03 Ontwerpbegroting 2022 voor gemeenteraden (bijlage)
Tekst van het document
Industriële veiligheid
De veiligheidsregio voert werkzaamheden uit gericht op het adviseren over, toezien op en eventueel handhaven van de beheersing van industriële risico’s. Tot deze werkzaamheden behoren het beoordelen van veiligheidsrapporten, aanwijzing van bedrijfsbrandweren, advies op het gebied van opslag van vuurwerk en explosieve stoffen, advies externe veiligheid Wet Milieubeheer en inspecties en handhaving BRZO (Besluit Risico Zware Ongevallen). Prestatie indicatoren Snelle, adequate en kwalitatief hoogwaardige adviezen over maatregelen, voorzieningen en voorschriften om industriële risico’s te beperken en te beheersen. Adequate controle in het kader van handhaving door middel van toezicht en inspecties. Jaarlijks gaat het gemiddeld om 12 BRZO-inspecties en 10-20 adviezen in het kader van aanvragen voor een milieuvergunning en behandeling incidentmeldingen. C
Bouwveiligheid
De veiligheidsregio adviseert over brandveiligheidsaspecten bij bouwvergunningtrajecten: over te nemen bouwkundige maatregelen, technische installaties, bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen op objectniveau. Controles tijdens en na de bouw maken deel uit van deze werkzaamheden.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
24
15 april 2021
Prestatie indicatoren Snelle, adequate en kwalitatief hoogwaardige adviezen over maatregelen, voorzieningen en voorschriften over brandveiligheidsaspecten in het kader van bouwvergunningtrajecten. Adequate controle in het kader van handhaving door middel van toezicht en inspecties. Jaarlijks worden gemiddeld 900 adviesrapporten uitgebracht en 20 controles uitgevoerd. Speerpunt is het verhogen van de kwaliteit van onze dienstverlening aan gemeenten: door nog meer aan de voorkant mee te denken zodat gemeenten niet verrast worden door ons advies in een lopende aanvraag; door het borgen van maximale afstemming bij complexe trajecten en door de risicogerichte benadering goed te borgen in het adviesformat. D
Gebruiksveiligheid
De veiligheidsregio adviseert over brandveilig gebruik van bouwwerken en bij risicovolle en/of grootschalige evenementen. Hiertoe behoort de advisering omgevingsvergunning en melding brandveilig gebruik, de advisering en het toezicht bij grootschalige en risicovolle (B- en C-) evenementen en het toezicht op brandveilig gebruik. Daarnaast voert de veiligheidsregio activiteiten uit specifiek gericht op het verkleinen van het risico op brand door menselijk handelen. Concrete activiteiten zijn de ervaringsprogramma’s binnen de Risk Factory voor scholieren, zorginstellingen, het voorlichten en trainen van kwetsbare groepen en het trainen van ambassadeurs (bij voorkeur door het opzoeken van een structurele samenwerking met zorgorganisaties en woningcorporaties). Prestatie indicatoren Snelle, adequate en kwalitatief hoogwaardige adviezen over maatregelen, voorzieningen en voorschriften bij het gebruik van bouwwerken en bij evenementen. Jaarlijks gaat het gemiddeld om 1.500 gebruikscontroles, 300 adviezen in het kader van brandveilig gebruik en 500 adviezen in het kader van evenementenadvisering. Brandveilig Leven Specifiek onderdeel binnen gebruiksveiligheid is Brandveilig Leven, waarbij specifiek aandacht gegeven wordt aan het voorkomen van branden en ongevallen door het stimuleren van brandveilig gedrag bij burgers, organisaties en bedrijven.
In totaal worden ruim 300 voorlichtingsactiviteiten Brandveilig Leven uitgevoerd. We maken hierbij in toenemende mate gebruik van volontairs en ambassadeurs (intermediairs). Een belangrijk onderdeel is dan ook het werven en trainen van intermediairs. Om dit te bereiken zoeken we onder meer aansluiting bij opleidingen voor mensen die werkzaam worden bij kwetsbare groepen in de samenleving (bijvoorbeeld MBO Verzorgende). Het team Brandveilig Leven werkt daarnaast samen met de overige collega’s van Risicobeheersing om vraagstukken en uitdagingen gezamenlijk aan te gaan en zorgt er tevens voor dat brandweerposten de juiste (methodische) ondersteuning krijgen bij het uitrollen van lokale initiatieven zoals voorlichtingsactiviteiten. E
Onderzoek en beleid
Binnen risicobeheersing verzorgt VRLN de beleidsvoorbereiding (of levert een bijdrage aan) op diverse terreinen en onderwerpen.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
25
15 april 2021
Prestatie indicatoren Adequate en kwalitatief hoogwaardige beleidsadviezen die bijdragen aan een effectieve en efficiënte organisatie van de brandweerpreventie, gebaseerd op de nieuwste inzichten en ontwikkelingen. Indicatoren (risicobeheersing als geheel) Goed en op tijd: wij adviseren in een vroegtijdig stadium vanuit vakinhoudelijke professionaliteit, onafhankelijk en risicogericht. - Wij zijn aan de voorkant betrokken bij nieuwe ontwikkelingen en aanvragen zodat veiligheid meegenomen kan worden in de fase van integrale belangenafweging. Het percentage vooroverleggen ten opzichte van het aantal adviesaanvragen toont een stijgende lijn. - De medewerkers risicobeheersing voldoen aan de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria. Dit is vastgelegd in het dashboard ontwikkeling vakmanschap. Met iedere medewerker wordt jaarlijks een ontwikkelgesprek gevoerd. Onze adviezen voldoen aan de interne standaard voor kwaliteit (kwaliteitskaart). Dit wordt jaarlijks beoordeeld op basis van een steekproef. - Wij voeren een tevredenheidsonderzoek uit met betrekking tot onze dienstverlening en scoren daarbij een ruimvoldoende. Co-creatie: wij werken samen met partners aan veiligheidsvraagstukken, leveren een -
onderbouwde bijdrage aan integraal advies en maken waar mogelijk de verbinding op inhoud. -
Het aantal partners waar wij structureel mee samenwerken toont een stijgende lijn. Per programma geven wij minimaal 1 voorbeeld van een nieuw samenwerkingsinitiatief. Wij meten de kwaliteit van de samenwerking met partners d.m.v. een enquête.
Informatie gestuurd: wij faciliteren gemeentelijke beleidskeuzes en beïnvloeden brandveilig gedrag door het verzamelen, analyseren en duiden van data en vertalen dit naar een regionaal brandrisicoprofiel en regionaal/lokaal veiligheidsbeeld. -
Iedere gemeente beschikt over een kwalitatieve rapportage over brandveiligheid/naleefgedrag bij risicovolle objecten in de gemeente. Een actueel overzicht van de meest voorkomende oorzaken van brand in de regio is beschikbaar. Leveren wij digitale kaartinformatie over risico’s aan incidentbestrijding en aan gemeenten.
2.2.2 Incidentbestrijding De veiligheidsregio voert de operationele brandweerzorg uit. Deze omvat het voorkomen en bestrijden van branden en van ongevallen anders dan brand die gevaar voor mens en dier (kunnen) opleveren (verkeersongevallen, bedrijfsongevallen, waterongevallen en ongevallen met gevaarlijke stoffen). De veiligheidsregio beschikt hiervoor over 30 brandweerposten. Het werk wordt uitgevoerd door beroepsmedewerkers (24 uursdienst en dagdienstmedewerkers) en ongeveer 800 vrijwilligers. Naast de basiszorg omvat incidentbestrijding ook het grootschalig en specialistisch optreden van de brandweer. Bij incidenten van grotere omvang is het aspect van slagkracht van belang. Aan de hand
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
26
15 april 2021
van het provinciaal risicoprofiel en de hierin genoemde incidenttypen is bepaald hoe groot de slagkracht minimaal moet zijn. Aangezien het gros van de incidenttypen zich in elke gemeente kan voordoen, is gekozen voor een zodanige verdeling van capaciteit dat de slagkracht overal binnen de landelijke tijdsnormen kan worden geformeerd. Deze capaciteit is overigens al aanwezig; het is de som van de eenheden die nodig zijn voor de snelle eerstelijns brandweerzorg in de gemeenten. Voor het bestrijden van complexe incidenten beschikt de brandweer over specialistische teams die de lokale posten kunnen ondersteunen met extra kennis, ervaring en uitrusting. Activiteiten 2022 Een verdere ontwikkeling van de repressieve organisatie Brandweer Limburg-Noord is op weg naar de brandweer in 2030; een repressieve brandweerorganisatie die flexibel, rationeel en robuust is ingericht om snel en adequaat incidenten te kunnen bestrijden. Vrijwillig waar het kan en beroepsmatig daar waar het moet en met ruimte voor burgerhulpverlening. Snel en adequaat betekent dat de basisbrandweerzorg georganiseerd blijft vanuit de lokale brandweerposten. Eenvoudige technieken en tactieken en een verregaande standaardisering maken dat de lokale vrijwilliger de basisincidenten in zijn of haar verzorgingsgebied kan bestrijden: werken vanuit een behapbare basis.
