03 Regels bp Leunseweg 6 Venray (Nieuwbouw Raayland Focus Spectrum)
Tekst van het document
PLANREGELS
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDENDE REGELS ............................................................................................................................................2 Artikel 1 Begrippen ......................................................................................................................................................................................................... 2 Artikel 2 Wijze van meten........................................................................................................................................................................................... 9 2 BESTEMMINGSREGELS ..................................................................................................................................... 10 Artikel 3 Groen ............................................................................................................................................................................................................. 10 Artikel 4 Maatschappelijk...........................................................................................................................................................................................
12 Artikel 5 Waarde – Archeologie 3 ....................................................................................................................................................................... 14 Artikel 6 Waarde – Archeologie 4 ....................................................................................................................................................................... 16 Artikel 7 Waarde – Archeologie 5 ....................................................................................................................................................................... 18 3 ALGEMENE REGELS............................................................................................................................................ 20 Artikel 8 Anti-dubbeltelbepaling............................................................................................................................................................................. 20 Artikel 9 Algemene bouwregels............................................................................................................................................................................. 21 Artikel 10 Algemene gebruiksregels.....................................................................................................................................................................
23 Artikel 11 Algemene aanduidingsregels .............................................................................................................................................................. 24 Artikel 12 Algemene afwijkingsregels .................................................................................................................................................................. 25 Artikel 13 Algemene wijzigingsregels ................................................................................................................................................................... 26 Artikel 14 Algemene procedureregels ................................................................................................................................................................ 27 Artikel 15 Overige regels .......................................................................................................................................................................................... 28 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS .................................................................................................................... 29 Artikel 16 Overgangsrecht .......................................................................................................................................................................................
29 Artikel 17 Slotregel ...................................................................................................................................................................................................... 30
BIJLAGEN Bijlage 1: Staat van activiteiten Gemengd
Vastgesteld
1
1 INLEIDENDE REGELS
Artikel 1 Begrippen 1.1 Plan Het bestemmingsplan “Leunseweg 6 Venray” met identificatienummer NL.IMRO.0984.BP23013-va01 van de gemeente Venray. 1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 Aanduidingsgrens Grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 Aaneengebouwde woning Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van minimaal drie woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar gebouwd / verbonden zijn. 1.6 Achtergevelrooilijn De denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het hoofdgebouw – zonder aanbouwen en aangebouwde bijgebouwen – alsmede het verlengde daarvan. 1.7 Antenne-installatie Installatie bestaande uit een antenne, een antenne-drager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.8 Archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende of te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden.
1.9 Architectonische waarde De aan een bouwwerk toegekende waarde in verband met de vormgeving, het materiaalgebruik en/of detaillering. 1.10 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.11 Bed & breakfast Het bieden van de mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben door de eigenaar of hoofdbewoner van de desbetreffende woning. 1.12 Bedrijf Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, beroepen aan huis daaronder niet begrepen.
Vastgesteld
2
1.13 Bedrijf aan huis Het beroepsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot het beroep aan huis, gericht op consumentenverzorging geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk en waarbij de omvang van de activiteiten zodanig is dat als deze in een woning en bijgebouwen wordt uitgeoefend de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.14 Begane grond De natuurlijke oppervlakte van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging, alsmede dat gedeelte van een gebouw dat met die oppervlakte gelijk is. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aangrenzend maaiveld. 1.15 Beroep aan huis De uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied dat door zijn beperkte omvang in een woning en bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van prostitutie. 1.16 Bestaand Ten tijde van de inwerkingtreding van het plan aanwezig. 1.17 Bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.18 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.19 Bijgebouw Een aangebouwd of vrijstaand gebouw of ander bouwwerk met een dak die door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw, die in architectonisch opzicht ondergeschikt zijn en functioneel dienstbaar aan dit hoofdgebouw. Een bijgebouw is een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in de Wabo. 1.20 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.21 Bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.22 Bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond. 1.23 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.24 Bouwperceelsgrens De grens van een bouwperceel. 1.25 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. Vastgesteld
3
1.26 Bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.27 Carport Een overkapping van lichte constructie, bestemd om te dienen als overdekte stalling voor een motorrijtuig, welke geen tot de constructie behorende wanden heeft. 1.28 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.29 Eindwoning Een woning die ligt aan het begin of eind van een rij aaneengebouwde woningen. 1.30 Erf Een gedeelte van het perceel, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij geldt: Achtererf: Erf achter de met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied evenwijdig gelegen lijn, die het hoofdgebouw raakt: ▪ aan een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel, op 1 meter achter het snijpunt met de voorgevel, en, ▪ aan een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel, op het snijpunt met de achtergevel. Voorerf: Erf dat geen onderdeel is van het achtererf.
