03b Bijlage 2 Koersdocument implementatie Omgevingswet
Tekst van het document
‘Koersdocument implementatie Omgevingswet gemeente Venray’ Nota en overdrachtsdocument waarin strategie en uitgangspunten voor de invoering Omgevingswet (Ow) in de gemeente Venray worden beschreven. oktober 2021 Doel van deze nota De implementatie van de Ow is een langdurig en complex (verander)proces. Om aan dit proces sturing te kunnen geven is het formuleren van ambitie/strategie en uitgangspunten (en het continue herijken en/of aanvullen daarvan) belangrijk. Het kan daarbij ook gaan om ‘uitgangspunten’ die hogere overheden al hebben geformuleerd, en/of een lokaal uitwerking en duiding behoeven. Deze nota formuleert een overzicht van strategie en uitgangspunten, onder de titel ‘Koersdocument implementatie Omgevingswet Venray’. De uitgangspunten staan weergegeven in grijze balken. Achtergronden bij de Omgevingswet (Ow) De implementatie van de Omgevingswet is een lang en complex traject, met een lange voorgeschiedenis. Het idee, of beter gezegd de politieke wens, om alle wet- en regelgeving in het fysieke domein te integreren in één wet, bestond al in de jaren nul van dit millennium. Met de inwerkingtreding van de Wabo (Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht) gericht op de stroomlijning van allerlei procedures en de invoering van een milieuvergunning in 2010 is destijds een eerste forse stap gezet.
Vervolgens is in ‘Den Haag’ verder gewerkt aan de integratie van 26 inhoudelijke (milieu)wetten, tot één Omgevingswet. De invoeringsdatum was oorspronkelijk gepland op 1 januari 2018, maar die datum is vervolgens steeds opgeschoven (zie hieronder). De einddatum van de implementatie is 31 december 2029. In Venray zijn we eind 2016 gestart met de eerste voorbereidingen voor de implementatie van de Ow. Deze voorbereiding resulteerde in een door uw raad vastgesteld ‘procesplan Omgevingswet gemeente Venray’ (maart 2017). In het procesplan werden achtergronden geschetst, een strategie bepaald, de (project)organisatie uitgewerkt, een inschatting gemaakt van de incidentele kosten, en een raadswerkgroep Ow (RWG Ow) opgericht. Een belangrijk aandachtspunt is het besef dat niet alleen sprake is van een lang en complex implementatieproces, maar ook dat we samen (ambtelijke organisatie, B&W, raad, inwoners en bedrijven) een complex veranderproces doormaken. Gezamenlijk veranderproces De eerder genoemde complexiteit, de langdurige transitieperiode en het veranderproces vraagt van ons allemaal uithoudingsvermogen en compassie. Vaak ook zal eerst moeten worden geïnvesteerd voordat de baten (financieel of anderszins, bijvoorbeeld in de vorm van eenvoudigere regels) kunnen worden geïnd. Grosso modo lopen vijf verandertrajecten door elkaar heen, die elkaar beïnvloeden. Dit zijn: 1
aanpassing van wet- en regelgeving en de vertaling daarvan in de (nieuwe) instrumenten van de gemeente (visie – plan – programma – melding/vergunning);
verandering in de verhouding, en samenwerking tussen college en raad, en met de ambtelijke organisatie;
verandering in het samenspel met inwoners en bedrijven (verplichte participatie, meer verantwoordelijkheid voor initiatiefnemers);
verandering in houding en gedrag van alle betrokkenen, intern én extern (ja, mits-denken, denken in doelen, overleggen, verantwoordelijkheid afleggen, denken in de beleidscyclus, etc.);
verandering in digitalisering.
