03 Regels Haag 29a en Haag 31 Merselo
Tekst van het document
Haag 29a en 31 Merselo
6.
h.
i.
j.
de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 7. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid. artikel 3.1 onder p en 3.5 onder e en n van de planregels en een grotere omvang van aan-huis-gebondenberoep respectievelijk een aan-huis-gebonden-bedrijf toestaan, onder de volgende voorwaarden: 1. de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 70 m2; 2. de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; 3. detailhandel vindt slechts plaats voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met het aan-huis-gebonden-beroep en/ of het aan-huis-gebonden-bedrijf; 4. de activiteit geen zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat als gevolg daarvan extra verkeersmaatregelen - waaronder parkeervoorzieningen - noodzakelijk zijn; 5. de activiteit mag uitsluitend in het hoofdgebouw en/ of aanbouw plaatsvinden. artikel 3.5 onder s van de planregels en afwijkend gebruik van gronden en opstallen toestaan, mits het gebruik is aan te merken als nevenactiviteit, voor: 1. landbouwverwant bedrijf, of 2. kleinschalig bedrijf, of 3. manege.
met dien verstande dat: het gebruik plaatsvindt in niet meer in gebruik zijnde agrarische bedrijfsgebouwen; de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid. artikel 3.5 onder u van de planregels en kleinschalige verblijfsrecreatie toestaan onder de volgende voorwaarden: 1. indien er sprake is van een recreatiewoning, logiesvoorzieningen, groepsaccommodaties en/of bed&breakfast geldt de voorwaarde dat de omvang van de kleinschalige verblijfsrecreatie niet groter is dan 100 m2; 2. de verblijfsrecreatie vindt plaats binnen bestaande bebouwing; 3. de recreatieve functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 4. kleinschalige horeca mogelijk is mits deze ondergeschikt is aan de dagrecreatie; 5. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 6.
deze omgevingsvergunning mag niet worden gecombineerd met de omgevingsvergunning zoals opgenomen in artikel 3.6 onder a; 7. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 8. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid.
Haag 29a en 31 Merselo
73
3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Wijziging bouwvlak - uitbreiding agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en vergroting van bestaande agrarische bedrijven, geen intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf zijnde, toestaan waarbij het 'bouwvlak' op de verbeelding wordt aangepast, onder de voorwaarden dat: a. aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding; b. de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf; c. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bestaande en nieuwe bebouwing wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd; d. indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 1,5 hectare blijkt uit het landschappelijk inpassingsplan, als bedoeld onder c, tevens dat bestaande bebouwing wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd; e. de oppervlakte van het bouwvlak bedraagt maximaal 2,5 hectare; f. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 1,5 hectare; g.
met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; h. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; i. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; j. de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt; k. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; l. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid. 3.7.2 Toevoeging 'plattelandswoning' Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een functieaanduiding 'plattelandswoning' op de verbeelding opnemen ten behoeve van het gebruik door derden van de bestaande bedrijfswoning, onder de voorwaarden dat: a. er sprake is van een aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' binnen het agrarisch bouwvlak en er sprake is van een daadwerkelijk functionerend agrarisch bedrijf; b. de bedrijfswoning moet minimaal vóór 17 december 2010 zijn opgericht; c. er geen sprake is van het toevoegen van een nieuwe agrarische bedrijfswoning binnen het agrarische bouwvlak; d. de afstand tot bedrijfsbebouwing minimaal 25 meter is dan wel de afstand ten opzichte van de bestaande situatie niet wordt verkleind; e. er voldaan wordt aan een aanvaardbaar woon-en leefklimaat.
3.7.3 Wijziging bouwvlak - vormverandering Burgemeester en wethouders kunnen vormverandering van het bouwvlak toestaan en het 'bouwvlak' op de verbeelding aanpassen, onder de voorwaarden dat: a. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; b. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;
74
Haag 29a en 31 Merselo
c. d. e. f. g.
de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt; er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid.
