03 Nota van zienswijze (1)
Tekst van het document
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport adviezen en zienswijzen
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport adviezen en zienswijzen
Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM Venray
Samengesteld door Teams Ruimtelijke Ontwikkeling
1
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport adviezen en zienswijzen
2
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport adviezen en zienswijzen
Inhoud 1
Inleiding
5
2
Reacties bestuursorganen en adviesorganen
6
3
Zienswijzen
7
4
Zienswijze 1
7
Zienswijze 2
8
Conclusie en vervolgprocedure
13
3
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport adviezen en zienswijzen
4
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport zienswijzen
1
Inleiding
Deze nota bevat de gemeentelijke reactie op de binnengekomen zienswijzen naar aanleiding van de
terinzagelegging
van
het
ontwerpbestemmingsplan
Breevennenweg
5
Leunen,
met
identificatienummer NL.IMRO.0984.BP22022-on01. Het ontwerp bestemmingsplan heeft ter visie gelegen van 7 april 2023 tot en met 18 mei 2023 (digitaal en op papier) in het klantencontactcentrum gemeentehuis Venray en elektronisch via de internetsite van de gemeente Venray en via www.ruimtelijkeplannen.nl). Tijdens de inzage termijn heeft eenieder het recht gehad een schriftelijke of mondelinge zienswijze in te dienen bij de gemeenteraad. In hoofdstuk 3 wordt inhoudelijk ingegaan op de ingediende zienswijzen. De zienswijze is hierin beknopt en zakelijk weergegeven. Voor zover bij de samenvatting van zienswijze onderdelen van de betreffende reacties niet of niet geheel worden genoemd, betekent dit niet dat deze buiten beschouwing zijn gebleven. De zienswijze is als geheel beoordeeld. De reacties worden samengevat weergegeven en voorzien van een gemeentelijke reactie. Daarbij is steeds aangegeven in welke mate de opmerkingen leiden tot aanpassingen in het vast te stellen bestemmingsplan. Tenslotte, volgt in hoofdstuk 4 een toelichting over de vervolgprocedure.
5
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport zienswijzen
2
Reacties bestuursorganen en adviesorganen
Er zijn door bestuursorganen en adviesorganen geen zienswijzen ingediend.
6
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport zienswijzen
3
Zienswijzen
Tegen het ontwerpbestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen dat ter inzage heeft gelegen van 7 april 2023 tot en met 18 mei 2023 zijn twee schriftelijke zienswijzen binnengekomen. De persoonsgegevens
van
de
indieners
van
de
zienswijzen
(hierna:
reclamanten)
zijn
geanonimiseerd verwerkt in dit rapport, in verband met de bescherming van de privacy van de gegevens op internet. Wel zijn de straatnamen/huisnummers vermeld. Dit omdat deze gegevens van belang zijn voor de ruimtelijke afwegingen.
1. Bewoner Drabbelsweg 8, Veulen, ingekomen op 11 april 2023 2. Bewoners Hoef 14, Leunen, ingekomen 17 mei 2023 Hieronder is zijn zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie.
Zienswijze 1 Ontvankelijkheid •
Schriftelijke zienswijze ingekomen op 11 april 2023
•
De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend
•
De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd
•
De zienswijze is dan ook ontvankelijk.
Reactie Volgens de reclamant is er geen goede infrastructurele ontsluiting op de Breevennenweg en zal dit plan een onevenredige verkeer aantrekkende werking hebben op de Drabbelsweg Standpunt gemeente Voor de Breevennenweg 5 is getoetst aan het aspect ‘Verkeer’ in relatie tot de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt op deze locatie met de voorliggende planologisch juridische procedure. Zoals volgt uit de ruimtelijke onderbouwing is ten opzichte van de bestaande functie (veehouderij) geen toename in het aantal dagelijkse verkeersbewegingen te verwachten. Eerder een afname. De ontwikkeling leidt tot een verbetering van het woon- en leefklimaat en levert een bijdragen aan een goede ruimtelijke ordening. De omliggende wegen zijn ingericht als openbare wegen. Zodoende kunnen en mogen er zware verkeersbewegingen plaatsvinden. Er geldt dan ook geen verbod voor vrachtwagens. Het vrachtverkeer van het transportbedrijf voldoet aan de normen uit de Wegenverkeerswet. Voor de voertuigen van het bedrijf geldt dan ook geen verbod. Ten opzichte van de ‘oude’ situatie neemt het aantal (zware) vervoersbewegingen af, zie ook paragraaf 4.6 van de toelichting. Dit is positief voor de weg en de omgeving.
7
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport zienswijzen
Gezien de afstand van de voorgenomen ontwikkeling tot het perceel van de reclamant, verwachten wij geen negatieve gevolgen voor de reclamant. Wel wil de initiatiefnemer aangeven wat voor zowel zijn eigen bedrijfsvoering, als voor bezoekers de gewenst route is en wordt. Via de routeplanner wordt de Drabbelsweg in iedere geval niet aangegeven op de route vanuit noord of zuid (A73 / Horst). De route volgt dan via de Leunseweg-Breevenneweg of HorsterwegOverbroekseweg-Veulenseweg-Breevvenneweg. Conclusie De zienswijze wordt niet overgenomen en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 2 Ontvankelijkheid •
Schriftelijke zienswijze ingekomen op 17 mei 2023
•
De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend
•
De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd
•
De zienswijze is dan ook ontvankelijk.
Reactie 1. In het ontwerpbestemmingsplan is geen waarborg opgenomen dat er op die locatie geen mesthandel of transport van mest van derden mag plaatsvinden. De reclamant verzoekt de gemeente om in het definitieve bestemmingsplan op te nemen dat alles rondom messtransport en handel, opslag op deze locatie wordt uitgesloten. 2. In de toelichting wordt benoemd dat de producten die vervoerd zullen worden vallen onder transportcategorie 2 en 3. Nergens wordt vermeld wat hier precies onder valt. Volgens de reclamant lijkt het te gaan om mest en andere dierlijke bijproducten. De reclamant wil dat dit niet mogelijk is op de locatie, gezien het verleden. Er wordt verzocht om alles rondom
messtransport
en
handel
en
opslag,
inclusief
het
stallen
van
mesttransportvrachtwagen op deze locatie uit te sluiten. 3. In het ontwerpbestemmingsplan is niets opgenomen over het aantal vrachtwagens die gestald mogen worden op de locatie. De reclamant wil dit geborgd zien in het bestemmingsplan. 4. Er is een weegbrug aanwezig, volgens de reclamant alleen vanwege de mesthandel. Valt de handel weg, dan is er ook geen weegbrug noodzakelijk. 5. In de toelichting staat beschreven dat de ontsluiting van het terrein uitsluitend via de Breevennenweg plaatsvindt. Op die manier blijft de Hoef gevrijwaard van verkeer. Dit is echter op geen enkele manier geborgd in de planregels. De reclamant ziet graag dat in de planregels expliciet wordt opgenomen dat het bedrijf alleen via de Breevennenweg mag worden ontsloten.
8
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport zienswijzen
6. De wegen zijn volgens de reclamant ongeschikt voor zwaar transport. 7. De aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing is niet geborgd in de planregels. De reclamant wil dat er een waarborg of voorwaardelijke bepaling wordt opgenomen dat dit uitgevoegd moet worden. 8. In het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat er een mogelijkheid is voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Volgens de reclamant houdt deze bepaling geen verband met de beoogde activiteiten. Een aanleiding voor deze bepaling ontbreekt en moet worden geschrapt. 9. Volgens de reclamant heeft er geen omgevingsdialoog plaatsgevonden. Er is niet voldaan aan de voorwaarden van een omgevingsdialoog. 10. Volgens de reclamant kunnen beide bedrijfsactiviteiten niet binnen één locatie naast elkaar bestaan. 11. In de planregels wordt nergens iets vermeld over het houden van dieren/vee op de locatie. In de toelichting wordt kort beschreven dat er wel 10 paarden, 10 pony’s, 4 zoogkoeien, 4 vrouwelijk jongvee, 25 schapen, 5 herten, 3 alpaca’s, 3 pauwen en 3 emoes gehouden gaan worden. De toelichting noemt deze dieren als onderdeel van het zorgplan. De dieren komen dan in contact met de zorg vragende personen. De verenigbaarheid van beide activiteiten is niet onderzocht. 12. Volgens de reclamant is de Aeriusberekening niet representatief. Daarnaast is de berekening gebaseerd op een achterhaalde versie.
