03 Plan van Aanpak Transitie Omgevingsplan
Tekst van het document
Plan van aanpak
De transitie naar het omgevingsplan Venray
26 juli 2022
Inhoudsopgave Samenvatting ……………………………………………………………………………………
3
Inleiding……………………………………………………………………………………………
4
Hoofdstuk 1 Terugblik 1.1 Inleiding.............................................................................................
6
1.2 Verordening fysieke leefomgeving……………………………………………………
6
1.3 Bruidsschat………………………………………………………………………………..
7
1.4 Centrum Venray, bestemmingsplan verbrede reikwijdte............................
7
1.5 Oefening nieuw regels en structuur pilotplan………………………………………
8
1.6 Omgevingsdialoog……………………………………………………………………….
8
1.7 Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)……………………………………………….
8
1.8 Oefenen met toepasbare regels………………………………………………………
8
1.9 Delegatiebesluit/Bindend Advies……………………………………………………..
9
Hoofdstuk 2 Transitiefase Venray 2.1 Gefaseerde omzetting naar omgevingsplan………………………………………..
11
2.2 Gemeentelijke verordeningen…………………………………………………………
13
2.3 Bruidsschat………………………………………………………………………………..
14
2.4 Opstellen structuur van volledig Omgevingsplan………………………………….
15
2.5 Toepasbare regels……………………………………………………………………….
17
2.6 Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)………………………………………………
18
2.7 Kostenverhaal……………………………………………………………………………
18
2.8 Nadeelcompensatie…………………………………………………………………….
18
2.9 Planning…………………………………………………………………………………...
19
Hoofdstuk 3 Werkwijze, organisatie en financiën 3.1 Werkwijze voor nieuwe verzoeken in transitiefase……………………………….
20
3.2 Ambtelijke capaciteit……………………………………………………………………
22
3.3. Financiële middelen……………………………………………………………………..
24
Slotwoord…………………………………………………………………………………………..
25
2
Samenvatting Als op 1 januari 2023 de Omgevingswet van kracht wordt, vormen de huidige bestemmingsplannen van rechtswege samen met de bruidsschat van het Rijk het ‘tijdelijke omgevingsplan’. Dit tijdelijke omgevingsplan voldoet nog niet aan de eisen van de Omgevingswet. Hiervoor hebben we tot en met 31 december 2029 de tijd (de transitieperiode). Deze tijd zullen we nodig hebben, want intussen blijft ‘de winkel open’. De gemeente Venray is al een aantal jaren bezig met de voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarmee is er al een goede basis gelegd waarop voortgebouwd kan worden. De gemeenteraad heeft op 29 oktober 2019 ingestemd met een plan van aanpak om te komen omgevingsplan dat voldoet aan de eisen die de Omgevingswet, waarbij de nadruk lag op het onderzoeken en oefenen. Het plan van aanpak is echter een dynamisch document dat steeds zal moeten worden bijgesteld. In dit plan van aanpak wordt teruggekeken op wat al is opgepakt en wordt verder vooruit gekeken naar deze transitieperiode. In deze overgangsperiode zal het omgevingsplan stap voor stap opgebouwd moeten worden, vanuit de vertreksituatie van het tijdelijke omgevingsplan. Voor de implementatie van de Omgevingswet is, in 2017, door de raad gekozen voor een pragmatisch onderscheidende strategie. Met dit plan van aanpak sluiten we aan bij die ambitie en strategie.
We gaan de noodzakelijke veranderingen gefaseerd uitvoeren. Dit om deze complexe opgave beheersbaar, overzichtelijk en betaalbaar te houden. De keuzes in het plan van aanpak transitiefase omgevingsplan zijn met deze uitgangspunten in gedachten, tot stand gekomen. De belangrijkste keuzes die we op dit moment al maken: 1. Niet alles tegelijk oppakken maar kijken naar een logische volgorde en naar een aanpak die aansluit bij het proces van de gebiedsgerichte/thematische aanpak van de omgevingsvisie en de programma’s. 2. Een structuur opstellen voor het omgevingsplan. 3. Een handboek opstellen met een set basisregels. 4. De huidige bestemmingsplannen in beginsel gebiedsgericht omzetten naar een omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet, te beginnen met de woongebieden, waarbij, indien noodzakelijk, de voor de woongebieden toepasselijke regels van de bruidsschat direct worden meegenomen. 5. De overige regels uit de bruidsschat screenen op tegenstrijdigheden en gefaseerd na de inwerkingtreding van de Omgevingswet oppakken. 6. Het opstellen van toepasbare regels voor veel voorkomende activiteiten. 7. Gebiedsgericht de regels uit de APV die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving meenemen bij de omzetting naar een volwaardig omgevingsplan.
Vervolgens de andere (relevante regels uit de) gemeentelijke verordeningen en beleidsregels op een later moment in één keer te integreren in het volwaardig omgevingsplan. 3
Inleiding Op dit moment beschikt de gemeente Venray over 175 bestemmingsplannen. Als op 1 januari 2023 de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt, vormen al deze bestemmingsplannen van de gemeente tezamen met de zogenaamde bruidsschatregels (meer hierover in paragraaf 1.3) het zogenaamde ‘tijdelijke omgevingsplan’. Het omgevingsplan heeft echter een bredere reikwijdte. Dat is het meest opvallende verschil met het bestemmingsplan. Het omgevingsplan kent niet de begrenzing van 'een goede ruimtelijke ordening'. Het kan namelijk regels bevatten die over de hele fysieke leefomgeving gaan. In de transitieperiode, tot en met 31 december 2029, dient dit tijdelijke omgevingsplan (voor het gehele grondgebied van de Gemeente Venray) omgebouwd te worden naar een volwaardig omgevingsplan dat voldoet aan de vereisten van de Omgevingswet. Dit betekent onder meer:
-
De inhoud van de bestemmingsplannen vertalen in het omgevingsplan en indien nodig heroverwegen naar aanleiding van de opgaven en ambities in de omgevingsvisie en programma’s;
-
Het vervangen van bruidsschatregels door definitieve regels die in vorm en inhoud passen bij de gemeentelijke situatie en ambities.
-
Het inpassen van (delen van) verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving in het omgevingsplan. Deze verordeningen maken géén onderdeel uit van het tijdelijke omgevingsplan. Deze regels komen van rechtswege in 2030 te vervallen en moeten dus voor die tijd geïntegreerd zijn in het omgevingsplan. Dit is schematisch verbeeld in onderstaande afbeelding.
4
Alle regels in deze 3 sporen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving moeten op 31 december 2029 zijn opgenomen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Om tot een volwaardig omgevingsplan te komen zullen de regels uit het tijdelijke omgevingsplan en de gemeentelijke verordeningen vaak opnieuw geformuleerd moeten worden, zodat ze aan de ene kant voldoen aan de instructieregels van de Omgevingswet en aan de andere kant geïntegreerd en geactualiseerd worden, passend bij de gemeentelijke ambities zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Venray en bij de beoogde structuur en opzet van het nieuwe omgevingsplan. De transitie is een dynamisch proces, dat regelmatig zal moeten worden geactualiseerd. Het voorliggende Plan van Aanpak ‘De transitie naar het Omgevingsplan Venray’ is een vervolg op het eerder vastgestelde Plan van Aanpak Omgevingsplan Venray van 29 oktober 2019, dat zag op de eerste voorbereidingen en verkenningen van het opstellen van een Omgevingsplan. In dit plan van aanpak leest u welke stappen er zijn gezet en nog gezet gaan worden om te komen tot een omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet.
