03 Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Oirlo-Leunen
Tekst van het document
Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray Definitief
colofon
titel rapport Zonnepark Oirlo-Leunen datum 12 maart 2021 projectnummer P03221 opdrachtgever Solarfields BRO Projectleider SvdS Projectteam TA bron Kaft BRO
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Vigerend bestemmingsplan 1.3 Opbouw ruimtelijke onderbouwing Gebieds- en projectprofiel 2.1 Gebiedsprofiel 2.2 Projectprofiel
5 5 6
Beleid 3.1 Rijksbeleid
8 8
22
4.2.5 Geur
22
4.2.6 Externe veiligheid
23
4.2.7 Archeologie
23
4.2.8 Flora en fauna
24
4.2.9 Verkeerskundige aspecten
25
4.2.10
Waterparagraaf
26
4.2.11
Kabels en leidingen
26
4.2.12
Lichtreflectie
26
5
Afweging belangen
28
6
Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
29 29 29
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
8
3.1.2 Nationale Omgevingsvisie
8
6.2.1 Omgevingsdialoog
29
3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
8
6.2.2 Procedure omgevingsvergunning
29
3.1.4 Rijkscoördinatieregeling
9
3.1.5 Klimaatakkoord
9
3.1.6 Gedragscode zon op land
9
3.1.7 Ladder voor duurzame verstedelijking
3.2 Provinciaal beleid
10 12
3.2.2 Ontwerp Omgevingsvisie Limburg
12
3.2.3 Limburgse Zonneladder
13 15
3.3.2 Energiestrategie 2030
16
3.4.1 Kader voor opwekking van duurzame energie (KODE)
Bijlage 2 Quickscan flora en fauna Bijlage 3 Aeriusberekening Bijlage 4 Archeologisch onderzoek
15
3.3.1 Ontwerp RES Noord en Midden Limburg
3.4 Gemeentelijk beleid
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing
12
3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan en Omgevingsverordening Limburg
3.3 Regiogaal beleid
4
3 3 4 4
4.2.4 Luchtkwaliteit
17 17
Onderzoek 4.1 M.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuaspecten
20 20 20
4.2.1 Bodem
20
4.2.2 Milieuzonering
20
4.2.3 Geluid (Wet geluidhinder)
22
Bijlage 5 Watertoets Bijlage 6 Stakeholdersanalyse en participatie Bijlage 7 Reflectierapport
1 Inleiding Zonnepark Oirlo-Leunen
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Solarfields is voornemens een zonnepark te realiseren op een aantal gronden ten oosten van het dorp Leunen en ten zuidoosten van de kern Venray. Het gebied wordt aan de noordzijde ontsloten door de A73 Venloseweg en aan de westzijde door de Beemdweg. In figuur 1 is een globale weergave gegeven van de locatie van het besluitgebied. Kadastraal staan de percelen bekend als gemeente Venray, sectie R, perceelnummers 588, 596, 597, 598, 600, 1415, 1416, 1418, 1419, 1524, 1525, 2113. De locatie waar het zonnepark is voorzien, is bestemd tot ‘Agrarisch met waarden’ en ‘Agrarisch’ en heeft een oppervlak van circa 24,6 ha. Binnen deze bestemming is de realisatie van het zonnepark niet (rechtstreeks) mogelijk. Voor de realisatie van het zonnepark dient derhalve een omgevingsvergunning ten behoeve van het afwijken van het geldende
bestemmingsplan te worden aangevraagd. Daarbij wordt toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag dient een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld, waarin aangetoond wordt dat het initiatief in overeenstemming met het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin. Opgave Solarfields maakt deel uit van de energietransitie in Nederland door aan ontwikkeling van grondgebonden zonneparken te werken. Het opwekken van zonne-energie levert een belangrijke bijdrage aan het Klimaatakkoord waarvan de landelijke doelstelling is bepaald op een CO2-reductie van 49% in 2030 en CO2-neutraliteit in 2050.
Solarfields wil aan deze belangrijke ambitie een bijdrage leveren door het realiseren van een zonnepark op een passende locatie. Het 1e ontwerp van het zonnepark is bij de tender van 2020 dan ook getoetst aan het gemeentelijk kader waarbij deze als positief als beoordeeld. Naast de ontwikkeling van het zonnepark wil initiatiefnemer ook een (maatschappelijke) meerwaarde creëren op het gebied van landschap, recreatie en ecologie. De realisatie van het zonnepark betreft daarmee een integrale opgave om te komen tot een goede ruimtelijke ordening.
De gemeente Venray volgt de landelijke ambities om in 2050 volledig energieneutraal te zijn. Om de benodigde energiebehoefte te onderbouwen heeft de gemeente in haar ‘Energiestrategie 2030’ een onderzoek laten uitvoeren naar de verwachte energievraag in de gemeenten Venray, Venlo en Beesel. Indien alle potentiële vormen van opwekking van duurzame energie worden benut (exclusief plaatsing van zonnepanelen in het landelijk gebied) kan niet aan de verwachte energiebehoefte worden voldaan. Door de gemeente is daarom besloten dat medewerking dient te worden verleend aan het realiseren van grootschalige opwekking van duurzame energie. Om te kunnen voldoen aan de gemeentelijke ambities heeft de gemeente het Kader voor Opwekking Duurzame Energie (KODE) vastgesteld. Dit beleidskader betreft een afwegingskader voor initiatieven voor grootschalige opwekking van duurzame energie.
Figuur 1. Ligging projectlocatie.
vrijdag 12 maart 2021
3
1 Inleiding Zonnepark Oirlo-Leunen
1.2
Vigerend bestemmingsplan
1.3
De locatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’ (vastgesteld op 14 december 2010). De regels van het bestemmingsplan zijn herzien in de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Venray 2010, herziening regels 2016 en 2017). In figuur 2 is een uitsnede van het vigerend bestemmingsplan opgenomen, met daarin een globale aanduiding van het plangebied.
Opbouw ruimtelijke onderbouwing
Deze ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 worden het gebiedsprofiel en het projectprofiel beschreven. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleidskader aan de orde. In hoofdstuk 4 komt de toetsing aan de milieu- en overige onderzoeksaspecten aan bod. Hoofdstuk 5 beschrijft de belangenafweging en vormt daarmee een conclusie.
Op basis van dit bestemmingsplan is de locatie gelegen binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ en binnen de bestemming ‘Agrarisch’. In de omgeving van het zonnepark is tevens een watergang aanwezig met de bestemming ‘Water’ en een bestaand pad met de bestemming ‘Verkeer – Wegverkeer’. Het zonnepark blijft buiten deze twee gebieden. Ten noorden van het besluitgebied, parallel aan de A73 is een gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – weg’. Binnen dit gebied is het realiseren van bouwwerken niet toegestaan, mits er een positief advies is verkregen van de wegbeheerder. Initiatiefnemers zullen in overleg treden met de wegbeheerder.
Figuur 2. Uitsnede vigerend bestemmingsplan ’Buitengebied’.