Zijerf: Het gedeelte van het erf dat zich bevindt aan de zijkant van het hoofdgebouw, startend bij de voorkant en eindigend bij de achterkant van het hoofdgebouw. Het zijerf maakt onderdeel uit van het voorerf wanneer het grenst aan openbaar gebied, als dit niet zo is dan maakt het onderdeel uit van het achtererf vanaf 1 meter achter de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde. 1.31 Evenement een voor publiek openbaar toegankelijke verrichting van vermaak in de open lucht, dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van publiek voor sociale, informerende, educatieve, culturele, levensbeschouwelijke doeleinden en/of doeleinden voor vermaak. Onder toegestane evenementen wordt verstaan: kermissen, herdenkingsplechtigheden, feesten, muziekvoorstellingen, wedstrijden op of aan de weg, braderieën of markten, optochten en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen evenementen. 1.32 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.33 Gestapelde woning Een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen bevat. 1.34 Gevel Buitenmuur van een gebouw, waarbij geldt: Voorgevel: de gevel aan de voorzijde van een hoofdgebouw. Vastgesteld
4
Zijgevel: de gevels van een hoofdgebouw die haaks staan op de voorgevel. Achtergevel: de gevel van een hoofdgebouw die zich aan de tegenovergestelde kant van de voorgevel bevindt. 1.35 Grondgebonden woning Een gebouw, dat een vrijstaande woning of meerdere halfvrijstaande, geschakelde of aaneengebouwde, uitsluitend naast elkaar en niet boven elkaar gelegen, woningen omvat, en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd. 1.36 Hoeksituatie Een perceel dat met minimaal twee aaneengesloten zijden grenst aan een weg of twee kruisende wegen. 1.37 Hoofdgebouw Een of meerdere panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.38 Horeca Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, zoals opgenomen in de 'Staat van Horecaactiviteiten'. 1.39 Huishouden Een huishouden bestaat uit een persoon dan wel personen die in een zekere continue samenstelling met elkaar wonen en tussen de verschillende personen een zekere onderlinge verbondenheid bestaat.
1.40 Kamerverhuur Niet gemeenschappelijk deel van een woonfunctie waarin zich meer wooneenheden bevinden en waar voorzieningen, zoals keuken, sanitaire ruimtes, worden bedeeld. 1.41 Maaiveld Bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft. 1.42 Maatschappelijke dienstverlening Het verlenen van diensten door organisaties op het gebied van openbaar bestuur respectievelijk het verlenen van diensten door religieuze en andere levensbeschouwelijke organisaties, gezondheids-, welzijns- en veterinaire diensten, zorginstellingen, verenigingen alsmede sociale organisaties, onderwijs. 1.43 Maatvoeringsvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge een maatvoeringssymbool in het betreffende vlak bepaalde afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en/of aantallen, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn toegelaten. 1.44 Milieuhygiënische uitvoerbaarheid overkoepelend begrip voor relevante milieuaspecten zoals bodem, geluid, geurhinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid, etc. aan welke bijbehorende wettelijke kaders getoetst dient te worden, zodat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse is geborgd. 1.45 Omgevingsvergunning Vastgesteld
5
Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo. 1.46 Onderbouw Een gedeelte van een gebouw dat maximaal 1,50 meter boven peil is gelegen en niet als bouwlaag wordt aangemerkt. 1.47 Ondergeschikte activiteit Activiteit die afwijkt van de hoofdfunctie, maar die hieraan niet gelijkwaardig is vanwege: a. de oppervlakte; de activiteit beslaat in oppervlakte maximaal 25% van het vloeroppervlak van het gebouw/de gebouwen, of; b. de duur en frequentie; de activiteit komt incidenteel voor en beslaat qua beoefening dus minder tijd dan de hoofdfunctie, of; c. de functie in relatie tot de hoofdfunctie; de activiteit wordt uitgeoefend ter ondersteuning van de hoofdfunctie. 1.48 Ondergeschikte bouwdelen Onderdelen van een hoofdgebouw die in architectonisch opzicht ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw en bijgebouwen, zoals erkers, ingangpartijen, luifels, schoorstenen en antennes. 1.49 Ondergeschikte detailhandel Detailhandel-activiteit die als ondergeschikte activiteit past bij de hoofdfunctie, ter ondersteuning van de hoofdfunctie wordt uitgeoefend en niet zelfstandig toegankelijk is. 1.50 Ondergronds Beneden het peil.
