CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Toelichting Grootdorp 35 Merselo

Gemeenteraad 11 mei 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo.15.230 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Grootdorp35 Merselo

Pagina | 2

Verantwoording en Status

Titel:

Bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo, gemeente Venray

Rapportnummer:

NL.IMRO.0984.BP20017-va01

Versie:

11 mei 2021

© 2021 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 3

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging van het plangebied Voorgaand bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Analyse van het plangebied 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3

Ruimtelijke en functionele structuren Ruimtelijke en functionele structuur, stedenbouw en landschap Verkeer Groen en water Waarden van het plangebied e.o. Natuur en landschap Flora en fauna Cultuurhistorie en archeologie

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke ontwikkeling 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Projectbeschrijving Ontsluiting en parkeren Groen- en watervoorzieningen Brandveiligheid Duurzaamheid Privacy en bezonning

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5 4.4.6

Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ladder voor duurzame verstedelijking Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro) Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Omgevingsverordening Limburg 2014 Provinciale Omgevingsvisie Provinciale Woonvisie Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop' Volkshuisvestingsbeleid Beleidsregel woningtoevoeging Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Merselo Energiestrategie Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

5 5 5 6 8

9 9 9 11 11 12 12 13 14

18 18 20 22 22 22 23

24 24 24 24 26 26 26 26 28 29 29 30 31 31 32 32 33 33 34

Pagina | 4

4.4.7

Bestemmingsplan

34

Hoofdstuk 5 Milieu-planologische aspecten

36

5.1 5.2 5.3 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5 5.5.1 5.5.2 5.6 5.6.1 5.6.2 5.6.3 5.6.4

Geluidhinder Bodem- en grondwaterkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Risicovolle inrichtingen (Bevi) Vervoer gevaarlijke stoffen Milieuzonering Bedrijven en Milieuzonering; Staat van bedrijfsactiviteiten Invloed milieuhinder op het plangebied Kabels, leidingen en straalpaden Inleiding Gas-, olie-, brandstof- of watertransportleidingen en hoogspanningskabels Obstakelbeheer- en radarverstoringsgebied Niet gesprongen explosieven

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1 6.2

Waterbeleid Waterhuishoudkundige situatie plangebied

Hoofdstuk 7 Juridische vormgeving 7.1 7.2 7.3 7.4

Algemeen Planmethodiek Verbeelding Planregels

36 36 37 38 38 39 39 39 40 41 41 41 41 42

43 43 44

45 45 45 45 46

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid, kostenverhaal en planschade

47

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

48

9.1 9.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure

Bijlagen Bijlage 1

Aeriusberekening

Bijlage 2

Ecologisch onderzoek

Bijlage 3

Akoestische beschouwing

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

48 48

Pagina | 5

Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Initiatiefnemers zijn voornemens om op het perceel kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie Z nummer 130 en plaatselijk als Grootdorp 35 te Merselo, de huidige tot wonen bestemde boerderijwoning met aanbouw te slopen en een nieuwe tweekapper te realiseren, welke parallel aan het Grootdorp zal worden gesitueerd. Ten noordoosten van deze nieuwe woningen zullen vier aaneengesloten woningen haaks op de weg worden geprojecteerd. Deze wooneenheid zal worden gerealiseerd als het type 'schuurwoning', welke bouwstijl goed past in de van oorsprong landelijke omgeving.

Het kadastrale perceel is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Merselo' en heeft daarin de bestemming 'Wonen' gekregen, waarbij het bouwvlak redelijk strak om de bestaande woning met aanbouw heen is gelegd. Het bouwen buiten het bouwvlak en het toevoegen van 5 woningen past niet binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan.

De gemeente Venray wil aan deze ruimtelijke ontwikkeling echter medewerking verlenen door de vaststelling van een nieuwe en passende planologisch-juridische regeling in de vorm van een regulier bestemmingsplan.

Het voorliggende bestemmingsplan 'Grootdorp 35 Merselo' voorziet in een adequate planologisch-juridische regeling voor het project.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie Z nummer 130 en plaatselijk als Grootdorp 35 te Merselo. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 1734 m2. Op onderstaande luchtfoto en uitsnede uit de kadastrale omgevingskaart is de ligging van de ontwikkelingslocatie weergegeven:

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 6

Afbeelding:Ligging plangebied

De kadastrale situatie is op onderstaande afbeelding weergegeven.

Afbeelding: kadastrale kaart met plangebied

1.3

Voorgaand bestemmingsplan

Voor het plangebied vigeert het volgende bestemmingsplan: Naam bestemmingsplan

Bestemming

Vaststelling Raad

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 7

bestemmingsplan Merselo - bestemming 'wonen' 16 december 2014 - dubbelbestemming Waarde Archeologie - 4 - gebiedsaanduiding luchtvaartverkeerszone - gebiedsaanduiding vrijwaringszone molenbiotoop - bouwvlak tpv bestaande woning

Afbeelding: Uitsnede verbeelding

Binnen deze bestemming is het niet mogelijk om buiten het bouwvlak te bouwen en het aantal woningen te vergroten. Daarom is het noodzakelijk om een bestemmingsplanherziening te doen.

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 8

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een uitgebreide analyse van (de waarden van) het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de ruimtelijke ontwikkeling zelf. In hoofdstuk 4 wordt het plan getoetst aan het geldende ruimtelijke beleid. Hoofdstuk 5 geeft inzicht in de milieu-planologische aspecten. Hoofdstuk 6 bevat de waterparagraaf. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is neergelegd in hoofdstuk 7. In hoofdstuk 8 wordt aandacht besteed aan de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure inclusief de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 9

Hoofdstuk 2 Analyse van het plangebied In dit hoofdstuk wordt de feitelijke situatie van het plangebied beschreven. Er wordt ingegaan op de aanwezige ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied en omgeving. Ook worden de aanwezige gebiedswaarden (natuur en landschap, flora en fauna en cultuurhistorie) van het plangebied beschreven.

