RUD Limburg Noord nog meer zal samenwerken met ODNL in zowel uitwisseling van gegevens als kennisdeling. Ook krijgt ODNL een centrale rol in het verdelen van incidentele of projectmatige subsidies.
3.2 Landelijke ontwikkelingen Omgevingswet Met het in werking treden van de Omgevingswet (OW) per 1 januari 2024, verdwijnt het begrip 'inrichting' uit de Wet milieubeheer. Hiervoor in de plaats komt het begrip milieubelastende activiteit (verder: MBA genoemd). Om VTH-werkzaamheden uit te kunnen voeren na inwerkingtreding van de Omgevingswet is het noodzakelijk om het inrichtingenbestand “om te zetten” naar MBA’s. De omzetting is cruciaal voor de bedrijfsvoering binnen de RUD Limburg Noord en zijn partners. De gemeenten zijn weliswaar de brongegevenshouders, maar de ombouw naar MBA’s is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de RUD Limburg Noord en zijn partners. Het omzetten naar MBA’s, met name bij de huidige vergunningsplichtige locaties, is arbeidsintensief en complex.
10
De initiële omzetting wordt in 2023 en 2024 uitgevoerd. Vervolgens zullen specifieke beoordelingen van MBA’s uitgevoerd worden, zodra een zogenaamd ‘natuurlijke moment’ zich voordoet. Zo’n moment is bijvoorbeeld een periodieke controle, een ‘nieuwe’ vergunningaanvraag of een melding. De Omgevingswet voorziet in meer lokale afwegingsruimte, passend bij lokaal beleid, in bijvoorbeeld Omgevingsplannen. Gemeenten hebben tot en met 2029 de tijd om beleidskeuzes te maken. Welke keuzes gemeenten maken en wanneer, heeft effect op de uitvoering van taken door de RUD Limburg Noord. De RUD Limburg Noord adviseert de gemeenten (op verzoek) daarbij. In 2021 is door Seinstra & partners bij verschillende Omgevingsdiensten uitgebreid onderzoek verricht naar de (financiële) impact van de Omgevingswet. Daaruit is gebleken dat de uitvoering structureel meer zal gaan kosten. Wat dit precies aan kosten voor de RUD Limburg Noord betekent is nog niet in beeld en zal pas gaande de uitvoering inzichtelijker worden. Doorontwikkeling informatievoorzieningen en datakwaliteit De komst van de Omgevingswet (OW), de ontwikkelingen in digitale dienstverlening en het werken in Omgevingsdiensten, vereist een andere manier van bijhouden van de informatie. Van lokale, stand-alone systemen naar systemen die “in de cloud” zitten en aangesloten zijn op landelijke voorzieningen.
De focus voor 2025 ligt dan ook op het verder door ontwikkelen van de organisatie op het gebied van informatievoorziening. Doordat alle deelnemers van de RUD Limburg Noord, als ook de veiligheidsregio, de RUD Zuid Limburg als de RUD Limburg Noord zelf werken in het zelfde VTH-systeem Rx.Mission, zal er beter op uniforme wijze gewerkt kunnen worden. In 2024 en 2025 zal verder worden gebouwd aan verbetering van BI tooling, zoals bijvoorbeeld voortgangsbewaking en monitoring op kwaliteitsborging. Ook in het kader van het IBP zal hier aandacht naar uit moeten gaan. De Omgevingsdienst dient e beschikken over een Business-intellegence (BI) strategie en dient hier ook voldoende capaciteit voor beschikbaar te hebben. Ook is de RUD Limburg Noord aangesloten op Inspectieview Milieu. In dit systeem stellen alle Omgevingsdiensten en een groot aantal andere instanties informatie beschikbaar over toezicht. De Omgevingsdiensten zijn geautoriseerd deze informatie te raadplegen en kunnen daardoor een beter inzicht krijgen in de situatie bij bedrijven. Dit maakt effectiever toezicht en betere afstemming tussen instanties mogelijk. In 2025 zal de nadruk liggen op het verbeteren van de datakwaliteit.