De realisatie van een zonnepark binnen het bestemmingsplan is zowel functioneel als ruimtelijk niet rechtstreeks mogelijk. Er dient derhalve van het bestemmingsplan te worden afgeweken.
vrijdag 12 maart 2021
4
vrijdag 12 maart 2021
4
2 Gebieds- en projectprofiel Zonnepark Oirlo-Leunen
2
Gebieds- en projectprofiel
2.1
Gebiedsprofiel
Het plangebied waarop de omgevingsvergunningaanvraag en de voorliggende ruimtelijke onderbouwing van toepassing is, betreft een aantal gronden ten oosten van het dorp Leunen, ten zuiden van de A73. In de directe omgeving van het plangebied is vrijwel geen bebouwing aanwezig. Aan de overzijde van de A73 ligt het bedrijventerrein ‘De Blakt’. Het gebied wordt gekenmerkt door grootschalig open landschap, waarbij de gronden worden gebruikt ten behoeve van agrarische activiteiten. Het gebied heeft overwegend een agrarisch karakter. Het plangebied zelf is nagenoeg onverhard en er is geen bebouwing aanwezig. In figuur 3 zijn een aantal foto’s opgenomen van de huidige situatie.
Figuur 3. Huidige situatie.
vrijdag 12 maart 2021
5
vrijdag 12 maart 2021
5
2 Gebieds- en projectprofiel Zonnepark Oirlo-Leunen
2.2
Projectprofiel
Initiatiefnemer wil binnen het plangebied op de thans onbebouwde gronden een zonnepark oprichten. Doel van het initiatief is om de gronden door middel van zonne-energie bedrijfsmatig te exploiteren. Met het initiatief wordt bijgedragen aan verduurzaming van de regio, door op een daarvoor passende locatie zonne-energie op te wekken. Het zonnepark levert een significante bijdrage aan de transitie naar vormen van duurzame, groene energie. Om de ontwikkeling ruimtelijk in te passen en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse zoveel mogelijk te behouden (en te versterken) zijn kenmerkende elementen uit het landschap geïnventariseerd en gebruikt als richtlijn voor het ruimtelijk ontwerp. Voor een uitgebreide analyse van het plangebied wordt verwezen naar bijlage 1 van onderhavige ruimtelijke onderbouwing. In figuur 4 is een uitsnede opgenomen van de beoogde situatie zoals weergegeven in de landschappelijke inpassing. Hieronder zal het projectprofiel beknopt worden toegelicht. Voor meer informatie naar de beoogde situatie en de voorgestelde landschappelijke inpassing wordt verwezen naar bijlage 1. Centraal bij de inpassing en het ruimtelijk ontwerp zijn de geïnventariseerde gebiedskarakteristieken. Belangrijk vertrekpunt is dat de locatie aansluit bij omgevingskenmerken, karakter, maat en schaal.
Zowel ruimtelijk als functioneel gezien past het beoogde zonnepark in de voorgestelde omgeving. De zonnepanelen zullen conform de huidige verkavelingsstructuur worden aangelegd in een zuid opstelling. Het doel daarvan is om de oriëntatie van de panelen zo eenduidig mogelijk te houden. De panelen zullen daarmee haaks staan op de Beemdweg. De rijen zonnepanelen zullen parallel aan elkaar worden geplaatst.
Het park zal door middel van een (faunavriendelijk) hekwerk worden omheind aan de binnenzijde van de inpassing en is daardoor vanaf de weg niet zichtbaar. De afstand van de panelen tot het hekwerk zal circa 3 meter bedragen. De zonnepanelen met stellingen zullen een gelijke hoogte hebben van 1,70 of 1,95 meter. In het zonnepark zal daarnaast ruimte worden geboden voor transformatoren, waardoor zicht op de trafo’s wordt weggenomen. Naast deze ruimtelijke randvoorwaarden zal het gebied ook landschappelijk worden ingepast. Langs de randen van het zonnepark zal een struweel worden aangelegd. Aan de zijde van de Beemdweg zal langs de gehele zijde (van noord tot zuid) een robuuste struweel worden aangelegd, waarbij aan de zuidzijde (kruising Beemdweg en de Locht) ruimte wordt geboden voor kruiden- en faunarijk grasland in combinatie met een recreatieruimte in de vorm van een pluktuin/pleisterplaats. Aan de zijde van de A73 zal een vogelbosje worden geplant, dit zorgt voor wisselende doorzichten naar het achterliggende landschap. Midden in het zonnepark is een oude verbindingsweg richting het bedrijventerrein De Blakt gelegen. De bestaande bomenrij zal hier worden versterkt en vanaf de A73 opnieuw zichtbaar worden. Naast de landschappelijke inpassing is ook gekeken naar mogelijke positieve effecten van de inrichtingsmaatregelen zoals in de voorgaande alinea is vermeld.
Door de aanleg van het struweel en bloem- en kruidenrijk grasland ontstaat er een (nieuwe) leefomgeving voor veel planten, vogels en insecten. In de huidige situatie hebben de gronden een beperkte ecologische waarde vanwege het gebruik als landbouwgrond. Door de realisatie van het zonnepark en door de aanleg van een struweel en bloem- en krui-
denrijk grasland zijn er kansen om de biodiversiteit in dit gebied te versterken. Het versterken van de ecologische waarde van de gronden vormt daarmee een integrale opgave in de ontwikkeling van het zonnepark naast het leveren van een belangrijke bijdrage aan de transitie naar duurzame vormen van energie. Naast het versterken van de biodiversiteit is ook nadrukkelijk gekeken naar de recreatieve kansen in dit gebied. In de directe omgeving van het gebied is er reeds een bestaande wandelroute. Voornemens is om deze bestaande wandelroute te combineren met de aanleg van het zonnepark. Met het plaatsen van een rustpunt wordt tegemoetgekomen aan fiets- en wandelende recreanten. Met de ligging in de nabijheid van de bebouwde kom biedt het park naast recreanten op doortocht ook direct omwonenden de mogelijkheid tot het vergroten van een ommetje in het buitengebied. We sluiten aan op de bestaande wandelknooppuntenroute door parallel aan de Beemdweg ruimte voor een struin pad vrij te laten. Deze maatregel komt tegemoet aan de wensen van omwonenden die, zo blijkt uit gesprekken met de omgeving, geconstateerd hebben dat er op de Beemdweg sprake is van toenemende verkeersdrukte. Het ommetje rondom het park is opgebouwd uit zowel bestaande als nieuw aangelegde paden. Criterium bij de aanleg is een volledig onverharde route.
Het deels openstellen van het park biedt de ontwikkelaar de mogelijkheid tot het promoten van duurzame energieopwekking. Bovenstaand is beschreven dat de ontwikkeling naast de energie-opgaaf ook een bijdrage levert aan het behoud en versterken van de landschappelijke waarden van het gebied en ook op het gebied van ecologie en recreatie een versterking kan bieden.
vrijdag 12 maart 2021
6
vrijdag 12 maart 2021
6
2 Gebieds- en projectprofiel Zonnepark Oirlo-Leunen
Figuur 4. Uitsnede landschappelijke inpassing. vrijdag 12 maart 2021
7
vrijdag 12 maart 2021
7
3 Beleid Zonnepark Oirlo-Leunen
3
Beleid
In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan het relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In deze Structuurvisie staan de (rijks)plannen voor ruimte en mobiliteit. Het Rijk zet zich voor wat betreft het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid in voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte worden drie hoofddoelen genoemd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de onderwerpen van nationaal belang benoemd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Het realiseren van een zonnepark draagt bij aan het verduurzaming van de opwekking van energie en energietransitie, hetgeen een speerpunt in het rijksbeleid is en een opgave waarvan de urgentie en noodzaak niet ter discussie staan. Gelet op de omvang van het initiatief en het vermogen dat de
zonnepanelen kunnen leveren, genoeg voor het leveren van stroom aan de industrie en vele huishoudens op jaarbasis, levert het initiatief hieraan een wezenlijke bijdrage. Voor het overige is er sprake van een lokale ontwikkeling, waarbij geen nationale belangen uit de SVIR direct in het geding zijn. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. 3.1.2
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. duurzaam economisch groeipotentieel 3. sterke en gezonde steden en regio’s 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het realiseren van een zonnepark levert daarmee een belangrijke bijdrage aan een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, welke ook in 2050 CO2 arm is. Specifiek voor zonneparken is aandacht besteed in de Uitvoeringsagenda van de NOVI. Hierin wordt gesproken over de voorkeursvolgorde voor energietransitie (zonneladder), namelijk
Figuur 5: Voorkeursvolgorde zonnelader, Uitvoeringsagenda NOVI.
