CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Toelichting

Gemeenteraad 27 september 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Overloonseweg 67 Venray16.223 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN “Overloonseweg 67 Venray” NL.IMRO.0984.BP22006-va01 Vastgesteld

Document:

Bestemmingsplan “Overloonseweg 67 Venray”

IDN:

NL.IMRO.0984.BP22006-va01

Status:

Vastgesteld

Datum:

27 september 2022

Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

INHOUDSOPGAVE

1 INLEIDING ............................................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan....................................................................................................................................... 3 1.2 Ligging van het plangebied ........................................................................................................................................................................... 4 1.3 Vigerend bestemmingsplan ......................................................................................................................................................................... 5 2 HUIDIGE SITUATIE............................................................................................................................................... 7 2.1 Algemeen........................................................................................................................................................................................................... 7 2.2 Ruimtelijke structuur ....................................................................................................................................................................................

8 2.3 Functionele structuur.................................................................................................................................................................................... 8 3 BEOOGDE SITUATIE.......................................................................................................................................... 10 3.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan .................................................................................................................................. 11 3.2 Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten ........................................................................................................................................ 12 4 BELEIDSKADER .................................................................................................................................................... 14 4.1 Rijksbeleid ....................................................................................................................................................................................................... 14 4.2 Provinciaal beleid ..........................................................................................................................................................................................

16 4.3 Gemeentelijk beleid..................................................................................................................................................................................... 19 5 RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ................................................................... 24 5.1 Milieuaspecten ............................................................................................................................................................................................... 24 5.2 Externe veiligheid ......................................................................................................................................................................................... 30 5.3 Water ............................................................................................................................................................................................................... 31 5.4 Kabels, leidingen en straalpaden.............................................................................................................................................................. 32 5.5 Natuur ..............................................................................................................................................................................................................

33 5.6 Archeologie en cultuurhistorie................................................................................................................................................................ 35 5.7 Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................... 36 5.8 Niet-gesprongen explosieven .................................................................................................................................................................. 37 5.9 Duurzaamheid ............................................................................................................................................................................................... 38 6 JURIDISCHE ASPECTEN.................................................................................................................................... 39 6.1 Toelichting op de verbeelding.................................................................................................................................................................. 39 6.2 Toelichting op de planregels..................................................................................................................................................................... 39

Vastgesteld

1

7 UITVOERBAARHEID .......................................................................................................................................... 41 7.1 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................................................................................. 41 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................................................................................................... 41 8 PROCEDURE ......................................................................................................................................................... 43 BIJLAGEN Bijlage 1: AERIUS-berekening Separate bijlagen: § Verkennend bodemonderzoek (M & A Bodem & Asbest) § Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (M & A Omgeving) § Quickscan flora & fauna (M & A Omgeving)

Vastgesteld

2

1 INLEIDING

1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Bij de gemeente Venray is door initiatiefnemer een verzoek ingediend voor het vervangen van de vrijstaande woning Overloonseweg 67 in Venray door een nieuw pand met daarin twee woningen. De percelen waarop deze vervangende nieuwbouw is beoogd staan kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie C, nummers 9654, 10843, 11027 en 11028. Deze herontwikkeling van de locatie is bedoeld om twee levensloopbestendige woningen te realiseren waarvan in één de initiatiefnemer zelf kan gaan wonen en de tweede verhuurd kan worden. Aan levensloopbestendige woningen (woningen waarin voorzieningen zijn aangebracht die het mogelijk maken de woning te bewonen als iemand minder goed ter been is) blijkt in Venray een grote behoefte. Met de herontwikkeling van de locatie wordt op kleine schaal aan deze behoefte voldaan.

Afbeelding 1. Ligging en omgeving plangebied

Conform het huidige gebruik als woning is de locatie in het bestemmingsplan “Venray” bestemd als ‘Wonen’ en daarbij, samen met twee naastgelegen woningen, voorzien van een bouwvlak waarbinnen drie woningen zijn toegestaan. Het toevoegen van woningen is op basis van het bestemmingsplan niet toegestaan. Bij de gemeente Venray is door initiatiefnemer een verzoek ingediend om de herontwikkeling van de locatie toch mogelijk te maken om enerzijds te voldoen aan de eigen woonwensen en anderzijds te voldoen aan de plaatselijke behoefte aan levensloopbestendige woningen. Ten slotte betekent de herontwikkeling een kwaliteitsverbetering doordat oude, versleten bebouwing wordt vervangen door nieuwe bebouwing.

Vastgesteld

3

De gemeente Venray vindt dit een passende herontwikkeling voor deze locatie en heeft hieraan daarom in principe haar medewerking verleend om op de locatie een extra woning mogelijk te maken. Om de extra woning juridisch-planologisch vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld. Door middel van dit bestemmingsplan blijft de locatie bestemd als ‘Wonen’, wordt het bouwvlak losgekoppeld van de twee naastgelegen woningen en worden voor het eigen deel van het bouwvlak niet één, maar twee woningen mogelijk gemaakt.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen behorende bij de woningen Overloonseweg 67, 65d en 65c. Alleen de woning Overloonseweg 67 wordt herontwikkeld, de andere twee woningen blijven ongewijzigd in stand. Doordat deze twee woningen in planologisch opzicht onderdeel uitmaken van hetzelfde bouwvlak en in het kader van onderhavig bestemmingsplan het bouwvlak van deze twee woningen wordt losgekoppeld van het bouwvlak van de woning Overloonseweg 67 maken deze twee woningen formeel wel onderdeel uit van het plangebied. Aangezien de herontwikkeling echter uitsluitend betrekking heeft op de woning Overloonseweg 67 wordt er verder niet ingegaan op de twee te behouden woningen in dit bestemmingsplan. De woning Overloonseweg 67 ligt ten noorden van het centrum van Venray, in de bebouwde kom. De Overloonseweg verzorgde van oudsher een verbinding tussen Venray en Overloon, maar deze functie heeft de weg, met de aanleg van de Nieuwe Overloonseweg en de ontwikkeling van de woonwijk Brabander, verloren. Aan de Overloonseweg is sprake van een bebouwingslint. Ten westen grenst dit bebouwingslint aan de woonwijk Brabander en ten oosten aan het bosrijke Sint Annaterrein.

