CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Regels PH Buitengebied Venray 2010

Gemeenteraad 27 juni 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening stoppers- en saneringsregeling (ronde 2).33.733 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

30

4. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid en verkeersveiligheid aanvaardbaar is; i.

artikel 3.2.2 onder a en een maximale goothoogte van 8 m en een maximale bouwhoogte van 12 m toestaan, onder de voorwaarde dat sprake is van een goede ruimtelijke inpassing zoals bedoeld is in het beeldkwaliteitsplan en het Ruimtelijk Kwaliteitskader.

j.

artikel 3.2.2 onder b en toestaan dat indien de bedrijfswoning is gelegen in een hoofdgebouw dat groter is dan 1075 m³, het gehele of een gedeelte van het hoofdgebouw inpandig mag worden verbouwd tot woning, onder de voorwaarden dat: 1. het (agrarische en) stedenbouwkundige karakter niet wezenlijk worden aangetast; 2. de bestaande bebouwingsoppervlakte niet wordt vergroot; 3. verbouw in combinatie met herbouw van (een deel van) het hoofdgebouw niet is toegestaan; 4. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 5. het aantal woningen gelijk blijft, woningsplitsing is niet toegestaan;

k.

artikel 3.2.2 onder b en een grotere inhoudsmaat toestaan voor woning inclusief bijgebouwen indien bestaande (bij)gebouwen worden gesloopt, onder de volgende voorwaarden: 1. gesloopt wordt binnen of meer van de voor het buitengebied geldende bestemmingsplannen van de gemeente Venray; 2. er is sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 3. alleen de te slopen gebouwen die op die locatie niet vallen binnen het daar, op grond van de bouwregels, toegestane maximale bebouwingsvolume, worden in de berekening meegenomen; 4. de te slopen gebouwen dienen legaal aanwezig te zijn op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en mogen niet onder een andere regeling of verzoek vallen; 5. aan de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt de voorwaarde verbonden dat pas met de bouw gestart mag worden als sloop heeft plaatsgevonden; 6. alle te slopen gebouwen en de daarbij behorende bouwwerken en bouwdelen, zoals aanbouwen, overkappingen, bijbehorende ondergrondse (kelder-)ruimten, fysieke erfafscheidingen, voederplaten en andere erfverhardingen dienen gesloopt te worden; 7. alleen bovengrondse gebouwen worden meegerekend bij het te bepalen sloopvolume; 8. het percentage van het te bouwen volume dat mag moet worden gesloopt is bepaald in de onderstaande tabel:

Aantal m3 dat wordt gebouwd

Minimaal te slopen % (sloopvolume)

(bebouwingsvolume) Tot en met 250 m3

100%

Het meerdere boven de 250 m3

150%

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

31

9. bij de berekening wordt begonnen met het vullen van het getal in de eerste rij van bovenstaande tabel, waarna op dezelfde manier de volgende rijen gevolgd wordt. l.

artikel 3.2.2 onder b en een goothoogte van maximaal 6 m toestaan voor de bedrijfswoning, onder de voorwaarde dat sprake is van een goede ruimtelijke inpassing zoals bedoeld is in het beeldkwaliteitsplan en het Ruimtelijk Kwaliteitskader;

m. artikel 3.2.2 onder e en een goothoogte toestaan van maximaal 8 meter en een bouwhoogte toestaan van 10 meter ten behoeve van de realisatie van kassen behorende bij een glastuinbouwbedrijf; n. artikel 3.2.2 onder j van de planregels en toestaan dat bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bedrijfsvoering op een afstand minder dan 15 meter van de bedrijfswoning en achter de achtergevel worden gebouwd, onder de voorwaarde dat: 1. de noodzaak tot een kortere afstand kan worden aangetoond en/of; 2. de bouw stedenbouwkundig aanvaardbaar is, gelet op de bestaande bebouwing op het perceel. o.

artikel 3.2.2 onder j en toestaan dat een bedrijfswoning wordt opgericht buiten het aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' of 'plattelandswoning' onder de volgende voorwaarden: 1. dit vanuit het verkeersbelang dan wel een aanvaardbaar woonmilieu noodzakelijk is; 2. de afstand buiten het aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' niet meer bedraagt dan noodzakelijk is in verband met het verkeersbelang dan wel het woonmilieu; 3. dit vanuit verkeerkundig, stedenbouwkundig en/of milieuhygiënisch oogpunt toelaatbaar is; 4. natuurlijke, cultuur-historische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden mogen niet worden aangetast; 5. het toevoegen van een extra woning is niet toegestaan. 6. Het oprichten van de plattelandswoning buiten het aanduidingsvlak van de bedrijfswoning is slechts toegestaan mits de kortste afstand tot de bedrijfsbebouwing minimaal 25 meter is dan wel de afstand ten opzichte van de bestaande situatie niet wordt verkleind. 7. de uitbreiding vindt plaats binnen het aanduidingsvlak 'plattelandswoning'.

p.