het realiseren van zonnepanelen op daken en gevels, onbenutte terreinen in bebouwd gebied, landelijk gebied (stortplaatsen etc.) en vervolgens op landbouw- en natuurgronden. Zoals in paragraaf 3.4 zal worden toegelicht, is het realiseren van zon op daken en/of bebouwd gebied niet voldoende om te kunnen voldoen aan de doelstelling van duurzame energietransitie binnen de gemeente Venray. Het realiseren van zonneparken in het landelijk gebied, en in dit geval landbouwgrond, is noodzakelijk. Van belang hierbij is dat de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied niet teveel worden aangetast en de (maatschappelijke) meerwaarde in acht wordt genomen. In paragraaf 2.2 is beschreven hoe met deze principes rekening is gehouden. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in lijn is met de NOVI. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is eind december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn de nationale belangen, die juridische borging vereisen, opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke ruimtelijke plannen. Het Barro
vrijdag 12 maart 2021
8
vrijdag 12 maart 2021
8
3 Beleid Zonnepark Oirlo-Leunen
heeft geen gevolgen voor dit plan, aangezien er geen nationale belangen in het geding zijn en het initiatief zoals beschreven bijdraagt aan een cruciale opgave vanuit het rijksbeleid. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. 3.1.4
Rijkscoördinatieregeling
De rijksoverheid kan bij projecten van nationaal belang de besluitvorming coördineren. Projecten op het gebied van energie-infrastructuur die van nationaal belang zijn, worden gecoördineerd door de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK). De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verzorgt de uitvoering. De wettelijke basis voor rijkscoördinatie is te vinden in de Wet ruimtelijke ordening, § 3.6.3. De volgende projecten vallen automatisch onder rijkscoördinatie: Energiecentrales met een capaciteit van ten minste 500 MW; Windparken met een capaciteit van ten minste 100 MW; Overige duurzame energiecentrales met een capaciteit van ten minste 50 MW; Uitbreidingen van het landelijk hoogspanningsnet op een spanningsniveau van 220 kV of hoger; Mijnbouwwerken voor opslag van stoffen en daarbij behorende pijpleidingen; Uitbreiding van het landelijk gastransportnet met een druk van ten minste 40 bar en een diameter van ten minste 45,7 centimeter; Aanleg of uitbreiding van LNG-installaties met een capaciteit ten minste 4 miljard m3.
Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van een zonnepark met een grootte van circa 25 hectare. Op basis van de rijkscoördinatieregeling is het mogelijk dat voor zonneparken met een vermogen groter dan 50 MWp de rijkscoördinatieregeling kan worden toegepast. Uit de kamerbrief van de Minister (Kamerbrief over voortgang nationale energieprojecten en herijking Rijkscoördinatie, 19 december 2019) is gebleken dat zonneparken met een vermogen groter dan 50 MWp, in overleg met gemeentelijke en provinciale instanties, werden overgedragen aan de betrokken gemeente. De rijkscoördinatieregeling wordt in deze gevallen niet toegepast. De Minister is dan ook voornemens om zonneparken met een vermogen groter dan 100 MWp tot rijksbelang te verklaren. Indien het vermogen van het zonnepark tussen de 50 – 100 MWp is door de Minister voorgesteld dat de provincie het bevoegd gezag zal zijn. Gelet op de omvang van het beoogde zonnepark (circa 25 hectare) en het vermogen dat het zonnepark kan opwekken betreft het project geen ontwikkeling die middels de rijkscoördinatieregeling dient te worden gecoördineerd. Het project betreft geen project van nationaal belang. Conclusie De rijkscoördinatieregeling is niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. 3.1.5
Klimaatakkoord
Op 28 juni 2019 heeft het kabinet- Rutte III het Klimaatakkoord gepresenteerd. Het Klimaatakkoord is een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt.
Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen vergeleken met 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. Aan de hand van verschillende maatregelen en afspraken met diverse sectoren dienen deze doelen te worden gerealiseerd. Voor energie is de afspraak gemaakt dat in 2030 70% van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen dient te worden gegenereerd. Om dit te bewerkstellingen zijn dertig regio’s benoemd die de ruimte krijgen om te bepalen hoe zij aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord kunnen voldoen. Gemeente Venray valt onder de energieregio Noord- en Midden Limburg. Onderhavige ontwikkeling is in lijn met de afspraken uit het Klimaatakkoord. Het zonnepark voorziet in een periode van 25 jaar voor duurzame (hernieuwbare) energie door middel van zonne-energie. Het levert daarmee een bijdrage aan de landelijke doelstellingen om de CO2-uitstoot te verminderen. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met het Klimaatakkoord. 3.1.6
Gedragscode zon op land
Op 13 november 2019 hebben negen partijen de Gedragscode Zon op Land getekend. Het gaat om de brancheorganisatie Holland Solar, de vereniging van omwonenden van energieprojecten NLVOW, Energie Samen, Greenpeace, Milieudefensie, Natuur & Milieu, de Natuur en Milieufederaties, Natuurmonumenten, en de Vogelbescherming. Samen vertegenwoordigen deze organisaties meer dan 2 miljoen Nederlanders, 400 energiecoöperaties, 1000 lokale natuur- en milieugroepen, vele bewonersgroepen en 170 bedrijven in de zonne-sector.
vrijdag 12 maart 2021
9
vrijdag 12 maart 2021
9
3 Beleid Zonnepark Oirlo-Leunen
Met de code erkennen de organisaties dat zon op land nodig is voor het halen van de doelen van de energietransitie. Daarvoor zullen leden van Holland Solar de volgende principes hanteren: 1.
Betrekken van omwonenden in de keuzes over het plan, het ontwerp en de mogelijkheid financieel te participeren. Solarfields heeft de Gedragscode Zon-op-Land van Holland Solar ondertekend en committeert zich hiermee aan de basisprincipes aangaande acceptatie en participatie van grondgebonden zonprojecten. Een zorgvuldige, stapsgewijze manier van communiceren en het betrekken van alle relevante stakeholders op het juiste moment vergroot de kans op acceptatie en voldoende draagvlak voor het project in de omgeving. Voor de ontwikkeling is een participatieplan opgesteld, dit plan zal als bijlage worden toegevoegd bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning. Voor een beknopte beschrijving van participatie wordt ook verwezen naar paragraaf 3.4 van onderhavige ruimtelijke onderbouwing. Daarnaast wordt er gestreefd naar 50% lokaal eigendom. Dit is een wens vanuit het Klimaatakkoord waardoor de lokale bevolking mee kan profiteren met de opbrengsten van het zonnepark. Om dit te bewerkstellingen hebben Energiecoöperatie BeePower en Solarfields in november 2020 een samenwerkingsovereenkomst gesloten. 2.