2.1

Ruimtelijke en functionele structuren

2.1.1

Ruimtelijke en functionele structuur, stedenbouw en landschap

Merselo is een historisch gegroeid esdorp gelegen aan de rand van het beekdal van de Loobeek. De dorpskern ligt tussen drie essen, op de kruising van verschillende lokale wegen. Ten noorden en ten westen van Merselo liggen de hoger gelegen bouwlanden, aan de oostkant de weilanden op van oorsprong vochtige beekdalgronden. Merselo kan gekarakteriseerd worden als een fraai gesitueerd esdorp in een open landschap met een historisch gegroeide ruimtelijke structuur en een eigen identiteit. Merselo is te typeren als een duidelijk herkenbare, betrekkelijk compacte kern. Om die reden is aan de noordzijde uitgebreid. Deze ontwikkeling impliceert een heldere ruimtelijke opbouw van de kern Merselo, waarbij de kern blijft groeien in dezelfde richting. De oudere wegen Grootdorp en Kleindorp zijn randwegen met lintbebouwing en dienen niet overschreden te worden. Het dorp beschikt over weinig openbaar groen, maar wel over enkele forse bomen op particuliere grond. Juist dit particulier groen bepaalt het beeld van Merselo. Ten noorden van de kern Merselo ligt het buurtschap Kleindorp, ten zuidwesten ligt de lintbebouwing aan de Haag en aan de Veldstraat/Bakelsedijk. Op onderstaande afbeeldingen is het plangebied en de directe omgeving in beeld gebracht:

Bestaande, te slopen langgevelboerderij

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 1 0

Zicht op plangebied komend vanuit Venray

Zicht op plangebied komend vanuit de kern Merselo, met kerk aan linkerhand

De belangrijkste functie van Merselo is de woonfunctie. De woonfunctie bestaat grotendeels uit eengezinswoningen, van het type twee-onder-één kap, geschakeld of vrijstaand. Rijtjeswoningen komen nauwelijks voor. Merselo heeft - mede door zijn ligging nabij het winkelcentrum van Venray - weinig voorzieningen en openbare verblijfsruimte. In Merselo is het non-foodaanbod relatief zwaarder vertegenwoordigd dan het foodaanbod. Veel winkelvoorzieningen, zoals een kruidenier, zijn uit de kern Merselo verdwenen. Er zijn nog wel voorzieningen zoals een fietsenmaker en een café. Voor het merendeel doen de bewoners van Merselo hun zaken en inkopen in Venray. Naast de genoemde commerciële voorzieningen beschikt Merselo over gemeenschapshuis/clubhuis “D'n Hoek”, de RK-kerk met begraafplaats en een school. Recreatieve voorzieningen zijn er in de vorm van diverse sportvoorzieningen, -verenigingen en -accommodaties. Daarnaast zijn er een café, restaurant en een feestzaal in de kern Merselo.

Het plangebied ligt in de zuidoostelijke rand van de kern Merselo en vormt een mooie afronding | bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 1 1

in de richting van het landelijke gebied.

2.1.2

Verkeer

In de omgeving van het projectgebied zijn openbaar vervoersmogelijkheden in de vorm van een bushalte nabij de kerk op de kruising Kleindorp/Grootdorp, op een afstand van circa 150 meter van het plangebied. Het project leidt tot extra verkeersbewegingen als gevolg van het feit dat er vier woningen worden toegevoegd. De verwachte verkeersgeneratie van woningen zoals voorzien (tussen-/hoekwoningen) bedraagt circa 7 bewegingen per woning, hetgeen neerkomt op 28 verkeersbewegingen per etmaal meer dan in de bestaande situatie. De verkeersbewegingen zullen beperkt blijven tot bewoners- en bezoekersverkeer. De toename van het aantal verkeersbewegingen is dus zodanig beperkt dat dit geen wezenlijke consequenties heeft voor de wegenstructuur en verkeersveiligheid. Langs het Grootdorp is geen verhoogd trottoir aangebracht, maar een wandelstrook welke door een molgoot wordt gescheiden van de rijbaan. Ter plaatse van het plangebied is een verkeersremmende wegversmalling aangebracht met tevens langsparkeervakken.

2.1.3

Groen en water

De hoofdlijnen van het gemeentelijke groenbeleid zijn vastgelegd in het Groenstructuurplan. In het groenstructuurplan worden aanbevelingen gedaan voor het ontwikkelen van een sterke groenstructuur, die aansluit bij de karakteristieke eigenschappen van elk dorp. Als algemene doelstellingen voor de kerkdorpen worden genoemd: het versterken van de ruimtelijke opbouw van de landelijke kern en de onderlinge samenhang van de diverse groenvoorzieningen; het tot stand brengen van een goede ruimtelijk relatie tussen het omringend landschap en het dorpsgroen; de entrees van de dorpen markeren door een laanbeplanting met aanvullende beplanting die een verkeersremmende invloed kan hebben. Het plangebied is gesitueerd aan het Grootdorp, nabij de splitsing met het Kleindorp, welke de oostelijke rondweg om Merselo is. Het Grootdorp is een (relatief) grotere verbindingsweg met een snelheidsregime dat ter hoogte van het plangebied 30 km/uur bedraagt, en welke ter plaatse voorzien is van laanbeplanting, aan de zuidzijde van de weg. De bestaande fysieke omgeving buiten het plangebied zal geen substantiële wijzigingen ondergaan als gevolg van de projectie van vier aaneengesloten woningen en sloop van de bestaande woning welke herbouwd wordt als twee wooneenheden.

De laanstructuur zal beperkt worden versterkt en de openheid tussen de woningen door in de richting van het landelijk gebied zal behouden blijven door een zichtlijn naar het zuiden.

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 1 2

2.2

Waarden van het plangebied e.o.

2.2.1

Natuur en landschap

Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied te zien ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Het okerkleurige vlak heeft betrekking op de Boschhuizerbergen (op een afstand van ruim 5 km ten oosten van het plangebied) en het lichtgroene vlak betreft de Deurnsche Peel & Mariapeel ( op ruim 6 km van het plangebied). Op onderstaande afbeelding zijn beide gebieden ten opzichte van de kern Merselo weergegeven:

Afbeelding: Natura 2000-gebieden rondom plangebied

Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de aanvoer van materialen en personen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de constructie ten behoeve van de realisatie van het plan. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase met peiljaar 2020 is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator (zie bijlage). Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof.