Verder zijn niet alle beoogde transportbewegingen
vermeld.
De
verkeersbewegingen
van
de
beoogde
bedrijfsactiviteiten zijn volledig openomen. Standpunt gemeente 1. Op de locatie is geen mestverwerking, mestbewerking of overslag van mest beoogd. Zoals in de toelichting van het bestemmingsplan is beschreven worden op de locatie alleen tractors, machines, handelswaar (niet zijnde mest), trekkers en opleggers opgeslagen ten behoeve van de bedrijvigheid. De gemeente heeft er geen problemen mee als de vrachtwagen gebruikt worden voor het vervoer van mest, zolang mest niet wordt bewerkt, verwerkt of wordt opgeslagen op de locatie. Om de appellant tegemoet te komen wordt de bewerking, verwerking en overslag van mest als strijdig gebruik opgenomen in het bestemmingsplan. De zienswijze wordt deels overgenomen. Om de reclamant tegemoet te komen wordt artikel 4.5.1 lid k aan de planregels toegevoegd waarin het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van mestverwerkingsactiviteiten en overslag van mest expliciet wordt uitgesloten. 2. Voor de beantwoording verwijzen naar het 1e standpunt. De zienswijze wordt deels overgenomen.
9
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport zienswijzen
3. In het bestemmingsplan zijn een akoestisch onderzoek en een Aeriusberekening opgenomen. In deze onderzoeken zijn de verschillende verkeersbewegingen opgenomen voor de activiteiten voor deze locatie. Hiermee is een maximum gesteld aan het aantal verkeersbewegingen. In de regels is opgenomen dat de initiatiefnemer moet zorgen voor voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. In de toelichting van het bestemmingsplan zijn vijf parkeerplaatsen voor vrachtwagens opgenomen ten behoeve van de agrarisch aanverwante activiteiten. Hiermee achten wij voldoende vastgesteld en onderbouwd dat er voldoende ruimte is om de vrachtwagens te stallen. De zienswijze wordt deels overgenomen. 4. Een weegbrug is een bouwwerk, niet gebouw zijnde. Deze blijft ondersteunend aan het nieuwe toekomstige gebruik. De gemeente ziet geen reden om de weegbrug te verbieden of te laten verwijderen. De zienswijze wordt niet overgenomen. 5. De gemeente kan niet verbieden dat verkeer niet meer via de Hoef kan rijden. Wegen zijn immers openbaar toegankelijk. Wel wil de initiatiefnemer aangeven wat voor zowel zijn eigen bedrijfsvoering, als voor bezoekers de gewenst route is en wordt. Via de routeplanner wordt De Hoef in iedere geval niet aangegeven op de route vanuit noord of zuid (A73 / Horst). De route volgt dan via de Leunseweg-Breevenneweg of HorsterwegOverbroekseweg-Veulenseweg-Breevvenneweg.
Tenslotte wordt inrit aan de Hoef afgesloten om te voorkomen dat verkeer via de Hoef gaat rijden. De zienswijze wordt niet overgenomen. 6. Voor de Breevennenweg 5 is getoetst aan het aspect ‘Verkeer’ in relatie tot de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt op deze locatie met de voorliggende planologisch juridische procedure. Zoals volgt uit de ruimtelijke onderbouwing is ten opzichte van de bestaande functie (veehouderij) geen toename in het aantal dagelijkse verkeersbewegingen te verwachten. De omliggende wegen zijn ingericht als openbare wegen. zodoende kunnen en mogen er zware
verkeersbewegingen
plaatsvinden.
Er
geldt
dan
ook
geen
verbod
voor
vrachtwagens. Het vrachtverkeer van het transportbedrijf voldoet aan de normen uit de Wegenverkeerswet. Voor de voertuigen van het bedrijf geldt dan ook geen verbod. Ten opzichte van de ‘oude’ situatie neemt het aantal (zware) vervoersbewegingen af, zie ook paragraaf 4.6 van de toelichting. Dit is positief voor de weg en de omgeving. De zienswijze wordt niet overgenomen.
10
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport zienswijzen
7. De planregels zijn aangepast op dit punt. Een voorwaardelijke verplichting voor de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing is toegevoegd. De zienswijze wordt overgenomen. In de planregels in artikel 4.5.2 wordt het volgende opgenomen: a. Gebruik van de gronden is toegestaan als beplanting wordt aangelegd en in stand gehouden in het kader van de landschappelijke inpassing van de gronden, zoals vastgelegd in de landschappelijke inpassing (Bijlage 1). b. De landschappelijke inpassing is binnen uiterlijk 12 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan aangelegd en wordt vervolgens duurzaam in stand gehouden. Daarnaast zal de volgende afwijkingsregel worden toegevoegd: Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.5.2 lid a, voor een gewijzigd beplantingsplan. 8. Het bestemmingsplan beoogd niet de huisvesting van arbeidsmigranten te regelen. Echter kent het bestemmingsplan wel een wijzigingsbevoegdheid die dit mogelijk kan maken. Dit betreft een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan waaraan het college van B&W medewerking kan verlenen. Aangezien wijzigingsbevoegdheden komen te vervallen met de invoering van de Omgevingswet (1 januari 2024) willen wij de reclamant tegemoet komen. De wijzigingsbevoegdheid tot het huisvesten van arbeidsmigranten wordt verwijderd uit het bestemmingsplan.
De zienswijze wordt overgenomen. 9. De omgevingsdialoog is vormvrij. Zoals de reclamant aangeeft is er met hen gesproken. De omgevingsdialoog is er specifiek op gericht om in een vroegtijdig stadium (nog voordat het concrete plan vast ligt) kennis te nemen van eventuele bezwaren, wensen en belangen van omwonenden zodat die bij de uitwerking kunnen worden betrokken. De omgeving is daarbij geen vastomlijnd begrip. Dit is sterk afhankelijk van de gewenste ontwikkeling en de effecten die daarmee gepaard gaan op de omgeving. Het is hierbij niet zo dat partijen het altijd met elkaar eens moeten worden. Het gaat er om dat inzicht bestaat in de wensen van de omgeving in relatie tot de mogelijkheden die de ondernemer heeft. De zienswijze wordt niet overgenomen. 10. De verschillende activiteiten vormen geen belemmering voor elkaar. Beide activiteiten zijn voorzien in een eigen oppervlak binnen het bestemmingsvlak. De veiligheid van de cliënten worden gewaarborgd middels de separate inritten voor beide activiteiten en door de dierenweide.
11
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport zienswijzen
Door de separate inritten zullen de verkeersbewegingen van de activiteiten op veilige manier worden verwerkt binnen de inrichting en zullen elkaar niet belemmeren. De dierenweide zal worden omheind waardoor er een fysieke barrière is tussen de activiteiten.
De
aanleg
van
de
dierenweide
wordt
via
de
het
landschappelijk
inpassingsplan gewaarborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de planregels van het bestemmingsplan. De opgenomen transport verkeersbewegingen zorgen ook niet voor het continu aan-en afrijden van voertuigen. Er is dan ook geen continu geluid vanuit de landbouwverwante bedrijfsactiviteiten op de zorg. De zienswijze wordt niet overgenomen. 11. De initiatiefnemer is deelnemer aan de Subsidieregeling sanering varkenshouderij. In de regeling mocht de initiatiefnemer 15 procent ammoniak behouden. Dit is conform de huidige Wnb vergunning. Per abuis zijn de oude emissienormen overgenomen in de Aeriusberekening. Het is de bedoeling dat er alleen nog ter ondersteuning van de zorgactiviteiten dieren worden gehouden op het perceel
De zienswijze wordt deels overgenomen. De dieraantallen en emissies zijn in de Aeriusberekening en op de situatietekening aangepast. 12. De berekening was gebaseerd een achterhaalde versie van de Arieus calculator. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan is de Aeriusberekening is aangepast. De uitgangspunten zijn aangepast en de nieuwe Aerius calculator is gebruikt. Stikstof vormt nog steeds geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. De zienswijze wordt overgenomen. De toelichting en Aerius berekening is op dit punt aangepast. De bijlage ‘Aerius berekening’ is vervangen. De conclusie is niet veranderd. Conclusie De zienswijzen zijn deels gegrond en ongegrond en leiden op punten tot aanpassing van het bestemmingsplan.