Aanvullend op de vrijwillige posten die op basis van vrije instroom werken, creëren we waar en wanneer nodig een beroepsmatige schil van gegarandeerde paraatheid. De focus van de specialistische teams ligt op hoogwaardige kennis van en ervaring met complexe incidenten en minder op de opkomsttijd. Door ombuigingen en het maken van scherpe maar verantwoorde keuzes worden de extra kosten van taakdifferentiatie en andere externe ontwikkelingen gecompenseerd. Een en ander wordt vastgelegd in het RBOP 3 (Repressief Brandweer Organisatieplan). Prestatie indicatoren Een parate brandweerorganisatie die adequaat en voldoende snel reageert op de gemiddeld 4.000 meldingen per jaar (waarvan 2.500 prio 1 en 1.500 prio 2). Indicatoren Regionaal: in de praktijk wordt 50% van de maatgevende incidenten (brand in een gebouw) binnen de wettelijke opkomsttijd voor dat specifieke soort gebouw bereikt door de eerste eenheid. Bij prio-1 meldingen is het streven een uitruktijd van maximaal 5 minuten te halen bij vrijwillige posten en anderhalve minuut bij beroepsposten en posten met een SI-2T (moment van alarmering tot aan moment van de uitruk).
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
27
15 april 2021
2.2.3 Preparatie De kwaliteit van de operationele brandweerzorg is sterk afhankelijk van de vakbekwaamheid van de medewerkers, de inzetbaarheid van het materieel en de operationele voorbereiding. Deze aspecten zijn verenigd binnen het onderdeel Preparatie. Vakbekwaamheid bestaat uit het opleiden (vakbekwaam worden) en oefenen (vakbekwaam blijven) van het brandweerpersoneel. Dit is vastgelegd in kwalificatieprofielen en in wet- en regelgeving. Het onderdeel materieel is gericht op het onderhoud en aankoop van materieel van de brandweer. Operationele voorbereiding verzorgt alle procedures en data zoals die nodig zijn binnen Brandweerzorg en is de verbindende schakel naar de ketenpartners en meldkamer. Activiteiten 2022 Speciaal te benoemen activiteiten voor 2022 zijn:
Zoveel als mogelijk voldoen aan de grote opleidingsvraag van nieuwe vrijwilligers. Opleiding en training specialistische teams. Invoering gebiedsgerichte opkomsttijden. Grote aanbestedingen materieel. Uitvoering RBOP 3.0. Ontwikkelingen conform Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) zoals genoemd in het “beleids- en bestedingsplan 2020-2024 meldkamers”.
Prestatie indicatoren Een goed geoefende, voorbereide en toegeruste brandweerorganisatie, conform landelijk vastgestelde standaarden. Jaarlijks zijn er leergangen voor gemiddeld 200 medewerkers en vrijwilligers, met als hoofdmoot de leergangen manschap, chauffeur, pompbediener en bevelvoerder. Jaarlijks zijn er 20 tot 40 reguliere oefenmomenten voor elke brandweermedewerker (vrijwilligers en beroeps). Indicatoren Gecertificeerd opleidingsbureau. Alle ruim 850 operationeel inzetbare medewerkers voldoen aan de landelijke branche-standaard voor vakbekwaamheid. Actuele planvorming, objectinformatie, procedures, inzetvoorstellen en dekkingsplan. De kazernes voldoen aan onderhoudsniveau 3 van de NEN2767-norm. Al het materieel voldoet aan de daarvoor geldende kwaliteitsstandaard en/of keurmerk en wordt periodiek gekeurd.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
28
15 april 2021
2.2.4 Programmakosten De kosten van de programma Brandweerzorg bedragen € 32,5 miljoen (exclusief toerekening overhead). Dat is € 62 per inwoner. De gemeenten dekken met hun bijdragen € 26,9 miljoen van deze kosten. Dat is € 52 per inwoner. Totaal Programma Brandweerzorg
(bedragen in duizenden euro's) Begroting 2022
Lasten
32.361
Baten
32.304
Algemene dekkingsmiddelen
0
Onvoorzien
0
Geraam d saldo van baten en lasten
57
Stortingen in reserves
137
Onttrekkingen uit reserves
194
Geraam d resultaat
0
Een storting van € 137.000 en een onttrekking van € 194.000 vindt plaats in c.q. uit de reserve onderhoud brandweergebouwen.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
29
15 april 2021
2.3
Programma Crisisbeheersing
De veiligheidsregio zorgt voor een platform voor de verschillende partijen in de crisisbeheersing. Zij draagt zorg voor een collectief beeld en analyse van risico's in de regio en voor (de inzet van) een gedegen voorbereide, vakbekwame, parate en professionele crisisorganisatie. Het programma Crisisbeheersing bestaat uit de volgende onderdelen: - Crisisbeheersing en multidisciplinaire samenwerking; - Geneeskundige HulpverleningsOrganisatie in de Regio (GHOR); - Gemeentelijke processen en - Meldkamer Limburg multidisciplinaire samenwerking.
2.3.1 Crisisbeheersing en multidisciplinaire samenwerking en GHOR Het onderdeel crisisbeheersing voert de multidisciplinaire taken uit. Dit onderdeel is primair verantwoordelijk voor de multidisciplinaire kernfuncties, ruimtes, (informatie)voorzieningen en wettelijke planfiguren en heeft een regierol in de samenwerking met de (keten)partners. Crisisbeheersing: onderhoudt daartoe de benodigde contacten, netwerken en convenanten met partners en buurregio's in binnen- en buitenland; informeert en adviseert burgers, partners en bestuur omtrent risico's en maatregelen, onder
andere door risicocommunicatie, evenementenadvies en participatie in de Risk Factory; ontwikkelt en beheert gezamenlijke plannen, (opschaling)procedures, informatievoorziening, multidisciplinaire piketten, pools, ruimtes en andere (digitale) resources; coördineert de multidisciplinaire voorbereiding, informatie-uitwisseling, vakbekwaamheid en daadwerkelijk optreden van betrokken diensten en (keten)partners en bewaakt de kwaliteit van de crisisbeheersing middels monitoren, evalueren en leren.
De GHOR is belast met de coördinatie, voorbereiding, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening bij rampen en grootschalige ongevallen en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied. Doelstelling is dat de geneeskundige partners naadloos kunnen opschalen van reguliere naar opgeschaalde geneeskundige hulpverlening en dat de betrokken organisaties daarbij als samenhangende keten kunnen optreden, zodat slachtoffers van rampen en crises optimale zorg kan worden geboden. Daarvoor zijn enerzijds afspraken (convenanten) met partners van belang. Anderzijds is een
goede relatie met de partners op alle niveaus minstens zo belangrijk. Een specifieke activiteit vormt de geneeskundige advisering bij evenementen.