Door een goede locatiekeuze en vormgeving meerwaarde bieden aan de omgeving: de natuur ter plekke zal erop vooruit moeten gaan; omwonenden zullen mee kunnen profiteren. De locatie van het zonnepark is passend binnen de omgeving van het plangebied. Landschappelijk wordt het zonnepark ingepast, zie hiervoor ook paragraaf 2.2. Aanvullend
wordt vermeld dat de locatie ook op basis van gemeentelijk beleid passend wordt geacht voor een zonnepark, zie hiervoor ook paragraaf 3.4. In de huidige situatie worden de gronden benut ten behoeve van landbouw, hierdoor zijn de ecologische waarden van de gronden beperkt. Door de realisatie van een zonnepark is er de mogelijkheid om biodiversiteit in het gebied te versterken. Daarnaast wordt er in overleg met stakeholders gekeken naar de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik. 3.
Zorgen dat het oorspronkelijk grondgebruik desgewenst mogelijk blijft na de levensduur van het zonnepark; zowel planologisch als fysiek (geen afval, vervuiling; goede bodemkwaliteit). Initiatiefnemers zullen voor de realisatie van het zonnepark een bodemonderzoek laten uitvoeren om daarmee de nulsituatie van de bodem vast te leggen. Na het verstrijken van de vergunningstermijn zullen de gronden weer worden hersteld naar de originele situatie. Om dit te bekostigen hebben initiatiefnemers een kostenpost hiervoor opgenomen in hun financiële exploitatie. Uitgangspunt is dat de situatie van de gronden na het verwijderen van het zonnepark niet mag verslechteren. Conclusie Initiatiefnemers hebben de Gedragsconde Zon-op-Land ondertekend en houden zich daarbij aan de toezeggingen die zijn gedaan vanuit de sector. 3.1.7
Ladder voor duurzame verstedelijking
Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en
provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Per 1 juli 2017 is een nieuwe versie van de ladder van kracht. De toelichting bij een bestemmingsplan (of een ruimtelijke onderbouwing) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient volgens deze nieuwe versie van de ladder een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder voor duurzame verstedelijking is ook van toepassing op initiatieven, die middels een uitgebreide omgevingsprocedure worden toegestaan, zoals in het onderhavige geval aan de orde is.
De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een zonnepark in het landelijk gebied van de gemeente Venray. De gronden hebben in de huidige situatie een agrarische bestemming. Initiatiefnemers willen graag een nieuwe invulling geven aan het gebied door op een passende locatie een zonnepark te realiseren, welke bijdraagt aan de transitie naar duurzame energie.
vrijdag 12 maart 2021
10
vrijdag 12 maart 2021
10
3 Beleid Zonnepark Oirlo-Leunen
De eerste vraag die moet worden beantwoord, is of de beschreven ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. Dit begrip is gedefinieerd als: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Een zonnepark wordt gelet op deze definitie niet beschouwd als een stedelijke ontwikkeling, zie hiervoor ook de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724. De ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling.
vrijdag 12 maart 2021
11
vrijdag 12 maart 2021
11
3 Beleid Zonnepark Oirlo-Leunen
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciaal Omgevingsplan en Omgevingsverordening Limburg
Nederland loopt in Europees verband nog flink achter op het gebied van duurzame energiebronnen. Terwijl er op dat vlak juist grote innovatiemogelijkheden liggen. De ambities om de achterstand in te lopen zijn hoog. Een uitdaging dus om tot realisatie te komen. Dat is nadrukkelijk een vraagstuk voor het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL 2014). Veel van de nieuwe duurzame energiebronnen hebben een behoorlijke ruimtelijke impact (o.a. windturbines, geothermie, bodemenergie en zonneparken). Er moet zorgvuldig omgegaan worden met de voorraden: de ruimte (steden en dorpen, natuur, landschap), de voorzieningen (gebouwde omgeving, infrastructuur, vervoersystemen), de natuurlijke hulpbronnen, de milieuruimte en ondergrond. Het uitgangspunt is inzet op energiebesparing en op een zo groot mogelijk aandeel vernieuwbare energiebronnen. Beter benutten van grondstoffen door er efficiënter mee om te springen en het benutten van afval- en reststromen en uiteindelijk realiseren van gesloten kringlopen. Daarom wordt een duurzaamheidsladder ontwikkeld die wordt opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. De opgave is groot en uitdagend: geen mogelijkheid, optie of gebied kan op voorhand worden uitgesloten.
In de aanpak nemen regionale energievisies een belangrijke plaats in, op te stellen door de regionaal samenwerkende gemeenten en Provincie in samenspraak met marktpartijen. Hierin zullen de volgende aspecten worden uitgewerkt: huidig energieverbruik, besparingsopties, mogelijkheden voor hernieuwbare
energie opwekking, het ruimtebeslag van deze mogelijkheden en de economische effecten. Dit moet uitmonden in concrete opgaven en aanpak per regio.
Bij alle initiatieven geldt dat sprake moet zijn van een goede landschappelijke inpassing. Voor windturbines, maar ook voor zonneparken is expliciet bepaald dat een kwalitatief goede inpassing geborgd moet worden door een op te stellen landschappelijke inpassing. Daarin wordt het ruimtelijk ontwerp van het initiatief onderbouwd. Inzicht dient te worden gegeven over de opstelling en uiterlijke kenmerken, dit alles in relatie gebracht met de bestaande regionale landschapskenmerken en eventuele (geplande) omliggende turbineopstellingen. Initiatieven die aansluiten bij bestaande parken vormen zo mogelijk één geheel wat betreft vorm, hoogte, draairichting en draaisnelheid. Doorwerking plangebied De ruimtelijke ontwikkeling heeft een directe link met een van de uitganspunten, namelijk een zo groot mogelijk aandeel in vernieuwbare energiebronnen. Verder ziet de provincie Limburg een grote opgave om te kunnen voldoen aan de nationale opgave voor energietransitie. In de aanpak nemen regionale energievisies een belangrijke plaats in, op te stellen door de regionaal samenwerkende gemeenten en Provincie in samenspraak met marktpartijen. Hierin zullen de volgende aspecten worden uitgewerkt: huidig energieverbruik, besparingsopties, mogelijkheden voor hernieuwbare energieopwekking, het ruimtebeslag van deze mogelijkheden en de economische effecten.
Dit moet uitmonden in concrete opgaven en aanpak per regio. Uitgaande van het energiegebruik in Limburg in 2012 betekent de energietransitie van 14% in 2020 dat de energiebehoefte duurzaam moet worden opgewekt door:
ca 1.200 windturbines (van 3 MW) óf 80 km2 zonnepanelen (een oppervlakte ter grootte van de gemeente Sittard-Geleen) óf het jaarlijks verbranden van 400 km2 bos (18% van de oppervlakte van Limburg).