Afbeelding 2. Luchtfoto woning Overloonseweg 67 en omgeving

Vastgesteld

4

Van oorsprong betrof de woning Overloonseweg 67 een boerderij, maar met de uitbreiding van Venray heeft het pand de agrarische functie al lange tijd geleden verloren en is de woning een burgerwoning geworden. Het bebouwingslint is heden ten dage nagenoeg volledig in woongebruik. Met de realisatie van de woonwijk Brabander aan de achterzijde van de betreffende woning is de woonfunctie alleen maar uitgebreid.

1.3 Vigerend bestemmingsplan De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Venray” van de gemeente Venray (vastgesteld d.d. 19 september 2017) en is hierin volledig bestemd als ‘Wonen’ en tevens voorzien van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – radarverstoringsgebied’. Daarnaast is een klein deel van de locatie tevens bestemd als ‘Waarde – Archeologie 4’. Samen met de woningen Overloonseweg 65c en 65d deelt de huidige woning een bouwvlak welke is voorzien van de aanduidingen ‘maximum aantal wooneenheden: 3’ en ‘maximum goothoogte: 6 m’.

Afbeelding 3. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Venray”

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een beroep aan huis. Voor hoofdgebouwen geldt dat deze binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak dienen te worden gebouwd. Gezien de opgenomen maatvoeringsaanduidingen mag dit bouwvlak worden bebouwd met drie hoofdgebouwen (te weten drie vrijstaande, geschakelde, twee-aaneengebouwde, aaneengebouwde of patiowoningen), elk met een goothoogte van maximaal 6 meter.

Vastgesteld

5

De gronden die aangewezen zijn als ‘Waarde – Archeologie 4’ zijn, behalve voor de daar voorkomende hoofdbestemming, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied. Het initiatief voor het herontwikkelen van de locatie past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het plangebied is weliswaar bestemd als ‘Wonen’ en voorzien van een bouwvlak. Echter binnen dit bouwvlak zijn slechts drie woningen toegestaan. Dit houdt in dat het momenteel niet mogelijk is om de bestaande woning te vervangen door twee woningen (waarmee het totale aantal woningen binnen het bouwvlak dus vier woningen zal bedragen).

Vastgesteld

6

2 HUIDIGE SITUATIE

2.1 Algemeen In dit hoofdstuk is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hierbij komen de aanwezige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en de omgeving aan bod. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Venray, ten noorden van het centrum, aan de Overloonseweg. De kern Venray is met circa 28.000 inwoners veruit de grootste kern van de gelijknamige gemeente Venray.

Afbeelding 4. Huidige woning Overloonseweg 67 in bebouwingslint van de Overloonseweg

Afbeelding 5. Huidige staat woning Overloonseweg 67

Afbeelding 6. Woning Overloonseweg 67 gezien vanaf de Laagheidseweg

Het plangebied behelst de bestaande vrijstaande woningen Overloonseweg 67, 65c en 65d. Deze woningen maken onderdeel uit van de lintbebouwing van de Overloonseweg. Uitsluitend de woning Overloonseweg 67 zal worden herontwikkeld. Dit betreft een voormalig boerderijpand met mansardekap met haaks op de achtergevel een

Vastgesteld

7

voormalig stalgedeelte. Naast de woning staat nog een klein vrijstaand bijgebouw. Direct ten noorden van de woning sluit de Laagheidseweg aan op de Overloonseweg. De woning zelf wordt thans uitsluitend ontsloten via de Overloonseweg. Door de ligging aan de rand van de nieuwe woonwijk Brabander liggen rondom betreffende woning voornamelijk nieuwere, ruime woningen. Ook de woningen Overloonseweg 65c en 65d betreffen dergelijke woningen.

2.2 Ruimtelijke structuur De woning Overloonseweg 67 maakt in ruimtelijk opzicht onderdeel uit van de wijk Brabander in Venray. Uitgangspunt voor de stedenbouwkundige opzet van deze wijk vormde de overgang van het beekdal van de Loobeek in het westen naar de hoger gelegen stuifzandgronden waarop bos groeide in het oosten. De onderliggende landschapskarakteristiek diende als thema voor het toen nog te ontwikkelen woongebied. Oude landwegen en beplantingsstructuren zijn inmiddels als identiteitsdragers in de wijk herkenbaar. De oude structuur is daarmee behouden en de wegen zijn vertaald naar ruimtelijke dragers voor natuur en recreatieve functies, respectievelijk verkeersontsluiting en woonfuncties. De thematisering van de woonwijk is gericht op het wonen in bos of tussen bomen. Reeds bestaande bospercelen en beplantingsstructuren zijn tot herkenbare eenheden gevormd. In openbaar en op particulier terrein zijn en worden bomen geplant, zodat een sterke ruimtelijke ervaring van bomen in een bosachtige omgeving wordt gecreëerd.

