03 Was-Wordt lijst
Tekst van het document
Was-Wordt tabel Wijziging APV 2023 Artikelnummer
huidige tekst
Afdeling 9a:
-
Nieuwe tekst
Toezicht op kamerverhuur
Reden/onderbouwing van wijziging/toevoeging artikel
Vooruitlopend op het nog in ontwikkeling zijnde beleid én met het wetsvoorstel goed verhuurderschap (zie
Artikel 2:38a
-
Definities;
In dit artikel wordt verstaan onder:
onderstaande link) in het vooruitzicht is door de
a.
te nemen voor kamerverhuurbedrijven (bij verhuur aan drie
b.
Artikel 2:38b Meldplicht
kamerverhuurbedrijf: een gebouw of deel van een gebouw, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was (daarvan is sprake bij drie of meerdere kamers) kamers worden verhuurd, welke als hoofdverblijf apart zijn of kunnen worden bewoond door niet in het verband van een huishouden levende personen; huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren.
projectgroep verzocht bij deze actualisatie een meldplicht op of meer personen per pand. In Venray worden steeds vaker woningen per kamer verhuurd. De omstandigheden zijn niet altijd goed. Door het opnemen van een meldplicht worden de locaties in beeld gebracht. https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen /detail?cfg=wetsvoorsteldetails&qry=wetsvoorstel%3A36130
1.
kamerverhuurbedrijf
2.
Degene die voornemens is een kamerverhuurbedrijf te exploiteren dient hiervan binnen 3 weken schriftelijk een melding te doen bij het college. Degene die reeds een kamerverhuurbedrijf exploiteert dient hiervan binnen 3 maanden schriftelijk 1
Artikel 2:42 , Plakken en kladden
1. Het is verboden een openbare plaats
of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
2. Het college kan aanplakborden
aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
3. Het is verboden de in het tweede lid
bedoelde aanplakborden te gebruiken
een melding te doen bij het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, de locatiegegevens van het kamerverhuurbedrijf en het aantal kamers dat wordt verhuurd. 4. Geen meldplicht is vereist voor woonruimtes die deel uitmaken van een seniorencomplex, herstelinrichtingen en verzorgingstehuizen of daarmee naar hun aard vergelijk te stellen woonvormen, zolang deze worden verhuurd overeenkomstig de specifieke functies van de in dit lid bedoelde woonvormen. Voor de door zorgaanbieders geboden of te bieden huisvesting (verhuur van kamers) en begeleiding aan zorgcliënten, is de verplichting van een exploitatievergunning wel van toepassing. 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
2. Het college kan locaties
aanwijzen waar het verbod zoals bedoeld in het eerste lid niet geldt.
Toevoeging extra lid (2) In de gemeente Venray zijn 5 plekken waar graffiti wordt aangebracht zonder dat dit leidt tot vervolging. Richting politie of verontruste burgers kan nu ook geen helderheid verschaft worden. In het kader van de rechtszekerheid is het wel van belang dat de toepasselijke regels duidelijk en aanwijsbaar zijn. Artikel 2:42, lid 1 APV 2022 noemt het verbod en artikel 2:42, lid 2 APV 2022 geeft
3. Het college kan aanplakborden 2
voor het aanbrengen van handelsreclame.
4. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
4. Het is verboden de in het
derde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
5. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
Artikel 2:60, houden
1. Het is verboden op door het college ter
1. Het is verboden op door het
van hinderlijke of
voorkoming of opheffing van overlast of
college ter voorkoming of
schadelijke dieren,
schade aan de openbare gezondheid
beëindiging van overlast of
eerste lid
aangewezen plaatsen, buiten een
schade aan de openbare
inrichting in de zin van de Wet
gezondheid aangewezen
milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit
plaatsen, buiten een inrichting in
aangeduide dieren:
de zin van de Wet milieubeheer,
a. aanwezig te hebben;
bij dat aanwijzingsbesluit
b. aanwezig te hebben anders dan met
aangeduide dieren:
inachtneming van de door het college in
a. aanwezig te hebben;
het aanwijzingsbesluit gestelde regels;
b. aanwezig te hebben anders
c. aanwezig te hebben in een groter
dan met inachtneming van de
aantal dan in het aanwijzingsbesluit is
door het college in het
aangegeven; of;
aanwijzingsbesluit gestelde
d. te voeren.