1.51 Openbaar toegankelijk gebied Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.52 Overige bouwwerken Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct duurzaam met de aarde is verbonden. 1.53 Overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een dak, dat niet of slechts aan één zijde is voorzien van een (bestaande) wand. 1.54 Patiowoning een woning, die wordt gekenmerkt doordat de buitenruimte (meestal in de vorm van een tuin geheel of nagenoeg geheel is ingesloten door de bouwmassa van de betreffende woning, aangrenzende woning(en) en/of muren. 1.55 Peil Voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.56 Permanente bewoning Bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan als hoofdverblijf. 1.57 Prostitutie
Vastgesteld
6
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. Raamprostitutie is hieronder mede begrepen. 1.58 Seksinrichting Een voor het publiek toegankelijk gebouw of gedeelte van een gebouw, waarin handelingen, vertoningen en/of voorstellingen van erotische en/of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt mede begrepen een sekswinkel, zijnde een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat is bestemd en/of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden, waaronder mede begrepen uitstalling, verhuren en/of leveren van seksartikelen. Een prostitutiebedrijf en bordeel zijn hieronder mede begrepen. Seks- en/of pornobedrijf is een aparte functie en valt op geen enkele wijze onder enig andere functie c.q. doeleinden c.q. bestemming zoals bedoeld dan wel omschreven in dit bestemmingsplan. Hieronder wordt mede verstaan prostitutie en raamprostitutie. 1.59 Stedenbouwkundig beeld Het beeld dat wordt bepaald door de bouwmassa's, de gevelindelingen, en de dakvormen van de bebouwing, alsmede de situering en de verschijningsvormen in zijn omgeving. 1.60 Twee-aaneengebouwde woning Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee woningen die met het hoofdgebouw aan elkaar zijn gebouwd. 1.61 Verbeelding De plankaart van het plan.
1.62 Verdieping(en) De bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grondbouwlaag gelegen is/zijn. 1.64 Voorkant van een hoofdgebouw De gevel waarlangs de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde loopt. 1.65 Voorzieningen van openbaar nut Een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit, en de telecommunicatie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse afvalvoorzieningen, bovengrondse afvalvoorzieningen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten, plus voorzieningen voor warmte- en koudeopslag of voorzieningen van soortgelijke aard met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.66 Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.67 Waterhuishoudkundige voorzieningen Boven- en ondergrondse voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, infiltratie en waterkwaliteit. 1.68 Weg Een voor het openbaar verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeervoorzieningen. 1.69 Wonen Het gehuisvest zijn in een woning.
Vastgesteld
7
1.70 Woning / wooneenheid Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Vastgesteld
8
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-) gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.2 het bebouwingspercentage: het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd. Voor zover op de kaart bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 de hoogte van een windturbine: Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine. 2.7 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.8 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand. 2.9 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.10 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.11 ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1.50 m.