Afbeelding 7. Impressie Overloonseweg

Afbeelding 8. Aansluiting Laagheidseweg op Overloonseweg

De Overloonseweg vormt een belangrijke structuurdrager van de wijk Brabander, dit bebouwingslint betreft de oostelijke grens van de wijk. Het bosgebied op het Sint Annaterrein aan de overzijde van Overloonseweg en de laanbeplanting hebben in sfeer en beeld een groot aandeel in de karakteristiek tussen het wonen te midden van bomen. Het plangebied is gericht op de Overloonseweg, maar wordt aan de noordzijde begrensd door de Laagheidseweg, eveneens een belangrijke structuurdrager in dit deel van de wijk Brabander. Aan de Laagheidseweg liggen diverse doodlopende zijwegen met daaraan woningen.

2.3 Functionele structuur Dit deel van de Brabander bestaat vooral uit vrijstaande woningen en tweekappers. Omdat er geen specifieke eisen gelden voor de verschijningsvorm van de woningen en de Overloonseweg zelf van oudsher een belangrijke ontsluitingsweg was

Vastgesteld

8

met lintbebouwing, is de diversiteit van bebouwing uit verschillende perioden, met verschillende woningtypen, architecturale vormgeving en materialisatie een wezenlijk kenmerk van de omgeving.

Afbeelding 9. De woningen Overloonseweg 65d, 65c en 67

Afbeelding 10. Woonzorgcomplex Sint Annaterrein

In functionele zin is het plangebied en omgeving primair te kwalificeren als een rustig woongebied. In de nabijheid van het plangebied bevindt zich één bedrijfsfunctie in de vorm van een stucadoorsbedrijf. Aan de overzijde van de weg, achter de aldaar gelegen woningen, bevindt zich het voormalig psychiatrisch instituut “Vincent van Gogh” op het Sint Annaterrein. Op de hoek van de Overloonseweg en de Noordsingel liggen nog twee woonzorgcomplexen die ooit behoorde tot het psychiatrisch instituut.

Vastgesteld

9

3 BEOOGDE SITUATIE Initiatiefnemer heeft specifieke woonwensen en kiest daarom voor nieuwbouw. De nieuwe woning dient levensloopbestendig te worden uitgevoerd zodat de woning bewoond kan blijven mocht de bewoner minder goed ter been worden. De woning dient voldoende ruim te zijn met daarbij eveneens een ruim bijgebouw en de woning dient te voldoen aan de huidige strenge standaarden op het gebied van wooncomfort, energiezuinigheid en duurzaamheid. Ten slotte dient de nieuwe woning met respect voor de omgeving te worden vormgegeven en vindt initiatiefnemer het wonen in het groen enorm belangrijk. Initiatiefnemer heeft de woning Overloonseweg 67 op een ruim perceel (oppervlakte circa 1.300 m2) verworven met als doel om in plaats van de huidige woning twee levensloopbestendige woningen te realiseren; één woning voor zichzelf en een tweede woning om te verhuren. Op basis van de wensen en eisen van initiatiefnemer is een bouwplan ontworpen voor de herontwikkeling van het plangebied. Het bouwplan krijgt vorm door één bouwmassa waarbinnen twee woningen worden gerealiseerd. De eigen woning betreft de helft van de begane grondlaag en de volledige bovenverdieping en wordt ontsloten via een te realiseren aansluiting op de Laagheidseweg. Achter de woning, op de plek van het huidige stalgedeelte, komt een bijgebouw.

Centraal in de woning wordt een lift gerealiseerd zodat deze woning levensloopbestendig is, ondanks dat er primaire woonfuncties op de verdieping worden gerealiseerd. De huurwoning betreft de andere helft van de begane grondlaag en zal worden ontsloten via een aansluiting op de Overloonseweg. Naast de woning komt een bijgebouw. De woning bestaat uit twee bouwlagen en wordt afgewerkt met een kap. Rondom de woning, in de tuin, worden groene elementen aangebracht in de vorm van groene erfafscheidingen (hagen) en andere vormen van (tuin)beplanting. Bestaande opgaande bomen in de huidige tuin zullen behouden blijven.

Afbeelding 11. Voorlopig bouwplan vervangende nieuwbouw Overloonseweg 67

Vastgesteld

10

3.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het mogelijk maken een extra woning op de locatie Overloonseweg 67 mogelijk te maken. Totaal dienen er twee woningen op de plek van de huidige woning te worden gerealiseerd. Het bestemmingsplan biedt het planologisch-juridisch kader waar zowel initiatiefnemer als de gemeente zich aan dienen te conformeren ten tijde van vergunningverlening, maar ook tijdens het bouwen en het daadwerkelijk gebruiken van de nieuwe woningen. Bij de opstelling van dit bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: § Het bestemmingsplan dient een adequate en duidelijke regeling te bevatten voor de realisatie van in totaal twee woningen op het ruime perceel; § De huidige woning zal daarbij volledig worden gesloopt; § De woning Overloonseweg 67 deelt hetzelfde bouwvlak met de naastgelegen woningen Overloonseweg 65c en 65d. Deze twee woningen maken geen onderdeel uit van de voorstaande vervangende nieuwbouw. Het bouwvlak van deze twee woningen dient daarom losgekoppeld te worden van het bouwvlak van de woning Overloonseweg 67.