3.7.4 Toevoeging functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - boogkassen' Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – boogkassen' op de verbeelding opnemen ten behoeve van het oprichten van permanente boogkassen met de daarbij behorende vooorzieningen onder de voorwaarden dat: a. aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding; b. de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het bedrijf; c. de locatie aansluitend aan het bouwvlak is gelegen; d. de oppervlakte van het containerveld bedraagt maximaal 1,5 hectare; e. de bouwhoogte maximaal 4 meter bedraagt; f. de maximale afstand van de aan de wegzijde gelegen grens van het bestemmingsvlak tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt; g. de totale oppervlakte van het bouwvlak en de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – boogkassen ' niet meer dan 3 ha bedraagt; h. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; i. de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden dienen te blijven; j. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; k.
er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; l. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing en/of voorziening wordt ingepast; m. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie. 3.7.5 Toevoeging specifieke vorm van agrarisch met waarden - containerteelt Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden – containerteelt' op de verbeelding opnemen ten behoeve van het aanleggen van containervelden met de daarbij behorende voorzieningen onder de voorwaarden dat: a. aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding; b. de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het bedrijf; c. de locatie van het containerveld ligt aansluitend aan het bouwvlak; d. de oppervlakte van het containerveld bedraagt maximaal 1,5 hectare; e. de totale oppervlakte van het bouwvlak en de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – containerteelt ' niet meer dan 3 ha bedraagt; f.
de maximale afstand van de aan de wegzijde gelegen grens van het bestemmingsvlak tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt; g. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; h. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;
Haag 29a en 31 Merselo
75
i.
j. k. l.
de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing en/of voorziening wordt ingepast; met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden dienen te blijven; er is een positief advies verkregen van de adviescommissie.
3.7.6 Wijziging Agrarisch met waarden naar Bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf' het plan wijzigen en de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' met de nadere aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – landbouwverwante bedrijven' of 'specifieke vorm van bedrijf – kleinschalige bedrijven' onder de voorwaarden dat: a. ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd; b. er sprake is van een landbouwverwant bedrijf of een kleinschalig bedrijf; c. hergebruik enkel mogelijk is, indien sprake is van een bedrijfscomplex dat redelijkerwijs niet (meer) bruikbaar is (gebleken) voor een eigentijdse agrarische bedrijfsvoering; d. de maximale bebouwingsoppervlakte bedraagt 1.000 m2 voor landbouwverwante bedrijven en 500 m2 voor kleinschalige bedrijven. De bestaande bebouwingsmassa mag niet worden uitgebreid; e. voor de wijziging naar 'specifieke vorm van bedrijf – landbouwverwante bedrijven' is de uitoefening van het bedrijf toegestaan met maximaal milieucategorie 3.1; f. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; g. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; h. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; i.
sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; j. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bebouwing wordt ingepast; k. de oppervlakte van het nieuwe bouwvlak bedraagt maximaal 1,5 hectare; l. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie. 3.7.7 Wijziging Agrarisch met waarden in Recreatie Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf' het plan wijzigen en in de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in de bestemming 'Recreatie', ten behoeve van de vestiging van een recreatieve functie, onder de voorwaarden dat: a. ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd; b. de bestaande bebouwingsmassa niet mag worden uitgebreid; c. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; d. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; e. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de bebouwing/voorziening wordt ingepast met een factor 5. Dat betekent concreet dat voor iedere vierkante meter bebouwing en verharding er 5 vierkante meters groen moet worden aangelegd; f.
met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; g. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie; h. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; i. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein.
76
Haag 29a en 31 Merselo
3.7.8 Wijziging Agrarisch met waarden naar Wonen Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf' het plan wijzigen en de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in de bestemming 'Wonen' onder de voorwaarden dat: a. ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd; b. het aantal woningen niet mag toenemen; c. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; d. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; e. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; f. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid.
Haag 29a en 31 Merselo
77
Artikel 4
Wonen
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. wonen, al dan niet in combinatie met aan-huis-gebonden-beroep tot een maximum van 40 m2. Een en ander met daarbij behorende voorzieningen zoals verhardingen en ontsluitingen, tuinen, groen en parkeren. 4.2 Bouwregels Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen enkel bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij de volgende eisen gelden: a. burgerwoningen Inhoud woning inclusief aan/bijgebouwen Max. 875 m3, waarbij geldt dat als de inhoud van een bestaande woning inclusief aan/ bijgebouwen groter is, de bestaande inhoud is toegestaan. Goothoogte Max 4,5 m Dakhelling Min 12o en max 45o Afstand tot agrarische bedrijfsgebouwen Min 25 m Afstand tot de niet aan de weg gekeerde Min. 5 m bouwperceelsgrens Afstand tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' Min. 10 m b.
c.
aanbouwen en bijgebouwen bij de woning: Goothoogte Dakvorm en -helling Afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens Afstand tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer'
e. f. g.