Enige andere aantasting van Natura 2000-gebieden op deze ruime afstand zal als gevolg van het project ook niet plaatsvinden. In de volgende paragraaf zal ingegaan worden op mogelijke aantasting van flora en fauna.

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 1 3

2.2.2

Flora en fauna

Met de Wet natuurbescherming (Wn) wordt een eind gemaakt aan de discussies over de implementatie van de Europese richtlijnen. In artikel 3.1 Wn wordt direct een link gelegd met de Vogelrichtlijn. Alle vogels die beschermd zijn op grond van artikel 1 Vogelrichtlijn vallen onder het beschermingsregime van de artikel 3.1 Wn, voor zover deze vogels van nature in Nederland voorkomen. Artikel 3.1 eerste lid Wn ziet op het verbod om vogels te doden of vangen. De verboden in de Wn zijn vrijwel letterlijk overgenomen uit de artikelen 5 en 6 Vogelrichtlijn. Net als de in de Vogelrichtlijn zijn de verboden beperkt tot opzettelijke handelingen. Het beschermingsregime voor vogels is iets versoepeld ten opzichte van het systeem onder de Flora en faunawet. Het verbod op het opzettelijk verstoren van vogels is beperkt tot verstoringen die van “wezenlijke invloed” zijn op de staat van instandhouding van de soort. Onder wezenlijke invloed wordt verstaan: “een wezenlijke negatieve invloed op een beschermde soort”. Of daar sprake van is hangt af van de populatie van de diersoort. Hoe zeldzamer de soort hoe groter de kans dat naar bijvoorbeeld een lokale populatie moet worden gekeken. Daarnaast is van belang of de populatie een negatief effect zelf teniet kan doen, bijvoorbeeld of er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn naar een volwaardig leefgebied elders.

Als een populatie het effect niet zelf teniet kan doen is de kans groter dat het effect als wezenlijke invloed kan worden aangemerkt. Bij vogels is verstoring tijdens het broedseizoen niet langer verboden als de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar is. De wet voorziet in ruime mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen, ook voor vogels en strikt beschermde soorten. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van de vroegere ontheffing. Een ontheffing van een verbod ex artikel 3.1 Wn kan slechts worden verleend indien: er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is; er geen sprake is van verslechtering van de staat van instandhouding van de soort; en er een limitatief opgesomde ontheffingsgrond aan de ontheffing ten grondslag kan worden gelegd. Quickscan flora en fauna Het plangebied is in gebruik als erf bij de oude (te slopen) langgevelboerderij. Water is binnen het plangebied sec niet aanwezig. Het bestaande gebruik van het plangebied en de omgeving daarvan bestaat uit wonen, erfverhardingen (ten behoeve van parkeren), maaien, tuin en de gebruikelijke menselijke activiteiten.

Gelet op het feit dat oude bebouwing gesloopt wordt, is een verstoring van flora en fauna door onderhavig project niet onaannemelijk, waardoor er een noodzaak is tot het uitvoeren van ecologisch veldwerk. Dit flora en fauna-onderzoek is medio januari 2020 uitgevoerd door FaunaConsult. Hierin is het volgende geconstateerd: 'Algemene vogels In het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen.

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 1 4

Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring en vernietiging van broedvogels en vogelnesten kan worden voorkomen door het slopen van de woonboerderij en het verwijderen van de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

Vleermuizen De te slopen boerderij bevat mogelijk vleermuisverblijven. Het slopen kan daarom leiden tot verstoring of vernietiging van vleermuizen en hun verblijven. Omdat alle vleermuissoorten streng zijn beschermd, dient het voorkomen van dergelijke verblijven conform het vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, 2017) te worden onderzocht.'

Hierna is een sloopvergunning aangevraagd voor het slopen van de opstallen; op basis van de verleende sloopvergunning is er, buiten het broedseizoen, overgegaan tot de sloop van het dak. Tijdens de sloop zijn er geen nesten van (broed)vogels aangetroffen, noch verblijfplaatsen van vleermuizen. Hierdoor is het niet noodzakelijk om vervolgonderzoeken in gang te zetten.

Het ecologisch onderzoek is als bijlage aan de toelichting toegevoegd.

2.2.3

Cultuurhistorie en archeologie

Archeologie Ten aanzien van archeologie is het uitgangspunt dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Dit vloeit voort uit het Europese Verdrag van Valetta (1992) inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed en de Wet op de archeologische monumentenzorg die de Monumentenwet 1988 deels heeft aangepast. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, in principe een inventariserend en waarderend vooronderzoek plaatsvinden. Eventueel aangetroffen waarden dienen primair ter plekke (in situ) beschermd te worden dan wel - indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is - door een opgraving (ex situ) te worden veilig gesteld.

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 1 5

Uit onderstaande uitsnede van de gemeentelijke Archeologische Beleidskaart blijkt dat voor de gronden van het plangebied waarop de toekomstige ontwikkeling zal plaatsvinden, de aanduiding “categorie 4” geldt. Deze categorie omvat droge en natte gebieden met een hoge verwachting.

Figuur: uitsnede archeologische beleidskaart

Deze categorie is in het bestemmingsplan Merselo vertaald in de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie-4', waarbij een onderzoeksverplichting geldt ingeval de te verstoren oppervlakte groter is dan 500 m2 én de verstoringsdiepte groter is dan 50 cm onder het maaiveld.

Op 25 september 2020 heeft Econsultancy een archeologisch onderzoek uitgevoerd aan Grootdorp 35 te Merselo. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodem-opbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Onderstaand zijn de conclusies van dit onderzoek samengevat: "Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van de ligging van het plangebied op een dekzandrug nabij een beekdal kunnen ook in de omgeving van het plangebied archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum worden verwacht.