Evaluatie Wet veiligheidsregio’s De evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) (2020), de kabinetsreactie daarop (begin 2021) en de leerpunten uit diverse crisistypen, in het bijzonder de coronapandemie, vormen de basis voor de doorontwikkeling van crisisbeheersing in 2022. In de evaluatie en de reactie hierop wordt eens temeer het belang van (steviger) samenwerken tussen rijk en regio alsook binnen en tussen veiligheidsregio’s onderstreept en dat is ook in lijn met de uitvoering van de Agenda Risico- en Crisisbeheersing 2018-
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
30
15 april 2021
2021, waarop de minister toeziet. Ook voor digitale veiligheid had het kabinet al eerder aangegeven, de respons in het geval van digitale incidenten en crisis te willen versterken. Als de evaluatie van de Wvr tot aanpassingen van deze wet gaat leiden, kan dat in 2022 in het programma crisisbeheersing tot beleidswijzigingen leiden. Tijd/tempo daarvan zijn nog niet te voorzien, maar anticiperend daarop wordt in 2021 de visie op een toekomstbestendige crisisbeheersing in Limburg-Noord uitgewerkt, die in 2022 omgezet wordt in termen van taken en formatie. Waar dit eigenlijk zou vragen om investeringen, zal dit door ombuigen van budgetten en formatie budgettair neutraal gebeuren en wordt als vanouds ingezet op het (opnieuw) verwerven van subsidies. In 2022 zal verder vorm en inhoud gegeven worden aan crisisbeheersing in relatie tot sociaal maatschappelijke risico’s en klimaatadaptatie. Hierin speelt informatiegestuurd werken een belangrijke rol, door samen met de provincie, andere veiligheidsregio’s en stakeholders te werken aan permanente uitwisseling van veiligheidsinformatie en duiding daarvan. Informatiemanagement GHOR Landelijk gezien is informatieontsluiting en toegankelijkheid van informatie, mede ten behoeve van ketenpartners, in doorontwikkeling. De GHOR Limburg-Noord is hierin onvoldoende meegegroeid.
Dit heeft tot gevolg dat we het landelijke tempo niet kunnen bijbenen en de aansluiting bij de doorontwikkeling van de functie Informatiemanagement binnen de eigen afdeling crisisbeheersing missen. De kwetsbaarheid van het ontbreken van deze functie is met name duidelijk in de koude en lauwe fase, voor en na een crisis. In de langdurende coronacrisis nam deze behoefte toe, bij zowel de eigen organisatie als bij de ketenpartners en het landelijk netwerk. Door de inzet van een adviseur informatiemanagement wordt deze kwetsbaarheid verminderd. Activiteiten 2022 Crisisbeheersing formuleert in het licht van de kerntakendiscussie en evaluatie van de Wvr in 2021 haar toekomstvisie. Daarin vinden we aanleiding om in 2022 in te zetten op: Versterking van de netwerk- en regierol: Naar aanleiding van de adviezen die door de commissie Evaluatie Wvr zijn gedaan ten aanzien van rol en positie van de GHOR, bevolkingszorg en crisiscommunicatie in crisisbeheersing. We gaan gezamenlijk met GHOR en Oranje Kolom op zoek naar synergie. Daarnaast richten we onze inspanningen op extern netwerkmanagement, zowel regionaal als nationaal en internationaal. Informatiegestuurd werken is de basis voor moderne crisisbeheersing. We bouwen dan ook
verder op VIC (de 2e fase). Naast genereren en duiden van informatie willen we ook (digitale) toepassingsmogelijkheden en beheer van systemen beter borgen. Informatiegestuurd werken bij de GHOR wordt verder ingericht, met name in de preparatiefase, met aandacht voor regievoering op het informatienetwerk, -proces en -producten. De GHOR werkt hierbij samen met en draagt bij aan multidisciplinair informatiemanagement en creëert voor de witte keten een ‘single source of truth’. Waar we eerst spraken over risicocommunicatie in ‘koud’ en crisiscommunicatie in ‘warm’, is er steeds meer sprake van een lauwe situatie waarin continu communiceren belangrijk is. Alleen door risico-, crisis- en ook corporate communicatie met elkaar te verbinden, kunnen we een verbinding realiseren met onze inwoners en partners.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
31
15 april 2021
In het kader van doorontwikkeling van de crisisorganisatie voeren we in 2021 aanpassingen uit, die we in 2022 evalueren en waar nodig bijsturen. Dit betreft onder andere de kernfuncties in leiding & coördinatie en informatiemanagement.
Verder zal in 2022 opvolging gegeven worden aan leerpunten uit evaluaties van de aanpak van de COVID-19 pandemie. Prestatie indicatoren Crisisbeheersing draagt zorg voor actuele plannen, snelle en adequate opschaling en inzet van vakbekwame medewerkers, belast met GHOR- en multidisciplinaire processen crisisbeheersing. Daarvoor worden onderstaande inspanningen (indicatoren) geleverd. Indicatoren Evenementenadvisering: Op alle adviesaanvragen (ongeveer 325 per jaar) in het kader van vergunningverlening voor een B- of C-evenement is tijdig advies uitgebracht, afhankelijk van de tijdige aanvraag door en informatieverschaffing van de aanvrager. Operationele voorbereiding: Tenminste 90% van multidisciplinaire plannen, werkinstructies en operationele informatie worden tenminste eenmaal per 3 jaar gecontroleerd op actualiteit waarbij de versiedatum wordt aangepast. Met alle structurele partners en buurregio’s zijn afspraken vastgelegd op netwerkkaarten; deze worden tenminste eenmaal per 3 jaar geactualiseerd. Het MOTO-aanbod (multidisciplinair opleiden-trainen-oefenen) voorziet in tenminste 2 oefenmomenten per functionaris per jaar. Deze oefenmomenten worden conform planning gerealiseerd. (M)OTO-deelname door GHOR-functionarissen en multi-functionarissen (i.c. leiders en informatiemanagers) voldoet aan de norm van minimaal 2 momenten per functionaris per jaar.
De operationele gereedheid van GHOR-functionarissen is actueel en inzichtelijk. De GHOR heeft inzicht in de voorbereiding van instellingen, zorgaanbieders, regionale ambulancevoorziening en diensten die een taak hebben in de geneeskundige hulpverlening én continuïteit van zorg moeten garanderen. Incidentbestrijding: Individueel niveau: de kernfuncties crisisbeheersing zijn in 80% van de gevallen na alarmering binnen de normtijd uit het Regionaal Crisisplan aangevangen met hun werkzaamheden. Teamniveau: de teams beginnen in 80% van de gevallen in een naar oordeel van de leider voldoende complete samenstelling binnen de normtijd uit het Regionaal Crisisplan met het eerste overleg.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
32
15 april 2021
2.3.2 Gemeentelijke processen De Oranje Kolom (gemeentelijke crisisorganisatie) is belast met de coördinatie en uitvoering van de processen Bevolkingszorg tijdens een crisis. Deze processen zijn: crisiscommunicatie, publieke zorg, omgevingszorg, nazorg, informatiemanagement, resourcemanagement en evaluatie. De Oranje Kolom richt zich voornamelijk op de operationele voorbereiding en preparatie van functionarissen die tijdens een incident in actie moeten komen. Dit gebeurt door opleidingen en deelname aan mono- en multidisciplinaire oefeningen. De Oranje Kolom valt inhoudelijk onder verantwoordelijkheid van de coördinerend gemeentesecretaris en functioneel onder de veiligheidsregio (werkgeverschap). Voor de Oranje Kolom zijn ongeveer 300 functionarissen actief, verdeeld over 21 sleutelfuncties in 13 bovenlokale, 3 interlokale en 8 lokale pools. Activiteiten 2022 Passend binnen de landelijke toekomstagenda blijft de Oranje Kolom werken aan de positionering van het proces bevolkingszorg binnen de veiligheidsregio. Daarbij blijven wij werken aan de (bestuurlijke) verbinding tussen de 15 gemeenten en hun medewerkers. Implementatie Handboek Bevolkingszorg In 2022 staat de implementatie van het nieuwe Handboek Bevolkingszorg centraal. Het handboek wordt in 2021 opgeleverd, passend binnen de Landelijke Toekomstagenda Bevolkingszorg 2020.