Tenslotte zal in 2025 ook gefocust worden op het verder ontwikkelen op het beter kunnen voldoen aan de informatiebehoefte, daarbij te denken aan de Wet Open Overheid (Woo) en zaaksystemen ook voor interne controles.
11
3.3 Vakinhoudelijke ontwikkelingen Bodemtaken Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen taken en bevoegdheden vanuit de huidige Wet bodembescherming (wbb) van provincies naar gemeenten verschuiven. De gemeenten worden daarmee verantwoordelijk voor de bodemkwaliteit en de sanering van bodemverontreiniging. Ook kent de Omgevingswet nieuwe bodemtaken. De gemeenten krijgen zodoende meer taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Daarnaast zullen de gemeenten potentieel extra risico lopen door de verschuiving van verantwoordelijkheden als verantwoordelijke saneerders niet aan hun financiële verplichtingen (kunnen) voldoen. De (financiële) consequenties voor de individuele gemeenten en de RUD Limburg Noord worden door de werkgroep Bodem in beeld gebracht. De voorlopige conclusies zijn dat er: • 2 fte aan vergunningverlening bodem en 2 fte toezicht bodem zal moeten worden aangetrokken binnen de RUD Limburg Noord om de uitbreiding van de werkzaamheden vanuit het RUP ingebracht door de deelnemers te kunnen uitvoeren. • Het beleid decentraal bij de gemeenten zal blijven, wel in afstemming met de werkgroep Bodem. • De informatievoorziening (BIS) voorgesteld wordt gezamenlijk te organiseren.
De uiteindelijke conclusies en de daarmee samenhangende uitwerkingen worden in gezamenlijkheid meegenomen in de uitwerking van het plan van aanpak doorontwikkeling RUD Limburg Noord, om zo tot een uniform geheel te komen. Wet kwaliteitsborging Bouwen (Wkb) Door de toenemende complexiteit in de bouw vindt men dat een herziening van het huidig stelsel van kwaliteitsborging noodzakelijk is. De Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen treedt tegelijk met de nieuwe Omgevingswet in fases in werking. De wet moet enerzijds de bouwkwaliteit een impuls geven, maar anderzijds geen verdere juridisering of kostenverhoging in de hand werken. Met de wet wordt de positie van de particuliere en zakelijke bouwconsument versterkt. Het nieuwe stelsel geldt eerst alleen voor bouwwerken in de laagste risicoklasse. De invoering van deze wet betekent dat de technisch-inhoudelijke toetsing aan en toezicht op het Bouwbesluit 2012 voor de gemeenten grotendeels vervalt en er een aantal voornamelijk administratieve taken bijkomen. De bevoegde gezagen zijn verantwoordelijk voor deze taken. Bij de RUD Limburg Noord hebben 5 gemeenten bouwtaken ingebracht. Doordat de bouwtechnische toetsing bij de complexere bouwwerken (waaronder monumenten) blijft bestaan én meer marktwerking aan de voorkant waarschijnlijk gaat leiden tot een intensievere handhaving, blijft capaciteit op bouwtechnisch gebied noodzakelijk.
In nauwe samenwerking met de gemeenten die deze taken hebben ingebracht bereiden wij ons voor op de komende veranderingen. De impact op de begroting van de RUD Limburg Noord is, mede gezien ons netwerkconstruct vooralsnog beperkt. De feitelijke kosten voor de uitvoering worden immers bij de aangesloten gemeenten zelf gemaakt, zij hebben het personeel in dienst van de organisatie. De gevolgen voor leges zullen de partners vanaf het in werking treden van de Wkb ervaren en zichtbaar moeten maken in hun begrotingen. Energie Intensivering van energiebesparing en het vergroten van het aandeel duurzaam opgewekte energie zijn belangrijke speerpunten van het Klimaatakkoord en vanuit de Regionale Energie Strategie (RES).