De ligging van het plangebied op circa 400 meter van het beekdal maakt het echter niet de meest geschikte locatie. De gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum is daarom middelhoog voor het plangebied. De ligging van het plangebied op een goed ontwaterde dekzandrug maakt dat het een erg geschikte locatie is ge-weest voor landbouwers. De gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten vanaf het Neolithicum is daarom hoog. Het plangebied ligt iets ten oosten van de kruising

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 1 6

van de van ouds-her twee belangrijkste wegen van Merselo. Ten noordwesten van het plangebied heeft vanaf in ieder geval 1400 een kapel en later kerk gestaan. Hoewel het plangebied lange tijd onderdeel uitmaakte van een groter akkercomplex, is het goed mogelijk geweest dat het plangebied in de Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd bebouwd is geweest. De gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd is daarom hoog.

Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit het verkennend booronderzoek komt naar voren dat de top van het bodemprofiel in het plangebied is verstoord, vermoedelijk door de bebouwing van het plangebied in de 20e eeuw. Hierbij is ook de top van de oorspronkelijke dekzandafzettingen (licht) verstoord. De intacte dekzandafzettingen worden in het plangebied aangetroffen vanaf 25,6 tot 25,9 meter +NAP. Op basis van de waargenomen (lichte) bodemverstoringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie kan de gespecificeerde archeologische verwachting worden bijgesteld naar laag voor archeologische waarden uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum en middel-hoog voor archeologische waarden uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Op basis van het behoud van een deels middelhoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn.

Advies Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Venray). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit."

De gemeente heeft als bevoegd gezag dit advies overgenomen bij wijze van selectiebesluit. Dat betekent dat de archeologische verwachtingswaarde naar beneden kan worden bijgesteld naar middelhoog (categorie 4 volgens gemeentelijk beleid). Conform het gemeentelijk beleid geldt bij een middelhoge verwachtingswaarde een oppervlaktenorm van 2500 m2. Door de verlaging van de verwachtingswaarde op basis van het onderzoek is de aanvankelijke oppervlaktenorm van 500 m2 (van hoge verwachting) vergroot naar 2500 m2 (middelhoge verwachting). Aangezien het totale plangebied ongeveer 1700 m2 groot is, wordt genoemde oppervlaktenorm bij lange na niet overschreden en kan van nader onderzoek worden afgezien. Wel zal de middelhoge verwachting met bijbehorende oppervlakte- en dieptenorm van 2500 m2 en 50 cm als dubbelbestemming aan het plangebied worden toegekend.

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 1 7

Het archeologisch onderzoek is als bijlage opgenomen bij de planstukken.

Cultuurhistorie Over een klein deel van het plangebied rust de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone 'Molenbiotoop' ter waarborging van de windvang van de molen "Nooit Gedacht" Merselo. Deze vanuit cultuurhistorie waardevolle molen is in 1867 gebouwd door Simon Lambertus van den Brekel, molenaar op de door zijn vader gebouwde molen in Haren bij Oisterwijk. Het metselwerk van de molen werd uitgevoerd door metselaars die vuurtorens bouwden in zee. Daardoor kreeg het metselwerk bijzondere aandacht en werden de muren nagenoeg waterdicht. De molen die twee koppels stenen had, stond goed in het gemaal en had veel klandizie uit de omliggende gehuchten. In 1899 kwam er een derde koppel blauwe stenen bij voor het malen van tarwe en boekweit. In 1927 werd aan de voorzijde van de molen een pakhuis gebouwd. Tijdens een herfststorm in november 1975 sloeg de molen op hol en werd er veel vernield. De 'vang' van de molen raakte los, waardoor de wieken op drift raakten en de as van de molen in brand vloog. Een gedeelte van de 'vang' was verbrand en het hekwerk en de platen waren voor de helft weg. Jarenlang heeft de molen er 'kaal' bij gestaan maar het onvermijdelijke kwam. In 1987 werd de molen aan de Stichting Nooit Gedacht verkocht. Door de inspanning en volharding van deze Stichting is het gelukt de molen te redden van de ondergang.

Het plangebied aan Grootdorp 35 ligt op een afstand van ongeveer 380 m ten zuidoosten van deze molen. De gehele kern Merselo bevindt zich tussen de molen en het plangebied in. Als gevolg van de beperkte goot- (en daarmee ook bouw-)hoogte van de nieuwe woningen, en de tussenliggende bebouwingsmassa's, behoeft het geen nadere uitleg dat de windvang van de molen als gevolg van onderhavig plan niet in het geding is.

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 1 8

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke ontwikkeling 3.1

Projectbeschrijving

Initiatiefnemers zijn voornemens om op het perceel kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie Z nummer 130 en plaatselijk als Grootdorp 35 te Merselo, de huidige tot wonen bestemde boerderijwoning met aanbouw te slopen en een nieuwe tweekapper te realiseren, welke vergelijkbaar met de te slopen woning parallel aan het Grootdorp zal worden gesitueerd. Ten noordoosten van deze nieuwe woningen zullen vier aaneengesloten woningen haaks op de weg worden geprojecteerd. Deze wooneenheid zal worden gerealiseerd als het type 'schuurwoning', welke bouwstijl goed past in de van oorsprong landelijke omgeving. Het zullen allemaal koopwoningen betreffen van het type 'levensloopbestendig', waarbij het gehele woonprogramma zich op de begane grond bevindt, danwel de woning geschikt is of geschikt is te maken voor meerdere doelgroepen, al dan niet met beperkingen.

Figuur: ligging plangebied

De eerste indicatieve schetsen welke voor de nieuw te realiseren langgevelboerderij (tweekapper) en de vier aaneengesloten woningen zijn gemaakt, geven het volgende beeld:

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 1 9

Figuur: indicatieve schets kavelindeling

Figuur: indicatieve schets aanzicht

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 2 0

Door de vierkappers uit te voeren als een schuurwoning, wordt het idee gewekt dat binnen het plangebied sprake is van een langgevelboerderij met een stal haaks op die boerderij; dit past geheel in de historie van dit ooit agrarische bedrijfsperceel. De langgevelboerderij wordt nu ingevuld met twee wooneenheden en de stal betreft een schuurwoning met vier wooneenheden. Deze oriëntatie is vergelijkbaar met de oorspronkelijke opzet van agrarische bedrijven. De langgevelboerderij zal na sloop weer op nagenoeg dezelfde locatie en in dezelfde rooilijn worden herbouwd. Ook de uitstraling van de bouwmassa blijft vergelijkbaar met de bestaande massa. Uit de gevelindeling blijkt dat er sprake is van twee wooneenheden. De verspringing van de rooilijn ter plaatse van de schuurwoningen vindt zijn oorsprong in de suggestie die wordt gewekt als zijnde de stal bij de langgevelboerderij; deze verspringing zorgt voor een passende interpretatie van de bebouwingskarakteristiek. Langs de noordoostzijde van de aaneengesloten woningen zal een zichtlijn in de richting van het landelijk gebied worden vrijgehouden van bebouwing; dit deel van het plangebied zal een groene uitstraling krijgen. De twee noordelijk gelegen woningen binnen dit woonblok van vier, zullen ook een achtertoegang krijgen.