artikel 3.2.2 onder k van de planregels en toestaan dat bijgebouwen op een grotere afstand dan 15 m van de woning worden gebouwd, onder de voorwaarde dat de landschappelijke en agrarische waarden ter plaatse niet worden aangetast.

q.

artikel 3.2.1 onder a van de planregels en toestaan dat hagelnetten buiten het bouwvlak worden gebouwd, onder de voorwaarde dat het volgende beoordelingskader bij de toelaatbaarheid in acht wordt genomen: 1. zicht op continuïteit van het agrarisch bedrijf; 2. netten mogen niet tot op de grond en niet buiten het bloeiseizoen worden afgerold; 3. ze dienen voor het overige naar aard en afmetingen bij deze bestemming te passen; 4. er wordt voorzien in een landschappelijke inpassing, bestaande uit een afschermende haag;

r.

artikel 3.2.1 onder e van de planregels en toestaan dat het oprichten van aanbouwen bij de plattelandswoning buiten het aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' is toegestaan onder de volgende voorwaarden:

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

32

1. dit vanuit het verkeersbelang dan wel een aanvaardbaar woonmilieu noodzakelijk is; 2. de afstand buiten het aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' niet meer bedraagt dan noodzakelijk is in verband met het verkeersbelang dan wel het woonmilieu; 3. dit vanuit verkeerskundig, stedenbouwkundig en/ of milieuhygiënisch oogpunt toelaatbaar is; 4. natuurlijke, cultuur-historische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden mogen niet worden aangetast; 5. de afstand tot bedrijfsbebouwing minimaal 25 meter is dan wel de afstand ten opzichte van de bestaande situatie niet wordt verkleind; 6. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 7. de uitbreiding vindt plaats binnen het aanduidingsvlak 'plattelandswoning'. s.

artikel 3.2.2 onder i van de planregels en toestaan dat bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bedrijfsvoering voor de achtergevel van de bedrijfswoning worden gebouwd, onder de voorwaarde dat: 1. de noodzaak hiertoe kan worden aangetoond; 2. de aanpassing niet leidt tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat; 3. de bouw stedenbouwkundig aanvaardbaar is, gelet op de bestaande bebouwing op het perceel.

3.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden voor: a.

het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens: 1. voor zover het plaatsvindt binnen het bouwvlak of; 2. voor zover zulks noodzakelijk voor het op de bestemming gericht grondgebruik;

b.

Tijdelijke opslag van geoogste producten met een maximum van drie maanden aansluitend aan de oogst;

c.

het gebruik van opstallen voor opslagdoeleinden, uitgezonderd: 1. opslagdoeleinden die verband houden met het op de bestemming gerichte gebruik van opstallen; 2. statische opslag in niet meer functionele agrarische bedrijfsbebouwing, niet zijnde kassen;

d.

het gebruik van de gronden als plaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans ten behoeve van de huisvesting door tijdelijke werknemers;

e.

het gebruik van gronden en opstallen voor detailhandel, uitgezonderd het bepaalde in artikel 3.1 onder e;

f.

het gebruik van gronden en opstallen voor niet-agrarische activiteiten op een agrarisch bedrijf;

g.

het gebruik van gronden en opstallen voor het bewerken van agrarische producten van derden;

h. het gebruik van de agrarische bedrijfswoning en de bestaande bedrijfsgebouwen voor de huisvesting van tijdelijke werknemers; i.

het gebruik van de agrarische bedrijfswoning en (agrarische) bedrijfsgebouwen voor de huisvesting van stagiaires en grooms voor het africhten van paarden;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

33

j.

het gebruik van (agrarische) bedrijfsgebouwen (stallen) en bijgebouwen voor bewoning;

k.

het gebruik van recreatiewoningen ten behoeve van permanente bewoning;

l.

het gebruik van gronden voor containerteeltvelden buiten de bouwvlakken voor een agrarisch bedrijf en/of de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-containerteelt';

m. het gebruik van opstallen ten behoeve van horecadoeleinden; n. het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van mestverwerkingsactiviteiten behoudens activiteiten welke ondergeschikt zijn aan het agrarisch bedrijf waarbij de mest afkomstig is van hetzelfde bedrijf; o.

het omschakelen van een agrarisch bedrijf naar een glastuinbouwbedrijf of een intensieve veehouderij;

p.

aan-huis-gebonden-bedrijf;

q.

het gebruik van gedeeltes van de (bedrijfs)woning, waaronder aan- uit of bijgebouwen, als zelfstandige woning in het kader van mantelzorg;

r.

het omschakelen van een agrarisch bedrijf naar niet- grondgebonden agrarische bedrijvigheid;

s.

het uitoefenen van nevenactiviteiten, uitgezonderd verkoop van streekeigen producten binnen het bouwvlak tot een verkoopvloeroppervlak van maximaal 100 m 2;

t.

het gebruik van bestaande opstallen voor kleinschalige verblijfsrecreatie;

u. bevi-inrichtingen; v.

de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals kunstmeststoffen en propaan anders dan bestaande situaties, die een 10-6 risicocontour hebben die de aanduiding 'bouwvlak' overschrijdt.

w. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie;