12
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport zienswijzen
4
Conclusie en vervolgprocedure
Gezien vorenstaande zijn enkele zienswijzen gegrond en de zienswijzen voor het overige ongegrond en leiden de zienswijzen tot enkele aanpassingen/aanvullingen in de toelichting, bijlagen bij de toelichting, verbeelding en de regels. Onderstaand een overzicht van de aanpassingen in de toelichting, Aanpassingen naar aanleiding van zienswijzen: -
In de planregels in artikel 4.5.1 lid k wordt het volgende opgenomen: het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van mestverwerkingsactiviteiten en overslag van mest.
-
In de planregels in artikel 4.5.2 wordt het volgende opgenomen: a. Gebruik van de gronden is toegestaan als beplanting wordt aangelegd en in stand gehouden in het kader van
de
landschappelijke
inpassing
van
de
gronden,
zoals
vastgelegd
in
de
landschappelijke inpassing (Bijlage 1). b. De landschappelijke inpassing is binnen uiterlijk 12 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan aangelegd en wordt vervolgens duurzaam in stand gehouden. Daarnaast zal de volgende afwijkingsregel worden toegevoegd:
Burgemeester en
wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.5.2 lid a, voor een gewijzigd beplantingsplan. -
De dieraantallen en emissies zijn in de Aeriusberekening en op de situatietekening aangepast.
-
De Aeriusberekening is geactualiseerd en vervangen als bijlage bij de toelichting. Tevens is de toelichting van het bestemmingsplan op dit punt aangepast.
Ambtelijke aanpassing Par abuis is niet de volledige bedrijfsbestemming opgenomen. De bedrijfsbestemming aan de oostzijde moet tot op de kadastrale perceelsgrens lopen. De bestemming agrarisch is niet correct omdat deze ruimte (gedeeltelijk) in gebruik is ten behoeve van de zorgactiviteiten en voor het overige in gebruik is als landschappelijke inpassing voor het zorgbedrijf en het landbouwverwante bedrijf. De afbeeldingen in de toelichting en de verbeelding is hierop aangepast. Vervolgprocedure Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is voorzien op 26 september 2023. Publicatie van het vaststellingsbesluit dient binnen twee weken na vaststelling plaats te vinden. De reden hiervoor is, dat het plan ongewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De beroepstermijn van zes weken vangt aan op de dag na de terinzagelegging van het besluit. Belanghebbenden zijn in de gelegenheid om gedurende de beroepstermijn een beroepschrift in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
13
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport zienswijzen
Het bestemmingsplan treedt in werking op de dag nadat de beroepstermijn is afgelopen. Hierbij geldt het voorbehoud dat wanneer iemand een voorlopige voorziening aanvraagt en deze wordt toegekend, de inwerkingtreding van het plan kan worden geschorst.
14
Bestemmingsplan Breevennenweg 5 Leunen Eindrapport zienswijzen
Bijlagen A. Ingediende zienswijze 1 B. Ingediende zienswijze 2
15
lnzendingdetails van Zienswijze online indienen (verzonden op 11:07:06 tt-O4-2O23)-
1.1.1
Uw gegevens Antwoord
Veld Persoonsgegevens BSN
Voornaam Tussenvoegsel
I I
Achternaam Postcode
I
Huisnummer Huisletter Huisnummertoevoeging Straat
Veulen
Plaats
Contactgegevens E-mail
Telefoonnummer
L.L.2
Gegevens z¡enswijze
Veld
Mijn zienswijze richt zich tegen het volgende voorgenomen besluit van de gemeente:
Antwoord
B reeve n ne nweg 5 ( N L. I M RO.0 984.8P22O22-o
n0 1 )
Publicatiedatum van
het voorgenomen besluit
6 april2023
lk wil mijn zienswijze
op dit formulier intypen
Mijn zienswijze
mijn inziens is er geen goede infrastructuele ontsluiting op de breevennenweg en zal dit een onevenredige verkeersaantrekkende werking hebben op de Drabbelsweg, uitgaande van Uw besluit
Aan:
Gemeenteraad Gem eente Venray Postbus 500
580OAM Venray
Leunen 15-5-2023
Betref$ zienswijze tegen ontwêrp besternmingsplan Ereevennenweg 5 Leunen
Geachte raad, Via Overheid.nl van 7 april2O2Sishêt ôntwerp bestemm¡ngsplan Breevennenweg 5 bekendgemaakt.
Met dit ontwerp bestemmingsplan wordt beoogd de huidige varkenshouderii op de locatie Breevennenweg 5 weg tê bestemmen en hiervoor in de plaats een landbouwverwant bedr¡if met daarnaast zorg verlenende activiteiten toe te staan. Voor de plankaart, zie hieronder.
J
la
Êñl(elbc5remm¡nE
g,e¿ntf
Bouwvl¡k Funcriceand¡¡idin8
i---ì speciñeke vorm vrn bedriif -
landbouw verw¿nte bedríiven
il]
Meawoêr¡ng rnaximum bebouvd oPPervlak: 970 m2
Gebledsamduidittg
13ú m¡lieu¡one'
grondwaterbeschermingsgebied
Gebicdsaanduiding
gIfl recorxtructiewet¿one vefwev¡ngsgeb¡ed
De beoogde bestemming voor het zuidelijk deel betreft (onder meer):
1.42 Landbouwverwtnt bedriif Een bedrijf dat door de activiteiteri aan het buitengebied is gebonden, zoals een agrarisch
hulpbedrijf of een bedrijf met een agrarisch karakær.
Agrarische hulpbedrijven zijn niet-industrièle bedrijven die goederen of diensten leveren aan agrari sche bedrij ven of producten opslaan, vervoeren of verhandelen.
Bedrijven met een agrarisch karakter zijn aan het agrarisch bedrijf of aan het buitengebied gerelateerd en leveren producten en/ofdiensten aan particulieren ofniet-agrarische
bedrijven. Een niet-agrarisch bedrijfdat door de activiteiten a¿n het buitengebied is gebonden, zoals een agrarisch hulpbedrijf of een bedrijf met een agrarisch karakter. Dit betreft een
loonwerkbedrijf, een grondverzetbedrijf, hovenieE Kl-station of bosbouwbedrijf.
De toelichting noemt: Loonwerlóedriil oe iñit¡a¡etnesærs wensen in de beoogde sihjet¡e loonwerkzaamheden uitte vooren mal name voor de groene secior. Hlerbil wil her bedrif wll een complôet paldct aân werkzaamheden aan kunnen bied€n. Hiê¡b¡¡ gaat he{ om grondberverk¡r€en, fæt toêpassen van bodemverbeteraars,
gewaweaorging, oogsl€n en lransport. Ðè prod¡rcton dio worden vorvoerd vallên onder ds transp(}ncategqie 2 an 3. Däamaasf zd hot bêdri¡f zolgûagen voor de in- en verkoop van zaai- en pootgoed en fourage. Om de Factors, machines. handelswaar, trekkers 6n oplêggers lê kunnen stallen wórdt éen nieurye loods beoogd. Akke¡bouw Ondergeschikt aån de loonwerkzaamhedeo zâl de initiatþfnerær aklørbouwactivilsflen uil bliiven voeren op de ín eigendom riJnde {omliggends) ågrari{sche gronden. Voor de akke¡bu.rwactivitê¡len Tmrden enlGle agrarische voertu¡gen en machinæ in de nieuwe loo<ls gestald,
Voor het noordelijk deel
1.68 Zorgactiviteiten sociaal, therapeutisch, maatschappelüke en educafieve activiteiten die tot doel hebben het verbeteren ofhandhaven van de gezondheid van de zorgonwanger.
Het noordelijk perceel met de bestemming 'zorg' is niet zelfstandig ontsloten.