regels;
de bevoegdheid om locaties aan te wijzen waar voornoemd verbod niet geldt. De vijf plekken die aangewezen zouden moeten worden, zijn de vijf plekken waar het aanbrengen van graffiti nu gedoogd wordt: 1.
fietstunneltje Landweert onder Oostsingel;
2.
fietstunneltje Brukske onder N270;
3.
fietstunneltje Castenray onder A73;
4.
Skatebaan Landweert;
5.
Skatebaan Sportlaan.
De achterliggende gedachte bij deze aanwijzing is dat de incidentie en verspreiding van graffiti beheersbaar blijft.
Redactionele aanpassing: In de artikelen 2:60, eerste lid, 4:13, eerste lid, en 5:12, eerste lid vervangen we ‘opheffing van overlast’ door ‘beëindiging van overlast’.
c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; 3
of d. te voeren. Artikel 2:79
-
De last kan een verbod inhouden
Deze bevoegdheid van de burgemeester is reeds opgenomen
Woonoverlast,
om aanwezig te zijn in of bij de
in artikel 151d, derde lid, van de Gemeentewet. Voor de
derde lid (nieuw)
woning of op of bij het erf als
duidelijkheid is het wenselijk om hierover een extra lid toe te
bedoeld in artikel 151d, derde lid,
voegen in de verordening.
van de Gemeentewet. Dit instrument is bedoeld als een ultimum remedium. Een dergelijke maatregel, die een inbreuk betekent op het grondwettelijke beschermde woonrecht, is alleen mogelijk wanneer de ernst van de situatie dat eist en er geen andere optie mogelijk is of niet tot het gewenste resultaat heeft Artikel 4:13 , eerste lid Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
1. Het is verboden op door het college
1. Het is verboden op door het
in het belang van het uiterlijk
college in het belang van het
aanzien van de gemeente, ter
uiterlijk aanzien van de
voorkoming of opheffing van overlast
gemeente, ter voorkoming of
dan wel voorkoming van schade aan
beëindiging van overlast dan
de openbare gezondheid
wel voorkoming van schade
aangewezen plaatsen, buiten een
aan de openbare gezondheid
inrichting in de zin van de Wet
aangewezen plaatsen, buiten
milieubeheer, in de openlucht of
een inrichting in de zin van
buiten de weg de volgende
de Wet milieubeheer, in de
voorwerpen of stoffen op te slaan, te
openlucht of buiten de weg
plaatsen of aanwezig te hebben:
de volgende voorwerpen of
geleid. Redactionele aanpassing: In de artikelen 2:60, eerste lid, 4:13, eerste lid, en 5:12 eerste lid, vervangen we ‘opheffing van overlast’ door ‘beëindiging van overlast’.
stoffen op te slaan, te
o
a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
plaatsen of aanwezig te hebben:
onttrokken voer- of 4
vaartuigen of onderdelen
o
a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke
daarvan;
bestemming
o
b. bromfietsen en
onttrokken voer- of
motorvoertuigen of
vaartuigen of
onderdelen daarvan;
o
c. kampeermiddelen als
onderdelen daarvan;
o
bedoeld in artikel 4:17 of
b. bromfietsen en motorvoertuigen of
onderdelen daarvan, indien
onderdelen daarvan;
het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt
o
c. kampeermiddelen
voor verkoop of verhuur of
als bedoeld in artikel
anderszins voor een
4:17 of onderdelen
commercieel doel; of
daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
o
d. mestopslag, gierkelders of
hebben daarvan
andere verzamelplaatsen van
geschiedt voor
vuil, een verzameling
verkoop of verhuur of
ingekuild gras, loof of pulp
anderszins voor een
of ingekuilde
commercieel doel; of
landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
o
d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
5
landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
Artikel 5:12, overlast
1.
fiets of bromfiets, eerste lid
Artikel 5:34 overlast
1.