5
1. Terugblik 1.1 Inleiding Zoals gezegd is de periode van het tijdelijke omgevingsplan (per 1 januari 2023) tot het moment van het volledige omgevingsplan voor de gehele gemeente Venray, de transitieperiode. In deze periode zal gefaseerd naar een volwaardige omgevingsplan toe gewerkt worden. De wetgever heeft vooralsnog bepaald dat deze transitieperiode eindigt op 31 december 2029. De transitie ziet op de huidige bestemmingsplannen, gemeentelijk verordeningen (zoals bijv. een deel van de APV) en de regels van de bruidsschat. In deze periode zullen keuzes gemaakt moeten worden over de inhoud, opzet en structuur van het plan, maar ook over de fasering om te komen een volwaardig omgevingsplan. De transitie naar één omgevingsplan is te zien als ‘verbouwen met de winkel open’. Uit de praktijkanalyse blijkt dat we jaarlijks een grote hoeveelheid ruimtelijke procedures begeleiden. Het is dus zaak dat initiatiefnemers weinig ‘overlast’ ondervinden van de verbouwing tot één omgevingsplan. De omvang van het Venrayse grondgebied is groot en er is een even grote variatie in de dynamiek, opgaven en kring van belanghebbenden per gebied. De omgevingsvisie is vastgesteld, maar er zullen daarnaast nog nadere uitwerkingen volgen in de vorm van nieuw of aanvullend beleid en/of programma’s.
Met dit plan van aanpak voor de transitie naar het omgevingsplan gaan we niet alles tegelijk oppakken maar is goed gekeken naar een logische volgorde en naar een aanpak die aansluit bij het proces van de omgevingsvisie en de programma’s. De voorbereiding op de inwerkingtreding is al een aantal jaren bezig. In het eerdere plan van aanpak uit 2019 worden diverse onderwerpen benoemd. Onderstaand blikken we kort terug op de onderdelen van dit plan van aanpak. 1.2 Verordening Fysieke Leefomgeving In de gemeente Venray hebben we rond de 30 verordeningen die deels of geheel regels omvatten over de fysieke leefomgeving. In het plan van aanpak van 2019 is aangegeven dat er meer waarde wordt gezien in het, waar mogelijk, vereenvoudigen en opschonen van de regels, dan in het samenvoegen van alle verordeningen tot één verordening met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Het opschonen van de verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zou een onderdeel vormen van een grotere opdracht waarbij naar alle gemeentelijke beleidsstukken en verordeningen gekeken zou worden, met coördinatie vanuit algemeen juridische zaken. Of en op welke termijn deze grotere opdracht wordt opgepakt is vooralsnog onduidelijk. Dit betekent niet dat we hier niet mee aan de slag gaan. Over hoe we dit onderwerp verder gaan oppakken, wordt u geïnformeerd in paragraaf 2.2.
6
1.3 Bruidsschat Naast het integreren van de gemeentelijke regels op het gebied van de fysieke leefomgeving is er sprake van een grootschalige decentralisatie. Honderden regels uit o.a. het Activiteitenbesluit, die rechtstreeks gelden voor bedrijven en burgers, moeten na de inwerkingtreding van de Omgevingswet door de gemeente worden bepaald. Het betreft o.a. regels met betrekking tot bouwen, milieubelastende activiteiten, lozingen en gevolgen van milieu-effecten als gevolg van emissies van geluid, geur en trillingen door bedrijven. De gemeente krijgt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023 een set regels die in de overgangsfase (tot 2029) beschouwd wordt als onderdeel van het omgevingsplan. Het Rijk refereert aan dit speciale overgangsrecht als ‘de bruidsschat’. Gemeenten krijgen door de bruidsschat de tijd om zelf een afweging te maken hoe ze deze onderwerpen willen regelen. Deze regels kunnen vanaf de inwerkingtreding worden aangepast, versimpeld of geschrapt. Daarbij gelden uiteraard wel randvoorwaarden. In het plan van aanpak uit 2019 is voorgesteld om met het aspect geluid te starten en te bekijken en mogelijk voor te sorteren op een aanpassing van de bruidsschat voor dit onderwerp. Daarmee zouden nieuwe regels ten aanzien van geluid voor het Omgevingsplan opgesteld kunnen worden.
Er is voor dit onderwerp in 2020 gestart met een vergelijking op hoofdlijnen tussen de regels van de bruidsschat en hoe en op welke wijze hiervan mag worden afgeweken. In de huidige bestemmingsplannen zijn de regels gericht op individuele activiteiten (activiteitenbesluit). Het was echter nog onduidelijk op welke wijze deze regels binnen de nieuwe structuur of in het door het Rijk aan te leveren casco van de bruidsschat zouden worden opgenomen en wat de mogelijkheden waren om van de opgenomen normen af te wijken. Het bleek daarmee toch lastiger dan gedacht om geluid als zelfstandig onderwerp te kunnen beoordelen. De regels van de Bruidsschat zijn daarnaast de afgelopen jaren ook nog diverse keren aangevuld. Er is op dit moment een laatste geconsolideerde versie van 3 juni 2022 online beschikbaar. Dit betekent dat we anders met de bruidsschat aan de slag gaan dan in eerste instantie gedacht. Op welke manier we verder met de bruidsschat aan de slag gaan is te lezen in paragraaf 2.3. 1.4 Centrum Venray, bestemmingsplan verbrede reikwijdte Het bestemmingsplan Centrum Venray, dat inmiddels onherroepelijk is, is een bestemmingsplan verbrede reikwijdte. Hierin zijn we gestart met het experimenteren. Dat wil zeggen dat met een aantal instrumenten uit de Omgevingswet geoefend is.