Vastgesteld
9
2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. speel-, sport- en wandelgelegenheden; c. verblijfsgebied; d. kiosken; e. kunstwerken; f. langzaamverkeersroute(s); g. parkeervoorzieningen; h. ontsluiting voor taxiverkeer; i. fietsenstallingen; j. buitenbergingen; k. onderwijskundige voorzieningen; l. voorzieningen van openbaar nut; m. waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen; n. bluswatervoorzieningen en andere bijbehorende bouwwerken; o. kruizen en kapellen; p. kiss & ride zone. met de daarbij behorende: q. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met in achtneming van de voorrangsregels uit 15.3 3.2 Bouwregels 3.2.1 Regels voor gebouwen Op en in de voor ‘Groen’ aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van: a. gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut met een oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 3 meter; b.
gebouwen ten behoeve van flora en fauna met een bouwhoogte van maximaal 6 meter; 3.2.2 Regels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. op en in de voor ‘Groen’ aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 3.1 genoemde bestemming; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 4 meter, met uitzondering van: 1. masten ten behoeve van de (openbare) verlichting, die maximaal 8 meter hoog mogen zijn; 2. antenne-installaties, die maximaal 12 meter hoog mogen zijn. 3.3 Nadere eisen Ten aanzien van het bepaalde in artikel 3.2 zijn burgemeester en wethouders bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van:
Vastgesteld
10
a. b.
de situering en afmetingen van bouwwerken, geen gebouw zijnde; de situering en afmetingen van de bouwpercelen;
indien zulks noodzakelijk is in verband met één of meer van de volgende aspecten: 1. de woonsituatie; 2. het straat- en bebouwingsbeeld en stedenbouwkundig beeld; 3. het verkeers-, sociale en brandveiligheid; 4. de milieusituatie; 5. de gebruiksmogelijkheden in aangrenzende bestemmingen. 3.4 Specifieke gebruiksregels Tot strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen. 3.5 Wijzigingsbevoegdheid 3.5.1 Wijziging in de bestemming ‘Verkeer’ Burgermeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming ‘Groen’ geheel of gedeeltelijk wijzigen in de bestemming ‘Verkeer’, onder de voorwaarde dat: a. de wijziging uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; b. de wijziging noodzakelijk si uit hoofde van de verkeersituatie; c. er geen onevenredige aantasting van het structurele groen plaatsvindt;
Vastgesteld
11
Artikel 4 Maatschappelijk 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke dienstverlening; b. aan de maatschappelijke functie ondergeschikte activiteiten die vallen onder cultuur en ontspanning, recreatie, sport, kantoren, dienstverlening, kleinschalige bedrijvigheid en horeca, een en ander conform het bepaalde in ‘Staat van activiteiten Gemengd’ die als bijlage bij deze regels is opgenomen; c. voorzieningen van openbaar nut; d. langzaamverkeersroute(s); e. fietsenstallingen; f. buitenbergingen; g. onderwijskundige voorzieningen; h. ontsluiting voor taxiverkeer; i. parkeervoorzieningen; j. kiss & ride zone; een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder waterhuishoudkundige en parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen, paden en verhardingen, in- en uitritten en tuinen en erven, met dien verstande dat: k. infiltratie van hemelwater voldoet aan het bepaalde in artikel 9.3; l. parkeervoorzieningen voldoen aan het bepaalde in artikel 9.4. 4.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met in achtneming van de voorrangsregels uit 15.3 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op en in de voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a.