De mogelijkheden voor deze twee woningen dienen daarbij gelijk te blijven aan de mogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan biedt; § Op de plek van de huidige woning, binnen de grenzen van het huidige bouwvlak, zullen twee levensloopbestendige woningen worden opgericht; § De twee te realiseren woningen worden aan elkaar gebouwd waarbij de bovenverdieping van de ene woning over de andere woning wordt uitgevoerd. Betreffende woningen zijn dan ook aan te merken als twee-aaneengebouwde woningen. Een twee-aangebouwde woning betreft immers een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee woningen die met het hoofdgebouw aan elkaar zijn gebouwd. Om te voorkomen dat andere type woningen worden gerealiseerd (bijvoorbeeld vrijstaande of gestapelde woningen) dient geborgd te worden dat uitsluitend tweeaaneengebouwde woningen zijn toegestaan; § Het bouwplan voorziet in een kleine verspringing in de voorgevel van het nieuwe pand. Deze verspringing dient planologisch te worden geborgd door deze verspringing door te voeren in het bouwvlak; § De goothoogte van de nieuwe woningen bedraagt maximaal 6 meter, net zoals in de huidige situatie, op basis van het vigerende bestemmingsplan, reeds is toegestaan; § Op eigen terrein c.q.

binnen het plangebied worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om de voorzien in de eigen parkeerbehoefte, gebaseerd op het gemeentelijke parkeerbeleid; § Op eigen terrein c.q. binnen het plangebied worden passende voorzieningen gerealiseerd om overtollig hemelwater op eigen terrein te bergen en infiltreren, gebaseerd op de gemeentelijke infiltratienormen; § De geldende gebiedsaanduidingen uit het vigerende bestemmingsplan dienen opnieuw te gelden; § De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ kan van het plangebied worden verwijderd; § Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Venray dient het onderhavige bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij het bestemmingsplan “Venray”, zoals dat thans voor het plangebied geldt. De uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin het gehele plangebied nog steeds bestemd is als ‘Wonen’. In plaats van één bouwvlak is het bouwvlak echter opgedeeld in twee delen; een bouwvlak voor de woningen Overloonseweg 65c en 65d en een bouwvlak voor de woning Overloonseweg 67. Voor beide bouwvlakken geldt nog steeds een maximale goothoogte van 6 meter. Het aantal woningen bedraagt per bouwvlak twee stuks (daarmee bedraagt het totale aantal woningen niet drie maar vier en is er dus één extra woning mogelijk ter plaatse van de woning Overloonseweg 67).

Door de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – twee-aaneengebouwd’ op de plek van de woning Overloonseweg 67 zijn op dit bouwvlak alleen twee-aaneengebouwde woningen toegestaan. Het nieuwe bouwvlak voor de woning Overloonseweg 67 is nagenoeg gelijk aan het huidige bouwvlak, alleen de voorgevelrooilijn is gewijzigd. De verspringing van de voorgevel van het nieuwe pand is daarmee geborgd.

Vastgesteld

11

Het gehele plangebied is daarnaast nog steeds voorzien van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – radarverstoringsgebied’ zoals dat in het vigerende bestemmingsplan reeds het geval is. In de planregels zijn voorwaardelijke bepalingen opgenomen dat zowel parkeren als hemelwaterinfiltratie op eigen terrein dient plaats te vinden.

3.2 Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten De herontwikkeling van de locatie, in de vorm van een vervangende nieuwbouw, bestaat uit het realiseren van twee wooneenheden welke zijn ontworpen als één woning. Het hoofdvolume van het woongebouw is in de lengte gesitueerd aan de Overloonseweg, waarbij de typologie en het karakter van het oude bebouwingslint is behouden. Door de (hoek)situering aan de Overloonseweg en de Laagheidseweg (kruispunt) is er gekozen voor een verspringing in de voorgevel. De iets terugliggende gevel aan de zijde van de Laagheidseweg zorgt voor een passende stedenbouwkundige korrel die de Laagheidsestraat inleidt vanuit de Overloonseweg. De nieuwbouw reageert hier passend op het kruispunt met het bebouwingslint en de secundaire straat. Het dak bestaat tevens uit twee schilddaken die met elkaar verbonden zijn waardoor ook een tweedeling in de gevel wordt gecreëerd. Daarnaast past het bouwvolume mooi tussen de buurpercelen door dezelfde goot- en bouwhoogte en woningstijl. Op stedenbouwkundig niveau ontstaat er door het toevoegen van massa een sterker accent van het kruispunt en daarmee meerwaarde voor het ruimtelijk beleid.

Afbeelding 12. Voorlopig bouwplan vervangende nieuwbouw Overloonseweg 67

De gevelcompositie van de moderne woning is asymmetrisch ontworpen waarbij een speels karakter is ontstaan. Bij deze compositie wordt er gebruik gemaakt van dieptewerking. Zo hebben de gevelopeningen en het horizontaal gevelaccent op de verdieping een grote neggemaat. Door het werken met niet-vlakke gevels ontstaan er grote gevelopeningen die een mooie relatie creëert tussen de binnen- en buitenruimte. Transparantie in de gevel is dan ook een belangrijk uitgangspunt. Met name de door openheid aan de achterzijde waarbij de leefruimte aan de tuinzijde is gepositioneerd.