Dit plan diende te worden opgesteld middels de huidige digitale technieken, maar kon wel in de opzet en met de toevoeging van een deel van de regels uit de APV worden opgesteld, zodat er geoefend kon worden met de nieuwe systematiek van het Omgevingsplan. De nieuwe opzet van het Centrumplan en de toepassing van de nieuwe instrumenten is geëvalueerd en deze ervaringen worden meegenomen bij het aanpassen van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De resultaten van deze (ambtelijke) evaluatie zijn via een raadsinformatiebrief met u gedeeld. 7
1.5 Oefening nieuwe regels en structuur pilotplan In 2021 is er, in samenwerking met Gemeente DSO, een pilotplan ‘Vennendreef’ opgesteld om te oefenen met het opstellen van nieuwe regels en de nieuwe systematiek met o.a. het annoteren van de werkingsgebieden. Het doel was om te ervaren wat het betekent om een geldend bestemmingsplan om te zetten naar een wijziging van het Omgevingsplan. Hiermee hebben we inhoudelijk nieuwe ervaring opgedaan voor de nieuwe structuur, het casco van het Omgevingsplan, maar ook in de onderlinge samenwerking met de verschillende vakdisciplines. Deze pilot is in enkele weken doorlopen, waarbij er bewust voor gekozen is om een kleine groep van verschillende vakdisciplines te laten deelnemen aan dit traject. Dit pilotplan is ook ge-upload in de oefenomgeving van het DSO, zodat ook de leesbaarheid van het plan zichtbaar werd. Het opstellen van een pilotplan was niet opgenomen in het plan van aanpak in 2019, maar is zeker heel zinvol gebleken. De ervaringen die hierbij zijn opgedaan zullen worden meegenomen bij het opstellen van een structuur voor het omgevingsplan. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 2.4. 1.6 Omgevingsdialoog In 2019 is gestart met het stimuleren van het houden van een omgevingsdialoog bij ruimtelijke ontwikkelingen. Hiervoor is een handreiking opgesteld.
Deze werkwijze, vooruitlopend op de participatieverplichting in de Omgevingswet, is inmiddels geëvalueerd. Deze evaluatie heeft ook geleid tot een bijstelling en een visualisatie van de handreiking. Op de uitkomsten van deze evaluatie wordt in dit plan van aanpak niet inhoudelijk ingegaan. Eind 2022 zullen de resultaten van de evaluatie en de herziene handreiking aan de gemeenteraad worden voorgelegd. 1.7 Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) Het onderdeel DSO betreft hier alleen de onderwerpen die gerelateerd zijn aan het Omgevingsplan en niet het DSO in z’n algemeenheid. De ontsluiting (oftewel het tonen of visualiseren) van bestemmingsplannen vindt nu plaats via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. De data op deze website is van belang voor het omgevingsplan dat van rechtswege ontstaat, als de Omgevingswet in werking treedt. Zoals ook in het plan van aanpak 2019 is aangegeven, is er dan ook gestart met het opschonen van data op www.ruimtelijkeplannen.nl. Dit blijft echter ook voor de komende periode van belang, omdat er nog steeds bestemmingsplanprocedures worden doorlopen. Het intrekken van achterhaalde plannen zoals, de partiële herziening mantelzorg Venray, zal voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet plaatsvinden. Daarnaast is de nieuwe plansoftware aangeschaft en de nieuwe software voor het maken van toepasbare regels.
1.8 Oefenen met Toepasbare regels Het inzetten van toepasbare regels zien we als kans om onze dienstverlening richting initiatiefnemers laagdrempelig te maken. Toepasbare regels vloeien direct voort uit het Omgevingsplan. Door gebruik te maken van vragenbomen die bevoegde gezagen aan het Omgevingsloket aanleveren kan de gebruiker van het Omgevingsloket deze in de 8
toekomstige situatie bijvoorbeeld gebruiken om te bepalen of een vergunning nodig is voor een initiatief. Het is daarom van belang te ervaren wat erbij komt kijken om dit goed te organiseren. Daarvoor is er in 2020 een pilot uitgevoerd, waarbij tevens ervaring is opgedaan met de software van 2 software-leveranciers. In deze pilot, is met gebruikmaking van de software, gekeken op welke manier toepasbare regels het beste kunnen worden opgesteld. Daarvoor zijn de huidige regels voor kappen, uitrit, reclame plaatsen en alarminstallaties gebruikt. Daarnaast is, door te redeneren vanuit de systematiek van toepasbare regels, gekeken of de regels van het Omgevingsplan Centrum Venray sluitend zijn. Hiermee is beoordeeld of, zonder het daadwerkelijk opstellen van toepasbare regels, de regels ook behelzen wat we voor ogen hebben. Dat klinkt heel logisch, maar door de vertaling van beleid naar regels, kunnen regels soms onduidelijk, ingewikkeld of ondoorzichtig worden, terwijl dat niet de bedoeling is. Ook deze pilot was waardevol. Meer over het vervolg is te vinden in paragraaf 2.5. 1.9 Delegatiebesluit/Bindend advies De Raad is bevoegd tot het vaststellen van een omgevingsplan. In artikel 2.8 van de Omgevingswet is bepaald dat de Raad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het plan kan delegeren aan het college.
Zo’n delegatiebesluit vormt een zelfstandig besluit dat geen deel uitmaakt van het omgevingsplan. Hoewel delegatie onder de huidige wetgeving niet mogelijk is, komt het ook nu voor dat het college beslist over ruimtelijke projecten en niet de Raad. Het vaststellen van de huidige uitwerkings- en wijzigingsplannen is een bevoegdheid van het college. Daarnaast heeft de Raad categorieën aangewezen waarbij een verklaring van geen bedenkingen van de Raad niet noodzakelijk is voor het verlenen van een uitgebreide omgevingsvergunning. Bij het bepalen welke delen van het omgevingsplan door het college kunnen worden vastgesteld en voor welke plannen geen bindend advies van de gemeenteraad noodzakelijk is, is hierbij aansluiting gezocht. Het delegatiebesluit en het besluit tot bindend advies zijn op 14 december 2021 door de gemeenteraad genomen, maar deze besluiten zullen pas in werking treden op het moment dat de Omgevingswet inwerking treedt. Voor een nadere toelichting op deze besluiten wordt verwezen naar deze raadsbesluiten.
9
Er zijn inmiddels dus de nodige stappen gezet. In onderstaand schema worden de bovenstaande stappen waarop nu verder kan worden voortgebouwd nog eens kort weergegeven:
10
2. Transitiefase Venray 2.1
Gefaseerde omzetting naar omgevingsplan
Het is onmogelijk om in één keer één integraal gebiedsdekkend omgevingsplan op te stellen voor de gehele gemeente. Dit zou, gezien de grootte van het Venrayse grondgebied en de hoeveelheid (huidige en nieuwe) regels, een immense opgave zijn. Daarom wordt voorgesteld om een fasering voor de totstandkoming te hanteren. Gestart wordt met de uitgangspunten en doelen uit de in 2021 vastgestelde Omgevingsvisie. De genoemde opgaven vormen het uitgangspunt voor initiatiefnemers in de gemeente, maar ook voor de gemeente zelf. In de programma’s krijgen deze doelen verdere vorm en uitwerking. In het omgevingsplan kunnen de maatregelen en acties die, voor de verschillende gebieden worden voorgesteld, worden vertaald naar juridische regels voor activiteiten. Het vaststellen van een programma is daarbij echter geen verplichting.