3.6

Afwijken van de gebruiksregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.

artikel 3.1 onder f en 3.5 onder e en p van de planregels en een grotere omvang van aanhuis-gebonden-beroep respectievelijk een aan-huis-gebonden-bedrijf toestaan, onder de volgende voorwaarden: 1. de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 70 m2; 2. de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; 3. detailhandel vindt slechts plaats voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met het aan-huis-gebonden-beroep en/ of aan-huis-gebonden-bedrijf; 4. de activiteit geen zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat als gevolg daarvan extra verkeersmaatregelen - waaronder parkeervoorzieningen - noodzakelijk zijn; 5. de activiteit mag uitsluitend in het hoofdgebouw en/ of aanbouw plaatsvinden;

b.

artikel 3.5 onder d van de planregels ten behoeve van het houden van een kleinschalig kampeerterrein voor recreatief gebruik, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie, inclusief eventueel andere niet-agrarische functies op het bouwperceel, ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 2. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 3. het maximaal 25 kampeerplaatsen betreft;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

34

4. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de voorziening wordt ingepast; 5. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 6. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; 7. bij beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering voor zover gelegen buiten de aanduiding 'overige zone - agrarisch gemengd' ook het gebruik van gronden en opstallen voor niet-agrarische activiteiten worden gestaakt; 8. het kampeerterrein gelegen is binnen het bouwvlak ofwel binnen een strook van 100 m aan een zijde (niet zijnde de voorzijde) ofwel aan de achterzijde, direct aansluitend aan het bouwvlak of een bestemmingsvlak wonen. In het laatste geval dient de omgevingsvergunning in combinatie met de omgevingsvergunning van artikel 18.6 onder b te worden aangevraagd; 9. de inrichting van het kampeerterrein niet leidt tot onevenredige aantasting van de aanwezige gebiedskwaliteiten; 10. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 11. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 12.

voor oprichting van gebouwen ten dienste van het kleinschalig kamperen dient de omgevingsvergunning in combinatie met de omgevingsvergunning van artikel 3.4 onder b te worden aangevraagd. c.

artikel 3.5 onder f en s van de planregels ten behoeve van het ontplooien van activiteiten met betrekking tot kleinschalige dagrecreatie, zoals ontbijt- en lunchmogelijkheid, theetuin, terras, speeltuin, huifkartochten, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 2. de activiteiten ten dienste staan van dagrecreatief medegebruik 1 in het gebied (ondersteuning wandel- en fietsroutes). 3. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 4. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 5. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; 6. bij beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering voor zover gelegen buiten de aanduiding 'overige zone – agrarisch gemengd’ ook het gebruik van gronden en opstallen voor niet-agrarische activiteiten worden gestaakt; 7. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 8. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

d.

artikel 3.5 onder g van de planregels ten behoeve van het bewerken van agrarische producten, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

35

2. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 3. het de bewerking van producten afkomstig van agrarische bedrijven betreft; 4. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 5. bij beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering voor zover gelegen buiten de aanduiding ‘overige zone - agrarisch gemengd' ook het gebruik van gronden en opstallen voor niet-agrarische activiteiten worden gestaakt; 6. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 7. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid. e.

artikel 3.5 onder h van de planregels en toestaan dat

f.

bebouwing wordt gebruikt voor logiesgelegenheid voor maximaal 20 tijdelijke werknemers , onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel en wordt ingepast in het bestaande bouwvolume; 2. de leefruimte per logiesgelegenheid minimaal 10 m2 per medewerker bedraagt; 3. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 4. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 5. ondersteunende voorzieningen (zoals toiletten en wasvoorzieningen) binnen het logiesgebouw dienen te zijn gelegen met minimaal 1 toilet en douche per 8 personen; 6. bij beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering de niet-agrarische activiteiten worden gestaakt; 7. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 8. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 9. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

g.

artikel 3.5 onder i van de planregels ten behoeve van het huisvesten van maximaal 5 grooms/ stagiaires voor het africhten en verzorgen van paarden, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 2. de huisvesting en alle daarbij benodigde voorzieningen enkel mogen plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing; 3. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 4. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 5. bij beëindiging van de paardenhouderijactiviteiten ook het gebruik van gronden en opstallen voor de niet-agrarische activiteiten worden gestaakt; 6. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 7. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 8. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

36

h. artikel 3.5 onder f en s van de planregels ten behoeve van het houden van een kinderdagverblijf, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 2. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 3. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; 4. bij beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering voor zover gelegen buiten de aanduiding 'overige zone - agrarisch gemengd' ook het gebruik van gronden en opstallen voor niet-agrarische activiteiten worden gestaakt; 5. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 6. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; i.

artikel 3.5 onder s van de planregels ten behoeve van het houden van een zorgboerderij, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 2. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 3. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 4. bij beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering voor zover gelegen buiten de aanduiding 'overige zone - agrarisch gemengd' ook het gebruik van gronden en opstallen voor nietagrarische activiteiten worden gestaakt; 5. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 6. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; 7. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

j.

