03 Toelichting Vaststelling Rouwkuilenweg 11
Tekst van het document
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
29
Uitsnede van de Natura 2000 'gebieden' kaart waarop de ligging van het plangebied is aangegeven met de rode stip (bron: www.natura2000.nl/gebieden)
Het plangebied ligt niet binnen of in de directe omgeving van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Deurnsche Peel & Mariapeel' ligt op ca 4 km ten noordwesten van het plangebied. Voorliggend initiatief heeft geen noemenswaardig ruimtelijk effect op de omgeving tot gevolg. Het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied neemt niet toe, zie verder 4.4. Gelet op het beperkte ruimtelijke effect van voorliggend initiatief en de ruime afstand tot het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied kunnen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden met betrekking tot trilling, geluid, lichthinder en (stik)stof op voorhand worden uitgesloten. Er treden geen negatieve effecten op ten aanzien van gebiedsbescherming. Soortenbescherming De gronden waar de bedrijfsuitbreiding is beoogd, zijn ingericht als landbouwgrond. Er zijn geen gebouwen en bouwwerken aanwezig waar (beschermde) soorten zich mogelijk in schuil kunnen houden. Ook wordt er geen oppervlaktewater gedempt (bijvoorbeeld sloten) en staan er geen bomen op het landbouwperceel. Negatieve effecten vanuit soortbescherming kunnen daarmee op voorhand worden uitgesloten. Tijdens de aanleg en inrichting van het nieuwe terrein zal ten alle tijde de algemene zorgplicht in acht worden genomen. De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.
30
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
4.4
Verkeer en parkeren
Het plangebied wordt ontsloten via bestaande inritten aan de Ysselsteynseweg en de Rouwkuilenweg. De transportbewegingen van en naar het bedrijf worden net als in de bestaande situatie afgewikkeld via de Ysselsteynseweg. De inrit bij het opslagterrein aan de zijde van de Rouwkuilenweg wordt alleen gebruikt in geval van nood of een calamiteit. Deze is normaliter versperd met een obstakel, afgesloten met een slagboom of op een vergelijkbare wijze niet te gebruiken. Voorliggend initiatief heeft geen toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied tot gevolg. In de bestaande situatie wordt een deel van het materieel, voornamelijk regenhaspels, gestald op landbouwgrond in de omgeving van de bedrijfslocatie. Voorliggend initiatief heeft tot gevolg dat al het materieel van het bedrijf gestald kan worden binnen de bedrijfslocatie. De bestaande verkeersbewegingen tussen de bedrijfslocatie en de elders gestalde regenhaspels komen te vervallen. Dit komt de verkeerssituatie in het buitengebied van Ysselsteyn ten goede. Het initiatief heeft toename van de parkeerbehoefte tot gevolg. Binnen de bedrijfslocatie zijn echter meer dan voldoende mogelijkheden voor het parkeren van (bedrijfs)auto's. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer en parkeren.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.
Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor de bescherming van archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Het plangebied ligt niet in een landschap dat vanuit het aspect cultuurhistorie een beschermde status kent. Ook liggen er binnen en in de directe omgeving van het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle elementen of objecten, zoals rijks- en/of gemeentelijke monumenten. Vanuit cultuurhistorie heeft voorliggend plan geen negatief effect.
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
31
Archeologie De gronden ter plaatse van het nieuwe buitenterrein zijn in 2021 onderzocht in een uitgevoerd archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek. Het rapport is toegevoegd als bijlage 2. De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat de archeologische verwachtingswaarde ter plaatse van het onderzoeksgebied naar beneden kan worden bijgesteld, naar een lage archeologische verwachting. Het uitvoeren van nader onderzoek is niet aan de orde. In het bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010 is geen archeologische dubbelbestemming opgenomen voor gronden met een lage archeologische verwachting. Op grond van de conclusies van het archeologisch onderzoek zal de bestaande dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie -2' ter plaatse van het onderzoeksgebied niet worden overgenomen uit het moederplan. Het initiatief is uitvoerbaar ten aanzien van het aspect cultuurhistorie en archeologie.
4.6
Explosieven
Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie). Het gehele grondgebied van de gemeente Venray heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico's van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.
4.7
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Met dit initiatief is geen sprake van een bouwplan in de zin van de grondexploitatiewet, derhalve zal geen exploitatieovereenkomst worden afgesloten. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure worden gedekt door de leges. Wel zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten.
Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
32
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan sluit qua systematiek aan op de regels uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Venray 2010' en de herziening 'Buitengebied Venray 2010, herziening regels' en bevat de volgende bestemmingen: 'Agrarisch', waarbinnen het bestaande bouwvlak en de functieaanduiding 'agrarisch bedrijf' in zuidelijke richting zijn uitgebreid. Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is geborgd dat de ingebruikname van het nieuwe buitenterrein strijdig is indien het plangebied binnen één jaar na inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan niet is ingericht en in stand wordt gehouden volgens de uitgangsprincipes van het landschappelijk inrichtingsplan uit bijlage 2 van de regels. Tevens is geborgd dat ter plaatse van de bedrijfsuitbreiding de oprichting van gebouwen niet is toegestaan (ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gebouwen niet toegestaan'). Ten behoeve van het gebruik van de inrit is een voorwaardelijke verplichting opgenomen met voorwaarden waaraan de inrit dient te voldoen; 'Natuur', ten zuidoosten van de uitbreiding van het agrarisch bouwvlak, waarbinnen de aanvullende kwaliteitsverbetering voorzien is.; 'Waterstaat - Beschermingszone watergang', aan de zuidoostkant van het plangebied, ten behoeve van de nabij gelegen waterloop.
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
33
Verder zijn alle bestaande functieaanduidingen, gebiedsaanduidingen en maatvoeringsaanduidingen ongewijzigd overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. De dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 2' en 'Waarde – Houtopstanden en houtwallen' zijn niet overgenomen uit het vigerend bestemmingsplan. Voor de archeologische dubbelbestemming geeft het archeologisch onderzoek hier aanleiding toe. Ter plaatse van de dubbelbestemming voor houtopstanden en houtwallen zijn nooit dergelijke groenstructuren aanwezig geweest. Dit plan kent verder geen noemenswaardige bijzonderheden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
34
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.
6.2
Handhaving
De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeente heeft in juli 2022 het Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving in de fysieke leefomgeving vastgesteld. Het beleidsplan bevat naast een visie, analyse en prioriteiten ook de werkwijzen hoe met geconstateerde overtredingen wordt omgegaan en welke strategieën daarbij worden gevolgd. Ook wordt invulling gegeven aan de vele eisen die wet- en regelgeving aan de gemeentelijke taakuitvoering stelt. Volgens de visie van de gemeente Venray op toezicht en handhaving staat in de gemeentelijke werkwijze een gezonde, veilige, duurzame leefomgeving centraal. Toezicht en handhaving zijn instrumenten om de kwaliteit van de leefomgeving te vergroten en te waarborgen. De gemeente heeft de strategie met betrekking tot toezicht en handhaving in 4 stappen verdeeld: 1. Kader: De gemeente probeert de regels zo duidelijk en begrijpelijk mogelijk vast te leggen en heeft aandacht voor de handhaafbaarheid van regels. Daar waar het nodig is en de risico's groot zijn is een vergunning nodig. Waar de risico's klein zijn, voldoet een melding. 2.
Preventie: de preventiestrategie richt zich op de vergroting van bewustwording bij burgers, bedrijven en instellingen dat bepaalde regels gelden en dat de gemeenten ook erop toezien dat die regels worden nageleefd. Het doel is om de naleving van wet- en regelgeving te vergroten, zonder dat hier repressieve middelen aan te pas komen. 3. Toezicht: Onder controle en toezicht verstaat de gemeente het nagaan of en in hoeverre wettelijke regels en voorschriften uit vergunningen en ontheffingen worden nageleefd. Er worden geplande aangekondigde of onaangekondigde controles uitgevoerd, controles naar aanleiding van een klacht/melding of projectmatige controles. 4. Handhaving: Als alle hiervoor genoemde strategieën (kader, preventie, toezicht) niet tot een oplossing leiden, kan de gemeente handhaven. Handhaving is erop gericht om een situatie die in strijd is met voorschriften, op te heffen of om herhaling ervan te voorkomen.
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
35
6.3
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Dit bestemmingsplan wordt in het kader van het wettelijk overleg toegezonden aan de provincie omdat de provincie Limburg ook initiatieven met een beperkt ruimtelijk effect wenst te beoordelen. Voorliggend plan heeft geen effect op de waterstaatkundige belangen. Het plan is echter wel toegezonden aan het waterschap Limburg vanwege het ontbreken van de mogelijkheid om het waterschap via de digitale watertoets op de hoogte te brengen van het initiatief. Eventuele reacties van deze relevante instanties zullen worden verwerkt.
6.4
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
Bij voorliggend plan is er geen sprake van een formele inspraakprocedure. Het bestemmingsplan zal direct als ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Omwonenden zijn in het kader van de omgevingsdialoog door de initiatiefnemer reeds op de hoogte gebracht van het initiatief. Vanuit de buurt zijn er geen bezwaren of bedenkingen geuit tegen het plan.
6.5
Verslag zienswijzen
Het ontwerpplan heeft van vrijdag 22 december 2023 t/m donderdag 1 februari 2024 ter inzage gelegen. Tegen het plan zijn geen zienswijzen ingediend.
36
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
Bijlagen bij de toelichting
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
37
38
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
Bijlage 1
Vooronderzoek bodem
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
39
40
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
Bijlage 2
Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
41
42
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
76
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn
77
78
Rouwkuilenweg 11 Ysselsteyn