12
Energie en duurzaamheid zijn beleidsmatig met elkaar verbonden. In de uitvoeringspraktijk ligt de focus tot op heden bij het aspect energie. Bedrijven en instellingen zijn verplicht om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van minder dan 5 jaar uit te voeren. De Omgevingsdiensten en de gemeenten zien toe op naleving daarvan. Naast deze energiebesparingsplicht is er ook een informatieplicht waarbij de bedrijven en instellingen aan de overheid rapporteren welke maatregelen getroffen zijn. Het kabinet heeft als extra impuls geld beschikbaar gesteld aan Omgevingsdiensten. Deze zogenaamde SPUK THE (Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht) gelden zijn bedoeld als aanvulling op het bestaand toezicht. Voor de RUD Limburg Noord is onder gestelde voorwaarden uit het SPUK THE in totaal maximaal € 2.089.929 beschikbaar gesteld voor de periode 2022-2026. Eén van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de SPUK THE is dat de vakspecialist(en) energie in dienst zijn bij de RUD Limburg Noord. Verder dient aangetoond te worden dat de uitgevoerde taken aanvullend zijn geweest op het bestaande toezicht en dient minimaal 70% van de gelden besteed te worden aan daadwerkelijke bedrijfsbezoeken en/of het verzamelen van informatie met administratieve controles of door het aanschrijven van bedrijven.
Het aantrekken van medewerkers is, met uitzondering van een parttime coördinator, tot op heden nog niet succesvol geweest. Hierdoor zal waarschijnlijk voor de periode 2022-2023 niet kunnen worden voldaan aan alle gestelde voorwaarden, Op dit moment zijn we hierover in gesprek met de subsidieverstrekker, welke mogelijkheden hier nog in zijn. Daarnaast zal het in diensttreden van energiemedewerkers tot een aanpassing van de risicoparagraaf 2025 leiden. Geluid Bij het in werking treden van de Omgevingswet wordt de wet- en regelgeving over geluid ingrijpend gewijzigd. Het voorkomen van onbeheerste groei en cumulatie van geluid staat daarbij voorop. Hierdoor zal meer inzet m.b.t. het monitoren van meerdere geluidsrelevante activiteiten en indien nodig het aanpassen hiervan, nodig zijn. De gemeenten krijgen er hierdoor een aantal geluidtaken bij wat betekent dat gemeenten lokaal meer moeten doen. Er zal meer informatie-uitwisseling moeten gaan plaatsvinden voor o.a. de (landelijke) Centrale Voorziening van Geluid Gegevens (CVGG). Bij het nemen van besluiten geldt een motiveringsplicht. Hiervoor zullen continu gegevens voor het bepalen van geluid gerelateerde activiteiten, zoals bijvoorbeeld verkeersgegevens, moeten worden verzameld en aangeleverd. Er dient een meer digitale werkwijze voor dataverzameling te komen.
Verwacht mag worden dat dit een significante toename van de werkzaamheden voor de geluidspecialisten zal betekenen.
3.4 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering Algemeen De hierboven beschreven ontwikkelingen hebben invloed op het takenpakket dat binnen RUDverband wordt georganiseerd maar zeker ook op de totale inrichting van de RUD Limburg Noord. Over de wijze waarop de taken als ook de totale organisatie het best kan worden georganiseerd blijft de RUD in dialoog met haar deelnemers.
13
Personeel Zowel bij het coördinatiecentrum als bij de deelnemers bestaat een hoge werkdruk. Het blijft lastig om vacatures te vervullen en naar verwachting blijft dit de komende jaren zo. De arbeidsmarktsituatie leidt ertoe dat vacatures niet altijd ingevuld kunnen worden en dit kan een toename van (duurdere) inhuur tot gevolg hebben. Deze krapte geldt niet alleen in onze regio, maar landelijk binnen het gehele VTH-domein. Intensivering van de samenwerking, b.v. op het gebied van inhuur en begeleiding stagiaires/trainees kan een hulpmiddel zijn in deze problematiek. Ook in 2025 zal onderzocht worden welke middelen ingezet kunnen worden. Vanuit het interbestuurlijk programma (IBP) wordt de aankomende tijd vanuit de pijlers 1 en 4 arbeidsmarkt en kwaliteitscriteria ook verder gewerkt aan dit thema. De RUD Limburg Noord volgt deze informatie en levert zelf ook een bijdrage in het project. Zo wordt er in 2024 een landelijke arbeidsmarktcampagne vanuit ODLN gelanceerd. Ook vanuit ons eigen plan van aanpak doorontwikkeling ODLN wordt aandacht besteed aan kwaliteit, de uniforme werkwijze voor de uitvoering van taken als ook de sturing en programmering. Al deze elementen hebben effect op het personeel. Welke (financiële) effecten dit precies voor 2025 heeft voor de RUD Limburg Noord is op dit moment nog niet in te schatten.