gebouwen ten behoeve van de in artikel 4.1 genoemde bestemming; b. bijgebouwen ten behoeve van de in de artikel 4.1 genoemde bestemming; c. bouwwerken, geen gebouw zijnde. 4.2.2 Regels voor gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven; d. gebouwen dienen te worden afgedekt met een dak, waarvan een dakhelling ten minste 0º en ten hoogte 65º bedraagt. 4.2.3 Regels voor bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. bijgebouwen zijn overal binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan, mits de beeldkwaliteit en omvang van de bijgebouwen geen afbreuk doen aan de hoofdgebouwen en/of omgeving; b. het totale oppervlakte bijgebouwen mag slechts 10% van het totale oppervlakte van de hoofdbebouwing bedragen. c. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 4 meter; d. de dakhelling van bijgebouwen bedraagt maximaal 45º;
Vastgesteld
12
4.2.4 Regels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn overal binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan, mits de beeldkwaliteit en omvang van de bouwwerken, geen gebouw zijnde, geen afbreuk doen aan de hoofdgebouwen en/of omgeving; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 3 meter, met uitzondering van: 1. erfafscheidingen, die voor de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde worden gesitueerd maximaal 1 meter mogen zijn en achter de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde worden gesitueerd maximaal 2 meter mogen zijn. 2. masten ten behoeve van (openbare) verlichting, die maximaal 8 meter hoog mogen zijn; 3. antenne-installaties, die maximaal 12 meter hoog mogen zijn; 4. vlaggenmasten, die maximaal 10 meter hoog mogen zijn. 4.3 Nadere eisen Ten aanzien van het bepaalde in artikel 4.2 zijn burgemeester en wethouders bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde; b. de situering en afmetingen van de bouwpercelen. Indien zulks noodzakelijk is in verband met één of meer van de volgende aspecten: 1. de woonsituatie; 2. het straat- en bebouwingsbeeld en stedenbouwkundig beeld; 3. het verkeers-, sociale en brandveiligheid; 4.
de milieusituatie; 5. de gebruiksmogelijkheden in aangrenzende bestemmingen. 4.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in: a. artikel 4.2.4 onder b voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijde tot een hoogte van 8 meter, mits dit noodzakelijk is in het kader van de bedrijfsvoering; onder voorwaarde dat: b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van de nabij gelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; c. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt geschaad. 4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. wonen; b. detailhandel, behoudens detailhandel zoals bedoeld in artikel 4.1.1; c. recreatief (mede)gebruik, behoudens logies zoals bedoeld in artikel 4.1.1; d. horeca, behouden horeca zoals bedoeld in artikel 4.1.1; e. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; f. seksinrichting.
Vastgesteld
13
Artikel 5 Waarde – Archeologie 3 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarde, waarbij artikel 15.3 in acht dient te worden genomen. 5.2 Bouwregels Voor het bouwen op en in de als ‘Waarde – Archeologie 3’ aangeduide gronden gelden de volgende regels: a. op en in de als ‘Waarde – Archeologie 3’; aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende bestemming worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 100 m² per bouwperceel (gemeten vanaf maaiveldniveau) wordt verstoord; b. indien de verstoring meer dan 100 m² per bouwperceel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm dient de aanvragen een rapport (bureauonderzoek, inventariserend (verkennend, karterend of waarderend) veldonderzoek d.m.v. proefsleuven of boringen, opgraving, archeologische begeleiding) te overleggen, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad; c. uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden.
Hierbij kan gedacht worden aan het niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de uitvoering van de (bouw) activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren die de archeologische waarden verstoren, indien bij het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de verstoring van gronden meer dan 100 m² per bouwperceel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag/bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders (vergraven); c.
het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het oorspronkelijke maaiveld) ten behoeve van agrarische gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen en andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i. het aanleggen van sloten of greppels, verbeden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt).
5.3.2 Uitzonderingen Het in artikel 5.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die:
Vastgesteld
14
a. b. c.
het normale onderhoud betreffen; blijkens een rapport van een door van gemeentewege erkende archeologisch deskundige (voortoets) de archeologische waarde niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de bestemming ‘Verkeer’ betreft.
5.3.3 Afwegingskader Een in artikel 5.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door het werken en/of werkzaamheden of door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarde van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingswijziging van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 5.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen en de dubbelstemming ‘Waarde – Archeologie 3’ geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen, als op basis van archeologisch onderzoek, dat voldoet aan de normen van de archeologische beroepsgroep, geen archeologische waarden zijn vastgesteld.
Vastgesteld
15
Artikel 6 Waarde – Archeologie 4 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarde, waarbij artikel 15.3 in acht dient te worden genomen. 6.2 Bouwregels Voor het bouwen op en in de als ‘Waarde – Archeologie 4’ aangeduide gronden gelden de volgende regels: a. op en in de als ‘Waarde – Archeologie 4’; aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende bestemming worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 500 m² per bouwperceel (gemeten vanaf maaiveldniveau) wordt verstoord; b. indien de verstoring meer dan 500 m² per bouwperceel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm dient de aanvragen een rapport (bureauonderzoek, inventariserend (verkennend, karterend of waarderend) veldonderzoek d.m.v. proefsleuven of boringen, opgraving, archeologische begeleiding) te overleggen, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad; c. uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden.