De gebiedsindeling uit de Omgevingsvisie
11
Deze fasering zal op verschillende manieren gaan plaatsvinden:
Gebiedsgericht: het afbaken van logische gebieden, aansluitend bij de gebiedsindeling van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie ziet op de gebieden Agrarisch gebied, Natuurgebieden, Woongebieden, Centrum Venray en de Werkgebieden. In de opzet van het Omgevingsplan wordt dan ook aangesloten bij deze gebiedsindeling. Het zou logisch zijn om te starten met het agrarische gebied en de daarbij behorende natuurgebieden (de huidige bestemmingsplannen voor het buitengebied). Dit zijn immers onze oudste plannen. Door de lopende nieuwe beleidsontwikkelingen in het landelijke gebied, is dit echter toch geen logische keuze. Daarom zal gestart worden met de woongebieden van Venray. Dat zijn de kern van Venray (zonder het Centrumgebied) en de dorpen van de gemeente. Zie paragraaf 2.8 voor het uitgebreide planningsoverzicht. De bestemmingsplannen van de woongebieden van Venray zijn in de periode van 2012 tot 2019 herzien. Hoewel de insteek, ook bij deze actualisaties was, om zoveel mogelijk uniformiteit in de regels en de verbeelding te krijgen, zorgen nieuwe inzichten, dan wel nieuwe ontwikkelingen en jurisprudentie er altijd voor dat de vastgestelde plannen niet geheel uniform zijn.
Met het transitie naar het definitieve omgevingsplan zal hier wederom een vergelijk tussen de regels gemaakt worden en zal bekeken worden op welke wijze het nieuwe omgevingsprogramma Wonen meegenomen kan worden in de nieuwe regels.
Themagericht: het tijdelijke en/of volwaardige omgevingsplan wordt aangevuld met regels die betrekking hebben op een bepaald thema. In de Omgevingswet zijn thema’s als Duurzaamheid en Gezondheid nieuw. Dit zijn ook brede onderwerpen en raken ook weer andere thema’s zoals bijvoorbeeld Geur, Geluid, Bodem en (Externe) veiligheid. In de huidige bestemmingsplannen zijn, bijvoorbeeld ten aanzien het thema duurzaamheid, maar beperkt regels opgenomen. Bekeken gaat worden of het mogelijk is om bepaalde onderdelen uit de huidige duurzaamheidsprogramma’s (Venray Vergroent) reeds mee te nemen met de start van de nieuwe regels voor de Woongebieden. Gedacht wordt bijvoorbeeld aan het op de grond plaatsen van meerdere zonnepanelen, binnen de huidige bestemming Wonen. In 2024 zal vervolgens gestart worden met het thema Duurzaamheid voor het gehele grondgebied van Venray. Zoals gezegd zijn er meerdere thema’s, welke ook nog gerelateerd zijn aan elkaar. Voor een aantal thema’s dient nog nieuw beleid te worden vastgesteld, zoals bijvoorbeeld de geurverordening, huisvesting van arbeidsmigranten en het gebiedsgerichte geluidbeleid. Het thema Gezondheid zal in het kader van de transitie landelijke gebied worden meegenomen en nader ingevuld worden. 12
Afstemming tijdens het proces over dit thema en het opstellen van de regels voor de woongebieden zal hierbij ook plaatsvinden. Afhankelijk van de processen rondom de diverse thema’s zal gekeken worden wanneer hiervoor regels in een gebied of voor het gehele grondgebied kunnen worden vastgesteld. Aangezien er nog een grote mate van onduidelijkheid is over deze processen, is er voor gekozen om nu alleen het thema duurzaamheid in de planning op te nemen.
Combinatie van beiden: een deel van de regels wordt themagericht aangevuld en andere gebiedsgerichte regels worden in het omgevingsplan opgenomen. Er zullen zich daarnaast uiteraard ook ontwikkelingen op andere locaties (buiten de woongebieden, die het eerste jaar zullen worden opgepakt) voordoen. Daarbij kan het van belang zijn dat er een aanpassing in het omgevingsplan van rechtswege moet worden opgesteld. Dit is noodzakelijk om nieuwe ontwikkelingen niet te laten stagneren. De opzet van deze wijzigingen moet voldoen aan de nieuwe gemeentelijke structuur van het omgevingsplan. Op de structuur van het plan en het niet laten stagneren van ontwikkelingen zal verder op in dit plan van aanpak nog worden ingegaan.
We starten met het gebiedsgericht aanpassen van het omgevingsplan van rechtswege, waarbij we beginnen met de woongebieden. We passen het omgevingsplan thematisch aan wanneer een thema een beleidsmatig voldoende is uitgewerkt, zodat doorvertaling naar regels mogelijk is. In welke volgorde de diverse gebieden zullen worden opgepakt, is terug te vinden in paragraaf 2.8.
2.2
Gemeentelijke verordeningen
In de gemeente Venray hebben we rond de 30 verordeningen die deels of geheel regels omvatten over de fysieke leefomgeving. Deze verordeningen zijn geanalyseerd en bevatten grotendeels, met uitzondering van de APV, procedurebepalingen. Van belang is om te komen tot een integraal omgevingsplan, waarbij de verordeningen in het omgevingsplan geïntegreerd worden. Op welke wijze dat moet plaatsvinden, is niet in de Omgevingswet bepaalt. Er kan voor gekozen worden om één verordening voor de fysieke leefomgeving te maken waarin alle verordeningen een plaats krijgen. Gelet op het feit dat onze huidige verordeningen vooral procedurebepalingen kennen, wordt hier op dit moment nog niet voor gekozen. De APV kent wel de nodige inhoudelijke regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. 13
In de pilot Omgevingsplan Centrum Venray is een eerste start gemaakt door regels uit de APV voor geluid bij evenementen in het plan op te nemen. Vanwege de corona pandemie is hier helaas nog niet veel ervaring mee opgedaan. Bij het opstellen van een omgevingsplan voor de woongebieden zullen alle regels uit de APV die van belang zijn worden meegenomen. Niet alle regels die zijn opgenomen in de APV zullen in het omgevingsplan worden opgenomen. Regels die een openbare orde component hebben, zullen in de APV blijven staan. Daarnaast zullen er regels zijn die zowel een openbare orde als een ruimtelijke component hebben. Daarbij zal gekozen moeten worden of deze regels in de APV of het omgevingsplan worden opgenomen. Op dit moment wordt er gewerkt aan het opstellen van een aantal verordeningen op het gebied van wonen. Deze verordeningen zijn nog niet vastgesteld. Afhankelijk van het moment van vaststelling zal bekeken worden of deze verordeningen bij het opstellen van een omgevingsplan voor de woongebieden kunnen worden meegenomen.
De huidige verordeningen worden nog niet samengevoegd tot één omgevingsverordening voor de fysieke leefomgeving. Bij het opstellen van het omgevingsplan voor de woongebieden nemen we in elk geval de ruimtelijk relevante regels uit de APV mee. Indien mogelijk worden de vastgestelde verordeningen op het gebied van wonen meegenomen.
2.3
Bruidsschat
Onder de Omgevingswet krijgen gemeenten en de waterschappen meer ruimte om lokaal afwegingen te maken. Het gaat daarbij om zaken die op dit moment nog door het Rijk worden geregeld. Een belangrijk deel van deze regels staat vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet in verschillende besluiten en regelingen:
Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling
Besluit omgevingsrecht
Besluit lozen buiten inrichtingen
Besluit lozing afvalwater huishoudens
Bouwbesluit 2012
Woningwet
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet kunnen gemeenten zelf bepalen of en welke regels ze over deze thema’s willen stellen. Het is echter onmogelijk voor gemeenten deze keuzes direct na de inwerkingtreding in hun omgevingsplan te maken. Daarom zorgt het Rijk voor een pakket van regels dat automatisch onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan wordt. Deze regels worden de bruidsschat genoemd. Gemeenten hebben tot 31 december 2029 de tijd om deze regels op te nemen in het omgevingsplan.