78
Min. 10 m
bouwwerken, geen gebouw zijnde Erf- en terreinafscheidingen, achter voorgevellijn Erf- en terreinsfscheidingen, voor voorgevellijn Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde Oppervlakte ten behoeve van woning, exclusief onoverdekt zwembad Onoverdekt zwembad
d.
Max. 3 m afgestemd op dakvorm en -helling woning Min. 5 m
Bouwhoogte Max. 2 m Max. 1 m Max. 3 m Max. 30 m2 Max. 50 m2
ter plaatse van het bouwvlak is één woning toegestaan, met de daarbij behorende aan- en bijgebouwen met dien verstande dat de uitbreiding van de woning buiten het bouwvlak is toegestaan; in aanvulling op artikel 4.2 onder d dienen aan- en bijgebouwen bij met de dichtstbijzijnde gevel binnen een omtrek van 15 m van de achter- en zijgevels van de woning te worden gebouwd ondergeschikte bouwdelen zijn wat betreft hoogte, verschijningsvorm en dakvorm uitgezonderd van het gestelde onder artikel 4.2 onder a, b en c; binnen de fundering van de woning en/of het bijgebouw bij de woning is het ondergronds bouwen van menstoegankelijke ruimten ter vergroting van het woongenot toegestaan, mits deze ruimte(n) uitsluitend van binnenuit toegankelijk zijn en geen ruimtelijke uitstraling hebben.
Haag 29a en 31 Merselo
4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats, de afmeting en inpassing van de bebouwing ten behoeve van: a. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing; b. de verkeersveiligheid; c. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. een verantwoorde landschappelijke inpassing van de woning met bijgebouwen; e. het bijdragen aan het behoud en/of versterking van de aanwezige gebiedskwaliteiten. 4.4 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. artikel 4.2 onder a en een grotere inhoudsmaat toestaan voor woning inclusief bijgebouwen indien bestaande (bij)gebouwen worden gesloopt, onder de volgende voorwaarden: 1. gesloopt wordt binnen een of meer van de voor het buitengebied geldende bestemmingsplannen van de gemeente Venray; 2. er is sprake van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 3. alleen de te slopen gebouwen die op die locatie niet vallen binnen het daar, op grond van de bouwregels, toegestane maximale bebouwingsvolume, worden in de berekening meegenomen; 4. de te slopen gebouwen dienen legaal aanwezig te zijn op het moment van inwerkingtreding van het betreffende bestemmingsplan, zoals bedoeld in dit lid onder a sub 1, en mogen niet onder een andere regeling of verzoek vallen; 5.
aan de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt de voorwaarde verbonden dat pas met de bouw gestart mag worden als sloop heeft plaatsgevonden; 6. alle te slopen gebouwen en de daarbij behorende bouwwerken en bouwdelen, zoals aanbouwen, overkappingen, bijbehorende ondergrondse (kelder-)ruimten, fysieke erfafscheidingen, voederplaten en andere erfverhardingen dienen gesloopt te worden; 7. alleen bovengrondse gebouwen worden meegerekend bij het te bepalen sloopvolume; 8. het percentage van het te bouwen volume dat moet worden gesloopt is bepaald in de onderstaande tabel: Aantal m3 dat wordt gebouwd Minimaal te slopen % (sloopvolume) (bebouwingsvolume) Tot en met250 m3 100% Het meerdere boven de 250 m3 150% b.
c.
d.