Wij zijn blij dat de varkenshouderij wordt wegbestemd en zijn níet tegen de zorg verlenende activiteiten die hiervoor in de plaats kunnen komen. ln het verleden hebben wij echter veel overlast ervaren van {illegale} mesthandel bij de varkenshouderij van . Aangezien agrarische activiteiten zullen blijven worden ondernomen vrezen wij voor hetgeen met de gewijzigde bestemming mogelijk wordt gemaakt.
Hierbd maken wij onze zienswijze kenbaar over dit ontwerp bestemmingsplan.
1. ln het ontwerp bestemmingsplan is geen waarborg opgenornen dat er op die locatie geen mesthandel of transport van mest van derden mag plaatsvinden. Gezien het heden en verleden
u"-willenwijditgraagopgenomenc.q.geborgdzien.opditmomentis nog een last onder dwangsom van kracht voor die locatie. Er mogen geen vrachturagens gestald
worden die gebruikt kunnen worden voor mest van derden. Onder het gebouwnr 1 (zie
situatietekeningdoorsnedeA-A),ziteenoudemestput,dieisaooGl zand gestort. Welke volgens de saneríngsregels afgebroken hadden moeten zíjn. Maar dat geeft
voor ons geen garãnt¡e¡ dat die in de toekornst n¡et meer gebruikt kan/zal worden voor de
opslag van mest. De locatie bevindt zich in een grondwaterbeschermingsgebied, bedrijfsactiviteiten rondom mest zouden daar niet wenselijk moeten zijn volgens ons. Er zijn al te veel calamíteíten geweest op de locatie. De mestvrachtwagens worden op het terrein afgespoten, schoongespoten, fereinigd. De laatste 10 jaar zijn we bezig geweest met handhaving rond deze problematiek {zie handhavingsdossier bij de gemeente}, de mesthandel is nooit vergund geweest op deze locatie. We willen het nu voor eens en altijd opgelost zien, het
heeft al genoeg gemeenschapsgeld gekost. Wij verzoeken u daarom om in het definitieve bestemrningsplan op te nemen dat alles rondom rnesttransport en handel, opslag op deze locatÍe wordt uitgesloten. Dít dient in artikel 4.5 te worden opgenomen.
2- ln de toelichting wordt benoemd dat de producten die vervoerd zullen worden vallen onder trânsportcategorie 2 en 3. Nergens wordt vermeld wat hier precies onder valt. Als we zelf zoeken bij de NVWA dan lijkt het te gaan om mest en andere dierlijke bijproducten. We willen
dât d¡t niet mogelijk is op deze locatie, gezíen het verleden. Bij de Kamer van Koophandel zijn 5 Bv's geregistreerd waarvan er 3 Bv's de omschrijving mest hebben. We veaoeken u om alles
rondom mesttransport en handel en opslag, inclusief het stallen van mesttransportvrachtwagens, op deze locatie uit te s¡u¡ten. Dit dient in artikel 4"5 te worden ôpgenomen.
3. ln het ontwerpbestemmingsplan is niets opgenornen over het aantal vrachtwagens die hij mag hebben /stallen op de locatie. Hij heeft momenteel 2 tot 3 mesttransport vrachtwagens en andere grote transportmiddelen. Tjdens de last onder duaangsom stonden de vrachtwagens
vofleeg nog gewoon op het terrein, na controle en het ter inzage komen van deze plannen worden ze nu gestald vofleeg bij de buren, maar evengoed komen de vrachtwagens vol/leeg nog op het terrein of worden ze gestald langs de weg. Er is nu geen garantie dat het er in de
trekomst meer mestvrachtwagens en of grote transportmiddelen kunnen worden. Dit willen we geborgd zien in het bestemmingsplan. Dit dient in artikel 4.5 te worden opgenomen.
4. Er is een weegbrug aanwezig, onzes inziens is deze er alteen vãnwege de mesthandel, valt de handel weg dan is er ook geen weegbrug noodzakelijk.
5. ln de toelichting staat geschreven dat de ontsluiting van het terre¡n uitsluitend via de Breevennenweg plaatsvindt. Op die manier blijft de Hoef gevrijwaard van verkeer. D¡t is echter op geen enkele manier geborgd in de planregels. Wij wíllen graag dat in de planregels expliciet
wordt opgenomen dat het bedrijf alleen via de Breevennenweg mag worden ontsloten.
6. De wegen zijn ongeschikt voor zwaar transport.
7 Ðe Hoef richtîng Breevennenweg
2 Ùre*ennenweg richting Breehei
7. De âanleg en instandhouding van de, overigens bescheiden, landschappelijke inpassing Ís niet geborgd in de planregels. Er is nu dus geen noodzaak de landschappêlijke inpassing in de
toekomst uit te voeren of mogelijkheid hierop te controleren. Wij willen dat er ¿en waarborg of voorwaardelijke bepaling wordt opgenomen dat d¡t uitgevoerd dient te worden.
8. ln het ontwerp bestemmingsplan is opgenomen dât er een mogelijkheid is voor het huisvesten van arbeidsmþranten (artikel4.4 h). Deze bepaling houdt geen verband met de beoogde
activiteiten. Een aanleiding voor deze bepaling ontbreekt, en dient te worden geschrapt. Ons is niet duidelijk dat de plannen rondom de zorg werkelijk uítvoerbaar zijn en voor de lange termijn levensvatbaar zijn. Er is geen deugdelijke motivatie en uitwerking van het plan. Dit is voor ons een reden om bezwaar te hebben tegen de bepaling dat er arbeidsmigmnten gehuiwest mogen
worden, want wie garandeert dat die dadelijk niet.in de betreffende verblijfsruimtes komen te wonen, of gebruikt gaan worden voor recreatie. Wie garandeert ons dat het n¡et op voorhand een manier is om dit in later stadium te doen. Onze ervaringen uit het verleden geven ons weinig vêrtrouwen in de buurman en het handhavingstråieqt vân de gemeente Venray. Bovendien is de bepaling ¡n str¡jd met artikel 4.5 onder e. Artikel4.4 onder h. dient te worden geschrapt.
9. In het ontwerp bestemmíngsplan komt de omgevingsdialoog ter sprake. Er heeft geen omgevingsdialoog plaats gehad. Enkel heeft de buurvrouw onaangekondigd 2 jaar geleden (11A2-2A2!} op onze stoep gestaan met een schets en noemde ons het over haar plannen te willen hebben. We hebben daarvoor noo¡t mêt haar kennisgemaakt of gesproken en we gaven haar aan dat we maar kort de tijd hadden i.v.m. een andere afspraak. We hebben met haar de ruwe schets bekeken, onze mening op dat moment gegeven en ze zou ons verder op de hoogte
houden van de verder uitgewerkte plannen. Dit heeft ze nooit gedaan. En na twee jaar zijn de plannen gewíjzigd en is dat niet datgene !ì¿at ze destijds met ons even besproken heeft. N¡€t is voldaan aan de voorwaarden van een omgevingsdialoog.
10. We hebben geen problemen met het plannen voor zorgop deze locatíe, míts het echt oprecht is om dit aldaar te ondernemen. Wel vinden wij het vreemd dat beide bedrijfsactiviteiten binnen één locatíe kunnen bestaan: het hebben van een loon/transportbedrijf met al zijn
transportmiddelen ed. naast eên zorgbedrijf. op 30-3 2022 hebben we telefoniscft tn"tJ (De.sproken. we hadden hem gebeld i,v-m. aanpassingen aan de beoogde loods die op het terrein t
*r"m(Jreefttoen
aangegeven dat mesthandel en recreatie niet
samen op de locatie mogelijk was, dat er te veel plannen wa¡en voor één locatie. Waarom kan dan recreatie en mesthandel niet samen, maar het beoogde loon/transport bedrijf (mesthandel) met zorg wel? Veiligheid en rust voor {ook minderjarige} cliënten, is onverenigbaar met zwaar {mest}transport. Deze twee activiteiten sluiten elkaar uit. Beiden
activiteiten combineren is een recept voor ongelukken. Ie meer omdat bepalingen die de veiligheid van de aanwezige cliënten waarborgen ontbreken.