14
Deze regels zijn in april 2022 gewijzigd door het Rijk in het DSO geplaatst. Het is van belang om deze regels uit de bruidsschat kritisch te bekijken omdat de regels niet zouden niet kunnen passen bij de situatie in de gemeente Venray en de ambities zoals opgenomen in de nog omgevingsvisie. De bruidsschat omvat ongeveer 600 regels. Deze regels uit de huidige AMvB’s komen bovendien ook niet allemaal in precies dezelfde bewoordingen terug in de bruidsschat. Dat kan alleen al niet vanwege de begrippen uit het oude recht die in die regels voorkomen. Al deze regels dienen, door de verschillende specialisten van zowel de beleidsafdelingen als vergunningen, toezicht en handhaving, in gezamenlijkheid doorgenomen te worden. Dit is nodig om te kunnen besluiten of een regels wellicht geschrapt of aangepast zou moeten of kunnen worden. De regels van de bruidsschat aanpassen naar de lokale situatie is daarmee een omvangrijke klus. Om de bruidsschatregels aan te kunnen passen moet het omgevingsplan worden aangepast. Het schrijven van milieuregels (als onderdeel van de omgevingsplanregels) is een nieuwe taak voor gemeenten. Ook hierbij staan opgaven en ambities van de gemeente centraal. Zoals aangegeven dienen thema’s, zoals geur, geluid en bodem in een brede samenhang bekeken te worden. Aanpassing van de regels van de bruidsschat zal dan ook om deze reden integraal worden opgepakt.
Uit een eerste analyse blijkt dat dit niet iets is dat op korte termijn moet worden opgepakt. Aanpassing zal dan later in de transitieperiode (2027) gaan plaatsvinden. Indien aanpassing van een bruidsschatregel echt noodzakelijk is, bijvoorbeeld vanwege strijdigheid met een andere regel of vanwege de vaststelling van nieuw beleid, dan zal deze aanpassing uiteraard wel meegenomen worden in een wijziging van het omgevingsplan.
Het aanpassen van de bruidsschat zal in brede samenhang tussen de diverse thema’s in 2027 worden opgepakt. Indien noodzakelijk zullen delen van de bruidsschat eerder worden opgepakt.
2.4
Opstellen structuur van volledig Omgevingsplan
Algemeen Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten omgevingsplanwijzigingen in procedure kunnen worden gebracht om bijvoorbeeld nieuwe ontwikkelingen mogelijk te blijven maken. Om te komen tot een nieuwe structuur voor het omgevingsplan zijn er landelijk 4 staalkaarten ontwikkeld. Deze staalkaarten zijn voorbeelduitwerkingen van onderdelen van een omgevingsplan en bedoeld als inspiratiebron voor opstellers van omgevingsplannen. Ze kunnen daarbij uitgebouwd worden en zo een casco vormen voor het omgevingsplan. Dit casco is van belang voor de gehele regelstructuur van het omgevingsplan. Daarbij dient deze structuur te voldoen aan de technische eisen, maar dient ook aan te sluiten bij hetgeen we als Venray willen regelen.
15
Dit vraagt om kennis van de opzet en inhoud van een omgevingsplan én het proces er omheen bij zowel ambtelijke vakspecialisten, als college- en raadsleden. Er zullen namelijk in de opmaat naar het volledige omgevingsplan diverse procedures doorlopen worden; bestemmingsplannen en vergunningen onder het huidige recht, maar ook procedures onder de Omgevingswet. Zoals aangegeven zijn we reeds gestart met oefenen en het opdoen van ervaring bij het Centrumplan Venray, maar ook met het opgestelde pilotplan Vennendreef. Bij de Woongebieden zullen deze ervaringen uiteraard meegenomen worden. De kennis zal verder ontwikkeld worden door het opstellen van de structuur/ casco van het plan en de genoemde onderdelen van de fysieke leefomgeving die aanbod zullen komen. Deze worden met de vakspecialisten besproken van oa. RO, Civiel en Verkeer, Groen en Vastgoed, VTH en Geo-informatie.
Het doel is om, door opstarten woongebieden van Venray, te komen tot een nieuwe regelstructuur voor het Omgevingsplan.
Opstellen van regels en annoteren De Omgevingswet geeft de kans om regels meer flexibel en open te formuleren door middel van de toepassing van open normen (geen harde normen, maar ‘zachte’ of ‘open’ beoordelingsregels). Dit is bijvoorbeeld de meldingsplicht en zorgplicht, maar ook globalere omschrijvingen en begrippen zoals ‘hoogwaardige uitstraling’, ‘beeldbepalend’ of ‘klimaatbestendig’, welke nu bijvoorbeeld in het Omgevingsplan Centrum staan. Daarnaast is het mogelijk om nieuwe keuzes te maken in bepaalde vergunningsvrije activiteiten. Deze zullen dan in algemene regels vertaald worden. Daarnaast kunnen er ook nieuwe meldingsplichtige activiteiten worden opgenomen. Met het Omgevingsplan Centrum Venray zijn hier de eerste inzichten over ontstaan. Deze ervaringen zullen meegenomen worden in het opstellen van het omgevingsplan. Het blijft echter balanceren tussen algemene regels en direct ruimte bieden voor diverse initiatieven en het beschermen van de fysieke leefomgeving door het opnemen van noodzakelijke regels; met ander woorden de afweging tussen het meer loslaten van regels en het bieden van voldoende juridische duidelijkheid in de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van het omgevingsplan, waarbij de leefomgeving uiteraard centraal staat.
(Dit kan ook het verbeteren van een gebied betekenen.) Nu er meer aspecten in het omgevingsplan een plek krijgen (zoals bijvoorbeeld onderdelen uit de APV) dan in de huidige bestemmingsplannen het geval is, worden de regels, door middel van annoteren, op een technische manier van extra informatie voorzien. Het annoteren kan bestaan uit het koppelen van teksten, maar ook door het verbinden van locaties. Bij de koppeling van teksten kan gedacht worden aan verwijzingen tussen regels en begrippen, maar ook tussen regels en bijvoorbeeld de Omgevingsvisie. Bij locatiegebonden annotaties is er bijvoorbeeld een koppeling tussen de algemene regels 16
met betrekking tot het werkingsgebied Wonen en alle woongebieden van belang. Deze koppeling tussen regels en gebied kan echter ook een enkele locatie betreffen. Er zullen met het opstellen van het omgevingsplan nieuwe koppelingen (dwz werkingsgebieden) ontstaan. Ook hiervoor is structuur en uniformiteit van belang. Dit helpt de raadpleger met het vinden van informatie. Bij het opstellen van het pilotplan Vennendreef is een eerste ervaring opgedaan ten aanzien van het annoteren. Daaruit blijkt dat ook de samenwerking met het team Geoinformatie van belang is.