(vuurverbod)
2.
Het is verboden fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan op een door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen weg of weggedeelte.
In dit artikel wordt verstaan onder schoon stookhout: hout, alsmede speciaal voor het gebruik in open haarden en houtkachels bestemde, in de handel verkrijgbare brandstoffen. Niet als stookhout wordt aangemerkt: verlijmd, ondergedompeld, geïmpregneerd en/ of gelakt hout, hardboard, MDF, triof multiplex, dakleer, kunststoffen, e.d. Het is van 1 september tot en met 31 mei verboden in, op, of aan een bouwwerk, voorwerpen of stoffen te plaatsen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, waardoor: a. overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de omgeving; b. op voor de omgeving hinderlijke
1.
Het is verboden fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan op een door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen weg of weggedeelte.
vervallen
Redactionele aanpassing: In de artikelen 2:60, eerste lid, 4:13, eerste lid, en 5:12 eerste lid, vervangen we ‘opheffing van overlast’ door ‘beëindiging van overlast’
Door het ontbreken van landelijke regelgeving blijkt, als vastgesteld wordt dat het rookkanaal voldoet aan de regels vanuit het Bouwbesluit, bestuurlijke handhaving bij overlastmeldingen in de praktijk niet mogelijk. Met de komst van de Omgevingswet zal het Omgevingsplan meer handvatten bieden om overlast tegen te gaan. Vanuit de gemeente wordt door regelmatige berichtgeving op social media en het uitdelen van flyers, ingegaan op het bewustzijn van de mogelijke overlast die het stoken voor de omgeving veroorzaakt.
6
3.
of schadelijke wijze stank, rook, roet of walm wordt verspreid; c. brand of ander gevaar wordt veroorzaakt. Het verbod uit lid 2 geldt in elk geval indien: a. het windstil en/of mistig is; b.er geen schoon stookhout wordt gebruikt; c. het schone stookhout een vochtigheidspercentage heeft van meer dan 20%.
4.
Niet van toepassing is het vorenstaande indien en voor zover het betreft nadelige gevolgen voor het milieu waarop de Wet milieubeheer of enige in deze wet genoemde milieuwet van toepassing is.
Artikel 5:34a Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
1.
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten
Tekst ongewijzigd
De nummering wordt aangepast i.v.m. het vervallen van artikel 5:34 Overlast.
inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
2. Het verbod geldt niet voor zover het betreft onderstaande afvalstoffen in
(wordt artikel 5:34)
een periode die daartoe door de gemeente is aangewezen, tenzij sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving:
7
a.
het verbranden van kerstbomen en het stoken van Sint Maartensvuren;
b.
het verbranden van snoeien sprokkelhout waarvoor de Plantenziektekundige dienst een aanzegging heeft afgegeven in het kader van de Plantenziektewet of daarvan afgeleide AMvB's;
c.
het verbranden van snoeien sprokkelhout dat vrijkomt bij het gezond houden van de aanplant bij fruitteeltbedrijven en boomen rozenkwekerijen;
d.
het verbranden van snoeien sprokkelhout dat afkomstig is van onderhoud aan de erfbeplanting van agrarische bedrijven en woonerven en van landschapselementen in het buitengebied van de gemeente;
e.
het verbranden van genetisch gemodificeerd plantmateriaal indien dit op basis van een wettelijke regeling dan wel een verleende vergunning is vereist.
3.
Aan het begin van elk kalenderjaar wordt door het college een periode/perioden aangewezen
8
waarop het is toegestaan de onder het tweede lid genoemde afvalstoffen te verbranden. 4.
Voorafgaand aan de in het derde lid genoemde periode, worden de voorschriften waaraan het stoken van de genoemde afvalstoffen moet voldoen, alsmede de betreffende periode, op de gebruikelijke wijze gepubliceerd.