Het opleiden, trainen en oefenen in de nieuwe structuur is een logisch vervolg van de doorontwikkeling van bevolkingszorg. Continue communicatie In het kader van de versteviging van crisiscommunicatie wordt ingezet op het concept van ‘continu communiceren’ waarbij de focus komt te liggen op een vloeiende overgang van corporate-, naar risicoen crisiscommunicatie en weer terug. De nieuwe website met ‘liveblog’-functionaliteit is een eerste stap. De doorontwikkeling van de persinformatietool (PINT) is hier het vervolg op. Operationele inzetbaarheid Vanwege interne organisatieontwikkelingen en de continue externe adaptatie aan nieuwe en ‘ongekende’ crises blijft vakbekwaamheid van gemeentefunctionarissen onze topprioriteit. Bij alle processen staat zelfredzaamheid en burgerhulpverlening centraal. De vanzelfsprekendheid van het proces ‘Nafase’ voor partners blijft daarbij een aandachtspunt. Verstevigen nevenfunctie Wij werken aan het vergroten van de aantrekkingskracht van de crisisnevenfuncties voor gemeenteambtenaren en aan de inbedding van bevolkingszorgrollen in de bestaande gemeentelijke functieprofielen.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
33
15 april 2021
Prestatie indicatoren Indicatoren Operationele voorbereiding: Van de functionarissen binnen de Oranje Kolom die actief zijn binnen de multidisciplinaire teams neemt iedere functionaris minimaal 1x per jaar deel aan een multidisciplinaire bijscholing of oefening. Elke functionaris binnen de Oranje Kolom neemt minimaal 1x per jaar deel aan een monodisciplinaire opleiding of oefening. Alle nieuwe functionarissen die binnen de Oranje Kolom actief zijn, volgen een startbekwaamheidstraject voor de functie die zij gaan uitoefenen. Incidentbestrijding: In alle gevallen zijn de teams na alarmering binnen de gestelde opkomsttijden operationeel.
2.3.3 Meldkamer De meldkamerfunctie is voor Limburg-Noord belegd bij de Gemeenschappelijke Meldkamer Limburg. Het technisch beheer hiervan is per 2020 overgedragen aan de LMS. Het personele beheer voor brandweer (centralisten) en crisisbeheersing (calamiteitencoördinatoren) is overgedragen aan Veiligheidsregio Zuid-Limburg. Regie en kaderstelling is echter een gedeelde verantwoordelijkheid voor beide veiligheidsregio's. De calamiteitencoördinatoren functioneren in dit kader als vooruitgeschoven post van crisisbeheersing op de meldkamer, met verschillende taakaspecten: warm ten behoeve van 24/7 geborgde eenhoofdige multidisciplinaire leiding en delen van multidisciplinaire incidentinformatie;
lauw ten behoeve van de operationele informatievoorziening rond kwetsbaarheden, dreigingen en omgevingsbeelden in de regio en koud ten behoeve van een aantal multidisciplinaire voorbereidingstaken op de meldkamer (opleiding, oefening, procedures etc.).
Op landelijk niveau zijn budgetten voor de LMS beschikbaar gesteld en daarvoor is budget afgeroomd bij de partners en dus ook bij de veiligheidsregio’s. We gaan er vanuit dat er geen aanvullende bijdrage van VRLN wordt gevraagd. Van de LMS vraagt de Meldkamer Limburg in 2022 onder andere expertise om inmiddels gestarte initiatieven in het kader van informatiegestuurde veiligheid, zoals Project Actueel Integraal meldkamerbeeld, in lijn te brengen en te houden met andere veiligheidsregio’s/meldkamers enerzijds en anderzijds om te voorkomen dat in Limburg wielen opnieuw uitgevonden (moeten) worden. Voor de functie calamiteitencoördinator ligt de prioriteit allereerst bij een adequate bezetting (in fte en opleiding) zodat een 24/7 dekking van het rooster geborgd is. Verder zal in 2021 naar verwachting landelijk een kwalificatieprofiel en functiebeschrijving tot stand komen. Dit zal in (aanloop naar) 2022 ook in Limburg vertaald worden en verder vorm en inhoud krijgen op zowel de warme en lauwe als op koude taken.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
34
15 april 2021
2.3.4 Programmakosten De kosten van de programma Crisisbeheersing bedragen € 4,9 miljoen (exclusief toerekening overhead). Dat is € 9 per inwoner. De gemeenten dekken met hun bijdragen € 4,4 miljoen van deze kosten. Dat is € 8 per inwoner. Dit is inclusief de bijdragen voor de GHOR. Totaal Programma Crisisbeheersing
(bedragen in duizenden euro's) Begroting 2022
Lasten
4.889
Baten
4.929
Algemene dekkingsmiddelen
0
Onvoorzien
0
Geraam d saldo van baten en lasten
-40
Stortingen in reserves
40
Onttrekkingen uit reserves
0
Geraam d resultaat
0
De storting van € 40.000 vindt plaats in de reserve Transitiekosten Schaalvergroting Meldkamer.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
35
15 april 2021
2.4
Programma Bedrijfsvoering/Overhead
In het kader van de vernieuwing van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) worden de kosten voor de bedrijfsvoering ondergebracht in het onderdeel Overhead. Onder overhead wordt verstaan alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hierbij worden in het BBV een aantal uitgangspunten gehanteerd: Kosten dienen zoveel mogelijk direct te worden toegerekend aan het betreffende programma; Ondersteunende werkzaamheden die niet direct dienstbaar zijn aan de externe klant of een extern product horen thuis bij de overhead; Hiërarchisch leidinggevenden behoren bij de overhead;
De huisvesting voor algemene taken behoort tot de overhead. Huisvesting specifiek voor brandweer of GGD worden bij het betreffende programma begroot en verantwoord.
Algemene ontwikkelingen 2022 Het programma bedrijfsvoering is ondersteunend aan de beleidsinhoudelijke programma’s en bestaat uit de activiteiten met betrekking tot personeel & organisatie, financiën, control, informatie & automatisering, facilitaire ondersteuning, inkoop, juridische zaken en communicatie. Uitgangspunten die worden gehanteerd: Ondersteunend aan het primair proces, binnen wet- en regelgeving en de inhoudelijke kaders die door het bestuur zijn gesteld; Functioneren binnen financiële kaders die samenhangen met de bestuurlijk vastgestelde begroting; Functionerend binnen de door de organisatie gebruikte kwaliteitssystemen;
Werken op basis van informatie delen en toegankelijkheid, waarbij digitalisering − met als randvoorwaarde een goede borging van aspecten van informatieveiligheid en privacy − actief wordt opgepakt; Duurzame inzetbaarheid van vitale en veerkrachtige medewerkers; Duurzame bedrijfsvoering gericht op het tegengaan van verspilling van middelen, menselijk kapitaal en energie.
Activiteiten 2022 VRLN wordt geconfronteerd met een autonome kostenstijging als gevolg van noodzakelijke investeringen in informatieveiligheid, de wijziging van de licentiestructuur door Microsoft en de vervanging ven werkplekken. Deze kostenstijging ter grootte van € 545.000 wordt opgevangen binnen eigen middelen door inzet van ICT-innovatiegelden, opleidingsbudgetten, budget voor dienstreizen en vacatureruimte. In de bedrijfsvoering kiest VRLN voor intensivering van de samenwerking met collega veiligheidsregio’s en GGD-en. Daarnaast kiezen we voor samenwerking met de gemeenten in onze regio op terreinen als crisiscommunicatie, juridische zaken, fiscale issues en ict-beheer. We
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
36
15 april 2021
onderzoeken of we meer gebruik kunnen gaan maken van de dienstverlening van Inkoopcentrum Zuid en ICT Noord- en Midden-Limburg. We beperken de omvang van de generieke overhead (overhead met uitzondering van directie, management en secretariaten van het primair proces) tot maximaal 15% van de totale personele capaciteit (met een correctiefactor voor brandweervrijwilligers). De bedrijfsvoering maakt een transitieproces door en daarin ligt de focus op de navolgende aspecten: 1. Basis op orde. Het basisdienstverleningspakket vraagt om een heldere taakafbakening en een daarbij aansluitend verwachtingspatroon van de klanten van de ondersteuning. Daarnaast moet de ingezette digitalisering worden afgemaakt om doelmatiger te kunnen werken. De digitalisering van werkprocessen geeft een impuls aan het informatiegestuurd werken. 2. Kwetsbaarheid van functies verminderen. Bezien waar we met andere organisaties gezamenlijk kwetsbare functies kunnen inrichten. Focus: andere veiligheidsregio’s, GGD-en en grotere gemeenten in onze regio. Waar mogelijk maken we gebruik van leveringscontracten van de VNG. Wellicht gaan we op termijn ook 3. 4.
ondersteunende werkprocessen aan externe partijen uitbesteden. We willen in de bedrijfsvoering jonge mensen aantrekken en oudere collega’s vitaal houden. De competenties van de medewerkers ontwikkelen aan de veranderende tijd en maatschappij waarin we acteren die andere vaardigheden vraagt dan 10 jaar geleden.