Met de start van het opstellen van de regels voor de woongebieden blijft ook hier het uitgangspunt pragmatisch onderscheidend. Er zal daarbij wel bekeken worden welke onderdelen uit het Omgevingsprogramma Wonen en welke duurzaamheidsmaatregelen meegenomen kunnen worden. Naast deze inhoudelijke ontwikkelingen, willen we gelijktijdig een handboek gaan ontwikkelen. Het handboek dient duidelijkheid te bieden aan ruimtelijke adviesbureaus over de opzet en inhoud voor een omgevingsplanwijziging, maar kan ook intern gehanteerd worden. 2.5
Toepasbare regels
Met de Omgevingswet komen de regels centraal te staan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen juridische regels en toepasbare regels.
Juridische regels gaan uit van het (lokale) beleid, vastgelegd in het omgevingsplan, lokale verordeningen en beleidsplannen.
Toepasbare regels gaan uit van de gebruiker en zijn activiteiten en volgen uit de juridische regels. Het regelbeheer voor de Omgevingswet zorgt er voor dat juridische regels begrijpelijk worden voor de gebruiker door gebruik te maken van vragenbomen die bevoegde gezagen aan het Omgevingsloket aanleveren. De gebruiker van het Omgevingsloket kan deze in de toekomstige situatie bijvoorbeeld gebruiken om te bepalen of een vergunning nodig is voor een initiatief. De vragenbomen worden altijd gebruikt in combinatie met een locatie of object op de kaart waar het initiatief op van toepassing is.
Het gebruik van toepasbare regels is daarmee van belang in onze dienstverlening richting initiatiefnemers en andere gebruikers van het omgevingsplan. Met de uitgevoerde pilot waarop in paragraaf 1.8 al is ingegaan, is hier een eerste ervaring opgedaan. De huidige indieningsvereisten worden met de inwerkingtreding niet automatisch omgezet naar het Omgevingsloket. Er komen wel nieuwe standaarden voor een aantal activiteiten. Deze indieningsvereisten kunnen met de nieuwe software gemodelleerd worden. Ook deze toepasbare regels dienen te voldoen aan de nieuwe landelijke standaarden, zodat deze op het omgevingsloket geplaatst kunnen worden.
17
Naast de vragenbomen voor indieningsvereisten, kunnen er vragenbomen opgesteld worden om juridische regels begrijpelijker te maken. Dit kan bijvoorbeeld over het aanvragen van een reclamevergunning gaan of over de vraag of er voor het kappen van een boom een kapvergunning noodzakelijk is. De VNG heeft een top 10 lijst opgesteld met meest voorkomende vergunningsaanvragen. De Venrayse quickscan sluit hierbij aan. Om de toepasbare regels te kunnen publiceren moeten de onderliggende juridische regels van het omgevingsplan vastgesteld én gepubliceerd zijn. Voor het opstellen van nieuwe vragenbomen zal steeds gekeken worden naar de behoefte en vraag van dienstverlening.
We beginnen met het opstellen van toepasbare regels voor de activiteiten uit de top 10 van de VNG die in Venray veel voorkomen. Bureau Berkley Bridge is ingeschakeld om ons te helpen bij het opstellen van deze toepasbare regels.
2.6
Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)
Het nieuwe landelijke omgevingsloket van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ontsluit het omgevingsplan. Er zijn een aantal veranderingen ten opzichte van de huidige landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Zoals u waarschijnlijk ook gelezen of gehoord heeft wordt er nog hard gewerkt aan het DSO. Op een aantal plekken ontbreekt nog een functionaliteit in de DSO-keten. Hierover lees u meer in paragraaf 3.1. Het DSO gaat een centrale rol spelen binnen de Omgevingswet. De manier van weergeven gaat veranderen, de informatie zal meer geclusterd worden middels thema’s en daarnaast is er een sterkere samenhang tussen de tekst (de regels) en de kaartinformatie (de huidige verbeelding). De nieuw aangeschafte software van Tercera zal hierin ondersteunen. Zie ook paragraaf voor opstellen van de regels en annoteren. 2.7
Kostenverhaal
Naast deze inhoudelijke keuzes dienen er ook keuzes gemaakte worden over het onderdeel kostenverhaal. Daarover zal echter een afzonderlijke beleidsnota voor op gesteld worden. Hierover wordt u dus separaat nog geïnformeerd. 2.8
Nadeelcompensatie
Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding, die gaat over de schade die de overheid rechtmatig veroorzaakt. Bijvoorbeeld schade die ontstaat bij langdurige wegopbrekingen maar ook bij bouwplannen, waardoor aangrenzende woningen in waarde dalen. Voor een deel is de regeling in de Omgevingswet de opvolger van de regeling voor planschade in de Wro. In de Omgevingswet wordt de term planschade vervangen door de term nadeelcompensatie. Over het onderwerp nadeelcompensatie wordt u voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet separaat geïnformeerd. Hierover zal ook besluitvorming door Raad dienen plaats te vinden. 18
2.9
Planning
Onderstaand zijn de diverse acties uit het plan van aanpak schematisch weergegeven. Uiteraard is het proces om te komen tot een omgevingsplan een dynamisch proces waarbij, zoals ook eerder is aangegeven, niet alle thema’s zijn opgenomen. Het is mogelijk dat er nog geschoven zal gaan worden in de onderstaande planning.
Periode 2023-2029: opstellen van een omgevingsplan Onderdeel plan / gebied / deelgebied Opstellen casco/structuur omgevingsplan Woongebieden Venray
Periode
2022 2022-2024
Dorpen, wijken van Venray; gebied binnen de bebouwde kom (m.u.v. het centrum) Thema: Duurzaamheid
Start 2024
Landelijke gebied
2024-2028
Het agrarische buitengebied en de natuurgebieden Werkgebieden Venray
2026-2027
Bedrijventerreinen van Venray, evt. bijzondere (bedrijfs)locaties in het buitengebied Bruidsschat
2027-2029
Aanpassing regels bruidsschat voor gehele grondgebied Gemeente Venray Centrum Venray
2027-2028
Gebied binnen de binnenring van Venray (wijk Centrum) Verordening Fysieke Leefomgeving Samenvoegen verordeningen die tot de fysieke leefomgeving behoren
2028-2029
19
3. Werkwijze, organisatie en financiën 3.1.
Werkwijze voor nieuwe verzoeken in Transitiefase
De verwachting is dat er in aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet een toename aan aanvragen van ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen) zal zijn. Deze verwachte piek heeft te maken met het overgangsrecht uit de Omgevingswet en daarmee de be- en afhandeling van aanvragen. Het college heeft daarom in oktober 2021 besloten om een peildatum van periode van 6 maanden, voor het indienen van concept- bestemmingsplanaanvragen, te gaan hanteren. Het afgelopen jaar is deze periode ook steeds met initiatiefnemers en adviesbureaus gecommuniceerd. Het indienen van een aanvraag dan wel de fase waarin een plan zich bevindt, is namelijk van belang voor het overgangsrecht. De wetgever heeft voor aanvragen van een bestemmingsplan en voor omgevingsvergunningen overgangsrecht opgenomen. Het is aan de gemeente op welke wijze daar invulling aan wordt gegeven. Daarbij is het van belang dat er een goede afweging is tussen de benodigde doorlooptijd voor de beoordeling van conceptaanvragen, de kwaliteit van de aanvragen en het aantal aanvragen, om tot goede (kwalitatief en juridische onderbouwde) besluitvorming te komen. Een bestemmingsplan kan alleen onder het huidige recht (Wro) worden afgehandeld wanneer er vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd is.