artikel 3.5 onder s van de planregels en het afwijkend gebruik van gronden en opstallen toestaan, mits het gebruik is aan te merken als nevenactiviteit, voor: 1. landbouwverwant bedrijf, of 2. kleinschalig bedrijf, of 3. manege. met dien verstande dat: 

het gebruik plaatsvindt in niet meer in gebruik zijnde agrarische bedrijfsgebouwen;

de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel;

de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving;

de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden;

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

37

bij beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering dient, voor zover gelegen buiten de aanduiding 'overige zone - agrarisch gemengd ' ook het gebruik van gronden en opstallen voor kleinschalig bedrijf en manege te worden gestaakt, en, voor zover gelegen binnen de aanduiding 'overige zone - agrarisch gemengd' dient ook het gebruik van gronden en opstallen voor landbouwverwant bedrijf te worden gestaakt;

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

 k.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

artikel 3.5 onder u van de planregels en kleinschalige verblijfsrecreatie toestaan onder de volgende voorwaarden: 1. indien er sprake is van een recreatiewoning, logiesvoorzieningen, groepsaccommodaties en/of bed&breakfast geldt de voorwaarde dat de omvang van de kleinschalige verblijfsrecreatie niet groter is dan 100 m2; 2. de verblijfsrecreatie vindt plaats binnen bestaande bebouwing; 3. de recreatieve functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel, en mag niet worden voortgezet wanneer de agrarische bedrijfsvoering wordt beëindigd; 4. kleinschalige horeca mogelijk is mits deze ondergeschikt is aan de dagrecreatie; 5. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 6. de recreatieve voorzieningen dienen landschappelijke ingepast te worden; 7. deze omgevingsvergunning mag niet worden gecombineerd met de omgevingsvergunning zoals opgenomen in artikel 3.6 onder a. 8. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 9. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 10. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein.

3.7

Wijzigingsbevoegdheid

3.7.1

Nieuwvestiging agrarische bedrijven

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en nieuwvestiging van agrarische bedrijven, met uitzondering van intensieve veehouderijen en glastuinbouwbedrijven, toestaan daar waar geen bouwvlak is opgenomen, onder de voorwaarden dat: a.

het dient te gaan om een volwaardig agrarisch bedrijf dan wel een bedrijf dat naar verwachting binnen redelijke termijn zal uitgroeien tot een volwaardig bedrijf;

b.

het bedrijf in de nabijheid ligt van andere agrarische bedrijven en komt te liggen aan een goede infrastructurele ontsluiting.

c.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd;

d.

op de verbeelding wordt een 'bouwvlak' opgenomen met een maximale oppervlakte van 1,5 hectare;

e.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

f.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

38

g.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

h. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; i.

de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' 200 m bedraagt;

j.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

k.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

l.

op de verbeelding wordt een aanduiding 'agrarisch bedrijf' opgenomen;

m. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn voor de opgenomen gebiedsaanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied'.

3.7.2

Nieuwvestiging intensieve veehouderij, tevens omschakeling

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en nieuwvestiging van een intensieve veehouderij, uitsluitend binnen de op de verbeelding aangegeven gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone – landbouwontwikkelingsgebied' toestaan, onder de voorwaarden dat: a.

het dient te gaan om een volwaardig agrarisch bedrijf dan wel een bedrijf dat naar verwachting binnen redelijke termijn zal uitgroeien tot een volwaardig bedrijf;

b.

het bedrijf in de nabijheid ligt van andere agrarische bedrijven en aan een goede infrastructurele ontsluiting;

c.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bebouwing wordt ingepast. Indien sprake is van een nieuwe locatie dient tevens een aanvullende kwaliteitsverbetering te worden geleverd;

d.

op de verbeelding wordt een 'bouwvlak' opgenomen met een maximale oppervlakte van 1,5 hectare;

e.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

f.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

g.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

h. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; i.

de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' 200 m bedraagt;

j.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

k.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

l.

op de verbeelding wordt een aanduiding 'intensieve veehouderij' opgenomen;

m. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn voor de opgenomen gebiedsaanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied'.

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

39

3.7.3

Wijziging bouwvlak - uitbreiding intensieve veehouderij

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de uitbreiding van een intensieve veehouderij toestaan waarbij het 'bouwvlak' op de verbeelding wordt aangepast, onder de voorwaarden dat: a.

de intensieve veehouderij is gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied' of is gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone – verwevingsgebied' mits de ruimtelijke kwaliteit of de functies van het gebied zich daar niet tegen verzetten;

b.

uitbreiding binnen de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone – extensiveringsgebied' niet is toegestaan.

c.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

d.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf;

e.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat nieuwe bebouwing wordt ingepast;

f.

indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 1,5 hectare blijkt uit het landschappelijk inpassingsplan, als bedoeld onder e, tevens dat bestaande bebouwing wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd;

g.

de oppervlakte van het bouwvlak bedraagt maximaal 2,5 hectare;

h. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 1,5 hectare; i.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

j.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

k.

de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' 200 m bedraagt;

l.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

m. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; n. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; o.

aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' .