Via de eerder genoemde RWG Ow worden vier maal per jaar belangrijke ontwikkelingen en veranderingen gedeeld en besproken. Zodat we over een vergelijkbaar informatieniveau beschikken, maar ook de opgaven, planning en risico’s helder voor ogen hebben en samen koers kunnen bepalen richting 2030. Doelen van de Ow Op rijksniveau zijn 26 sectorale (milieu)wetten en meer dan 100 sectorale AMvB’s (Algemene Maatregelen van Bestuur) samengevoegd tot één Omgevingswet en vier AMvB’s. De Ow kent vier centrale doelen (met tussen haakjes een vertaling van het doel naar de gemeentelijke situatie): •
Meer ontwikkelingen mogelijk maken (ja, mits-gedachte; ruimte voor ontwikkeling, maar met waarborgen voor kwaliteit);
•
Meer inzichtelijkheid en voorspelbaarheid creëren (digitalisering van alle informatie én processen gereed in uiterlijk 2030; inwoners hebben vergelijkbare informatiepositie als overheid);
•
Meer lokaal maatwerk mogelijk maken (gelimiteerd door het rijk, én onder strikte randvoorwaarden, waaronder monitoring- en resultaatsverplichting);
•
Snellere afhandeling procedures (door o.a. digitalisering, samenwerking met ketenpartners).
Maar de Ow gaat ook uit van: •
Meer verantwoordelijkheid neerleggen bij initiatiefnemers (je ‘huiswerk’ compleet hebben uitgevoerd voordat je een initiatief indient, inclusief participatie/omgevingsdialoog. En vervolgens sta je als initiatiefnemer aan de lat om de plannen uit te werken);
•
Plan-Do-Check-Act-denken (= beleidscyclus) introduceren. Het gaan dan vooral om het borgen, verantwoorden en leren van de ‘mits’, en een proces in gang zetten om visie, plan en uitvoering continu te verbeteren);
•
Meer of gerichtere participatie (o.a. omgevingsdialoog) door initiatiefnemer.
De betekenis van de Ow voor inwoners en bedrijven Hiervoor is al opgemerkt dat we te maken hebben met vijf verandertrajecten, die door elkaar heen lopen en elkaar beïnvloeden. De slogan van de minister van BZK m.b.t. de Ow: ‘eenvoudig beter ‘ geldt niet op de korte termijn. Sterker nog, menig expert schat in dat het nieuwe stelsel de eerste jaren als ingewikkelder zal worden ervaren.
2
De inschatting is dat de Omgevingswet en bijbehorende digitalisering pas eind jaren twintig voordelen (financiën en regeldruk) kan gaan opleveren voor inwoners en bedrijven, mede afhankelijk van lokale besluitvorming over bijv. de regels in het Omgevingsplan. Nieuwe invoeringsdatum, en einddatum van de implementatieperiode In mei 2021 heeft de minister van BZK, na consultatie van de diverse koepels (o.a. de VNG) (opnieuw) besloten om de invoeringsdatum van de Ow met 6 maanden te verschuiven naar: 1 juli 2022. De datum dat het Omgevingsplan gereed moet zijn, blijft vooralsnog gehandhaafd op 31-122029. Najaar 2021 vindt/heeft plaatsgevonden nieuw bestuurlijk overleg plaats tussen de minister van BZK en de koepelorganisaties (waaronder de VNG). Advies van de VNG m.b.t. besluitvorming over onderdelen en overdracht aan de nieuwe raad (bijlage 2) De geplande invoering van de Ow vindt 3,5 maanden plaats na de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022. Op voorhand is onduidelijk of er dan al een nieuw college is geïnstalleerd, en of er een coalitieakkoord beschikbaar is. De VNG adviseert om, met het oog op een soepele overgang,
noodzakelijke besluiten zo veel als mogelijk in 2021/begin 2022 af te ronden (met
focus op het voldoen aan de minimumeisen op invoeringsdatum). Daarmee ontstaat er ruimte om daadwerkelijk te gaan oefenen met nieuwe procedures, software en ICT, en de dienstverlening aan inwoners en bedrijven op minimaal het huidige niveau te continueren. Advies Raadswerkgroep Omgevingswet De Raadswerkgroep Ow heeft in haar vergadering van 2 juni 2021 gesproken over de nieuwe invoeringsdatum (1 juli 2022). Aandachtspunt dat door de RWG Ow is benoemd, betreft een goede overdracht van dit majeure project (én doorlopend veranderproces) aan de nieuwe gemeenteraad. Met dat in het achterhoofd heeft de RWG Ow geadviseerd om een overdrachtsdocument te maken voor de nieuwe gemeenteraad. Deze nota kunt u beschouwen als het eerste deel van dit overdrachtsmoment. Na de verkiezingen zal dit document worden aangevuld met de actuele stand van zaken per deelproject (Omgevingsvisie, Omgevingsplan, VTH-dienstverlening, Procesaanpak, DSO, enz.; zie laatste voortgangsrapportage majeure projecten voor een overzicht). Beide delen samen vormen het overdrachtsdossier voor de nieuwe raad. De Venrayse ambitie en strategie voor de implementatie van de Ow In het procesplan uit 2017 is door uw Raad de strategie gedefinieerd: Venray is ‘pragmatisch onderscheidend’ in haar aanpak. Deze strategie is de afgelopen periode, samen met de raad steeds concreter gemaakt, en kan als volgt worden geïnterpreteerd: •
onze huidige beleids- en bestemmingsplannen zitten goed in elkaar en kennen een goede balans tussen ontwikkelruimte en het borgen van (omgevings)kwaliteit; niet alles hoeft of moet (meteen) anders.