In deze 6 maanden voor de inwerkingtreding zullen er uiteraard nog aanvragen voor een herziening van een bestemmingsplan ingediend worden. Gezien de benodigde behandeltijd is tijdige besluitvorming over een ontwerpplan dan niet meer haalbaar. Deze plannen/initiatieven moeten vanzelfsprekend ook doorgang kunnen vinden. Initiatiefnemers hebben dan de mogelijkheid om te kiezen voor het aanvragen van een omgevingsvergunning. Deze aanvragen hebben een ander overgangsrechtelijk regime en worden, wanneer ze ingediend worden vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, onder oud/huidig recht afgehandeld. Een omgevingsvergunning is echter niet altijd de beste manier om een ontwikkeling vast te leggen, maar als een aanvrager hiervoor kiest, kunnen we uiteraard de behandeling van een aanvraag ook niet stilleggen. Het is dan ook van belang om de verwachtingen hierin vooraf goed aan te geven.
20
Vanaf een half jaar voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet laten we ruimtelijke procedures op verzoek zoveel mogelijk via een omgevingsvergunning plaatsvinden, tenzij een omgevingsvergunning voor een specifiek project onvoldoende concreet is en daarmee geen geschikt instrument is. Om dit actief te kunnen sturen, nemen we in een reactie op een principeverzoek geen noodzakelijke procedure meer op. In de reactie op het principeverzoek verwijzen we naar het startgesprek waarin de procedure besproken wordt.
Daarnaast is op de website van de gemeente Venray informatie over deze overgangsfase voor inwerkingtreding van de wet te vinden. Zoals aangegeven ondersteunt het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) de overheden bij het werken volgens de Omgevingswet. Het DSO levert de digitale ondersteuning voor bijvoorbeeld het publiceren van Omgevingswetbesluiten, zoals omgevingsplannen en omgevingsverordeningen, het raadplegen van de inhoud van die plannen, checken of er vergunningplichten bij bepaalde werkzaamheden horen en het indienen van een vergunningaanvraag of melding. Doordat op een aantal plekken nog een functionaliteit ontbreekt in de DSO-keten is er een tijdelijk vangnet voor gemeenten gecreëerd, de tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs). Deze TAMs zijn bedoeld om te voorkomen dat bijvoorbeeld de dienstverlening aan inwoners en bedrijven rond vergunningverlening en wijziging van het omgevingsplan stopt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De maatregel ziet op het gebruiken van de huidige technische standaarden (IMROstandaard) en de huidige plansoftware voor het opstellen van een wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan. Dit kan een uitkomst bieden indien een ander alternatief, zoals het vergunnen door middel van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), niet gebruikt kan worden.
Bij nieuwe initiatieven zal bekeken worden welke procedure het beste doorlopen kan worden en op welke wijze het gebruik van de TAMs ingezet kunnen worden. De Omgevingswet brengt andere instrumenten met zich mee voor gemeenteraad en college. Het verlenen van omgevingsvergunningen en een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna BOPA’s) is een bevoegdheid van het college. Het is niet zo dat bij het verlenen van omgevingsvergunningen of BOPA’s de gemeenteraad geen rol heeft. In de huidige wet (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) is het instrument van de verklaring van geen bedenkingen opgenomen. Dit betekent dat voor initiatieven die afwijken van het bestemmingsplan in veel gevallen een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig is, tenzij het initiatief in overeenstemming is met eerder door de gemeenteraad vastgesteld beleid. In de Omgevingswet is een bindend adviesrecht opgenomen. Hierop is in paragraaf 1.9 al ingegaan.
21
Een omgevingsvergunning moet echter binnen 8 weken verleend worden. Een bindend advies moet door de gemeenteraad dan ook binnen deze periode van 8 weken worden gegeven. Binnen de huidige raadscyclus is dit een uitdaging. Er zal 2 jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een evaluatie plaatsvinden waarbij onderzocht zal worden of lijst van activiteiten waarvoor bindend advies van de gemeenteraad noodzakelijk is, moet worden aangepast om de besluitvorming efficiënt te houden en toch recht te doen aan de controlerende taak van de gemeenteraad. Het wijzigen van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Om sneller te kunnen besluiten bij bijvoorbeeld het inpassen van BOPA’s in het omgevingsplan heeft de gemeenteraad op 14 december 2021 ook besloten om het wijzigen van het omgevingsplan in bepaalde situaties te delegeren aan het college. Ook hierop is in paragraaf 1.9 al ingegaan. Ook dit instrument zal 2 jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet geëvalueerd worden.
Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal per initiatief in overleg met de initiatiefnemer bekeken worden welke procedure het meest geschikt is.
3.2
Ambtelijke capaciteit
De invoering van de Omgevingswet gaat ook over integraal of samenhangend werken en houding en gedrag. De Omgevingswet gaat over veel beleidsdomeinen, activiteiten en onderwerpen. Zo zijn de beleidsdomeinen van het huidige stelsel behoorlijk divers: ruimtelijke ordening, geluid, lucht, bodem, milieu en water. Ook de fysieke leefomgeving raakt verschillende thema's, zoals geluid, water, bodem of erfgoed. Daarbij zijn de maatschappelijke opgaven waarvoor we beleid willen maken, nog diverser. Denk aan energietransitie, mobiliteit, gezondheid of circulaire economie. Een integrale blik is nodig om alle belangen en individuele doelen in de leefomgeving een plek te geven. Dit vraagt een andere manier van (samen) werken. Daarnaast zullen er nieuwe werkzaamheden ontstaan die nu niet binnen de huidige taken en werkzaamheden benoemd zijn, maar gaan ontstaan door het data-gestuurd werken. Dit betekent dat binnen de gehele organisatie vakspecialisten betrokken dienen te zijn bij het opstellen dan wel wijzigen van het omgevingsplan. Dit betreft niet alleen beleidsafdelingen maar ook de specialisten van vergunningen, toezicht en handhaving. Voldoende personele capaciteit is een harde voorwaarde om de transitieperiode tot een goed einde te brengen. Nieuwe werkzaamheden zullen niet altijd bij de reguliere functies en/of werkzaamheden kunnen worden ingepast.