3.7.4

Wijziging bouwvlak - uitbreiding glastuinbouwbedrijf

Burgemeester

en

wethouders

kunnen

het

plan

wijzigen

en

de

vergroting

van

een

glastuinbouwbedrijf toestaan waarbij het 'bouwvlak' op de verbeelding wordt aangepast, onder de voorwaarden dat: a.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

40

b.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf;

c.

de ontwikkeling moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat nieuwe bebouwing wordt ingepast;

d.

indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 3 hectare blijkt uit het landschappelijk inpassingsplan, als bedoeld onder c, tevens dat bestaande bebouwing wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd;

e.

de oppervlakte van het bouwvlak bedraagt maximaal 5 hectare;

f.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 3 hectare;

g.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

h. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; i.

de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

j.

de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' 200 m bedraagt;

k.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

l.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

m. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' .

3.7.5

Wijziging bouwvlak - uitbreiding agrarisch bedrijf

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en vergroting van bestaande agrarische bedrijven, geen intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf zijnde, toestaan waarbij het 'bouwvlak' op de verbeelding wordt aangepast, onder de voorwaarden dat: a.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

b.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf;

c.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat nieuwe bebouwing wordt ingepast;

d.

indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 1,5 hectare blijkt uit het landschappelijk inpassingsplan, als bedoeld onder c, tevens dat bestaande bebouwing wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd;

e.

de oppervlakte van het bouwvlak bedraagt maximaal 2,5 hectare;

f.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 1,5 hectare;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

41

g.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

h. de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' 200 m bedraagt; i.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

j.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

k.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

l.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

m. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' ;

3.7.6

Toevoeging functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - boogkassen'

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – boogkassen' op de verbeelding opnemen ten behoeve van het oprichten van permanente boogkassen met de daarbij behorende voorzieningen onder de voorwaarden dat: a.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

b.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het bedrijf;

c.

de locatie aansluitend aan het bouwvlak is gelegen;

d.

de oppervlakte maximaal 1,5 hectare bedraagt;

e.

de bouwhoogte maximaal 4 meter bedraagt;

f.

de maximale afstand van de aan de wegzijde gelegen grens van het bestemmingsvlak tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt;

g.

de totale oppervlakte van het bouwvlak en de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – boogkassen' niet meer dan 3 ha bedraagt;

h. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; i.

de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden dienen te blijven;

j.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

k.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

l.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing en/of voorziening wordt ingepast;

m. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

42

3.7.7

Toevoeging functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - containerteelt'

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – containerteelt' op de verbeelding opnemen ten behoeve van het aanleggen van containervelden met de daarbij behorende voorzieningen onder de voorwaarden dat: a.

uitbreiding binnen de aanduiding 'Waarde – Ecologische Hoofstructuur' niet is toegestaan;

b.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

c.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het bedrijf;

d.

de locatie van het containerveld ligt aansluitend aan het bouwvlak;

e.

de oppervlakte maximaal 1,5 hectare bedraagt;

f.

de totale oppervlakte van het bouwvlak en de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – containerteelt' niet meer dan 3 ha bedraagt;

g.

de maximale afstand van de aan de wegzijde gelegen grens van het bestemmingsvlak tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt;

h. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; i.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

j.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing en/of voorziening wordt ingepast;

k.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

l.

de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden dienen te blijven;

m. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

3.7.8

Toevoeging 'bedrijfswoning'

Burgemeester

en

wethouders

kunnen

het

plan

wijzigen

en

een

functieaanduiding

'bedrijfswoning' op de verbeelding toewijzen ten behoeve van de bouw van een bedrijfswoning onder de voorwaarden dat: a.

er nog geen bedrijfswoning aanwezig is;

b.

het dient te gaan om een volwaardig agrarisch bedrijf dan wel een bedrijf dat naar verwachting binnen redelijke termijn zal uitgroeien tot een volwaardig bedrijf;

c.

aangetoond wordt dat de bedrijfswoning noodzakelijk is voor de doelmatige agrarische bedrijfsvoering;

d.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

e.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

f.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

g.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

h. de regels in artikel 3.2.2 van de planregels in acht genomen worden.

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

43

3.7.9

Toevoeging 'plattelandswoning'

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een functieaanduiding 'plattelandswoning' op de verbeelding opnemen te behoeve van het gebruik door derden van de bestaande bedrijfswoning, onder de voorwaarden dat: a.

er sprake is van een aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' binnen het agrarisch bouwvlak en er sprake is van een daadwerkelijk functionerend agrarisch bedrijf;

b.

de bedrijfswoning moet minimaal vóór 17 december 2010 zijn opgericht;

c.

er geen sprake is van het toevoegen van een nieuwe agrarische bedrijfswoning binnen het agrarische bouwvlak;

d.

de afstand tot bedrijfsbebouwing minimaal 25 meter is dan wel de afstand ten opzichte van de bestaande situatie niet wordt verkleind;

e.

er voldaan wordt aan de voorwaarden voor een goed woon- en leefklimaat;