Hierbij kan gedacht worden aan het niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de uitvoering van de (bouw) activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren die de archeologische waarden verstoren, indien bij het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de verstoring van gronden meer dan 500 m² per bouwperceel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag/bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders (vergraven); c.
het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het oorspronkelijke maaiveld) ten behoeve van agrarische gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen en andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i. het aanleggen van sloten of greppels, verbeden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt).
6.3.2 Uitzonderingen Het in artikel 6.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die:
Vastgesteld
16
d. e. f.
het normale onderhoud betreffen; blijkens een rapport van een door van gemeentewege erkende archeologisch deskundige (voortoets) de archeologische waarde niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de bestemming ‘Verkeer’ betreft.
6.3.3 Afwegingskader Een in artikel 6.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door het werken en/of werkzaamheden of door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarde van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingswijziging van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 6.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen en de dubbelstemming ‘Waarde – Archeologie 4’ geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen, als op basis van archeologisch onderzoek, dat voldoet aan de normen van de archeologische beroepsgroep, geen archeologische waarden zijn vastgesteld.
Vastgesteld
17
Artikel 7 Waarde – Archeologie 5 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarde, waarbij artikel 15.3 in acht dient te worden genomen. 7.2 Bouwregels Voor het bouwen op en in de als ‘Waarde – Archeologie 5’ aangeduide gronden gelden de volgende regels: a. op en in de als ‘Waarde – Archeologie 5’; aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende bestemming worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 2.500 m² per bouwperceel (gemeten vanaf maaiveldniveau) wordt verstoord; b. indien de verstoring meer dan 2.500 m² per bouwperceel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm dient de aanvragen een rapport (bureauonderzoek, inventariserend (verkennend, karterend of waarderend) veldonderzoek d.m.v. proefsleuven of boringen, opgraving, archeologische begeleiding) te overleggen, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad; c. uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden.
Hierbij kan gedacht worden aan het niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de uitvoering van de (bouw) activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren die de archeologische waarden verstoren, indien bij het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de verstoring van gronden meer dan 2.500 m² per bouwperceel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag/bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders (vergraven); c.
het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het oorspronkelijke maaiveld) ten behoeve van agrarische gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen en andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i. het aanleggen van sloten of greppels, verbeden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt).
7.3.2 Uitzonderingen Het in artikel 7.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die:
Vastgesteld
18
g. h. i.
het normale onderhoud betreffen; blijkens een rapport van een door van gemeentewege erkende archeologisch deskundige (voortoets) de archeologische waarde niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de bestemming ‘Verkeer’ betreft.
7.3.3 Afwegingskader Een in artikel 7.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door het werken en/of werkzaamheden of door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarde van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingswijziging van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 7.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen en de dubbelstemming ‘Waarde – Archeologie 5’ geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen, als op basis van archeologisch onderzoek, dat voldoet aan de normen van de archeologische beroepsgroep, geen archeologische waarden zijn vastgesteld.
Vastgesteld
19
3 ALGEMENE REGELS
Artikel 8 Anti-dubbeltelbepaling Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Vastgesteld
20
Artikel 9 Algemene bouwregels 9.1 Ondergronds bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen beperkingen, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan bij bestaande hoofd- en bijgebouwen met dien verstande dat ondergrondse bouwwerken uitsluitend zijn toegestaan binnen de gevelgrenzen van de bestaande hoofd- en bijgebouwen; b. de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven peil; c. in aanvulling op het bepaalde in sub a en b is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden: d. het zwembad dient te worden gebouwd in het achtererf en op een afstand van ten minste 3,00 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens; e. het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde in de regels voor de van toepassing zijnde bestemming in acht wordt genomen; f. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; g. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil. h. de ondergrondse ruimte(n) mogen uitsluitend van binnenuit bereikbaar zijn en geen ruimtelijke uitstraling hebben.