5.
Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving is het verbod niet van toepassing op: a.
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
b.
sfeervuren, zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;
c.
vuur voor koken, bakken en braden.
6.
Het college kan van het verbod genoemd in het eerste lid ontheffing verlenen.
7.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
8.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Limburg
9
2014. 9.
Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 6:2
Met het toezicht op de naleving van het
Met het toezicht op de naleving
De politie basisteam Venray-Gennep wordt op gezette tijden
Toezichthouders
bij of krachtens deze verordening
van het bij of krachtens deze
ondersteund door medewerkers van de Koninklijke
bepaalde zijn belast:
verordening bepaalde zijn belast:
Marechaussee, ook in het toezicht op naleving van het
1. de ambtenaren, krachtens artikel 18.4
1. de ambtenaren, krachtens
bepaalde in de APV.
Wet milieubeheer aangewezen en belast
artikel 18.4 Wet milieubeheer
Gelet hierop is het wenselijk om deze militairen aan te wijzen
met het toezicht op de nalevering van de
aangewezen en belast met het
in de APV als toezichthouder.
voorschriften gegeven krachtens artikel
toezicht op de nalevering van de
(zie toelichting APV)
10.10 van die wet;
voorschriften gegeven krachtens
2. de door het college van burgemeester
artikel 10.10 van die wet;
en wethouders dan wel de burgemeester
2. de door het college van
aangewezen buitengewoon
burgemeester en wethouders dan
opsporingsambtenaren als genoemd in
wel de burgemeester aangewezen
artikel 142, eerste lid, van het Wetboek
buitengewoon
van Strafvordering;
opsporingsambtenaren als
3. de ambtenaren van de politie, als
genoemd in artikel 142, eerste
bedoeld in artikel 2 van de Politiewet
lid, van het Wetboek van
2012;
Strafvordering;
4. de bij besluit van burgemeester en
3. de ambtenaren van de politie,
wethouders dan wel door de
als bedoeld in artikel 2 van de
burgemeester aangewezen personen.
Politiewet 2012; 4. militairen van de Koninklijke Marechaussee voor zover werkzaam binnen het grondgebied van de gemeente Venray; 5. de bij besluit van burgemeester en wethouders dan 10
wel door de burgemeester aangewezen personen. 6:1 eerste lid:
1.
Strafbepaling
2.
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikel 2:1, 2:15, 2:16, 2:25, 2:26, 2:28, 2:29, 2:30. 2:31, 2:41, 2:42, 2:43, 2:44, 2:52, 2:59, 2:60, 2:65a, 3:4, 3:6, 3:8, 3:9, 3:10, 3:11, 4:7, 4:8, 4:13, 4:15, 4:18, 5:15, 5:18, 5:23, 5:24, 5:25, 5:27, 5:28, 5:29, 5:30, 5:31, 5:33, 5:34, 5:36, 5:37; Overtreding van het bij of krachtens
1.
de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: 2:10, 2:39a, 2:39b, 2:45, 2:47, 2:48, 2:48a, 2:49, 2:50, 2:57, 2:58,2:73, 4:6, 5:32; 5:34a.
2.
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikel 2:1, 2:15, 2:16, 2:25, 2:26, 2:28, 2:29, 2:30. 2:31, 2:41, 2:42, 2:43, 2:44, 2:52, 2:59, 2:60, 2:65a, 2:79 ;3:4, 3:6, 3:8, 3:9, 3:10, 3:11, 4:7, 4:8, 4:13, 4:15, 4:18, 5:15, 5:18, 5:23, 5:24, 5:25, 5:27, 5:28, 5:29, 5:30, 5:31, 5:33, 5:34, 5:36, 5:37; Overtreding van het bij of
1. 2.
Toevoeging artikel 2:79 aan strafbepaling. Vervallen artikel 5:34a
krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: 2:10, 2:39a, 2:39b, 2:45, 2:47, 2:48, 2:48a, 2:49, 2:50, 2:57, 2:58,2:73, 4:6, 5:32.
11