Vanaf het boekjaar 2023 heeft er een verandering plaatsgevonden in de verantwoordelijkheden met betrekking tot de rechtmatigheid van de jaarrekening. Niet langer is het de accountant die vaststelt dat in lijn met wet- en regelgeving is gehandeld, maar is het aan het Dagelijks Bestuur. Daarbij dient het Dagelijks Bestuur te kunnen steunen op een adequaat functionerend systeem van interne beheersing en controle. Het intern controleplan ligt hieraan ten grondslag. Dit plan zal in 2024 en 2025 verder vormgegeven moeten worden, waarbij ook capaciteit voor de uitvoering van de interne controles nog nader zal moeten worden ingericht. Of hier, en zo ja welke, kosten hiermee gemoeid zijn kan nu niet worden aangegeven. Hierover zal ook nog overleg gevoerd worden met de gastorganisatie. Ditzelfde geldt voor de invoering van de Woo en de daarbij horende contactfunctionaris.
14
15
4. Financiële uitgangspunten
In dit hoofdstuk worden de financiële uitgangspunten voor de begroting 2025 benoemd.
4.1 Algemeen •
•
•
Het belangrijkste uitgangspunt voor de meerjarenbegroting 2025-2028 is dat de baten en lasten in evenwicht zijn, zodat er meerjarig een sluitende begroting ligt. Dit is tevens een voorwaarde voor repressief toezicht. De financiële consequenties van de in het voorgaande hoofdstuk beschreven ontwikkelingen zijn op dit moment nog niet duidelijk. Zo is de invloed van wetswijzigingen voor een groot deel nog onbekend. De eventuele financiële effecten van de uitwerkingen van zowel het eigen plan van aanpak doorontwikkeling ODLN als het op te stellen plan van aanpak in het kader van het IBP zijn nog niet bekend. Zodra deze uitwerkingen concreet zijn, worden deze ofwel opgenomen in de ontwerpbegroting 2025 dan wel apart voorgelegd, afhankelijk van het tijdstip van oplevering. Het moge echter duidelijk zijn dat de uitwerkingen grote financiële impact zullen hebben. Een indicatie is hieronder opgenomen in paragraaf 4.4.
4.2 Exploitatie (lasten en baten) •
•
•
•
Voor de indexering van loon-en prijsstijgingen wordt uitgegaan van de meest actuele raming van het CPB (MEV, loonvoet sector overheid en overheidsconsumptie netto materieel imoc) en voor de provincie het CBS (DPI). Vanuit de MEV 2024, gerapporteerd in september 2023 zijn geen ramingen over het jaar 2025 opgenomen. In augustus 2023 is ten aanzien van de MEV 2024 wel een lage termijn reeds gerapporteerd. Daar wordt voor het jaar 2025 voor de loonvoer sector overheid uitgegaan van 5,3% en voor de imoc van 2,0%. Vanuit de begroting 2024 waren de index cijfers 5,2% respectievelijk 3,9%. De indexaanpassingen zijn daarmee klein, waardoor het effect op de begroting minimaal zal zijn. Wat betreft de cijfers van het CBS worden met het dan laatst bekende cijfer, zijnde 3 e kwartaal 2023 gewerkt. Op dit moment is alleen het cijfer van het 2e kwartaal bekend. Dit is 6,3%. Het construct van de uitvoeringseenheid Roermond is in de begroting 2024 aangepast. Gezien de parttime medewerker in 2024 de dienst gaat verlaten, zullen de kosten en opbrengsten van de uitvoeringseenheid Roermond vanaf het jaar 2025 niet meer worden opgenomen in de begroting. Op basis van de nieuwe manier van werken van het Regionaal UitvoeringsProgramma en het programma over 2024, kan het zijn dat de uitwisseling van werkzaamheden beter ingeschat kunnen worden en daarmee bijgesteld moeten worden.