artikel 4.2 onder e van de planregels en toestaan dat bijgebouwen op een grotere afstand dan 15 m van de woning worden gebouwd, onder de voorwaarde dat de landschappelijke en agrarische waarden ter plaatse niet worden aangetast; artikel 4.2 onder d en toestaan dat een woning wordt opgericht buiten het aangewezen bouwvlak onder de volgende voorwaarden: 1. dit vanuit het verkeersbelang dan wel een aanvaardbaar woonmilieu noodzakelijk is; 2. de afstand buiten het bouwvlak niet meer bedraagt dan noodzakelijk is in verband met het verkeersbelang dan wel het woonmilieu; 3. dit vanuit verkeerskundig, stedenbouwkundig en/of milieuhygiënisch oogpunt toelaatbaar is; 4. natuurlijke, cultuur-historische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden mogen niet worden aangetast; 5. het toevoegen van een extra woning is niet toegestaan. artikel 4.2 onder c en het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde met grotere afmetingen, zoals tennisbanen, (paard)rijbakken en/of stapmolens met de bijbehorende voorzieningen toestaan, onder de voorwaarde dat de bouwwerken zorgvuldig worden ingepast, waarbij de inpassing door de erfinrichting,
Haag 29a en 31 Merselo
79
e.
f.
g.
h.
80
beplanting en/of vormgeving moet bijdragen aan het behoud en/of versterking van de aanwezige gebiedskwaliteiten; artikel 4.2 onder a en een goothoogte van maximaal 6 m toestaan onder de voorwaarde dat sprake is van een goede ruimtelijke inpassing zoals bedoeld is in het BeeldKwaliteitPlan buitengebied Venray en het Ruimtelijk KwaliteitsKader; artikel 4.2 onder a en een grotere inhoudsmaat voor woningen toestaan, met dien verstande dat: 1. de woning gelegen is in een hoofdgebouw dat groter is dan 875 m³. Het gehele hoofdgebouw mag inpandig worden verbouwd tot woning; 2. de bestaande bebouwde oppervlakte niet wordt vergroot; 3. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 4. verbouw in combinatie met herbouw van (een deel van) het hoofdgebouw niet is toegestaan; 5. het aantal woningen gelijk blijft; woningsplitsing is niet toegestaan. artikel 4.2 onder a en b van de planregels en het bouwen binnen de minimale afstand van gebouwen tot de bouwperceelsgrens toestaan, onder de voorwaarden dat: 1. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 2. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; 3.
de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 4. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 5. aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid aanvaardbaar is; 6. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig worden beperkt; 7. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie. artikel 4.2 onder a, b en c van de planregels en het bouwen binnen de minimale afstand van gebouwen tot de bestemming Verkeer - Wegverkeer toestaan, onder de voorwaarden dat: 1. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 2. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; 3. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 4. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 5.
aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid en verkeersveiligheid aanvaardbaar is.
Haag 29a en 31 Merselo
4.5 Specifieke gebruiksregels Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen; b. elke vorm van detailhandel; c. het gebruik ten behoeve van horecadoeleinden; d. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie. e. aan-huis-gebonden-bedrijf; f. het splitsen van woningen; g. het gebruik van gedeeltes van de woning, waaronder aan- uit- of bijgebouwen, als zelfstandige woning in het kader van mantelzorg h. het gebruik van de woning voor huisvesting van tijdelijke werknemers. i. her gebruik van gebouwen ten behoeve van opslag; j. het gebruik van gebouwen ten behoeve van kamerverhuur. 4.6 Afwijken van de gebruiksregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. artikel 4.5 onder h van de planregels en toestaan dat de burgerwoning wordt gebruikt als tijdelijke huisvesting voor tijdelijke werknemers onder de voorwaarden dat: 1. logiesgelegenheden worden ingepast binnen de bestaande bebouwing; 2. de leefruimte minimaal 10 m2 per medewerker bedraagt en er sprake is van minimaal 1 toilet en douche per 8 personen; 3.
de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 4. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 5. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; b. artikel 4.5 onder a van de planregels en toestaan dat de gronden bij een burgerwoning worden gebruikt als kleinschalig kampeerterrein voor recreatief gebruik, onder de voorwaarden dat: 1. het maximaal 25 kampeerplaatsen betreft; 2. kampeermiddelen maximaal 50 m achter de voorgevelrooilijn geplaatst worden; 3. ten behoeve van het kampeerterrein geen extra bebouwing en/of verharding ten behoeve van het kleinschalig kamperen wordt opgericht; 4. de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden blijven; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de voorziening wordt ingepast; 7. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 8. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; c.