Vastgesteld

12

De materialisering van het bouwplan zal tevens voor een passend beeld zorgen in de straat. Zo is traditioneel metselwerk het hoofdmateriaal van de moderne woning dat frequent terugkomt in het bestaande straatbeeld. Door gebruik van materiaalcontrasten (licht en donker) wordt het bouwvolume visueel verdeeld in gevelvlakken. Dit zorgt er voor dat het volume op het oog ook in grootte afneemt. Kortom, de nieuwbouw geeft een passende aansluiting op de bestaande omgeving. Het bouwplan wordt uitgevoerd in het groen zodat het bouwplan positief bijdraagt aan het groene karakter van de omgeving en de woonwijk Brabander en het klimaat. Het aanbrengen van beplanting draagt tevens bij aan een aangenaam verblijfklimaat. Bestaande bomen blijven daarbij behouden. Het herontwikkelen van het plangebied draagt dan ook positief bij aan het straatbeeld van de omgeving. Ten aanzien van het stedenbouwkundig en ruimtelijke aspect kan geconcludeerd worden dat sprake is van een verbetering van het straatbeeld.

Afbeelding 13. Situatie van het nieuwe bouwplan op perceel

Vastgesteld

13

4 BELEIDSKADER

4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;

Vastgesteld

14

2.

3.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: § Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; § Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; § Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; § Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Alhoewel de NOVI zich niet specifiek uit laat over dergelijke kleinschalige initiatieven betreft het een initiatief waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en waarbij er geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden.

Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met het initiatief worden geen van de andere belangen geschaad. In het plangebied is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, het initiatief is niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro.

4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

Vastgesteld

15

Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. De ladder is uitsluitend van toepassing als een ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt gerealiseerd. Het begrip “stedelijke ontwikkeling” is daarbij als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 18 december 2013, zaak nr. 201302867/1/R4), is het begrip woningbouwlocatie in de omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro niet nader gedefinieerd in het Bro.

Voorts ontbreekt in de nota van toelichting bij deze bepaling (Stb. 2012, 388) een toelichting op de definitiebepaling van het begrip stedelijke ontwikkeling. De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen in de bebouwde kom, een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3). Gelet hierop kan zeker geconcludeerd worden dat het oprichten van één extra woning in de bebouwde kom van Venray evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Er hoeft in dit geval dan ook niet aan de ladder getoetst te worden.

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg.’ Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). De omgevingsvisie is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: § Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk als in het bebouwde gebied; § Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); § Klimaatadaptatie en energietransitie.

Vastgesteld

16

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt vervolgens een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: § Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; § Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Het realiseren van twee levensloopbestendige woningen binnen de bebouwde kom past in het gemeentelijke woonbeleid. Op het gebied van wonen is de omgevingsvisie een op hoofdlijnen richtinggevend kader. De daadwerkelijke invulling wordt overgelaten aan regio’s en / of gemeenten. Het initiatief wordt hierna getoetst aan het regionaal c.q. het gemeentelijk beleid. De toevoeging van een extra woning is niet in strijd met de omgevingsvisie.

4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg is op 1 januari 2011 in werking getreden maar is in 2014 gewijzigd vanwege de vaststelling van het toenmalige POL2014, waarin was bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening zou worden toegevoegd. Dat hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de verordeningen Veehouderijen en Natura 2000 (van oktober 2013) en Wonen Zuid-Limburg (van juli 2013) opgenomen. Hiermee zijn alle verordeningen die betrekking hebben op het omgevingsbeleid ondergebracht in één document. Het hoofdstuk Ruimte heeft twee kenmerkende verschillen met de andere onderdelen van de verordening. In de eerste plaats bevat het hoofdstuk geen gedragsvoorschriften die gelden voor iedereen, maar uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Elders in de Omgevingsverordening wordt zeer incidenteel gebruik gemaakt van deze methodiek, maar het hoofdstuk Ruimte kent geen andere bepalingen dan opdrachten aan gemeentebesturen, die door de besturen in acht moeten worden genomen bij het vaststellen van bestemmingsplannen en bepaalde omgevingsvergunningen.

Het tweede verschil met de overige onderdelen van de Omgevingsverordening is dat de Wro slechts zeer beperkte mogelijkheden biedt om ontheffing te verlenen van een bepaling uit het hoofdstuk Ruimte. Artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Limburg heeft betrekking op 'wonen' en kent de volgende bepalingen: 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. 2. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving MiddenLimburg. 3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen. 4. Het derde lid is niet van toepassing indien: a. er sprake is van een door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg; en b.

het ruimtelijk plan voldoet aan het bepaalde in de vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. 5. De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de

Vastgesteld

17

6.

wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het vierde lid. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat tevens een verantwoording van de bijdrage die met de vaststelling van dat ruimtelijk plan wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen

Het betreft hier een zodanig kleinschalige ontwikkeling dat deze niet valt onder de definitie 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in artikel 2.2.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 en artikel 1.1.1 onder i, jo. artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro. Hierdoor is de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking in het kader van dit plan niet aan de orde. Verwezen wordt naar de motivatie zoals opgenomen in paragraaf 4.1.2. In dit kader zijn de leden 1, 5 en 6 van toepassing. Dit bouwplan voorziet in de realisatie van twee levensloopbestendige woningen in de plaats van één vrijstaande woning. Er zijn nog steeds te weinig woningen in dit specifieke segment van de Venrayse woningmarkt. Zoals in paragraaf 4.2.3 van onderhavige toelichting is vermeld, is de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg inmiddels vervangen door de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Geconcludeerd wordt dat het initiatief voldoet aan de uitgangspunten voor deze woonvisie. Voor het plangebied kent de verordening geen verdere beperkingen. Het initiatief is dan ook niet strijdig met de Omgevingsverordening Limburg 2014.