•
verbetering van beleid, plannen of regels bekijken we iedere keer serieus, maar met oog voor continuïteit en rechtszekerheid voor onze inwoners en bedrijven. We zetten een proces in gang om stapsgewijs en continu te verbeteren.
•
m.b.t. het Omgevingsplan gaan we beleidsneutraal over, tenzij dit juridisch niet kan of onwenselijk is.
•
Venray hoeft niet voorop te lopen met de implementatie van de Ow, maar loopt wel gelijk op met de ‘brede middengroep’ van gemeenten (in algemene zin, en in de regio NoordLimburg). 3
•
We vullen beleid en plannen de komende jaren gericht aan. Denk aan duurzaamheid, gezondheid, energietransitie en klimaatadaptatie.
Algemene beginselen en wettelijke uitgangspunten Het handelen van de overheid, maar ook dat van inwoners en bedrijven wordt geregeld via wet- en regelgeving. Voor het fysieke domein is dat straks de Ow, de vier AMvB’s en bijbehorende regelingen, en de daaruit afgeleide instrumenten; visie – plan – programma – melding/vergunning. Naast specifieke wetgeving kennen we in Nederland ook de ‘algemene beginselen van behoorlijk bestuur’. Verder zijn in Europees of nationaal recht beginselen of uitgangspunten opgenomen, die mede sturing geven aan de invoering van de Ow. Het benoemen van deze algemene beginselen, wettelijke uitgangspunten of beleidsreeksen lijkt misschien overbodig (want ze zijn al vastgelegd), maar ze helpen wel in het denken over hoe je zo’n complex veranderproces aanstuurt. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen. Sturende uitgangspunten geformuleerd door uw raad In 2017 (werkbezoek aan Dekkers Tweewielers, en aansluitende discussie in de voetbalkantine in Wanssum) heeft de Raad voor de eerste keer gesproken over sturende uitspraken/uitgangspunten om het implementatie- en veranderproces van de Omgevingswet in goede banen te leiden. Deze uitgangspunten zijn vervolgens in de commissie Wonen besproken. Hieronder staan ze benoemd: •
We durven te experimenten en behouden het goede;
•
Onze regels bieden de ruimte (voor ontwikkeling);
•
Balans tussen ‘economische ontwikkeling’ en ruimtelijke kwaliteit;
•
Meedenken als grondhouding;
•
Participatie als randvoorwaarde;
•
Regionale afstemming moet functioneel zijn;
•
Digitalisering is een kans.
In april 2021 zijn tijdens een raadsbijeenkomst over de Ow, nieuwe aanvullende uitgangspunten benoemd, of bestaande uitgangspunten herijkt en bevestigd: •
De eerder geformuleerde ambitie en strategie: ‘pragmatisch onderscheidend’ wordt opnieuw volmondig onderschreven. Inclusief de stap-voor-stapaanpak, met focus op de minimum eisen vanuit de Omgevingswet op het moment van invoering.
•
Er mag meer focus worden aangebracht m.b.t. taken, rollen en verantwoordelijkheden. Wees duidelijk wat je van initiatiefnemers verwacht, van omwonenden, maar ook hoe de gemeente kan ondersteunen en helpen.
•
M.b.t. milieuleges is minder sprake van een gedeelde koers. Vooral de vraag waar de kosten terecht komen, bij de samenleving of bij de initiatiefnemer roept discussie op. Ook de gehanteerde (en eerder vastgestelde) uitgangspunten zoals kostendekkende leges, de mogelijkheid om onderling te kunnen verrekenen van leges en de regionale afstemming zijn dan van belang.