De woningen zullen energieneutraal worden uitgevoerd.

3.2

Ontsluiting en parkeren

Ontsluiting: De nieuw te realiseren woningen worden ontsloten op het Grootdorp. Via het Kleindorp en de Beekweg is de Peelweg (N277) te bereiken waar het verkeer wordt opgenomen in de grotere verkeersstromen en via de Merseloseweg is er een snelle verbinding met het centrum van Venray. Het project leidt tot extra verkeersbewegingen als gevolg van het feit dat er vijf woningen worden toegevoegd. De verwachte verkeersgeneratie van woningen zoals voorzien (tussen-/hoekwoningen) bedraagt circa 7 bewegingen per woning, hetgeen neerkomt op 35 verkeersbewegingen per etmaal meer dan in de bestaande situatie. De verkeersbewegingen zullen beperkt blijven tot bewoners- en bezoekersverkeer. De toename van het aantal verkeersbewegingen is dus zodanig beperkt dat dit geen wezenlijke consequenties heeft voor de wegenstructuur en verkeersveiligheid. In de omgeving van het projectgebied zijn openbaar vervoersmogelijkheden in de vorm van een bushalte nabij de kerk op de kruising Kleindorp/Grootdorp, op een afstand van circa dan 150 meter van het projectgebied. Voor het geval zich calamiteiten voordoen waarbij hulpdiensten de vierkapper tot op korte afstand moeten benaderen, is over de erfgrens met het perceel aan het Grootdorp 31 een pad voorzien, met een breedte van 1,8 meter. Op dit pad rust een erfdienstbaarheid; 60 cm is eigendom van initiatiefnemer.

Parkeren bij de nieuwe woning: De parkeernorm van de gemeente Venray (‘Beleidsnota Parkeernormen Venray ' en het CROW)

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 2 1

betreft voor grondgebonden woningen 2 parkeerplaatsen. Voor de 4 aaneengesloten woningen zullen haaks op de openbare weg 8 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De 9e parkeerplaats in deze rij wordt toebedeeld aan de linker woning in de langgevelboerderij, welke op het zijerf slechts ruimte heeft voor 1 parkeerplaats. De rechter woning in de langgevelboerderij zal naast de woning ook 2 eigen parkeerplaatsen krijgen. Ter hoogte van de langgevelboerderij zijn 2 openbare parkeerplaatsen gesitueerd, met een snelheidsbeperkende maatregel. Deze parkeerplaatsen blijven behouden maar zullen tot recht voor de nieuwe langgevelboerderij worden verschoven, zodanig dat ook 'in het veld' alle in- en uitritten van omliggende woningen onbelemmerd bereikbaar blijven. Hetzelfde geldt voor de lantaarnpaal welke naast de beide openbare langsparkeerplaatsen is gesitueerd. Mocht deze uiteindelijk leiden tot moeizame inparkeermanoeuvres, dan kunnen de eigen parkeerplaatsen enkele graden gedraaid worden zodat dit probleem wordt omzeild. Op onderstaande schets zijn deze parkeerplaatsen weergegeven:

Figuur: parkeervoorzieningen

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 2 2

3.3

Groen- en watervoorzieningen

Het plangebied zal als landelijke woonpercelen worden ingericht, met bijbehorende tuinen. De nieuwe woningen zullen in gebiedseigen groen gezet worden, zodat er door de ontwikkeling geen landschappelijke kwaliteiten verloren gaan. Van belang is dat er tussen de nieuw te realiseren aaneengesloten woningen en de bestaande woning Grootdorp 31 een zichtlijn naar het landelijk gebied behouden blijft; gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde (anders dan vergunningvrij) zijn hier niet toegestaan. Naar deze zijde zullen de voorgevels van de nieuwe woningen worden gericht, zodat deze openheid ook praktisch uitvoerbaar is, zonder dat dit op schendingen van privacy stuit.

Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater voorzien, anders dan eventueel een open hemelwaterinfiltratievoorziening waarover meer in hoofdstuk 6.

3.4

Brandveiligheid

In het Bouwbesluit 2012 zijn regels gesteld ten aanzien van brandveiligheid van onder andere woongebouwen. Aan deze regels zal worden getoetst op het moment dat de omgevingsvergunning voor de woning worden aangevraagd. In beginsel kan echter wel aan de regels worden voldaan.

3.5

Duurzaamheid

De ambities ten aanzien van duurzaamheid in Venray zijn hoog, zoals neergelegd in de Energiestrategie 2030 (zie voor de inhoud van deze strategie paragraaf 4.5.5). Vanaf 2020 is alle nieuwbouwproductie in de woning- en utiliteitsbouw energieneutraal. Deze ambitie is grotendeels wettelijk verankerd. Het Bouwbesluit stelt dat per januari 2021 nieuwbouw bijna energieneutraal (BENG) moet zijn: er is vrijwel geen energie nodig, energie die nog nodig is komt uit groene bronnen. De binnen het plangebied te realiseren woningen zullen in ieder geval energieneutraal zijn. In het bestemmingsplan kunnen alleen regels worden opgenomen die bijdragen aan 'een goede ruimtelijke ordening'. Voor de uitleg van dit begrip is in de rechtspraak het criterium ‘ruimtelijk relevant’ ontwikkeld. Alleen regels die ruimtelijk relevant zijn, kunnen in het bestemmingsplan opgenomen worden. Algemeen erkend wordt dat energietransitie een ruimtelijke impact heeft, maar de visie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is dat hiertoe geen regels in het bestemmingsplan kunnen worden opgenomen. De gemeente Venray zal daarom het aspect 'duurzaamheid' en 'energieneutraalheid', maar ook 'levensloopbestendigheid' opnemen in de met initiatiefnemer overeen te komen anterieure overeenkomst.