22
De invoering van de Omgevingswet betekent dat er de komende jaren veel op ons af komt. Er zullen ruimtelijke initiatieven blijven die, afhankelijk van wanneer ze worden ingediend, onder het oude of het nieuwe recht moeten worden afgehandeld. De winkel blijft dus open, terwijl daarnaast gebieds- en themagericht gewerkt moet worden aan het aanpassen van het omgevingsplan, zodat aan het einde van de transitiefase er een omgevingsplan is dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Vlak voor de inwerkingtreding en ook nog een aantal jaren na de inwerkingtreding zal er een verschuiving van werk plaatsvinden van team RO naar VTH (meer ruimtelijke procedures op verzoek in een vergunning). Maar ook zal er tijdens deze periode binnen het team RO sprake zijn van een hogere werkdruk, aangezien nieuwe wetgeving altijd nieuwe vragen en onduidelijkheden met zich meebrengt waarvoor een oplossing gezocht moet worden. Dit kan de komende jaren tot personele knelpunten leiden die opgelost moeten worden. Voldoende personele capaciteit is een harde voorwaarde om de transitieperiode tot een goed einde te brengen. In deze periode zullen de verschillende vakspecialisten meer tijd gaan besteden aan de beoordeling van concept-aanvragen, de nieuwe (plan)software en de nieuwe technische vereisten van het DSO.
Uit hetgeen hieronder bij ‘kosten omgevingsplan’ wordt aangegeven blijkt dat de kosten voor het inschakelen van het adviesbureau bij het omgevingsplan Centrum 3x hoger waren dan de kosten voor het inschakelen van een adviesbureau bij het opstellen van een “normaal’ bestemmingsplan. Ook waren er voor dit plan 3 x zoveel ambtelijke uren nodig. Nu in de komende transitiefase ook ‘de winkel open’ moet blijven, zullen deze vakspecialisten de tijd moeten krijgen om inhoudelijke kennis op te doen en te leren met hun veranderende samenwerking in het werk. Daarbij is de, door de wetgever gestelde transitieperiode van 7 jaar (tot 2030) om te komen tot één gebiedsdekkend omgevingsplan dat regels omvat voor de fysieke leefomgeving, zeker niet lang te noemen!
Kanttekening Zoals aangegeven moet het plan van aanpak gezien worden als een dynamisch document. De planning hangt inhoudelijk samen met de uitwerking van de diverse beleidsvelden en programma’s. Er zijn op dit moment diverse (landelijke) thema’s, welke hun doorwerking hebben in het Venrayse proces, zoals de energietransitie, de woningbouwopgave en de stikstofcrisis. De ambities en keuzes van het college en de raad zullen binnen deze gebieden hun doorwerking hebben. De haalbaarheid van deze planning zal –net als bij de actualisatie van de bestemmingsplannen in de afgelopen jaren- enerzijds afhangen van interne factoren:
voldoende personele bezetting, daarbij rekening houdend met het feit dat er sprake is van een krapte op de arbeidsmarkt,
voldoende prioriteit door bestuur en management. 23
Maar anderzijds ook van externe factoren:
de pieken in de aanvragen in samenhang met de verschillende procedures (huidige bestemmingsplannen en nieuwe aanvragen/wijzigingen op basis van de Omgevingswet),
de (technische) werking van het DSO,
overleg met externe partijen,
het aantal bezwaren/zienswijzen.
Het is noodzakelijk om lopende het proces deze risico’s goed in beeld te houden en daar waar het nodig is bij te sturen.
In deze gehele transitieperiode is het van belang dat er, bij de prioritering in het werk, tijd en ruimte blijft voor de verdere implementatie van de Omgevingswet. Het zal echter op piekmomenten noodzakelijk zijn keuzes te maken in de prioritering van werkzaamheden, zodat het Omgevingsplan en de behandeling van lopende plannen en aanvragen bij RO en VTH prioriteit blijft behouden.
3.3
Financiële middelen
Deze paragraaf geeft een beperkte uitleg over de leges en maakt ook een doorkijk voor de verwachte kosten voor het opstellen van een omgevingsplan. Leges Voor het in procedure brengen van wijzigingen van het omgevingsplan op aanvraag en voor het in behandeling nemen van vergunningen kunnen nog steeds leges geheven worden. Bij wijzigingen of afwijkingen van het bestemmingsplan kan ook kostenverhaal aan de orde zijn. In dit plan van aanpak wordt hierop niet verder ingegaan. Deze zaken worden los van dit plan van aanpak opgepakt en aan de raad voorgelegd. Kosten omgevingsplan Met de invoering van de Omgevingswet zullen processen, al dan niet tijdelijk, anders gaan verlopen. Daarnaast worden in dit plan van aanpak keuzes gemaakt ten aanzien van de omzetting van het omgevingsplan van rechtswege (de huidige bestemmingsplannen) naar een volledig omgevingsplan. Daarbij is echter nu nog niet meteen geheel inzichtelijk wat dit gaat betekenen voor de te maken kosten. Met het opstellen van het plan Centrum Venray, is enig inzicht gekregen in de te verwachten kosten. De kosten voor het adviesbureau bedroegen voor het opstellen van het Omgevingsplan onder de verbrede reikwijdte, ongeveer €120.000,- over 2,5 jaar (exclusief de interne ambtelijke uren).
De verwachting is dan ook dat het opstellen van een nieuw omgevingsplan voor adviesbureaus en gemeenten, zeker de eerste jaren, meer tijd zal vergen en daarmee meer kosten met zich mee brengen, dan voor het 24
opstellen van de huidige bestemmingsplannen. Op dit moment is het eveneens onduidelijk welk bedrag in redelijkheid kan worden aangehouden voor de uiteindelijke kosten. Dit hangt eveneens samen met de alom aanwezige personeelstekorten en de vraag naar gespecialiseerde adviesbureaus welke kunnen ondersteunen bij het opstellen van het definitieve omgevingsplan. Voorgesteld wordt daarom om de huidige budgetten voor bestemmingsplannen en de kosten voor de behandeling van planschadeverzoeken, de komende 2 jaar ongewijzigd te laten voor de nieuwe procedures. Deze eerste 2 jaar worden dan gebruikt om te leren en monitoren, zodat we daarna een betere inschatting kunnen maken van de daadwerkelijke kosten die in de begroting opgenomen moeten worden. Dat betekent voor 2023 en 2024:
€44.000,- per jaar voor het opstellen van het omgevingsplan voor de Woongebieden, zijnde het huidige budget voor uitbesteed werk;
€ 13.000,- per jaar voor nadeelcompensatie, zijnde het budget voor de huidige planschadeverzoeken.
Mocht dit budget onvoldoende blijken dan zal het budget, dat gereserveerd staat voor de implementatie van de Omgevingswet, ook hiervoor worden benut. Aansluitend op hetgeen in de begroting van 2022 is aangegeven betreft dit een totaal van 1 miljoen euro, verdeeld over de komende 5 jaar.
Slotwoord Met dit plan van aanpak zetten we opnieuw goede stappen op weg naar de implementatie van de Omgevingswet. Echter de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet staat op dit moment nog niet vast. Daarnaast kunnen inzichten in de verdere transitiefase nog veranderen. Het plan van aanpak moet dan ook een dynamisch document gezien worden dat in de toekomst zeker nog een keer bijgesteld zal worden.
25