Risk Factory Binnen de Risk Factory ligt de focus op verbreding van het bereik van de huidige doelgroepen, basisschoolleerlingen groep 8 en senioren. Daarnaast vindt er een verkenning plaats naar de komst van nieuwe doelgroepen, zoals in de vastgestelde businesscase al staat omschreven, waaronder statushouders en arbeidsmigranten. De tussentijdse evaluatie is met een jaar verschoven en zal in 2022 plaatsvinden, waarbij stilgestaan wordt bij de inhoudelijke en randvoorwaardelijke doelen van de Risk Factory. De Risk Factory is voor een periode van 5 jaar als projectorganisatie ondergebracht binnen de juridische context van VRLN. De komende tijd start een onderzoek naar de voor- en nadelen van een andere inrichting van de governance. Te denken valt bijvoorbeeld aan het onderbrengen van de Risk Factory is een stichting waarin een burgemeester en een wethouder vanuit VRLN lid zijn van het stichtingsbestuur of participeren in een Raad van Toezicht. Bij voordelen denken wij eerst en vooral aan het verbreden van de (bestuurlijke) betrokkenheid van de publieke en private partners die samenwerken aan het realiseren van de doelstellingen van de Risk Factory. De financiële basis moet worden verbreed. Het streven is de verkenning halverwege 2021 af te ronden.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
37
15 april 2021
2.4.1 Programmakosten
In de begroting van de veiligheidsregio worden de kosten van de bedrijfsvoering verdeeld over de inhoudelijke programma’s en op die wijze verrekend in de gemeentelijke bijdrage. De gemeente kan namelijk geen overheadkosten van de veiligheidsregio toevoegen aan haar eigen overheadkosten. Op basis van de omvang van de programma’s gaat een vast percentage van 60% van de generieke overhead naar de veiligheidsprogramma’s Brandweerzorg en Crisisbeheersing en 40% naar Publieke Gezondheid. Binnen de betreffende programma’s wordt de overhead toebedeeld aan onderdelen op basis van de omvang van de lasten. In 2019 heeft Berenschot de overheadkosten van VRLN vergeleken met 12 andere veiligheidsregio’s. Uit deze benchmark is gebleken dat de overheadkosten van VRLN aansluiten bij het gemiddeld niveau in de sector. Wij beperken de omvang van de generieke overhead (overhead met uitzondering van directie, management en secretariaten van het primair proces) tot maximaal 15% van de totale personele capaciteit (met een correctiefactor voor brandweervrijwilligers). De kosten van de programma Bedrijfsvoering bedragen € 15,4 miljoen. Dat is € 30 per inwoner. De gemeenten dekken met hun bijdragen € 14,1 miljoen van deze kosten. Dat is € 27 per inwoner.
De overheadkosten worden toegerekend naar de inhoudelijke programma’s en voor een deel gedekt uit de gemeentelijke bijdrage en voor een ander deel uit de overige baten.
Totaal Overhead
(bedragen in duizenden euro's) Begroting 2022
Lasten
15.184
Baten
15.022
Algemene dekkingsmiddelen
300
Onvoorzien
50
Geraam d saldo van baten en lasten
-88
Stortingen in reserves
306
Onttrekkingen uit reserves
218
Geraam d resultaat
0
De storting van € 306.000 vindt voor € 16.000 plaats in de bestemmingsreserves ten behoeve van dekking kapitaallasten gebouw Nijmeegseweg en Drie Decembersingel, € 60.000 in de Reserve Assurantie Eigen Risico en € 230.000 in de reserve onderhoud kantoorgebouwen. De onttrekking van € 218.000 heeft voor € 41.000 betrekking op de reserve ter dekking van de kapitaallasten gebouw Nijmeegseweg en Drie Decembersingel en voor € 177.000 op de reserve onderhoud kantoorgebouwen.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
38
15 april 2021
2.5
Onvoorzien
In de begroting 2022 is een bedrag opgenomen van € 50.000 voor onvoorzien en daarmee wordt voldaan aan het wettelijk vereiste.
2.6
Vennootschapsbelasting
Vanaf 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen van bijvoorbeeld gemeenten, provincies en waterschappen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Met deze wetswijziging wil de Nederlandse overheid gelijkheid creëren tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Voor zover bekend zijn de hiermee samenhangende financiële gevolgen voor de Veiligheidsregio Limburg-Noord zeer beperkt. Voor de vennootschapsbelasting (VPB) die op de activiteiten drukt die door de belastingdienst als VPB-plichtig worden aangemerkt, is voor 2022 geen bedrag geraamd. Omdat wij activiteiten verrichten tegen kostprijs en zonder winstoogmerk verwachten wij geen heffing voor 2022.
2.7
Algemene dekkingsmiddelen
VRLN kent als algemeen dekkingsmiddel het saldo van de financieringsfunctie. Voor 2022 is dit saldo naar verwachting € 300.000.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
39
15 april 2021
3
Paragrafen
3.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In 2015 heeft het Algemeen Bestuur besloten een algemene reserve van maximaal € 1.250.000 aan te houden. Concrete risico’s In het kader van risicomanagement vragen wij aandacht voor een aantal concrete risico’s. Datalek corona In januari 2021 komt een datalek in de GGD-systemen in de publiciteit. De Autoriteit Persoonsgegevens is begin februari 2021 een onderzoek gestart naar de naleving door de GGD van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Daarbij heeft de Autoriteit Persoonsgegevens aangegeven het toezicht op de GGD te intensiveren. Het is nog niet duidelijk wanneer de uitkomst van het onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens te verwachten is en wat de uiteindelijke bevindingen zullen zijn. Onderzoeken en besluiten van de Autoriteit Persoonsgegevens worden doorgaans openbaar gemaakt. Na afloop van het onderzoek zal worden vastgesteld of en in welke mate individuele GGD-en aan te spreken zijn op de consequenties van het datalek. Dat zou tot claims van benadeelde burgers kunnen leiden. Deeltijdregeling brandweervrijwilligers In Nederland bestaat een hybride stelsel van beroeps- en vrijwillige brandweermensen. Volgens EUregelgeving zouden de vrijwilligers hetzelfde betaald moeten krijgen als de beroepsmedewerkers. De kans bestaat dat bepaalde taken van vrijwilligers overgenomen moeten worden door beroepskrachten. Dit leidt tot hogere arbeidskosten.
De Minister van Justitie en Veiligheid heeft nog geen definitief standpunt ingenomen in dit dossier. Er zijn ook nog geen afspraken gemaakt over de vergoeding van de meerkosten die voortvloeien uit deze stelselwijziging. Kosten Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) De FLO kosten stijgen omdat het overgangsrecht is aangepast aan wijzigingen in het fiscaal regime. Er vindt volledige compensatie van nadelige effecten plaats. In de regio Limburg-Noord is er door het Algemeen Bestuur voor gekozen de FLO kosten van de beroepskorpsen Venlo en Roermond niet in de regionalisering van de brandweer mee te nemen. Dat betekent dat deze specifieke kosten door de gemeenten Venlo en Roermond (inclusief Maasgouw en Roerdalen als gemeenten in het voormalige brandweerdistrict) worden gedragen. In meer veiligheidsregio’s is voor een dergelijke constructie gekozen. Veelal is door gemeenten met beroepsbrandweer vóór de regionalisering een voorziening opgebouwd. Als de gemeentelijke voorziening in de regionalisering niet is overgedragen naar de veiligheidsregio, blijven de kosten buiten het regionaal budgettair kader. In de bestuurlijke discussie over toekomstige arbeidsvoorwaardenvraagstukken zal het verschil tussen de beroepsbrandweer en de vrijwillige brandweer in betekenis afnemen.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
40
15 april 2021
Tweede loopbaan Voor medewerkers die op of na 1 januari 2006 in dienst zijn gekomen, staat na twintig jaar de tweede loopbaan centraal. Investeren in opleiding is nodig om medewerkers naar een dienstbetrekking buiten de brandweer te begeleiden. Beroepsziekten en arbeidsongevallen Steeds meer verzekeraars vergoeden schade als gevolg van ongevallen en ziekten niet meer volledig terwijl de premies wel sterk stijgen. Hierdoor sluiten de verwachtingen en de afhandeling van claims niet altijd op elkaar aan. Deze ontwikkeling schrikt potentiële brandweervrijwilligers en in het bijzonder hun hoofdwerkgevers af. Brandweer Nederland werkt samen met alle veiligheidsregio’s aan de harmonisatie van de aanspraken voor brandweermedewerkers opdat in Nederland een uniform stelsel ontstaat. Daarnaast wordt onderzocht of een gezamenlijk onderling waarborgfonds haalbaar is. De (financiële) gevolgen voor VRLN, in de vorm van een storting in het waarborgfonds, zijn op dit moment nog niet bekend. Aan het einde van 2021 loopt de ongevallenverzekering van VRLN af. In afwachting van de landelijke ontwikkelingen moet eventueel een verlenging van de verzekering plaatsvinden. Krappe arbeidsmarkt De krappere arbeidsmarkt maakt het moeilijk medewerkers te vinden. Het risico bestaat dat de formatie niet op orde is en afgesproken prestaties om die reden niet kunnen worden gerealiseerd.