In onderhavig plan zijn de volgende duurzaamheidsmaatregelen voorzien: de woningen worden niet aangesloten op gas (elektrisch koken); de woningen zullen worden aangesloten op een aardwarmtepomp ter verwarming en

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 2 3

koeling van de woning; in de woningen wordt balansventilatie toegepast (warmte-terugwin-installatie); de woningen zullen een substantiële hoeveelheid energie opwekken middels zonnepanelen; de woningen worden zeer goed geïsoleerd en hebben een zeer lage warmtevraag.

3.6

Privacy en bezonning

Voor een onaanvaardbare aantasting van privacy bij belendende percelen hoeft niet gevreesd te worden. De afstand tussen de te herbouwen en in twee eenheden te splitsen langgevelboerderij en de nabijgelegen woningen bedraagt circa 20 m, vergelijkbaar aan de huidige afstand. Dat is een afstand tussen woningen in een binnendorpse woonomgeving die volkomen normaal is in Nederland. De vierkapper welke haaks op de openbare weg zal worden gesitueerd, komt met de voorgevel op een afstand van ruim 8 m tot de zijdelingse perceelsgrens van het aangrenzende perceel. In de zijgevel van de woning op het belendende perceel bevindt zich één relatief klein raam op de begane grond. Verder wordt dat perceel omkaderd door een blinde muur met garage waarin ook geen gevelopeningen zijn. Het enige zicht op het erf is vanuit de kleine dakramen in het oostelijke dakvlak van de nieuw te realiseren woningen. Door de dichte tuinmuur is hierdoor in het geheel géén zicht op het terras van het belendend perceel; de afstand tussen het raam in de aanbouw van de naastgelegen woning en (drie van) de kleine dakramen in de nieuwe woningen bedraagt ook ruim 15 m. Van onaanvaardbare schending van privacy is hierdoor geen sprake. De woning met erf aan de westzijde van het plangebied valt buiten het zicht van de nieuw te realiseren woningen, vanwege de te behouden beplanting welke tegen deze erfgrens aanwezig is.

Voor de aangrenzende woning ten oosten van het plangebied zal er tegen het einde van de dag sprake zijn van vermindering van zonlicht, maar dit is zeker niet in die mate dat dit onaanvaardbaar is, danwel dat als gevolg hiervan de lichtinval in de woning te beperkt wordt. Met behulp van de 'Suncalculator' is geconstateerd dat de schaduw van de nieuwe bebouwing, uitgaande van een bouwhoogte van 8 m, in de periode van 15 februari tot en met 31 oktober het dakvlak van de woning Grootdorp 31 waarop zonnepanelen zijn gelegen, in het geheel niet raakt. Hierdoor is er ook geen sprake van een substantiële vermindering van de opbrengst van deze zonnepanelen.

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 2 4

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geef aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo ontstaat er ruimte voor maatwerk en ontwikkelingen van burgers en bedrijven. In deze structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040: een visie hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028 en is aangegeven welke nationale belangen daarbij aan de orde zijn. Deze tijdshorizon is gesteld omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijstelling van de rijksdoelen. Voor de ambities zijn rijksinvesteringen slechts een van de instrumenten die worden ingezet. Ook kennis, bestuurlijke afspraken en kaders worden ingezet. De huidige financiële rijkskaders (begroting) zijn randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van die rijksambities.

Een actualisatie van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid is nodig om de nieuwe aanpak vorm te geven. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende (wereldwijde) omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen die onder andere ontstaan omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. Deze structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het Rijk is verantwoordelijk voor een goed systeem van ruimtelijke ordening inclusief zorgvuldige, transparante ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dat betekent dat het systeem zo ingericht moet zijn dat integrale planvorming en besluitvorming op elk schaalniveau mogelijk is en dat bestaande en toekomstige belangen goed kunnen worden afgewogen. Gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde zijn hier onderdeel van. Het gaat dan zowel om belangen die conflicteren als belangen die elkaar versterken. Bij nieuwe ontwikkelingen, aanleg en herstructurering moet in elk geval aandacht zijn voor de gevolgen voor de waterhuishouding, het milieu en het cultureel erfgoed.

Deze aspecten worden (zijn) in hoofdstuk 6 en de paragrafen 5.5 respectievelijk 2.2.3 behandeld.

4.1.2

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (welke in ontwerp tot 30 september 2019 ter inzage heeft gelegen) is een onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk tot een strategische visie op de fysieke leefomgeving. Het doel is om alle onderdelen van de fysieke leefomgeving met elkaar in samenhang te brengen. Ook gemeenten en provincies maken een omgevingsvisie vanwege deze nieuwe wet. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) richt zich op onderstaande vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe de fysieke leefomgeving wordt ingericht. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de | bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 2 5

noodzakelijke keuzes.

Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie Het klimaat verandert. De gevolgen hiervan worden steeds duidelijker merkbaar. Denk aan de steeds drogere zomers, de hevigere regenval en stijgende zeespiegel. Op deze en andere gevolgen van de klimaatverandering moet tijdig worden ingespeeld. Tegelijkertijd moet de overstap worden gemaakt naar duurzame energie. Het is de bedoeling dat ons land in 2050 een duurzame energievoorziening heeft. Iedereen draagt hier zelf aan bij door bijvoorbeeld zoveel mogelijk woningen aardgasvrij te maken. Maar er zullen ook aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld met windenergie, die moeten worden ingepast in het landschap. Mensen in de omgeving moeten ook voordelen ervaren van geplaatste windmolens.