11. ln de planregels wordt nergens iets vermeld over het houden van dieren/vee op de locatie. Wel wordt er kort iets over gemeld in de toelíchting. De situatietekenÍng noemt 10 paarden, 10 pony's,4 zoogkoeien,4 vrouwelijk jongvee, 25 schapen,5 herten,3 alpaca's, 3 ezels, 3 pauwen en 3 emoes. De toelíchting noemt deze dieren als onderdeel van het zorgplan. De dieren komen dan in contact met zorgvragende personen. De verenigbaarheid van beide activiteiten is niet onderzocht. Verder geldt dat de voormalige veehouderij is opgeheven en de Wnb-vergunning is ingetrokken. Daaruit volgt dat de referentiesituatie op nul dient te worden gesteld. De Aerius berekening is niet representatief. En, de Aerius berekening betreft een achterhaalde versie, aangezien na decembe r 2122Aerius is aangepast. En, niet alle beoogde transportbewegingen
zijn vermeld. De verkeersbewegingen van de beoogde bedrijfsactiviteiten zíjn niet volledig opgenomen.
Op basis van de bovenstaande argumenten hebben wij bezwaar tegen het ontwerp bestemmingsplan
Breevennenweg 5 Naar aanleiding van het voorgaande verzoek ik u met inachtneming van onze zienswijze het
bestemmingsplan niet vast te stellenlgewijzigd vast te stellen, namelijk door {alternatief}-
We gaan ervan uit dat u ons van de verdere procedure op de hoogte houdt. En mochten er nog
vragen zijn, willen wij die graag beantwoorden. Hoogachtend,
Bijlage: Last onder dwangsom 18-7-18 Bezwaren commissie verslag 22-7-23
Zelfop te vragen: het dossier rondom handhaving Breevennenweg 5
^l
HüüT5"[
ffi*-.
KûPXF
\.t*
_;
Gemeenrc Raadhuisstraat
Venfgy -t\ I
Postbus 500, 5800 AM Venray Telefoon (0478) 52 33 33
Telefax (0478) 52 32 22 'E-måll oemeente@venrav-nl
Intemet wì¡lw.verlráv,n¡
5809 EK LËUNEN
KvK- nummer 14132389 IBAN NL20 BNGl"l 028 5028 383 (belast¡ngen) IBAN NLl1 gNGH 0e8 5008 757 (ôlgemeen)
BIC BNGHl'¡L2G €em6ente V€nray
Datum
i g ¡ç'¡t ?$i.
Behõndeld door
Ons kenmerk
HH-VH-2017-0053
Datum uw br¡ef
Paglna
Lvan6
Uw kenmerk
-
ônderwgrp Last onder durângsorn Breevennenweg 5 te Leunen
Geachte heer/mevrou
besluit van 2 mel 2018 hebben wij het verzoek va n-
namens ziin cliënten
De Hoef 14 te Leunen, orn handhavend op te treden ten aanzien van uw inrlchting aan de Breevennenweg 5 te Leunen, kadastraal bekend gemeente Venray, sect¡e P, nummers 987/988, afgewezen.
¡n het âãn dit besluit voorafgaande yoornemen handhavend optreden d.d.22 maart 2018 hebben wij aangegeven dat uit informatie van de Rijksdlenst voor ondernemend Nederland (RVO) was gebleken dat u in 2017 mest van derden hebt aangevoerd zonder dat u hiervoor over eén vergunning beschikt. Wij hebben u gesommeerd om met deze activite¡ten te stoppen. Ten overstaan van onze toezichthouder heeft u aangegeven dat deze actlviteiten niet meer plaatsvinden hetgeen er tse heeft geleid dat het ver¿oek om handhavend optreden is afgewezen
Inmiddels is echter uit recente informatie van de RVO gebleken dat u nog steeds mest van bu¡ten uw inrichting aanvoert naar de Breevennenweg 5. Wij hebben derhalve besloten alsnog handhavend op te treden door middel vãn het opleggen van een last onder dwangsom. Ons besluit van 2 mei 2018 trekken wij bij dezen in. Met deze brief lichten wij u ons beslu¡t nader toe.
Overtreding Wij hebben voor uw inr¡chting aan de Breevennenweg 5 te Leunen bü besluit van 9 augustus 2O10 een revisievergunning ingevolge de Wet Milieubeheer verleend. Deze vergunnlng is verleend voor
-
g-
Datum
I ü iuli ?ü$
ôns kenmerk
HH-VH-2017-0053
Pag¡na
2vån6
het houden van vleesvark€ns. Daarnaast voorzíet de vergunning in een mestþewerkingsinstallatie waarin alleen drijfmest varì het eigen bedr¡jf mag worden gehygieniseerd. De vergunning voorziet niet in het aanvoeren van mest van derden. Op basis van informatie van de RVO hebben wij vastgesteld dat in de periode van 5 aprll tot en met 31 mei 2018 55 transporten
z¡jn geregistreerd waarbij mest naar de inrichting is gebracht, In totaal is 2.005.110 kg mest naar de inrichting gebrãcht. Þe mest is afkomstig van 3 verschillende locaties Op grond van artíkel 2.1, eerste lid en onder e. sub 2 van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrècht (Wabo) is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uít te vôeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het vefanderen van een inr¡chting. U bent derhalve in overtreding en wij zijn bevoegd hiertegen handhavend op te treden. Ðit w¡l zeggen dat wij naleving van de regelgeving kunnen afdw¡ngen. Dit kan door het opleggen van een
last onder dwangsom of een ¡ast onder bestuursdwang,
Legalisatieonderzoek Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, hebben wU, indien sprake is van overtreding van een wettelijk voorschrift, een beginselplicht handhavend op te treden; Alvorens wij hiertoe overgaan, dienen wij echter eerst te onderzoeken of de overtredingen gelegaliseerd kunnen worden. Dit wil zeggen dat wij nagaan of de stríjdige situatie alsnog in óvereenstemming kan wnrden gebracht met de wettelijke voorschrifLen. U hebt op 3 oktober 2013 een nieuwe aanvraag voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning
milieu, bouwen en ruimtelijke ordening ingediend. Ook deze vergunningaanvraag voorziet niet in het aanvoeren van mest van derden. Ook het ter plaatse geldende bestemmingsplan staat deze activiteit niet toe. Gelet op het bovenstaande ligt legalisatie van de transportactiviteiten waarbij mest van derden wordt aangevoegd niet in de rede. Aangezien wij met de instandhouding van deze overtreding niet akkoord gaan dient de overtreding te worden beëindigd.
Zienswijze Bij het kenbaar maken van ons voornemen d.d. 22 maâft 2018 tot het nemen vãn een handhavingsbesluit hebben wíj u in de gelegenheid gesteld om uw zienswijzê bekend te maken. Hiervan heeft u geen gebruik gemaakt.
Belangenafweging Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om handhavend op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebru¡k moeten maken. Met andere woorden, wij hebben een beginselplicht
tot handhaving,
Datum
1 ,$ "iTiL i ä*lü
Ons kenmerk
HH-VH-2017-0053
Pagina
3vand
Slechts onder bijzondere omstand¡gheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dat kan zich voordóen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Vootts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van
optreden in die concrete situatie behoott te worden afgezien' Zoals reeds aangegeven onder "legalisat¡eonderzoek" is in uw geval geen sprake van concreet z¡cht op legalisatie. Na afweging van alle in het onderhavige geval aanwezige belangen ls ons niet gebleken dat er
bijzondere omstandigheden bestaan die ons van handhavend optreden moeten doen af¿ien' Alhoewel wiJ beseffen dat u een zeker belang heeft bij voortzett¡ng van de illegale situatie, weegt het algemeen belang, waaronder het voorkomên van precedentwerking en het bevorderen van wetsnaleving , zwaarder dan uw belang.