•
Bestaande dienstverlening minimaal handhaven op het huidige niveau, om vervolgens van daaruit stap voor stap uit te bouwen.
4
Voorstel om de volgende uitgangspunten daaraan toe te voegen. Dit doen we conform de indeling van de onderscheiden deelprojecten : Uitgangspunten Visie •
We sluiten aan bij de vier hoofdambities: 1) Groen wonen voor iedereen, 2) Een gezond Venray heeft de toekomst, 3) Venray bloeit, bruist en boeit, en, 4) Natuurlijk Venray;
•
We hanteren een indeling naar vijf hoofdgebieden (Centrum Venray, Woongebieden, Werkgebieden, Agrarische gebieden en Natuurgebieden) en de bescherming van waarden (erfgoed, landschap, natuur en groen, bodem en water en stedenbouwkundig kader);
•
Uitwerking van de visie zal o.a. plaatsvinden door middel van het instrument ‘Programma’ en het opstellen van een ruimtelijk kwaliteitskader.
•
Programma’s die in ontwikkeling zijn, zijn: Wonen, Landelijk Gebied, Venray vergroent (met als deelprogramma’s energie, klimaatadaptatie en circulaire economie).
•
In de visie gaan we uit van de ‘Venrayse werkwijze’: (samen) werken op basis van vertrouwen, partnerschap en gelijkwaardigheid
Uitgangspunten programma’s •
We streven naar het beperken van het aantal programma’s om daarmee prioritering makkelijker te maken.
•
Programma’s hebben een ‘vergelijkbare indeling’, met vaste onderdelen zoals doelen, monitoring en verantwoording.
Uitgangspunten Omgevingsplan Achtergrondinfo: Met de inwerkingtreding van de Ow ontstaat er een ‘omgevingsplan van rechtswege’ (bestaande uit alle afzonderlijke bestemmingsplannen, regels uit ruimtelijk relevante verordeningen en rijksregels (=’bruidsschat’). Uiterlijk 31-12-2029 moet er een integraal en digitaal omgevingsplan zijn gerealiseerd voor het gehele grondgebied welke voldoet aan de nieuwe regelgeving. •
Het Omgevingsplan Venray sluit aan bij de (gebieds)indeling en doelen van de Omgevingsvisie Venray;
•
Het Omgevingsplan Venray zal gefaseerd worden gewijzigd;
•
Aanpak, indeling en fasering zal via een Plan van Aanpak 2.0 aan uw raad worden aangeboden;
•
Delegatiebevoegdheden en adviesrecht worden beleidsneutraal overgezet, tenzij de Ow dit juridisch onmogelijk maakt. Op grond van de Ow moeten de categorieën inzake het adviesrecht concreet worden geformuleerd.
Uitgangspunten participatie (omgevingsdialoog) en communicatie •
We sluiten maximaal aan bij landelijke communicatiemiddelen in de fase voorafgaand aan de invoering van de Ow;
•
Communicatie maken we zo veel als mogelijk doelgroepgericht, met focus op wat we als overheid (gemeente) verwachten van inwoners en bedrijven;
•
Onze informatievoorziening is open en transparant;
•
De omgevingsdialoog is ons instrument om invulling te geven aan participatie. Invoering van de dialoog is een ‘groei- en veranderproces’. 5
Uitgangspunten leges en financiën Achtergrondinfo leges Bij het bepalen van kostendekkende leges komen veel aspecten kijken. Nieuwe werkwijzen en processen vergen een andere insteek en verdeling van werkzaamheden. Initiatiefnemers worden verantwoordelijk voor belangrijke werkzaamheden (bijvoorbeeld participatie, vooronderzoek, aanleveren gegevens). Hetzelfde geldt voor de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (de Wkb) die gelijktijdig met de Omgevingswet wordt ingevoerd. Ook daar krijgen initiatiefnemers en hun aannemers meer verantwoordelijkheden voor diverse werkzaamheden. In de begeleiding en facilitering ontstaan er (waarschijnlijk) extra werkzaamheden bij de gemeente. De mate van veranderingen is afhankelijk van politieke keuzen, en het effect daarvan is niet bekend en ook lastig vanuit alleen een ‘proces op papier’ te berekenen. Of anders gesteld: er zijn geen landelijk kengetallen of onderzoeken beschikbaar om de toekomstige leges op te baseren. Daarom wordt ervoor gekozen om bij de leges de (berekening voor de) huidige verordening als uitgangspunt te nemen. Zodra duidelijk is dat onderdelen echt verdwijnen, worden toegevoegd en/of inzichtelijk is wat er gaat veranderen, dan wordt dit verwerkt in de nieuwe legesverordening.