4.2.3 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De gemeente Venray heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas en Venlo en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Venray gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 105 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Venray de gestelde opgave ruim heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten.

Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: § Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; § Gekeken dient te worden naar koppelkansen; § Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van de kwetsbare woningoverschot; § Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; § De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; § Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen.

Vastgesteld

18

Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: § Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. § Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. § Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. § Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen. Met dit bestemmingsplan wordt beoogd zo veel mogelijk aan te sluiten bij de beleidsdoelen uit de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Dit bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om in de plaats van een sterk verouderde vrijstaande woning twee levensloopbestendige woningen te realiseren.

Er wordt gestreefd naar de ontwikkeling van woningen waar er binnen de Noord-Limburgse woningmarkt nog te weinig van zijn, zoals duurzame, energiezuinige (of zelfs energieneutrale), klimaatgeadapteerde en levensloopbestendige woningen. Ten slotte vervult één van de nieuwe woningen de directe woonwensen van initiatiefnemer zelf.

4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Toekomstvisie Venray 2030 Binnen de ‘Toekomstvisie Venray’ staat de vraag centraal hoe Venray eruit ziet in het jaar 2030. De toekomstvisie is tot stand gekomen op basis van de inbreng van ruim 1.500 inwoners van Venray. De gemeente Venray heeft voor de komende tien jaar de navolgende vijf concrete ambities geformuleerd: 1. zijn inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen met elkaar verbonden; Ambitie in het jaar 2030: Om deze eerste ambitie te realiseren zal de gemeente Venray de komende tien jaar op actieve wijze initiatieven stimuleren en ondersteunen die ontmoeting en verbinding tussen verschillende leeftijdsgroepen of culturele groepen tot stand brengen. 2. woon je groen en sociaal; Ambitie in het jaar 2030: Tot 2030 is nog sprake van een bevolkingstoename in Venray. Desondanks kan je de komende tien jaar in Venray voor elke levensfase een passende woning vinden. De mismatch tussen inwoners en het woningaanbod is verleden tijd en er is een gedifferentieerd aanbod aan woningtypes en woonmilieus. 3. zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu, voor nieuwe economische kansen; Ambitie in het jaar 2030: Hergebruik, recycling en het gebruik van herbruikbare materialen is in 2030 de norm, waardoor we zowel de grondstoffenvoorziening als onze milieu-impact beperken.

Bovendien hebben we in 2030 de verantwoordelijkheid genomen voor onze eigen energievoorziening en zijn we aan de slag met energiebesparing, opwekking van duurzame elektriciteit en het gebruik van duurzame warmte. De energietransitie zet zich nog voort tot 2050. Dan willen we energieneutraal zijn. 4. stroomt kennis, creativiteit en vernieuwing; Ambitie in het jaar 2030: In de digitale en geautomatiseerde economie van 2030 is de beroepsbevolking kleiner en de vraag naar hoogopgeleide kenniswerkers groter, zo is de verwachting. Een leven lang leren is noodzakelijk geworden. In 2030 is de regionale arbeidsmarkt versterkt vanuit de driehoek bedrijven, onderwijs en overheid. 5. is iedereen mobiel. Ambitie in het jaar 2030: Het bevorderen van de bereikbaarheid staat hoog op de gemeentelijke en regionale agenda. Venray heeft in 2030 een veilig, toegankelijk en betrouwbaar mobiliteitssysteem met, waar mogelijk, schone en stille mobiliteit.

Vastgesteld

19

De bovenstaande ambities zijn gebaseerd op een aantal trends en ontwikkelingen die geconstateerd zijn binnen de gemeente Venray. Deze trends en ontwikkelingen zijn: § andere invulling van de (schaarse) ruimte; § klimaatverandering en energietransitie; § nieuwe technologie; § langer leven; § nieuwe rolinvulling inwoners en overheid; § toenemende diversiteit; § veranderende economie. Ten aanzien van het thema wonen zijn wat betreft het initiatief geen nieuwe of afwijkende uitgangspunten geformuleerd. Het belang van een goede kwaliteit van woonomgeving en woningen, de aanwezigheid van werkgelegenheid en kwalitatief goede voorzieningen, wordt andermaal onderstreept. Met de visie op de gewenste toekomstrichting kan de gemeente Venray effectief sturing geven aan het proces van beleidsontwikkeling en prioritering. De thema’s die centraal staan zijn: 1. Venray is dorp en stad; 2. Venray is kennisintensief; 3. Venray zorgt voor elkaar; 4. Venray is levendig; 5. Venray voorziet in alle woonwensen. De gemeente wil voorzien in alle woonwensen en biedt daarbij de ruimte voor een gevarieerde en boeiende maatschappelijke omgeving.

Door een grote zorg voor het in stand houden en verbeteren van de bestaande woonwijken (soms in de vorm van herstructurering) beoogt de gemeente unieke woonmilieus creëren, waarin de bestaande sociale structuren en voorzieningen op een positieve wijze worden beïnvloed. Middels onderhavig initiatief wordt de woning Overloonseweg 67 herontwikkeld tot twee levensloopbestendige woningen. In de toekomstvisie worden weinig directe beleidsuitspraken gedaan over woningbouwontwikkelingen in de gemeente Venray. In ambitie 2 wordt geconstateerd dat Venray zich tot doel stelt dat er voor de diverse doelgroepen voldoende woningen beschikbaar zijn, welke energiezuiniger zijn dan gemiddelde woningen en welke ook levensloopbestendig zijn. Het vervangen van de huidige woning door twee woningen, waarbij duidelijk aandacht is voor levensloopbestendigheid en duurzaamheid, komt de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving ten goede en past goed bij de bestaande woningen in de omgeving en bij de woonwensen in Venray. Met het initiatief wordt ten slotte aangesloten bij het streven van gemeente Venray om te voorzien in alle woonwensen. De overeenkomsten tussen de resultante van onderhavig initiatief en de ambities uit de toekomstvisie maken dat het initiatief past in dit gemeentelijk beleidskader.