Middels onderhavige ontwikkeling kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de provinciale doelstellingen omtrent energietransitie naar duurzame energie. In het Provinciaal omgevingsplan wordt aangegeven dat er een goede landschappelijke inpassing gerealiseerd dient te worden waarin het ruimtelijk ontwerp van het initiatief wordt onderbouwd. In paragraaf 2.2 is beschreven in hoeverre hiermee rekening is gehouden, alsmede in bijlage 1 is een uitvoerige beschrijving gegeven van de landschappelijke inpassing waarbij is gemotiveerd dat de ontwikkeling passend is binnen de bronsgroene landschap. 3.2.2
Ontwerp Omgevingsvisie Limburg
In Nederland is afgesproken dat de inzet van aardgas voor huishoudens in de periode tot 2030, maar vooral daarna tot 2050, geleidelijk wordt afgebouwd. Daar kan de Limburgse samenleving zelf aan bijdragen door het huis beter te isoleren of zonnepanelen op het dak te leggen. De energietransitie is een grote opgave die in sommige Limburgse regio’s complexer is dan elders in het land. Dat heeft te maken met het relatief oude woningbestand met bijbehorend laag energielabel. Bovendien is het aandeel eigenwoningen in de provincie hoog en zijn er meer grondgebonden en verspreid gelegen woningen. De energietransitie vraagt om aanpassingen aan de bovenen ondergrondse infrastructuur. Het bestaande energienetwerk zal veranderen, zowel op lokaal, regionale, nationale
vrijdag 12 maart 2021
12
vrijdag 12 maart 2021
12
3 Beleid Zonnepark Oirlo-Leunen
als ook internationale schaal. Nieuwe energiedragers en nieuwe technieken voor de opslag van duurzaam opgewekte energie vragen omgevingsruimte. Er zal geïnvesteerd dienen te worden in de vernieuwing en/of uitbreiding van het bestaande netwerk. Daarbij kunnen bestaande buisleidingen en nieuwe technieken voor de opslag van duurzaam opgewekte energie een belangrijke rol spelen. Onze euregionale ligging biedt hierbij zowel kansen als uitdagingen, bijvoorbeeld als het gaat om extra ruimte en strategische verbindingen met de rest van Nederland en Duitsland en België. De provincie Limburg erkent dat mensen vanuit verschillende uitgangspunten en opvattingen meewerken aan een innovatief energietransitie beleid, dat onze economische structuur versterkt, de gemeenschap minder afhankelijk maakt van fossiele brandstoffen uit het buitenland, en dat tegelijkertijd de gevolgen van uitstoot vermindert en rekening houdt met biodiversiteit. De provincie Limburg streeft naar minder aardgasgebruik in 2050. Voor 2030 wekken de 30 landelijke RES-regio´s 35 TWh elektriciteit op het land op (door middel van zon- en windenergie). Bij het realiseren van de afspraken en nationale ambities rondom de energietransitie baseert de provincie haar handelen op draagvlak. Initiatieven moeten haalbaar en betaalbaar zijn. De nationale doelstelling is om in 2050 een duurzame energievoorziening te hebben.
Ook in het kader van de European Circular Hub is het streven dat chemiecluster Chemelot in 2050 volgens de klimaatdoelstellingen opereert d.w.z. met nul-uitstoot van CO2 en duurzaam circulair gebruik van materialen. Als Provincie Limburg wordt naar vermogen bijgedragen aan de energietransitie, vanuit wettelijke taken, bestuurlijke afspraken en vastgesteld beleid. Daarnaast wordt
richting gegeven aan en ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en innovaties. De Provincie komt niet met eigen aanvullende norm- of taakstellingen. Doorwerking plangebied De Provincie wenst dat er minder aardgas wordt verbruikt in 2050 door in te zetten op het opwekken van elektriciteit op het land in de vorm van wind- en zonne-energie. Voor 2030 wekken de 30 landelijke RES-regio´s 35 TWh elektriciteit op het land op (door middel van zon- en windenergie). Het initiatief kan hieraan een belangrijke bijdrage leveren door de opwekking van duurzame energie op een landschappelijke passende locatie. 3.2.3
Limburgse Zonneladder
De Limburgse zonneladder fungeert als bouwsteen voor de duurzaamheidsladder, die een plek dient te krijgen in de Duurzaamheidsladder, Omgevingsvisie Limburg en zijn uitwerking krijgt in de regionale energiestrategieën. De zonneladder uit de notitie Ruimte voor de zon kent 5 treden. Het provinciebestuur stimuleert daarbij vooral de ontwikkeling van trede 1 tot en met 3.
Trede 1: Toepassing van zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen: omdat hier al sprake is van bebouwing zal het introduceren van zonnepanelen op deze plekken doorgaans minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van een gebied. Bijzondere aandacht dient wel uit te gaan naar gebouwen en gebieden met een bijzondere cultuurhistorische waarde. Verder verdient het aanbeveling om, naast kleinschalige toepassing van zonnepanelen op particuliere woningen, vooral ook in te zetten op de installatie van zonnepanelen op grotere dakoppervlakken. Trede 2: Gebruik van (onbenutte) terreinen in bebouwd gebied: hierbij kan het gaan om restruimten in het stedelijk gebied, in kernen of op bedrijventerreinen. Maar ook om dubbel grondgebruik, bijvoorbeeld van parkeerterreinen of sportvoorzieningen. Gemeenten, marktpartijen en andere organisaties dienen te worden uitgedaagd om met innovatieve ideeën en projecten te komen om de hier nog volop beschikbare ruimte meer te gaan inzetten en benutten.
Trede 3: Gronden in buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur: daar waar ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn, gaat ook hier de voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties op gronden die een andere primaire functie hebben dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, voormalige stortplaatsen, binnenwateren of bermen van spoor- en autowegen. Trede 4: Gronden in gebruik voor landbouw: landbouwgronden kunnen alleen worden benut voor de opwek van zonneenergie onder strikte voorwaarden (nee, tenzij): een zorgvuldige ruimtelijke afweging ten aanzien van de locatie, regie van de overheid, combineren van meerdere doelen, landschappelijke inpassing, maximaal maatschappelijk draagvlak en participatie. Naast eventueel enkele kleinschalige pilots –
vrijdag 12 maart 2021
13
vrijdag 12 maart 2021
13
3 Beleid Zonnepark Oirlo-Leunen
om ervaringen op te doen met ontwikkeling en aanbesteden zonnevelden, participatieprocessen, gevolgen bodemkwaliteit et cetera – is er een duidelijke voorkeur voor de ontwikkeling van enkele (grootschalige) energielandschappen in Limburg, op zorgvuldig gekozen locaties. Trede 5: Uitsluitingsgebieden: voor een aantal gebieden, zoals waterwingebieden en Natura2000-gebieden, ligt het voor de hand om gelet op de aanwezige waarden en/of belangen het realiseren van grondgebonden zonneparken uit te sluiten. Dit zou verder ook van toepassing kunnen zijn voor gebieden met uitzonderlijke landschappelijke waarden. Doorwerking plangebied Voornamelijk trede 4 is van belang voor de ruimtelijke ontwikkeling van zonneparken. Hierin wordt aangegeven dat de realisatie van zonneparken op landbouwgronden in eerste instantie niet de voorkeur geniet. Er dient een grondige en zorgvuldige ruimtelijke afweging opgesteld te worden ten aanzien van de locatie, regie van de overheid, combineren van meerdere doelen, landschappelijke inpassing, maximaal maatschappelijk draagvlak en participatie. Wel is er een duidelijke voorkeur voor de ontwikkeling van enkele (grootschalige) energielandschappen op zorgvuldig gekozen locaties. Zoals in paragraaf 3.4 is betoogd kan de opwekking van zonne-energie op bestaande daken en bestaand stedelijk gebied niet voorzien in de verwachte energiebehoefte.