Zolang het nog onduidelijk is, of afhankelijk van toekomstige keuzen, is het uitgangspunt om niet vooraf een onbekende situatie te gaan berekenen, maar op basis van monitoring en evaluatie de daadwerkelijke situatie op te nemen in een volgende legesverordening. Hierdoor zal de legesverordening 2022 niet exact aansluiten op de nieuwe situatie, maar het aanpassen en berekenen zou veel tijd en capaciteit kosten, waarbij de inschatting is dat deze met de onzekerheid over de toekomst niet zal leiden tot een betere uitkomst. Landelijk vindt in 2023 een eerste evaluatie plaats. Geadviseerd wordt om daar maximaal bij aan te sluiten. Pas vanaf 2024 zullen de legesbedragen beter aansluiten bij de uitvoeringspraktijk. Leges: •
Venray sluit aan bij de provinciebrede keuze om leges te gaan heffen voor milieubelastende activiteiten (MBA’s);
•
De hoogte van de milieuleges (en daarmee de mate van kostendekkendheid) is een lokale afweging van de gemeenteraad;
•
uiterlijk in 2030 (bij voorkeur eerder natuurlijk) moet er sprake zijn van een nieuw evenwicht in kosten en baten gemoeid met de implementatie van de Ow.
Structurele (financiële) effecten Achtergrondinfo Vanuit de VNG is een eerste model ‘structurele effecten Omgevingswet’ opgesteld. Samen met de gemeenten wordt dit doorontwikkeld. Dit model geeft (op hoofdlijnen) inzicht in keuzen die gemaakt kunnen worden bij het invoeren van de Omgevingswet en welke effecten (zowel voordelen als nadelen) deze keuzen hebben voor zowel de organisatie als de samenleving. Het gaat dan niet alleen om financiële effecten, maar ook effecten op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, proceskwaliteit en/of maatschappelijke effecten. Vooralsnog zijn 3 scenario’s opgesteld: een ‘basis’ scenario, waarbij de uitgangspunten van de Ow ‘gemiddeld’ worden gevolgd, een scenario dat uitgaat van optimale dienstverlening en een scenario dat voor de organisatie financieel zo optimaal mogelijk is. Deze scenario’s zijn vooral bedoeld om keuzes en effecten op het gebied van kosten, kwaliteit en de bedoeling van de Ow inzichtelijk(er) te maken. Het model geeft richting, maar geen exacte bedragen inzake kosten of baten (toegelicht in RWG Ow d.d. 8 april 2021). 6
Alle gemeenten in Nederland worstelen momenteel met de wijze waarop de structurele financiële gevolgen van de Omgevingswet (dus niet de incidentele kosten voor de invoering ervan) in de begroting verwerkt kunnen worden. Zowel regionaal als landelijk wordt informatie hierover gedeeld en uitgewisseld. Dit heeft nog niet geleid tot een handleiding of eenduidige aanpak. Door de diverse onzekerheden en het feit dat er nog keuzes gemaakt en uitgewerkt moeten worden, is het begrijpelijk dat een kant-en-klare oplossing nog niet is gevonden. •
De gemeente Venray kiest ervoor om – zoals hierboven bij de leges is aangegeven – alleen die zaken te verwerken waarvan al duidelijk is dat deze gaan wijzigen. Voor het overige gaan we uit van bestaande processen en bedragen, welke we de komende jaren aanpassen op basis van nieuwe gegevens, keuzes en ervaringen
•
We sluiten aan bij het financieel effectenmodel van de VNG. Dit biedt de beste mogelijkheden om straks de effecten met andere gemeente te kunnen vergelijken.