4.3.2 Omgevingsvisie Venray De gemeente Venray heeft, in het kader van de op handen zijnde Omgevingswet en door gewijzigde inzichten, op 2 november 2021 een nieuwe omgevingsvisie voor het grondgebied van de gemeente opgesteld. Daarin heeft de gemeente de nieuwe beleidsuitgangspunten voor ontwikkelingen in de gemeente opgenomen. De nieuwe omgevingsvisie biedt de basis van de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente en dient als ruimtelijk toetsingskader. In de omgevingsvisie wil de gemeente laten zien voor welke uitdagingen de gemeente staat en waar zij als gemeente naar toe willen in de toekomst. De omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: de Toekomstvisie

Vastgesteld

20

2030 "Venray loopt voorop". De omgevingsvisie is samen met de input van inwoners, ondernemers en verenigingen tot stand gebracht. De gemeente wil de belangrijke waarden van Venray beschermen en versterken. Daarbij wordt aan de hand van ambities rekening gehouden met verschillende opgaven zoals de klimaatverandering, de energietransitie en de woningbouw om het woningtekort op te lossen. Belangrijk vraagstuk daarbij is hoe de gemeente er over 10 jaar uit zal zien. De ambities spelen een rol in ontwikkelingen binnen de verschillende deelgebieden. Het plangebied is gelegen binnen de zogenaamde ‘woongebieden’. Binnen de woongebieden staat een fijn woonklimaat voorop. Over een aantal jaar dienen de woongebieden in Venray veranderd te zijn in groene wijken waar jong en oud over een woning beschikken die past bij hun levensfase en levensstijl. De gemeente Venray zet in op het oplossen van het urgente woningtekort en het verhogen van de woonkwaliteit. Dit wil de gemeente realiseren door te versnellen, vergroten, veranderen en verduurzamen. § Versnellen doet de gemeente door proactief de voortgang van alle woningbouwplannen (bestaande en nieuwe) te bewaken en waar nodig actie te ondernemen om de uitvoerbaarheid te verhogen. De gemeente bevordert de mogelijkheid van de starterslening.

§ Vergroten van de bouwproductie door de komende 10 jaar 1.500 woningen bij te bouwen (gemiddeld circa 150 per jaar). De eerste jaren wordt een inhaalslag gemaakt door minimaal 200 woningen per jaar te realiseren. § Veranderen doet de gemeente door vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Dit wordt bereikt door onder andere het uitvoeren van een kwalitatief woningbehoefteonderzoek. Hierdoor ontstaat er een goed beeld van de behoefte aan type woningen in de toekomst. Veranderen doet de gemeente ook door: het aanpakken van leegstand in het centrum, meer sociale of middeldure huurwoningen, meer nultredenwoningen, meer variatie door bijzondere woon- en zorgvormen (bijvoorbeeld woonhofjes) en de huisvesting van bijzondere doelgroepen. § Verduurzamen van de bestaande woningen door huiseigenaren te stimuleren tot het doen van duurzame investeringen (bijvoorbeeld isoleren). Bij ‘gasloze’ nieuwbouw wordt gekozen voor collectieve oplossingen (zoals collectieve warme koude opslag) of individuele oplossingen (zonnepanelen en warmtepomp). De zogenaamde BENG norm is hiervoor het uitgangspunt. Het initiatief sluit aan bij de omgevingsvisie. Het initiatief vindt ten eerste plaatse in een woongebied, waar een fijn woonklimaat voorop staat. Nieuwe woningen zijn hier daarom passend. Ten tweede streeft de gemeente naar het oplossen van het woningtekort.

Door het toevoegen van één woning wordt (op kleine schaal) bijgedragen aan dit woningtekort. Met het initiatief wordt ingezet op nultredenwoningen zodat geschikte woningen worden gerealiseerd voor ouderen. Ten slotte draagt het initiatief bij aan een duurzaam Venray en een groene wijk. 4.3.3 Omgevingsprogramma Wonen 2022-2026 Op 15 februari 2022 heeft de gemeenteraad van de gemeente Venray het Omgevingsprogramma Wonen 2022-2026 vastgesteld. In het Omgevingsprogramma Wonen staat hoe Venray zich wil blijven ontwikkelen als een fijne gemeente om te wonen. Op hoofdlijnen wordt richting gegeven aan de verschillende belangrijke vraagstukken rondom het wonen. Venray staat voor grote opgaven op het gebied van het wonen. De druk op de woningmarkt is groot, wachttijden voor sociale huurwoningen lopen op. En door prijsstijgingen in de koopsector is een koopwoning voor mensen met een lager en middeninkomen steeds minder bereikbaar. Volgens recente prognoses zal de bevolking en het aantal huishoudens in Venray in de komende jaren blijven toenemen. De veronderstelde krimp van de bevolking verschuift naar later. Daarnaast verandert de samenstelling van de bevolking: ook in de gemeente Venray is sprake van vergrijzing.