Besluit last onder dwangsom In artikel I25 van de Gemeentewet en artikel 5:32 van de Algemene wet Þesluursrecht (Awb)' is bepaald dat wij bevoegd zijn tot het opleggen van een last onder dwangsom Wij hebben besloten van deze bevoegdheid gebruik te maken en u een last onder dwangsom op te leggen omdat u in strijd handelt met artikel 2.1, eerste lid en onder e, sub 2 van de Wabo op grond waarvãn het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheef of gedeeltel'rjk bestaat uit het veranderen van een ¡nrichting. Deze last onder dwangsom richten wg aan u/ omdat u als drijver van de inrichting de mogelijkheid
heeft de geconstateerde overtreding te (doen) beëindigen. Wij gelasten u binne-n één week na de verzenddat!¡m yan deze brief de strijdigheid met artikel 2.1, eerste lid en onder e. sub 2 van de Wabo te beëindigen en beëindigd te houden. De strijdigheid kan worden opgeheven door de aanvoer (het transport) v¿¡n mest van derden naar uw inrlchting te staken en gestaakt te houden' Alleen indien u blnnen deze termijn de strijdigheid geheel heeft beëindigd en beëindigd houdt, kunt u het verbeuren van een dwangsom voorkomen. Þit houdt in dat, indien u niet binnen de genoemde termíjn de overtredingen heeft beeindigd en beêindigd houdt, u aan ons een dwangsom
verschuldigd bent. Hoagte dwangsom De hoogte van de dwangsom dient in een redeliJke verhoudlng te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging' cônsfãterÊn dat rf tn t,w De dwangsom is door ons vastgesteld op € 2.500.-- ner keer dat inrichting mest van derden aanvoèrt. met een maximum van € 250.000---'
oatum
! * jil* ?fi1*
ons kenmerk
HH-VH-2017-0053
Pagina
4van6
een dwangsom van
(N,b.: In ons voomemen handhavend optreden zijn wíj uitgegaan van de aard van de overtreding € 10,000,-- per week met een maximum van e 100.000,--; Gelet op een daaraan verbonden maximum achten wij een bedrag per geconstateerde overtreding en passender.) Verbeuren dwangsom plaats, Verbeurde dwangsommen dienen Het verbeuren van een dwangsom.vindt van rechtswege zijn verbeurd aan ons te worden op basis van artikel 5:33 van de Awb b¡nnen zes weken nadat zij niet binnen de gestelde termijn betaald. Voorts kunnen wij, indien de verbeurde dwangsommen beslult overgaan tot invordering zijn betaald, ingevolge artikel 5:37 van de Awb b¡i afzonderlijk hien¿an.
verbeuren bedrag is verbeurd en de dwangsom kunnen geconstateerdê overtreding niet is opgeheven, wij u een nieuwe last onder
w¡J w¡jzen u er met nadruk op dat, indlen het maximaal te
opleggen of in plaats daarvan een last onder bestuursdwang'
Begunstiglngstermiin de betrokken belangen redelijk' De De gestelde begunstigingstermijn achten w'rj na afueging van dienen de ovedredingen overtreding dient op kort mogelijk termijn beèindigd te worden. Enerzijds worden beëindigd, met het oog op de bescherming van het milieu zo spoedig mogelijk te en het verrichten van de belangen uw gehouden met anderziJds L o'J o" gestelde termijn rekening gespeeld dat voor u voldoende werkzaamheden. Bij het bepalen van de termijn heeft ook een rol duidelijk was dat een handhavend optreden aanstaande was'
Intrekken besluit 2 mei 2O18
wet bestuursrechttreedt d¡t
Met inachtneming van het gestelde in artikel 6:19 van de Algemene intrekken' besluit in de plaats vãn ons besluit van 2 mei 2019 dat wij bij dezen
Rechtsopvolging In overeenstemmlng met het bepãalde in artlket 5.18 van de wabo besluit mede geldt jegens uw rechtsopvolgers'
bepalen wij voorts dat dit
beperkingen onroereno.:.tlo"n en waarbij artikel wordt een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang/dwangsom Dit heeft ingeschreven' 5.18 van de waþo is toegepast in het gemeentelijke beperkingenregister de waartoe kadastraal object tot gevolg dat het besluit in het Kadaster wordt geregistreerd bij het van uw persoonlijke grond en/Of een bouwwerk behoort. U kunt met het oog op de bescherming af te ver¿oeken uw persoonsgegevens in het gemeentelijke beperkingenregister
op basis van het þepaalde in de wet kenbaarheid publiekrechtelijke
levenssfeer
schermen.
Inwerkingtreding besluit Dit besluit treedt in werking op de dag na verzending'
Dðturn 1 il t:11 i lüIi]
ons kenrìlerk ' fH-VÉ'2017-0053 På9ina
5vôn6
Rechtsmiddelen Bent u het met dit besluit niet eens, dan kunt u hiertegen bezwaar maken. Dit kan via www.venray.nUbezwaar.schrift:J.ndlglc!. Daarvoor heeft u uw elektronische handtekening {DigiD) nodig. Ook kunt u schriltelijk bezwaar indienen. Þat doet u door een gemotiveerd betwaarschrifl te aan burgemeester en wethouders van venray, Postbus 500, 5B0o AM Venray.
sturen
Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend en tenminste bevatten;
- de datum;
- naam en adres van degene die bezwaar maakt; - een omschrijving van het besluit waartegeñ het bezwaar is gericht; - de redenen waarom u het niet eens bent met het besluit' van het Het bezwaarschrift moet z¡jn ontvãngen binnen zes weken na de datum vAn ver¿ending besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt. Ook dient u zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit mee te sturen' Voofts is van belang dat het maken van bezwaar de werkinq van hqt bésluit niet schorst. onomkeerbare bezwaar heeft gemaakt en een spoedeisend belang heeft bij het voorkomen van gevolgen van hel besluit, dan kunt u bij de Voor¿ieningenrechter vän de rechtbank Limbturg' Voor het in Postbus 950/ 6040 AZ Roermond, een verzoek om voortopige vooraiening indienen. Nadere verschuldigd' griffìerecht is vooîz¡eniñg behandeling nemen vân een ver¿oek om voorlopige Incl¡en u
informatie hierover kunt u verkrijgen via de griffìe van de rechtbank Límburg.
Informatie dien hoofde bestaat dat ook het openbaar minister¡e tot strafrechtet$ke vewolging overgaat'
De onderhavige overtreding valt ook onder Wel economische delicten. Vanuit
de mogelijkheid
om er zeker van te z¡jn dat u deze brief ontvangt is deze brÌef, zowel per reguliere post, aan u verzonden.
per ãangetekende pÔst als
Datum Ong kenmerk
¡{H-VH-2017"t053
P¿glnð
6vån6
Mocht u nog vragen hebben dan kunt u contact opnemen met onze jurìdisch medewerker, au neer] telefonisch te bereiken op telefoonnumrner 0478 - 523 333 of via rnð¡ladres: Sen9..üç-@ygüAy,n1 ter attentie u"n-
Hoogachtend. namens het college van Burgeñeester en Wethouders vari Venray,
teamrnanaget Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ondersteuning.
Een äfschrift van dit besluit is verzonden aan:
ae
|--
teeJ
postbus Ll72t, 25o2As'S-GRAVENH,AGE
t*,,9;,,
Çemeenru Vgru Rðadh¡Jlsstråat
f&y
1
Postbus 500, 5800 AM Venrðy Tefefoon (0478, 52 33 33 T€lef;tx (0478) 52 3222
Postbus 11721 2502 AS 'S.GRAVFNHAGE
E-ma il gegeff lê.@!çrr;ly.ql
lnterôet rrwr.1.Jç.ü¡ay.nl KvK- numftèr 14132389
lSAl! NL20 BI¡GH 0e8 5028 343 (belasrìngen) IAÁN NLtl eft¡Ctl 0¿S 5008 757 ialgemeen)
BIC BNGHNL2G
TSRZûNÐEN 2St80,1013
Datum
22 tebruarl 2023
Behändêld door
Ons kenmerk
HH-VH-20x7-0053-0{r4
DåUm uw brlef
1 november 2022
Pãgìnð
lvanz
Uur kenmerk
TO301vz.Hh.Leu
Onder¡?erp
besllssing op bezwsal
-
Cuu.t.,t[ briefvan 1 november 2022 heeft u namens uw cliënten, bezwaar gemaakt tegen ons besluit van 29 September 20?2 (kenmerk
HH-VH-2ô17-0053-002)- !n ¡aatstgenoemd besluit ís de last onder dwangsom vân 13 juli 2018/20 maart 2019 (kenmerk: H H-VH- 20 I 7-0053) inqetrokken, Naar aanle¡ding van uw bezwaarschrift delen wíJ u het volgende mede,
Advies Commissie Bezwaarschrlften Wij hebben uw bezwaarschrift ter advisering vaorgelegd aan de Commissie Bezwaarschriften. Þe commissie ¡s van oordeél dat het college niet mocht overgaan tot het intrekken van de last onder dwangsom en adviseert ons orn het bestreden besluit te herroepen, Voorts adviseert de commissie om het verzoek om het vergoeden van de kosten van rechtsbijstand als bedoeld ¡n artikel 7:15, tweede lld, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) toe te kennen. Ëen afschrifr van het advles van de commissíe is bijgevsegd.