Uitgangspunten VTH-dienstverlening Achtergrondinfo: De rol van VTH bij de Ow is voornamelijk gelegen in de uitvoering. Dit begint bij vergunningverlening, maar VTH is ook belast met toezicht, handhaving en monitoring. Venray heeft als ambitie: het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening waarbij de gemeentelijke organisatie zich ontwikkelt tot een integraal dienstverlener. In de samenwerking streven we ernaar om ons door te ontwikkelen tot een moderne en servicegerichte organisatie zonder onnodige drempels en procedures. Voor betrokken ambtenaren in de verschillende disciplines betekent bovenstaande een omslag in de uitvoering van hun werkzaamheden. Overlegvormen, klantcontacten, informatievoorziening, organisatiestructuur en processen gaan op de schop om binnen de ambities van de Ow te komen tot tijdige besluitvorming. Dit vraag niet alleen wat van ambtenaren, maar ook van klanten – van wie o.a. een goede voorbereiding en een omgevingsdialoog wordt verwacht. •
stap voor stap verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening, gericht op integrale dienstverlening (servicegericht, probleemoplossend, en zonder onnodige drempels en procedures).
•
maximaal gebruik maken van de digitale mogelijkheden die het DSO, en daaraan gerelateerde software ons biedt.
•
ontwikkelen van de competenties (voorlichting, feedback) van ambtelijke organisatie én initiatiefnemers.
Uitgangspunten Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) Achtergrondinfo Het DSO bestaat uit de landelijke voorziening (LVO-DSO), lokale ICT-systemen van overheden en rijkspartijen en hun softwareleveranciers, de aansluitingen tussen alle systemen en de inhoud die in het DSO wordt ontsloten. Pas als alle ketens goed verbonden zijn en de informatie op orde, wordt het mogelijk de geformuleerde doelen te realiseren. Naar verwachting zal dat pas omstreeks 2030 het geval zijn. Na 2030 zullen de (zoek)systemen naar verwachting pas ‘intelligent’ worden gemaakt.
7
•
Het DSO en verwante software zien wij als kans om de doelen van de Ow dichterbij te brengen: gelijke informatiepositie én versnelling van processen en procedures;
•
Het DSO gaat pas werken als alle aangeboden informatie actueel en juist is. Het verlangt van de gemeente blijvend te investeren in het op orde brengen én houden van onze eigen (geo)informatie en systemen.
Uitgangspunten Processen •
we sluiten aan bij de landelijke (proces)standaarden en de regionale afspraken met ketenpartners;
•
ons proces is helder, eenduidig en efficiënt, met duidelijkheid in rollen, taken en verwachtingen;
•
een integrale klantbenadering staat voorop;
•
We staan open voor feedback van onze klanten, en verbeteren ons proces continue.
Uitgangspunten HRM •
We sluiten aan bij het lopende proces van ‘organisatieontwikkeling’;
•
We blijven continue investeren in deskundige medewerkers, met de juiste competenties en vaardigheden;
•
We sturen op houding, gedrag en noodzakelijke rollen van onze medewerkers, college én gemeenteraad.
8
Bijlage 1: overzicht van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en uitgangspunten die voortkomen uit Europees of nationaal recht Algemene beginselen: •
Zorgvuldigheidsbeginsel: de overheid moet een besluit zorgvuldig voorbereiden en nemen; correcte behandeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming;
•
Gelijkheidsbeginsel: de overheid moet gelijke gevallen op gelijke wijze behandelen;
•
Vertrouwensbeginsel: wie op goede gronden, bijvoorbeeld na een duidelijke toezegging, erop mag vertrouwen dat de overheid een bepaald besluit neemt, heeft daar ook recht op;
•
Motiveringsbeginsel: de overheid moet zijn besluiten goed motiveren; de feiten moeten kloppen en de motviering moet logisch en begrijpelijk zijn;
•
Rechtszekerheidsbeginsel: de overheid moet zijn besluiten zo formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is of wat de overheid van hem verlangt. Bovendien moet de overheid de geldende rechtsregels juist en consequent toepassen;
•
Evenredigheidsbeginsel: de overheid moet er voor zorgen dat de lasten of nadelige gevolgen van een overheidsbesluit voor een burger niet zwaarder zijn dan het algemeen belang van het besluit;
•
Verbod van ‘detournement de pouvoir’: de overheid mag een wettelijke bevoegdheid alleen gebruiken voor het doel waarvoor die bevoegdheid gegeven is. De overheid mag voor een besluit niet de verkeerde procedure volgen;
•
Fair play beginsel: de overheid moet zich onpartijdig opstellen bij het nemen van en besluit en moet de noodzakelijke openheid en eerlijk in acht nemen.