Daarnaast nemen kosten om leemtes in de planning te ondervangen met tijdelijke inhuur van medewerkers toe en is de inspanning die geleverd wordt om verloop van medewerkers op te vangen groot. Ondernemersrisico Er bestaan onzekerheden ten aanzien van aanvullende inkomsten door (mogelijke) veranderingen in wet- en regelgeving en overige (externe) ontwikkelingen. ICT ontwikkelingen ICT ontwikkelingen in de samenleving gaan momenteel snel. Stakeholders hebben een navenant hogere verwachting van de mogelijkheden alsmede van een tijdige en juiste informatie-ontsluiting. Het waarborgen van de informatieveiligheid vraagt om aanvullende investeringen. VRLN is in 2020 gestart met het inrichten van nieuwe flexibele en veilige werkplekken die het mogelijk maken vanaf elke locatie te werken. Tevens komt er een geïntegreerde vast/mobiel oplossing voor de communicatie met een geborgde continuïteit voor de crisisorganisatie. De kosten van vernieuwde licenties en maatregelen in het kader van informatieveiligheid nemen toe.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
41
15 april 2021
Voorwaardelijk pensioen medewerkers Zorggroep Op 1 januari 2012 is de jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen overgedragen van de Zorggroep naar VRLN. Met de overgang van de medewerkers van de Zorggroep naar VRLN is het deelnemerschap van de collega’s overgekomen van de Zorggroep bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PfZW) beëindigd. Op basis van artikel 18 lid 4 van het sociaal plan garandeert VRLN dat het voorwaardelijk pensioen na overdracht van pensioenrechten naar het ABP bij dat pensioenfonds ten minste gelijk is aan dat bij het PfZW. Om dit te bewerkstelligen is met het ABP in 2011 ‘Behoud Voorwaardelijke Inkoop’ overeengekomen. Dat is de financiële techniek waarmee overdracht van rechten plaats kan vinden. In 2020 heeft het ABP de voorwaardelijke pensioenrechten opgenomen. Bij het opstellen van de begroting 2022 vindt overleg met het ABP plaats over de hoogte van de rechten van dertig individuele medewerkers. Als gevolg daarvan is dit dossier nog niet afgesloten. Financiële kengetallen Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote, ook wel bekend als de netto-schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeenschappelijke regeling. De netto schuldquote geeft aan of de gemeenschappelijke regeling investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen.
Daarnaast geeft het kengetal inzicht in de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In de uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (100%) dit als voldoende kan worden bestempeld. Voor veiligheidsregio’s wordt 80% als norm aangehouden. VRLN blijft onder de norm. Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe financieel gezonder de gemeenschappelijke regeling. De solvabiliteit van de organisatie wordt door de wetgever in toenemende mate als onderdeel gezien van de sturings- en verantwoordingsinformatie. VRLN is in staat haar kortlopende en langlopende schulden te voldoen. De lage rentestand is behulpzaam want de duurdere leningen met een hoger rentepercentage worden indien mogelijk vervangen door goedkopere leningen met een lager rentepercentage.
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn voornamelijk de gemeentelijke bijdragen en de rijksbijdrage. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Het percentage voor VRLN ligt ultimo 2022 op -0,4 %. Idealiter is dit verhoudingsgetal nul of positief. Immers dan worden de structurele lasten gedekt door structurele baten.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
42
15 april 2021
Genoemde kengetallen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Financiële kengetallen
(in percentages) Realisatie 2020
Ram ing 2021
Ram ing 2022
Ram ing 2023
Ram ing 2024
Ram ing 2025
Netto schuldquote
54,0%
60,6%
67,1%
63,8%
65,4%
66,5%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
54,0%
60,6%
67,1%
63,8%
65,4%
66,5%
Solvabiliteitsratio
7,9%
11,4%
10,0%
10,3%
9,8%
9,7%
Structurele exploitatieruimte
0,9%
-0,8%
-0,1%
-0,3%
-0,2%
0,0%
3.2
Onderhoud kapitaalgoederen
De belangrijkste kapitaalgoederen die VRLN in eigendom heeft betreffen materieel van de brandweer (met name vervoermiddelen) en gebouwen. Voor deze eigendommen gelden de wettelijke voorgeschreven keurings- en onderhoudswerkzaamheden. a. Materieel Ten aanzien van vervanging van materieel zijn soberheid, doelmatigheid en regionale uniformiteit belangrijke uitgangspunten. In het kader van risicogerichtheid en focus wordt de standaardisering op onderdelen minder. Op dit moment worden ingewikkelde branden (denk aan zeer grote brandcompartimenten) bestreden met middelen die geschikt zijn voor reguliere gebouwbranden maar niet voor brandcompartimenten tot wel 25.000 m2. De brandweer moet dan ook investeren in nieuwe innovatieve technische middelen. Tevens wordt er bij aanschaf van nieuwe voertuigen gekeken naar duurzame initiatieven waarbij de primaire inzetfunctie van het voertuig in kwaliteit gelijk moet blijven aan de gestelde eisen. De fasering van duurzame voertuigen wordt waarschijnlijk het eerste zichtbaar bij de piket voertuigen. Aandacht is hierbij wel nodig voor de gevolgen voor de infrastructuur, zoals laadfaciliteiten op de locaties van de veiligheidsregio en bij piket functionarissen. Naast de reguliere vervangingen, wordt in 2022 het gefragmenteerd potentieel van schuimblussende eenheden vervangen door twee schuimblusvoertuigen.
Ook staat de aanschaf van de uitrusting van de specialistische teams op het programma. b. Huisvesting VRLN beschikt over 30 brandweerkazernes, hiervan zijn er 8 eigendom van VRLN (inclusief de nog nieuw te bouwen locatie). Naast 8 brandweerkazernes heeft VRLN ook vier kantoorlocaties (incl. GGD-vestigingen) in eigendom. VRLN heeft de volgende gebouwen in eigendom:
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
43
15 april 2021
Locatie
Adres
Plaats
Hoofdvestiging VRLN
Nijmeegsew eg 42
Venlo
Oude brandw eerkazerne Venlo
Nijmeegsew eg 40
Venlo
Hoofdvestiging GGD (Venlo)
Drie Decembersingel
Venlo
Hoofdvestiging GGD (Roermond)
Oranjelaan
Roermond
Brandw eerkazerne Echt
Bandertlaan
Echt
Brandw eerkazerne Gennep
Paesplasw es
Gennep
Brandw eerkazerne Horst*
Westsingel
Horst
Brandw eerkazerne Ittervoort
Aziëstraat
Ittervoort
Brandw eerkazerne Nederw eert
Smisserstraat
Nederw eert
Brandw eerkazerne Stramproy
Bergerothw eg
Stramproy
Brandw eerkazerne Venlo
Ariënsstraat
Venlo
Brandw eerkazerne Weert
De Savorin Lohmanstraat
Weert
* toekomstig eigendom (2020/2021)
Duurzaamheid In de komende jaren kijken we voor materieel en huisvesting ook nadrukkelijk naar de ontwikkeling van duurzaamheid. Het gaat hierbij om de uitstoot op drie niveaus: uitstoot van eigen middelen (met name voertuigen), inkoop en verbruik van energie en uitstoot als gevolg van activiteiten. Om deze ontwikkeling prioriteit te geven, maar meer nog vanuit een maatschappelijk verantwoorde visie zal het positioneren van een duurzaamheidscoördinator ingezet worden. Deze medewerker is verantwoordelijk voor het vormgeven van het duurzaamheidsbeleid en de implementatie. Op die manier wordt een basis gelegd en kan er in kaart worden gebracht welke investeringen er de komende jaren noodzakelijk zijn om te voldoen aan de gestelde normen.