artikel 4.1 onder a en 4.5 onder e van de planregels en een grotere omvang van aan-huis-gebondenberoep respectievelijk een aan-huis-gebonden-bedrijf, anders dan een verblijfsrecreatieve voorziening, toestaan onder de volgende voorwaarden: 1. de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 70 m2; 2. de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; 3. detailhandel vindt slechts plaats voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met het aan-huis-gebonden-beroep en/ of het aan-huis-gebonden-bedrijf; 4. de activiteit geen zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat als gevolg daarvan extra verkeersmaatregelen - waaronder parkeervoorzieningen - noodzakelijk zijn; 5. de activiteit mag uitsluitend in het hoofdgebouw en/ of aanbouw plaatsvinden;
Haag 29a en 31 Merselo
81
d.
e.
82
artikel 4.5 onder e van de planregels en verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een recreatiewoning, logiesvoorzieningen, groepsaccommodaties en/of bed & breakfast toestaan onder de voorwaarden dat: 1. de bestemming wonen aan ten minste twee zijden grenst aan de bestemming Agrarisch met waarden; 2. de voorzieningen in hun totaliteit niet groter zijn dan 100 m 2; 3. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 4. de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; 5. detailhandel slechts plaatsvindt voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met de verblijfsrecreatieve voorziening; 6. de activiteit geen zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat als gevolg daarvan extra verkeersmaatregelen - waaronder parkeervoorzieningen - noodzakelijk zijn; artikel 4.5 onder i van de planregels en het gebruik van gebouwen ten behoeve van opslag toestaan onder de voorwaarden dat: 1. de voorzieningen uitsluitend plaatsvinden in bestaande gebouwen, niet zijnde kassen; 2. er uitsluitend sprake is van statische opslag; 3. het gebruik in hun totaliteit niet groter is dan 500 m2; 4. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 5. de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; 6.
de activiteit geen zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat als gevolg daarvan extra verkeersmaatregelen - waaronder parkeervoorzieningen - noodzakelijk zijn.
Haag 29a en 31 Merselo
Artikel 5
Waarde - Archeologie - 2
5.1 Bestemmingsomschrijving De gronden op de verbeelding nader aangewezen voor 'Waarde - Archeologie - 2' zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied, waarbij artikel 11.2 van de planregels in acht dient te worden genomen. 5.2 Bouwregels a. Op of in de als 'Waarde - Archeologie - 2' aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende bestemmingen worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 500 m2 (gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord; b. Indien de verstoring meer dan 500 m2 bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm, dient de aanvrager een rapport (voortoets, bijvoorbeeld bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek, proefsleuvenonderzoek, opgraving, sleufgraaf, archeologische begeleiding) van een door gemeentewege erkende archeologisch deskundige te overleggen waaruit blijkt dat de in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemmingsplan omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Algemeen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2 van de planregels en meer bebouwing worden toegestaan, indien door archeologisch onderzoek is gebleken dat geen onevenredige aantasting van archeologische waarden plaatsvindt door de bouwactiviteiten.
Uitsluitend indien een archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. Hierbij kan gedacht worden aan het al dan niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of c. de verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.3.2 Afwegingskader Alvorens te beslissen over de omgevingsvergunning als bedoeld in 5.3.1 vragen burgemeester en wethouders een archeologisch deskundige om schriftelijk advies of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 5.4 Specifieke gebruiksregels Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a.
grondbewerkingen uit te voeren, voor zover de werkzaamheden dieper gaan dan 50 cm ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld; b. het indrijven van voorwerpen in de grond, dieper dan 50 cm.
Haag 29a en 31 Merselo
83
5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het beplanten van gronden met opgaand houtgewas in verband met boom- en sierteelt waarbij de oogst dieper dan 50 cm zal plaatsvinden.