De ontwikkeling kan hieraan een belangrijke bijdrage leveren om alsnog te voldoen aan de ambities van de provincie Limburg. Nadruk ligt naast de transitie aan duurzame energie ook op het behoud en versterking van de landschappelijke kwaliteiten en versterken van de ecologische en recreatieve waarde van het gebied.
vrijdag 12 maart 2021
14
vrijdag 12 maart 2021
14
3 Beleid Zonnepark Oirlo-Leunen
3.3
Regiogaal beleid
3.3.1
Ontwerp RES Noord en Midden Limburg
Op 28 juni 2019 publiceerde het kabinet het Klimaatakkoord: de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015). In 2030 dient de CO2-uitstoot sterk te worden verminderd: in 2030 met de helft ten opzichte van 1990. Één van de afspraken is dat 30 energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. In een Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft elke energieregio zijn eigen keuzes. De gemeente Venray is samen met 14 andere gemeenten ingedeeld in de regio ‘Noord- en Midden Limburg’. De Regionale Energiestrategie (RES) is een samenwerking tussen inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden en verbindt partijen en kijkt naar vraagstukken over de gemeentegrenzen heen. In de RES zijn vier activiteiten opgenomen voor de uitvoering energietransitie: Energie besparen; Duurzame elektriciteit opwekken uit zon en wind; Duurzame warmte gebruiken om stap voor stap van aardgas af te stappen; Voordelen inwoners vergroten. In de RES worden de volgende ambities uitgesproken voor 2030: 25% CO2 vermindering ten opzichte van 2015; 1.200 GWh grootschalige duurzame opwekking; minimaal 50% lokaal eigendom te realiseren bij grootschalige zon- en windprojecten. Er ligt voor de regio hiermee een forse opgave.
Ter vergelijking: 1.200 GWh staat gelijk aan circa 1.400-1.800 hectare
aan zonnepanelen. Door onder andere de realisatie van grootschalige zon- en windprojecten kan er een belangrijke bijdrage worden geleverd aan deze ambities. In de RES is bekeken waar potentiegebieden liggen voor grootschalige opwekking van energie, zie hiervoor ook figuur 6. Hieruit blijkt dit binnen de gemeente Venray er kansen worden gezien voor grootschalige opwekking van duurzame energie. Specifiek wordt in de RES het grensgebied tussen provincie Noord-Brabant aangemerkt. Er zijn recentelijk een aantal projecten uitgevoerd en een aantal projecten gepland. Het doel is om deze restopgave op te vangen met wind en zonne-energie. Doorwerking plangebied De RES richt zich vooral op het samenwerken tussen bedrijven, ontwikkelaar en instanties enerzijds, en de huidige bevolking anderzijds. In samenspraak met de inwoners van de betreffende gemeente dient de ontwikkelaar in samenspraak met belanghebbenden vorm te geven aan het voorgestelde project. Ook dient hier de kans te worden geboden aan de inwoners van Venray om voor ten minste 50% eigenaar te worden van de ontwikkeling. Hiervoor is een duidelijk en gestructureerd participatieproces nodig. Hoe dit precies vorm gaat krijgen voor het voorgestelde ruimtelijke initiatief dient nog nader uitgewerkt te worden in de vorm van een participatieplan. Hiernaar wordt dan ook verwezen. Figuur 6: Uitsnede zoekgebieden grootschalige energie-op-
Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van een zonnepark welke een aanzienlijke bijdrage levert aan de opwekking van duurzame energie en daarmee ook aan de provinciale en regionale opgave. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in lijn is met het ontwerp RES 1.0.
wek RES.
vrijdag 12 maart 2021
15
vrijdag 12 maart 2021
15
3 Beleid Zonnepark Oirlo-Leunen
3.3.2
Energiestrategie 2030
In 2013 is de Energiestrategie 2030 voor de gemeenten Beesel, Venlo en Venray: 'Energie voor groene groei' vastgesteld. Door de gemeenteraad is daarbij de ambitie uitgesproken om in 2030 CO2- neutraal te zijn. Op basis van deze visie is door het college van Venray op 29 oktober 2019 het Kader voor Opwekking Duurzame Energie (KODE) vastgesteld. Met de Energiestrategie en het KODE zijn de doelstellingen en de gefaseerde uitvoering op lange en korte termijn uitgewerkt.
Op het vlak van zonne-energie zijn veel projecten gerealiseerd en deze zichtbare vorm van duurzame opwekking is algemeen bekend en geaccepteerd door de samenleving. Om de ambitie nog te halen moet fors worden ingezet op energiebesparing, duurzame energie opwekking en efficiënt gebruik van fossiele brandstoffen. Onderhavige ontwikkeling kan hieraan een belangrijke bijdrage leveren.
Doorwerking plangebied In samenwerking met de gemeenten Beesel en Venlo is gekeken naar de energiebehoefte in relatie tot de potentie van duurzame energieopwekking (en besparing). Hierbij zijn verschillende scenario’s geanalyseerd, zie hiervoor ook figuur 7. Uit deze analyse blijkt dat wanneer er geen actief beleid wordt gevoerd geen hernieuwbare energie kan worden geleverd. Bij actief beleid (scenario 4) zijn er kansen om energieneutraal te zijn. De gemeente is voor het bereiken van de energiedoelen afhankelijk van alle energiegebruikers en energieleveranciers in de gemeente: bedrijfsleven, huishoudens, instellingen etc. De samenleving laat zich echter niet door de overheid sturen om energie te besparen of lokaal duurzaam op te wekken. Daarvoor moet er in de samenleving vooral ruimte zijn die leidt tot creativiteit en innovatie van de bedrijven en inwoners zelf. De overheid heeft daarin een rol als partner die samenwerkt, belemmeringen wegneemt, faciliteert en het goede voorbeeld geeft. De betrokkenheid van de overheid zorgt voor het aanjagen en versnellen van de gewenste ontwikkelingen. De financiële en economische kansen van de energietransitie zijn een belangrijke reden voor deze partijen om niet passief te blijven.
Figuur 7: Scenario’s Energiestrategie.
vrijdag 12 maart 2021
16
vrijdag 12 maart 2021
16
3 Beleid Zonnepark Oirlo-Leunen
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Kader voor opwekking van duurzame energie (KODE)
In het Kader voor Opwekking Duurzame Energie (KODE) van gemeente Venray is de ambitie uitgesproken om in 2030 CO2 -neutraal te zijn met compensatie. Concreet op het vlak van lokale duurzame opwekking wil de gemeente het gebruik van fossiele brandstoffen beperken en een duurzame energievoorziening stimuleren. Hiermee wordt ook de uitstoot van CO2 verminderd, met als doelstelling CO2 neutraal in 2030. De volgende stap betreft volledig energieneutraal in 2050.
KODE onderscheidt vier pijlers die vertaald zijn naar vier doelen waaraan initiatieven worden getoetst. Aan deze vier doelen zijn 10 uitgangspunten gekoppeld die concrete toetsingscriteria vormen om tot geaccepteerde plannen en realisatie te komen. Hieronder worden de pijlers en de daarbij behorende uitgangspunten toegelicht.
Doorwerking plangebied Pijler Inwoners, samenwerken aan een acceptabel plan
Om sturing te geven aan deze ambities heeft de gemeente het kader voor opwekking van duurzame energie opgesteld. Doel van het KODE is om meer balans te brengen in toetsing van de plannen in ruimtelijke en maatschappelijk zin, meer kwaliteit van de plannen waar medewerking aan wordt verleend, meer spreiding over de gemeente en ook meer regie bij de gemeente neerleggen.
E-mails en brieven; Informatieavonden in dorpshuizen (of digitaal); Projectpagina op de website van Solarfields.