3.3
Financiering
De veiligheidsregio heeft het beleid ten aanzien van de financiering vastgelegd in de financiële verordening. De regels ter uitvoering van de beleidspunten zijn vastgelegd in het treasurystatuut (financieringsstatuut). De veiligheidsregio voldoet aan de voorschriften met betrekking tot de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Risicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm) De kasgeldlimiet laat zien welk risico er bestaat ten aanzien van vlottende schulden. De renterisiconorm is een maatstaf om te bepalen welke kredietrisico’s de veiligheidsregio loopt op de vaste schulden. Dit zijn de schulden met een looptijd langer dan 1 jaar. De renterisiconorm wordt gemeten in een bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal. De veiligheidsregio zal in het begrotingsjaar 2022 en meerjarig voor de daaropvolgende 3 jaar, volgens de huidige inzichten, binnen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm blijven. Liquiditeitsplanning en financieringspositie Gezien de investeringsplanning en de aflossing op bestaande geldleningen wordt in de kapitaalbehoefte voorzien door het aantrekken van geldleningen in 2022 en de volgende jaren. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de kasgeldlimiet maximaal benut wordt, zonder deze te overschrijden.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
44
15 april 2021
Renterisiconorm
(bedragen in duizenden euro's) 2022
(1) Renteherzieningen (2) Aflossingen (3) Renterisico (1) + (2) (4) Renterisiconorm (5a) = (4) > (3) Ruimte onder renterisiconorm (5b) = (3) > (4) Overschrijding van de renterisiconorm Berekening renterisiconorm (4) (4a) Begrotingstotaal jaar t (4b) Percentage regeling (4) = (4a)*(4b)/100 Renterisiconorm jaar t
2023
2024
2025
0 8.417 8.417 14.232 5.815
0 7.387 7.387 14.232 6.844
0 8.087 8.087 14.232 6.144
0 7.787 7.787 14.232 6.444
71.158 20 % 14.232
71.158 20 % 14.232
71.158 20 % 14.232
71.158 20 % 14.232
Kasgeldlimiet
(bedragen in duizenden euro's) 140319
(Jaar t = 2020) (1) Vlottende schuld (2) Vlottende middelen (3) Netto vlottend schuld (+) of overschot (-) (1) - (2) (4) Gemiddelde van (3) (4) Toegestane kasgeldlimiet In geld In percentage Ruimte ((4) groter dan (3)) Overschrijding ((3) groter dan (4)) (5) Berekening kasgeldlimiet (6) Rekeningtotaal 2020 (7) Percentage regeling (5) = (6)*(7) kasgeldlimiet 2020
3.4
1e kwartaal
2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
4.000 2.102 1.898 1.898
1.667 2.623 -956 -956
1.000 2.165 -1.165 -1.165
1.333 2.634 -1.300 -1.300
6.172 8,20% 4.274 -
6.172 8,20% 7.128 -
6.172 8,20% 7.337 -
6.172 8,20% 7.472 -
75.269 8,20%
75.269 8,20%
75.269 8,20%
75.269 8,20%
6.172
6.172
6.172
6.172
Verbonden Partijen
De veiligheidsregio kent geen verbonden partijen.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
45
15 april 2021
Deel C
Financiële begroting
4
Overzicht baten en lasten
4.1
Baten en lasten per programma
In de onderstaande tabel is het totaal van de baten en lasten per programma opgenomen. De ontwikkelingen op de baten en lasten zijn bij de financiële kaders nader toegelicht. In het kader van het meerjarenperspectief is een beleidsneutrale lijn gevolgd. De ontwikkelingen in een meerjarenperspectief zijn dermate onzeker dat een nadere concretisering op programmaniveau op dit moment niet opportuun is. De ontwikkelingen van de investeringen worden vanuit een actualisatie van het meerjarig (vervangings-)investeringsplan benaderd. In de meerjarenraming zijn de volgende ontwikkelingen meegenomen: De gefaseerde stijging van de gemeentelijke bijdrage voor het borgen van de paraatheid van de
brandweer tot en met 2023. Indien de ontwikkeling zich voltrekt zoals voorgesteld is er vanaf 2022 geen extra bijdrage meer nodig zijn voor het aanvullen van het weerstandsvermogen ten bedrage van € 152.500.
De financiële consequenties in een meerjarenperspectief van de indexatiesystematiek zijn niet meegenomen in de meerjarenraming; een en ander is opgenomen tegen het prijspeil 2021.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
46
15 april 2021
Baten en lasten per programma (incl. meerjarenraming)
(bedragen in duizenden euro's)
Rekening Begroting Begroting 2020 2021 2022
Ram ing 2023
Ram ing 2024
Ram ing 2025
Mutatie 2022
Lasten (excl. toevoegingen aan reserves) Publieke gezondheid Brandw eerzorg Crisisbeheersing Overhead Onvoorzien
24.203 31.552 4.917 14.597 0
17.770 31.298 5.179 14.430 50
18.188 32.361 4.889 15.184 50
17.913 32.529 4.889 15.276 50
17.913 32.430 4.889 15.586 50
17.913 32.377 4.889 15.389 50
418 1.063 -290 754 0
Totaal lasten (excl. toev. aan de reserves)
75.269
68.726
70.672
70.657
70.869
70.618
1.946
Publieke gezondheid Brandw eerzorg Crisisbeheersing Overhead Algemene dekkingsmiddelen
12.578 6.649 704 1.524 0
3.826 4.482 314 1.505 300
4.408 5.442 558 914 300
4.408 5.442 558 914 300
4.408 5.442 558 914 300
4.408 5.442 558 914 300
582 960 244 -591 0
Totaal baten program m a's
21.455
10.427
11.621
11.621
11.621
11.621
1.194
Publieke gezondheid Brandw eerzorg Crisisbeheersing Overhead
13.308 25.382 4.561 12.482
13.933 26.257 4.744 12.863
13.493 26.861 4.372 14.108
13.493 27.051 4.372 14.108
13.493 27.051 4.372 14.108
13.493 27.051 4.372 14.108
-440 604 -372 1.245
Totaal baten gem eentelijke bijdragen
55.733
57.798
58.834
59.024
59.024
59.024
1.037
Totaal baten (excl. onttr. aan de reserves)
77.188
68.225
70.456
70.646
70.646
70.646
2.231
Publieke gezondheid Brandw eerzorg Crisisbeheersing Overhead Algemene dekkingsmiddelen Onvoorzien
1.683 479 348 -591 0 0
-11 -559 -120 -62 300 -50
-288 -57 40 -162 300 -50
-13 -35 40 -254 300 -50
-13 64 40 -565 300 -50
-13 117 40 -367 300 -50
-277 502 160 -100 0 0
Totaal saldo van baten en lasten
1.919
-502
-216
-11
-223
28
286
Toevoegingen aan reserves (lasten) Onttrekkingen aan reserves (baten)
1.036 400
233 735
486 702
484 495
482 705
480 453
253 -33
Geraam d resultaat voor bestem m ing
1.284
0
0
0
0
0
0
Baten (excl. onttrekkingen aan reserves)
Baten gem eentelijke bijdragen
Saldo (excl. m utaties reserves)
Uit de staat van Baten en lasten blijkt dat de begroting in meerjarig perspectief sluitend is.