9.2 Bestaande afstanden en maten 9.2.1 Bestaande grotere afstanden en maten Indien afstanden tot, goot- en bouwhoogten, oppervlakte en inhoud van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet dan wel de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 9.2.2 Bestaande kleinere afstanden en maten In die gevallen dat afstanden tot, goot- en bouwhoogten, oppervlakte en inhoud van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet dan wel de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden 9.2.3 Heroprichting gebouwen In geval van heroprichting van bouwwerken is het bepaalde in 9.2.1 en 9.2.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
9.3 Infiltratie 9.3.1 Infiltratieplicht Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw, wordt uitsluitend verleend indien voor de aanwezige functie op eigen terrein wordt voorzien in infiltratie van hemelwater. 9.3.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 9.3.1 voor zover op andere wijze in de nodige infiltratievoorziening wordt voorzien.
Vastgesteld
21
9.4 Parkeergelegenheid 9.4.1 Parkeernorm Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw, wordt uitsluitend verleend indien op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd of elders in de nabije omgeving waar de parkeerruimte niet volledig wordt benut. Voldoende parkeergelegenheid betekent dat wordt voldaan aan de normen die zijn neergelegd in “Bijlage 3 Parkeernormen Venray” die als bijlage bij de “Beleidsnota parkeernormen, Gemeente Venray” hoort. Indien deze nota niet toereikend is wordt getoetst aan de CROW publicatie 317 'kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging. 9.4.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan een omgevingsverlening verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 9.4.1 indien het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.
Vastgesteld
22
Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1 Strijdig gebruik Onverlet het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, is het (ook) verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het laten gebruiken danwel het doen laten gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan.
Vastgesteld
23
Artikel 11 Algemene aanduidingsregels 11.1 radarverstoringsgebied 11.1.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – radarverstoringsgebied' zijn de gronden mede bestemd voor de beveiliging van het nationale luchtruim en voor de veilige afhandeling van het militaire en het civiele luchtverkeer. 11.1.2 Bouwregels Op de voor 'overige zone – radarverstoringsgebied' aangewezen gronden mag, ongeacht het bepaalde elders in deze regels, de hoogte van 65 m boven NAP niet door bebouwing worden overschreden. 11.2 vrijwaringszone – molenbiotoop 11.2.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’ zijn de gronden mede bestemd voor bescherming en instandhouding van de belangen van de bestaande molen als werktuig en beeldbepalend element. 11.2.2 Bouwregels Op gronden gelegen binnen de aanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’ is het niet toegestaan: a. binnen 100 meter van de molen nieuwe bouwwerken op te richten, hoger dan de onderste punt van de verticale staande wiek; b. binnen 400 meter van de molen nieuwe bouwwerken op te richten met een grotere hoogte dan 1/30 van de afstand gemeten tussen het bouwweken en de onderste punt van de verticaal staande wiek.
11.2.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.2.2 teneinde hogere gebouwen of bouwwerken, geen gebouw zijnde op te richten, indien de vrije windvang en het zicht op de molen reeds zijn beperkt door bebouwing. Hierover dient vooraf advies te zijn ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige. 11.2.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan de ingevolge artikel 11.2.2 toegestane bouwhoogte voor gebouwen; b. het hebben of aanleggen van beplantingen die hoger wordt dan de bouwhoogte de ingevolge artikel 11.2.2 voor bouwwerken is toegestaan; c. het ophogen van gronden. Uitzonderingen Het hiervoor genoemde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. welke het normale onderhoud, beheer en gebruik van de gronden betreffen.
Afwegingskader De werken en werkzaamheden, zoals hiervoor bedoeld, zijn slechts toelaatbaar indien en voor zover door de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen.