Belangrijke beginselen of uitgangspunten op grond van Europees en/of nationaal recht (i.r.t. de implementatie van de Ow): •
het voorzorgbeginsel: voorkomen van aantasting ook al is op voorhand (=mogelijke schade) niet alles duidelijk (dit artikel is expliciet opgenomen in de Omgevingswet);
•
het beginsel van preventief handelen: beperken van (milieu)schade;
•
het stand-still beginsel: de bestaande omgevingskwaliteit vormt onze basis;
•
het beginsel dat milieubelastingen bij voorrang bij de bron worden aangepakt: beperken en voorkomen van schadelijke milieugevolgen aan de bron;
•
het beginsel dat de vervuiler betaalt: de vervuiler is zelf verantwoordelijk voor kosten i.v.m. voorkoming en/of herstel van door hem veroorzaakte verontreiniging;
•
de Ladder voor Duurzame Ontwikkeling: motiveringseis uit het huidige Besluit RO (wordt overgenomen in AMvB’s Ow) gericht op zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming, gericht op woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en kantoren, detailhandel of andere stedelijke voorzieningen) .
Daarnaast kennen we nog basis-beleidsregels die eerder in (rijks)beleid zijn benoemd, breed zijn omarmd en daarmee sturende werking hebben gekregen. Een tweetal voorbeelden: •
Trias Energetica: maximaal besparen van energie en, vervolgens hernieuwbare energie, en tenslotte niet-hernieuwbare energie schoon en efficiënt opwekken.
•
Omgaan met (regen) water: infiltreren in de bodem, bergen, en als dat niet kan gecontroleerd afvoeren.
9
Bijlage 2: VNG memo Invoeringsdatum Omgevingswet in relatie tot de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 (juni 2021) Er zijn veel vragen over de nieuwe invoeringsdatum van de Omgevingswet en wat dat betekent voor de besluitvorming door de raad in relatie tot de gemeenteraadsverkiezingen. De datum van 1 juli 2022 valt halverwege het jaar en kort nadat nieuwe raden (en colleges) van start zijn gegaan. In dit memo pleit de VNG voor het vasthouden van de bestaande planning met als fictieve eindstreep de “oude” invoeringsdatum. Bestaande planning De zogenaamde ‘Route 2022: roadmap invoering Omgevingswet’ blijft leidend voor de acties die van belang zijn voor gemeenten. In de roadmap zijn de minimaal noodzakelijke acties beschreven. De nieuwe invoeringsdatum verandert daar niets aan. De VNG adviseert om tijdig de beschreven acties op te pakken en af te ronden. Op deze manier is er voldoende tijd om de nieuwe werkwijze eigen te maken en om ermee te oefenen. Besluiten raad bij inwerkingtreding Omgevingswet Op het moment dat de wet van kracht wordt moeten in elk geval de volgende raadsbesluiten zijn genomen:
Raadsbesluit over gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor de raad adviesrecht heeft;
Raadsbesluit gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is;
Verordening Nadeelcompensatie (v/h planschadeverordening);
Instellen commissie ruimtelijke kwaliteit;
Raadsbesluit Delegatiebesluit aan het college om het omgevingsplan te wijzigen;
Legesverordening (waarin gevolgen Omgevingswet en Wkb zijn verwerkt).