3.7.10 Wijziging bouwvlak - vormverandering Burgemeester en wethouders kunnen vormverandering van het bouwvlak toestaan en het 'bouwvlak' op de verbeelding aanpassen, onder de voorwaarden dat: a.

indien er sprake is van een intensieve veehouderij in de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' vormverandering alleen is toegestaan indien de door de ondernemer gewenste vormverandering per saldo geen negatieve invloed heeft op de aspecten die bij de integrale afweging op grond van artikel 4 van de Reconstructiewet hoort, zijnde het bevorderen van een goede ruimtelijke structuur van de concentratiegebieden, in het bijzonder met betrekking tot landbouw, natuur, bos, landschap, recreatie, water, milieu en infrastructuur, alsmede ter verbetering van een aanvaardbaar woon-, werk- en leefklimaat en van de economische structuur;

b.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast;

c.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

d.

de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' 200 m bedraagt;

e.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

f.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

g.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

h. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; i.

aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' ;

3.7.11 Vergroting manege Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming Agrarisch wijzigen in bestemming Sport - Manege ten behoeve van vergroting van een bestaande manege onder de voorwaarden dat:

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

44

a.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

b.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van de manege;

c.

de maximale afstand van de aan de wegzijde gelegen grens van het bestemmingsvlak tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt;

d.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

e.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

f.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd;

g.

vergroting van de manege is toegestaan tot een maximale oppervlakte van 1,5 ha;

h. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie; i.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

j.

de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden dienen te blijven;

k.

aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' ;

3.7.12 Vergroting Bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming Agrarisch wijzigen in bestemming Bedrijf ten behoeve van vergroting van een bestaand bedrijf onder de voorwaarden dat: a.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

b.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het bedrijf;

c.

de maximale afstand van de aan de wegzijde gelegen grens van het bestemmingsvlak tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt;

d.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

e.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

f.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing en/of voorziening wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd;

g.

vergroting van de bestemming 'Bedrijf' is toegestaan tot een maximum van 25% van het bij het bedrijf behorende bouwvlak, waarbij de bestaande bebouwingsmassa niet mag worden uitgebreid;

h. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie; i.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

45

j.

de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden dienen te blijven;

k.

aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' ;

3.7.13 Vergroting Recreatie Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming Agrarisch wijzigen in bestemming Recreatie ten behoeve van vergroting van een bestaand recreatie bedrijf onder de voorwaarden dat: a.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

b.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het bedrijf;

c.

de maximale afstand van de aan de wegzijde gelegen grens van het bestemmingsvlak tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt;

d.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

e.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

f.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing/ voorziening wordt ingepast met een factor 5. Dat betekent concreet dat voor iedere vierkante meter bebouwing en verharding er 5 vierkante meters groen moet worden aangelegd;

g.

vergroting van het bedrijf is toegestaan tot een maximum van 10%, waarbij het volume niet mag worden vergroot;

h. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie; i.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

j.

de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden dienen te blijven;

k.

aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' .

3.7.14 Wijziging Agrarisch naar Bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduidingen 'agrarisch bedrijf', 'intensieve veehouderij' en 'glastuinbouwbedrijf' het plan wijzigen en de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' met de nadere aanduiding 'specifieke vorm van

bedrijf

–

landbouwverwante

bedrijven'

of

'specifieke

vorm

van

bedrijf

–

kleinschalige bedrijven' onder de voorwaarden dat: a.

ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd;

b.

er sprake is van een landbouwverwant bedrijf of, indien gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - agrarisch gemengd', een kleinschalig bedrijf;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

46

c.

hergebruik enkel mogelijk is, indien sprake is van een bedrijfscomplex dat redelijkerwijs niet (meer) bruikbaar is (gebleken) voor een eigentijdse agrarische bedrijfsvoering;

d.

de maximale bebouwingsoppervlakte bedraagt 1.000 m2 voor landbouwverwante bedrijven en 500 m2 voor kleinschalige bedrijven. De bestaande bebouwingsmassa mag niet worden uitgebreid;

e.

voor de wijziging naar 'specifieke vorm van bedrijf – landbouwverwante bedrijven' is de uitoefening van het bedrijf toegestaan met maximaal milieucategorie 3.1;

f.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

g.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

h. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; i.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

j.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bestaande en nieuwe bebouwing wordt ingepast;

k.

de oppervlakte van het nieuwe bouwvlak bedraagt maximaal 1,5 hectare;

l.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

m. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied';

3.7.15 Wijziging Agrarisch naar Recreatie Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduidingen 'agrarisch bedrijf', 'intensieve veehouderij' en 'glastuinbouwbedrijf' het plan wijzigen en de bestemming 'Agrarisch', wijzigen in de bestemming 'Recreatie', ten behoeve van de vestiging van een recreatieve functie, onder de voorwaarden dat: a.

ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd;

b.

de vestiging enkel is toegestaan binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone – agrarisch gemengd’;

c.

de bestaande bebouwingsmassa niet mag worden uitgebreid;

d.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

e.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

f.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing/ voorziening wordt ingepast met een factor 5. Dat betekent concreet dat voor iedere vierkante meter bebouwing en verharding er 5 vierkante meters groen moet worden aangelegd;

g.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

h. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie; i.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

j.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

47

k.

aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen ‘Milieuzone – waterwingebied’ en ‘Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’;

3.7.16 Wijziging Agrarisch naar Maatschappelijk Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduidingen ‘agrarisch bedrijf’, ‘intensieve veehouderij’ en ‘glastuinbouwbedrijf’ het plan wijzigen en de bestemming ‘Agrarisch’ wijzigen in de bestemming ‘Maatschappelijk’, ten behoeve van de vestiging van een zorgboerderij of een kinderdagverblijf, onder de voorwaarden dat: a.

ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd;

b.

sprake is van zorgverlening c.q. opvang als dagactiviteit;

c.

de nieuwvestiging enkel is toegestaan binnen de gebiedsaanduiding ‘overige zone – agrarisch gemengd’;

d.

detailhandelsactiviteiten niet zijn toegestaan;

e.

de bestaande bebouwingsmassa niet mag worden uitgebreid;

f.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

g.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

h. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; i.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

j.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bebouwing wordt ingepast;

k.

de oppervlakte van het nieuwe bouwvlak bedraagt maximaal 1,5 hectare;

l.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

m. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen ‘Milieuzone – waterwingebied’ en ‘Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’;

3.7.17 Wijziging Agrarisch naar Wonen Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduidingen ‘agrarisch bedrijf’, ‘intensieve veehouderij’ en ‘glastuinbouwbedrijf’ het plan wijzigen en de bestemming ‘Agrarisch’ wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ onder de voorwaarden dat: a.

ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd;

b.

de wijziging enkel is toegestaan binnen de gebiedsaanduiding ‘overige zone – agrarisch gemengd’;

c.

het aantal woningen niet mag toenemen;

d.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

e.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

f.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

g.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid.

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

48

3.7.18 Wijziging Agrarisch naar Sport- Manege Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduidingen ‘agrarisch bedrijf’, ‘intensieve veehouderij’ en ‘glastuinbouwbedrijf’ het plan wijzigen en de bestemming ‘Agrarisch’ wijzigen in de bestemming ‘Sport – Manege’, ten behoeve van de vestiging van een manege, onder de voorwaarden dat: a.

ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd;

b.

de wijziging nieuwvestiging enkel is toegestaan binnen de gebiedsaanduiding ‘overige zone agrarisch gemengd';

c.

detailhandelsactiviteiten niet zijn toegestaan;

d.

de bestaande bebouwingsmassa niet mag worden uitgebreid;

e.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

f.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

g.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

h. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; i.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bebouwing wordt ingepast;

j.

de oppervlakte van het nieuwe bouwvlak bedraagt maximaal 1,5 hectare;

k.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

l.

aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' ;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

49

Artikel 4 4.1

Agrarisch met waarden

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

agrarisch grondgebruik;

b.

behoud, ontwikkeling en versterking van: 1. de aanwezige landschappelijke waarden, in het bijzonder van het esdorpenlandschap en de beekdalen; 2. bestaande natuurwaarden al dan niet in combinatie met agrarisch gebruik;

c.

dagrecreatief medegebruik 1;

d.

dagrecreatief medegebruik 2 tenzij de gronden zijn gelegen in de dubbelbestemming 'Waarde - Houtopstanden en houtwallen';

e.

erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages;

f.

wonen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning';

g.

wonen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'plattelandswoning';

h. de verkoop van streekeigen producten tot een verkoopvloeroppervlak van maximaal 100 m 2, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; i.

de uitoefening van een agrarisch bedrijf, geen intensieve veehouderij of een glastuinbouwbedrijf zijnde, ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf';

j.

de uitoefening van een intensief veehouderijbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' waarbij ook activiteiten behorende tot een agrarisch bedrijf zijn toegestaan, met uitzondering van glastuinbouw;

k.

de uitoefening van een glastuinbouwbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' waarbij ook activiteiten behorende tot een agrarisch bedrijf zijn toegestaan, met uitzondering van intensieve veehouderij; 1. voorzieningen ten behoeve van containerteelt en tijdelijke boogkassen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden containerteelt'; 2. voorzieningen ten behoeve van boogkassen, uitsluitend per plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – boogkassen';

l.

een paardrijbak, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatiepaardrijbak';

m. een monument ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding- monument'; n. een voormalige stortplaats, uitsluitende ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - voormalige stortplaats', met als uitgangspunt, dat het oprichten van bouwwerken slechts is toegestaan, indien hierdoor de mogelijkheid tot sanering niet wordt belemmerd en de verontreiniging niet wordt verspreid; o.

kassen ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ’kas’

p.

een bergbezinkbassin, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - bergbezinkbassin';

q.

een bergingsvijver, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - bergingsvijver';

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

50

r.

aan-huis-gebonden-beroep tot een maximum van 40 m2;

s.

kadaverplaatsen met een maximale oppervlakte van 5 m2 per voorziening;

t.

voorzieningen van openbaar nut.