4.2
Overzicht incidenteel en structureel verloop baten en lasten
De ontwikkeling van de incidentele baten en lasten wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de genomen a-structurele maatregelen om a-structureel begrotingsevenwicht te bereiken. In onderstaand overzicht zijn de baten en lasten onderverdeeld naar incidenteel en structureel.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
47
15 april 2021
Baten en lasten per programma (incl. meerjarenraming) Begroting 2022
(bedragen in duizenden euro's) Begroting Begroting 2022 2022 incident. struct.
Ram ing 2023
Ram ing 2023 incident.
Ram ing Ram ing Ram ing Ram ing 2023 2024 2024 2024 struct. incident. struct.
Ram ing 2025
Ram ing 2025 incident.
Ram ing 2025 struct.
Lasten (excl. toevoegingen aan reserves) Publieke gezondheid Brandw eerzorg Crisisbeheersing Overhead Onvoorzien
18.188 32.361 4.889 15.184 50
455 722 0 441
17.733 31.639 4.889 14.743 50
17.913 32.529 4.889 15.276 50
105 716 0 323
17.808 31.813 4.889 14.952 50
17.913 32.430 4.889 15.586 50
30 708 0 353
17.883 31.722 4.889 15.233 50
17.913 32.377 4.889 15.389 50
30 708 0 236
17.883 31.669 4.889 15.153 50
Totaal lasten (excl. toev. aan de reserves)
70.672
1.618
69.054
70.657
1.144
69.513
70.869
1.091
69.778
70.618
974
69.645
Publieke gezondheid Brandw eerzorg Crisisbeheersing Overhead Algemene dekkingsmiddelen
4.408 5.442 558 914 300
600 626 0 0 300
3.808 4.816 558 914 0
4.408 5.442 558 914 300
434 622 0 0 300
3.974 4.820 558 914 0
4.408 5.442 558 914 300
167 612 0 0 300
4.240 4.830 558 914 0
4.408 5.442 558 914 300
167 612 0 0 300
4.240 4.830 558 914 0
Totaal baten program m a's
11.621
1.526
10.095
11.621
1.356
10.266
11.621
1.079
10.542
11.621
1.079
10.542
Publieke gezondheid Brandw eerzorg Crisisbeheersing Overhead
13.493 26.861 4.372 14.108
0 0 0 0
13.493 26.861 4.372 14.108
13.493 27.051 4.372 14.108
0 0 0 0
13.493 27.051 4.372 14.108
13.493 27.051 4.372 14.108
0 0 0 0
13.493 27.051 4.372 14.108
13.493 27.051 4.372 14.108
0 0 0 0
13.493 27.051 4.372 14.108
Totaal baten gem eentelijke bijdragen
58.834
0
58.834
59.024
0
59.024
59.024
0
59.024
59.024
0
59.024
Totaal baten (excl. onttr. aan de reserves)
70.456
1.526
68.930
70.646
1.356
69.290
70.646
1.079
69.567
70.646
1.079
69.567
Publieke gezondheid Brandw eerzorg Crisisbeheersing Overhead Algemene dekkingsmiddelen Onvoorzien
-288 -57 40 -162 300 -50
145 -96 0 -441 300 0
-433 39 40 279 0 -50
-13 -35 40 -254 300 -50
329 -94 0 -323 300 0
-341 59 40 70 0 -50
-13 64 40 -565 300 -50
137 -96 0 -353 300 0
-150 160 40 -211 0 -50
-13 117 40 -367 300 -50
137 -96 0 -236 300 0
-150 213 40 -132 0 -50
Totaal saldo van baten en lasten
-216
-92
-124
-11
211
-222
-223
-12
-211
28
106
-78
Toevoegingen aan reserves (lasten) Onttrekkingen aan reserves (baten)
486 702
467 646
19 56
484 495
452 439
32 56
482 705
467 649
15 56
480 453
467 397
13 56
0
87
-87
0
199
-198
0
170
-170
0
35
-35
Baten (excl. onttrekkingen aan reserves)
Baten gem eentelijke bijdragen
Saldo (excl. m utaties reserves)
Geraam d resultaat voor bestem m ing
De belangrijkste incidentele effecten kunnen als volgt worden weergegeven: Programma Publieke Gezondheid Binnen het programma Publieke Gezondheid zijn in 2022 incidenteel extra lasten opgenomen voor JGZ die ten laste komen van de Reserve Taakherschikking en Ouderportaal. Daarnaast zijn er incidentele lasten en baten opgenomen voor de projecten ‘Nu niet Zwanger’ en diverse projecten gezondheidsbevordering/Kennis & Onderzoek. Voor het project Voorzorg zijn alleen incidentele baten opgenomen. Programma Brandweerzorg In het programma Brandweerzorg hebben de incidentele baten en lasten betrekking op het FLOovergangsrecht van de Brandweer Roermond en Brandweer Venlo. Het verloop van de baten en lasten is jaarlijks verschillend, maar voor VRLN budgettair neutraal, omdat FLO kosten worden verrekend. Programma Crisisbeheersing In het programma Crisisbeheersing zijn naast de mutaties aan de reserve Transitie Schaalvergroting Meldkamer, geen incidentele mutaties te verwachten. Overhead De incidentele lasten hebben betrekking op het voormalig personeel, welke last in de komende jaren wordt afgebouwd.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
48
15 april 2021
4.3
Verdeling baten
De veiligheidsregio kent als baten de gemeentelijke bijdragen, de BDuR en overige baten van derden. De verhouding van deze inkomstenstromen in relatie tot het totaal van de begroting is als volgt weergegeven. (bedragen in duizenden euro’s)
Verdeling baten 5.756
5.936
Gemeentelijke bijdragen BDuR uitkering
Overige baten 58.834
Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) De veiligheidsregio ontvangt jaarlijks een rijksbijdrage in de vorm van de BDuR. De hoogte van de BDuR wordt bekendgemaakt in de zogeheten juni-circulaire. Ten tijde van het opstellen van de begroting zijn deze gegevens nog niet beschikbaar. Daarom wordt in de begroting uitgegaan van een inschatting van deze baten. Voor 2022 is hierbij rekening gehouden met een totaal bedrag van € 5,9 miljoen.
Overige Baten Naast de gemeentelijke bijdragen en de BDuR ontvangt de veiligheidsregio inkomsten uit andere bronnen zoals het rijk, instellingen en burgers. Deze zijn proportioneel met de omvang van de activiteiten. Een deel van de overige baten bestaat uit bijdragen van gemeenten welke niet via de gemeentelijke bijdrage worden verrekend.
4.4
Geprognotiseerde (meerjaren-)balans
Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo (Economische en Monetaire Unie) wordt in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) een geprognotiseerde balans voorgeschreven en het meerjarig opnemen van het EMU-saldo in een begrotingsparagraaf. Met het opnemen van een geprognotiseerde balans krijgt het bestuur meer inzicht in de ontwikkeling van onder meer investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en in de financieringsbehoefte.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
49
15 april 2021
Balans per ultimo boekjaar
(bedragen in duizenden euro's)
ACTIVA
2020
2021
2022
2323
2024
2025
Vaste activa Immateriële vaste activa
0
0
0
0
0
0
Materiële vaste activa
49.995
48.033
53.802
51.613
52.581
53.193
Financiële vaste activa
0
0
0
0
0
0
49.995
48.033
53.802
51.613
52.581
53.193
Totaal vaste activa Vlottende activa Voorraden Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar
31
31
31
31
31
31
1.819
1.819
1.819
1.819
1.819
1.819
Liquide middelen
416
416
416
416
416
416
Overlopende activa
5.887
5.887
5.887
5.887
5.887
5.887
Totaal vlottende activa
8.153
8.153
8.153
8.153
8.153
8.153
Totaal activa
58.148
56.186
61.955
59.766
60.734
61.346
Balans per ultimo boekjaar
(bedragen in duizenden euro's)
PASSIVA
2020
2021
2022
2323
2024
2025
Vaste passiva Eigen vermogen
7.540
6.395
6.177
6.165
5.941
Voorzieningen
294
335
377
419
461
5.967 287
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer
34.275
36.763
35.346
34.459
33.371
32.584
Totaal vaste passiva
42.109
43.493
41.900
41.043
39.773
38.838
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar
5.805
2.460
9.821
8.490
10.727
12.275
Overlopende passiva