03 Was-Wordt lijst 2024
Tekst van het document
aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor zover het betreft onderstaande afvalstoffen in een periode die daartoe door de gemeente is aangewezen, tenzij sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving: a. het verbranden van kerstbomen en het stoken van Sint Maartensvuren; b. het verbranden van snoei- en sprokkelhout waarvoor de Plantenziektekundige dienst een aanzegging heeft afgegeven in het kader van de Plantenziektewet of daarvan afgeleide AMvB's; c. het verbranden van snoei- en sprokkelhout dat vrijkomt bij het gezond houden van de aanplant bij fruitteeltbedrijven en boomen rozenkwekerijen; d. het verbranden van snoei- en sprokkelhout dat afkomstig is van onderhoud aan de erfbeplanting van agrarische bedrijven en woonerven en van landschapselementen in het buitengebied van de gemeente; e. het verbranden van genetisch gemodificeerd plantmateriaal indien dit op basis van een wettelijke regeling dan wel een verleende vergunning is vereist. 3. Aan het begin van elk kalenderjaar wordt door het college een 25
a.
6. 7.
8.
9.
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren, zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. Het college kan van het verbod genoemd in het eerste lid ontheffing verlenen. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Limburg 2014. Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
periode/perioden aangewezen waarop het is toegestaan de onder het tweede lid genoemde afvalstoffen te verbranden. Voorafgaand aan de in het derde lid genoemde periode, worden de voorschriften waaraan het stoken van de genoemde afvalstoffen moet voldoen, alsmede de betreffende periode, op de gebruikelijke wijze gepubliceerd. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren, zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. Het college kan van het verbod genoemd in het eerste lid ontheffing verlenen. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Limburg 2021. Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet 26
tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 6:1 Strafbepaling
1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikel 2:1, 2:15, 2:16, 2:25, 2:26, 2:28, 2:29, 2:30. 2:31, 2:41, 2:42, 2:43, 2:44, 2:52, 2:59, 2:60, 2:65a, 3:4, 3:6, 3:8, 3:9, 3:10, 3:11, 4:7, 4:8, 4:13, 4:15, 4:18, 5:15, 5:18, 5:23, 5:24, 5:25, 5:27, 5:28, 5:29, 5:30, 5:31, 5:33, 5:34, 5:36, 5:37;
1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikel 2:1, 2:15, 2:16, 2:25, 2:26, 2:28, 2:29, 2:30. 2:31, 2:41, 2:42, 2:43, 2:44, 2:52, 2:59, 2:60, 2:65a, 2:76, 3:4, 3:6, 3:8, 3:9, 3:10, 3:11, 4:7, 4:8, 4:13, 4:15, 4:18, 5:15, 5:18, 5:23, 5:24, 5:25, 5:27, 5:28, 5:29, 5:30, 5:31, 5:33, 5:34, 5:36, 5:37;
Een gebiedsontzegging op basis van artikel 2:76 van de APV wordt opgelegd aan degene die binnen een bepaald gebied de openbare orde ernstig verstoord of bij een overtreding van de volgende in de APV opgenomen artikelen: Artikel 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden) Artikel 2:26 (ordeverstoring bij evenementen) Artikel 2:31 (verboden gedragingen) Artikelen 2:42 tot en met 2:65a (maatregelen tegen overlast en baldadigheid) Artikel 2:74 (drugshandel op straat) Gebleken is dat artikel 2:76 (gebiedsontzegging) van de APV niet specifiek benoemd/opgenomen is in de sanctiebepaling van artikel 6:1 van de APV. Hierdoor valt deze onder lid drie van artikel 6:1 waarbij kan worden gestraft met een geldboete van de eerste categorie (€450,-). Het overtreden van een gebiedsontzegging is een 27
overtreding van grotere aard/impact waarbij een geldboete van de eerste categorie niet in verhouding staat tot de zwaarte van de overtreding. Artikel 2:76 moet dan ook worden opgenomen in de sanctiebepaling van artikel 6:1 eerste lid van de APV waarbij de overtreding kan worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste 3 maanden of een geldboete van de tweede categorie (ten hoogste €4500,=).
Toelichting Was wordt lijst:
Algemeen De Algemene plaatselijke verordening bevat regels over de fysieke leefomgeving en is aangepast met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow). De wettelijke grondslagen en formele verwijzingen zijn geactualiseerd, zodat vanaf inwerkingtreding van de Ow doorgewerkt kan worden met deze verordening onder de Ow. Het betreft een juridisch-technische omzetting. Beperkingengebiedactiviteit(en) De definitie is opgenomen in artikel 1:1, waarbij wordt verwezen naar de bijlage, onder A, bij de Ow. Dit begrip komt voor in diverse artikelen van de APV. Volgens genoemde bijlage is een beperkingengebied een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit binnen een beperkingengebied In diverse artikelen van de APV staat dat een verbod niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement.
Dat wordt dan vervangen door de tekst dat het verbod niet van toepassing is op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Ow, omgevingsverordening Limburg 2021 of waterschapsverordening. Consumentenvuurwerk: De definitie is aangepast in artikel 2:71. In artikel 5.43 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet wordt het Vuurwerkbesluit gewijzigd. Voor de toepassing van de APV wordt het begrip consumentenvuurwerk gehandhaafd. Bepalingen over het voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting binnen of vanuit inrichtingen te handhaven: 28
Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:5a van de APV uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Ow geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow. Omdat in verschillende artikelen wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen in artikel 4:1. Voor de andere genoemde wet- en regelgeving is de toevoeging in het betreffende artikel opgenomen (in onderdeel V voor artikel 4;1 van de APV en in onderdeel W voor artikel 4:5 van de APV). Reclame: In artikel 4:15, is het tweede lid, aangepast. Het verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging. Kampeermiddel De definitie van kampeermiddel in artikel 4:17 is aangepast. Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die gelijktijdig met de Ow in werking treedt, worden bouwwerken in gevolgklasse 1 vergunningvrij (bouwtechnisch deel).
Grondgebonden recreatiewoningen vallen onder gevolgklasse 1 en zouden met alleen een aanpassing van de verwijzing in artikel 4:17 onder het begrip kampeermiddel komen te vallen. Dat is ongewenst. Het moet gaan om een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Overgangsrecht: Artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet biedt overgangsrecht voor de op het moment van inwerkingtreding van de Ow van kracht zijnde APV-bepalingen over geluidhinder en hinder door verlichting (de artikelen 4:1 tot en met 4:5a APV). Omdat de artikelen 4:1 en 4:5 wel technisch wijzigen, is voor de zekerheid bepaald dat deze wijzigingen in werking treden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow.
29