Overwegingen handhaven bestaande planning Voor de discussie hierover in uw gemeente kunt u de volgende overwegingen meenemen: Planning Vasthouden aan de planning met einddatum 1 januari 2022 is de meest eenvoudige en consistente aanpak. Deze lag al vast, was al afgestemd met de betreffende raadsgremia binnen de gemeente, het college van B&W en de ambtelijke organisatie hebben hun inspanning daarop gericht. Geen ingrijpende besluiten vlak na verkiezing De eerste helft van een verkiezingsjaar wordt vaak als beleids- en besluitluw gezien. Belangrijke, controversiële en/of ingrijpende besluiten worden, tenzij het echt niet anders kan, niet genomen. Voor elke gemeente kan die periode anders vallen. Er zijn lokaal verschillende (ongeschreven) afspraken over de werkwijze, maar het ligt hoe dan ook niet voor de hand om besluiten in relatie tot de Omgevingswet in de periode januari-mei 2022 te plannen. Dus óf eerder (bestaande planning) óf erna. In het laatste geval loopt de gemeente risico’s, omdat besluitvorming mogelijk te laat is om nog de processen adequaat in te regelen. Kennisopbouw De gemeenteraad is in de meeste gemeenten stapsgewijs al maanden, zelfs jaren, meegenomen in de implementatie van de wet. Denk hierbij aan informatie- en dossieropbouw, kennis- en 10
oefensessies, raadswerkgroepen en andere manieren om besluitvorming voor te bereiden. Er is in kennis, vaardigheden en inzichten geïnvesteerd. De huidige raad is er klaar voor om deze stappen te zetten en besluiten te nemen. De nieuwe invoeringsdatum voegt niets toe aan de voorbereidingen die al hebben plaatsgevonden. Terwijl na de verkiezingen de nieuwe raad met meerdere nog onervaren raadsleden opnieuw moet worden ingewerkt en zich in het dossier moet verdiepen. Efficiënter inregelen en oefenen De raadsbesluiten zijn van belang om de processen van planvorming en vergunningverlening in te richten en ermee te gaan werken. Een van de redenen om de invoeringsdatum te verschuiven, is juist om voldoende inregel- en oefentijd te hebben. Dat pleit ervoor om de zaken intern tijdig op de rails te hebben, zodat de voorbereiding op de inwerkingtreding zo efficiënt mogelijk verloopt. Kostenoverweging Voor de gemeenteraad is het relevant om af te wegen welke kosten er moeten worden gemaakt voor de implementatie van de Omgevingswet. Deze kosten lopen door ook na de invoeringsdatum en beslaan de hele transitieperiode. In veel gemeenten is in de implementatiefase een programmaorganisatie opgezet en zijn externe adviseurs ingeschakeld die de voorbereidingen doen en vervolgens overdragen aan de staande organisatie.
Spoedige besluitvorming (nog in 2021) heeft vanuit kostenoverweging de voorkeur. Uitstel gaat gepaard met extra financiële inspanningen. Overwegingen uitstellen besluitvorming ná de raadsverkiezingen Besluitvorming door de raad kan in principe worden uitgesteld tot ná de verkiezingen. De ene raad kan beslissen niet over het graf te willen regeren, terwijl een andere gaat voor continuïteit van beleid. Dat is uiteraard lokaal te overwegen en te besluiten. In het geval er wordt besloten om besluitvorming over de verkiezingen te tillen, dan moet er in elk geval worden gezorgd voor een spoed-inwerkprogramma en een strakke planning voor de nieuwe gemeenteraad (en college B&W) op het thema Omgevingswet om besluitvorming in april-mei mogelijk te maken. Het is ook in dat geval aan te raden de besluitvorming alvast voor te laten bereiden door de gemeenteraad in “oude” samenstelling om geen vertraging op te lopen. Dit tijdspad is overigens kritiek en doet geen recht aan het belang van het onderwerp en de maatschappelijke impact van deze stelselwijziging. Dubbel vaststellen legesverordening De invoeringsdatum halverwege het jaar (1 juli 2022) is voor een van de minimaal noodzakelijke besluiten bijzonder onhandig. Het gaat om het vaststellen van de legesverordening. Normaal gesproken beslaat de legesverordening een heel boekjaar.
In de praktijk betekent dat dus dat er door de raad twee keer een legesverordening moet worden vastgesteld, een keer door de huidige raad en een keer door de nieuwe raad in 2022. Belang van monitoring, evaluatie en bijsturing Ook na de invoeringsdatum van de Omgevingswet is er veel werk aan de winkel. Niet alles zal vanaf het eerste moment perfect gaan. Op 1-7-2022 begint het eigenlijk pas. De gevolgen en effecten van keuzes en besluiten zijn niet volledig te voorspellen. Het is daarom van het grootste belang om actief de invoering van de nieuwe werkwijze te monitoren en regelmatig te evalueren. Dat gaat landelijk ook gebeuren, maar lokaal zal de gemeenteraad vinger aan de pols moeten houden en indien nodig bijsturen. Dat geldt ook voor de besluiten die deze raad de komende tijd gaat nemen. De evaluatiemomenten zouden alvast in de termijnagenda van de nieuwe raad moeten worden opgenomen 11