Vastgesteld
24
Artikel 12 Algemene afwijkingsregels 12.1 10%-regeling Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages tot maximaal 10% en maximaal 1 meter van die maten en percentages indien de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, met dien verstande dat dit niet geldt wanneer reeds op grond van deze regels een andere omgevingsvergunning/ontheffing is of kan worden verleend. 12.2 Bouwvlak Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het uitbreiden van het bouwvlak, binnen de bestemming, tot maximaal 10%, met dien verstande dat: a. binnen een afstand van minimaal 5 meter tot aan de zijdelingse en achterste perceelsgrens geen nieuwe bebouwing mag worden opgericht; b. de belangen van eigenaren en/of gebruikers van de nabij gelegen gronden en bebouwing niet onevenredig worden geschaad; c. er uit oogpunt van brandveiligheid geen belemmeringen zijn. 12.3 Meetverschillen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de aangeduide bouwgrenzen indien een meetverschil of onnauwkeurigheid op de kaart ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, mits de afwijking maximaal 3,00 meter bedraagt.
12.4 Voorzieningen van openbaar nut Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de bouw- en/of gebruiksregels voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en voor religieuze doeleinden, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, pinautomaten, afval- en glascontainers, kapellen, wegkruisen en dergelijke, met dien verstande dat: a. de inhoud maximaal 50 m3 mag bedragen; b. de hoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen. 12.5 Evenementen In afwijking van het bepaalde in de artikel 12.2 is het mogelijk om een locatie die niet is aangewezen als ‘evenemententerrein’ te gebruiken ten behoeve van evenementen, onder de voorwaarden dat: a. deze evenementen niet langer dan drie kalenderdagen in beslag nemen, inclusief de dagen die nodig zijn voor het op- of afbouwen; b. versterkt geluid of muziek slechts gedurende één dag is toegelaten tussen 10.00 uur en 01.00 uur; c. voorzien kan worden in voldoende parkeergelegenheid en een goede verkeersafwikkeling; d. het maximaal aantal bezoekers per evenement per dag niet meer bedraagt dan 5.000.
Vastgesteld
25
Artikel 13 Algemene wijzigingsregels 13.1 Feitelijke situatie Het bevoegd gezag kan het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van het in geringe mate, tot maximaal 2,00 meter, verschuiven van de bestemmingsgrenzen, mits dit noodzakelijk is, in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden op de kaart ten opzichte van de feitelijke situatie, voor zover daarmee wordt beoogd een zo goed mogelijke overeenstemming tussen het plan en de werkelijke toestand te bereiken.
Vastgesteld
26
Artikel 14 Algemene procedureregels 14.1 Wijzigingsbevoegdheid Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.9a van de Wro van toepassing. 14.2 Nadere eisen Bij het stellen van nadere eisen, worden in ieder geval de volgende procedureregels in acht genomen: a. het ontwerpbesluit ligt, met de daarop betrekking hebbende stukken, gedurende vier weken voor belanghebbenden ter inzage op het gemeentehuis; b. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging tevoren bekend op de internetsite van de gemeente Venray; c. in deze kennisgeving wordt vermeld dat belanghebbenden gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zienswijzen omtrent de aanvraag of het ontwerpbesluit kunnen indienen bij het bevoegd gezag; d. indien tegen het ontwerpbesluit zienswijzen naar voren zijn gebracht, wordt het besluit met redenen omkleed; e. burgemeester en wethouders delen aan hen die hun zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.
Vastgesteld
27
Artikel 15 Overige regels 15.1 Overtreding algemene gebruiksregels Overtreding van het bepaalde in artikel 21 is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2° van de Wet op de economische delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet. 15.2 Wettelijke regelingen Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 15.3 Voorrangsregels 15.3.1 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, gaat het belang van de dubbelbestemming voor. 15.3.2 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat de dubbelbestemmingen gericht op het instandhouden of ontwikkelen van het groene karakter en het voorkomen van bebouwing voorgaan boven dubbelbestemmingen met bebouwing. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: a. Waarde – Archeologie 3; b. Waarde – Archeologie 4; c. Waarde – Archeologie 5;
Vastgesteld
28
4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Artikel 16 Overgangsrecht 16.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 16.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Vastgesteld
29
Artikel 17 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan “Leunseweg 6 Venray”.
Vastgesteld
30