De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden Nederland heeft een sterke internationale concurrentiepositie. Vanuit die positie wordt gewerkt aan een nieuw economisch verdienmodel dat duurzaam is en circulair. Door grondstoffen te hergebruiken in de bouw bijvoorbeeld. De overstap naar duurzame energie en het zorgen voor een gezond milieu zijn belangrijk. Ook zullen bedrijven zich hier goed moeten kunnen vestigen met voldoende ruimte voor bedrijvigheid. Daarvoor is het van belang om alle verschillende aspecten te betrekken die hierbij een rol spelen, zodat duurzaam geld verdiend kan blijven.

Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken Veel mensen zijn op zoek naar een geschikte, betaalbare woning. Iedereen wil graag wonen in een prettige omgeving. Een omgeving met voldoende groen en met aandacht voor veiligheid en gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan groen en fonteinen op plekken waar het erg warm kan worden (hittestress). Tegelijkertijd is het belangrijk dat de woningen goed bereikbaar zijn door goede fiets- en wandelpaden en aansluiting op het wegennet en het openbaar vervoer. Kortom, het gaat niet alleen om voldoende woningen, maar ook om een aantrekkelijke woonomgeving.

Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen In sommige regio’s staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is daar sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als het waterpeil omhoog wordt gebracht, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd moeten de kwaliteiten van het landschap worden behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege het cultureel erfgoed.

In hoofdstuk 3 van onderhavige plantoelichting zijn de aspecten duurzaamheid, kwaliteit van leefomgeving, bereikbaarheid, groen en water uitgebreid aan de orde gesteld. Tevens in relatie met hoofdstuk 5 kan gesteld worden dat in onderhavig bouwproject voldoende aandacht is voor de afwegingen die op basis van (het ontwerp van) de nationale omgevingsvisie dienen te worden gemaakt.

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 2 6

4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat: 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. In casu is er sprake van een toevoeging van 5 woningen, hetgeen geen stedelijke ontwikkeling betreft en daarom is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing.

4.1.4

Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro)

In het Barro zijn een aantal onderwerpen opgenomen waarvoor het rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ruimtelijke regels stelt: rond rijksvaarwegen wordt ruimte geborgd voor de veiligheid van scheepvaart; rond de Maastakken wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige rivierverruiming; rond verschillende hoofdwegen en op enkele locaties wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet; op verschillende locaties wordt ruimte gereserveerd voor (kern)energiecentrales en zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard; de provincies wordt opgedragen de ecologische hoofdstructuur te beschermen; primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming; in het IJsselmeer wordt verstedelijkingsruimte beperkt mogelijk gemaakt; het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes worden ruimtelijk beschermd; rond militaire radarposten worden voorwaarden gesteld aan windmolens en hoge bebouwing. Voor een aantal van de genoemde Barro-onderwerpen, waaronder de uitbreiding van het hoofdwegennet, het hoofdspoorwegennet en de militaire radars, geldt dat de regels worden uitgewerkt in de Rarro. Op onderhavig project werken geen van de in het Barro genoemde rijksbelangen rechtstreeks door.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014

Op 12 december 2014 is het nieuwe provinciaal omgevingsplan Limburg vastgesteld. Belangrijke principes in dit nieuwe omgevingsbeleid zijn: 1. Kwaliteit. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’, het bieden van ruimte voor verweving van functies, in

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 2 7

kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Het instrument van het Limburgs Kwaliteitsmenu is overgedragen aan gemeenten. 2. Algemene principes voor duurzame verstedelijking. De ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. 3. Uitnodigen. De manier waarop de provincie samen met de partners het voortreffelijke leefen vestigingsklimaat willen realiseren. Met instrumenten op maat en ruimte om te experimenteren. De Provincie wil hierbij selectief zijn: het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen. Voor wat betreft de projectlocatie geeft het POL 2014 aan dat de omgeving getypeerd kan worden als overgangsgebied tussen 'overig bebouwd gebied'.

Figuur: uitsnede uit POL-kaart

Het betreft gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorps karakter. Transformatie naar woningbouw dient samen te gaan met kwaliteitsverbetering, herstructurering en waar nodig sloop. Dynamisch voorraadbeheer betekent ook dat er slechts ruimte is voor nieuwe toevoegingen aan de voorraad als deze echt kwaliteit toevoegen en samengaan met het schrappen van slechte voorraad. Noord-Limburg kenmerkt zich door een aantrekkelijk woon- en leefklimaat waar mensen zich prettig voelen. Er dient een transformatie van de bestaande woningvoorraad plaats te vinden, aangezien er nauwelijks bevolkingsgroei meer is. Daarbij zal primair worden gekozen voor inbreiding, aanpassing en functieverandering en slechts beperkte uitbreiding in de nabijheid van kleine kernen. Uitbreiding via uitleggebieden slechts in zeer uitzonderlijke gevallen, met als uitgangspunt bouwen voor eigen behoefte. Kwantitatief ligt er dus een aanzienlijke opgave om ervoor te zorgen dat de woningmarkt aansluit bij de demografische ontwikkeling. Het hoogtepunt van de regionale huishoudensgroei (basis voor de behoefte aan het aantal woningen) wordt inmiddels in 2036 (aldus 'Progneff 2019 Update'). Noord-Limburg kenmerkt zich door een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. De

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 2 8

ambities en uitgangspunten uit het POL2014 zijn vastgelegd in de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 en in gemeentelijke visies, waarbij met name het Dorpsontwikkelingsplan Merselo de behoefte aan nieuwe woningen in deze kern laat zien.

Omdat er sprake is van een locatie gelegen binnen het bebouwd gebied (ook in de feitelijke bebouwde kom), er al sprake is van een woonbestemming, de nieuwe ontwikkeling van hoogwaardige kwaliteit is, waarbij een landelijke bouwstijl wordt gebruikt (zoals in hoofdstuk 3 al aan de orde is gekomen) en er gebouwd wordt voor de eigen behoefte binnen Merselo, is er geen strijdigheid met het POL 2014.