Een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder parkeervoorzieningen, in- en uitritten, tuinen, met dien verstande dat: u. deze bijbehorende voorzieningen ten dienste staan van de bestemming; v.

ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

4.2

Bouwregels

Op de voor Agrarisch met waarden aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, die ten dienste staan aan de bestemming, waarbij de volgende eisen gelden tenzij anders op de verbeelding weergegeven:

4.2.1 a.

Algemeen

de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;

b.

permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn buiten het bouwvlak niet toegestaan.

c.

tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn op, en aansluitend aan het bouwvlak toegestaan.

d.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - bergbezinkbassin' uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van het bergbezinkbassin zijn toegestaan, mits: 1. de kelder geheel onder het maaiveld moet worden gebouwd; 2. de bijbehorende bovengrondse voorzieningen, zoals een schakelkast en pompgebouwtje, waarbij de bebouwde oppervlakte niet meer mag zijn 10 m2.

e.

(nieuwe) agrarische bedrijfsgebouwen zijn niet toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding 'plattelandswoning';

f.

een plattelandswoning, inclusief aanbouwen is slechts toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning'. Bijgebouwen bij de plattelandswoning zijn buiten de functieaanduiding 'bedrijfswoning' toegestaan, maar moeten binnen de functieaanduiding 'plattelandswoning' worden opgericht;

4.2.2

Agrarisch bedrijf

Voor de bouwwerken gelegen binnen een bouwvlak met de aanduiding 'agrarisch bedrijf', de aanduiding 'intensieve veehouderij' of de aanduiding 'glastuinbouwbedrijf' gelden de volgende eisen, tenzij anders op de verbeelding weergegeven: a.

(agrarische) bedrijfsgebouwen:

Goothoogte

Max. 6,5 m

Bouwhoogte

Max. 11 m

Dakhelling

Min. 12 º

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

51

Afstand tot de niet naar de weg gekeerde Min. 5 m bouwperceelsgrens Afstand tot de bestemming 'Verkeer -

Min. 10 m.

Wegverkeer' Afstand tot burgerwoning

Min. 25m

Afstand tot nabijgelegen (bedrijfs)woning buiten Min. 25m het bouwvlak

b.

bedrijfswoningen en plattelandswoningen:

Inhoud, inclusief bijgebouwen t.b.v. het wonen

Max. 1075 m3

Dakhelling

Min. 12 º en max. 45 º

Goothoogte

Max. 4,5 m

afstand tot de niet naar de weg gekeerde Min. 5 m bouwperceelsgrens afstand

tot

de

bestemming'Verkeer

- Min. 10 m

Wegverkeer'

c.

aan- en bijgebouwen bij de bedrijfswoning en de plattelandswoning:

Goothoogte

Max. 3 m

dakvorm en –helling

afgestemd

op

dakvorm

en

-helling

bedrijfswoning afstand tot de niet naar de weg gekeerde Min. 5 m. bouwperceelsgrens Afstand

tot

de

bestemming

'Verkeer

– Min. 10 m

Wegverkeer'

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 2)

52

d.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde:

Bouwhoogte kunstmest- en voedersilo's

Max. 12 m, mits de silo achter de achtergevel van de woning wordt gebouwd.

Bouwhoogte mestsilo's

Max. 11 m. De mestsilo wordt achter de achtergevel van de woning gebouwd.

Bouwhoogte sleufsilo's

Max.

3

m.

De

sleufsilo

wordt

achter

de

achtergevel van de woning gebouwd. Max. 11m. De vergistingssilo wordt achter de

Bouwhoogte vergistingssilo's

achtergevel van de woning gebouwd. Bouwhoogte luchtwassers

Afgestemd op hoogte bedrijfsgebouw;

Bouwhoogte mestbassins

Max. 2 m. Het mestbassin wordt achter de achtergevel van de woning gebouwd.

Bouwwerken, geen gebouw zijnde ter plaatse

Max. 2 m voor terreinafscheiding

van de aanduiding 'specifieke vorm van

en max. 18 m lichtmasten

recreatie - paardrijbak'; Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen achter Max. 2 m de voorgevelrooilijn Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen voor de Max. 1 m voorgevelrooilijn Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouw Max. 12 m zijnde Afstand tot de niet naar de weg gekeerde

Min. 5 m.

bouwperceelsgrens Afstand

tot

de

bestemming

Verkeer

– Min. 10 m

Wegverkeer Oppervlakte ten behoeve van bedrijfswoning / Max. 30 m2 plattelandswoning, uitgezonderd een onoverdekt zwembad Onoverdekt zwembad

e.

Max 50 m²

kassen ter plaatse van de functieaanduiding 'kas’:

Goothoogte

Max. 6 m

Bouwhoogte

Max. 7,5 m

Oppervlakte

bij

glastuinbouwbedrijven

zoals Max. de oppervlakte als aanwezig ten tijde van

nader aangeduid op de verbeelding

de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.

(Vervallen)

(Vervallen)

Afstand tot de niet naar de weg gekeerde Min. 5 m bouwperceelsgrens

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12762601/1