Vastgesteld

21

Maar de opgave is diverser. De gemeente Venray zit middenin een ingrijpende transitie op het gebied van verduurzaming, energie en warmte, met de nodige consequenties voor het bouwen en verbouwen van woningen. En veranderingen in het zorglandschap zorgen eveneens voor een opgave voor andere woonvormen voor mensen die zorg en begeleiding nodig hebben, zoveel mogelijk in de eigen thuissituatie. Vitaliteit en leefbaarheid van de wijken en kernen staat soms onder druk en vraagt dan ook aandacht. De opgave waar de gemeente voor staat, is dan ook bijzonder complex en veelzijdig. Deze worden samengevat aan de hand van vijf inhoudelijke thema’s, die in het omgevingsprogramma verder zijn uitgewerkt in zo concreet mogelijke aanpak, acties en maatregelen: 1. Snel voldoende woningen bouwen 2. Gevarieerd aanbod 3. Duurzame woningvoorraad 4. Wonen en zorg 5. Vitale wijken en kernen Het initiatief voldoet aan deze inhoudelijke thema’s. Het initiatief zorgt voor een extra woning. Beide te realiseren woningen zijn levensloopbestendig en daarmee perfect voor bewoning door ouderen, wat bijdraagt aan een gevarieerd woonaanbod. Tevens wordt in de woningen al rekening gehouden met een toekomstige zorgbehoefte. Ten slotte wordt het bouwplan duurzaam uitgevoerd.

4.3.4 Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Venray 2011 Het in de ‘Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Venray 2011’ vastgelegde kwaliteitsbeleid omtrent een bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling is gebaseerd op de gedachte dat ruimtelijke ontwikkelingen (bouwactiviteiten) leiden tot verlies aan ruimtelijke kwaliteit en dat dit verlies moet worden gecompenseerd. Achterliggend doel is het behoud en waar mogelijk versterking van de (groene) kwaliteiten van zowel het buitengebied als het stedelijk gebied. Woningbouw dient in principe plaats te vinden binnen de contouren van de dorpen en de grens stedelijke dynamiek. Daarnaast kan het in bepaalde gevallen toch wenselijk zijn om ook in het buitengebied op beperkte schaal incidentele woningbouw toe te staan. In dit geval is het plangebied gelegen in de bebouwde kom van Venray, derhalve binnen de grens stedelijke dynamiek. Voor alle woningbouwontwikkelingen geldt dat alleen kan worden gebouwd bij aantoonbare vraag. Daarnaast is levensloopbestendig en flexibel bouwen het uitgangspunt voor elk nieuw woningbouwplan. Zoals blijkt uit paragraaf 4.3.2 is binnen de kern Venray vraag naar levensloopbestendige woningen. Het realiseren van twee levensloopbestendige woningen voldoet derhalve aan de vraag.

Voor het bepalen van de hoogte van de bijdrage in het stedelijk gebied wordt aangesloten bij de bijdrage ruimtelijke ontwikkeling zoals vastgelegd in de nota grondbeleid 2011. Deze bijdrage bestaat uit € 2.500,- per nieuwe woning. De tegenprestatie vindt zo veel mogelijk ter plaatse en/of in de nabijheid van de ingreep plaats. Indien dit niet mogelijk is, komt de bijdrage ten goede van het kwaliteitsfonds stedelijk gebied. Initiatiefnemer heeft met de gemeente Venray een anterieure overeenkomst gesloten waarmee hij zich verplicht heeft de kwaliteitsbijdrage te voldoen. 4.3.5 Energiestrategie 2030 In 2013 is de Energiestrategie 2030 voor de gemeenten Beesel, Venlo en Venray: ‘Energie voor groene groei’ vastgesteld. Door de gemeenteraad is daarbij de ambitie uitgesproken om in 2030 CO2 neutraal (ofwel energieneutraal met compensatiemaatregelen) te zijn. Op basis van deze visie is door het college het 2e uitvoeringsprogramma Energie Venray (2018-2021) vastgesteld.

Vastgesteld

22

Met de energiestrategie en het bijbehorende UP zijn de doelstellingen en de gefaseerde uitvoering op lange en korte termijn uitgewerkt. De gemeente is voor het bereiken van de energiedoelen afhankelijk van alle energiegebruikers en energieleveranciers in de gemeente: bedrijfsleven huishoudens, instelling ect. De samenleving laat zich echter niet door de overheid sturen om energie te besparen of lokaal duurzaam op te wekken. Daarvoor moet er in de samenleving vooral ruimte zijn die leidt tot creativiteit en innovatie van de bedrijven en inwoners zelf. De overheid heeft daarin een rol als partner die samenwerkt, belemmeringen wegneemt, faciliteert en het goede voorbeeld geeft. De betrokkenheid van de overheid zorgt voor het aanjagen en versnellen van de gewenste ontwikkelingen. Het streefbeeld in 2030 voor woningen laat zich als volgt schetsen: § Gebouwen hebben de laagste energievraag; § Gebouwen worden energiecentrales; § Slimme netwerken zorgen voor optimale uitwisseling; § 50% van de bestaande woningen en gebouwen zijn 50% energiezuiniger en 50% van de woningen voorziet in 100% van de eigen energievraag. In paragraaf 5.9 is reeds aan de orde gekomen welke duurzaamheidsmaatregelen met de herontwikkeling voorzien zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11728654/1