Beslult Wij stemmen in met het advies van de commissie en met de hieraan ten grondslag lÍggende arçumentatie, welke wij hier als herhaald ên ¡ngelast beschouwen. In svereenstemming met het bepaalde in artikel 3:49 van de Awb hebþen wij derhalve als volgt besloten: het bestreden besluit van 29 september 2022 (kenmerk: HH-VH-Z017-0053-û02) te herroepen;
het verzoek om vergoeding uan de kosten van rechtsbijstand als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb toe te kennen.
Ë -ç,
Datum
22 februãr1 2OZ3
Ons kenmerk
HH-VH-2017-0053'004
P¡glna
2van2
Met herroep¡Rg van het bestreden besluit van 29 september 2022in deze beslissing op bezwaar btijfr de tast onder dwangsom van 18 juli 2018/20 maart 2019 (kenmerk: HH-VH-2017-0053) in çtand. Het parkeren vän vrachtwagens waarmêê mest van derden wordt g€trãnspodeerd op het
terrein van de inr¡cht¡ng, valt onder de opgelegde lasten.
Rechtsmiddelen BÊnt u het met dezê b€sl¡ss¡ng niet eens, dan kunt u hiertegen schrifteliJk beroep ¡nstellen. In het
beroepschriÊ schrij* u tegen welke beslissing u beroep aantekent en wõârom, Denkt u eraãn dat u het beroepschrift vçorziet van een datum, ondertekent en dat u uw naÊm en adres vermeldt. Als het kan ook een kopie van de beslissing meesturen. Het beroepschrÍft stuÚrt u naaF de rechtbank Limburg, Postbus 950, 6040 AZ Roermond U heeft zes weken om het berÕepschr¡ft in te dlenen: De ulterste datum is zes weken na de datum
waarop wij het besluit ver¿onden. U kunt ook digitaal beroep lnstellen bij de rechtbånk via htto,:lllokgt.reçhtspraFk,ntlbgstu$fsrFcht.
Þaarvoor heeft u uw elektroñische handtekening (DigiD) nodig, KiJk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden. Als u beroep instelt, treedt het besluit toch ¡n werklng. Alleen als er spoedelsende belangen zijn die dat nodig maken, kunt u bij de rechter om eên tijdelijke maatregel vragen. Dðt heet een voorlopige voorz¡ening. Alle informatie hierover kunt u krijgen via de griffie van de rechtbank Limburg, Postbus 950, 6040 AZ Roermond.
In beroep gaan en een voorloplge voorziening vragen is niet gratis. Ðe griffie van de rechtbank kan u Ínformeren over de kosten.
Hoogachtend,
het college van Burgemeester en Wethouders van Venray,
Plaatsvervangend afdelingsmanager Wonen, Werken en Leven
B¡ilag€ - Het advies van de Commissie Bezwaarschriften Een afschrift. van dit besluit, inclusief de bijlagen. is veaonden aan
Postbus 246, Sooo AE T¡lþurg
-nf
r'"
COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN Secretariaat:
Postbus 500
Tef: (0478 52 33 33 Fax: (0478) 52322?;
58OO AM VENRAY
Gemeente
VenfAy
\r4ri
ADVIES BEZWAARSCHRÍFT VANr
(hierna bezwaarmakers); ONTVANGSTDATUM
7 november 2022;
GERICHT TEGEN:
het beslult van het college van burgemeester en wethouders van Venrðy {hiema: het college} van Zg september 20ZZ tot het intrekken van de fasten onder dwangsom vãn 1g juli 2018/20 maart 2019;
ZAAKNUMMER:
z2200Lato.
Leden commissiei
de heer m de heer mr de heer
Fe¡ten on omstsndigheden
Bij besluit van 18 jull 2018 heeft het coliege aan belanghebbende)
een last onder dwangsom opgelegd die
(hiernal derde* dat aanvoer van mest van
derden naarde varkenshouderij aan de Breevennenweg 5 te Leunen (h¡erna: de ¡nrlcht¡ng) wordt beêindígd. BiJ besluit van 2 augustus 2ö18 heeft het college het verzoek van bezw¡armakers om handhavend
op te treden tegen de verkeersbewegingen en aanwezigheid van vrachtwagens op het ter.rein van de inrichting afgewezen.
Bij besluiten van 20 maart 2019 heeft het college op de be¡waren tegen de besluiten van 18 juli 2018 en 2 augustus 2018 beslist. Daarbij heeft het college het besluit van 18 juli 2018 ln stand gelaten met aanvulllng van de grondslag dåarvän, het beslu¡t van 2 augustus 2018 herroepen en aan derdebelanghebbende een last onder dwangsom opgelegd die lnhoudt dat de u¡tvoering vän transportactivlte¡ten voor derden vanaf de inrichting wcrdt beëindigd.
Bij uitspraak van L7 augustus 202O heeft de rechtbank de door derde-belanghebbende en bezwaarmakers daartegen ingestelde beroepen ongegmnd verklaard. Het college heeft op 4 aprll 2o22t hangende de (incidenteel) hoger beroepsprocedure tegen de uítspraak van de rechtbênk van !7 augustus 202û, besloten om de last onder dwangsom in te trekken, De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hlernar de Afdellng) heeft het incidenteel hoger beroep vön bezwaarmakers van rechtswsge betrokken op het ¡ntrekkingsbesluit van 4 april 2027. ùe Afdeling heeft op Z7 jali2A22 uitspraak gedaan. De Àfdeling heeft daarin de uÍtspraak van de rechtbank bevestlgd en het intrekkingsbeslult van 4 april 2022 vernietigd,
,
1eúeenteVenfAy
COM MISSIE BEZWAARSCHRIFTEN Àdvles
\lår
uitgevoerd Op 15 augustus 2022 heeft een toezichthouder van het college een nieuwe controle 2022 29 sePtember op college het heeft daarvan op basis p"."u"Ì van bezwaarmaker, op t,"t (opnleuw) besloten orn de last onder dwangsom van 18 juli 2018/20 september 2019 in te trekken (hiema: het bestreden besluit). Bezr¡¡aarmakers hebben daartegen op 1 november2t27, ontvangen op 7 november 2022, schrifteliJk bezwaar gemaakt' Het college heeft een schriftelijke reactie gegeven op het bezwaarschrift.
tijdens een De comm¡ssie bezwaarschriften (híerna de commissie) heefr het bezwaar behandeld Hun persoon, in januari bezwaarmakers 2023. Daarbij versihenen hoolz¡tting op 17 wås niet aanweziq. Namens derde-belanghebbende verscheen zijn advocaat, loor der.de-belanghebbenCe in persoon en zijn echtgenote. Het
Jn"rg"zeld
oo* u"*.ot,,onoo.o,gu., ooor-ñG;;:';:='
vergezeld
januari
2Q23 van de hoorzitting is een digítaal audioverslag gemaakt dat op 19 -tt en het college beschikbaar is gesteld'
aan de
gemachtigden van bezwaarmakers, derde belanghebbende gebracht en die van De standpunten van partrjen zoals dle tijdens de hoorzitting naar voren zijn ¡n dit advies' verwerkt zijn de commissíe van advies zorgvuldig tot een om te komen betang zijn Indien bezwaarmaker, derde belanghebbende, het college, dan wel een gerechtelijke instantie in
geval van een (hoger) Þeroepsprocedure daar om verzoekt, wordt de hoorzitting alsnog schriftelijk ultEewerkt.
