03 Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Oirlo-Leunen
Tekst van het document
Pagina | 2
AM21014
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ..................................................................................................................................................................................................................... 4 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ......................................................................................................................................................................................... 6 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................... 7 2. 2.1
WERKWIJZE ............................................................................................................................................................................................................ 10 Inleiding ............................................................................................................................................................................................................. 10
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
BUREAU-ONDERZOEK ....................................................................................................................................................................................... 11 landschappelijke situatie - geomorfologie ........................................................................................................................................... 11 Landschappelijke situatie - bodem.......................................................................................................................................................... 12 Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht .................................................................................................................................. 13 Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden ........................................................................................................................ 14 Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal ....................................................................................................................... 17
3.
4.
VERWACHTINGSMODEL .................................................................................................................................................................................... 21
5.
AANBEVELINGEN ................................................................................................................................................................................................. 25
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6
Topografische ligging onderzoeksgebied Archeologische gegevens cf. Archis 3 Archeologische Beleidskaart gemeente Venray Overzicht geomorfologische kaart Overzicht bodemkaart Reliëfkaart
Pagina | 3
AM21014
SAMENVATTING In maart 2021 is door Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een planlocatie ter plaatse van de Beemdweg te Leunen (gemeente Venray). Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Aan de hand van deze gegevens kan vervolgens een advies over eventueel aanwezige archeologische resten en een mogelijk vervolgtraject worden opgesteld. De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft de herinrichting van de onderzoekslocatie (Figuur 1) als zonnepark. Ook zullen groenzones (onder meer een struweelhaag langs de Beemdweg en bomen) worden aangelegd. Tussen de opstellingen worden er geen permanente onderhoudspaden aangelegd (Figuur 2). De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de plaatsing van zonnepanelen, zal de bodem waarschijnlijk tot in het potentiële archeologische niveau worden verstoord, dat in dit gebied vanaf het maaiveld verwacht kan worden.
De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Venray (2011) in drie zones. Het noordelijke deel ligt binnen Categorie 3: Overige monumenten en de bufferzone rondom de bekende vindplaatsen (waarnemingen en vondstmeldingen). Het oostelijke deel ligt binnen categorie 4: Droge en natte gebieden met een hoge verwachting. Het overige, grootste deel ligt binnen Categorie 7: Droge en natte gebieden met een lage verwachting, vrijgegeven en verstoorde gebieden). Hiervoor gelden de volgende criteria. Categorie 3: Onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m 2 en een verstoringsdiepte vanaf 50 cm –mv; Categorie 4: Onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 50 cm –mv; Categorie 7: Geen concreet oppervlaktecriterium. Bij grootschalige herinrichting van gebieden zou een bureauonderzoek wenselijk zijn om archeologische gebiedskenmerken te onderzoeken.1
Het oostelijke en zuidoostelijke deel van het plangebied liggen binnen een enigszins hoger gelegen dekzandwelving/golvende dekzandvlakte. Het hele westelijke deel ligt binnen het beekdal van de Oostrumse Beek. Een kleine zone in het zuiden ligt binnen een glooiing van beekdalzijde. Het kaartbeeld van het AHN laat duidelijk de hoogteverschillen zien tussen de hogere dekzandwelving en het lager gelegen beekdal.
Er geldt een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum en mesolithicum worden vanaf maaiveld of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Het lager gelegen noordwestelijke deel van het plangebied (beekdal) zal te nat zijn geweest voor bewoning, gezien het voorkomen van gooreerdgronden. Dit bodemtype wijst op een relatief nat gebied met een hoge grondwaterstand. Ter plaatse kunnen mogelijk wel off site (watergerelateerde) resten worden verwacht.
1 RAAP-adviesdocument 2011, Beleidskaart gemeente Venray, kaartbijlage 8. Pagina | 4
AM21014
De ligging van het plangebied op de overgang van een relatief hogere dekzandwelving naar het beekdal kan voor latere landbouwende samenlevingen een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn geweest. In de omgeving van het plangebied en binnen dezelfde landschappelijke kenmerken zijn een groot aantal vondsten bekend uit de periode neolithicum, bronstijd, ijzertijd en de Romeinse tijd. Ook zijn enkele losse vondsten van neolithische bijlen bekend in het uiterste zuidwestelijke deel van het plangebied en ook noordoostelijk grenzend aan het plangebied.
Voor het plangebied geldt om die reden een hoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum, bronstijd en ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Resten in het noordwestelijke deel worden onder de eerdlaag tot in de oorspronkelijke bodem verwacht, bestaan uit off-site verschijnselen en kunnen onder andere bestaan uit voorden, bruggen, dammen, visfuiken en rituele deposities.
Het plangebied ligt aan de Beemdweg in het buitengebied van Venray en Leunen. Het maakt deel uit van de voormalige heidegronden van de Hoogriebroekse heide en het beekdal van de Oostruinmse Beek. Op 19e eeuws kaartmateriaal is een klein rechthoekig terreintje ingetekend dat deels binnen het plangebied ligt. Mogelijk is dit een (restant van een) vluchtschans uit de 16e – 17e eeuw dat mogelijk binnen het noordelijke deel van het plangebied wordt verwacht (zie ook bijlage 3). Om deze redenen geldt voor het noordelijke deel van het plangebied een specifieke verwachting op het aantreffen van resten van een schans uit de 16e – 17e eeuw.
Uit de bodemverstoringsgegevens blijkt dat een groot deel in het verleden is ontgrondt. Hierbij zijn ook losse vondsten uit met name het neolithicum aangetroffen. Ook zijn delen geëgaliseerd. Deze zijn niet altijd te herkennen op het kaartbeeld van het AHN, waarbij deze zuidelijke delen enig reliëf vertonen.
Op basis van deze gegevens wordt voor het hele plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een verkennend booronderzoek. Voor de percelen sectie R, nummers 1524 en 1525 (oppervlakte 8,08 ha), waar ontgrondingen hebben plaatsgevonden, wordt geadviseerd de verwachte verstoring te toetsen middels het laten uitvoeren van enkele controleboringen. Doel hiervan is om de mate van ontgronding vast te stellen, aangezien niet bekend is hoe diep deze zone is ontgrondt en uit te sluiten dat het archeologische niveau nog aanwezig kan zijn.
De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Venray) dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen.
Pagina | 5