Dit heeft echter geen financieel effect op de begroting van de RUD Limburg Noord, aangezien dit dan zowel op de baten als lastenkant effect heeft. Uiteraard kan dit wel effect hebben op de begrotingen van de individuele gemeenten. Het SPUK THE, betreffende energie wordt in de meerjarenbegroting 2025 opgenomen. Op dit moment is het plan nog niet bijgesteld, waardoor de uitgaven voor de jaren 2025 tot en met 2026 nog als volgt zijn:
16
Begroting SpUK THE Omschrijving
omschrijving
2025
Uitgaven reguliere en uitgebreide doelgroep energiebesparingsplicht (niet-EU ETS bedrijven) Uitgaven regulie en uitgebeide doelgroep energiebesparingsplicht (niet-EU ETS bedrijven)
Activiteiten toezicht en handhaving
€
493.697 €
501.746
Overige activiteiten
€
30.600 €
29.412
€
524.297 €
531.158
Totaal project
2026
Deze bestedingen komen in aanmerking voor subsidie. Voor de RUD Limburg Noord zal dit naar verwachting dan ook niet kostenverhogend zijn. Wel zal de risico-inventarisatie aangevuld worden in verband met het in dienst nemen van personeel. Verder kan het ook zijn dat er een bijstelling van het plan volgt, waardoor de bedragen zullen worden aangepast.
4.3 Tarieven Voor de uitwisseling van expertise tussen de deelnemers is de afspraak dat de gewerkte uren worden verrekend op basis van vooraf vastgestelde uurtarieven. De tarieven 2025 worden in de vergadering van het Algemeen Bestuur van december 2024 vastgesteld. De tarieven voor 2024 zijn in verband met de economische marktontwikkelingen fors gestegen. Gezien de voortdurende economische ontwikkelingen ligt een verhoging van de tarieven voor 2025 in de lijn der verwachtingen, dan wel minder hoog dan de verhoging voor 2024.
4.4 Impact ontwikkelingen De impact met betrekking tot de uitwerking van de plannen van aanpak, zoals onder paragraaf 4.1 vermeld zijn moeilijk in te schatten. De verwachting is echter dat het geheel een grote financiële impact zal hebben. Vanuit de organisatorische ontwikkelingen komt het volgende: vanuit het Interbestuurlijk programma (IBP) zijn zaken (robuustheidscriteria) benoemd waar mogelijk aanpassingen voor nodig zijn, zoals onder andere: ➢ Beschikken over 3% van de loonsom aan opleidingsbudget. Indien dit volledig in de RUD begroting opgenomen zou moeten worden, betekent dit een verhoging van grof ingeschat tussen de € 225.000 en de €375.000. Dit is afhankelijk van het definitief ingebrachte takenpakket in de RUD. (Gedeeltelijk) bestaande budgetten bij de partners kunnen daarmee mogelijk worden afgeraamd en hiervoor worden ingezet. ➢ Beschikken over 1% van de begroting aan innovatiebudget. Grof ingeschat zou dit een verhoging van de begroting van de RUD tussen de € 125.000 en € 230.000 betekenen. Ook hier geldt weer dat dit afhankelijk is van het definitief ingebrachte takenpakket in de RUD. ➢ Minimum vereist uitvoeringsniveau VTH-taken, bestaande uit 16,5 miljoen omzet (gebaseerd op de milieutaken prijspeil 2023) en 80% van de medewerkers in dienst van de organisatie. ➢ Fte’s beschikbaar hebben voor business-intelligence.
Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat er voldoende formatie beschikbaar is binnen de netwerkorganisatie. ➢ Voldoen aan de kwaliteitscriteria. De kosten hiervoor zijn moeilijk in te schatten. Dit heeft o.a. te maken met of er ingehuurd moet worden, dan wel capaciteit uitgebreid moet worden of er overeenkomsten met andere Omgevingsdiensten opgesteld moeten worden op enkele taakgebieden.
17
Vanuit het eigen plan van aanpak doorontwikkeling ODLN komen onder andere de volgende zaken: ➢ Vergoeding uren van deskundigenpoules. Hier is nog geen uitwerking van voor handen. ➢ Uitwerking op sturing. Hierin wordt voorgesteld om een aantal regiocoördinatoren aan te trekken evenals een beleidsadviseur. Afhankelijk van hoe de financieringsstroom hiervoor wordt opgezet, mede als het definitief aantal fte’s, zal dit grof gesteld ergens tussen de € 300.000 en € 460.000 aan kosten met zich mee brengen. Hier staat tegenover dat de sturingscapaciteit bij de deelnemende gemeenten waarschijnlijk vermindert kan worden, wat een verschuiving van kosten kan betekenen. Daarnaast wordt er voorgesteld om de directeur de beschikking te geven om direct te kunnen inhuren voor maximaal € 250.000. Hoe dit financieel verwerkt dient te worden is nog niet bekend. ➢ Uitwerking en bijsturing van het RUP. Hiervoor wordt een te financieren werkverdelersteam voorgesteld. Afhankelijk van de hoeveelheid werk die dit team dient uit te voeren en de financiering van dit team, zal dit grofweg een kostenpost van tussen de € 50.000 en € 150.000 zijn. Verder kunnen ook de volgende zaken in meer of mindere mate impact hebben: Vanuit de landelijke ontwikkelingen: ➢ Omgevingswet. De impact hiervan is nog niet weer te geven in cijfers. Vanuit de vakinhoudelijke ontwikkelingen: ➢ Toename bodemtaken.
Afhankelijk van de uiteindelijke constructie die voorgesteld zal worden, zal dit in mindere of meerdere mate effect hebben op de RUD begroting. Een inschatting van deze kosten is nog niet voor handen. ➢ Energietoezicht. De eerste jaren zullen de kosten gecompenseerd kunnen worden met de specifieke uitkering (SPUK THE). De eventueel niet gedekte kosten, na die periode, zullen worden meegenomen in de risico-inventarisatie. Vanuit de ontwikkelingen in de bedrijfsvoering: ➢ Personeel. Een aantal zaken komen tot uitdrukking bij de organisatorische ontwikkelingen. Ook nieuwe wetgeving zorg voor ene toename van taken bij het personeel, zoals de genoemde Woo en de interne controles. De RUD verzorgt deze taken in gezamenlijkheid met de gastorganisatie. Vooralsnog worden deze taken binnen de huidige formatie uitgewerkt. Of dit structureel mogelijk is, is nog niet bekend. Bovenstaande geeft grofweg een beeld van een minimale verhoging tussen de € 700.000 en de € 1.215.000 weer. Zoals eerder al aangekondigd kunnen er in de loop van 2024 nog meer ontwikkelingen voortkomen, zoals uit het IBP die financiële gevolgen kunnen hebben. Hierdoor is een volledig meerjarenperspectief nog niet te geven. Wanneer de koers gezet wordt op een fysiek dienst is de impact op de begroting namelijk van heel andere aard dan wanneer een netwerkopzet gehandhaafd wordt.
Afhankelijk van het tijdstip waarop onderwerpen helder worden, kan het zijn dat er in 2024 begrotingswijzigingen worden voorgesteld. Mede naar aanleiding van bovenstaande zaken zal ook de risicoparagraaf bij de begroting opnieuw beoordeeld moeten worden, wat mogelijk impact heeft op het weerstandsvermogen.
18