Initiatiefnemers hechten veel waarde aan een zorgvuldige dialoog. In het voorstadium van het traject is daarom ook een stakeholdersanalyse opgesteld waarin alle mogelijke betrokken partijen zijn geïnventariseerd. Deze analyse is als bijlage 6 toegevoegd aan onderhavige ruimtelijke planvorming. Gedurende de tenderprocedure voor het zonnepark heeft er reeds participatie plaatsgevonden door verschillende persoonlijke gesprekken met omwonenden en de dorpsraden te voeren. Ook een overzicht hiervan is terug te vinden in bijlage 6.
Om aan deze ambities te kunnen voldoen wil de gemeente Venray ruimte maken voor grootschalige duurzame energieopwekking en afspraken te maken met regiogemeenten om de regionale opgave voor duurzame energieopwekking te realiseren. In figuur 8 is een uitsnede opgenomen van de beoogde doelen.
Figuur 8: KODE beoogde opwekking.
Uitgangspunt 1: een zorgvuldige omgevingsdialoog op meerdere fronten Voor de ontwikkeling is een communicatieplan en participatieplan opgesteld. In het traject van de komende maanden zal de lokale omgeving op verschillende momenten en via verschillende mediakanalen op de hoogte worden gebracht en uitgenodigd worden om te participeren. Daarvoor worden de volgende middelen ingezet: Sociale media van de gemeente, Solarfields en Coöperatie BeePower;
Deze gesprekken hebben er onder andere toe geleid dat de omwonenden en dorpsraden positief zijn over onze aanpak en het zonnepark. Ook zijn er naar aanleidingen van signalen over verkeersonveiligheid op de Beemdweg een wandel/hardlooppad toegevoegd aan het ontwerp en de hoek van de kruising van De Locht en de Beemdweg ingericht als openbare weide met de mogelijkheden voor een pluktuin en een rustplaats met bankjes. Op deze plek zal mogelijk een educatiepunt worden ingericht waar bijvoorbeeld de lokale bevolking en schoolklassen geïnformeerd worden over het zonnepark, de opwek van duurzame energie, CO²besparingen en de klimaatdoelstellingen. Het proces zoals hierboven omschreven betreft geen uitputtende uiteenzetting. Vanwege het dynamische proces van participatie zullen meerdere stakeholders worden benaderd. In navolging van reeds uitgevoerde participatieactiviteiten tijdens de tenderprocedure heeft initiatiefnemer reeds het parti-
vrijdag 12 maart 2021
17
vrijdag 12 maart 2021
17
3 Beleid Zonnepark Oirlo-Leunen
cipatieproces vervolgd. Zo is er in samenwerking met de omgeving een participatieplan opgesteld voor de komende periode, als onderdeel van de vergunningsprocedure. In bijlage 6 is te zien welke participatieactiviteiten reeds uitgevoerd zijn, en welke gepland staan. Tijdens de vergunningsaanvraag zullen verslagen van gesprekken, en bijeenkomsten, toegevoegd worden tezamen met een verdere uitdieping van de omgevingsdialoog. Pijler Ruimte, inzetten op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Uitgangspunt 2: onderscheiden van gebieden waar we zonneprojecten toestaan of uitsluiten, opgedeeld in 5 sporen In de KODE worden een aantal gebieden uitgesloten van ontwikkelingen ten aanzien van energieopwekking. Beschermde natuurzone Het gebied is niet gelegen binnen een beschermde natuurzone (goudgroene natuurzone). Wel ligt het gebied binnen een bronsgroene landschapszone. Op basis van het provinciaal beleid zijn nieuwe ontwikkelingen binnen een bronsgroene landschapszone mogelijk, mits de aanwezige landschapskenmerken worden geïnventariseerd en compensatie plaatsvindt bij eventuele aantasting. Zoals eerder in dit document is beschreven is er voor onderhavige ontwikkeling een degelijke landschappelijke inpassing uitgevoerd, waarin de landschapskarakteristieken zijn meegenomen. De voorgestelde inrichtingsmaatregelen strekken tot het behoud en versterking van deze aanwezige landschapswaarden.
Voor een uitgebreide beschrijving van het bronsgroene landschap wordt verwezen naar bijlage 1 van dit document. Essen Het plangebied is niet gelegen binnen een essenlandschap.
Rand dorp of wijk Het plangebied is gelegen op een afstand van meer dan 500 meter tot een nabijgelegen dorp of wijk. Het meest dichtbij gelegen dorp/wijk betreft de kern Venray, op een afstand van circa 600 meter. Uitgangspunt 3: per spoor kwantitatieve doelen, limieten en fasering richting 2030 Het KODE onderscheidt vijf sporen waar onder voorwaarden mogelijkheden bestaan voor de ontwikkeling van zonne-energie: 1. Daken van bedrijven, kantoren, woningen, woongebouwen en accommodaties minimaal 60 hectare; 2. Stroken langs snel- en spoorwegen, plassen, oude stortplaatsen, e.d. minimaal 20 hectare; 3. Bouwvlak-gerelateerde zonneparken maximaal 40 hectare, maximale grootte 2 hectare; 4. Oude ontginningen maximaal 50 hectare, minimale grootte 2 hectare, maximale grootte 25 hectare; 5. Jonge ontginningen: maximaal 80 hectare, minimale grootte 10 hectare, maximale grootte 40 hectare.
Figuur 9: Uitsnede zonnekaart KODE.
circa 14 hectare worden benut voor zonnepanelen. De overige gronden worden gebruikt ten behoeve van landschappelijke inpassing en versterking van de natuur. Omdat het gebied specifiek is gelegen binnen het bronsgroen landschap is er gekeken naar de landschapskenmerken. Voor de landschappelijke inpassing zijn hiertoe ook inrichtingsmaatregelen voorgesteld om de impact van het zonnepark op het gebied zoveel mogelijk te beperken. Uitgangspunt 4: nieuwe bedrijfsdaken of publieke daken zonnepanelen via voorwaarden opleggen Niet van toepassing. Uitgangspunt 5: bewijs dat opgewekte stroom kan worden geleverd, opgeslagen of omgezet De gemeente Venray kent één zogenaamd onderstation voor aansluiting (Keizersveld) met een nog beperkte aansluitcapaciteit voor grote projecten. Daarnaast beschikt Venray over verschillende kleinere aansluitstations, hier zouden enkele zonneparken of –daken met een grootte van ca 5-6 ha op kunnen worden aangesloten. Solarfields staat op de wachtlijst voor netcapaciteit op Station Keizersveld. Enexis heeft aangegeven dat er in 2026 geplande extra capaciteit bijkomt. Indien er eerder capaciteit ontstaat, en Solarfields krijgt deze toegewezen, dan is het mogelijk dat er eerder gebouwd en aangesloten kan worden. De initiatiefnemer onderhoudt nauw contact met Enexis over de netcapaciteit in Venray.