Overwegingen commíssie Ontvankel!ikheid Alvorens over te kunnen gaan tot een inhoudelijke beoordellng moet de commissie onder¿oeken ol sprake is van een ontvankelijk bezwaar. Þe comm¡ssie constateeft dat er sprake is van een beslult in de zin van artikef 1:3, eerste lid, Vðn de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en
dat bezwaarmakers belanghebbenden zijn in de zin van artikel 1:2 van de Awb' Voorts
constateert de commissie dat het bezwâarschrift voldoet aan de daaraan in artlkel 6:5 van de gestelde termijn' Awb gestelde eisen en dat het is ingediend binnen de in artikel 6:7 van de Awb De commlssie is daarom van oordeel dat het bezwaar ontvankelijk is' Gronden In bezwaar ziJn, samengevat, de volgende gronden aangevoerd: . Derde-belanghebbende heeft mesttransportwagens op zijn terr€in ên vervoert mest voor
. o . .
derden, De Raad van state heefr vastgesteld dat het parkeren van vrachtwagens waarmee mest van derden wordt getransporteerd op het terrein van de inrichting onder de opgelegde lasten valt. Haaks daarop verklaart het college dat er aanleiding bestaat de last in te trekken. De controles van het college z¡jn ernstig onzorgwldlg. Er staat een weegbrug op het perceelOok gelet op de overtredingen uit het verleden had de last niet mogen worden ingetrokken,
Er is geen vergunning verleend voor mesttransportact¡vlteiten. Het bestemmingsplan staat dôêr ogk aan ln de weg.
2
\rt-
GemeenteVenfAy
COMMISSTE EEZWAARSCHRIFTËN
å{
Advles
InhogdeliJk advies Þe commissie constateert dat het bestuursorgaan ambtshalve is overgegaan tÕt het lntrekken van de last onderdwangsoml omdat de toezlchthouderop 15 augustus 2022heeft. geconstateerd dat er (kort gezegd) geen rvertredíngen meer plaats (kunnen) vinden op het perceel van derdebelanghebbende.
De commissie stelt echter op basls van de controle van 15 augustus 2A22 vast dat derdebelanghebbende heeft verklaard dãt hij met z¡Jn vrachtwagencomb¡naties, die hij stãlr op z¡jn perceê|, mest tränspcirteert van het ene bedriJf rechtstreeks naar het andere bedriJf. Derdebelanghebbende heeft dit tijdens de hoorzitting nogmaals'bevestlgd. De commissie is met bezwaarmakers vän oordeel dat dit een overtred¡ng is waarvoor hêt college de lasi onder dwangsom heeft opgelegd. De comm¡ssle verwiJst ter onderbouwing van d¡t standpunt naar de uitspraak van de Afdefing van 27 juli 2022. Ult de rechtsoverweg¡ngen 3.1, 3.? en 4,2 volgt dat het parkeren van vrachtwagens die worden gebruikt voor de transport van mest van derden op het eigen terrein, valt onder de in 2018 opgelegde last onder dwangsom, zoals aangevuld b$ besluit van 20 maart 2019. Aangezien kan worden vastgesteld dat er sprake is vân het parkeren van vrachtwagens op het eigen terrein, wåarmee mest van derden wordt vervoerd (namelijk van het ene bedrijf naar het êndere bedrijf), overtreedt derde-belanghebbende naar het oordeel van de commissie de opgelegde last. Þaaruit volgt dat het college nlet had mogen overga¿n tot het ambtshalve intrekken van de opgelegde last onder dwangsom.
Volledigheidshalve merkt de commíssie op dat het college aan het bestreden besluit alleen de corrtrole van 15 augustus 2022 ten grondslag heeft gelegd. De commissle merkt daôrover op dat slechts één controle niet geschikt is om de onderhavige overtredingen te kunnen uitsluiten' Immers, een dergelijke {ontrole ls een momentopname, Þe commissie verwijst ter onderbouwing naar een uitspraak vân de Afdeling van 1 juli 2A2A, bekend onder nurnmer ECLI:NL:RVS:202e:1542, waarin is vastgesteld dat het aåntðt controles representat¡ef d¡ent te zi1n en de wijze van toezlchthouden, die door het bestuursorgaan wordt gekozen, deugdelijk dient te zijn. Daarvan was ln d¡t geval naar het oordeel van de commissie geen spfake' In dât kãder veryUst de commissie tevens naar de uitspraak van B november 202?, van de rechtbank Gelderland, bekend onder nummer ECLI:NL:RBGEL:2Û22:6256, rechtsoverweging 4'2 in samenhang getezen met 4.5, waarbij wel noodzakeliJk ís om de (gestelde) overtred¡ngen deugdelijk te onderzoeken en deze du¡delijk in beeld te brengen. Van belang is ook, gelGt op de mededelingen van de overtreder, om een ju¡ste controlemethode toe te passen en omdat de overtredinl geen incídenteel dan wel eenmãlig karakte¡ heeft, vaker te controleren. Daar komt b¡j dat het college heefr nagelaten om aan het bestreden besluit een belangenafueging ten qrondslag te leggen, Conclusie
De commis$ie komt tot de conclus¡e dat het bestreden besluít is genomen ln strijd met het zorgvuldighetdsbeglns€l als bedoeld artikel 3:2 van de Awb, dat het college heeft nqgelaten een belingenañ,,reging te maken als bedoeld ¡n artikel 3:4 van de Awb en dat het bestreden besluit niet is voorzien vän een deugdeliJke motivering als bedoeld in artikel 3146 van de Awb; De en nog commissie is van oordeel dat derde-belanghebbende de opgefegde last heeft overtreden onder van de last intrekken het tot overgðan mocht n¡et het college steeds overtreedt, waardoor dwangsom en adviseert het college daarom om het bestreden beslu¡t te herroepen'
3
COMMÍSSIE BÉZWAARSCHRIFÎETI¡
GmtemteVenføy
Âdvlç¡
èk
VeEgek om kostenvF¡ooedinç Bezwaarmakers hebben verzocht om vergoedlng van de gemaakte kosten voor rechtsbijstand. Ingevolge artlkel 7:15, tweede lid, van de Awb worden de kosËen dle de belanghebbsnde in verband met de behandellng van het bezwaar redeliJkenrviJs heefr moeten maken, door het bestuursorgaan ultslultend vergoed op verzoek rran de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bertuursorgaan te wiJten onrechtmatigheld. Het bestreden besluit is ln strfld met het recht genomen en die onrechtmat¡gheld is bovendien aan het college te wiiten' Daardoor rnoet het boslult worden herroepen. Daarmee ontstaat op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Awb ean vergoedingspllcht van kosten wn door derden verleende rechtsb$stand, vo¡gens de normering, zoals die is vastgelegd ln het Beslult proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb). Gelet op de onrechtmoilgheid van het besluit, dient het verzoek van gernachflgde gehonoreerd te worden. Þe commissle advlseert het college over te gaan tot vergoeding van de proceskosten volgens de normering zoals opgenomen in het Bpb, te weten: 1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift {a*lkel 1, onder a in samenhang met artlkel 2, eerste lid, onder ar van het Bpb). Een punt vertegenwoordigt een waarde van € 597,-. Het Bpb ke¡t ook weE,ngsfactoren, die door het gewlcht van de zaak bepaald worden.
De commlssfe meent, dat het hier om een gemtddeld gewicht van de zaak gaat. Þaaruoor hanteert het Bpb de fãctor 1. De totale vergoeding van de kosten van de bezwaarschrlftenprocedure komt daarmee op € 597,- (1 x € 597,- x t¿ctor 1).
Voorgaande leldt de commissle tot het volgende advies.
Advies D€ commissie advlseert het college om:
L Het bestreden beslult te herroepen, en
Z. Het verzoek om het vergoeden van kosten ln bezwaar van bezwaarmakers toe te kennen voor een bedrag van € 597,-.
Venray, 24 Januari 2023 De commíssle bezwaarschrlften,
vocrzltter,
secr?taris,
-4-