5.5.2 Uitzonderingen Het in artikel 5.5.1 van de planregels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 500 m2; c. blijkens een rapport van een door gemeentewege erkende archeologisch deskundige (voortoets) de in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemmingsplan omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; d. het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de bestemming verkeer, voor zover deze niet aansluit op de bestemming natuur. 5.5.3 Afwegingskader Een in artikel 5.5.1 van de planregels genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
84
Haag 29a en 31 Merselo
Hoofdstuk 3
Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7
Algemene bouwregels
7.1 Infiltratie 7.1.1 Infiltratieplicht Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw, wordt uitsluitend verleend indien voor de aanwezige functie op eigen terrein wordt voorzien in infiltratie van hemelwater. 7.1.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 7.1.1 voor zover op andere wijze in de nodige infiltratievoorziening wordt voorzien. 7.2 Parkeergelegenheid 7.2.1 Parkeernorm Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw, wordt uitsluitend verleend indien op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Voldoende parkeergelegenheid betekent dat wordt voldaan aan de normen die zijn neergelegd in “Bijlage 3 Parkeernormen Venray” die als bijlage bij de “Beleidsnota parkeernormen, Gemeente Venray” hoort. Indien deze nota niet toereikend is wordt getoetst aan de CROW publicatie 317 'kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging.
7.2.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan een omgevingsverlening verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 7.2.1 indien het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
8.1 Luchtvaartverkeerzone In afwijking van het overigens in het plan bepaalde is het niet toegestaan op de gronden gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'Luchtvaartverkeerzone', ter aanduiding van de obstakelvrije zone van het luchtvaartterrein, enig bouwwerk te bouwen, enig roerend goed, houtopstanden en/of beplantingen te hebben of aan te brengen, danwel de bodem op te hogen, met een grotere hoogte dan aangegeven op de verbeelding. 8.2 Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied De gronden met de gebiedsaanduiding 'Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' zijn bedoeld voor het weergeven van de Extensiveringsgebieden, zoals bedoeld in de Reconstructiewet.
Haag 29a en 31 Merselo
85
8.3 Reconstructiewetzone - verwevingsgebied De gronden met de gebiedsaanduiding 'Reconstructiewetzone - verwevingsgebied' zijn bedoeld voor het weergeven van de Verwevingsgebieden, zoals bedoeld in de Reconstructiewet.
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
9.1 Omgevingsvergunning Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de planregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven, mits van de wegbeheerder een positief advies is ontvangen; b. de planregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangepast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de omgevingsvergunning gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; c. de planregels ten aanzien van het bouwen van kunstuitingen en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, waarbij voor een hoogte van meer dan 65 m +NAP, in het kader van voorkoming van onaanvaardbare radarverstoring, voorafgaand aan het toestaan schriftelijk advies dient te zijn ingewonnen bij de Dienst Vastgoed Defensie; d. afmetingen in de planregels en op de verbeelding met een maximum van 10%. 9.2 Afwegingskader Een in artikel 9.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; e.
het bijdragen aan het behoud en/of versterking van de aanwezige gebiedskwaliteiten.
Artikel 10
Algemene wijzigingsregels
10.1 Wijzigingsbevoegdheid 10.1.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en: a. bestemmingsgrenzen met max. 10 m. verschuiven, of b. functieaanduidingen van de verbeelding verwijderen. 10.1.2 Afwegingskader Ter beoordeling van de toelaatbaarheid van de in artikel 10.1.1 genoemde wijzigingsregels vindt een belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen worden geschaad; b. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; c. de mate waarin de uitvoerbaarheid, waaronder begrepen de milieutechnische-, de waterhuishoudkundige-, de archeologische-, de ecologische-, de verkeerstechnische toelaatbaarheid en de stedenbouwkundige inpasbaarheid is aangetoond.
86
Haag 29a en 31 Merselo
Artikel 11
Overige regels
11.1 Strijdig gebruik Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken, doen gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. 11.2 Prioriteit van dubbelbestemmingen Waar een enkelbestemming samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.
Haag 29a en 31 Merselo
87
Hoofdstuk 4 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
12.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; 2. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het eerste lid onder artikel 12.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; 3. Het eerste lid onder artikel 12.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 2.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 12.2, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 12.2, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; 4. Het eerste lid onder artikel 12.2 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Haag 29a en 31 Merselo'.
88
Haag 29a en 31 Merselo
Bijlagen bij de regels
Haag 29a en 31 Merselo
89
90
Haag 29a en 31 Merselo
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
Haag 29a en 31 Merselo
91
92
Haag 29a en 31 Merselo
Verbeelding
Haag 29a en 31 Merselo
93
94
Haag 29a en 31 Merselo
Haag 29a en 31 Merselo
95
96
Haag 29a en 31 Merselo