Het plangebied maakt deel uit van het oude-ontginningslandschap, hier geldt een ‘ja mits’ voorwaarde. Zonneparken zijn toegestaan, mits niet groter dan 25 hectare. De totale omvang van het plangebied betreft circa 25 hectare. Hiervan zal
vrijdag 12 maart 2021
18
vrijdag 12 maart 2021
18
3 Beleid Zonnepark Oirlo-Leunen
Uitgangspunt 6: verkennen zoekgebied(en) voor grootschaliger opwekking in de jonge ontginningen Onderhavig plangebied is gelegen binnen de oude ontginningen, zie hiervoor ook uitgangspunt 4. Uitgangspunt 6 is niet van toepassing op dit initiatief. Pijler Locatie: esthetica, inpassing, kwaliteit en ecologie Uitgangspunt 7: kwalitatieve ontwerpprincipes voor landschap, kavel en object De gemeente stelt dat zonneparken moeten worden ingepast in het landschap. Voor het zonnepark is een landschappelijke inpassing opgesteld waarbij rekening is gehouden met het beleidskader richtlijnen voor het Venrayse landschap, zoals beschreven in de Leidraad kwaliteit op locatie bij zonneparken. In paragraaf 2.2 en bijlage 1 zijn de gebiedskarakteristieken onderbouwd en aan de hand daarvan bekeken in hoeverre het zonnepark kan worden ingepast. Het zicht op het zonnepark wordt door middel van de landschappelijke inpassing zoveel mogelijk beperkt. Daarnaast zullen de benodigde transformatoren in het park worden aangelegd, zodat deze niet (dan wel beperkt) zichtbaar zijn. Uitgangspunt 8: monitoren op bodemgesteldheid en biodiversiteit Naast de landschappelijke inpassing is er ook gekeken naar het versterken van biodiversiteit. In de huidige situatie zijn de gronden op het gebied van ecologie en biodiversiteit van beperkte waarde.
Door de aanleg van een gemengd struweel en bloem- en kruidenrijk grasland wordt de biodiversiteit in het gebied vergroot. Deze landschappen creëren een nieuwe habitat voor verschillende flora en fauna. De nadere uitwerking van het beheer van biodiversiteit zal in overleg met de omgeving worden bepaald en worden vastgelegd.
Voor de bodemgesteldheid zullen initiatiefnemers voorafgaand de werkzaamheden een milieukundig bodemonderzoek laten uitvoeren op de percelen. Deze meting geldt als nulmeting voor het streven om de gronden in originele staat terug te leveren aan de grondeigenaar na de exploitatieperiode. Om dit te waarborgen hebben initiatiefnemers in hun kostenbegroting hiervoor een budget opgenomen. Tijdens het beheer van het zonnepark voert Solarfields onderzoek uit op haar parken om de ontwikkeling van natuur en biodiversiteit te meten. De concrete invulling voor het zonnepark in Venray wordt aankomende periode nader uitgewerkt. De initiatiefnemer is daarnaast aan het onderzoeken tegen welke frequentie een milieukundig bodemonderzoek onderdeel blijft van het beheer van het zonnepark in Venray. Pijler Eigenaarschap, eerlijk verdelen van lasten en lusten Uitgangspunt 9: substantieel aandeel lokaal eigenaarschap Energiecoöperatie BeePower en Solarfields hebben in november 2020 een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Het uitgangspunt van deze samenwerkingsovereenkomst is een gedeeld lokaal eigendom van het beoogde zonnepark.
naar 50% lokaal eigendom. Deze vorm van participatie is het ultieme voorbeeld van hoe een zonnepark lokaal meerwaarde kan creëren. Hiernaast levert het zonnepark ook op andere gebieden een maatschappelijke meerwaarde. Zo wordt er een omgevingsfonds opgezet waarmee in de betreffende dorpen duurzaamheids- en leefbaarheidsinitiatieven geïnitieerd kunnen worden, op en rondom het zonnepark vindt er natuurontwikkeling plaats en het beoogde zonnepark stimuleert de lokale werkgelegenheid. Hierbij kunt u denken aan het uitbesteden van maaiwerkzaamheden. Uitgangspunt 10: tegenprestatie bij aanleg zonnevelden De hoogte van de kwaliteitsbijdrage, als tegenprestatie voor zonneparken in de sporen 4 en 5, is afhankelijk van het coöperatieve aandeel zoals bepaald in KODE. Afhankelijk van het coöperatieve aandeel wat gerealiseerd wordt, zal bepaald worden of en in welke mate een kwaliteitsbijdrage benodigd is.
Als winnaar van de tender voor zonneparken binnen de gemeente Venray is Solarfields in nauwe en transparante samenwerking met verschillende partijen uit de omgeving: direct omwonenden, de dorpsraden van Oirlo en Leunen, en energiecoöperatie BeePower, bezig om het ingediende plan verder vorm te geven. De energiecoöperatie BeePower speelt hierin een belangrijke rol. Samen met de coöperatie is Solarfields aan het onderzoeken hoe de lokale bevolking mede-eigenaar kan worden van het zonnepark. Samen met BeePower wordt gestreefd
vrijdag 12 maart 2021
19
vrijdag 12 maart 2021
19
4 Onderzoek Zonnepark Oirlo-Leunen
4
Onderzoek
Bij de realisatie van de ontwikkeling dient rekening gehouden te worden met (milieu)aspecten vanuit de omgeving en op de omgeving. Het onderzoek naar de relevante milieu- en omgevingsaspecten wordt in de navolgende paragrafen beschreven.
4.1
M.e.r.-beoordeling
Toets m.e.r.-plicht Binnen het plangebied wordt een zonnepark gerealiseerd op agrarische gronden. Het realiseren van een zonnepark komt niet voor in bijlage C van het besluit m.e.r.. Er is dus geen sprake van de verplichting om een m.e.r.-procedure te doorlopen. Toets m.e.r.-beoordelingsplicht In bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven bij welke activiteiten, plannen en besluiten een m.e.r.beoordeling moet plaatsvinden, dat wil zeggen een nadere afweging of mogelijk een m.e.r. procedure moet worden gevolgd. Op basis van recente jurisprudentie (zie uitspraak ABRvS 14 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2770) is vastgesteld dat de realisatie van een zonnepark geen stedelijk ontwikkelingsproject dan wel een landinrichtingsproject of een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water. Op basis hiervan is er geen sprake van een m.e.r beoordelingsplichtige activiteit.
4.2
Milieuaspecten
4.2.1
Bodem
In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan beschreven moet worden in hoeverre er onderzoek is verricht naar de bodemgesteldheid van het plan en hoe deze zich verhoudt tot de ontwikkeling en plangebied. In het kader van een voorgenomen functiewijziging zal inzicht moeten worden gegeven in de bodemkwaliteit ter plaatse, wanneer er een wijziging plaatsvindt naar een gevoeligere functie of wanneer er nieuwe bebouwing waarin voortdurend mensen verblijven wordt opgericht. Op basis van het Besluit Bodemkwaliteit en Regeling Bodemkwaliteit betreft een zonnepark geen gevoelige functie. Verder betreft een zonnepark ook geen bodembedreigende functie. Ook is er slechts zeer beperkt sprake van bodemroerende werkzaamheden. Voor aanvang van de werkzaamheden zullen initiatiefnemers een bodemonderzoek laten uitvoeren om daarmee de huidige situatie van de bodem vast te stellen. Na het verwijderen van het zonnepark kan daarmee de nul-situatie weer terug worden gebracht aan de hand van dit onderzoek. Conclusie Vanuit het aspect bodemkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.2
Milieuzonering
Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzone-
ring om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Het beoogde zonnepark vormt volgens de (indicatieve) brochure “Bedrijven en Milieuzonering”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) 2009, geen milieugevoelige functie. Omliggende milieubelastende bedrijven vormen daarmee geen belemmering voor het oprichten van een zonnepark. Ook dient te worden onderzocht, of het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen niet onevenredig wordt aangetast als gevolg van het zonnepark.