4.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014

De Omgevingsverordening Limburg is in 2014 gewijzigd vanwege de vaststelling van het POL 2014, waarin was bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening zou worden toegevoegd. Dat hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Limburg heeft betrekking op 'wonen' en kent de volgende bepalingen: 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. 2. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. 3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen. 4. Het derde lid is niet van toepassing indien: a.

er sprake is van een door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg; en b. het ruimtelijk plan voldoet aan het bepaalde in de vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. 5. De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het vierde lid. 6. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat tevens een verantwoording van de bijdrage die met de vaststelling van dat ruimtelijk plan wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen. In dit kader zijn de leden 1, 5 en 6 van toepassing. Zoals in paragraaf 4.3 (Regionale Woonvisie | bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 2 9

Noord-Limburg 2020-2024) van onderhavige plantoelichting is vermeld, is er in casu sprake van bouwen naar reële behoefte en worden woningen toegevoegd die qua kwaliteit, woningomvang en perceelsomvang beantwoorden aan een feitelijk aanwezige behoefte en tevens qua prijzen marktconform zijn. Voor het plangebied zijn er verder geen beperking opgenomen. Het project is dan ook niet strijdig met de Omgevingsverordening Limburg 2014.

4.2.3

Provinciale Omgevingsvisie

De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In de Omgevingsverordening legt de Provincie regels vast voor onder meer natuur, milieu, (grond-)water, ontgronding, wegen, ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische bedrijven). Naar verwachting zullen het ontwerp van de Omgevingsvisie (waarvoor het POL 2014 richtinggevend zal zijn) en het ontwerp van de bijbehorende Omgevingsverordening in mei 2020 ter inzage worden gelegd; een concept is er op dit moment nog niet.

4.2.4

Provinciale Woonvisie

Gedeputeerde Staten hebben op 1 februari 2011 de provinciale woonvisie vastgesteld. Het doel van de provinciale woonvisie is samen met alle woonregio's in Limburg te bereiken dat de juiste woningen op de juiste plaats en op het juiste moment beschikbaar komen. Het is een uitwerking van het provinciale coalitieprogramma “Investeren in Steden en Dorpen”. De provinciale woonvisie behandelt met nadruk de bovenlokale en bovenregionale sturing van de woningmarktontwikkeling tegen de achtergrond van de veranderende demografische context en op kwalitatieve aandachtspunten. Op basis van de provinciale en regionale woonvisies en met gebruikmaking van de regionale woonvisies, actuele onderzoeken en monitoring wil de provincie Limburg bestuurlijke afspraken gaan maken over de woningbouwprogramma's.

| bestemmingsplan Grootdorp 35 Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 3 0

4.3

Regionaal beleid

Op 22 september 2020 heeft de gemeente Venray de nieuwe Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 vastgesteld. Deze woonvisie geeft richting aan het woonbeleid voor de komende 4 jaar. Het is de 2e visie die door de 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid is opgesteld. In deze visie wordt teruggekeken naar de vorige visie: waar komen we vandaan en wat willen we meenemen naar de nieuwe visie. En zijn er ook zaken die veranderd zijn? Het 'wonen’ is steeds meer verweven met andere beleidsvelden in het economische én het sociaal domein. In het hoofdstuk 'analyse: trends en ontwikkelingen' wordt aangegeven wat de huishoudensontwikkeling is. Demografie blijft immers een belangrijke onderlegger voor het woonbeleid. Prognoses geven een handvat om in te spelen op de toekomstige ontwikkeling van onze bevolking. Hierbij gaat het zeker niet alleen om aantallen, maar ook om de samenstelling van onze bevolking. Uit de analyse die inzicht geeft in de sterke en zwakke segmenten van de woningvoorraad, blijkt dat de aandacht met name moet uitgaan naar de bestaande voorraad. Ook zijn allerlei trends en ontwikkelingen die de context waarbinnen wordt gewerkt, beïnvloeden en de druk op de leefbaarheid vergroten. Denk hierbij aan grote ontwikkelingen zoals de energietransitie en de vergaande extramuralisering van de zorg.

Vanuit deze analyse is er dan ook een aantal opgaven dat kan worden samengevat in: Mismatch woningbehoefte en woningvoorraad: Het gaat hierbij om zowel de bestaande woningvoorraad, als nieuwbouw. Er wordt geconstateerd dat de samenstelling van onze bevolking verandert. Men wordt ouder en er is een grote toename van het aantal 1-persoonshuishoudens. Dit brengt een andere woonvraag met zich mee. Deze vraag sluit maar deels aan op wat we in de bestaande voorraad hebben. De opgave ligt dan ook bij het aanpassen van de bestaande voorraad. De nieuwbouw die wordt toegevoegd dient toegespitst te worden op de toekomstige woningbehoefte. Hierbij wordt nog meer dan voorheen gekeken naar de kwalitatieve vraag en het bevorderen van de doorstroming op de regionale woningmarkt. Bij nieuwbouw is de kwalitatieve toets daarom leidend en in mindere mate de kwantitatieve toets. Zoektocht om alle doelgroepen een plek te geven binnen onze woningmarkt: In onze regio komen verschillende doelgroepen nadrukkelijker naar voren. Die moeten allemaal een plek krijgen binnen onze woningmarkt en maatschappij. Denk hierbij aan zorgdoelgroepen (vanuit beschermd wonen naar de reguliere woningmarkt) en internationale werknemers die zich hier voor langere tijd willen vestigen. Voor een deel zijn bijzondere doelgroepen afhankelijk van de sociale huursector. De druk op dit segment lijkt dan ook toe te nemen.

Niet alleen qua aantallen, maar juist door een concentratie van mensen die door allerlei oorzaken hun weg maar moeilijk kunnen vinden in onze maatschappij. Dit brengt druk op de leefbaarheid met zich mee. Toets aan regionale Woonvisie: Het woningbouwproject zoals beschreven in paragraaf 3.1 van deze plantoelichting heeft consequenties voor de woningvoorraad in die zin dat er 5 woningen worden toegevoegd. Twee van de in totaal zes woningen worden gerealiseerd op de locatie van bestaande bebouwing welke aan sanering toe is. De geplande aaneengesloten woningen zijn geschikt voor het huisvesten van alle doelgroepen welke op zoek zijn naar een woning in een (qua prijs) gemiddeld doch kwalitatief heel mooi segment; de ligging op relatief korte afstand van stedelijke voorzieningen is daarbij een pre. Het project is derhalve passend in de gedachtengang zoals verwoord in de regionale Woonvisie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9921591/1